Wet ziekteverzekering BES
- BWB-id
- BWBR0028728
- Type
- wet-BES
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0028728
- ELI
- /eli/nl/wet-bes/2010/wet-ziekteverzekering-bes
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet-bes/2010/wet-ziekteverzekering-bes/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0028728&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0028728&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0028728/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet-bes/2010/wet-ziekteverzekering-bes
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b. werkgever: iedere natuurlijke of rechtspersoon, die binnen het openbare lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba één of meer werknemers arbeid doet verrichten, alsmede de natuurlijke of rechtspersoon die, gevestigd binnen het openbare lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba, één of meer werknemers, die eveneens gevestigd zijn binnen het openbare lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba, arbeid doet verrichten in het buitenland; c. werknemer: artikel 2 van de Wet loonbelasting BES een natuurlijke persoon, die met toepassing vanals werknemer wordt beschouwd omdat hij tot een inhoudingsplichtige in dienstbetrekking staat met uitzondering van: 1°. de kapitein en schepelingen op zeeschepen van Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, 2°. degene, die in dienst is van een publiekrechtelijk lichaam en aan de voor hem geldende rechtspositieregelingen aanspraak op een uitkering bij ziekte kan ontlenen, en 3°. artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van de Wet loonbelasting BES de bestuurder of commissaris, bedoeld in; d. behandelend geneeskundige: de geneeskundige die op aanwijzing of met goedvinden van Onze Minster de werknemer onderzoekt of behandelt; e. controlerend geneeskundige: de geneeskundige die als zodanig door Onze Minister is aangewezen; f. arbeidsongeschiktheid: de toestand waarin de werknemer verkeert, die als gevolg van ziekte gedurende een etmaal of langer niet in staat is om zijn normale arbeid te verrichten of deze arbeid zo lang niet mag verrichten hetzij om een medisch noodzakelijk onderzoek mogelijk te maken hetzij om te voorkomen dat zijn genezing wordt belemmerd, dan wel om besmetting van anderen te voorkomen; g. loon: artikel 6 van de Wet loonbelasting BES het loon, bedoeld in; h. loon per dag van de werknemer voor wie een zesdaagse werkweek geldt: 1°. bij een uurloon: de waarde in het economisch verkeer van het loon per uur, vermenigvuldigd met het aantal werkuren per week van de betrokken werknemer, het verkregen produkt gedeeld door zes, 2°. bij een weekloon: de waarde in het economisch verkeer van het loon per week gedeeld door zes, 3°. bij een maandloon: de waarde in het economisch verkeer van het loon per maand vermenigvuldigd met drie en gedeeld door 78; i. loon per dag van de werknemer voor wie een vijfdaagse werkweek geldt: 1°. bij een uurloon: de waarde in het economisch verkeer van het loon per uur, vermenigvuldigd met het aantal werkuren per week van de betrokken werknemer, het verkregen produkt gedeeld door vijf, 2°. bij een weekloon: de waarde in het economisch verkeer van het loon per week gedeeld door vijf, 3°. bij een maandloon: de waarde in het economisch verkeer van het loon per maand vermenigvuldigd met drie en gedeeld door 65; j. loon per dag van een werknemer met een werkweek van minder dan vijf dagen: 1°. bij een uurloon: de waarde in het economisch verkeer van het loon per uur, vermenigvuldigd met het aantal werkuren per week van de betrokken werknemer, het verkregen produkt gedeeld door het aantal dagen waarop de werknemer op grond van zijn arbeidsovereenkomst werkt, 2°. bij een weekloon: de waarde in het economisch verkeer van het loon per week gedeeld door het aantal dagen waarop de werknemer op grond van zijn arbeidsovereenkomst werkt, 3°. bij een maandloon: de waarde in het economisch verkeer van het loon per maand gedeeld door het aantal dagen per maand dat op grond van de arbeidsovereenkomst zou zijn gewerkt; k. inkomen: artikel 24, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting BES de belastbare som als bedoeld in; l. inspecteur: de bij regeling van Onze Minister van Financiën als zodanig aangewezen functionaris; m. ontvanger: de bij regeling van Onze Minister van Financiën als zodanig aangewezen functionaris; n. uitreiziger: artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap persoon ten aanzien van wie op grond van een melding van de opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gericht aan Onze Minister, is gebleken dat het gegronde vermoeden bestaat dat deze persoon zich buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevindt met het doel om zich aan te sluiten bij een organisatie die is geplaatst op de lijst van organisaties, bedoeld in. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen personen, die op grond van het eerste lid niet de hoedanigheid van werknemer hebben, als werknemer worden aangemerkt en kunnen hiervoor nadere regels worden gesteld. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 95 14-04-2025 09-04-2025 01-07-2025
