Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES
- BWB-id
- BWBR0028387
- Type
- wet-BES
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0028387
- ELI
- /eli/nl/wet-bes/2010/wet-algemene-weduwen-en-wezenverzekering-bes
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet-bes/2010/wet-algemene-weduwen-en-wezenverzekering-bes/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0028387&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0028387&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0028387/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet-bes/2010/wet-algemene-weduwen-en-wezenverzekering-bes
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b. ingezetene: degene die in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba woont; c. inspecteur: de bij regeling van Onze Minister van Financiën als zodanig aangewezen functionaris; d. ontvanger: de bij regeling van Onze Minister van Financiën als zodanig aangewezen functionaris; e. uitreiziger: artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap persoon ten aanzien van wie op grond van een melding van de opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gericht aan Onze Minister, is gebleken dat het gegronde vermoeden bestaat dat deze persoon zich buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevindt met het doel om zich aan te sluiten bij een organisatie die is geplaatst op de lijst van organisaties, bedoeld in. 2017 78 09-03-2017 16-01-2017 34577 2017 354 29-09-2017 22-09-2017 01-10-2017
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Waar iemand woont, wordt naar de feitelijke omstandigheden beoordeeld, voor zover in de volgende leden niet anders is bepaald. 2 Degenen, die de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba als woonplaats verlaten, maar binnen een jaar zich daar opnieuw vestigen, worden geacht ook tijdens hun afwezigheid in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba te hebben gewoond, tenzij blijkt, dat zij tijdens hun afwezigheid op het grondgebied van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of van een andere Mogendheid hebben gewoond. 3 Degenen, die tijdelijk binnen de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba verblijven, maar hetzij Nederland, Aruba Curaçao of Sint Maarten als woonplaats hebben, hetzij geacht worden daar te wonen op grond van de daar geldende wetgeving inzake de inkomstenbelasting, worden als niet binnen de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba wonend beschouwd, indien hun verblijf minder dan een jaar duurt. 4 Onze Minister kan bepalen dat schepen en luchtvaartuigen, die binnen de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba hun thuishaven hebben, voor zover het de woonplaats van de bemanning betreft, als deel van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba worden beschouwd. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 830 24-12-2010 16-12-2010 32428 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Voor de toepassing van deze wet wordt met overlijden gelijk gesteld vermoedelijk overlijden. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a De bepalingen van deze wet voor weduwen zijn van overeenkomstige toepassing op weduwnaars. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Onze Minister is belast met de uitvoering van deze wet, met dien verstande, dat de heffing van de premie geschiedt door de inspecteur en de invordering daarvan door de ontvanger. 2 Voor zover de uitvoering van de in deze wet geregelde verzekering geschiedt door Onze Minister, kunnen bij algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld voor de te voeren administratie en de registratie van de verzekerden. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 830 24-12-2010 16-12-2010 32428 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Verzekerd op grond van de bepalingen van deze wet is degene, die de leeftijd van 15 jaar heeft bereikt, indien hij: a. ingezetene is; b. geen ingezetene is, doch wiens zuiver inkomen geheel of nagenoeg geheel binnen de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba aan de heffing van inkomstenbelasting of loonbelasting is onderworpen; c. geen ingezetene is en evenmin geacht kan worden blijvend buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba te wonen, maar voor buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba verrichte arbeid wedde of loon geniet ten laste van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba of Curaçao, Aruba of Sint Maarten, mits hij Nederlander is. 2 Niet verzekerd is degene, die niet geacht kan worden blijvend binnen de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba te wonen en die terzake van binnen de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba verrichte arbeid wedde of loon geniet ten laste van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of van een andere Mogendheid. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen personen die niet op grond van het eerste lid zijn verzekerd als verzekerden op grond van deze wet worden aangemerkt. 4 Bij algemene maatregel van bestuur kan van het eerste lid worden afgeweken: a. ten aanzien van vreemdelingen; b. ten aanzien van personen, op wie een overeenkomstige regeling buiten de de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba van toepassing is; c. ten aanzien van personen die tijdelijk op Bonaire, Sint Eustatius of Saba verblijven of tijdelijke werkzaamheden op Bonaire, Sint Eustatius of Saba verrichten; d. ten aanzien van echtgenoten en overige gezinsleden van de in het tweede lid en in de onderdelen a, b en c bedoelde personen. 5 Indien een verzekerde ophoudt verzekerde te zijn, eindigt zijn verzekering voor wat de aanspraken op weduwen- en wezenpensioen betreft, voor zover niet reeds een overeenkomstige regeling buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba op hem van toepassing is, niet eerder dan zes weken na de dag met ingang van welke hij heeft opgehouden verzekerde te zijn. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 830 24-12-2010 16-12-2010 32428 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Wet algemene ouderdomsverzekering BES De weduwe van een verzekerde heeft, zolang zij de leeftijd waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat op grond van deniet bereikt heeft, recht op een weduwenpensioen op grond van deze wet. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 830 24-12-2010 16-12-2010 32428 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Geen recht op weduwenpensioen heeft de weduwe: a. Wet algemene ouderdomsverzekering BES wier echtgenoot vóór het bereiken van de leeftijd waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat op grond van denimmer verzekerd is geweest; b. Wet algemene ouderdomsverzekering BES wier echtgenoot op de dag van de huwelijkssluiting de leeftijd waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat op grond van dehad bereikt of overschreden, tenzij de weduwe met deze echtgenoot, vóórdat hij de leeftijd waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat op grond van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES had bereikt, reeds eerder gehuwd is geweest; c. die veroordeeld is terzake van het ombrengen van haar echtgenoot; d. die een uitreiziger is. 2 Het bepaalde in het voorgaande lid onder a en b blijft buiten toepassing, indien de weduwe, indien zij niet was hertrouwd, recht op weduwenpensioen zou hebben. 3 artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap Voor de weduwe, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, herleeft, onverminderd de bepalingen van deze wet, het recht op weduwenpensioen op de dag dat niet langer het gegronde vermoeden bestaat dat zij zich buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevindt met het doel zich aan te sluiten bij een organisatie als bedoeld in. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 95 14-04-2025 09-04-2025 01-07-2025
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Op grond van deze wet hebben, zolang zij de leeftijd van 15 jaar niet hebben bereikt, recht op wezenpensioen: a. na het overlijden van een verzekerde man: de kinderen tot wie hij in familierechtelijke betrekking stond alsmede de door hem verwekte kinderen tot wie hij niet in familierechtelijke betrekking stond die als gevolg van zijn overlijden vaderloos zijn geworden; b. na het overlijden van een verzekerde vrouw: haar eigen kinderen, die als gevolg van haar overlijden moederloos zijn geworden; c. na het overlijden van een verzekerde man: de kinderen tot wie hij in familierechtelijke betrekking stond alsmede de door hem verwekte kinderen tot wie hij niet in familierechtelijke betrekking stond die als gevolg van zijn overlijden ouderloos zijn geworden; d. na het overlijden van een verzekerde vrouw: haar eigen kinderen, die als gevolg van haar overlijden ouderloos zijn geworden. 2 Ingeval van kinderen tot wie de verzekerde vader niet in familierechtelijke betrekking stond is het eerste lid, onderdelen a en c, van toepassing indien: a. artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES de verzekerde vader ten tijde van zijn overlijden onderhoudsplicht op grond vanis opgelegd, dan wel door hem bij authentieke akte onderhoudsplicht is erkend; of b. zij in een gezinsverband met de overleden verzekerde man samen leefden. 3 Kinderen zonder familierechtelijke betrekkingen met een vader die niet aangemerkt kunnen worden als kinderen als bedoeld in het tweede lid worden gelijkgesteld met kinderen die als gevolg van het overlijden van de moeder ouderloos zijn geworden, voor zolang geen wijziging van omstandigheden heeft plaatsgevonden. 4 Onze Minister kan bepalen dat met kinderen als bedoeld in het eerste lid worden gelijkgesteld kinderen, die nog geen 15 jaar oud zijn, die ouderloos zijn of wier ouders onbekend zijn of in geval het kinderen zonder familierechtelijke betrekkingen met een vader betreft, wier moeder is overleden en over wie de overleden verzekerde de pleegouderlijke zorg uitoefende. 5 Op grond van deze wet hebben, zolang zij de leeftijd van 25 jaar niet hebben bereikt, recht op wezenpensioen zij die de leeftijd van 15 jaar reeds hebben bereikt, doch overigens voldoen aan het eerste lid, indien: a. hun tijd behoudens in geval van ziekte of vakantie geheel of grotendeels in beslag wordt genomen door of in verband met het volgen van onderwijs of van een beroepsopleiding; b. zij ten gevolge van ziekte of gebreken blijvend buiten staat zijn om met arbeid, die voor hun krachten is berekend één derde te verdienen van hetgeen lichamelijk en geestelijk gezonde kinderen van gelijke leeftijd en van soortgelijke bekwaamheid in staat zijn met arbeid te verdienen. 6 De kinderen tot wie de verzekerde man niet in familierechtelijke betrekking stond, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, hebben recht op wezenpensioen indien de wettelijke vertegenwoordiger van voornoemde kinderen ten genoegen van Onze Minister schriftelijk heeft aangetoond dat deze kinderen in een gezinsverband met de overleden verzekerde man samen leefden. 2015 464 10-12-2015 25-11-2015 34273 2015 465 10-12-2015 02-12-2015 01-01-2016
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Wet algemene ouderdomsverzekering BES Geen recht op wezenpensioen bestaat indien de verzekerde aan wiens overlijden het recht daarop zou worden ontleend vóór het bereiken van de leeftijd waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat op grond van denimmer verzekerd is geweest. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 830 24-12-2010 16-12-2010 32428 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a 1 Geen recht op een wezenuitkering heeft degene die een uitreiziger is. 2 artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap Voor de persoon, bedoeld in het eerste lid, herleeft, onverminderd de bepalingen van deze wet, het recht op een wezenuitkering op de dag dat niet langer het gegronde vermoeden bestaat dat hij zich buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevindt met het doel zich aan te sluiten bij een organisatie als bedoeld in. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 95 14-04-2025 09-04-2025 01-07-2025
