Wet medisch tuchtrecht BES
- BWB-id
- BWBR0028542
- Type
- wet-BES
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0028542
- ELI
- /eli/nl/wet-bes/2010/wet-medisch-tuchtrecht-bes
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet-bes/2010/wet-medisch-tuchtrecht-bes/2024-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0028542&g=2024-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0028542&z=2026-06-06&g=2024-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0028542/2024-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet-bes/2010/wet-medisch-tuchtrecht-bes
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In de artikelen van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. geneeskundige: degene die tot de uitoefening van de geneeskunde bevoegd is op grond van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels; b. tandheelkundige: degene die tot de uitoefening van de tandheelkunst bevoegd is op grond van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels; c. verloskundige: degene die tot de uitoefening van de praktijk als verloskundige bevoegd is op grond van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels; d. apotheker: degene die tot de uitoefening van de artsenijbereidkunde bevoegd is op grond van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels; e. College: artikel 8 het college, bedoeld in; f. openbaar lichaam: openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba; g. openbare lichamen: openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; h. Gemeenschappelijk Hof: Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba; i. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 2010 642 01-10-2010 29-09-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 7 De geneeskundige of tandheelkundige, die zich schuldig maakt aan gedragingen, welke het vertrouwen dat men in een geneeskundige of een tandheelkundige moet kunnen hebben ondermijnen, of aan nalatigheid, waardoor schade ontstaat voor een persoon, te wiens behoeve hem geneeskundige of tandheelkundige raad of bijstand gevraagd wordt of aan wie hij die raad of bijstand verleent, of die in de uitoefening van de geneeskunst of tandheelkunst blijk geeft van niet toelaatbare onkunde, kan, onverminderd zijn aansprakelijkheid ingevolge andere wettelijke voorschriften, worden onderworpen aan een van de maatregelen vermeld in. 2010 642 01-10-2010 29-09-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 7 De verloskundige, die zich schuldig maakt aan gedragingen, welke het vertrouwen dat men in een verloskundige moet kunnen hebben, ondermijnen, of aan nalatigheid, waardoor schade ontstaat voor een zwangere vrouw of kraamvrouw, te wier behoeve haar verloskundige raad of bijstand gevraagd wordt of aan wie zij die raad of bijstand verleent, of voor een met haar bijstand geboren kind, of die in de uitoefening van de verloskunst, voorzover zij daartoe bevoegd is, blijk geeft van niet toelaatbare onkunde, kan, onverminderd haar aansprakelijkheid ingevolge andere wettelijke voorschriften, worden onderworpen aan een van de maatregelen, vermeld in. 2010 642 01-10-2010 29-09-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 7 De apotheker, die zich schuldig maakt aan gedragingen, welke het vertrouwen dat men in een apotheker moet kunnen hebben, ondermijnen, of aan nalatigheid, waardoor schade ontstaat voor een persoon, te wiens behoeve hem wordt gevraagd geneesmiddelen te bereiden of tot geneeskundig doel af te leveren of voor wie hij geneesmiddelen bereidt of tot geneeskundig doel aflevert, of die in de uitoefening van de artsenijbereidkunde blijk geeft van niet toelaatbare onkunde, kan, onverminderd zijn aansprakelijkheid ingevolge andere wettelijke voorschriften, worden onderworpen aan een van de maatregelen, vermeld in. 2010 642 01-10-2010 29-09-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 7, eerste lid, onder d, e, f en g Ten aanzien van een geneeskundige, een tandheelkundige, een verloskundige of een apotheker, die door ziels- of lichaamsziekte of door ouderdoms- of lichaamsgebreken ongeschikt moet worden geacht voor de uitoefening van de praktijk, kunnen de maatregelen, vermeld onder, worden toegepast. 2018 260 24-08-2018 11-07-2018 34629 2019 111 14-03-2019 22-02-2019 01-04-2019
