Wet voortgezet onderwijs BES
- BWB-id
- BWBR0030284
- Type
- wet-BES
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2022-03-23 t/m 2022-07-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0030284
- ELI
- /eli/nl/wet-bes/2011/wet-voortgezet-onderwijs-bes
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet-bes/2011/wet-voortgezet-onderwijs-bes/2022-03-23
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0030284&g=2022-03-23
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0030284&z=2026-06-06&g=2022-03-23
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0030284/2022-03-23
Absolute ELI: /eli/nl/wet-bes/2011/wet-voortgezet-onderwijs-bes
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen Deze wet verstaat onder: assistentopleiding artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES : assistentopleiding als bedoeld in; basisberoepsopleiding artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES : basisberoepsopleiding als bedoeld in; basisregister onderwijs artikel 24b van de Wet op het onderwijstoezicht : basisregister onderwijs als bedoeld in; belangstellingsmeting artikel 124a : de belangstellingsmeting, bedoeld in; beroepsopleiding artikel 7.1.2, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES : opleiding als bedoeld in; beroepspraktijkvorming: artikel 7.2.7, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES beroepspraktijkvorming als bedoeld in; bevoegd gezag : voor wat betreft: bijzondere school artikel 98 : een door een natuurlijke persoon of door een privaatrechtelijke rechtspersoon, niet zijnde een stichting als bedoeld in, in stand gehouden school; College voor toetsen en examens artikel 2, eerste lid, van de Wet College voor toetsen en examens : College voor toetsen en examens als bedoeld in; contractactiviteiten artikel 43, tweede lid : activiteiten als bedoeld in; deelnemers Wet educatie en beroepsonderwijs BES : deelnemers als bedoeld in de; expertisecentrum onderwijszorg artikel 69, eerste lid : de rechtspersoon, bedoeld in; ho-student artikel 1.1, onderdeel b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek : degene die hoger onderwijs volgt, als bedoeld in; inspectie Wet op het onderwijstoezicht : de inspectie, bedoeld in de, voor zover het voortgezet onderwijs betreft; instelling voor beroepsonderwijs artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES artikel 1.2.1, tweede lid, van die wet : instelling als bedoeld in, waaraan beroepsonderwijs als bedoeld inwordt verzorgd; kerndoelen artikel 34 artikel 35 : de op grond vanvastgestelde na te streven inhoudelijke doelstellingen voor het onderwijsprogramma voor de eerste twee leerjaren, bedoeld in, gericht op het verwerven door leerlingen van kennis, inzicht en vaardigheden; kwalificatie artikel 7.1.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES : de kwalificatie, bedoeld in; mbo-student artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES : student als bedoeld in; middenkaderopleiding artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel d, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES : middenkaderopleiding als bedoeld in; Onze Minister : Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; openbaar lichaam : openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba; openbare rechtspersoon artikel 97 : een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld als bedoeld in; openbare school : opleidingsdomein artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES : opleidingsdomein als bedoeld in; ouders : ouders, voogden of verzorgers; personeel : persoonsgebonden nummer BES artikel 65, vierde lid : het administratienummer van de leerling, dan wel het door Onze Minister uitgegeven onderwijsnummer, bedoeld in; Raad onderwijs arbeidsmarkt artikel 1.5.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES : de Raad onderwijs arbeidsmarkt, bedoeld in; Rijksvertegenwoordiger : Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; scholengemeenschap : een gemeenschap van twee of meer scholen voor voortgezet onderwijs; school : een school voor voortgezet onderwijs, tenzij het tegendeel blijkt; vakopleiding artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel c, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES : vakopleiding als bedoeld in; vavo-student artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES : vavo-student als bedoeld in; voortgezet onderwijs artikel 2 : het voortgezet onderwijs, bedoeld in. a. een openbare school: 1°. het bestuurscollege van het betreffende openbaar lichaam, voor zover de raad niet anders bepaalt, en, indien de raad dit besluit, met inachtneming van door hem te stellen regelen; 2°. artikel 97 de openbare rechtspersoon, bedoeld in; dan wel 3°. artikel 98 artikel 109 de stichting, bedoeld inof; b. artikel 105, eerste lid een bijzondere school: de rechtspersoon, bedoeld in; a. een school in stand gehouden door een openbaar lichaam, al dan niet te zamen met een of meer privaatrechtelijke rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid; b. artikel 97 een door een openbare rechtspersoon als bedoeld inin stand gehouden school; c. artikel 98 artikel 109 een door een stichting als bedoeld inofin stand gehouden school; a. artikel 56, derde lid de benoemde rector, directeur, conrector, adjunct-directeur of leraar, en overig personeel benoemd in een andere functie dan het geven van onderwijs, waaronder begrepen de leden van het bestuur van die scholen die zijn benoemd door een raad van toezicht als bedoeld in, voor zover die leden mede zijn benoemd op basis van een arbeidsovereenkomst of een schriftelijke aanstelling; b. artikelen 90 tot en met 93 167 het onder a bedoelde personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld, tenzij het betreft de toepassing van deen, voor zover niet anders is bepaald, en de toepassing van daarmee verband houdende wettelijke bepalingen; 2020 235 08-07-2020 01-07-2020 35102 2020 469 24-11-2020 12-11-2020 01-01-2021
Artikel 2 — Artikel 2 Voortgezet onderwijs#
Artikel 2 Voortgezet onderwijs 1 Wet educatie en beroepsonderwijs BES Het voortgezet onderwijs, bedoeld in deze wet, omvat het onderwijs dat wordt gegeven na het basisonderwijs. Het omvat niet educatie en beroepsonderwijs als bedoeld in deen het hoger onderwijs. 2 Het onderwijs wordt zodanig ingericht dat de leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen. Het wordt afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen. 2016 179 20-05-2016 08-04-2016 33862 2016 179 20-05-2016 08-04-2016 33862 01-07-2017
Artikel 3 — Artikel 3 Bevoegdheid schoolonderwijs#
Artikel 3 Bevoegdheid schoolonderwijs Voortgezet onderwijs mag slechts worden gegeven door degene die daartoe ingevolge deze wet bevoegd is. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 4 — Artikel 4 Verplichting tot overleg en aangifte inzake zedenmisdrijven#
Artikel 4 Verplichting tot overleg en aangifte inzake zedenmisdrijven 1 Tweede Boek, Titel XIV, van het Wetboek van Strafrecht BES artikel 6 van de Wet op het onderwijstoezicht Indien het bevoegd gezag op enigerlei wijze bekend is geworden dat een ten behoeve van zijn school met taken belast persoon zich mogelijk schuldig maakt of heeft gemaakt aan een misdrijf tegen de zeden als bedoeld in hetjegens een minderjarige leerling van de school, treedt het bevoegd gezag onverwijld in overleg met de vertrouwensinspecteur, bedoeld in. 2 artikel 1 artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES Indien uit het overleg, bedoeld in het eerste lid, moet worden geconcludeerd dat er sprake is van een redelijk vermoeden dat de desbetreffende persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een misdrijf als bedoeld in het eerste lid jegens een minderjarige leerling van de school, doet het bevoegd gezag onverwijld aangifte bij een opsporingsambtenaar als bedoeld injuncto, en stelt het bevoegd gezag de vertrouwensinspecteur daarvan onverwijld in kennis. Voordat het bevoegd gezag overgaat tot het doen van aangifte, stelt het de ouders van de betrokken leerling, onderscheidenlijk de betreffende ten behoeve van de school met taken belaste persoon, hiervan op de hoogte. 3 Indien een personeelslid op enigerlei wijze bekend is geworden dat een ten behoeve van de school met taken belast persoon zich mogelijk schuldig maakt of heeft gemaakt aan een misdrijf als bedoeld in het eerste lid jegens een minderjarige leerling van de school, stelt het personeelslid het bevoegd gezag daarvan onverwijld in kennis. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 4a — Artikel 4a Zorgplicht veiligheid op school#
Artikel 4a Zorgplicht veiligheid op school 1 Het bevoegd gezag draagt zorg voor de veiligheid op school, waarbij het bevoegd gezag in ieder geval: a. beleid met betrekking tot de veiligheid voert, b. de veiligheid van leerlingen op school monitort met een instrument dat een representatief en actueel beeld geeft, en c. er zorg voor draagt dat bij een persoon ten minste de volgende taken zijn belegd: 1°. het coördineren van het beleid in het kader van het tegengaan van pesten, en 2°. het fungeren als aanspreekpunt in het kader van pesten. 2 Onder veiligheid, bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan de sociale, psychische en fysieke veiligheid van leerlingen. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het instrument, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, dat door de school wordt vormgegeven of gekozen, waaronder: a. de aandachtsgebieden die het instrument inzichtelijk maakt, b. de representativiteit van het instrument, en c. de frequentie waarmee het instrument wordt ingezet. 2015 238 24-06-2015 04-06-2015 34130 2017 296 07-07-2017 27-06-2017 01-01-2018 2017 399 27-10-2017 12-10-2017 2016 179 20-05-2016 08-04-2016 33862 2017 296 07-07-2017 27-06-2017 01-01-2018 2017 399 27-10-2017 12-10-2017 De wijziging is in werking getreden op 1 juli 2017 (Stb.
2016/179).
Artikel 5 — Artikel 5 Kosten van leerlingenvervoer#
Artikel 5 Kosten van leerlingenvervoer 1 Ten behoeve van het schoolbezoek verstrekt het bestuurscollege aan ouders van in het openbaar lichaam verblijvende leerlingen die wegens hun lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet zelfstandig van vervoer gebruik kunnen maken, op aanvraag vergoeding van de door het bestuurscollege noodzakelijk te achten vervoerskosten. Indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, wordt de vergoeding op aanvraag verstrekt aan de leerling. De eilandsraad stelt daartoe een nadere regeling vast, met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden. 2 De regeling maakt geen onderscheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs. 3 De regeling eerbiedigt de op godsdienst of levensbeschouwing van de ouders, dan wel, indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, van de leerling berustende keuze van een school. 4 De regeling voorziet erin dat het vervoer kan plaatsvinden op een wijze die voor de leerling passend is. De regeling bepaalt op welke wijze het bestuurscollege ter zake advies van deskundigen inwint. 5 De regeling bepaalt dat de kosten worden vergoed van vervoer over de afstand tussen de woning van de leerling en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, met inachtneming van de keuze van de ouders, dan wel, indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, van de leerling, tenzij vervoer met betrekking tot een verder weg gelegen school voor het openbaar lichaam minder kosten met zich zou brengen en de ouders onderscheidenlijk de leerling met het vervoer naar die school instemmen. 6 De regeling kan bepalen dat het openbaar lichaam, in plaats van vergoeding in geld te geven, het vervoer verzorgt of doet verzorgen. 7 De regeling kan bepalen dat het bestuurscollege in bijzondere gevallen de bevoegdheid heeft ten gunste van de ouders, dan wel, indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, ten gunste van de leerling van de inhoud van de regeling af te wijken. 2017 80 09-03-2017 22-02-2017 34607 2017 166 20-04-2017 29-03-2017 01-07-2017
Artikel 6 — Artikel 6 Vormen van voortgezet onderwijs#
Artikel 6 Vormen van voortgezet onderwijs Het voortgezet onderwijs wordt onderscheiden in: a. voorbereidend wetenschappelijk onderwijs; b. hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs; c. voorbereidend beroepsonderwijs; d. praktijkonderwijs; e. andere vormen van voortgezet onderwijs. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 01-01-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 7 — Artikel 7 Openbaar en uit de openbare kas bekostigd bijzonder schoolonderwijs#
Artikel 7 Openbaar en uit de openbare kas bekostigd bijzonder schoolonderwijs hoofdstukken I II III De bepalingen van deenvan deze afdeling regelen het openbaar schoolonderwijs; de bepalingen van de hoofdstukken I enzijn voorwaarden voor bekostiging van het bijzonder schoolonderwijs. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 01-01-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 8 — Artikel 8 Taal#
Artikel 8 Taal Het onderwijs wordt gegeven en de examens worden afgenomen in het Nederlands. In afwijking van de eerste volzin kan een andere taal worden gebezigd: a. wanneer het onderwijs met betrekking tot die taal betreft, b. artikel 31 wanneer het praktijkonderwijs als bedoeld inbetreft, of c. indien de specifieke aard, de inrichting of de kwaliteit van het onderwijs dan wel de herkomst van de leerlingen daartoe noodzaakt, overeenkomstig een door het bevoegd gezag vastgestelde gedragscode. De gedragscode wordt toegezonden aan de inspectie. 2020 234 08-07-2020 01-07-2020 35252 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 9 — Artikel 9 Onderwijs#
Artikel 9 Onderwijs Het onderwijs wordt zodanig ingericht dat leerlingen die in verband met ziekte thuis verblijven dan wel zijn opgenomen in een ziekenhuis, op adequate wijze voldoende onderwijs kunnen genieten. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 10 — Artikel 10 Bestrijding (taal)achterstand#
Artikel 10 Bestrijding (taal)achterstand 1 Scholen dragen zorg voor een optimale aansluiting van leerlingen met een moedertaal die niet overeenkomt met de op de school gehanteerde instructietaal. 2 Het onderwijs wordt zodanig ingericht dat daarbij op structurele en herkenbare wijze aandacht wordt besteed aan het bestrijden van achterstanden in het bijzonder in de beheersing van de Nederlandse taal. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 11 — Artikel 11 Onderwijs in lichamelijke opvoeding#
Artikel 11 Onderwijs in lichamelijke opvoeding Onderwijs in lichamelijke opvoeding, bestaande uit praktische bewegingsactiviteiten, wordt gespreid verzorgd over alle leerjaren van het voortgezet onderwijs. Dit onderwijs vindt plaats gespreid over de schoolweken, en in zodanige substantiële omvang en schooltijd dat wordt voldaan aan de eisen op het gebied van kwaliteit, intensiteit en variëteit van de bewegingsactiviteiten neergelegd in kerndoelen en examenprogramma’s. In afwijking van de tweede volzin geldt voor het laatste leerjaar het voorschrift, dat het onderwijs in het eindexamenvak lichamelijke opvoeding niet eerder mag worden afgesloten dan in de maand december. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 12 — Artikel 12 Beschikbaarstelling lesmateriaal aan leerlingen#
Artikel 12 Beschikbaarstelling lesmateriaal aan leerlingen 1 Het bevoegd gezag stelt elk leerjaar om niet aan een leerling lesmateriaal ter beschikking. 2 Onder lesmateriaal wordt verstaan: lesmateriaal dat naar vorm en inhoud is gericht op informatieoverdracht in onderwijsleersituaties en waarvan het gebruik binnen het onderwijsaanbod door het bevoegd gezag specifiek voor het desbetreffende leerjaar is voorgeschreven. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 12a — Artikel 12a Onderwijstijd#
Artikel 12a Onderwijstijd 1 artikel 13 Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs aan scholen als bedoeld in, omvat ten minste 5.700 klokuren. 2 Hoger algemeen voortgezet onderwijs: a. artikel 14, onderdeel a aan scholen als bedoeld in, omvat ten minste 4.700 klokuren; b. artikel 14, onderdeel b aan afdelingen als bedoeld in, omvat ten minste 1.700 klokuren. 3 artikel 15 Middelbaar algemeen voortgezet onderwijs aan scholen als bedoeld in, omvat ten minste 3.700 klokuren. 4 artikel 17 Voorbereidend beroepsonderwijs aan scholen als bedoeld in, omvat ten minste 3.700 klokuren. 5 artikel 27a, tweede lid of 27l, tweede lid Het bevoegd gezag kan de uren, bedoeld in het derde of vierde lid, invullen met activiteiten die worden verzorgd in het onderwijsprogramma als bedoeld in,, voor zover het leerlingen betreft die een doorlopende leerroute vmbo-mbo of een geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding volgen. 6 artikelen 16, tweede lid 18, tweede lid 29, tweede lid 35, eerste lid 38, vijfde lid, tweede volzin Het bevoegd gezag vult de uren in met activiteiten die worden verzorgd in een onderwijsprogramma als bedoeld in de,,,en. 6 Het bevoegd gezag beschikt over geordende gegevens over die invulling en over de spreiding van de uren over de verschillende leerjaren. 2020 157 05-06-2020 20-05-2020 35336 2020 208 26-06-2020 17-06-2020 01-08-2020 Abusievelijk voegt het Staatsblad een tweede lid 6 toe.