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Het weduwenpensioen per maand bedraagt voor de weduwe: a. jonger dan 40 jaar: USD 163 per 1 januari 2026: USD 729, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Bonaire; per 1 januari 2026: USD 723, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Sint Eustatius; per 1 januari 2026: USD 727, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Saba; en per 1 januari 2026: USD 723, indien belanghebbende woonachtig is buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. b. van 40 tot en met 48 jaar: USD 222 per 1 januari 2026: USD 955, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Bonaire; per 1 januari 2026: USD 948, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Sint Eustatius; per 1 januari 2026: USD 952, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Saba; en per 1 januari 2026: USD 948, indien belanghebbende woonachtig is buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. c. van 49 tot en met 57 jaar: USD 278 per 1 januari 2026: USD 1.195, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Bonaire; per 1 januari 2026: USD 1.186, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Sint Eustatius; per 1 januari 2026: USD 1.192, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Saba; en per 1 januari 2026: USD 1.186, indien belanghebbende woonachtig is buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. d. Wet algemene ouderdomsverzekering BES van 58 tot de leeftijd waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat op grond van de: USD 365 per 1 januari 2026: USD 1.576, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Bonaire; per 1 januari 2026: USD 1.563, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Sint Eustatius; per 1 januari 2026: USD 1.571, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Saba; en per 1 januari 2026: USD 1.563, indien belanghebbende woonachtig is buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 2 Verhoging van het pensioenbedrag gaat in op de eerste dag van de maand volgende op die, waarin het recht op verhoging is ontstaan. 3 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid bedraagt het weduwenpensioen voor een weduwe die invalide is of die een of meer kinderen heeft die tot haar last komen en recht hebben op wezenpensioen, USD 365 per 1 januari 2026: USD 1.576, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Bonaire; per 1 januari 2026: USD 1.563, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Sint Eustatius; per 1 januari 2026: USD 1.571, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Saba; en per 1 januari 2026: USD 1.563, indien belanghebbende woonachtig is buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. per maand. 4 Een weduwe is invalide, indien zij door een ziekte of gebrek blijvend buiten staat geacht moet worden om met arbeid, die voor haar krachten en bekwaamheid is berekend de helft te verdienen van hetgeen lichamelijk en geestelijk gezonde vrouwen van soortgelijke bekwaamheid met arbeid gewoonlijk verdienen. 5 Onze Minister trekt een weduwenpensioen, toegekend terzake van invaliditeit in met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand, waarin de weduwe geacht wordt niet langer invalide te zijn. 6 Onze Minister is bevoegd uitkering van weduwenpensioen voor invaliditeit te weigeren, indien de weduwe, die een dergelijk pensioen geniet, zonder deugdelijke grond weigert zich aan een door Onze Minister gewenst geneeskundig onderzoek te onderwerpen. 2025 39413 19-11-2025 12-11-2025 2025-0000251465 2025 39413 19-11-2025 12-11-2025 2025-0000251465 01-01-2026
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Het wezenpensioen bedraagt voor een kind, dat door het overlijden van de verzekerde ouderloos is geworden, USD 134 per 1 januari 2026: USD 575, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Bonaire; per 1 januari 2026: USD 571, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Sint Eustatius; per 1 januari 2026: USD 573, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Saba; en per 1 januari 2026: USD 571, indien belanghebbende woonachtig is buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. per maand, indien het jonger is dan tien jaar en USD 146 per 1 januari 2026: USD 630, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Bonaire; per 1 januari 2026: USD 625, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Sint Eustatius; per 1 januari 2026: USD 628, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Saba; en per 1 januari 2026: USD 625, indien belanghebbende woonachtig is buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. per maand indien het tien jaar of ouder, doch nog geen 15 jaar is. 2 Het wezenpensioen bedraagt voor een kind, dat door het overlijden van de verzekerde vaderloos onderscheidenlijk moederloos is geworden, USD 132 per 1 januari 2026: USD 528, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Bonaire; per 1 januari 2026: USD 524, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Sint Eustatius; per 1 januari 2026: USD 526, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Saba; en per 1 januari 2026: USD 524, indien belanghebbende woonachtig is buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. per maand, indien het jonger is dan tien jaar en USD 134 per 1 januari 2026: USD 575, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Bonaire; per 1 januari 2026: USD 571, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Sint Eustatius; per 1 januari 2026: USD 573, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Saba; en per 1 januari 2026: USD 571, indien belanghebbende woonachtig is buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. per maand indien het tien jaar of ouder, doch nog geen 15 jaar is. 3 artikel 9, vijfde lid Het wezenpensioen bedraagt voor een kind, bedoeld in, USD 146 per 1 januari 2026: USD 630, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Bonaire; per 1 januari 2026: USD 625, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Sint Eustatius; per 1 januari 2026: USD 628, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Saba; en per 1 januari 2026: USD 625, indien belanghebbende woonachtig is buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. per maand, voor zover het voldoet aan artikel 9, eerste lid, onderdelen a of b, en USD 169 per 1 januari 2026: USD 727, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Bonaire; per 1 januari 2026: USD 721, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Sint Eustatius; per 1 januari 2026: USD 725, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Saba; en per 1 januari 2026: USD 721, indien belanghebbende woonachtig is buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. artikel 9, eerste lid, onderdelen c of d per maand, voor zover het voldoet aan. Artikel 11, vijfde en zesde lid , is van overeenkomstige toepassing op een wezenpensioen terzake van invaliditeit. 