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 7, eerste lid, onder g Ten aanzien van een geneeskundige, een tandheelkundige, een verloskundige of een apotheker, die de gewoonte maakt van drankmisbruik, misbruik van verdovende middelen als bedoeld in een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen regeling, of misbruik van die pharmacologische middelen, waarbij psychische veranderingen kunnen optreden, wordt de maatregel vermeld in, toegepast. 2 Het College kan bepalen, dat de ontzegging niet zal ingaan, mits de betrokkene zich onderwerpt aan een ontwenningskuur, de duur van twee jaar en zes maanden niet te boven gaande, en hij tijdens de duur daarvan geen gebruik maakt van zijn bevoegdheid. De ontzegging zal alsnog ingaan, wanneer het College zulks gelast op grond dat de betrokkene een ontwenningskuur, voorgeschreven door een ten genoegen van het College door hem te kiezen geneeskundige, binnen een door het College te stellen termijn niet naleeft of op grond dat hij geneeskunst, tandheelkunst, de verloskunde onderscheidenlijk de artsennijbereidkunde uitoefent voordat de geneeskundige, die de kuur heeft voorgeschreven, in overleg met de Inspectie gezondheidszorg en jeugd de kuur heeft beëindigd verklaard. Gelijke last kan het College geven op grond dat de betrokkene in gebreke blijft binnen de door het College gestelde termijn een geneeskundige ten genoegen van het College te kiezen. 3 Het voorschrift, regelende de ontwenningskuur, kan zo nodig inhouden, dat de betrokkene zich gedurende een bepaald tijdsverloop, de duur van twee jaren niet te boven gaande, ter verpleging laat opnemen in een daarbij aan te wijzen inrichting. 4 Met het toezicht op de naleving van de gegeven voorschriften zijn de ambtenaren van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd belast. 2018 260 24-08-2018 11-07-2018 34629 2019 111 14-03-2019 22-02-2019 01-04-2019
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikelen 2 tot en met 6 De maatregelen, bedoeld in de, zijn: a. waarschuwing; b. berisping; c. oplegging van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen geldboete; d. schorsing in de uitoefening van de geneeskunde, tandheelkunst, verloskunde, onderscheidenlijk de artsenijbereidkunde voor ten hoogste één jaar; e. voorwaardelijke schorsing in de uitoefening van de geneeskunde, tandheelkunst, verloskunde, onderscheidenlijk de artsenijbereidkunde; f. gedeeltelijke ontzegging van de bevoegdheid om de geneeskunde, tandheelkunst, verloskunde, onderscheidenlijk de artsenijbereidkunde uit te oefenen; g. ontzegging van de bevoegdheid om de geneeskunde, tandheelkunst, verloskunde, onderscheidenlijk de artsenijbereidkunde uit te oefenen. 2 De geldboete, bedoeld in het eerste lid onder c, komt ten bate van het openbaar lichaam. 3 Een maatregel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, wordt niet tenuitvoergelegd, dan nadat het College dat de maatregel heeft opgelegd, zulks heeft gelast op grond dat de betrokkene binnen een bij die oplegging bepaalde proeftijd van ten hoogste twee jaar een gestelde voorwaarde niet is nagekomen. 4 Indien een geldboete wordt opgelegd, kunnen in de beslissing twee of meer termijnen worden vastgesteld, waarin zij moet worden voldaan. De invordering van de boete geschiedt met overeenkomstige toepassing van de wettelijke regelingen die gelden ter zake van de invordering van belastingen door middel van dwangschriften alsmede van de rechtspleging inzake belastingen, bijdragen en vergoedingen. 5 artikel 8 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg Indien de beroepsbeoefenaar staat ingeschreven in een register als bedoeld in, kan het College in het belang van de individuele gezondheidszorg bij het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid, onder b en c, besluiten tot openbaarmaking in dat register van de opgelegde maatregel, al dan niet met de gronden waarop zij berust. 2018 260 24-08-2018 11-07-2018 34629 2019 111 14-03-2019 22-02-2019 01-04-2019