Artikel 12b — Artikel 12b Onderwijsdagen#
Artikel 12b Onderwijsdagen 1 In elk schooljaar wordt op ten minste 189 dagen onderwijs verzorgd. 2 In afwijking van het in het eerste lid genoemde aantal dagen behoeft in het laatste leerjaar geen onderwijs te worden verzorgd vanaf de aanvang van het eerste tijdvak waarin het centraal eindexamen wordt afgenomen. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gesteld omtrent vakanties en andere dagen waarop geen onderwijs behoeft te worden verzorgd. 4 Bij ministeriële regeling kunnen begin en eind van vakanties worden vastgesteld, die niet voor alle scholen gelijk behoeven te zijn. Daarbij kan het aantal dagen, genoemd in het eerste lid, voor een daarbij aan te geven groep scholen, hoger of lager worden vastgesteld indien dit noodzakelijk is in verband met de spreiding van de landelijk vastgestelde vakantie over verschillende delen van Nederland. 2015 148 17-04-2015 11-03-2015 34010 2015 219 18-06-2015 04-06-2015 01-08-2015
Artikel 13 — Artikel 13 Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs#
Artikel 13 Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs 1 Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs is het onderwijs dat is ingericht ter voorbereiding op aansluitend wetenschappelijk onderwijs en dat mede algemene vorming omvat. Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs wordt gegeven aan scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs. Deze worden onderscheiden in gymnasia en athenea, elk met een cursusduur van zes jaren. 2 Aan de gymnasia wordt in elk geval onderwijs verzorgd in Latijnse taal en cultuur en Griekse taal en cultuur. 2015 284 14-07-2015 24-06-2015 34146 2015 291 14-07-2015 03-07-2015 15-07-2015 01-08-2014
Artikel 14 — Artikel 14 Hoger algemeen voortgezet onderwijs#
Artikel 14 Hoger algemeen voortgezet onderwijs Hoger algemeen voortgezet onderwijs is het onderwijs dat is ingericht ter voorbereiding op aansluitend hoger beroepsonderwijs en dat mede algemene vorming omvat. Het hoger algemeen voortgezet onderwijs wordt gegeven: a. aan scholen met een cursusduur van vijf jaren; b. aan afdelingen van scholen voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs. Deze hebben een cursusduur van twee jaren en vangen aan na vier jaren middelbaar algemeen voortgezet onderwijs. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 15 — Artikel 15 Middelbaar algemeen voortgezet onderwijs#
Artikel 15 Middelbaar algemeen voortgezet onderwijs Middelbaar algemeen voortgezet onderwijs is het onderwijs dat is ingericht ter voorbereiding op aansluitend beroepsonderwijs dan wel op hoger algemeen voortgezet onderwijs, en dat mede algemene vorming omvat. Het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs wordt gegeven aan scholen met een cursusduur van vier jaren. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 16 — Artikel 16 Theoretische leerweg en profielen mavo#
Artikel 16 Theoretische leerweg en profielen mavo 1 Aan scholen voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs wordt onderwijs in de theoretische leerweg gegeven. 2 Het onderwijs aan scholen voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs is met ingang van het derde leerjaar ingericht volgens profielen. Een profiel is een in schooltijd verzorgd samenhangend onderwijsprogramma, zodanig ingericht dat het biedt: a. een algemene maatschappelijke voorbereiding en persoonlijke vorming, b. een voorbereiding op naar inhoud verwante opleidingen in het aansluitend beroepsonderwijs, en c. een voorbereiding op het hoger algemeen voortgezet onderwijs. 3 De school verzorgt een of meer profielen. De profielen zijn: a. techniek, b. zorg en welzijn, c. economie, en d. groen. 4 Elk profiel bestaat uit: a. een gemeenschappelijk deel, dat voor alle profielen gelijk is, b. een profieldeel, dat kenmerkend is voor dat profiel, en c. een vrij deel, dat bestaat uit door de leerling te kiezen vakken en andere programma-onderdelen. 5 Het gemeenschappelijk deel van elk profiel in de theoretische leerweg omvat Nederlandse taal, Engelse taal, maatschappijleer, lichamelijke opvoeding en ten minste één van de vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans of drama. 6 Het profieldeel van de theoretische leerweg omvat wat betreft: a. het profiel techniek: wiskunde en natuur- en scheikunde I, b. het profiel zorg en welzijn: biologie en, ter keuze van de leerling, wiskunde, maatschappijkunde, geschiedenis en staatsinrichting, of aardrijkskunde, met dien verstande dat het bevoegd gezag beslist welke van de laatste drie vakken wordt of worden aangeboden, c. het profiel economie: economie en, ter keuze van de leerling, wiskunde, Spaanse taal of Franse taal, d. het profiel groen: wiskunde en, ter keuze van de leerling, biologie of natuur- en scheikunde I. 7 Het vrije deel van de theoretische leerweg: a. omvat door de leerling te kiezen vakken, genoemd in het zesde lid, b. kan omvatten natuur- en scheikunde II, Papiaments, Duitse taal, vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans, drama, lichamelijke opvoeding 2 en informatietechnologie, door de leerling te kiezen, en c. kan omvatten door het bevoegd gezag vast te stellen vakken en programmaonderdelen. 7a artikel 29 Het bevoegd gezag stelt de leerling in de gelegenheid om, indien de leerling dat wenst, naast het onderwijsprogramma, bestaande uit de in het vierde lid bedoelde delen, beroepsgerichte keuzevakken als bedoeld inte volgen. Het achtste en tiende lid van artikel 29 zijn van overeenkomstige toepassing. 8 Het bevoegd gezag beslist welke keuzetaal, genoemd in het zesde lid, onderdeel c, en welke vakken, genoemd in het zevende lid, onderdeel b, worden aangeboden. Het bevoegd gezag kan tevens beslissen dat door het bevoegd gezag aan te wijzen vakken en andere programmaonderdelen, bedoeld in het zevende lid, onderdeel c, door alle leerlingen in het vrije deel moeten worden gevolgd. 9 artikelen 39 40 Het bevoegd gezag kan de leerling in de gelegenheid stellen, in plaats van de vakken, genoemd in het vijfde, zesde en zevende lid, onderdeel b, de overeenkomstige vakken, genoemd in dan wel aangewezen op grond van deente volgen. 10 Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften vastgesteld over de mogelijkheid van vrijstelling en de bevoegdheid van het bevoegd gezag om ontheffing te verlenen van onderdelen van dit artikel. Onverminderd het zesde en zevende lid, kan bij algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld het door alle leerlingen in het derde leerjaar te volgen minimum aantal vakken waarin eindexamen kan worden afgelegd, alsmede welke vakken het betreft. 2020 235 08-07-2020 01-07-2020 35102 2020 469 24-11-2020 12-11-2020 01-01-2021
Artikel 17 — Artikel 17 Voorbereidend beroepsonderwijs#
Artikel 17 Voorbereidend beroepsonderwijs artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b, c en d, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES Voorbereidend beroepsonderwijs is het onderwijs dat is ingericht ter voorbereiding op aansluitend beroepsonderwijs, bedoeld inen dat mede algemene vorming omvat. Het voorbereidend beroepsonderwijs wordt gegeven aan scholen met een cursusduur van vier jaren. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 18 — Artikel 18 Beroepsgerichte leerwegen en profielen vbo#
Artikel 18 Beroepsgerichte leerwegen en profielen vbo 1 Aan scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs wordt, in elk profiel als bedoeld in het derde lid, onderwijs in de basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg gegeven. 2 Het onderwijs aan scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs is met ingang van het derde leerjaar ingericht volgens profielen. Een profiel is een in schooltijd verzorgd samenhangend onderwijsprogramma, zodanig ingericht dat het biedt: a. een algemene maatschappelijke voorbereiding en persoonlijke vorming, en b. een voorbereiding op naar inhoud verwante opleidingen in het aansluitend beroepsonderwijs. 3 De school verzorgt één of meer profielen. De profielen zijn: a. bouwen, wonen en interieur, b. produceren, installeren en energie, c. mobiliteit en transport, d. media, vormgeving en ICT, e. maritiem en techniek, f. zorg en welzijn, g. economie en ondernemen, h. horeca, bakkerij en recreatie, i. groen, j. dienstverlening en producten. 4 Elk profiel bestaat uit: a. een gemeenschappelijk deel, dat voor alle profielen gelijk is, b. een profieldeel, dat kenmerkend is voor dat profiel, en c. een vrij deel, dat bestaat uit door de leerling te kiezen vakken en andere programma-onderdelen. 5 Het gemeenschappelijk deel van elk profiel in de beroepsgerichte leerwegen omvat Nederlandse taal, Engelse taal, maatschappijleer, lichamelijke opvoeding en ten minste één van de vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans of drama. 6 Het profieldeel van de beroepsgerichte leerwegen omvat het bij het betreffende profiel behorend profielvak en, wat betreft: a. de profielen, genoemd in het derde lid, onderdelen a tot en met e: wiskunde en natuur- en scheikunde I, b. het profiel, genoemd in het derde lid, onderdeel f: biologie en, ter keuze van de leerling, wiskunde, maatschappijkunde, geschiedenis en staatsinrichting, of aardrijkskunde, met dien verstande dat het bevoegd gezag beslist welke van de laatste drie vakken wordt of worden aangeboden, c. de profielen, genoemd in het derde lid, onderdelen g en h: economie en, ter keuze van de leerling, wiskunde, Spaanse taal of Franse taal, d. het profiel genoemd in het derde lid, onderdeel i: wiskunde en, ter keuze van de leerling, biologie of natuur- en scheikunde I, e. het profiel genoemd in het derde lid, onderdeel j: ter keuze van de leerling twee van de vakken wiskunde, economie, biologie en natuur- en scheikunde I. 7 Het vrije deel van elk profiel in de beroepsgerichte leerwegen: a. omvat door de leerling te kiezen beroepsgerichte keuzevakken, b. kan omvatten door het bevoegd gezag vast te stellen vakken en programma-onderdelen. 8 Het bevoegd gezag beslist welke keuzetaal, genoemd in het zesde lid, onderdeel c, en welke beroepsgerichte keuzevakken, bedoeld in het zevende lid, onderdeel a, worden aangeboden. Het bevoegd gezag kan tevens beslissen dat door het bevoegd gezag aan te wijzen vakken en andere programma-onderdelen, bedoeld in het zevende lid, onderdeel b, door alle leerlingen in het vrije deel moeten worden gevolgd. 9 Het bevoegd gezag kan de leerling in de gelegenheid stellen: a. artikelen 16 29 artikelen 39 40 in plaats van de vakken van de basisberoepsgerichte leerweg, genoemd in het vijfde en zesde lid, en de vakken die in de plaats komen van een tweede moderne vreemde taal, de overeenkomstige vakken van de kaderberoepsgerichte leerweg of de overeenkomstige vakken, genoemd in deenof de overeenkomstige vakken, genoemd in dan wel aangewezen op grond van deente volgen, b. artikelen 16 29 artikelen 39 40 in plaats van de vakken van de kaderberoepsgerichte leerweg, genoemd in het vijfde en zesde lid, en de vakken die in de plaats komen van een tweede moderne vreemde taal, de overeenkomstige vakken, genoemd in deenof de overeenkomstige vakken, genoemd in dan wel aangewezen op grond van deente volgen, c. in plaats van de vakken van de basisberoepsgerichte leerweg, genoemd in het zevende lid, onderdeel a, de overeenkomstige vakken van de kaderberoepsgerichte leerweg te volgen, d. een of meer bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen extra vakken te volgen. 10 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld: a. de profielvakken, bedoeld in het zesde lid, b. voorschriften met betrekking tot de beroepsgerichte keuzevakken, bedoeld in het zevende lid, onderdeel a, en c. voorschriften over de mogelijkheid van vrijstelling en de bevoegdheid van het bevoegd gezag om ontheffing te verlenen van onderdelen van dit artikel. 11 Onverminderd het zesde en zevende lid, kan bij algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld het door alle leerlingen in het derde leerjaar te volgen minimum aantal vakken waarin eindexamen kan worden afgelegd, alsmede welke vakken het betreft. 2016 88 03-03-2016 10-02-2016 34184 2016 88 03-03-2016 10-02-2016 34184 01-08-2016
Artikel 19 — Artikel 19 Leer-werktraject in basisberoepsgerichte leerweg#
Artikel 19 Leer-werktraject in basisberoepsgerichte leerweg 1 artikel 7.2.2, eerste lid, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES Het bevoegd gezag kan de basisberoepsgerichte leerweg mede inrichten als leer-werktraject. Een leer-werktraject is een leerroute binnen de basisberoepsgerichte leerweg met een buitenschools praktijkgedeelte dat ten minste 640 klokuren, verzorgd in 80 dagen, en ten hoogste 1 280 klokuren, verzorgd in 160 dagen, omvat van de gezamenlijke onderwijstijd van het derde en vierde leerjaar en welk traject specifiek is gericht op het behalen van een startkwalificatie op het niveau van de basisberoepsopleiding, bedoeld in. Elke schoolweek in het derde en vierde leerjaar omvat ten minste binnenschools onderricht. 2 Een leer-werktraject omvat in elk geval: a. Nederlandse taal, en b. een beroepsgericht programma. 3 Het bevoegd gezag kan, na overleg met de leerling of diens wettelijk vertegenwoordiger, beslissen dat het leer-werktraject voor die leerling eveneens een of meer andere vakken van de basisberoepsgerichte leerweg omvat. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 20 — Artikel 20 Inrichting buitenschools praktijkgedeelte#
Artikel 20 Inrichting buitenschools praktijkgedeelte Het bevoegd gezag stelt bij de inrichting van het leer-werktraject in elk geval vast: a. de organisatie van de leerlingbegeleiding vanwege het bevoegd gezag zowel binnen de school als bij het bedrijf dat of de organisatie die het buitenschoolse praktijkgedeelte verzorgt, alsmede b. de invulling van het buitenschoolse praktijkgedeelte en waarborgt daarbij dat niet uitsluitend eenzijdige productiearbeid wordt verricht. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 21 — Artikel 21 Leer-werkovereenkomst#
Artikel 21 Leer-werkovereenkomst 1 Wet educatie en beroepsonderwijs BES Het buitenschoolse praktijkgedeelte wordt verzorgd door een bedrijf of organisatie, op grondslag van een leer-werkovereenkomst, gesloten door het bevoegd gezag, de betrokken leerling of diens wettelijk vertegenwoordiger, dat bedrijf of die organisatie, en de Raad onderwijs arbeidsmarkt, geregeld in de, dat daarmee verklaart: a. artikel 24 dat het een bedrijf of organisatie betreft dat respectievelijk die voldoet aan de kwaliteitscriteria, genoemd in, en b. voor zover van toepassing, dat de gronden voor dat kwaliteitsoordeel nog steeds aanwezig zijn. 2 De leer-werkovereenkomst regelt de rechten en plichten van partijen en omvat ten minste bepalingen over: a. inhoud, leerdoelen, duur, periode van en beoordelingsmaatstaven voor het buitenschoolse praktijkgedeelte, b. de begeleiding van de leerling, en c. de gevallen waarin en de wijze waarop de overeenkomst voortijdig kan worden ontbonden. 3 Boek 7A, artikel 1613c, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek BES artikel 21 In afwijking van, is in geval van strijd als bedoeld in dat artikel,van toepassing. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 22 — Artikel 22 Beoordeling kwaliteit leerbedrijven#
Artikel 22 Beoordeling kwaliteit leerbedrijven 1 Het bedrijf dat of de organisatie die het buitenschoolse gedeelte verzorgt, draagt zorg voor de begeleiding van de leerlingen binnen het bedrijf respectievelijk de organisatie. 2 artikel 24 De Raad onderwijs arbeidsmarkt draagt zorg voor een regelmatige beoordeling van bedrijven en organisaties die het buitenschoolse praktijkgedeelte verzorgen, aan de hand van de eisen in. Hij draagt zorg voor openbaarmaking van een overzicht van bedrijven en organisaties met een gunstige beoordeling op grond van de eerste volzin. Tot het verzorgen van het buitenschoolse praktijkgedeelte zijn uitsluitend bevoegd de bedrijven en organisaties met een gunstige beoordeling op grond van die volzin. 3 Indien het bevoegd gezag na het sluiten van de leer-werkovereenkomst vaststelt dat de praktijkplaats niet of niet volledig beschikbaar is, de begeleiding tekortschiet of ontbreekt, of sprake is van andere omstandigheden die maken dat het buitenschoolse praktijkgedeelte niet naar behoren zal kunnen worden verzorgd, bevordert het bevoegd gezag, na overleg met de Raad onderwijs arbeidsmarkt, dat een toereikende vervangende voorziening beschikbaar wordt gesteld. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 23 — Artikel 23 Subsidie Raad onderwijs arbeidsmarkt voor taken leer-werktrajecten#
Artikel 23 Subsidie Raad onderwijs arbeidsmarkt voor taken leer-werktrajecten 1 artikel 22 Onze Minister kan aan een Raad onderwijs arbeidsmarkt subsidie verstrekken ten behoeve van zijn ingeregelde taken. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de wijze van subsidiëring. 2 titels 4.1 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht artikelen 4 tot en met 19 van de Wet overige OCW-subsidies Deenen dezijn van toepassing op de subsidie. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 24 — Artikel 24 Kwaliteitseisen leerbedrijven#
Artikel 24 Kwaliteitseisen leerbedrijven 1 Tot het verzorgen van het buitenschoolse praktijkgedeelte zijn uitsluitend bevoegd bedrijven en organisaties ten aanzien waarvan wordt voldaan aan de volgende eisen: a. op de leer-werkplek of combinatie van leer-werkplekken kunnen de door het bevoegd gezag vastgestelde praktijkopdrachten daadwerkelijk worden uitgevoerd; b. elke praktijkopdracht als zodanig kan in één bedrijf of organisatie worden uitgevoerd; c. in het bedrijf of de organisatie is een gekwalificeerde praktijkbegeleider of leermeester aanwezig, die in staat is om kennis, inzicht en vaardigheden van de leerling te beoordelen, alsmede vorderingen daarin, en de leerling zowel werkinhoudelijk als pedagogisch-didactisch te begeleiden; d. het bedrijf of de organisatie is bereid met de in het tweede lid bedoelde mentor of docentbegeleider contact te onderhouden; e. de mogelijkheid om binnen hetzelfde bedrijf of dezelfde organisatie, dezelfde moederorganisatie of dezelfde branche de leerdoelen van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs en de eindtermen van de assistentopleiding of basisberoepsopleiding te behalen, zonder grote overgangsdrempels voor de leerling; f. het bedrijf of de organisatie waarborgt dat een gekwalificeerde praktijkbegeleider of leermeester is gekoppeld aan een leerling, en dat deze leermeester ervoor zorgt dat de leerling voldoende hulp en tijd krijgt om de praktijkopdrachten uit te voeren; g. het productie- of dienstverleningsproces is technisch en organisatorisch voldoende gevarieerd en kan leerlingen goed praktijkmateriaal bieden en hen gedegen opleiden; h. de leer-werkplek past binnen de dagelijkse bedrijfsvoering; i. het bedrijf of de organisatie is bereid de leerling de vereiste praktijkopdrachten uit te laten voeren en het werk en het stageverslag te bespreken en te beoordelen; j. het bedrijf of de organisatie is geschikt voor de betrokken leeftijdsgroep waar het gaat om onder meer ruimte om te leren of fouten te maken, erkenning van jong zijn; k. het bedrijf of de organisatie respecteert, voor zover van toepassing, het multiculturele karakter van de leerlingenpopulatie. 2 Het bevoegd gezag draagt zorg voor beschikbaarheid van een gekwalificeerde mentor of docentbegeleider die de voortgang op de leer-werkplek alsmede de integratie tussen het binnenschools en buitenschools programma bewaakt. 2020 157 05-06-2020 20-05-2020 35336 2020 208 26-06-2020 17-06-2020 01-08-2020