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan een uitbreiding dan wel een beperking worden gegeven ten aanzien van degene die als werknemer wordt beschouwd: a. ten aanzien van vreemdelingen; b. ter voorkoming van samenloop op grond van deze wet met een overeenkomstige regeling buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba; c. in de gevallen van tijdelijk verblijf of tijdelijke werkzaamheden binnen de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba; d. ten aanzien van echtgenoten en overige gezinsleden van de werknemer en van de in de onderdelen b en c bedoelde personen. 2015 464 10-12-2015 25-11-2015 34273 2015 465 10-12-2015 02-12-2015 01-01-2016
Artikel 1b — Artikel 1b#
Artikel 1b Vervallen 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 1c — Artikel 1c#
Artikel 1c Vervallen 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 6C van de Wet loonbelasting BES Indien het loon geheel of gedeeltelijk bestaat uit huisvesting, verstrekkingen in natura, onderricht of geldelijke uitkeringen waarvan de grootte niet bij voorbaat vaststaat zoals provisie, commissie, tantième, fooien of vergoedingen voor aangenomen werk, bepalen werkgever en werknemer ter vaststelling van het loon per dag de gemiddelde waarde in het economisch verkeer daarvan met overeenkomstige toepassing van. 2 Indien sprake is van een uurloon en het aantal werkuren per week niet bij voorbaat vaststaat wordt het loon per dag vastgesteld aan de hand van het gemiddelde aantal werkuren per week in de periode van dertien weken voorafgaand aan de eerste dag waarop de werknemer ziek is geworden of, indien de dienstbetrekking voorafgaand aan de eerste dag van ziekte minder dan dertien weken heeft geduurd, het gemiddelde aantal werkuren per week in die periode. 2020 496 04-12-2020 25-11-2020 35494 2020 497 04-12-2020 30-11-2020 01-01-2021
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De werknemer heeft op grond van deze wet tegenover Onze Minister recht op een uitkering: a. in geval van ziekte; b. artikel 1614cd van Boek 7a van het Burgerlijk Wetboek BES gedurende het zwangerschaps- en bevallingsverlof, bedoeld in; 2 Wet ongevallenverzekering BES Met ziekte wordt gelijkgesteld lichamelijk letsel als gevolg van een ongeval, tenzij de werknemer op grond daarvan recht heeft op ongevallengeld op grond van de. 2025 223 08-09-2025 03-09-2025 2025 223 08-09-2025 03-09-2025 01-01-2026
Artikel 4 — Artikel 4 Uitkering in verband met zwangerschap en bevalling voor zelfstandigen#
Artikel 4 Uitkering in verband met zwangerschap en bevalling voor zelfstandigen 1 artikel 24 van de Wet inkomstenbelasting BES De zelfstandige, meewerkende echtgenoot of gelijkgestelde die gedurende het kalenderjaar voorafgaand aan de zwangerschap belasting- of aangifteplichtig was voor de opbrengstbelasting, de vastgoedbelasting, de loonbelasting, de inkomstenbelasting of algemene bestedingsbelasting in het kader van de uitoefening van haar beroep of bedrijf en een belastbare som uit inkomsten uit de onderneming heeft van ten minste de belastingvrije som, genoemd inheeft recht op uitkering in verband met zwangerschap en bevalling gedurende ten minste zestien weken. 2 Het recht op uitkering in verband met zwangerschap vangt aan zes weken voor de dag na de vermoedelijke datum van bevalling, of tien weken voor die dag indien het een zwangerschap van meer dan een kind betreft, zoals aangegeven in een schriftelijke verklaring van een arts of verloskundige, tot en met de dag van de bevalling. Indien de zelfstandige, meewerkende echtgenoot of gelijkgestelde dat wenst vangt het recht op uitkering in verband met zwangerschap aan op een later tijdstip, doch uiterlijk vier weken voor de dag na de vermoedelijke datum van bevalling of uiterlijk acht weken voor die dag indien het een zwangerschap van meer dan een kind betreft. 3 Het recht op uitkering in verband met bevalling vangt aan op de dag na de bevalling en bedraagt tien aaneengesloten weken, vermeerderd met het aantal dagen dat de uitkering in verband met zwangerschap tot en met de vermoedelijke datum van bevalling, dan wel, indien eerder gelegen, tot en met de werkelijke datum van bevalling, minder dan zes weken heeft bedragen of, indien het een zwangerschap van meer dan een kind betreft, minder dan tien weken heeft bedragen. 4 Als een kind van een ouder als bedoeld in het eerste lid tijdens de periode waarop een recht op uitkering in verband met bevalling bestaat vanwege zijn medische toestand in het ziekenhuis is opgenomen, wordt het recht op uitkering in verband met bevalling verlengd met de tijd dat het kind in het ziekenhuis heeft doorgebracht vanaf de achtste dag van opname tot en met de laatste dag waarop het recht op uitkering bestaat tot een maximum van tien weken. De in de eerste zin bedoelde verlenging is uitsluitend van toepassing voor zover de aldaar bedoelde ziekenhuisopname langer duurt dan het aantal dagen waarmee de uitkering in verband met de bevalling als gevolg van de werkelijke datum van bevalling op grond van het derde lid wordt verlengd. Het ziekenhuis geeft op verzoek van de zelfstandige, meewerkende echtgenoot of gelijkgestelde een verklaring af, waarin de gehele duur van de opname van het kind in het ziekenhuis tijdens de uitkeringsperiode staat vermeld. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557