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 7 De toepassing van de invermelde maatregelen geschiedt in eerste aanleg door het Medisch Tuchtcollege. 2 Het College is gevestigd op een van de openbare lichamen en houdt zo nodig mede zitting op de andere openbare lichamen. 2010 642 01-10-2010 29-09-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a 1 artikel 7, eerste lid, onder f en g In gevallen waarin een der in, omschreven maatregelen is opgelegd, kan, zo bijzondere omstandigheden zulks wettigen, bij koninklijk besluit worden bepaald dat de betrokkene in de hem ontzegde bevoegdheid wordt hersteld. 2 In een besluit krachtens het eerste lid kunnen, al dan niet met een beperking tot een in dat besluit te bepalen proeftijd, voorwaarden worden gesteld, door de betrokkene in acht te nemen. Indien blijkt dat de betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan niet-naleving van een gestelde voorwaarde, kan, onder intrekking van dat besluit, bij koninklijk besluit worden bepaald dat de opgelegde maatregel opnieuw van kracht wordt. 3 De voordracht tot een besluit krachtens het eerste of tweede lid, tweede volzin, wordt gedaan door Onze Minister. Alvorens zodanige voordracht wordt gedaan, wint Onze Minister het advies in van het college. 2018 260 24-08-2018 11-07-2018 34629 2019 111 14-03-2019 22-02-2019 01-04-2019
Artikel 8b — Artikel 8b#
Artikel 8b artikel 7, eerste lid Herziening van een onherroepelijk geworden tuchtrechtelijke eindbeslissing waarbij een in, omschreven maatregel werd opgelegd, is mogelijk, wanneer naderhand omstandigheden zijn gebleken die naar ernstig vermoeden tot een afwijkende beslissing zouden hebben geleid, indien zij tijdig bekend waren geworden. Bij algemene maatregel van bestuur worden hieromtrent nadere regels gesteld. De herziening zal niet kunnen leiden tot een wijziging in hetgeen voorheen was beslist, ten nadele van de betrokkene. 2018 260 24-08-2018 11-07-2018 34629 2019 111 14-03-2019 22-02-2019 01-04-2019
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Het College bestaat uit een rechtsgeleerd lid als voorzitter en twee leden-geneeskundigen. 2 Indien een beslissing moet worden genomen ten aanzien van een tandheelkundige of een apotheker worden in het College de geneeskundigen vervangen door tandheelkundigen onderscheidenlijk apothekers. 3 Indien een beslissing moet worden genomen ten aanzien van een verloskundige, wordt in het College één geneeskundige vervangen door een verloskundige. 4 Bij ontstentenis worden de in het eerste tot en met derde lid bedoelde personen vervangen door plaatsvervangers, die aan dezelfde vereisten voor benoembaarheid voldoen als degenen ter vervanging van wie zij optreden. Tenzij anders bepaald, worden in de artikelen van deze wet onder de leden van het College tevens hun plaatsvervangers begrepen. 2022 15 11-01-2022 22-12-2021 35547 2022 98 01-03-2022 24-02-2022 01-04-2022
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 9 Onverminderdis vereist dat de leden van het College de Nederlandse nationaliteit bezitten. Ambtenaren van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd, zijn niet benoembaar. Indien een lid van het College met dit toezicht wordt belast, houdt zijn lidmaatschap van dit College op. 2 De voorzitter van het College wordt bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister benoemd voor een tijdvak van zes jaren en is herbenoembaar. 3 De overige leden van het College worden door Onze Minister benoemd voor een tijdvak van zes jaren en zijn herbenoembaar. 