Artikel 25 — Artikel 25 Samenwerkingsovereenkomst met BVE-instelling#
Artikel 25 Samenwerkingsovereenkomst met BVE-instelling 1 Wet educatie en beroepsonderwijs BES artikel 7.2.2, eerste lid, onder b, van die wet Leer-werktrajecten worden verzorgd op grondslag van een samenwerkingsovereenkomst tussen het bevoegd gezag van de school en het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in de, voor zover aan die instelling een basisberoepsopleiding als bedoeld inwordt verzorgd. 2 artikel 7.2.2, eerste lid, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid voorziet in elk geval in de inrichting van een doorlopende leerweg tot en met de basisberoepsopleiding, bedoeld in. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 26 — Artikel 26 Assistentopleiding in het vmbo#
Artikel 26 Assistentopleiding in het vmbo 1 artikelen 7.2.6 8.1.1, zesde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES Artikel 18, tweede lid, tweede volzin Het bevoegd gezag kan bij de school ingeschreven leerlingen die daarbij naar zijn oordeel gebaat zijn, in de gelegenheid stellen om geheel of gedeeltelijk in plaats van de basisberoepsgerichte leerweg een assistentopleiding te volgen, met inachtneming van deen., is van overeenkomstige toepassing. 2 De assistentopleiding stemt overeen met het programma-aanbod van de beroepsgerichte programma’s van de basisberoepsgerichte leerweg die aan de school wordt verzorgd. 3 artikel 72, eerste lid Het bevoegd gezag is niet gehouden, leerlingen die een assistentopleiding volgen als bedoeld in het eerste lid, gelegenheid te geven om aan de school een eindexamen in de basisberoepsgerichte leerweg af te leggen als bedoeld in. 4 Leerlingen die een assistentopleiding volgen als bedoeld in het eerste lid, worden aangemerkt als leerlingen van de basisberoepsgerichte leerweg waarvoor de assistentopleiding geheel of gedeeltelijk in de plaats treedt. 5 Ten aanzien van bij de school ingeschreven leerlingen jonger dan 16 jaar wordt de assistentopleiding verzorgd met inachtneming van de volgende vereisten: a. artikelen 7.2.7 7.2.8 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES de beroepspraktijkvorming, bedoeld in deen, omvat uitsluitend het verrichten van lichte arbeid van geschikte aard, b. in plaats van de basisberoepsgerichte leerweg wordt geheel of gedeeltelijk zowel binnenschools als buitenschools onderricht in de praktijk van het beroep verzorgd, c. een gekwalificeerde mentor of docentbegeleider bewaakt de voortgang van het onderricht in de praktijk van het beroep, en d. het binnenschools en buitenschools onderricht in de praktijk van het beroep worden geïntegreerd verzorgd. 2020 157 05-06-2020 20-05-2020 35336 2020 208 26-06-2020 17-06-2020 01-08-2020
Artikel 27 — Artikel 27 Samenwerkingsovereenkomst assistentopleiding in het vmbo#
Artikel 27 Samenwerkingsovereenkomst assistentopleiding in het vmbo 1 artikel 26 De assistentopleiding, bedoeld in, wordt onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag verzorgd op grond van een samenwerkingsovereenkomst tussen het bevoegd gezag van de school en het bevoegd gezag van een instelling voor beroepsonderwijs waarvan het onderwijsaanbod mede deze assistentopleiding omvat. 2 Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid voorziet in elk geval in afspraken over: a. de assistentopleiding die geheel of gedeeltelijk in plaats van de basisberoepsgerichte leerweg zal worden verzorgd, b. de inschrijving van leerlingen als extraneus bij de instelling, c. de examinering en diplomering door de instelling, d. artikelen 7.2.7 7.2.8 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES de invulling van de betrokkenheid van het bevoegd gezag bij de beroepspraktijkvorming, bedoeld in deen, met dien verstande dat het bevoegd gezag de in dat artikel 7.2.8 bedoelde overeenkomst mede ondertekent, e. artikel 26, tweede lid de toepassing van, f. de rechtsbescherming van de leerling, en g. de doorstroom van de leerlingen na het met goed gevolg afsluiten van de assistentopleiding. 3 artikel 7.4.6, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES In geval van toepassing van, is het bevoegd gezag belast met de uitvoering van de daar bedoelde examinering. 4 Indien het bevoegd gezag tevens het bevoegd gezag is van een instelling voor beroepsonderwijs, regelt het bevoegd gezag op overeenkomstige wijze de onderwerpen, genoemd in het tweede lid. 2020 234 08-07-2020 01-07-2020 35252 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020 2020 157 05-06-2020 20-05-2020 35336 2020 208 26-06-2020 17-06-2020 01-08-2020 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 27a — Artikel 27a Doorlopende leerroute vmbo-mbo#
Artikel 27a Doorlopende leerroute vmbo-mbo 1 artikelen 27b tot en met 27k Het bevoegd gezag van een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of een school voor voorbereidend beroepsonderwijs kan leerlingen een doorlopende leerroute vmbo-mbo aanbieden, met inachtneming van de. 2 artikel 72, derde lid Een doorlopende leerroute vmbo-mbo is een onderwijsprogramma vanaf het derde leerjaar aan een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of een school voor voorbereidend beroepsonderwijs, dat opleidt tot zowel een diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs als bedoeld in, als het diploma van een basisberoepsopleiding, vakopleiding of middenkaderopleiding. 3 In een doorlopende leerroute vmbo-mbo worden tot één onderwijsprogramma geïntegreerd: a. de basisberoepsgerichte leerweg en een basisberoepsopleiding in een aanverwant opleidingsdomein of een aanverwante kwalificatie; b. de kaderberoepsgerichte leerweg en een vakopleiding in een aanverwant opleidingsdomein of een aanverwante kwalificatie; c. de kaderberoepsgerichte, gemengde of theoretische leerweg en een middenkaderopleiding in een aanverwant opleidingsdomein of een aanverwante kwalificatie. 4 artikel 16 18 29 Een doorlopende leerroute vmbo-mbo stemt wat betreft het daarvan onderdeel uitmakende voortgezet onderwijs overeen met een of meer van de profielen, bedoeld in,of, die aan de school worden verzorgd. 2020 157 05-06-2020 20-05-2020 35336 2020 208 26-06-2020 17-06-2020 01-08-2020
Artikel 27b — Artikel 27b Samenwerking tussen VO-scholen en MBO-instellingen in het kader van doorlopende leerroutes vmbo-mbo#
Artikel 27b Samenwerking tussen VO-scholen en MBO-instellingen in het kader van doorlopende leerroutes vmbo-mbo 1 Een doorlopende leerroute vmbo-mbo wordt op grond van een samenwerkingsovereenkomst gezamenlijk verzorgd door het bevoegd gezag van een school en het bevoegd gezag van een instelling voor beroepsonderwijs. 2 In de samenwerkingsovereenkomst zijn in elk geval afspraken opgenomen over: a. het profiel en het aanverwante opleidingsdomein of de aanverwante kwalificatie waarin de doorlopende leerroute vmbo-mbo wordt aangeboden; b. de vormgeving van de leiding over de doorlopende leerroute vmbo-mbo, waaronder de samenstelling en de wijze van benoeming van die leiding en de taken en bevoegdheden die door de bevoegde gezagsorganen van de school en de instelling voor beroepsonderwijs zijn opgedragen aan die leiding; c. de wijze waarop de leiding over de doorlopende leerroute vmbo-mbo inlichtingen verstrekt en verantwoording aflegt aan de bevoegde gezagsorganen van de school en de instelling voor beroepsonderwijs; d. de organisatorische en onderwijskundige inrichting van de doorlopende leerroute, waaronder de inzet van personeel en het gebruik van faciliteiten van de partijen die deelnemen aan de overeenkomst; e. artikel 170a artikel 8.4a.15 WEB BES in geval van overdracht van een deel van de bekostiging met toepassing vanrespectievelijk, de omvang en de bestemming van de over te dragen middelen; f. artikel 27k artikel 8.4a.14 WEB BES de inhoud van de overstapoptie, bedoeld inen; g. de wijze waarop het bedrijfsleven zal worden betrokken bij de invulling van de doorlopende leerroute vmbo-mbo; h. de wijze van geschilbeslechting tussen de deelnemende partijen over de uitvoering van de overeenkomst; i. de voorwaarden waaronder een andere school of een andere instelling voor beroepsonderwijs partij kan worden bij de overeenkomst, de voorwaarden waaronder de overeenkomst kan worden opgezegd of ontbonden, alsmede de wijze waarop de overeenkomst in andere gevallen kan worden gewijzigd, telkens met het oog op het zoveel mogelijk beperken van de gevolgen voor de leerlingen en mbo-studenten; en j. de inrichting van de medezeggenschap door de medezeggenschapsorganen van de school onderscheidenlijk de instelling voor beroepsonderwijs. 3 Het tweede lid is niet van toepassing indien het bevoegd gezag zowel de school als de instelling voor beroepsonderwijs in stand houdt waarbinnen de doorlopende leerroute vmbo-mbo wordt verzorgd. In plaats daarvan regelt het bevoegd gezag op overeenkomstige wijze de onderwerpen, genoemd in het tweede lid, met uitzondering van de onderdelen h tot en met j van dat lid. 2020 157 05-06-2020 20-05-2020 35336 2020 208 26-06-2020 17-06-2020 01-08-2020 2020 234 08-07-2020 01-07-2020 35252 2020 157 05-06-2020 20-05-2020 35336 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 27c — Artikel 27c Melden inrichting doorlopende leerroute vmbo-mbo#
Artikel 27c Melden inrichting doorlopende leerroute vmbo-mbo Het bevoegd gezag van een school en het bevoegd gezag van een instelling voor beroepsonderwijs melden aan Onze Minister dat zij gezamenlijk een doorlopende leerroute vmbo-mbo aanbieden. 2020 157 05-06-2020 20-05-2020 35336 2020 208 26-06-2020 17-06-2020 01-08-2020
Artikel 27d — Artikel 27d Inrichting doorlopende leerroutes vmbo-mbo#
Artikel 27d Inrichting doorlopende leerroutes vmbo-mbo 1 Een doorlopende leerroute vmbo-mbo wordt aangeboden op de locatie van de school of van de instelling voor beroepsonderwijs die de doorlopende leerroute vmbo-mbo verzorgt. 2 Het bevoegd gezag van de school en het bevoegd gezag van de instelling voor beroepsonderwijs beschrijven voor de gehele doorlopende leerroute vmbo-mbo het onderwijsprogramma en de examinering per leerjaar. Daarbij wordt vermeld welke delen van het onderwijsprogramma en van het examen: a. voortgezet onderwijs betreffen, en welk deel daarbinnen vakoverstijgend is; b. beroepsonderwijs betreffen; c. een combinatie van voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs betreffen, en welk deel daarbinnen voortgezet onderwijs onderscheidenlijk beroepsonderwijs betreft. 3 artikel 80, negende lid Bij de beschrijving van het onderwijsprogramma wordt tevens vermeld bij welk deel daarvan gebruik wordt gemaakt van een team als bedoeld in. 4 De leerling in een doorlopende leerroute vmbo-mbo kan in staat gesteld worden om aan de school delen van het onderwijsprogramma te volgen en examens af te leggen die behoren tot de van die doorlopende leerroute deel uitmakende beroepsopleiding. 5 artikel 27e, tweede lid De school kan aan een voormalige leerling, nadat die ingevolge, als mbo-student is ingeschreven aan een instelling voor beroepsonderwijs, delen van het onderwijsprogramma van een doorlopende leerroute vmbo-mbo aanbieden, die behoren tot het van die doorlopende leerroute deel uitmakende middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend beroepsonderwijs. 2020 157 05-06-2020 20-05-2020 35336 2020 208 26-06-2020 17-06-2020 01-08-2020 2020 234 08-07-2020 01-07-2020 35252 2020 157 05-06-2020 20-05-2020 35336 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 27e — Artikel 27e Inschrijving doorlopende leerroute vmbo-mbo#
Artikel 27e Inschrijving doorlopende leerroute vmbo-mbo 1 artikel 16 18 29 Een leerling die een doorlopende leerroute vmbo-mbo volgt, wordt gedurende de eerste twee leerjaren van die doorlopende leerroute vmbo-mbo aangemerkt als leerling van de leerweg en het profiel, bedoeld in,of, die deel uitmaken van de door die leerling gevolgde doorlopende leerroute vmbo-mbo. 2 artikel 8.1.3, eerste lid, eerste volzin, WEB BES Een leerling in een doorlopende leerroute vmbo-mbo wordt met ingang van het derde leerjaar van die doorlopende leerroute vmbo-mbo uitgeschreven als leerling aan de school en ingeschreven als mbo-student aan de instelling voor beroepsonderwijs, die het beroepsonderwijs binnen de doorlopende leerroute vmbo-mbo verzorgt. Het bevoegd gezag van de school overlegt daartoe aan het bevoegd gezag van de instelling voor beroepsonderwijs de gegevens van die leerling, bedoeld in. 2020 157 05-06-2020 20-05-2020 35336 2020 208 26-06-2020 17-06-2020 01-08-2020 2020 234 08-07-2020 01-07-2020 35252 2020 157 05-06-2020 20-05-2020 35336 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 27f — Artikel 27f Verantwoordelijkheid van de school#
Artikel 27f Verantwoordelijkheid van de school 1 Het bevoegd gezag van de school draagt de gehele cursusduur van een doorlopende leerroute vmbo-mbo zorg voor: a. de uitvoering van delen van het onderwijsprogramma die behoren tot het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend beroepsonderwijs dat deel uitmaakt van het onderwijsprogramma van die doorlopende leerroute vmbo-mbo; en b. de examinering en diplomering betreffende het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend beroepsonderwijs dat deel uitmaakt van het onderwijsprogramma van die doorlopende leerroute vmbo-mbo. 2 artikelen 176 179, eerste, vierde, zevende, tiende en twaalfde tot en met vijftiende lid artikelen 10 12 14 15 25 van de Wet register onderwijsdeelnemers Ten aanzien van de onderdelen van een doorlopende leerroute vmbo-mbo, bedoeld in het eerste lid, die in het derde leerjaar van die route plaatsvinden, is het bepaalde bij of krachtens deen, alsmede het bepaalde bij of krachtens de,,,envan overeenkomstige toepassing. 3 Artikel 52 artikel is 27b, tweede lid artikel 52, vierde lid is van overeenkomstige toepassing op klachten over met de doorlopende leerroute vmbo-mbo verband houdende gedragingen en beslissingen van het bevoegd gezag van de instelling voor beroepsonderwijs waarmee een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in, is gesloten, of van de ten behoeve van die instelling voor beroepsonderwijs met taken belaste personen. Onverminderd, maken de leden van de klachtencommissie geen deel uit van het bevoegd gezag van de instelling voor beroepsonderwijs en is de voorzitter van de klachtencommissie niet werkzaam voor of bij dat bevoegd gezag. 2020 157 05-06-2020 20-05-2020 35336 2020 208 26-06-2020 17-06-2020 01-08-2020
Artikel 27j — Artikel 27j Examinering en diplomering VO binnen een doorlopende leerroute vmbo-mbo#
Artikel 27j Examinering en diplomering VO binnen een doorlopende leerroute vmbo-mbo 1 artikel 72, eerste lid Afhankelijk van de inrichting van de doorlopende leerroute vmbo-mbo door het bevoegd gezag vallen het eerste en tweede tijdvak van het centraal examen van het eindexamen, bedoeld in, in het tweede of derde leerjaar van die doorlopende leerroute vmbo-mbo. Het bevoegd gezag kan leerlingen in de gelegenheid stellen om in het eerste leerjaar van de doorlopende leerroute vmbo-mbo centraal examen af te leggen in een of meer vakken van het eindexamen. 2 Het derde tijdvak van het centraal eindexamen wordt afgenomen door het College voor toetsen en examens aansluitend aan het leerjaar waarin de kandidaat centraal examen heeft afgelegd in het eerste of tweede tijdvak. 3 artikel 72 Het bepaalde bij of krachtensis van overeenkomstige toepassing op het derde leerjaar van een doorlopende leerroute vmbo-mbo. 4 artikel 27e, derde lid Indien een voormalige leerling van de school, nadat die ingevolge, als mbo-student is ingeschreven aan de instelling voor beroepsonderwijs waarmee de school gezamenlijk een doorlopende leerroute vmbo-mbo verzorgt nog geen volledig eindexamen vmbo heeft afgelegd, meldt het bevoegd gezag van de school hem in het derde leerjaar van de doorlopende leerroute vmbo-mbo aan als kandidaat voor het eindexamen. Het eindexamen wordt afgenomen onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag van de school. De directeur en de secretaris van de school stellen de uitslag van het eindexamen vast. De directeur reikt de kandidaat die geslaagd is voor het eindexamen een diploma van de betreffende leerweg uit. 5 artikel 27k Indien de leerling in het eerste of tweede leerjaar van de doorlopende leerroute vmbo-mbo in één of meer vakken centraal examen heeft afgelegd, en niet is bevorderd tot het volgende leerjaar, vervallen de met dit centrale examen behaalde resultaten en treedt de overstapoptie, bedoeld inin werking. 6 artikel 27k Indien de leerling is afgewezen voor het eindexamen, treedt de overstapoptie, bedoeld inin werking. 2020 157 05-06-2020 20-05-2020 35336 2020 208 26-06-2020 17-06-2020 01-08-2020 2020 234 08-07-2020 01-07-2020 35252 2020 157 05-06-2020 20-05-2020 35336 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 27k — Artikel 27k Overstapoptie#
Artikel 27k Overstapoptie 1 Indien deelname van de leerling aan een doorlopende leerroute vmbo-mbo wordt beëindigd voordat hij deze met succes heeft afgerond wordt hij door het bevoegd gezag van de school of het bevoegd gezag van de instelling voor beroepsonderwijs in staat gesteld een vmbo-diploma of het diploma van een beroepsopleiding te behalen, passend bij het naar het gezamenlijk oordeel van beide betrokken bevoegde gezagsorganen bereikte onderwijsniveau en de leeftijd van de leerling. 2 artikelen 8.1.1b 8.2.1 8.2.2 8.2.2a WEB BES Indien de leerling ingevolge het eerste lid een diploma van een beroepsopleiding wil behalen bij dezelfde instelling voor beroepsonderwijs, zijn de,,enniet van toepassing. 3 artikel 64, eerste lid Het eerste lid is niet van toepassing indien de leerling definitief van de school wordt verwijderd als bedoeld in. 2020 157 05-06-2020 20-05-2020 35336 2020 208 26-06-2020 17-06-2020 01-08-2020
Artikel 27l — Artikel 27l Geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding#