Artikel 4a — Artikel 4a Aanvraag van uitkering door zelfstandige#
Artikel 4a Aanvraag van uitkering door zelfstandige 1 De zelfstandige, meewerkende echtgenoot of gelijkgestelde die in aanmerking wenst te komen voor toekenning van een uitkering in verband met zwangerschap en bevalling doet de aanvraag daartoe bij Onze Minister uiterlijk twee weken voor de datum waarop zij het recht op uitkering wil laten ingaan. Bij die aanvraag wordt in ieder geval gemeld: a. de vermoedelijke datum van de bevalling; b. artikel 4, derde lid de datum waarop zij het recht op uitkering op grond van, wil laten ingaan. 2 Indien de aanvraag niet tijdig wordt gedaan, wordt de uitkering uitsluitend toegekend voor zover het tijdvak waarin sprake was van recht op uitkering in verband met zwangerschap en bevalling, valt in het jaar voorafgaand aan de aanvraag. Onze Minister kan in bijzondere gevallen ten gunste van de zelfstandige, meewerkende echtgenoot of gelijkgestelde afwijken van de eerste zin. 3 artikel 4, vierde of vijfde lid Indien het recht op uitkering wordt verlengd op grond van, brengt de zelfstandige, meewerkende echtgenoot of gelijkgestelde Onze Minister daarvan op de hoogte, waarbij in het geval, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, zij de verklaring van het ziekenhuis overlegt. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557
Artikel 4b — Artikel 4b Hoogte van de uitkering voor zelfstandige#
Artikel 4b Hoogte van de uitkering voor zelfstandige artikel 4, eerste lid artikel 9 van de Wet minimumlonen BES De uitkering in verband met zwangerschap en bevalling voor de zelfstandige, de meewerkende echtgenoot of de gelijkgestelde, bedoeld in, is gelijk aan het op grond vanvastgestelde toepasselijke bedrag. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557
Artikel 4ba — Artikel 4ba Tegemoetkoming ontbrekende uitkering zwangerschap en bevalling#
Artikel 4ba Tegemoetkoming ontbrekende uitkering zwangerschap en bevalling 1 Onze Minister kan een financiële tegemoetkoming verstrekken aan een zelfstandige, meewerkende echtgenoot of gelijkgestelde waarvan aannemelijk is dat deze ten tijde van diens bevalling voldeed aan de voorwaarden voor een uitkering in verband met zwangerschap en bevalling op basis van deze wet en die: a. artikel VIII, onderdeel C, van de Wijzigingswet SZW-wetten BES 2024 zwanger was of is bevallen op of na 10 oktober 2010 en voor inwerkingtreding van; b. geen uitkering heeft gehad in verband met diens zwangerschap en bevalling. 2 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot: a. het bedrag van de tegemoetkoming dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald; b. de aanvraag van de tegemoetkoming en de besluitvorming daarover; c. de voorwaarden waaronder het recht op de tegemoetkoming tot stand komt; d. de voorwaarden waaronder de tegemoetkoming verstrekt wordt aan nabestaanden, indien de rechthebbende is overleden; e. de verwerking van persoonsgegevens benodigd voor de uitvoering van dit artikel. 3 Dit artikel vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 4c — Artikel 4c Uitkering in verband met geboorteverlof#
Artikel 4c Uitkering in verband met geboorteverlof 1 artikel 1614ce van Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek BES De werknemer die op grond vanrecht heeft op geboorteverlof, heeft recht op uitkering in verband met geboorteverlof. 2 Artikel 5, tweede lid, tweede zin De uitkering in verband met geboorteverlof bedraagt 100 procent van het loon per dag van de werknemer voor de duur van de helft van het aantal uren dat de werknemer per week werkt., is van overeenkomstige toepassing. 3 De werknemer die in aanmerking wenst te komen voor toekenning van een uitkering in verband met geboorteverlof dient de aanvraag daartoe in bij Onze Minister uiterlijk drie weken na de datum van de bevalling van zijn echtgenoot. 4 De aanvraag van de uitkering in verband met geboorteverlof gaat vergezeld van een bewijsstuk waaruit de datum van bevalling van de echtgenoot blijkt. 5 Artikel 5, zesde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 1614ca van het Burgerlijk Wetboek BES Boek 7a De werknemer die als gevolg van ziekte arbeidsongeschikt is, heeft recht op een uitkering in geld, ziekengeld genaamd, met ingang van de derde dag na die van de ziekmelding. Niettemin wordt over de dag van de ziekmelding en de twee daarop volgende dagen ziekengeld uitgekeerd, indien naar het oordeel van de behandelende geneeskundige de ziekte opneming in een ziekeninrichting noodzakelijk maakt. Het ziekengeld wordt over de bedoelde drie dagen eveneens uitgekeerd, indien de duur van de ziekte als gevolg van dezelfde ziekteoorzaak langer dan drie dagen bedraagt, ook wanneer geen opneming in een ziekeninrichting noodzakelijk is geweest. Ter zake van eenzelfde ziekteoorzaak vervalt dit recht bij onafgebroken arbeidsongeschiktheid twee jaar nadien, indien