4 Aan een lid van het College wordt op zijn verzoek tussentijds ontslag verleend. Aan een lid van het College wordt in ieder geval ontslag verleend met het bereiken van de zeventigjarige leeftijd. In de gevallen genoemd in de eerste twee volzinnen van dit lid, vindt het ontslag van de voorzitter van het College plaats bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister en vindt het ontslag van de overige leden plaats door Onze Minister. 5 Een lid van het College blijft na het verstrijken van zijn benoemingstermijn of zijn ontslag vanwege het bereiken van de zeventigjarige leeftijd, bevoegd om deel te nemen aan de verdere behandeling van en de beslissing over klachten, aan de behandeling waarvan hij voor het verstrijken van zijn benoemingstermijn of zijn ontslag reeds heeft deelgenomen. 2023 293 13-09-2023 25-08-2023 36002 2023 323 04-10-2023 25-09-2023 01-01-2024
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a artikelen 46c, onderdelen b en c 46ca, eerste lid, onderdeel d 46d, tweede lid 46f 46i, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c 46j 46l, eerste lid, aanhef en onderdelen a en c, en derde lid 46m 46o 46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren Het in de,,,,,,,,enbepaalde is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de leden en de plaatsvervangende leden van de regionale tuchtcolleges en van het centrale tuchtcollege, met dien verstande dat de in het vijfde lid van artikel 46p bedoelde mededeling te hunnen aanzien eveneens wordt gedaan aan Onze Minister. artikelen 13a 13b, uitgezonderd het eerste lid, onderdelen b en c, en vierde lid 13c tot en met 13g van de Wet op de rechterlijke organisatie De,, enzijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van gedragingen van deze leden en plaatsvervangende leden, met dien verstande dat: a. voor de overeenkomstige toepassing van die artikelen onder «het betrokken gerechtsbestuur» wordt verstaan: de voorzitter van het Medisch Tuchtcollege; en b. artikel 13a de procureur-generaal niet verplicht is aan het verzoek, bedoeld in, te voldoen, indien de verzoeker redelijkerwijs onvoldoende belang heeft bij een onderzoek als bedoeld in datzelfde artikel. 2022 15 11-01-2022 22-12-2021 35547 2022 98 01-03-2022 24-02-2022 01-04-2022
Artikel 10b — Artikel 10b#
Artikel 10b Vervallen 2022 15 11-01-2022 22-12-2021 35547 2022 98 01-03-2022 24-02-2022 01-04-2022
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Aan het College worden een of meer secretarissen toegevoegd. Deze worden door Onze Minister aangewezen. De aanwijzing eindigt met ingang van de datum dat de uitoefening van de functie van secretaris geen onderdeel meer uitmaakt van de werkzaamheden van de betreffende ambtenaar. 2022 15 11-01-2022 22-12-2021 35547 2022 98 01-03-2022 24-02-2022 01-04-2022
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Een zaak wordt voor het College aanhangig gemaakt door een schriftelijke klacht van: a. een ter beoordeling van het College rechtstreeks belanghebbende, b. de Inspectie gezondheidszorg en jeugd, of c. het bestuur van de instelling waar de geneeskundige, tandheelkundige, verloskundige of apotheker in dienst is dan wel deze voor het verlenen van geneeskundige, tandheelkundige, verloskundige of artsenijbereidkundige hulp is ingeschreven. 2 Zodra een klacht is binnengekomen, stelt de voorzitter een voorlopig onderzoek in. Blijkt dat de klacht is ingediend door iemand, die daartoe niet ingevolge het eerste lid bevoegd is, dan verklaart het College de klager zonder nader onderzoek niet ontvankelijk. Blijkt dat de klacht kennelijk ongegrond of van onbeduidende aard is, dan kan het College haar zonder nader onderzoek afwijzen. In andere gevallen neemt het College een beslissing niet dan nadat degene over wie geklaagd is opgeroepen en, ingeval van verschijning, gehoord is. 3 Intrekken van de klacht nadat zij is ingekomen en het neerleggen van de praktijk door de geneeskundige, de tandheelkundige, de verloskundige of de apotheker die bij de zaak is betrokken, heeft op de verdere behandeling geen invloed wanneer naar het oordeel van het College het algemeen belang vordert, dat de behandeling wordt voortgezet. 2018 260 24-08-2018 11-07-2018 34629 2019 111 14-03-2019 22-02-2019 01-04-2019