Artikel 27l Geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding 1 artikel 8.4.3 WEB BES In overleg met de leerling en diens ouders kan het bevoegd gezag van een school voor voorbereidend beroepsonderwijs leerlingen die daarbij naar zijn oordeel gebaat zijn in de gelegenheid stellen om in plaats van de basisberoepsgerichte leerweg een geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding te volgen. Het bevoegd gezag besluit hiertoe slechts na overleg met het bevoegd gezag van de instelling voor beroepsonderwijs waarmee het een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld inheeft gesloten. 2 De geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding is een onderwijsprogramma vanaf het derde leerjaar aan een school voor voorbereidend beroepsonderwijs, dat opleidt tot het diploma van een basisberoepsopleiding in een aanverwant opleidingsdomein of een aanverwante kwalificatie. 3 artikel 18, derde lid De geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding stemt wat betreft het daarvan onderdeel uitmakende voortgezet onderwijs overeen met een of meer van de profielen, bedoeld in, die aan de school worden verzorgd. 4 artikel 72, eerste lid Het bevoegd gezag is niet gehouden leerlingen die de geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding volgen gelegenheid te geven om aan de school een eindexamen in de basisberoepsgerichte leerweg af te leggen als bedoeld in. 5 artikelen 27b tot en met 27k Dezijn van overeenkomstige toepassing. 2020 157 05-06-2020 20-05-2020 35336 2020 208 26-06-2020 17-06-2020 01-08-2020
Artikel 28 — Artikel 28 Afdelingen voorbereidend beroepsonderwijs#
Artikel 28 Afdelingen voorbereidend beroepsonderwijs Vervallen 2016 88 03-03-2016 10-02-2016 34184 2016 88 03-03-2016 10-02-2016 34184 01-08-2016
Artikel 29 — Artikel 29 Gemengde leerweg en profielen scholengemeenschap mavo-vbo#
Artikel 29 Gemengde leerweg en profielen scholengemeenschap mavo-vbo 1 artikelen 16 18 Naast het onderwijs in de leerwegen, genoemd in deen, kan onderwijs in de gemengde leerweg worden gegeven aan een scholengemeenschap met in elk geval een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en een school voor voorbereidend beroepsonderwijs. 2 Het onderwijs in de gemengde leerweg is met ingang van het derde leerjaar ingericht volgens profielen. Een profiel is een in schooltijd verzorgd samenhangend onderwijsprogramma, zodanig ingericht dat het biedt: a. een algemene maatschappelijke voorbereiding en persoonlijke vorming, en b. een voorbereiding op naar inhoud verwante opleidingen in het aansluitend beroepsonderwijs. 3 De school verzorgt een of meer profielen. De profielen zijn: a. bouwen, wonen en interieur, b. produceren, installeren en energie, c. mobiliteit en transport, d. media, vormgeving en ICT, e. maritiem en techniek, f. zorg en welzijn, g. economie en ondernemen, h. horeca, bakkerij en recreatie, i. groen, j. dienstverlening en producten. 4 Elk profiel bestaat uit: a. een gemeenschappelijk deel, dat voor alle profielen gelijk is, b. een profieldeel, dat kenmerkend is voor dat profiel, en c. een vrij deel, dat bestaat uit een door de leerling te kiezen vakken en andere programma-onderdelen. 5 Het gemeenschappelijk deel van elk profiel in de gemengde leerweg omvat Nederlandse taal, Engelse taal, maatschappijleer, lichamelijke opvoeding en ten minste één van de vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans of drama. 6 Het profieldeel van de gemengde leerweg omvat het bij het betreffende profiel behorende profielvak en, wat betreft: a. de profielen, genoemd in het derde lid, onderdelen a tot en met e: wiskunde en natuur- en scheikunde I, b. het profiel, genoemd in het derde lid, onderdeel f: biologie en, ter keuze van de leerling, wiskunde, maatschappijkunde, geschiedenis en staatsinrichting, of aardrijkskunde, met dien verstande dat het bevoegd gezag beslist welke van de laatste drie vakken wordt of worden aangeboden, c. de profielen, genoemd in het derde lid, onderdelen g en h: economie en, ter keuze van de leerling, wiskunde, Spaanse taal of Franse taal, d. het profiel genoemd in het derde lid, onderdeel i: wiskunde en, ter keuze van de leerling, biologie of natuur- en scheikunde I, e. het profiel genoemd in het derde lid, onderdeel j: ter keuze van de leerling twee van de vakken wiskunde, economie, biologie en natuur- en scheikunde I. 7 Het vrije deel van elk profiel in de gemengde leerweg: a. omvat door de leerling te kiezen vakken, genoemd in het zesde lid, b. omvat door de leerling te kiezen beroepsgerichte keuzevakken, c. kan omvatten natuur- en scheikunde II, Papiaments, Duitse taal, vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans, drama, lichamelijke opvoeding 2 en informatietechnologie, door de leerling te kiezen, en d. kan omvatten door het bevoegd gezag vast te stellen vakken en programma-onderdelen. 8 Het bevoegd gezag beslist welke keuzetaal, genoemd in het zesde lid, onderdeel c, welke beroepsgerichte keuzevakken, bedoeld in het zevende lid, onderdeel b, en welke vakken, genoemd in het zevende lid, onderdeel c, worden aangeboden. Het bevoegd gezag kan tevens beslissen dat door het bevoegd gezag aan te wijzen vakken en andere programma-onderdelen, bedoeld in het zevende lid, onderdeel d, door alle leerlingen in het vrije deel moeten worden gevolgd. 9 artikelen 39 40 Het bevoegd gezag kan de leerling in de gelegenheid stellen, in plaats van de vakken, genoemd in het vijfde, zesde en zevende lid, onderdeel c, de overeenkomstige vakken, genoemd in dan wel aangewezen op grond van deente volgen. 10 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld: a. de profielvakken, bedoeld in het zesde lid, b. voorschriften met betrekking tot de beroepsgerichte keuzevakken, bedoeld in het zevende lid, onderdeel b, en c. voorschriften over de mogelijkheid van vrijstelling en de bevoegdheid van het bevoegd gezag om ontheffing te verlenen van onderdelen van dit artikel. 11 Onverminderd het zesde en zevende lid, kan bij algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld het door alle leerlingen in het derde leerjaar te volgen minimum aantal vakken waarin eindexamen kan worden afgelegd, alsmede welke vakken het betreft. 2016 88 03-03-2016 10-02-2016 34184 2016 88 03-03-2016 10-02-2016 34184 01-08-2016
Artikel 30 — Artikel 30 Leerwegondersteunend onderwijs#
Artikel 30 Leerwegondersteunend onderwijs 1 artikelen 16 18 29 Leerwegondersteunend onderwijs wordt verzorgd ter voorbereiding op of gedurende het volgen van onderwijs in een van de leerwegen, genoemd in de,en, ten behoeve van de leerling voor wie vaststaat dat een orthopedagogische en orthodidactische benadering is geboden met het oog op het afsluiten van het onderwijs in een van deze leerwegen. Leerwegondersteunend onderwijs wordt zodanig in het onderwijs geïntegreerd en ingericht dat de leerling een ononderbroken ontwikkelingsproces, gericht op het afsluiten als bedoeld in de eerste volzin, kan volgen. 2 artikel 50, tweede lid, tweede volzin Leerwegondersteunend onderwijs wordt verzorgd, indien de leerling met behulp van de voorzieningen, bedoeld in, niet een ononderbroken ontwikkelingsproces als bedoeld in het eerste lid, kan volgen. 3 Het bevoegd gezag beslist of een leerling is aangewezen op leerwegondersteunend onderwijs. Het hanteert daartoe een indicatieprocedure gebaseerd op erkende testen en toetsen. Na overleg met de ouders van de leerling beslist het bevoegd gezag of aan de leerling leerwegondersteunend onderwijs wordt aangeboden. 4 Artikel 32, derde lid , is van overeenkomstige toepassing op de leerling die is aangewezen op leerwegondersteunend onderwijs. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 31 — Artikel 31 Praktijkonderwijs#
Artikel 31 Praktijkonderwijs 1 Praktijkonderwijs wordt gegeven aan scholen voor praktijkonderwijs. 2 Praktijkonderwijs is onderwijs voor leerlingen voor wie vaststaat dat a. overwegend een orthopedagogische en orthodidactische benadering is geboden, en b. artikelen 16 18 29 artikel 30 artikel 72 het volgen van het onderwijs in een van de leerwegen, genoemd in de,en, al dan niet in combinatie met het volgen van leerwegondersteunend onderwijs, bedoeld in, niet leidt tot het behalen van een diploma of een getuigschrift voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs als bedoeld in. 3 artikel 47a Praktijkonderwijs bestaat uit een gedeelte waarin aangepast theoretisch onderwijs, persoonlijkheidsvorming en het aanleren van sociale vaardigheden worden verzorgd, en een gedeelte waarin de leerling wordt voorbereid op het uitoefenen van functies op de arbeidsmarkt. Praktijkonderwijs wordt zo veel mogelijk op basis van de kerndoelen verzorgd en is er op gericht dat leerlingen zo veel mogelijk de referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen bereiken die voor het praktijkonderwijs zijn vastgesteld op grond van. Praktijkonderwijs bereidt de leerling voor op functies binnen de regionale arbeidsmarkt op een niveau dat ligt onder het niveau van de assistentopleiding. 4 Het praktijkonderwijs wordt zodanig ingericht dat de leerlingen per leerjaar ten minste 1 000 klokuren praktijkonderwijs ontvangen. De leerlingen ontvangen per dag ten hoogste 5,5 uren praktijkonderwijs, voor zover het betreft aangepast theoretisch onderwijs, persoonlijkheidsvorming en het aanleren van sociale vaardigheden. 5 artikelen 12a 33 tot en met 35 46 72 Het bevoegd gezag van een school voor praktijkonderwijs kan, met inachtneming van de tweede volzin van het derde lid en van het vierde lid, indien dat ten behoeve van de leerling noodzakelijk is, bij het aanbieden van dat onderwijs afwijken van de voorschriften, gegeven bij of krachtens de,,en. 6 Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften vastgesteld met betrekking tot de vakken die het praktijkonderwijs omvat, alsmede met betrekking tot het aantal uren dat het onderricht in de praktijk van de uitoefening van een vak of beroep gedurende een schoolweek ten hoogste omvat. 2020 157 05-06-2020 20-05-2020 35336 2020 208 26-06-2020 17-06-2020 01-08-2020
Artikel 32 — Artikel 32 Toelating praktijkonderwijs#
Artikel 32 Toelating praktijkonderwijs 1 artikelen 16 18 29 artikel 30 artikel 72, derde lid Aan de ouders van een leerling van wie het bevoegd gezag van de school waar de leerling zich aanmeldt dan wel van de school waaraan de leerling is ingeschreven, redelijkerwijs kan aannemen dat deze niet in staat is het onderwijs in een van de leerwegen, genoemd in de,en, al dan niet in combinatie met leerwegondersteunend onderwijs, bedoeld in, met een diploma of getuigschrift voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs als bedoeld in, af te sluiten, kan het bevoegd gezag voorstellen deze leerling in plaats daarvan praktijkonderwijs te doen volgen. 2 Artikel 30, derde lid, tweede volzin Het bevoegd gezag van de school voor praktijkonderwijs beslist over de toelating van de leerling tot het praktijkonderwijs., is van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 31, derde lid Het bevoegd gezag van de school voor praktijkonderwijs waaraan de leerling wordt toegelaten, stelt, na overleg met de ouders, voor de leerling een handelingsplan op. Het handelingsplan bevat een omschrijving van de wijze waarop voor de desbetreffende leerling het praktijkonderwijs met inachtneming van, wordt verzorgd. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 33 — Artikel 33 Algemene voorschriften eerste twee leerjaren#
Artikel 33 Algemene voorschriften eerste twee leerjaren artikelen 16 18 29 artikel 38 Het onderwijs in de eerste twee leerjaren wordt zodanig ingericht dat met behoud van keuzevrijheid de doorstroming van leerlingen wordt bevorderd naar een van de profielen, bedoeld in de,ofof naar het derde leerjaar voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en hoger algemeen voortgezet onderwijs en vervolgens naar de periode van voorbereidend hoger onderwijs, bedoeld in. 2016 88 03-03-2016 10-02-2016 34184 2016 88 03-03-2016 10-02-2016 34184 01-08-2016
Artikel 34 — Artikel 34 Kerndoelen#
Artikel 34 Kerndoelen Bij algemene maatregel van bestuur worden kerndoelen vastgesteld, waarbij aandacht wordt besteed aan aspecten van: a. Nederlandse taal, b. Engelse taal, c. geschiedenis en staatsinrichting, d. aardrijkskunde, e. economie, f. wiskunde, g. natuur- en scheikunde, h. biologie, i. verzorging, j. informatiekunde, k. techniek, l. lichamelijke opvoeding, en m. beeldende vorming, muziek, drama en dans. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 35 — Artikel 35 Onderwijsprogramma eerste twee leerjaren#
Artikel 35 Onderwijsprogramma eerste twee leerjaren 1 Het bevoegd gezag richt voor de eerste twee leerjaren een in schooltijd verzorgd samenhangend onderwijsprogramma in. Dit programma voldoet aan de volgende voorwaarden: a. artikel 33 het bevoegd gezag werkt de kerndoelen uit voor de verschillende schoolsoorten en verschillende groepen leerlingen, onverminderd de doorstroombevordering met behoud van keuzevrijheid van leerlingen, bedoeld in, en b. in de eerste twee leerjaren worden gezamenlijk ten minste 1 425 uren onderwijs verzorgd op basis van de kerndoelen. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven voor het verzorgen van onderwijs in de eerste twee leerjaren naast het onderwijs dat wordt verzorgd op basis van de kerndoelen. 3 Het bevoegd gezag beschikt over geordende gegevens met betrekking tot de toepassing van het eerste lid. 2012 339 24-07-2012 28-06-2012 32640 2012 409 19-09-2012 29-08-2012 01-08-2013
Artikel 36 — Artikel 36 Ontheffingen delen onderwijsprogramma; bijzondere voorschriften#
Artikel 36 Ontheffingen delen onderwijsprogramma; bijzondere voorschriften 1 artikel 35, eerste lid, onderdeel a Het bevoegd gezag van een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor algemeen voortgezet onderwijs en voor voorbereidend beroepsonderwijs kan na overleg met de ouders een leerling ontheffing verlenen voor onderdelen van het onderwijsprogramma, bedoeld in. Het bevoegd gezag bepaalt bij de ontheffing welk onderwijs voor de leerling in de plaats komt voor de onderdelen waarvoor ontheffing is verleend. 2 artikel 35, eerste lid, onderdeel a Het bevoegd gezag van een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor algemeen voortgezet onderwijs en voor voorbereidend beroepsonderwijs kan voor leerlingen die daarvoor in aanmerking komen, bij de inrichting van het onderwijs afwijken van een of meer programmaonderdelen of van de voorschriften bedoeld in. De laatste volzin van het eerste lid is van overeenkomstige toepassing. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald hoe wordt vastgesteld welke leerlingen in aanmerking komen voor deze afwijkingen. 3 Voor leerlingen: a. artikel 30 die leerwegondersteunend onderwijs volgen als bedoeld in, of b. artikel 19 voor wie het bevoegd gezag het volgen van een leer-werktraject als bedoeld inhet meest geschikt acht, verzorgt het bevoegd gezag in de eerste twee leerjaren gezamenlijk ten minste 1 425 uren onderwijs op basis van kerndoelen. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 37 — Artikel 37 Voorschriften derde leerjaar vwo en havo#
Artikel 37 Voorschriften derde leerjaar vwo en havo Op het onderwijs in het derde leerjaar aan scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en voor hoger algemeen voortgezet onderwijs zijn van overeenkomstige toepassing: a. artikel 33 , en b. artikel 35 met uitzondering van het eerste lid, tweede volzin. 2012 339 24-07-2012 28-06-2012 32640 2012 409 19-09-2012 29-08-2012 01-08-2013
Artikel 38 — Artikel 38 Periode van voorbereidend hoger onderwijs vwo en havo; profielen#
Artikel 38 Periode van voorbereidend hoger onderwijs vwo en havo; profielen 1 Het onderwijs aan scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en aan scholen voor hoger algemeen voortgezet onderwijs omvat met ingang van het vierde leerjaar een periode van voorbereidend hoger onderwijs. 2 De periode van voorbereidend hoger onderwijs is ingericht volgens profielen. Een profiel is een samenhangend onderwijsprogramma, zodanig ingericht dat het biedt: a. een algemene maatschappelijke voorbereiding en persoonlijke vorming, b. een algemene voorbereiding op het hoger onderwijs, en c. een bijzondere voorbereiding op groepen van naar inhoud verwante opleidingen in het hoger onderwijs. 3 De school verzorgt onderwijs in een of meer van de volgende profielen: a. het profiel natuur en techniek; b. het profiel natuur en gezondheid; c. het profiel economie en maatschappij; d. het profiel cultuur en maatschappij. 4 Elk profiel bestaat uit: a. een gemeenschappelijk deel, dat voor alle profielen van de desbetreffende schoolsoort gelijk is, b. een profieldeel, dat kenmerkend is voor dat profiel, en c. een vrij deel. 5 Het bevoegd gezag richt het onderwijs in de periode van voorbereidend hoger onderwijs in op de grondslag van een normatieve studielast voor de leerling van 1 600 uren per leerjaar, uitgaande van 40 weken met elk een normatieve studielast van 40 uren. Het bevoegd gezag richt daarbij een in schooltijd verzorgd samenhangend onderwijsprogramma in. 2012 339 24-07-2012 28-06-2012 32640 2012 409 19-09-2012 29-08-2012 01-08-2013
Artikel 39 — Artikel 39 Vakken en andere programmaonderdelen periode van voorbereidend hoger onderwijs: vwo#
Artikel 39 Vakken en andere programmaonderdelen periode van voorbereidend hoger onderwijs: vwo 1 Het gemeenschappelijk deel van elk profiel in het atheneum omvat: a. Nederlandse taal en literatuur, b. Engelse taal en literatuur, c. een andere moderne vreemde taal en literatuur, bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen, ter keuze van de leerling, voor zover het bevoegd gezag deze vakken aanbiedt, d. maatschappijleer, e. culturele en kunstzinnige vorming, met dien verstande dat indien Latijnse taal en cultuur of Griekse taal en cultuur, dan wel beide, deel uitmaken van het profiel, de leerling is vrijgesteld van het volgen van het vak culturele en kunstzinnige vorming, en f. lichamelijke opvoeding. 2 Het gemeenschappelijk deel van elk profiel in het gymnasium omvat: a. Nederlandse taal en literatuur, b. Engelse taal en literatuur, c. Latijnse taal en cultuur of Griekse taal en cultuur, ter keuze van de leerling uit deze beide door het bevoegd gezag aan te bieden vakken, d. maatschappijleer, en e. lichamelijke opvoeding. 3 Het profieldeel van het profiel natuur en techniek in het gymnasium en atheneum omvat: a. wiskunde, b. natuurkunde, c. scheikunde, en d. een vak ter keuze van de leerling uit vakken die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, voor zover het bevoegd gezag deze vakken aanbiedt. 4 Het profieldeel van het profiel natuur en gezondheid in het gymnasium en atheneum omvat: a. wiskunde, b. biologie, c. scheikunde, en d. een vak ter keuze van de leerling uit vakken die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, voor zover het bevoegd gezag deze vakken aanbiedt. 5 Het profieldeel van het profiel economie en maatschappij in het gymnasium en atheneum omvat: a. wiskunde, b. economie, c. geschiedenis, en d. een vak ter keuze van de leerling uit vakken die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, voor zover het bevoegd gezag deze vakken aanbiedt. 6 Het profieldeel van het profiel cultuur en maatschappij in het gymnasium en atheneum omvat: a. wiskunde, b. geschiedenis, c. een vak ter keuze van de leerling uit culturele vakken die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, voor zover het bevoegd gezag deze vakken aanbiedt, en d. een vak ter keuze van de leerling uit maatschappelijke vakken die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, voor zover het bevoegd gezag deze vakken aanbiedt. 7 Het vrije deel van elk profiel in het gymnasium en atheneum omvat ten minste één vak uit het geheel van: a. vakken, genoemd in het eerste onderscheidenlijk tweede lid, die de leerling niet op grond van het eerste tot en met zesde lid heeft gekozen, voor zover het bevoegd gezag deze vakken als onderdeel van het vrije deel aanbiedt, b. vakken, genoemd in of aangewezen op grond van het derde tot en met zesde lid, die de leerling niet op grond van het eerste tot en met zesde lid heeft gekozen, voor zover het bevoegd gezag deze vakken als onderdeel van het vrije deel aanbiedt, c. andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen vakken, voor zover het bevoegd gezag deze aanbiedt, en d. door het bevoegd gezag vast te stellen vakken en andere programmaonderdelen. 8 Het bevoegd gezag kan beslissen dat vakken en andere programmaonderdelen door alle leerlingen worden gevolgd. 2014 245 03-07-2014 19-06-2014 33740 2014 287 18-07-2014 04-07-2014 01-08-2017