het betreft een arbeidsovereenkomst aangegaan voor onbepaalde tijd, ongeacht het voortduren van de arbeidsovereenkomst. Voor een arbeidsovereenkomst aangegaan voor bepaalde tijd vervalt dit recht na verloop van de periode waarvoor zij is aangegaan maar uiterlijk twee jaren na de dag van de ziektemelding wegens eenzelfde ziekteoorzaak en onafgebroken arbeidsongeschiktheid gedurende deze periode. Indien een overeenkomst voor bepaalde tijd verlengd wordt, is het bepaalde met betrekking tot arbeidsovereenkomsten aangegaan voor onbepaalde tijd van toepassing. In geval van zwangerschap wordt de vrouwelijke arbeider geacht gedurende de duur van het zwangerschaps- en bevallingsverlof, bedoeld in, arbeidsongeschikt te zijn. Voor het bepalen van de onafgebroken arbeidsongeschiktheid gedurende een periode worden tijdvakken van ongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. 2 Het ziekengeld bedraagt per dag 80% van het loon per dag van de werknemer, en 100% van het loon per dag van de werknemer gedurende het zwangerschaps- en bevallingsverlof, bedoeld in het eerste lid. Voor zover het loon per dag meer heeft bedragen dan een door Onze Minister vastgesteld bedrag blijft het bij de toepassing van de eerste zin buiten aanmerking. 3 Indien het loon met terugwerkende kracht is verhoogd, wordt ter bepaling van het ziekengeld met deze verhoging rekening gehouden vanaf het tijdstip dat de verhoging van het loon door de werkgever aan de werknemer is uitbetaald. 4 De werknemer heeft geen recht op ziekengeld: a. over de zondagen of de daarvoor voor hem in de plaats tredende vrije dagen, terwijl de werknemer voor wie een werkweek van vijf dagen of minder geldt bovendien geen recht heeft op ziekengeld over de vrije zaterdagen of de daarvoor voor hem in de plaats tredende vrije dagen; b. over de periode dat hem ziekengeld ter zake van een andere ziekte wordt uitgekeerd. 5 Wanneer de werknemer tijdens zijn arbeidsongeschiktheid van zijn werkgever loon ontvangt, wordt het ziekengeld per dag verminderd met het bedrag, waarmede het ziekengeld en het loon per dag gezamenlijk het loon per dag, waarnaar het ziekengeld is berekend, overtreft. 6 Tijdens het dienstverband of de werkzaamheden is de werkgever in geval van arbeidsongeschiktheid van de werknemer verplicht een uitkering gelijk aan het ziekengeld waarop de werknemer over de desbetreffende loontermijn tegenover Onze Minister recht heeft, aan de werknemer uit te betalen op de dag waarop het loon moet worden uitbetaald of zou moeten worden uitbetaald indien de werknemer niet arbeidsongeschikt zou zijn. De werkgever die op grond van deze verplichting de uitkering uitbetaalt, heeft, in plaats van de werknemer, tegenover Onze Minister recht op het desbetreffende ziekengeld en op uitbetaling daarvan door Onze Minister. Indien de werkgever de uitkering niet tijdig uitbetaalt, keert Onze Minister het ziekengeld aan de werknemer uit. 7 Onze Minister is bevoegd om op grond van verdragen, convenanten en andersoortige overeenkomsten met uitvoerders van instellingen van sociale voorzieningen, het ziekengeld van een werknemer te verminderen ter ontneming van een ten onrechte verkregen voordeel van de werknemer op het gebied van sociale voorzieningen. 8 Onze Minister is eveneens bevoegd om het ziekengeld van een werknemer te verminderen ter ontneming van een ten onrechte verkregen voordeel van de werknemer op het gebied van de door Onze Minister uitbetaalde socialeverzekeringsuitkeringen. 9 De in het zevende en achtste lid bedoelde vermindering kan ineens geschieden indien het ten onrechte genoten voordeel niet groter is dan een derde deel van het door Onze Minister verstrekte ziekengeld. In alle andere gevallen kan de vermindering niet meer bedragen dan een derde deel van het ziekengeld. 2020 496 04-12-2020 25-11-2020 35494 2020 497 04-12-2020 30-11-2020 01-01-2021
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5, zesde lid, tweede zin Onze Minister stelt op aanvraag, mede aan de hand van de geneeskundige beoordeling, vast of recht op ziekengeld bestaat. De werkgever aan wie op grond van, de uitkering wordt verstrekt informeert de werknemer zo spoedig mogelijk over de hiermee gemoeide aanspraak. 2 Een aanvraag wordt ingediend door middel van een door Onze Minister beschikbaar gesteld formulier. 3 Zodra de behandelende geneeskundige vaststelt dat de werknemer: geeft hij van deze bevindingen en zijn daaruit volgende voorschriften schriftelijk kennis aan Onze Minister. a. zich onder geneeskundige behandeling moet stellen; b. zich niet of niet langer onder geneeskundige behandeling behoeft te stellen; c. als bedlegerig patiënt behandeld moet worden; d. niet of niet langer als bedlegerig patiënt behandeld behoeft te worden; e. naar zijn oordeel arbeidsongeschikt is; f. naar zijn oordeel niet of niet langer arbeidsongeschikt is; of 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 223 08-09-2025 03-09-2025 01-01-2026