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Ingeval er ten aanzien van de leden feiten of omstandigheden bestaan, waardoor in het algemeen de rechterlijke onpartijdigheid ernstig schade zou kunnen lijden, kan diens wraking schriftelijk of, ter terechtzitting, mondeling worden voorgedragen door degene over wie geklaagd is en degene die de klacht heeft ingediend. 2 Wraking kan plaatsvinden totdat de voorzitter heeft uitgesproken dat het College uitspraak zal doen, tenzij de wraking is gebaseerd op feiten of omstandigheden die eerst nadat de voorzitter heeft uitgesproken dat het College uitspraak zal doen, bekend zijn geworden. 3 artikelen 509, eerste tot en met derde lid en het vijfde lid 510 tot en met 514 Wetboek van Strafvordering BES De, enzijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat waar in: a. artikelen 509, eerste en derde lid 511, tweede lid 512 513 de,,enwordt gesproken over «rechters», daaronder moet worden verstaan: leden van het tuchtcollege; b. artikel 509, vijfde lid , wordt gesproken over «rechter», daaronder moet worden verstaan: het College; c. artikelen 510 511 eerste lid deen, wordt gesproken over «enig rechter» dan wel «rechter», daaronder moet worden verstaan: het gehele college respectievelijk de leden van het College; d. artikel 510 wordt gesproken over «verdachte», daaronder moet worden verstaan: degene over wie is geklaagd; e. artikel 514 wordt gesproken over «verdachte», daaronder moet worden verstaan: degene over wie is geklaagd en de klager; e. artikelen 512 513 waar in deenwordt gesproken over «het onderzoek op de terechtzitting», daaronder moet worden verstaan: de mondelinge behandeling van de zaak. 2022 15 11-01-2022 22-12-2021 35547 2022 98 01-03-2022 24-02-2022 01-04-2022 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 12 Indien de behandeling van een zaak niet mogelijk blijkt zonder dat degene over wie geklaagd is gehoord wordt, en deze, hoewel krachtensopgeroepen, niet is verschenen en het College desondanks van oordeel is dat het algemeen belang de afdoening vordert, kan het College beslissen dat hij of zij op een daarbij te bepalen dag moet verschijnen. ledere beslissing houdt de overwegingen in waarop zij steunt. 2 artikelen 198 463 van het Wetboek van Strafrecht BES Het bepaalde in deengeldt mede ten aanzien van de geneeskundige, de tandheelkundige, de verloskundige of de apotheker, bedoeld in het eerste lid. 2010 642 01-10-2010 29-09-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 252 van het Wetboek van Strafvordering BES Ieder die als getuige of deskundige is opgeroepen, is verplicht aan die oproeping gevolg te geven. Hij die als getuige of deskundige is opgeroepen, is verplicht getuigenis af te leggen of zijn diensten als deskundige te verlenen, een en ander behoudens geldige redenen van verschoning op grond van de verplichting tot geheimhouding uit hoofde van stand, beroep of ambt, als inbedoeld. 2 Artikel 251, van het Wetboek van Strafvordering BES is van overeenkomstige toepassing. 2010 642 01-10-2010 29-09-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 15a — Artikel 15a#
Artikel 15a artikel 12 Indien tegen een geneeskundige, een tandheelkundige, een verloskundige of een apotheker een klacht is ingediend ingevolgevan deze wet en bij de behandeling van deze klacht blijkt, dat in de strafzaak ten aanzien van het feit waarop de klacht betrekking heeft, door de Rechter is gedaan óf blijkt, dat de betrokkene ten aanzien van dat feit een civiele procedure heeft gevoerd, kan op eenvoudig verzoek van de voorzitter van het College door de president van het Gemeenschappelijk Hof worden bepaald, dat het betreffende dossier geheel of ten dele door de griffier van dat Hof voor ten hoogste 14 dagen ter inzage van het college wordt gegeven. Indien de betreffende zaak nog in behandeling is kan zodanige inzage ook worden verleend, doch kan hierbij worden bepaald, dat zulks slechts ter Griffie van het Gemeenschappelijk Hof op een door de President eerder vermeld vast te stellen tijdstip plaats vinden. Bij een met redenen omklede beschikking kan inzage als bedoeld in lid 1 en 2 van dit artikel door de President van het Gemeenschappelijk Hof worden geweigerd. 2018 260 24-08-2018 11-07-2018 34629 2019 111 14-03-2019 22-02-2019 01-04-2019