4 Indien op grond van meer dan één overlijden aanspraak op wezenpensioen kan worden gemaakt, wordt het hoogste wezenpensioen toegekend. 2025 39413 19-11-2025 12-11-2025 2025-0000251465 2025 39413 19-11-2025 12-11-2025 2025-0000251465 01-01-2026
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a 1 artikelen 11, eerste en derde lid 12, eerste, tweede en derde lid Indien uit de door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde consumentenprijsindexcijfers voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba blijkt, dat het prijsindexcijfer voor het derde kwartaal van het lopende jaar, vergeleken met het prijsindexcijfer voor het derde kwartaal van het voorafgaande jaar is gestegen of gedaald, stelt Onze Minister bedragen vast, die met ingang van 1 januari van het komende jaar in de plaats treden van de in de, en, genoemde bedragen. Onze Minister bepaalt welke consumentenprijsindexcijfers voor de toepassing van de eerste zin worden gebruikt. De consumentenprijsindexcijfers kunnen voor de onderscheiden openbare lichamen en voor belanghebbenden die woonachtig zijn buiten de openbare lichamen, verschillend zijn. 2 Indien er naar het oordeel van Onze Minister bijzondere omstandigheden zijn, kunnen de bedragen, bedoeld in het eerste lid, bij ministeriële regeling met ingang van een bij die regeling aan te geven datum worden gewijzigd. Onze Minister kan het bestuurscollege van het betrokken openbaar lichaam in dat verband om advies vragen. 3 artikelen 11, eerste en derde lid 12, eerste, tweede en derde lid De overeenkomstig het eerste lid herziene dan wel overeenkomstig het tweede lid gewijzigde bedragen treden in de plaats van de bedragen, genoemd in de, en. 4 Indien een wijziging als bedoeld in het tweede lid samenvalt met een herziening als bedoeld in het eerste lid, wordt het bedrag voorafgaande aan de wijziging herzien en geschiedt de herziening bij de in het tweede lid bedoelde ministeriële regeling. 2013 236 28-06-2013 19-06-2013 33556 2013 261 28-06-2013 14-06-2013 01-07-2013
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Waar in deze paragraaf wordt gesproken van pensioen wordt daaronder verstaan het weduwenpensioen en het wezenpensioen. 2010 604 01-10-2010 21-09-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Het pensioen wordt op aanvraag toegekend door Onze Minister door middel van een door Onze Minister beschikbaar gesteld aanvraagformulier. 2 In afwijking van het bepaalde in het voorgaande lid is Onze Minister bevoegd het pensioen ambtshalve toe te kennen. 2022 543 27-12-2022 21-12-2022 36216 2022 544 27-12-2022 21-12-2022 01-01-2023
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a artikel 9, vijfde lid 11, vierde lid 12, derde lid Voor de toepassing van,, en, onderwerpt de betrokken persoon zich op verzoek van Onze Minister aan een geneeskundig onderzoek. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 95 14-04-2025 09-04-2025 01-07-2025
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Het pensioen gaat in op de eerste dag van de maand volgende op de maand, waarin het recht op pensioen is ontstaan, met dien verstande, dat het pensioen niet vroeger kan ingaan dan 12 maanden vóór de eerste dag van de maand volgende op de maand, waarin de aanvraag is ingediend of waarin ambtshalve toekenning heeft plaatsgevonden. Onze Minister kan voor bijzondere gevallen van het bepaalde in de vorige zin afwijken. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Het pensioen wordt door Onze Minister betaalbaar gesteld. De betaling geschiedt maandelijks. 2 Onze Minister kan het aan een kind toegekende wezenpensioen betaalbaar stellen aan een ander dan degene, die het kind wettelijk vertegenwoordigt. 3 In geval het pensioen in het buitenland wordt uitbetaald, kunnen de daaraan verbonden kosten van overmaking op het pensioen in mindering worden gebracht. 4 Wanneer een weduwe een ander machtigt om het pensioen in ontvangst te nemen, dan wel een verleende machtiging intrekt, wordt daaraan gevolg gegeven met ingang van een betalingstermijn, aanvangend na de dag, waarop de machtiging wordt ingediend, dan wel waarop van haar intrekking mededeling wordt gedaan, doch niet later dan de eerste dag van de tweede maand na de dag van indiening, dan wel intrekking van de machtiging. 5 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de betaalbaarstelling van het pensioen door organen, die belast zijn met de uitbetaling van pensioen uit andere hoofde dan op grond van deze wet. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 95 14-04-2025 09-04-2025 01-07-2025