Artikel 40 — Artikel 40 Vakken en andere programmaonderdelen periode van voorbereidend hoger onderwijs: havo#
Artikel 40 Vakken en andere programmaonderdelen periode van voorbereidend hoger onderwijs: havo 1 Het gemeenschappelijk deel van elk profiel in het hoger algemeen voortgezet onderwijs omvat: a. Nederlandse taal en literatuur, b. Engelse taal en literatuur, c. maatschappijleer, d. culturele en kunstzinnige vorming, en e. lichamelijke opvoeding. 2 Het profieldeel van het profiel natuur en techniek in het hoger algemeen voortgezet onderwijs omvat: a. wiskunde, b. natuurkunde, c. scheikunde, en d. een vak ter keuze van de leerling uit vakken die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, voor zover het bevoegd gezag deze vakken aanbiedt. 3 Het profieldeel van het profiel natuur en gezondheid in het hoger algemeen voortgezet onderwijs omvat: a. wiskunde, b. biologie, c. scheikunde, en d. een vak ter keuze van de leerling uit vakken die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, voor zover het bevoegd gezag deze vakken aanbiedt. 4 Het profieldeel van het profiel economie en maatschappij in het hoger algemeen voortgezet onderwijs omvat: a. wiskunde, b. economie, c. geschiedenis, en d. een vak ter keuze van de leerling uit vakken die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, voor zover het bevoegd gezag deze vakken aanbiedt. 5 Het profieldeel van het profiel cultuur en maatschappij in het hoger algemeen voortgezet onderwijs omvat: a. geschiedenis, b. een andere moderne vreemde taal en literatuur, bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen, ter keuze van de leerling, voor zover het bevoegd gezag deze vakken aanbiedt, c. een vak ter keuze van de leerling uit culturele vakken die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, voor zover het bevoegd gezag deze vakken aanbiedt, en d. een vak ter keuze van de leerling uit maatschappelijke vakken die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, voor zover het bevoegd gezag deze vakken aanbiedt. 6 Het vrije deel van elk profiel in het hoger algemeen voortgezet onderwijs omvat ten minste één vak uit het geheel van: a. vakken, genoemd in of aangewezen op grond van het tweede tot en met vijfde lid, die de leerling niet op grond van die leden heeft gekozen, voor zover het bevoegd gezag deze vakken als onderdeel van het vrije deel aanbiedt, b. andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen vakken, voor zover het bevoegd gezag deze aanbiedt, en c. door het bevoegd gezag vast te stellen vakken en andere programmaonderdelen. 7 Het bevoegd gezag kan beslissen dat vakken en andere programmaonderdelen door alle leerlingen worden gevolgd. 8 artikel 39 Het bevoegd gezag kan de leerling in de gelegenheid stellen, in plaats van de vakken, genoemd in of aangewezen op grond van het eerste tot en met zesde lid, de overeenkomstige vakken vante volgen. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 41 — Artikel 41 Nadere inrichting profielen vwo en havo#
Artikel 41 Nadere inrichting profielen vwo en havo artikel 38, tweede lid Bij algemene maatregel van bestuur wordt met betrekking tot de profielen, bedoeld in, vastgesteld: a. het relatieve gewicht van elk van de vakken binnen het geheel van de vakken van het eindexamen, uitgedrukt in een normatieve studielast per vak, b. artikelen 39 40 de nadere ordening van de vakken, genoemd in deen, met het oog op hun plaats in het gemeenschappelijk deel, het profieldeel of het vrije deel, c. artikel 39, zevende lid artikel 40, zesde lid voorschriften over vakken en andere programmaonderdelen, bedoeld in, en, die het bevoegd gezag aanwijst, behalve godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs aan bijzondere scholen, en d. artikelen 39 40 voorschriften over de mogelijkheid van vrijstelling en de bevoegdheid van het bevoegd gezag om ontheffing te verlenen van onderdelen van deen. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 42 — Artikel 42 Actief burgerschap en sociale cohesie#
Artikel 42 Actief burgerschap en sociale cohesie 1 Het onderwijs bevordert actief burgerschap en sociale cohesie op doelgerichte en samenhangende wijze, waarbij het onderwijs zich in ieder geval herkenbaar richt op: a. Grondwet het bijbrengen van respect voor en kennis van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat, zoals verankerd in de, en de universeel geldende fundamentele rechten en vrijheden van de mens, en het handelen naar deze basiswaarden op school; b. het ontwikkelen van de sociale en maatschappelijke competenties die de leerling in staat stellen deel uit te maken van en bij te dragen aan de pluriforme, democratische Caribisch Nederlandse samenleving; en c. het bijbrengen van kennis over en respect voor verschillen in godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, afkomst, geslacht, handicap of seksuele gerichtheid alsmede de waarde dat gelijke gevallen gelijk behandeld worden. 2 Het bevoegd gezag draagt zorg voor een schoolcultuur die in overeenstemming is met de waarden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, creëert een omgeving waarin leerlingen worden gestimuleerd actief te oefenen met de omgang met en het handelen naar deze waarden en draagt voorts zorg voor een omgeving waarin leerlingen en personeel zich veilig en geaccepteerd weten, ongeacht de in het eerste lid, onder c, genoemde verschillen. 2021 320 02-07-2021 23-06-2021 35352 2021 321 02-07-2021 23-06-2021 01-08-2021
Artikel 43 — Artikel 43 Dagscholen; contractactiviteiten#
Artikel 43 Dagscholen; contractactiviteiten 1 De scholen voor voortgezet onderwijs zijn dagscholen. 2 Dit lid is nog niet in werking getreden. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 44 — Artikel 44 Aanduiding onderwijsaanbod in maatschappelijk verkeer#
Artikel 44 Aanduiding onderwijsaanbod in maatschappelijk verkeer 1 artikelen 13 14 15 17 31 De naam van de school duidt aan, tot welke van de soorten van scholen, bedoeld in de,,,en, de school behoort. Het bevoegd gezag van een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, een school voor voorbereidend beroepsonderwijs, of een scholengemeenschap waarvan in ieder geval een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of een school voor voorbereidend beroepsonderwijs deel uitmaakt, kan voor die school de aanduiding «voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs» hanteren. Bij verschil van mening tussen het bevoegd gezag en Onze Minister, tot welke van de soorten zij behoort, beslist Onze Minister bij beschikking. 2 In het maatschappelijk verkeer brengt het bevoegd gezag ondubbelzinnig tot uitdrukking: a. welk bij of krachtens deze wet geregeld, uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs de leerlingen volgen en aankomende leerlingen kunnen gaan volgen, b. of het openbaar of bijzonder onderwijs betreft, en c. artikel 43, tweede lid in voorkomend geval welk onderwijs de school verzorgt met toepassing van. 2020 160 12-06-2020 20-05-2020 35050 2020 336 16-09-2020 09-09-2020 01-11-2020
Artikel 45 — Artikel 45 Overige voorschriften inrichting onderwijs#
Artikel 45 Overige voorschriften inrichting onderwijs 1 artikelen 13 14 15 17 artikel 50, vijfde lid Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voor de scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, algemeen voortgezet onderwijs en voorbereidend beroepsonderwijs voorschriften vastgesteld omtrent de inrichting van het onderwijs. Deze voorschriften kunnen per schoolsoort verschillen. Voor de scholen, bedoeld in de,,en, kunnen afzonderlijke voorschriften worden gegeven. De bij deze algemene maatregel van bestuur gegeven voorschriften zijn niet van toepassing op scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs, het onderwijs in profielen in het voorbereidend beroepsonderwijs, waarvoor, wordt toegepast. 2 De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kan slechts voorschriften inhouden omtrent het in uren uitgedrukte aantal lessen dat gedurende de cursus in lichamelijke opvoeding ten minste moet worden verzorgd. 2016 88 03-03-2016 10-02-2016 34184 2016 88 03-03-2016 10-02-2016 34184 01-08-2016
Artikel 46 — Artikel 46 Meetellen tijd op andere school; vaststellen vakanties#
Artikel 46 Meetellen tijd op andere school; vaststellen vakanties Indien een leerling gedurende een deel van de week onderwijs ontvangt op een andere school of wordt begeleid bij het expertisecentrum onderwijszorg, telt de tijd gedurende welke de leerling dit onderwijs ontvangt mee voor het aantal uren onderwijs dat de leerling ten minste moet ontvangen. 2012 339 24-07-2012 28-06-2012 32640 2012 409 19-09-2012 29-08-2012 01-08-2013
Artikel 47 — Artikel 47 Kwaliteit onderwijs#
Artikel 47 Kwaliteit onderwijs artikel 50, vierde lid Het bevoegd gezag draagt zorg voor de kwaliteit van het onderwijs op de school. Onder zorg dragen voor de kwaliteit van het onderwijs wordt in elk geval verstaan het naleven van de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften en het uitvoeren van het stelsel van kwaliteitszorg, bedoeld in. 2016 179 20-05-2016 08-04-2016 33862 2016 179 20-05-2016 08-04-2016 33862 01-07-2017
Artikel 47a — Artikel 47a Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen#
Artikel 47a Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen artikel 6, onderdelen a tot en met d artikelen 16 18 29 Voor de vormen van onderwijs, bedoeld in, wordt bij algemene maatregel van bestuur een samenhangend geheel van referentieniveaus taal en rekenen vastgesteld met dien verstande dat verschillende referentieniveaus kunnen worden vastgesteld voor en binnen de leerwegen, bedoeld in de,en. 2013 432 01-11-2013 16-10-2013 33645 2013 432 01-11-2013 16-10-2013 33645 01-01-2014
Artikel 48 — Artikel 48 Rapportage vorderingen van leerlingen#
Artikel 48 Rapportage vorderingen van leerlingen Het bevoegd gezag rapporteert over de vorderingen van de leerlingen aan hun ouders, dan wel aan de leerlingen zelf indien zij meerderjarig en handelingsbekwaam zijn. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 50 — Artikel 50 Schoolplan#
Artikel 50 Schoolplan 1 artikel 109a Het schoolplan bevat een beschrijving van het beleid met betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs dat binnen de school wordt gevoerd, en omvat in elk geval het onderwijskundig beleid, het personeelsbeleid en het stelsel van kwaliteitszorg. In het schoolplan wordt aangegeven op welke wijze de identiteitscommissie, bedoeld in, invulling geeft aan het openbare karakter onderscheidenlijk de identiteit voor zover het betreft een samenwerkingsschool. Het schoolplan omvat mede het beleid ten aanzien van de aanvaarding van materiële bijdragen of geldelijke bijdragen, niet zijnde ouderbijdragen of op de onderwijswetgeving gebaseerde bijdragen, indien het bevoegd gezag daarbij verplichtingen op zich neemt waarmee de leerlingen binnen de schooltijden en tijdens de activiteiten die worden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag, alsmede tijdens het overblijven, zullen worden geconfronteerd. 2 De beschrijving van het onderwijskundig beleid omvat in elk geval: Bij de beschrijving van het onderwijskundig beleid worden tevens de voorzieningen betrokken die zijn getroffen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. a. de uitwerking van de wettelijke voorschriften betreffende de uitgangspunten, de doelstelling en de inhoud van het onderwijs, b. de door het bevoegd gezag in het schoolplan opgenomen eigen opdrachten voor het onderwijs in een onderwijsprogramma, c. het pedagogisch-didactisch klimaat en het schoolklimaat, en d. artikel 4a het zorg dragen voor de veiligheid op school, bedoeld in. 3 De beschrijving van het personeelsbeleid omvat in elk geval: a. het voldoen aan de eisen van bevoegdheid en de wijze waarop de bekwaamheid wordt onderhouden, b. de maatregelen met betrekking tot het personeel die bijdragen aan de ontwikkeling en de uitvoering van het onderwijskundig beleid, c. het pedagogisch-didactisch handelen van het onderwijspersoneel, en d. de wijze waarop rekening wordt gehouden met de inbreng van leerlingen op dat beleid. 4 De beschrijving van het stelsel van kwaliteitszorg omvat in elk geval het zorg dragen voor: a. artikel 2, tweede lid het bewaken dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen en dat het onderwijs wordt afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van leerlingen, bedoeld in, b. het vaststellen welke maatregelen ter verbetering nodig zijn, en c. artikel 68 het vormgeven aan de uitwerking van het eilandelijk zorgplan, bedoeld in. 2017 327 07-09-2017 19-08-2017 34512 2017 399 27-10-2017 12-10-2017 01-01-2018
Artikel 51 — Artikel 51 Schoolgids#
Artikel 51 Schoolgids 1 De schoolgids bevat voor ouders en leerlingen informatie over de werkwijze van de school en bevat in elk geval informatie over: a. de doelen van het onderwijs en de resultaten die met het onderwijsleerproces worden bereikt, waaronder, in ieder geval met betrekking tot het schooljaar voorafgaande aan het schooljaar waarin de schoolgids wordt vastgesteld en onderscheiden naar soort onderwijs, voor elk leerjaar 1°. het percentage leerlingen dat doorstroomt naar een hoger leerjaar of een ander soort onderwijs, 2°. het percentage leerlingen dat de school zonder diploma verlaat en het percentage leerlingen dat voor het eindexamen slaagt, b. de wijze waarop de zorg voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften wordt vormgegeven, c. 1°. artikel 12a, eerste lid het totaal aantal uren en het soort activiteiten dat als onderwijstijd als bedoeld in, wordt geprogrammeerd, de vakanties en andere dagen waarop geen onderwijs wordt verzorgd, alsmede wat het beleid is ten aanzien van lesuitval, 2°. de inrichting van het onderwijsprogramma voor de eerste twee leerjaren waarbij wordt aangegeven of sprake is van vakoverstijgende programmaonderdelen en de inzet van het personeel daarbij, d. artikel 64, vierde lid de geldelijke bijdrage, bedoeld in, waarbij wordt vermeld dat deze vrijwillig is en dat het niet voldoen van die bijdrage niet leidt tot het uitsluiten van leerlingen van deelname aan activiteiten, e. artikel 52 artikel 60 de rechten en plichten van de ouders, de leerlingen en het bevoegd gezag, waaronder de informatie over de klachtenregeling, bedoeld in, waarbij wat betreft de leerlingen kan worden volstaan met vermelding van de rechten en plichten opgenomen in het leerlingenstatuut, bedoeld in, f. het leerlingenparticipatiebeleid, waaronder wordt begrepen de wijze waarop leerlingen worden betrokken bij de vorming van het beleid van de school, alsmede de wijze waarop deze betrokkenheid wordt gefaciliteerd en gestimuleerd, g. artikel 50, eerste lid de wijze waarop het bevoegd gezag omgaat met de in, omschreven bijdragen, h. het beleid met betrekking tot de veiligheid, i. het verzuimbeleid, j. artikel 50, vierde lid de in het kader van het stelsel van kwaliteitszorg, bedoeld in, gedane bevindingen en de maatregelen die naar aanleiding daarvan zijn getroffen, k. artikel 4a, eerste lid, onderdeel c de persoon bij wie de taken, bedoeld in, zijn belegd, en l. artikel 109a de wijze waarop de identiteitscommissie, bedoeld in, invulling geeft aan het openbare karakter onderscheidenlijk de identiteit voor zover het betreft een samenwerkingsschool. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven met betrekking tot de wijze waarop a. de resultaten worden beschreven die met het onderwijs worden bereikt, en b. de context wordt vermeld waarin de onder a bedoelde resultaten dienen te worden geplaatst. 2020 318 04-09-2020 31-08-2020 35063 2020 488 02-12-2020 20-11-2020 01-08-2021
Artikel 51a — Artikel 51a Vaststelling en beschikbaarstelling schoolplan en schoolgids#
Artikel 51a Vaststelling en beschikbaarstelling schoolplan en schoolgids 1 Het bevoegd gezag stelt ten minste eenmaal in de vier jaar het schoolplan vast en stelt dit zo spoedig mogelijk na de vaststelling beschikbaar voor de inspectie. 2 Het bevoegd gezag stelt jaarlijks de schoolgids vast ten behoeve van het eerstvolgende schooljaar en stelt deze zo spoedig mogelijk na de vaststelling beschikbaar voor de ouders, voogden, verzorgers dan wel de meerderjarige en handelingsbekwame leerling, en de inspectie. 2020 235 08-07-2020 01-07-2020 35102 2020 469 24-11-2020 12-11-2020 01-01-2021
Artikel 52 — Artikel 52 Klachtenregeling#