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 19 De leden van het College, zomede de secretaris en de plaatsvervangende secretaris, zijn verplicht tot geheimhouding van de bij het College aanhangige zaken, van de beraadslagingen over en van de beslissingen op een zaak, voorzover niet bij of krachtens algemene maatregel van bestuur als bedoeld in, mededeling aan ambtenaren van politie of justitie wordt vereist. 2 artikel 7 Bij zijn beslissing kan het College bepalen dat die beslissing met het oog op het algemeen belang geheel of gedeeltelijk voor bekendmaking in aanmerking komt. Indien één van de ingenoemde maatregelen wordt opgelegd, wordt de beslissing bekendgemaakt op een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze. 3 Aan de Inspectie gezondheidszorg en jeugd wordt van de beslissing afschrift gezonden. Deze is, behalve indien zijn ambtsvervulling anders vordert, gehouden tot geheimhouding. 4 artikel 7, eerste lid Onze Minister ontvangt een afschrift van de beslissing indien een maatregel, bedoeld in, is opgelegd. 2018 260 24-08-2018 11-07-2018 34629 2019 111 14-03-2019 22-02-2019 01-04-2019
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Tegen de beslissingen van het College staat hoger beroep open bij het Gemeenschappelijk Hof. 2 Hoger beroep kan worden ingesteld: a. artikel 7, lid l door degeen, ten aanzien waarvan een der maatregelen, bedoeld inis toegepast; b. artikel 12 artikel 7, lid l door degeen, op wiens schriftelijke klacht, als bedoeld in, de zaak aanhangig is gemaakt, doch alleen indien niet-ontvankelijkverklaring, afwijzing zonder nader onderzoek, of niet-toepassing na onderzoek, van een der inbedoelde maatregelen is gevolgd. 3 Het Gemeenschappelijk Hof houdt de zaak aan zich en doet deze zelf af, behoudens de bevoegdheid het instellen van een nader onderzoek aan een rechter-commissaris op te dragen. 4 artikelen 13 15 Deenzijn van overeenkomstige toepassing. 2010 642 01-10-2010 29-09-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 artikel 201 van het Wetboek van Strafrecht BES Het bepaalde invindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van de geneeskundige, tandheelkundige, verloskundige of apotheker, die a. hoewel hem of haar bij onherroepelijk geworden uitspraak schorsing in de uitoefening van het beroep is opgelegd, gedurende die schorsing het beroep uitoefent; b. hoewel hem of haar bij onherroepelijk geworden uitspraak de bevoegdheid het beroep uit te oefenen is ontzegd, dit niettemin uitoefent. 2010 642 01-10-2010 29-09-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt verder geregeld de wijze van behandeling van klachten, zo in eerste aanleg als in hoger beroep, zomede alles wat voor de uitvoering van deze wet verder voorziening vordert. 2010 642 01-10-2010 29-09-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 19a — Artikel 19a#
Artikel 19a Op klachten die aanhangig zijn gemaakt voor de datum van inwerkingtreding van deze wet zijn de bepalingen van de Landsverordening van de 4de maart 1957, houdende regeling van de tuchtrechtspraak over personen die geneeskunst uitoefenen, zomede over apothekers (P.B. 1957, no. 30), zoals deze luidden op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet van toepassing. 2010 642 01-10-2010 29-09-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Deze wet wordt aangehaald als: Wet medisch tuchtrecht BES. 2010 642 01-10-2010 29-09-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.