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 2, onderdeel b tot en met g, van het Besluit zorg BES Indien een op grond van deze wet gepensioneerde in een inrichting voor verpleging van geesteszieken en zwakzinnigen of in een instelling waar intramurale zorg wordt verleend als bedoeld inwordt verzorgd of verpleegd en de kosten van verzorging of verpleging geheel of gedeeltelijk ten laste komen van dat openbare lichaam of de eerdergenoemde instelling, kan op verzoek van het desbetreffende orgaan het pensioen over volle kalendermaanden, gelegen binnen de duur van de verzorging of verpleging, voorzover het over die maanden nog niet is uitbetaald, aan het desbetreffende orgaan worden uitbetaald, met dien verstande dat aan dat orgaan niet meer wordt uitbetaald dan de te zijnen laste komende kosten van verzorging of verpleging bedragen en dat een bij ministeriële regeling in overeenstemming met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport te bepalen bedrag bij de betaling aan dat orgaan buiten beschouwing wordt gelaten ter voorziening in de voor rekening van de gepensioneerde blijvende kosten van bestaan. 2 artikel 21 Voorzover in verband met het bepaalde in het voorgaande lid het pensioen niet werd uitbetaald aan de gepensioneerde of diens wettelijke vertegenwoordiger, wordt het na het overlijden van de gepensioneerde voorzover nodig in afwijking van het inbepaalde, tot en met de laatste dag van de maand, waarin het overlijden heeft plaats gehad, uitbetaald aan het in het voorgaande lid bedoelde orgaan. 3 Indien uit de door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde consumentenprijsindexcijfers voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba blijkt, dat het prijsindexcijfer voor het derde kwartaal van het lopende jaar, vergeleken met het prijsindexcijfer voor het derde kwartaal van het voorafgaande jaar is gestegen of gedaald, stelt Onze Minister een bedrag vast, dat met ingang van 1 januari van het komende jaar in de plaats treedt van het in het eerste lid bedoelde bedrag. Onze Minister bepaalt welke consumentenprijsindexcijfers voor de toepassing van de eerste zin worden gebruikt. De consumentenprijsindexcijfers kunnen voor de onderscheiden openbare lichamen en voor belanghebbenden die woonachtig zijn buiten de openbare lichamen, verschillend zijn. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 95 14-04-2025 09-04-2025 01-07-2025
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 De termijnen van het pensioen, welke niet zijn ingevorderd binnen twee jaar na de eerste dag waarop zij konden worden ingevorderd worden niet uitbetaald. 2010 604 01-10-2010 21-09-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Onverminderd het elders in deze wet bepaalde eindigt het recht op pensioen: a. door overlijden; b. voor wat de weduwe betreft tevens door hertrouwen. 2 De uitbetaling van het pensioen eindigt met ingang van de maand volgende op de maand, waarin het feit heeft plaatsgevonden of de omstandigheid is ontstaan, waardoor het recht op pensioen is geëindigd. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Abusievelijk is voor het tweede lid een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 [vervallen] 2010 604 01-10-2010 21-09-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Na het overlijden van degene, aan wie een pensioen is toegekend, wordt het pensioen tot en met de laatste dag van de maand waarin het overlijden heeft plaatsgevonden, uitbetaald aan de persoon of personen, die daarvoor naar het oordeel van Onze Minister op billijkheidsoverwegingen in aanmerking komt, dan wel komen, mits deze daartoe binnen zes maanden na het overlijden een verzoek bij Onze Minister heeft, dan wel hebben ingediend. 2 Na het overlijden van degene, aan wie een pensioen is toegekend, wordt een bedrag ineens, gelijk aan driemaal het aan de overledene toegekende pensioen, uitbetaald aan de persoon of personen, die daarvoor naar het oordeel van Onze Minister op billijkheidsoverwegingen in aanmerking komt, dan wel komen, mits deze daartoe binnen zes maanden na het overlijden een verzoek bij Onze Minister heeft, dan wel hebben ingediend. Onze Minister is bevoegd de uitkering op een lager bedrag vast te stellen. 3 De uitkering wordt betaalbaar gesteld in de maand volgende op die, waarin waarin een verzoek daartoe is ingediend. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Abusievelijk is voor het eerste lid een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is. Abusievelijk is op het tweede lid een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 artikel 19, eerste lid, onderdeel b Aan de weduwe, bedoeld in, wordt een uitkering ineens verleend ter grootte van het bedrag, dat haar aan weduwenpensioen zou toekomen, indien zij niet was hertrouwd, doch ten hoogste ter grootte van het jaarbedrag van het weduwenpensioen. 2010 604 01-10-2010 21-09-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Het pensioen is: a. onvervreemdbaar; b. niet vatbaar voor verpanding of belening; c. behoudens voor zover dit dient tot verhaal van onderhoud, waartoe de gerechtigde op grond van enige wettelijke bepaling is gehouden, niet vatbaar voor executoriaal of conservatoir beslag, noch voor faillissementsbeslag. 2 Voor zover op grond van het eerste lid, onderdeel c, beslag wordt gelegd, mag dit niet meer bedragen dan een derde gedeelte van het bedrag van het pensioen. 3 Volmacht tot ontvangst van het pensioen onder welke vorm of benaming ook, door de gerechtigde verleend is steeds herroepelijk. 4 Elk beding strijdig met dit artikel, is nietig. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Abusievelijk is voor het vierde lid een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 23a — Artikel 23a#
Artikel 23a Degene die gehouden is tot vergoeding van de schade door de weduwe, weduwnaar of wezen geleden als gevolg van het overlijden van de verzekerde man of vrouw, is voor het pensioen van de weduwe, weduwnaar of wezen toegekend op grond van deze wet aansprakelijk jegens Onze Minister. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 830 24-12-2010 16-12-2010 32428 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 23b — Artikel 23b#