Artikel 52 Klachtenregeling 1 Ouders dan wel leerlingen, en personeelsleden kunnen bij de klachtencommissie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, een klacht indienen over gedragingen en beslissingen van het bevoegd gezag of het personeel, waaronder discriminatie, dan wel het nalaten van gedragingen en het niet nemen van beslissingen door het bevoegd gezag of het personeel. 2 Het bevoegd gezag treft een regeling voor de behandeling van klachten. Deze regeling vermeldt in ieder geval: a. de instelling van een klachtencommissie, die klachten behandelt, b. de wijze waarop de klachtencommissie haar werkzaamheden verricht, c. de termijn waarbinnen de klager een klacht kan indienen en d. de termijn waarbinnen mededeling plaatsvindt van het oordeel, bedoeld in het zesde lid, en hoe bij noodzakelijke afwijking van deze termijn wordt gehandeld. 3 Deze regeling strekt ter vervanging van klachtenregelingen op grond van andere voorschriften dan dit artikel en strekt niet ter vervanging van een andere voorziening die op grond van een wettelijke regeling, niet zijnde een klachtenregeling, voor de klager openstaat of heeft opengestaan. 4 Deze regeling a. voorziet erin dat de klachten worden behandeld door een klachtencommissie die bestaat uit ten minste drie leden, waaronder een voorzitter die geen deel uitmaakt van het bevoegd gezag en niet werkzaam is voor of bij het bevoegd gezag, en b. waarborgt dat aan de behandeling van een klacht niet wordt deelgenomen door een persoon op wiens gedraging de klacht rechtstreeks betrekking heeft. 5 De klager en degene over wie is geklaagd krijgen de gelegenheid: a. hun zienswijze mondeling of schriftelijk toe te lichten en b. zich bij de behandeling van de klacht te laten bijstaan. 6 De klachtencommissie vormt zich een oordeel over de gegrondheid van de klacht en deelt dit oordeel, al dan niet vergezeld van aanbevelingen, schriftelijk mede aan de klager, degene over wie is geklaagd en het bevoegd gezag. 7 Het bevoegd gezag deelt de klager en de klachtencommissie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, binnen 4 weken na ontvangst van het in het zesde lid bedoelde oordeel van de klachtencommissie schriftelijk mede of hij het oordeel over de gegrondheid van de klacht deelt en of hij naar aanleiding van dat oordeel maatregelen zal nemen en zo ja welke. Bij afwijking van de in de eerste volzin bedoelde termijn, doet het bevoegd gezag daarvan met redenen omkleed mededeling aan de klager en de klachtencommissie onder vermelding van de termijn waarbinnen het bevoegd gezag zijn standpunt bekend zal maken. 8 Degene die betrokken is bij de uitvoering van dit artikel en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijze moet vermoeden, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit. 9 Gegevens die betrekking hebben op een klacht worden bewaard op een plaats die uitsluitend toegankelijk is voor de leden van de klachtencommissie en het bevoegd gezag. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2014 104 14-03-2014 01-03-2014 01-08-2014
Artikel 53 — Artikel 53 Vaststelling schoolplan en schoolgids#
Artikel 53 Vaststelling schoolplan en schoolgids Vervallen 2020 235 08-07-2020 01-07-2020 35102 2020 469 24-11-2020 12-11-2020 01-01-2021
Artikel 54 — Artikel 54 Scheiding toezicht en bestuur#
Artikel 54 Scheiding toezicht en bestuur 1 artikel 47 Het bevoegd gezag draagt mede in verband met de verplichting, bedoeld in, zorg voor een goed bestuurde school met een scheiding tussen de functies van bestuur en het toezicht daarop, en met een rechtmatig bestuur en beheer. 2 De benoeming in de functies van het bestuur en het toezicht op het bestuur, bedoeld in het eerste lid, geschiedt op basis van vooraf openbaar gemaakte profielen. 2016 273 14-07-2016 15-06-2016 34251 2016 299 11-08-2016 08-07-2016 01-08-2018 De wijziging is in werking getreden op 1 januari 2017 (Stb. 2016/327). 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2016 299 11-08-2016 08-07-2016 01-08-2018
Artikel 55 — Artikel 55 Intern toezicht#
Artikel 55 Intern toezicht 1 Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de functies van bestuur en intern toezicht op het bestuur in functionele of organieke zin zijn gescheiden. 2 Een intern toezichthouder of een lid van het interne toezichthoudend orgaan functioneert onafhankelijk van het bestuur. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2016 299 11-08-2016 08-07-2016 01-08-2018
Artikel 56 — Artikel 56 Inhoud intern toezicht#
Artikel 56 Inhoud intern toezicht 1 De interne toezichthouder of het interne toezichthoudend orgaan houdt toezicht op de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden door het bestuur en staat het bestuur met raad terzijde. De toezichthouder of het toezichthoudend orgaan is ten minste belast met: a. het goedkeuren van de begroting en het jaarverslag en, indien van toepassing, het strategisch meerjarenplan van de school; b. artikel 175, eerste lid, onderdeel a het toezien op de naleving door het bestuur van wettelijke verplichtingen, de code voor goed bestuur, bedoeld in, en de afwijkingen van die code; c. het toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van de school verkregen op grond van deze wet; d. artikel 121, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES het aanwijzen van een deskundige, bedoeld indie verslag uitbrengt aan de toezichthouder of het toezichthoudend orgaan, en e. het jaarlijks afleggen van verantwoording over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld onder a tot en met d, in het jaarverslag. 2 De taken en bevoegdheden van de interne toezichthouder of het interne toezichthoudend orgaan zijn zodanig dat hij een deugdelijk en onafhankelijk intern toezicht kan uitoefenen. Indien sprake is van meer dan een toezichthouder of van een toezichthoudend orgaan is de eerste volzin van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de combinatie van de toezichthouders of de samenstelling van het toezichthoudend orgaan. 3 De interne toezichthouder of het interne toezichthoudend orgaan pleegt ten minste tweemaal per jaar overleg met de medezeggenschapsraad van de school. 4 artikelen 90 92 93 107 Ambtenarenwet BES Indien het intern toezicht wordt uitgeoefend door een raad van toezicht, zijn het eerste tot en met derde lid van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de raad van toezicht. Een raad van toezicht is tevens belast met het benoemen, schorsen en ontslaan van de leden van het bestuur, alsmede de toepassing van de,,envan deze wet, deen de daarmee verband houdende wettelijke bepalingen op leden van het bestuur die mede tot het personeel behoren. 2016 273 14-07-2016 15-06-2016 34251 2016 299 11-08-2016 08-07-2016 01-08-2018 Abusievelijk is voor het vierde lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is. De wijziging is in werking getreden op 1 januari 2017 (Stb. 2016/327). 2015 213 17-06-2015 04-06-2015 34144 2016 299 11-08-2016 08-07-2016 01-08-2018 De wijziging is in werking getreden op 1 augustus 2015 (Stb. 2015/276).
Artikel 57 — Artikel 57 Samenstelling medezeggenschapsraad#
Artikel 57 Samenstelling medezeggenschapsraad 1 Aan een school is een medezeggenschapsraad verbonden. 2 De medezeggenschapsraad van een school bestaat uit ten minste 4 leden. 3 De medezeggenschapsraad van een school bestaat uit: a. leden die uit en door het personeel worden gekozen; en b. leden die deels uit en door de ouders en deels uit en door de leerlingen worden gekozen. 4 De aantallen leden, bedoeld in het derde lid, onderdeel a en onderdeel b, zijn aan elkaar gelijk. Tevens zijn de aantallen leden uit en door de ouders en uit en door de leerlingen aan elkaar gelijk. Indien niet aan de tweede volzin kan worden voldaan, omdat onvoldoende ouders dan wel leerlingen bereid zijn lid te worden, kan de niet door de desbetreffende groep te vervullen plaats worden toegedeeld aan de andere groep. 5 Indien het bevoegd gezag personeel heeft benoemd of te werk gesteld zonder benoeming dat werkzaamheden verricht ten behoeve van meer dan een school, kan een medezeggenschapsraad worden ingesteld die bestaat uit leden die uit en door dat personeel worden gekozen. De medezeggenschapsraad bestaat in dat geval uit ten minste 2 leden. 6 Geen lid van de medezeggenschapsraad kunnen zijn degenen die deel uitmaken van het bevoegd gezag. 7 Een personeelslid dat is opgedragen om namens het bevoegd gezag op te treden in besprekingen met de medezeggenschapsraad kan niet tevens lid zijn van de medezeggenschapsraad. 8 Kandidaten voor de verkiezing van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door het personeel wordt gekozen, kunnen worden gesteld door personeelsleden en door organisaties van personeel. Kandidaten voor de verkiezing van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door de ouders of de leerlingen wordt gekozen, kunnen worden gesteld door ouders of leerlingen en door organisaties van ouders of leerlingen. 9 De verkiezing van de leden van de medezeggenschapsraad geschiedt bij geheime schriftelijke stemming. 10 Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven over de periode waarin de verkiezing van de leden van de medezeggenschapsraad plaatsvindt. 11 Het bevoegd gezag draagt er zorg voor, dat de leden van de medezeggenschapsraad niet uit hoofde van hun lidmaatschap van de raad worden benadeeld in hun positie met betrekking tot de school. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van kandidaatleden en voormalige leden. 12 De beëindiging anders dan op eigen verzoek van de betrekking van een lid van het personeel mag geen verband houden met de kandidaatstelling voor het lidmaatschap, het lidmaatschap of het voormalig lidmaatschap van de betrokkene van de medezeggenschapsraad. Een beëindiging van de betrekking in strijd met dit lid is nietig. 13 De medezeggenschapsraad kiest uit zijn midden een voorzitter en een of meer plaatsvervangende voorzitters. De voorzitter, of bij diens verhindering een plaatsvervangende voorzitter, vertegenwoordigt de raad in rechte. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2014 104 14-03-2014 01-03-2014 01-08-2014
Artikel 58 — Artikel 58 Medezeggenschap#
Artikel 58 Medezeggenschap 1 artikel 57 Het bevoegd gezag stelt de medezeggenschapsraad bedoeld inten minste twee maal per jaar in de gelegenheid de algemene gang van zaken in de school met hem te bespreken. 2 Het bevoegd gezag en de medezeggenschapsraad komen bijeen indien daarom onder opgave van redenen door het bevoegd gezag, de vertegenwoordigers van ouders, de vertegenwoordigers van leerlingen of de vertegenwoordigers van personeel wordt verzocht. De besprekingen kunnen namens het bevoegd gezag worden gevoerd. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2014 104 14-03-2014 01-03-2014 01-08-2014
Artikel 61 — Artikel 61 Bijzondere inrichting school#
Artikel 61 Bijzondere inrichting school artikelen 8 12a tot en met 41 artikel 45 Ten behoeve van de bijzondere inrichting van het onderwijs aan een school kan Onze Minister besluiten toe te staan dat wordt afgeweken van deen, en van de voorschriften, bedoeld in. Onze Minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een aanvraag. Indien de beschikking niet binnen zes maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. 2017 80 09-03-2017 22-02-2017 34607 2017 166 20-04-2017 29-03-2017 01-07-2017
Artikel 63 — Artikel 63 Handelingsplan#
Artikel 63 Handelingsplan 1 artikel 69, derde lid Het bevoegd gezag van een school waar een leerling met een specifieke onderwijsbehoefte is ingeschreven stelt in overeenstemming met de ouders en met inachtneming van, voor elk schooljaar een handelingsplan op. Indien de inschrijving van de in de eerste volzin bedoelde leerling plaatsvindt op of na 1 augustus wordt het handelingsplan zo spoedig mogelijk doch uiterlijk een maand na die inschrijving opgesteld. 2 Het handelingsplan wordt jaarlijks met de ouders geëvalueerd. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 64 — Artikel 64 Toelating, verwijdering, voorwaardelijke bevordering; verblijfsduur praktijkonderwijs#
Artikel 64 Toelating, verwijdering, voorwaardelijke bevordering; verblijfsduur praktijkonderwijs 1 artikel 17 artikelen 13 14 15 17 Leerplichtwet BES artikel 1, onder c, van de Leerplichtwet BES Het bevoegd gezag beslist over de toelating van leerlingen, met inachtneming van deze paragraaf. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor elke soort van scholen of voor aan scholen als bedoeld inverzorgde profielen voorwaarden voor de toelating en voorschriften omtrent verwijdering en voorwaardelijke bevordering worden vastgesteld. De algemene maatregel van bestuur bedoeld in de tweede volzin houdt in elk geval voorschriften in met betrekking tot de voorwaarden voor de toelating tot de scholen, bedoeld in de,,en. Definitieve verwijdering van een leerling waarop devan toepassing is, vindt niet plaats dan nadat het bevoegd gezag ervoor heeft zorggedragen dat een andere school, dan wel een instelling als bedoeld inbereid is de leerling toe te laten. 2 artikel 6 Voor het volgen van een vorm van onderwijs als onderscheiden inaan een school wordt uitsluitend als leerling toegelaten degene waarvan de ouders aantonen, dan wel, indien hij meerderjarig en handelingsbekwaam is, degene die aantoont dat hij: a. de Nederlandse nationaliteit bezit of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander wordt behandeld, b. artikel 6 vreemdeling is en jonger is dan 18 jaar op de eerste schooldag waarop de vorm van voortgezet onderwijs als onderscheiden inbegint waarvoor voor de eerste maal toelating wordt gewenst, c. artikel 6 3 5a 6 van de Wet toelating en uitzetting BES vreemdeling is, 18 jaar of ouder is op de eerste schooldag waarop de vorm van voortgezet onderwijs als onderscheiden inbegint waarvoor voor de eerste maal toelating wordt gewenst en op die dag rechtmatig verblijf houdt in de zin van,of, of d. artikel 6 vreemdeling is, niet meer voldoet aan een van de voorwaarden, genoemd onder b of c, en eerder in overeenstemming met een van die onderdelen voor een vorm van voortgezet onderwijs als onderscheiden inis toegelaten tot een school, welke vorm van voortgezet onderwijs nog steeds wordt gevolgd en nog niet is voltooid. 3 Indien na de toelating tot de school blijkt dat deze op welke grond dan ook niet in overeenstemming met het tweede lid heeft plaatsgevonden, wordt de leerling onmiddellijk verwijderd. 4 De toelating wordt niet afhankelijk gesteld van een andere dan een bij of krachtens de wet geregelde bijdrage. 5 Dit lid is nog niet in werking getreden. 6 artikel 69, eerste lid, van de Wet administratieve rechtspraak BES Op een bezwaarschrift ter zake van de toelating of verwijdering van leerlingen, beslist het bevoegd gezag, voor zover het een bevoegd gezag van een openbare school betreft in afwijking van, binnen vier weken na ontvangst van het bezwaarschrift, doch niet eerder dan nadat de kandidaat-leerling, respectievelijk de leerling en, indien deze nog niet meerderjarig is, ook diens ouders, in de gelegenheid is, respectievelijk zijn gesteld, te worden gehoord en kennis heeft respectievelijk hebben kunnen nemen van de op die besluiten betrekking hebbende adviezen of rapporten. 2020 121 24-04-2020 08-04-2020 35195 2020 210 26-06-2020 17-06-2020 01-08-2020
Artikel 64a — Artikel 64a Doorstroom naar havo en vwo#
Artikel 64a Doorstroom naar havo en vwo 1 Het bevoegd gezag weigert een leerling niet de toelating tot het vijfde leerjaar van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs dan wel het vierde leerjaar van het hoger algemeen voortgezet onderwijs op grond van zijn oordeel over kennis, vaardigheden of leerhouding van de leerling, indien de leerling in het bezit is van een diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs onderscheidenlijk een diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs in de theoretische of gemengde leerweg. 2 In afwijking van het eerste lid, mag het bevoegd gezag de toelating weigeren indien de leerling niet voldoet aan voorwaarden die bij algemene maatregel van bestuur kunnen worden gesteld met betrekking tot kennis, vaardigheden of leerhouding van de leerling. 3 De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 2020 121 24-04-2020 08-04-2020 35195 2020 210 26-06-2020 17-06-2020 02-08-2020
Artikel 65 — Artikel 65 Te verstrekken gegevens bij toelating#
Artikel 65 Te verstrekken gegevens bij toelating 1 Onverminderd bij algemene maatregel van bestuur gegeven voorschriften met betrekking tot de in- en uitschrijving van leerlingen, vindt toelating van een leerling als bedoeld in artikel 64 slechts plaats nadat door de ouders of, indien de leerling meerderjarig is, door de leerling de gegevens betreffende de geslachtsnaam, de voorletters, de geboortedatum, het geslacht en het persoonsgebonden nummer BES van de leerling zijn overgelegd. Indien door de ouders of, indien de leerling meerderjarig is, door de leerling aannemelijk wordt gemaakt dat geen persoonsgebonden nummer BES van de leerling kan worden overgelegd, vindt de toelating plaats met inachtneming van het derde lid. 2 Dit lid is nog niet in werking getreden. 3 Dit lid is nog niet in werking getreden. 4 Dit lid is nog niet in werking getreden. 5 Dit lid is nog niet in werking getreden. 6 Dit lid is nog niet in werking getreden. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 66 — Artikel 66 Melding in verband met voortijdig schoolverlaten niet-leerplichtigen#
Artikel 66 Melding in verband met voortijdig schoolverlaten niet-leerplichtigen 1 Het bevoegd gezag doet onverwijld opgave aan het bestuurscollege van het openbaar lichaam waar de betrokkene woon- of verblijfplaats heeft van de gegevens van degene a. Leerplichtwet BES op wie deniet meer van toepassing is en die de leeftijd van 25 jaren nog niet heeft bereikt, b. artikel 13 artikel 14 artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES die niet in het bezit is van een diploma voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld inonderscheidenlijkdan wel een diploma van een opleiding als bedoeld in, en c. die 1°. het onderwijs aan de school gedurende een aaneengesloten periode van ten minste een maand of een door het bevoegd gezag te bepalen kortere periode zonder geldige reden niet meer volgt, of 2°. bij de school wordt in- of uitgeschreven of van de school wordt verwijderd. 2 Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de toepassing van het eerste lid. 3 Bij de verwerking van gegevens, bedoeld in dit artikel, wordt het persoonsgebonden nummer BES van de betrokkene gebruikt. 4 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze van de verstrekking van gegevens op grond van het eerste lid en wordt een nadere specificatie gegeven van de gegevens die op grond van het eerste lid worden verstrekt. 5 artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens BES De gegevens die worden verstrekt op grond van het eerste lid kunnen persoonsgegevens als bedoeld inomvatten, met uitzondering van gegevens over ras, politieke gezindheid, seksueel leven of het lidmaatschap van een vakvereniging, voor zover deze persoonsgegevens noodzakelijk zijn met het oog op de informatieverstrekking over de achtergronden van het verzuim. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 66a — Artikel 66a Deelname leerlingen aan extra activiteiten#