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a 1 artikel 5, zesde lid, tweede zin De beschikking tot toekenning van de uitkering vermeldt het bedrag dat wordt verstrekt aan de werkgever, bedoeld in, en indien de werkgever zijn verplichting, genoemd in artikel 5, zesde lid, eerste zin, niet naleeft, aan de werknemer. 2 Een beschikking op grond van deze wet wordt gegeven binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag. 3 Deze redelijke termijn is in ieder geval verstreken wanneer Onze Minister binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag geen beschikking heeft gegeven, noch een mededeling als bedoeld in het vierde lid is gedaan. 4 Indien de beschikking niet binnen de termijn van acht weken kan worden gegeven, wordt die termijn met een redelijke termijn verlengd en wordt de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis gesteld. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 223 08-09-2025 03-09-2025 01-01-2026
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De werknemer heeft geen recht op uitkering of verliest dit recht: a. indien de ziekte te wijten is aan zijn opzet of grove schuld dan wel aan het gebruik van alcoholhoudende drank of bedwelmende middelen; b. indien en zolang hij zich niet onder behandeling van de behandelende geneeskundige heeft gesteld; c. indien hij zich schuldig maakt aan gedragingen waardoor zijn genezing wordt belemmerd; d. indien hij niet op de tijden en plaatsen, door Onze Minister aangewezen, de behandelende geneeskundige toestaat hem te onderzoeken of te behandelen dan wel diens voorschriften niet opvolgt of zich daarnaast aan andere geneeskundige behandeling onderwerpt; e. indien hij niet op de tijden en plaatsen, door Onze Minister aangewezen, de controlerende geneeskundige toestaat hem te onderzoeken; f. indien hij de aanwijzingen van de controlerende geneeskundige, ook wanneer deze afwijken van de voorschriften van de behandelende geneeskundige, niet opvolgt; g. indien hij zonder de toestemming van Onze Minister het eiland verlaat waar hem de uitkering wordt verstrekt; h. Wet ongevallenverzekering BES indien en voor zoveel hij, met betrekking tot de ziekte, recht heeft op uitkering op grond van de; i. indien en voor zolang hij een uitreiziger is. 2017 78 09-03-2017 16-01-2017 34577 2017 354 29-09-2017 22-09-2017 01-10-2017
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a In de gevallen dat de beëindiging of het verlies van het recht op uitkering als gevolg van de toepassing van de bepalingen van deze wet tot kennelijke hardheid leidt, is Onze Minister bevoegd, hetzij op verzoek, hetzij ambtshalve deze kennelijke hardheid geheel of gedeeltelijk op te heffen. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 95 14-04-2025 09-04-2025 01-07-2025
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Ter zake van de kosten verbonden aan deze wet is een premie verschuldigd, die gezamenlijk wordt geheven met de zorgverzekeringspremie. 2 hoofdstuk IV van de Wet loonbelasting BES De premie, bedoeld in het eerste lid, wordt geheven met overeenkomstige toepassing van, met dien verstande dat in plaats van «inhoudingsplichtige» telkens gelezen wordt «werkgever». 3 De premie wordt geheven naar een percentage van het loon van de werknemer. 4 Het premiepercentage, bedoeld in het derde lid, wordt met ingang van elk kalenderjaar bij ministeriële regeling in overeenstemming met Onze Minister van Financiën voor de periode van één jaar vastgesteld. 5 Indien het loon met terugwerkende kracht is verhoogd, wordt voor de berekening van de premie met deze verhoging rekening gehouden vanaf het tijdstip dat de verhoging van het loon door de werkgever aan de werknemer is uitbetaald. 6 De premie is verschuldigd door de werkgever. 7 De premie wordt door de inspecteur geheven van de werkgever door middel van afdracht op aangifte. 8 De premie komt ten gunste van het Rijk. 9 artikelen 3, eerste lid 5, eerste lid Ten laste van het Rijk komen de door Onze Minister verstrekte uitkeringen, bedoeld in de, en, en alle kosten verbonden aan de uitvoering van deze wet. 2024 436 23-12-2024 18-12-2024 36604 2024 436 23-12-2024 18-12-2024 36604 01-01-2025 2024 437 23-12-2024 18-12-2024 36669
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a artikel 14c artikel 8 hoofdstuk VIII van de Belastingwet BES Voor zover op grond van deze wet niet anders is bepaald en in afwijking vanis ten aanzien van de premieheffing en invordering op grond vanen de invordering daarvanvan overeenkomstige toepassing. 2018 424 22-11-2018 17-10-2018 34977 2018 425 22-11-2018 08-11-2018 01-01-2019
Artikel 8b — Artikel 8b#
Artikel 8b Vervallen 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 8c — Artikel 8c#
Artikel 8c Vervallen 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 8d — Artikel 8d#
Artikel 8d Vervallen 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 8e — Artikel 8e#
Artikel 8e Vervallen 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 8f — Artikel 8f#
Artikel 8f Vervallen 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 8g — Artikel 8g#
Artikel 8g Vervallen 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 8h — Artikel 8h#