Artikel 23b 1 Onze Minister kan een beschikking herzien dan wel intrekken indien: a. artikelen 35, eerste lid 37a het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van deen, heeft geleid tot een te hoog of ten onrechte toegekend pensioen; b. ten onrechte pensioen is toegekend; c. artikelen 35, eerste lid 37a het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van deen, ertoe leidt dat niet kan worden vastgesteld of nog recht op pensioen bestaat; of d. degene aan wie pensioen is toegekend, ingevolge het op grond van deze wet bepaalde, daarvoor niet of niet of niet meer in aanmerking komt, dan wel voor een hoger of lager pensioen in aanmerking komt. 2 artikel 15 De herziening van het pensioen, die voortvloeit uit een wijziging van de omstandigheden en die een verhoging van dit pensioen tot gevolg heeft, gaat in op de eerste dag van de maand, volgende op de maand waarin de wijziging van die omstandigheden heeft plaats gevonden. Het bepaalde in, is van overeenkomstige toepassing. 3 De intrekking van het pensioen of de herziening daarvan, die een verlaging van dit pensioen tot gevolg heeft, gaat, behoudens in bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevallen, in op de eerste dag van de maand, volgende op die, waarin de dag van de dagtekening van de beschikking is gelegen. 4 artikel 12a, eerste en tweede lid artikelen 11, eerste en derde lid 12, eerste, tweede en derde lid De herziening van het pensioen in verband met, gaat, in afwijking van het bepaalde in het tweede en derde lid, in op de dag, met ingang waarvan op grond van artikel 12a, eerste en tweede lid, de in de, engenoemde bedragen van het pensioen zijn herzien. 5 Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan Onze Minister geheel of gedeeltelijk van herziening of intrekking afzien. 6 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften worden gegeven ter uitvoering van dit artikel. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 95 14-04-2025 09-04-2025 01-07-2025
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Behoudens het bepaalde in het volgende lid zijn de eenmaal uitbetaalde termijnen van het pensioen niet vatbaar voor terugvordering. 2 Hetgeen ten onrechte aan pensioen is uitbetaald kan worden teruggevorderd dan wel op latere pensioenbetalingen in mindering worden gebracht, wanneer het ten onrechte uitbetalen het gevolg is van het niet verstrekken van inlichtingen of het verstrekken van onjuiste inlichtingen door degene aan wie het pensioen is toegekend, door diens wettelijke vertegenwoordiger of door degene aan wie het pensioen is uitbetaald. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften worden gegeven ter uitvoering van dit artikel; daarbij kunnen tevens regels worden gesteld met betrekking tot schorsing en opschorting van de uitbetaling van het pensioen. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 24a — Artikel 24a#
Artikel 24a 1 Onze Minister is bevoegd om op grond van verdragen, convenanten en andersoortige overeenkomsten met uitvoerders van instellingen van sociale voorzieningen, het pensioen van een gerechtigde te verminderen ter ontneming van een ten onrechte verkregen voordeel van de gerechtigde op het gebied van sociale voorzieningen. 2 Onze Minister is eveneens bevoegd om het pensioen van een gerechtigde te verminderen ter ontneming van een ten onrechte verkregen voordeel van de gerechtigde op het gebied van de door Onze Minister uitgevoerde sociale verzekeringswetten. 3 De in het eerste en tweede lid bedoelde vermindering kan ineens geschieden indien het ten onrechte genoten voordeel niet groter is dan een derde deel van het door Onze Minister verstrekte weduwen- en wezenpensioen. In alle andere gevallen kan de vermindering niet meer bedragen dan een derde deel van het weduwen- of wezenpensioen. 2013 236 28-06-2013 19-06-2013 33556 2013 261 28-06-2013 14-06-2013 01-07-2013
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Vervallen 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Ter zake van de kosten verbonden aan deze wet is door de verzekerden een premie verschuldigd. 2 Aan de heffing van premie is niet onderworpen: a. Wet algemene ouderdomsverzekering BES de verzekerde, die de leeftijd waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat op grond van deheeft bereikt; b. artikel 41, tweede lid, onderdeel c, van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES de gehuwde man wiens echtgenote in verband met het bepaalde inrecht op ouderdompensioen heeft. 3 De premie komt ten gunste van het Rijk. 4 De op grond van deze wet uit te keren pensioenen en de aan de uitvoering van deze wet verbonden kosten komen ten laste van het Rijk 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 830 24-12-2010 16-12-2010 32428 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 830 24-12-2010 16-12-2010 32428 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 hoofdstukken V VI VII IX van de Wet inkomstenbelasting BES hoofdstukken II IV V van de Wet loonbelasting BES hoofdstukken I VII VIII van de Belastingwet BES De premie ten behoeve van deze wet wordt geheven over het inkomen, met overeenkomstige toepassing van de,,en, de,enen de,en. 2 artikel 24, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting BES Onder inkomen wordt verstaan: de belastbare som, bedoeld in. 3 artikel 24A, zevende lid, van de Wet inkomstenbelasting BES Indien het inkomen meer bedraagt dan het ingenoemde bedrag, wordt over dat meerdere geen premie geheven. 2024 436 23-12-2024 18-12-2024 36604 2024 436 23-12-2024 18-12-2024 36604 01-01-2025 2024 437 23-12-2024 18-12-2024 36669
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 artikel 29, eerste lid Het percentage van de premie, bedoeld in, wordt door Onze Minister met ingang van elk kalenderjaar voor de periode van één jaar bij ministeriële regeling vastgesteld in overeenstemming met Onze Minister van Financiën. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 artikel 29 hoofdstuk VIII van de Belastingwet BES Voor zover in deze wet niet anders is bepaald is ten aanzien van de premieheffing op grond vanen de invordering daarvanvan overeenkomstige toepassing. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Vervallen 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 32a — Artikel 32a#
Artikel 32a Vervallen 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 32b — Artikel 32b#