Artikel 66a Deelname leerlingen aan extra activiteiten 1 artikel 64, vierde lid De deelname van leerlingen aan activiteiten die geen onderdeel uitmaken van het verplichte onderwijsprogramma en worden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag, wordt niet afhankelijk gesteld van een bijdrage als bedoeld in. 2 Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan voor de daar bedoelde activiteiten, indien: a. artikel 34 deze activiteiten buiten de kerndoelen, bedoeld in, of eindtermen en eindexamenprogramma’s langdurig aan leerlingen worden aangeboden door een school die door dat bevoegd gezag in stand gehouden wordt, b. die school is aangesloten bij een verband van scholen die dergelijke activiteiten organiseren, en c. krachtens een door dat verband vastgestelde code een regeling is getroffen voor de leerlingen ten aanzien van wie niet of niet geheel de gevraagde ouderbijdrage wordt betaald. 3 Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gesteld aan de scholen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, en aan de code, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c. 2020 318 04-09-2020 31-08-2020 35063 2020 488 02-12-2020 20-11-2020 01-08-2021
Artikel 67 — Artikel 67 Samenwerkingsverband#
Artikel 67 Samenwerkingsverband 1 Het bevoegd gezag is voor elk van zijn scholen aangesloten bij een samenwerkingsverband met, voor zover aanwezig in het openbaar lichaam: a. een of meer scholen, b. een of meer scholen voor basisonderwijs, c. Wet educatie en beroepsonderwijs BES een of meer instellingen als bedoeld in de, d. artikel 5, tweede lid, van de Wet sociale kanstrajecten jongeren BES de uitvoeringsinstantie, bedoeld in, en e. een expertisecentrum onderwijszorg. 2 In afwijking van het eerste lid kan een samenwerkingsverband bestaan uit de betrokkenen, bedoeld in de onderdelen a, b, c of d, die gezamenlijk een expertisecentrum onderwijszorg in stand houden. 3 Het samenwerkingsverband stelt zich ten doel een samenhangend geheel van zorgvoorzieningen binnen en tussen scholen en in samenwerking met de betrokkenen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b tot en met e, te realiseren en wel zodanig dat zoveel mogelijk leerlingen, vavo-studenten en mbo-studenten een ononderbroken onderwijsloopbaan kunnen doormaken. 4 Per openbaar lichaam is er één samenwerkingsverband. 5 Indien een bevoegd gezag wenst deel te nemen aan het samenwerkingsverband, wordt deze deelname door de bevoegde gezagsorganen van het samenwerkingsverband niet geweigerd. 6 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze waarop een geschil tussen de organisaties, bedoeld in het eerste lid, over aangelegenheden die het samenwerkingsverband aangaan, wordt beslecht. 2020 234 08-07-2020 01-07-2020 35252 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 68 — Artikel 68 Eilandelijk zorgplan#
Artikel 68 Eilandelijk zorgplan 1 artikel 67, eerste lid Het bevoegd gezag stelt samen met de bevoegde gezagsorganen die samenwerken in een samenwerkingsverband en met het expertisecentrum onderwijszorg indien, van toepassing is, jaarlijks voor 1 mei een gezamenlijk eilandelijk zorgplan vast voor het daaropvolgende schooljaar. 2 Het eilandelijk zorgplan bevat in elk geval een beschrijving van: a. artikel 67, eerste en derde lid de wijze waarop wordt voldaan aan, b. artikel 149 de wijze, waarop de bekostiging voor de zorgvoorzieningen, bedoeld in, wordt ingezet, c. artikel 69, eerste lid de wijze waarop de subsidie voor de taken, bedoeld in, en voor zover van toepassing het zevende lid van dat artikel, wordt ingezet, d. de beoogde en bereikte kwalitatieve en kwantitatieve resultaten ten aanzien van de onderwijskundige opvang van de leerlingen, vavo-studenten en mbo-studenten met een specifieke onderwijsbehoefte, e. de procedures voor de handelingsgerichte diagnose van leerlingen, vavo-studenten en mbo-studenten, en f. de wijze waarop aan de ouders informatie wordt verstrekt over de zorgvoorzieningen. 3 Het eilandelijk zorgplan wordt voor 15 mei voorafgaand aan het schooljaar waarop het betrekking heeft, toegezonden aan de inspectie. 2020 234 08-07-2020 01-07-2020 35252 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 69 — Artikel 69 Expertisecentrum onderwijszorg#
Artikel 69 Expertisecentrum onderwijszorg 1 Onze Minister kan op verzoek een rechtspersoon aanwijzen die naar zijn oordeel in staat is deskundige ondersteuning te bieden aan leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte waarin binnen de school redelijkerwijs niet kan worden voorzien en waaronder in elk geval de volgende taken worden verstaan: a. het verzorgen van onderwijsondersteunende activiteiten aan leerlingen met een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke, geestelijke of meervoudige handicap of stoornis, b. het verzorgen van ambulante begeleiding ten behoeve van leerlingen met een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke, geestelijke of meervoudige handicap of stoornis, c. het verrichten van handelingsgerichte diagnostiek ten behoeve van de leerlingen op verzoek van het bevoegd gezag, het samenwerkingsverband of de ouders, of d. het op verzoek van een bevoegd gezag, het samenwerkingsverband of de ouders van leerlingen adviseren en collegiaal consulteren. 2 De rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de toepassing van deze wet aangeduid als expertisecentrum onderwijszorg. 3 artikel 80 Een leerling die binnen een locatie van het expertisecentrum onderwijszorg wordt begeleid, blijft ingeschreven bij de school. Het bevoegd gezag van deze school blijft verantwoordelijk voor de leerling tijdens het verblijf binnen het expertisecentrum onderwijszorg. Onder deze verantwoordelijkheid valt in elk geval de zorg voor het geven van adequaat onderwijs door een leraar die daartoe bevoegd is op grond van. 4 artikel 172 artikel 67 Met inachtneming vanvergoedt het bevoegd gezag voor het begeleiden van zijn leerling, bedoeld in het derde lid, naar redelijkheid en indien dit naar het oordeel van het samenwerkingsverband, bedoeld in, nodig is, de kosten die worden gemaakt door: a. het expertisecentrum onderwijszorg, en b. artikel 67, eerste lid, onderdelen a tot en met c een ander bevoegd gezag van een school of instelling als bedoeld in. 5 Per openbaar lichaam is er één expertisecentrum onderwijszorg. 6 Artikel 52 Het expertisecentrum onderwijszorg treft een regeling voor de behandeling van klachten over gedragingen en beslissingen van het bestuur van dit centrum of het personeel, waaronder discriminatie, dan wel het nalaten van gedragingen en het niet nemen van beslissingen door het bestuur of het personeel voor zover het betreft zijn onderscheidenlijk hun werkzaamheden in het kader van het onderwijsproces of de deskundige ondersteuning, bedoeld in het eerste lid.is van overeenkomstige toepassing. 7 Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over de taken van het expertisecentrum onderwijszorg. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 70 — Artikel 70 Toezicht expertisecentrum onderwijszorg#
Artikel 70 Toezicht expertisecentrum onderwijszorg 1 artikel 69, eerste lid Met het toezicht op de uitvoering van de taken, bedoeld in, en voor zover van toepassing het zevende lid van dat artikel, zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren. 2 artikelen 5:13 5:15 5:16 5:17 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht De,,,enzijn van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht Onze Minister is bevoegd tot overeenkomstige toepassing vanten aanzien van de in het eerste lid bedoelde taken. 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021
Artikel 71 — Artikel 71 Taakverwaarlozing door expertisecentrum onderwijszorg#
Artikel 71 Taakverwaarlozing door expertisecentrum onderwijszorg 1 Onze Minister is bevoegd tot het treffen van noodzakelijke voorzieningen indien het expertisecentrum onderwijszorg naar het oordeel van Onze Minister zijn taken ernstig verwaarloost. 2 De voorzieningen, bedoeld in het eerste lid, worden niet eerder getroffen dan nadat het expertisecentrum onderwijszorg in de gelegenheid is gesteld om binnen een door Onze Minister te stellen redelijke termijn alsnog zijn taken naar behoren uit te voeren. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 72 — Artikel 72 Eindexamens en diploma#
Artikel 72 Eindexamens en diploma 1 Aan de leerlingen van de scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger algemeen voortgezet onderwijs, voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en voor voorbereidend beroepsonderwijs wordt gelegenheid gegeven aan deze scholen een eindexamen af te leggen, tenzij in de plaats daarvan de gelegenheid bestaat tot het afleggen van een eindexamen, dat niet vanwege de school wordt afgenomen en het bevoegd gezag in verband hiermede een eindexamen aan de school niet nodig oordeelt. Het eindexamen kan voor elk vak of ander programma-onderdeel bestaan uit een schoolexamen, uit een centraal examen dan wel beide. 1a Indien ten aanzien van een schoolsoort of leerweg het gemiddelde verschil tussen de cijfers van het centraal examen en het schoolexamen over een periode van drie jaren meer dan een half punt bedraagt, kan Onze Minister in afwijking van het eerste lid besluiten dat het bevoegd gezag voor een periode van twee jaren leerlingen niet in de gelegenheid stelt een eindexamen af te leggen in de desbetreffende schoolsoort of leerweg. 1b Onze Minister besluit of toepassing wordt gegeven aan lid 1a nadat het bevoegd gezag van de school gedurende een periode van ten minste drie jaar de gelegenheid heeft gehad, het gemiddelde verschil, bedoeld in lid 1a, ongedaan te maken, voor zover dat verschil meer dan een half punt bedraagt. 2 Het eindexamen wordt afgenomen door de rector, de directeur, de conrector, de adjunct-directeur of een of meer leraren van de school. Het eindexamen staat onder toezicht van een of meer gecommitteerden behoudens voor bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen examens en examenonderdelen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald door wie en op welke wijze de gecommitteerden worden aangewezen. Het eindexamen kan mede worden afgenomen door deskundigen. Het bevoegd gezag wijst de deskundigen aan. 3 Zij die het eindexamen met goed gevolg hebben afgelegd, ontvangen een diploma. Leerlingen van een school voor voorbereidend beroepsonderwijs voor zover het betreft de basisberoepsgerichte leerweg, die met goed gevolg een gedeelte van het examenprogramma hebben afgelegd, ontvangen een getuigschrift voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs en leerlingen die een leer-werktraject met goed gevolg afsluiten, ontvangen een diploma basisberoepsgerichte leerweg/leer-werktraject. Onze Minister stelt de modellen van diploma's en getuigschriften vast. 4 artikel 47a Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorschriften vastgesteld omtrent de in dit artikel bedoelde eindexamens, alsmede omtrent programmaonderdelen, die niet voor alle leerlingen van een school dezelfde vakken en andere programmaonderdelen behoeven te omvatten. Bij deze algemene maatregel van bestuur worden tevens de eindexamenprogramma's vastgesteld. Bij de vaststelling van de eindexamenprogramma’s Nederlandse taal respectievelijk Nederlandse taal en literatuur worden de referentieniveaus Nederlandse taal in acht genomen die voor de desbetreffende vormen van onderwijs of voor dan wel binnen leerwegen zijn vastgesteld op grond van. 5 Voor examens, die niet vanwege de school worden afgenomen, kunnen bij algemene maatregel van bestuur voorschriften worden gegeven. 6 Ten behoeve van de bijzondere inrichting van het onderwijs aan een school kan Onze Minister besluiten toe te staan dat wordt afgeweken van het bepaalde bij of krachtens dit artikel. Onze Minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een aanvraag. Indien de beschikking niet binnen zes maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. 2020 233 08-07-2020 01-07-2020 35357 2020 252 15-07-2020 08-07-2020 16-07-2020 01-08-2019
Artikel 73 — Artikel 73 Schooldiploma praktijkonderwijs#
Artikel 73 Schooldiploma praktijkonderwijs 1 De directeur reikt een schooldiploma praktijkonderwijs uit aan de leerling die een school voor praktijkonderwijs verlaat en naar het oordeel van de directeur in aanmerking komt voor het schooldiploma. De directeur baseert zijn oordeel op een reglement dat door het bevoegd gezag wordt vastgesteld. 2 Een portfolio waarin de behaalde resultaten zijn opgenomen, maakt deel uit van het schooldiploma. 3 Bij ministeriële regeling wordt een model voor het schooldiploma vastgesteld. 4 De leerling die een deel van het programma heeft voltooid, de school voor praktijkonderwijs verlaat en niet op grond van het eerste lid een schooldiploma ontvangt, ontvangt een verklaring. 2021 179 15-04-2021 03-02-2021 35580 2021 360 16-07-2021 07-07-2021 01-08-2021
Artikel 74 — Artikel 74 Extraneï-examens#
Artikel 74 Extraneï-examens 1 artikel 72, derde lid Een diploma als bedoeld in, kan ook worden uitgereikt aan degenen die niet als leerlingen van een school zijn ingeschreven, maar tot het eindexamen van die school zijn toegelaten en dit met gunstig gevolg hebben afgelegd. 2 Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften vastgesteld omtrent de in het eerste lid bedoelde toelating tot het eindexamen. Daarbij wordt vastgesteld in welke gevallen een bedrag aan het bevoegd gezag verschuldigd is, alsmede de hoogte daarvan. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 75 — Artikel 75 Wet administratieve rechtspraak BES Afwijking termijn#
Artikel 75 Wet administratieve rechtspraak BES Afwijking termijn Vervallen 2013 88 08-03-2013 07-02-2013 33336 2013 276 03-07-2013 29-05-2013 04-07-2013
Artikel 76 — Artikel 76 Verklaring#
Artikel 76 Verklaring 1 De leerling die de school verlaat en aan wie geen diploma kan worden uitgereikt, ontvangt een verklaring waarin in ieder geval worden vermeld het tijdstip waarop hij de school verlaat en het leerjaar waartoe hij laatstelijk onvoorwaardelijk was bevorderd alsmede voor welke vormen van vervolgonderwijs en voor welke leerjaren daarvan hij geschikt wordt geacht. De verklaring wordt door het bevoegd gezag of namens het bevoegd gezag door de rector of de directeur, ondertekend. 2 Onze Minister stelt het model van de verklaring vast. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 77 — Artikel 77 Personeelscategorieën; formatiebeleid; taken en functies personeel#
Artikel 77 Personeelscategorieën; formatiebeleid; taken en functies personeel 1 Aan een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, algemeen voortgezet onderwijs, voorbereidend beroepsonderwijs en praktijkonderwijs zijn een of meer leraren verbonden. 2 Aan het hoofd van een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs staat een rector, aan het hoofd van een school voor algemeen voortgezet onderwijs, voorbereidend beroepsonderwijs en praktijkonderwijs een directeur. 3 De conrectoren en de adjunct-directeuren hebben tot taak de rector onderscheidenlijk de directeur bij te staan en bij afwezigheid te vervangen. 4 Het overige personeel heeft tot taak het onderwijs te ondersteunen. 5 Een of meer leden van het personeel worden belast met de taak van schooldecaan. 6 Het bevoegd gezag stelt jaarlijks het beleid vast met betrekking tot de formatie van de verschillende categorieën personeel van de school. Het bevoegd gezag bepaalt, zoveel mogelijk tegelijk met de vaststelling van het in de eerste volzin bedoelde beleid met betrekking tot de formatie, functies en taken van het personeel van de school, met inachtneming van de daaromtrent bij algemene maatregel van bestuur te geven nadere voorschriften. 7 artikelen 39 40 Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder «vakken» tevens verstaan, programmaonderdelen als bedoeld in deen. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2017 296 07-07-2017 27-06-2017 01-08-2018
Artikel 78 — Artikel 78 Overdracht taken en bevoegdheden#
Artikel 78 Overdracht taken en bevoegdheden 1 Het bestuur kan hem bij wettelijk voorschrift opgedragen taken en bevoegdheden overdragen aan de rector of de directeur van de school. 2 De rector of de directeur van de school kunnen hen bij wettelijk voorschrift opgedragen of door het bevoegd gezag overgedragen taken en bevoegdheden overdragen aan elkaar of aan de adjunct-directeur. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2017 296 07-07-2017 27-06-2017 01-08-2017
Artikel 79 — Artikel 79 Vaststelling managementstatuut#
Artikel 79 Vaststelling managementstatuut 1 Het bevoegd gezag stelt na overleg met de rector, de directeur, de conrector en de adjunct-directeur, een managementstatuut vast. In het managementstatuut is ten minste een regeling opgenomen betreffende de bevoegdheden van de rector, de directeur, de conrector en de adjunct-directeur met betrekking tot de toedeling, bestemming en aanwending van de bekostiging. 2 Het managementstatuut bevat tevens de aanduiding van de andere aan het bevoegd gezag bij wettelijk voorschrift toegekende taken en bevoegdheden waarvan het bevoegd gezag heeft bepaald dat de rector, de directeur, de conrector of de adjunct-directeur van de school deze in naam van het bevoegd gezag kan uitoefenen. Het managementstatuut bevat voorts instructies ten aanzien van deze taken en bevoegdheden. 3 In het managementstatuut worden tevens vastgelegd: a. artikel 78, eerste lid de taken en bevoegdheden die het bestuur overdraagt aan de rector en de directeur van de school, indien toepassing is gegeven aan; b. artikel 78, tweede lid de taken en bevoegdheden die de rector en de directeur van de school hebben overgedragen aan elkaar of aan de adjunct-directeur, indien toepassing is gegeven aan; en c. de richtlijnen voor de uitoefening van de overgedragen taken en bevoegdheden. 4 Het bevoegd gezag stelt het managementstatuut op een voor eenieder toegankelijke wijze beschikbaar. 2020 235 08-07-2020 01-07-2020 35102 2020 469 24-11-2020 12-11-2020 01-01-2021
Artikel 80 — Artikel 80 Vereisten benoeming of tewerkstelling leraren#