Artikel 8h 1 De werkgever, diens vaste vertegenwoordiger, de leider van de vaste inrichting van de werkgever of degene die de leiding heeft van binnen de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba verrichte werkzaamheden is desgevraagd gehouden aan Onze Minister of aan de door deze aangewezen personen en deskundigen inzage te verlenen of afschrift te verstrekken van de boeken, bescheiden en geschriften, welke voor de vaststelling van de premie redelijkerwijs van belang zijn. 2 Degene die inzage van de boeken, bescheiden en geschriften, bedoeld in het eerste lid, is gevraagd, wordt geacht die in zijn bezit te hebben, tenzij het tegendeel aannemelijk is gemaakt. 3 Bij een weigering om te voldoen aan een verplichting als bedoeld in het eerste lid, kan een werkgever, diens vaste vertegenwoordiger, de leider van de vaste inrichting van de werkgever of degene die de leiding heeft van binnen de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba verrichte werkzaamheden, niet met vrucht een beroep doen op de omstandigheid dat hij uit hoofde van zijn stand, zijn beroep of zijn ambt tot geheimhouding verplicht is, zelfs al mocht deze hem bij enig wettelijk voorschrift zijn opgelegd. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 8i — Artikel 8i#
Artikel 8i Het is een ieder verboden hetgeen hem, bij de uitvoering van deze wet of in verband daarmee, over inkomen, opbrengst, uitdelingen, medische gegevens en in het algemeen over de zaken of werkzaamheden van een ander, blijkt of medegedeeld wordt, verder bekend te maken dan nodig is voor de uitvoering van deze wet. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 8j — Artikel 8j#
Artikel 8j Vervallen 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a [vervallen] 2010 603 01-10-2010 27-09-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het
Koninkrijk.
Artikel 10b — Artikel 10b#
Artikel 10b [vervallen] 2010 603 01-10-2010 27-09-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het
Koninkrijk.
Artikel 10c — Artikel 10c#
Artikel 10c [vervallen] 2010 603 01-10-2010 27-09-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het
Koninkrijk.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De termijnen van het ziekengeld, die niet zijn ingevorderd binnen twee jaar na de eerste dag, waarop zij konden worden ingevorderd, worden niet meer uitbetaald. 2 Ieder beding, dat de aansprakelijkheid van de werkgever op grond van deze wet uitsluit of vermindert, is nietig. 3 Het is de werkgever verboden de voor hem uit de bepalingen van deze wet voortvloeiende kosten geheel of gedeeltelijk te verhalen op het loon van de werknemer. 4 De arbeidsgeschikte zieke werknemer, die ten behoeve van geneeskundig onderzoek of behandeling noodzakelijk het verrichten van zijn arbeid onderbreekt, behoudt gedurende die tijd tegenover zijn werkgever recht op loon. 5 De verzekerde, die de uitkering in ontvangst neemt, wordt daardoor niet geacht van het recht op het hem eventueel meer toekomende afstand te hebben gedaan. 6 Indien de werknemer in verband met zijn ziekte, op grond waarvan een uitkering als bedoeld in deze wet is toegekend, tegen de werkgever een rechtsvordering tot schadevergoeding heeft naar burgerlijk recht, wordt die vordering op grond van deze wet niet verloren, doch de rechter houdt bij de vaststelling der schadevergoeding rekening met hetgeen op grond van deze wet aan de werknemer is toegekend. 7 De persoon, die gehouden is tot vergoeding van schade die door de verzekerde is geleden door ziekte, is voor de uitkering aan de verzekerde op grond van deze wet aansprakelijk jegens degene te wiens laste die uitkering komt. 8 De uitkering is onvervreemdbaar, niet vatbaar voor verpanding of belening, evenmin voor executoriaal of conservatoir beslag, noch voor faillissementsbeslag, behalve tot verhaal van het verschuldigde wegens levering van levensbehoeften, verstrekt aan degene tegen wie het beslag gedaan wordt en tot verhaal van onderhoud waartoe degene, die de uitkering geniet, op grond van enig wettelijk voorschrift is gehouden. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Onze Minister is belast met de uitvoering van deze wet, met dien verstande, dat de heffing van de premie geschiedt door de inspecteur en de invordering daarvan door de ontvanger. 2 Eenieder is verplicht ten behoeve van de uitvoering op verzoek aan Onze Minister inlichtingen te verstrekken, desverlangd schriftelijk. De door Onze Minister verlangde inlichtingen moeten binnen een door Onze Minister te stellen termijn worden verstrekt. De werknemer, alsmede de werkgever is verplicht uit eigen beweging aan Onze Minister inlichtingen te verstrekken waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering. Ook is eenieder verplicht de door Onze Minister gegeven aanwijzingen ten behoeve van de uitvoering van deze wet op te volgen. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de verplichtingen, bedoeld in het tweede lid. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 95 14-04-2025 09-04-2025 01-07-2025