Artikel 32b Vervallen 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Vervallen 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Vervallen 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 artikel 17 De gepensioneerde en zijn wettelijke vertegenwoordiger of het orgaan waaraan op grond vanpensioen wordt uitbetaald, zijn verplicht aan Onze Minister op zijn verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mee te delen, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat die van invloed kunnen zijn op het recht op pensioen, de hoogte van het pensioen of op het bedrag van het pensioen dat wordt betaald. 2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet indien feiten en omstandigheden door Onze Minister kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kan worden verkregen uit bij ministeriële regeling aan te wijzen administraties. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald voor welke gegevens de vorige zin van toepassing is. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 artikel 8.86, negende lid, van de Belastingwet BES Een ieder is verplicht aan Onze Minister of aan enige vanwege Onze Minister aangewezen persoon de voor de uitvoering van deze wet van hem gevraagde inlichtingen te verstrekken. De door Onze Minister verlangde inlichtingen omvatten ten minste de naam en de voornamen van de persoon van wie de inlichtingen worden gevraagd en het identificatienummer dat hem op grond vanis toegekend dan wel van hem bekend is. 2 De inlichtingen moeten desgevraagd schriftelijk worden verstrekt binnen een schriftelijk te stellen termijn. 3 Een ieder is verplicht aan Onze Minister of aan enig door of vanwege Onze Minister aangewezen persoon desgevraagd inzage te verlenen van boeken, bescheiden, andere stukken en informatiedragers, voor zover dat nodig is ten behoeve van de uitvoering van deze wet. 2022 543 27-12-2022 21-12-2022 36216 2022 544 27-12-2022 21-12-2022 01-01-2023
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 Publiekrechtelijke lichamen zijn verplicht kosteloos hun medewerking te verlenen tot het verkrijgen van de inlichtingen, benodigd voor de uitvoering van deze wet. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 37a — Artikel 37a#
Artikel 37a 1 Bij ministeriële regeling kunnen controlevoorschriften worden vastgesteld. Deze voorschriften gaan niet verder dan strikt noodzakelijk is voor een juiste uitvoering van deze wet. 2 artikel 17 artikel 16 De gepensioneerde, zijn wettelijke vertegenwoordiger of het orgaan waaraan op grond vanpensioen wordt uitbetaald, zijn verplicht de voorschriften op te volgen en anderszins aan Onze Minister desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet. Gelijke verplichting geldt voor de wettelijke vertegenwoordiger van het kind dat recht heeft op wezenpensioen en de persoon, aan wie op grond van, tweede lid, het wezenpensioen betaalbaar wordt gesteld. 3 artikel 16, tweede lid De gepensioneerde, zijn wettelijke vertegenwoordiger, de wettelijke vertegenwoordiger van het kind dat recht heeft op wezenpensioen en de persoon, bedoeld inonthouden zich van zeer ernstige misdragingen jegens de met de uitvoering van deze wet belaste personen en instanties tijdens het verrichten van hun werkzaamheden. 2020 496 04-12-2020 25-11-2020 35494 2020 497 04-12-2020 30-11-2020 01-01-2021
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 De bekendmaking van een beschikking die verband houdt met het recht op en de uitbetaling van pensioen of uitkering geschiedt door toezending of uitreiking aan de belanghebbende. 2 Indien de bekendmaking van de beschikking niet kan geschieden op de wijze als voorzien in het eerste lid, geschiedt zij op een andere geschikte wijze. 3 artikel 21 De beschikking vermeldt de dagtekening van de beslissing, de gronden waarop deze berust, alsmede, behalve in het geval van een beslissing op grond van, waar beroep kan worden ingesteld en de termijn voor het instellen van beroep. 2018 424 22-11-2018 17-10-2018 34977 2018 425 22-11-2018 08-11-2018 01-01-2019
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet administratieve rechtspraak BES artikel 21 De belanghebbende kan tegen een beschikking op grond van deze wet beroep instellen bij het Gerecht, bedoeld in, behalve in het geval van een beslissing op grond van. 2 artikelen 8, eerste lid, onderdeel d 10a artikel 23, eerste lid, laatste zin, van de Wet administratieve rechtspraak BES Bij een beroep tegen een beschikking op grond van de, enisniet van toepassing. 3 artikelen 8, eerste lid, onderdeel d 10a artikel 24, eerste en tweede lid, van de Wet administratieve rechtspraak BES Bij een bestuurlijke heroverweging van een beschikking op grond van de, enisvan overeenkomstige toepassing. 4 artikelen 8, eerste lid, onderdeel d 10a artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet administratieve rechtspraak BES artikel 23 van de Wet administratieve rechtspraak BES Met betrekking tot een beschikking op grond van, en, kan het Gerecht, bedoeld in, indien het bestuursorgaan niet voldoet aan de verplichting, bedoeld in, daaruit de gevolgtrekking maken die hem geraden voorkomt. 2018 424 22-11-2018 17-10-2018 34977 2018 425 22-11-2018 08-11-2018 01-01-2019
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 artikel 39 hoofdstuk 4 Voor zover bij of op grond van deze wet niet anders is bepaald en in afwijking vanzijn ten aanzien van het bepaalde inde voor de heffing van de inkomstenbelasting geldende bepalingen betreffende de rechtsmiddelen van overeenkomstige toepassing. 2 De inspecteur beslist pas op een bezwaarschrift nadat is komen vast te staan dat geen feiten en omstandigheden aanwezig zijn, die tevens van belang zijn voor de heffing van inkomstenbelasting, dan wel voor zover dat wel het geval is, de beslissing over de heffing van de inkomstenbelasting onherroepelijk is geworden. 3 Met betrekking tot een naheffingsaanslag, die geheel of gedeeltelijk berust op feiten, die mede tot het opleggen van een naheffingsaanslag in de inkomstenbelasting ten laste van belanghebbende aanleiding hebben gegeven, neemt de termijn voor het instellen van beroep eerst een aanvang op de datum, waarop laatstbedoelde naheffingsaanslag onherroepelijk is komen vast te staan. 4 artikel 2 Wet op de inkomstenbelasting BES Tegen hetgeen omtrent de toepassing vandezer wet, alsmede omtrent het zuiver inkomen in de zin van devoor de heffing van die belasting onherroepelijk is komen vast te staan, is beroep niet toegelaten. 2018 424 22-11-2018 17-10-2018 34977 2018 425 22-11-2018 08-11-2018 01-01-2019