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a 1 Onze Minister kan bij ministeriële regeling functionarissen aanwijzen, die zijn belast met het toezicht op deze wet. 2 Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht artikelen 5.18 5.19 is van toepassing, met uitzondering van deen. 3 Titel X van het Derde Boek van het Wetboek van Strafvordering BES artikelen 155, vierde lid 156, tweede lid 157, tweede en derde lid 158, eerste lid, laatste zinsnede 160, eerste lid Op het binnentreden in woningen of in tot woning bestemde gedeelten van vaartuigen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner, isvan overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de,,,, en, en met dien verstande dat de machtiging wordt verleend door de procureur-generaal. 4 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de taakuitoefening van de op grond van het eerste lid aangewezen functionarissen. 2020 496 04-12-2020 25-11-2020 35494 2020 497 04-12-2020 30-11-2020 01-01-2021
Artikel 12b — Artikel 12b#
Artikel 12b 1 artikel 7, eerste lid, onderdelen d of e Onverminderd voorschriften als gesteld op grond van, kunnen bij ministeriële regeling controlevoorschriften worden vastgesteld. Deze voorschriften gaan niet verder dan strikt noodzakelijk is voor een juiste uitvoering van deze wet. 2 De werknemer, alsmede de werkgever is verplicht de voorschriften op te volgen en anderszins aan Onze Minister desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet. 3 De werknemer, alsmede de werkgever onthoudt zich van zeer ernstige misdragingen jegens de met de uitvoering van deze wet belaste personen en instanties tijdens het verrichten van hun werkzaamheden. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 95 14-04-2025 09-04-2025 01-07-2025
Artikel 12c — Artikel 12c#
Artikel 12c 1 Onze Minister kan de betaling opschorten of schorsen, indien op grond van duidelijke aanwijzingen het oordeel is of het gegronde vermoeden bestaat, dat: a. het recht op een uitkering niet of niet meer bestaat; b. het recht op een lagere uitkering bestaat; of c. artikelen 12, tweede lid 12b de werknemer of werkgever een verplichting die op grond van deenis opgelegd, niet is nagekomen. 2 Geen opschorting of schorsing vindt plaats indien het niet nakomen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, redelijkerwijs geen gevolgen kan hebben voor het recht op een uitkering. 3 Voordat Onze Minister overgaat tot opschorting of schorsing van de betaling, heeft de werknemer of werkgever de gelegenheid een zienswijze bekend te maken voor zover: a. de beschikking steunt op gegevens over feiten die de werknemer of werkgever betreffen; en b. die gegevens niet door de werknemer of werkgever zelf zijn verstrekt. 4 Onze Minister doet schriftelijk mededeling van de opschorting of schorsing. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 95 14-04-2025 09-04-2025 01-07-2025
Artikel 12d — Artikel 12d#
Artikel 12d 1 Onze Minister kan een beschikking herzien dan wel intrekken indien: a. artikel 12, tweede lid 12b het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van, ofheeft geleid tot een te hoge of ten onrechte toegekende uitkering; b. ten onrechte een uitkering is toegekend; of c. artikel 12, tweede lid 12b het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van, ofertoe leidt dat niet kan worden vastgesteld of nog recht op een uitkering bestaat. 2 Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan Onze Minister geheel of gedeeltelijk van herziening of intrekking afzien. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 95 14-04-2025 09-04-2025 01-07-2025
Artikel 12e — Artikel 12e#
Artikel 12e 1 Onze Minister is bevoegd een ten onrechte uitbetaalde uitkering terug te vorderen van diegene aan wie de uitkering is betaald, indien: a. het ten onrechte uitbetalen het gevolg is van het niet verstrekken van inlichtingen of het verstrekken van onjuiste inlichtingen; b. artikel 7, eerste lid het ten onrechte uitbetalen het gevolg is van het geheel of gedeeltelijk verlies van het recht op een uitkering op grond van; of c. Onze Minister anderszins foutief of ten onrechte een uitkering heeft uitbetaald. 2 artikel 203 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek BES In afwijking van, kan de werkgever het teruggevorderde bedrag niet verhalen op de werknemer, indien de terugvordering in redelijkheid voor rekening van de werkgever behoort te komen. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 95 14-04-2025 09-04-2025 01-07-2025
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van deze wet. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Alle op grond van deze wet opgemaakte of overgelegde stukken, verzoekschriften en beschikkingen zijn vrij van het recht van zegel en van de formaliteit van registratie. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a 1 artikel 11, derde lid artikelen 5, zesde lid, eerste zin 6, eerste lid, tweede zin 8h, eerste lid 8i 12, tweede lid artikel 13 Op overtreding van, en het niet of niet tijdig nakomen van een van de verplichtingen gesteld bij de,,,,, en krachtenswordt een boete geheven van de tweede categorie. 2 artikel 12, tweede lid Onder het niet voldoen aan de verplichtingen, genoemd in, wordt mede verstaan het verstrekken van onjuiste inlichtingen. 3 Indien er sprake is van herhaling van eenzelfde overtreding binnen twee jaar wordt het maximum van de boetes, genoemd in het eerste lid, verdubbeld. 4 De boete wordt geheven door middel van een beschikking van Onze Minister. 2011 618 20-12-2011 01-12-2011 33015 2011 619 20-12-2011 12-12-2011 01-01-2012
Artikel 14b — Artikel 14b#
Artikel 14b 1 De bekendmaking van een beschikking geschiedt door toezending of uitreiking aan de rechthebbende. 2 Indien de bekendmaking van de beschikking niet kan geschieden op de wijze als voorzien in het eerste lid, geschiedt zij op een andere geschikte wijze. 3 De beschikking vermeldt de dagtekening van de beslissing, de gronden waarop deze berust, alsmede waar beroep kan worden ingesteld. 2018 424 22-11-2018 17-10-2018 34977 2018 425 22-11-2018 08-11-2018 01-01-2019
Artikel 14c — Artikel 14c#
Artikel 14c 1 artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet administratieve rechtspraak BES De belanghebbende kan tegen een beschikking op grond van deze wet beroep instellen bij het Gerecht, bedoeld in. 2 artikel 7, aanhef en onderdeel i artikel 23, eerste lid, laatste zin, van de Wet administratieve rechtspraak BES Bij een beroep tegen een beschikking op grond van, isniet van toepassing. 3 artikel 7, aanhef en onderdeel i artikel 24, eerste en tweede lid, van de Wet administratieve rechtspraak BES Bij een bestuurlijke heroverweging van een beschikking op grond van, isvan overeenkomstige toepassing. 4 artikel 7, aanhef en onderdeel i artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet administratieve rechtspraak BES artikel 23 van de Wet administratieve rechtspraak BES Met betrekking tot een beschikking op grond van, kan het Gerecht, bedoeld in, indien het bestuursorgaan niet voldoet aan de verplichting, bedoeld in, daaruit de gevolgtrekking maken die hem geraden voorkomt. 2018 424 22-11-2018 17-10-2018 34977 2018 425 22-11-2018 08-11-2018 01-01-2019
Artikel 14d — Artikel 14d#
Artikel 14d Afdeling 3.3 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 3:5, eerste lid artikelen 3:6, tweede lid 3:8 3:9 is van toepassing met dien verstande dat in, in plaats van «besluiten» wordt gelezen «beschikkingen» en in de,enin plaats van «het besluit» wordt gelezen «de beschikking». 2019 483 17-12-2019 11-12-2019 35275 2019 484 17-12-2019 11-12-2019 01-01-2020
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 11, derde lid artikelen 5, zesde lid, eerste zin 6, eerste lid, tweede zin 8h, eerste lid 8i 12, tweede lid artikel 13 Overtreding van, en het niet of niet tijdig nakomen van een van de verplichtingen gesteld bij de,,,,, en op grond vanwordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de derde categorie. 2 artikel 12, tweede lid Het opzettelijk, mondeling of schriftelijk verstrekken of doen verstrekken van inlichtingen als bedoeld in, die onjuist zijn alsmede het afleggen van een valse verklaring aan Onze Minister, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of een geldboete van de derde categorie. 3 Het opzettelijk door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging of misleiding bewegen van een werknemer om geen gebruik te maken van een hem op grond van deze wet toekomend recht wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie 4 De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen en de in het tweede en derde lid strafbaar gestelde feiten misdrijven. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 830 24-12-2010 16-12-2010 32428 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 15a — Artikel 15a#
Artikel 15a Een administratieve boete vervalt, indien degene aan wie de administratieve boete is opgelegd, wegens het feit op grond waarvan boete is verschuldigd, onherroepelijk is veroordeeld, is vrijgesproken of is ontslagen van rechtsvervolging. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 15b — Artikel 15b#
Artikel 15b 1 artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering Met de opsporing van bij deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, naast de inbedoelde ambtenaren, belast de door Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze Minister, aangewezen ambtenaren. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de functievervulling van de op grond van het eerste lid aangestelde functionarissen. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 830 24-12-2010 16-12-2010 32428 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 15c — Artikel 15c#
Artikel 15c 1 artikel 12d artikel VIII, onderdeel Id Een herziening of intrekking van een beschikking op grond van, vindt uitsluitend plaats indien de herziening of intrekking ziet op een periode op of na de dag van inwerkingtreding van. 2 artikel 12e artikel VIII, onderdeel Id Een terugvordering van een ten onrechte uitbetaalde uitkering op grond van, vindt uitsluitend plaats indien de terugvordering ziet op een periode op of na de dag van inwerkingtreding van. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 95 14-04-2025 09-04-2025 01-07-2025
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Deze wet wordt aangehaald als: Wet ziekteverzekering BES. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 831 24-12-2010 16-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.