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Vervallen 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 95 14-04-2025 09-04-2025 01-07-2025
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Vervallen 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 95 14-04-2025 09-04-2025 01-07-2025
Artikel 42a — Artikel 42a#
Artikel 42a 1 Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn de daartoe bij ministeriële regeling aangewezen functionarissen belast. 2 Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht artikelen 5.18 5.19 is van toepassing, met uitzondering van deen. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van taakuitoefening van de op grond van het eerste lid aangewezen functionarissen. 2020 496 04-12-2020 25-11-2020 35494 2020 497 04-12-2020 30-11-2020 01-01-2021
Artikel 42b — Artikel 42b#
Artikel 42b Afdeling 3.3 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 3:5, eerste lid artikelen 3:6, tweede lid 3:8 3:9 is van toepassing met dien verstande dat in, in plaats van «besluiten» wordt gelezen «beschikkingen» en in de,enin plaats van «het besluit» wordt gelezen «de beschikking». 2021 499 27-10-2021 25-10-2021 33328 2021 500 27-10-2021 25-10-2021 35112 2021 499 27-10-2021 25-10-2021 33328 01-05-2022 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 artikelen 35 36 Hij, die niet voldoet aan een van de verplichtingen opgelegd in deenwordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de eerste categorie. 2013 236 28-06-2013 19-06-2013 33556 2013 261 28-06-2013 14-06-2013 01-07-2013 01-01-2011
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Hij, die op grond van bij of krachtens deze wet vastgestelde bepalingen gehouden is inlichtingen of gegevens te verstrekken, een aangifte of mededeling te doen of een verklaring af te leggen en daarbij opzettelijk een valse opgave doet dan wel opzettelijk in strijd met bedoelde gehoudenheid iets verzwijgt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 45 — Atikel 45#
Atikel 45 Hij, die op andere wijze dan door het valselijk opmaken of vervalsen van een geschrift, dat bestemd is tot bewijs van enig feit te dienen opzettelijk een opgave doet in strijd met de waarheid, zulks met het oogmerk om aldus een uitkering of een hogere uitkering op grond van deze wet te verkrijgen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 Overtredingen van bepalingen van een op grond van deze wet vastgestelde algemene maatregel van bestuur voor zover uitdrukkelijk als strafbaar feit aangeduid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de eerste categorie. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 [vervallen] 2010 604 01-10-2010 21-09-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES Met de opsporing van de bij deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, naast de inbedoelde functionarissen, belast de door Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze Minister, aangewezen ambtenaren. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de vereisten waaraan de op grond van het eerste lid aangewezen functionarissen dienen te voldoen. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 830 24-12-2010 16-12-2010 32428 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 [vervallen] 2010 604 01-10-2010 21-09-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 1 artikel 48 De inbedoelde personen zijn verplicht tot geheimhouding van hetgeen hun bij het toezicht op de naleving van de bij of op grond van deze wet vastgestelde bepalingen is bekend geworden, voor zover die geheimhouding niet in strijd is met enige wettelijk voorschrift. 2 Hij, die de bij het vorige lid opgelegde geheimhouding opzettelijk schendt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de eerste categorie. 3 Hij, aan wiens schuld schending van die geheimhouding te wijten is, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de eerste categorie. 4 Geen vervolging heeft plaats dan op aangifte van degene, ten aanzien van wie de geheimhouding is geschonden. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 artikelen 44 45 50 artikelen 43, eerste en tweede lid 46 De in de,enbedoelde strafbare feiten worden als misdrijven, de in de, enbedoelde strafbare feiten als overtredingen beschouwd. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 830 24-12-2010 16-12-2010 32428 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 Vervallen 2010 847 28-12-2010 16-12-2010 32276 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00:00 uur in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05:00 uur in het Europese deel van Nederland. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 1 Op de weduwen- en wezenpensioenen of uitkeringen waarop op grond van een pensioenregeling van een pensioenfonds of van een werkgever aanspraak bestaat, mogen de pensioenen, waarop op grond van deze wet aanspraak bestaat, niet in mindering worden gebracht. 2 Onze Minister kan ontheffing verlenen van het in het voorgaande lid bepaalde met dien verstande, dat geen hoger percentage van de op grond van deze wet toegekende pensioenen in mindering mag worden gebracht dan de helft van het percentage, dat de bijdrage of premie van de werkgever uitmaakt van de totale premie of bijdrage voor de op grond van de in het eerste lid bedoelde pensioenregeling te genieten weduwen- en wezenpensioen. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 830 24-12-2010 16-12-2010 32428 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 Vervallen 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 Hetgeen overigens ter uitvoering van deze wet nodig is, wordt bij algemene maatregel van bestuur geregeld. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 Vervallen 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 Alle op grond van deze wet opgemaakte of overgelegde stukken, verzoekschriften en beschikkingen zijn vrij van het recht van zegel en van de formaliteit van registratie. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 830 24-12-2010 16-12-2010 32428 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 Deze wet wordt aangehaald als: Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.