Artikel 80 Vereisten benoeming of tewerkstelling leraren 1 Leraren worden door het bevoegd gezag benoemd dan wel tewerkgesteld zonder benoeming. Om tot leraar te kunnen worden benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming dient de betrokkene: De eerste en tweede volzin zijn niet van toepassing op benoeming of tewerkstelling van leraren voor het verzorgen van een vak of ander programmaonderdeel dat door het bevoegd gezag is vastgesteld, uitgezonderd godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs. a. Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES in het bezit te zijn van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de, die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden, b. in het bezit te zijn van: 1°. Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek artikel 86, eerste lid een getuigschrift, afgegeven krachtens de, waaruit blijkt dat is voldaan aan de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens, of 2°. artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in, verleend ten aanzien van het onderwijs dat betrokkene zal geven, of 3°. artikel 197 een geschiktheidsverklaring als bedoeld in, en c. niet krachtens rechterlijke uitspraak van het geven van onderwijs te zijn uitgesloten. 2 artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Indien het bevoegd gezag een leraar benoemt of tewerkstelt zonder benoeming voor uitsluitend het geven van middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of het geven van onderwijs in de eerste drie leerjaren van het hoger algemeen voortgezet onderwijs of van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, is het eerste lid, onderdeel b, onder 3°, niet van toepassing en volstaat in afwijking van het eerste lid, onderdeel b, onder 1°, het bezit van het getuigschrift van een bacheloropleiding als bedoeld in, waaruit blijkt dat: 1°. artikel 7.4, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek de betrokkene in het kader van die opleiding met goed gevolg ten minste 30 studiepunten als bedoeld in, heeft besteed aan voorbereiding op het geven van onderwijs in een met zijn opleiding inhoudelijk overeenkomend vak in die leerjaren, en 2°. artikel 86, eerste lid is voldaan aan de bekwaamheidseisen, bedoeld in, voor zover die van toepassing zijn op dat onderwijs. 3 artikel 31 Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek artikel 3, eerste lid, van de Wet primair onderwijs BES artikel 35 van die wet Indien het bevoegd gezag een leraar benoemt of tewerkstelt zonder benoeming voor het geven van praktijkonderwijs als bedoeld inin één of meer bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen vakken, volstaat in afwijking van het eerste lid, onderdeel b, onder 1°, het bezit van een getuigschrift krachtens de, waaruit blijkt dat ten aanzien van schoolonderwijs als bedoeld inis voldaan aan de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens. 4 Bij ministeriële regeling wordt: a. bepaald op grond van het getuigschrift van welke bacheloropleidingen als bedoeld in het tweede lid onderwijs verzorgd kan worden in daarbij aan te wijzen vakken; b. ten aanzien van algemeen gebruikelijke vakken of programmaonderdelen, waarvoor op grond van een getuigschrift als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 1°, niet rechtstreeks kan of kon worden vastgesteld dat wordt voldaan aan de voor die vakken of programmaonderdelen geldende bekwaamheidseisen, een overzicht gegeven van getuigschriften waarmee wordt voldaan aan de bekwaamheidseisen die gelden voor het geven van voortgezet onderwijs in die vakken of programmaonderdelen. In het overzicht kunnen eisen worden opgenomen omtrent bij- of nascholing. 5 In bijzondere gevallen kan Onze Minister besluiten aan personen, die in een bepaald vak of onderdeel van een vak door buitengewone bekwaamheid uitmunten, ten aanzien van dit vak of onderdeel van dit vak ontheffing te verlenen van de in het eerste lid onder b gestelde eisen. 6 Bij tijdelijke afwezigheid van een leraar kan ten aanzien van degene die hem vervangt voor ten hoogste twaalf maanden worden afgeweken van de eisen, gesteld in het eerste lid, onderdeel b, met dien verstande dat de periode van twaalf maanden is verstreken vanaf de dag dat perioden van vervanging als bedoeld in dit lid elkaar met tussenpozen van niet meer dan drie maanden hebben opgevolgd en een periode van twaalf maanden, deze tussenpozen inbegrepen, is overschreden. Indien in een vacature niet terstond kan worden voorzien door de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming van een leraar die aan de genoemde eisen voldoet, is het bepaalde in de vorige volzin van overeenkomstige toepassing. Deze termijn van een jaar kan met ten hoogste twee jaren worden verlengd indien het bevoegd gezag en de betrokkene schriftelijk verklaren dat betrokkene verplicht is zich in te spannen binnen twee jaren alsnog te voldoen aan de eisen gesteld in het eerste lid, onderdeel b. Het bevoegd gezag kan onder de voorwaarden, genoemd in de vorige volzin, een verlenging van nog eens twee jaren geven indien het dat noodzakelijk oordeelt vanwege de kwaliteit en de voortgang van het onderwijs op de school. 7 artikel 86, eerste lid Degene die benoembaar of tewerkstelbaar zonder benoeming is voor enig vak, mag, onverminderd het achtste lid, door het bevoegd gezag gedurende ten hoogste twee jaren worden belast met werkzaamheden als leraar waarvoor hij niet voldoet aan de in, bedoelde bekwaamheidseisen. Aan de eerste volzin wordt uitsluitend toepassing gegeven indien het bevoegd gezag en betrokkene in ieder geval schriftelijk hebben verklaard dat betrokkene verplicht is zich in te spannen om binnen twee jaren alsnog te voldoen aan de bekwaamheidseisen voor die werkzaamheden. Het bevoegd gezag kan de in de eerste volzin bedoelde termijn verlengen met ten hoogste twee jaren indien het bevoegd gezag dat noodzakelijk oordeelt vanwege de kwaliteit en de voortgang van het onderwijs aan de school. De tweede volzin is in dat geval van overeenkomstige toepassing. De inspectie kan op aanvraag van het bevoegd gezag besluiten toe te staan dat in de eerste twee leerjaren wordt afgeweken van de eis, bedoeld in de tweede volzin. 8 artikel 35 Indien in het onderwijsprogramma, bedoeld in, sprake is van vakoverstijgende programmaonderdelen, kan in de eerste twee leerjaren worden gewerkt met teams die verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van het onderwijsprogramma voor die vakoverstijgende programmaonderdelen voor zover wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. artikel 86, eerste lid leraren die deel uitmaken van een team voldoen ieder aan bekwaamheidseisen als bedoeld in, waarbij de leraren in het team als geheel beschikken over de bekwaamheidseisen voor de vakken die zijn betrokken bij het vakoverstijgende programmaonderdeel, b. artikel 86, eerste lid leraren die deel uitmaken van een team zijn ieder verantwoordelijk voor de kwaliteit van het deel van het onderwijs van het desbetreffende vakoverstijgende programmaonderdeel waarvoor zij voldoen aan de bekwaamheidseisen, bedoeld in, en c. het onderwijs in het desbetreffende vakoverstijgende programmaonderdeel kan worden verzorgd door: 1°. leden van het team, en 2°. artikel 88 andere leraren die daartoe naar het oordeel van het bevoegd gezag geschikt zijn. Daarbij stelt het bevoegd gezag, de opvattingen van de leden van het team in aanmerking nemend, vast of de inhoudelijke of didactische kennis en vaardigheden van deze leraren voldoende zijn. Indien dat niet het geval is, wordt eveneens vastgesteld hoe hierin alsnog wordt voorzien. Het bevoegd gezag legt dit vast in de geordende gegevens, bedoeld in. 9 artikel 27a artikel 27l Indien in het onderwijsprogramma van een doorlopende leerroute vmbo-mbo als bedoeld inof de geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding, bedoeld insprake is van vak- en sectoroverstijgende programmaonderdelen kan worden gewerkt met teams die verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van het onderwijsprogramma voor die vak- en sectoroverstijgende programmaonderdelen voorzover wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. artikel 86, eerste lid artikel 4.2.3, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES leraren en docenten die deel uitmaken van een team voldoen ieder aan bekwaamheidseisen als bedoeld in, of, waarbij de leraren en docenten in het team als geheel beschikken over de bekwaamheidseisen voor alle vak- of sectoroverstijgende onderdelen van het onderwijsprogramma van de doorlopende leerroute vmbo-mbo of de geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding, en b. artikel 86, eerste lid artikel 4.2.3, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES leraren en docenten die deel uitmaken van een team zijn ieder verantwoordelijk voor de kwaliteit van dat deel van het onderwijs in het desbetreffende vak- en sectoroverstijgende programmaonderdeel waarvoor zij voldoen aan de bekwaamheidseisen, bedoeld in, of. 10 Bij toepassing van het achtste lid of negende lid is het zesde lid van overeenkomstige toepassing. 11 Het bevoegd gezag beschikt over geordende gegevens over de toepassing van het vijfde lid, de eerste volzin van het zevende lid, het achtste lid en het negende lid. 12 Het eerste lid is niet van toepassing op een leraar, in zoverre deze belast is met het verrichten van werkzaamheden in verband met contractactiviteiten. 13 artikelen 13 14 15 17 31 Bij algemene maatregel van bestuur worden ten aanzien van leraren die in vaste dienst zijn verbonden aan een school, bedoeld in de,,,en, regelen gesteld omtrent de gronden waarop en de procedure volgens welke kan worden afgeweken van het eerste lid, onderdeel b. 14 artikel 85 Onverminderd het zesde tot en met negende lid en het twaalfde lid enkan ten aanzien van ho-studenten die: a. artikel 7.7 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek aan een hogeschool een duale opleiding volgen als bedoeld in, en aan die opleiding ten minste 180 studiepunten hebben behaald, dan wel b. artikel 7.7, vijfde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek een duale opleiding als bedoeld in dat artikel aan een universiteit volgen tot leraar voortgezet onderwijs ten behoeve van het geven van het onderwijs waarvoor de desbetreffende opleiding opleidt tot het daarvoor vereiste getuigschrift, worden afgeweken van de eisen in het eerste lid onder b, met dien verstande dat het tijdelijk dienstverband van de ho-student een periode beslaat die overeenkomt met een volledig dienstverband van vijf maanden. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van ho-studenten die ten minste 166 doch nog geen 180 studiepunten hebben behaald, indien door de desbetreffende hogeschool wordt verklaard dat de ho-student beschikt over met 180 studiepunten vergelijkbare en tevens voor het dienstverband relevante kennis, inzicht en vaardigheden. De toepassing van de vorige volzin vervalt ten aanzien van die ho-student die niet binnen vier weken na aanvang van het dienstverband over 180 studiepunten beschikt. De inbedoelde overeenkomst vermeldt tevens de leraar onder wiens verantwoordelijkheid de betrokken ho-student werkzaamheden van onderwijskundige aard verricht. 15 Het dertiende lid is, behoudens de eis van verblijf in het laatste jaar van de opleiding, van overeenkomstige toepassing ten aanzien van ho-studenten van een universitaire lerarenopleiding, met dien verstande dat afwijking bij de voltijdse vorm van die opleiding mogelijk is voor ten hoogste de periode van een schooljaar waarin onderwijs wordt gegeven, en bij de deeltijdse vorm van die opleiding voor ten hoogste twee jaren. 16 Voor door het bevoegd gezag vastgestelde vakken en andere programma-onderdelen, uitgezonderd godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs, kunnen bij algemene maatregel van bestuur regels worden vastgesteld ten aanzien van benoeming dan wel tewerkstelling zonder benoeming. Bij deze algemene maatregel van bestuur kan het eerste lid geheel of gedeeltelijk van toepassing of overeenkomstige toepassing worden verklaard. 17 artikel 197 In geval van een geschiktheidsverklaring als bedoeld invindt de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming plaats voor een periode van ten hoogste twee aaneengesloten schooljaren. Het bevoegd gezag kan deze benoemingsperiode, al dan niet onder door dat gezag te stellen voorwaarden, verlengen met ten hoogste twee jaren indien het bevoegd gezag daarvoor redenen aanwezig acht. Het bevoegd gezag beschikt over geordende gegevens met betrekking tot de toepassing van de tweede volzin. Het bevoegd gezag dat betrokkene voor de eerste maal na afgifte van de geschiktheidsverklaring benoemt of tewerkstelt zonder benoeming, tekent het feit en de datum van benoeming of tewerkstelling zonder benoeming aan op die verklaring. 18 Het bevoegd gezag kan afwijken van het eerste lid, onder b, ten aanzien van degene die gelet op specifieke kennis en bekwaamheden, samenhangend met ervaringen en werkzaamheden in andere sectoren van de samenleving en het bedrijfsleven, naar het oordeel van het bevoegd gezag voldoende bekwaam is om onder verantwoordelijkheid van een daartoe door het bevoegd gezag aan te wijzen leraar voor een beperkte betrekkingsomvang te worden belast met een uitsluitend lesgevende taak voor vakken waar die specifieke kennis en bekwaamheden in het bijzonder betrekking op hebben. De betrekkingsomvang is voor het totaal van de in de eerste volzin bedoelde lesgevende taken ten hoogste een aantal van op jaarbasis gemiddeld 6 klokuren per week. 19 Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek artikel 86, eerste lid Onze Minister kan met betrekking tot een vak of ander programmaonderdeel waarvoor niet met een getuigschrift afgegeven krachtens dekan worden aangetoond dat betrokkene voldoet aan de bekwaamheidseisen, bedoeld in, en waarvoor de bekwaamheid evenmin blijkt uit de regeling, bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, verklaren dat een leraar wordt geacht bij benoeming of tewerkstelling zonder benoeming te voldoen aan de bekwaamheidseisen tot het geven van voortgezet onderwijs in dat vak of dat andere programmaonderdeel. 2020 157 05-06-2020 20-05-2020 35336 2020 208 26-06-2020 17-06-2020 01-08-2020 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is. 2020 234 08-07-2020 01-07-2020 35252 2020 157 05-06-2020 20-05-2020 35336 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 81 — Artikel 81 Bekwaamheid op grond van buitenlands getuigschrift#
Artikel 81 Bekwaamheid op grond van buitenlands getuigschrift artikel 80, eerste lid Onze Minister kan in aanvulling op, aan personen die in het bezit zijn van een buiten de Europese Economische Ruimte of Zwitserland behaald bewijsstuk de bevoegdheid verlenen tot het geven van voortgezet onderwijs in de openbare lichamen. Hij kan daarbij voorwaarden en beperkingen stellen. 2020 76 04-03-2020 12-02-2020 35320 2020 98 23-03-2020 16-03-2020 01-04-2020
Artikel 82 — Artikel 82 Wet educatie en beroepsonderwijs BES Verzorgen onderwijs met geschiktheidsverklaring op grond van#
Artikel 82 Wet educatie en beroepsonderwijs BES Verzorgen onderwijs met geschiktheidsverklaring op grond van artikel 80, eerste lid, onderdeel b artikel 26 artikel 4.2.5, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES artikel 7a.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek In afwijking van, kan met het verzorgen van onderwijs in de assistentopleiding, bedoeld in, ook worden belast degene die in het bezit is van een geschiktheidsverklaring als bedoeld invoor tot die assistentopleiding behorend onderwijs, met dien verstande dat betrokkene tevens in het bezit is van een getuigschrift als bedoeld in. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 83 — Artikel 83 Benoembaarheid leidinggevend personeel#
Artikel 83 Benoembaarheid leidinggevend personeel 1 Tot rector, directeur, conrector of adjunct-directeur kan slechts worden benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming degene die: a. Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de, en b. artikel 80, eerste lid, onderdeel b met inachtneming van, kan worden benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming tot leraar in een van de vakken die aan de school worden onderwezen, en c. artikel 86, tweede lid Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek voor zover tot de functie werkzaamheden behoren waarvoor op grond van, bekwaamheidseisen zijn vastgesteld, in het bezit is van een getuigschrift, afgegeven krachtens de, dat is voldaan aan die eisen, of d. artikel 86, tweede lid artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties in het bezit is van een ten aanzien van de door hem te verrichten al dan niet in, bedoelde werkzaamheden verleende erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in, of e. volgens bij algemene maatregel van bestuur te geven regels zijn bekwaamheid heeft aangetoond, en f. niet krachtens rechterlijke uitspraak is uitgesloten van het verrichten van de onder c bedoelde werkzaamheden. 2 Het bevoegd gezag kan voor ten hoogste de helft van het aantal, bestaande uit de rector of de directeur en de aan de school verbonden conrectoren of adjunct-directeuren, afwijken van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel b. 2015 478 11-12-2015 02-12-2015 34272 2016 2 08-01-2016 16-12-2015 18-01-2016
Artikel 84 — Artikel 84 Benoembaarheid onderwijsondersteunende functionarissen#
Artikel 84 Benoembaarheid onderwijsondersteunende functionarissen 1 artikel 86, derde lid De onderwijsondersteunend functionaris kan worden belast met in, bedoelde werkzaamheden in het voortgezet onderwijs indien deze: a. Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven ingevolge de, die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden, en b. Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Wet educatie en beroepsonderwijs BES artikel 86, derde lid in het bezit is van een getuigschrift afgegeven krachtens deof de, dat is voldaan aan de in, bedoelde bekwaamheidseisen, of c. artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties in het bezit is van een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in, verleend ten aanzien van de door hem te verrichten werkzaamheden, of d. niet krachtens rechterlijke uitspraak is uitgesloten van het verrichten van die werkzaamheden. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop een onderwijsondersteunende functionaris zijn bekwaamheid kan aantonen. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op een onderwijsondersteunende functionaris voor zover deze is belast met werkzaamheden in verband met contractactiviteiten. 4 artikel 86, derde lid De onderwijsondersteunende functionaris die niet voldoet aan de eisen van het eerste lid, onder b, c of d, mag voor zover het werkzaamheden betreft waarvoor op grond van, bekwaamheidseisen zijn vastgesteld, niettemin met die werkzaamheden worden belast, voor een periode van ten hoogste twee jaren. Aan de eerste volzin wordt uitsluitend toepassing gegeven indien het bevoegd gezag en betrokkene in ieder geval schriftelijk hebben verklaard dat betrokkene verplicht is zich in te spannen om binnen twee jaren alsnog te voldoen aan de bekwaamheidseisen voor die werkzaamheden. 5 artikel 7.7, tweede lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek artikel 7.2.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES artikel 86, derde lid Ten aanzien van ho-studenten aan een opleiding als bedoeld inen mbo-studenten aan de beroepsbegeleidende leerweg van een opleiding als bedoeld indie in het kader van die opleiding onderwijsondersteunende werkzaamheden verrichten waarvoor op grond van, bekwaamheidseisen zijn vastgesteld, kan voor de duur van die werkzaamheden worden afgeweken van het eerste lid onder b tot en met d. 2020 235 08-07-2020 01-07-2020 35102 2020 469 24-11-2020 12-11-2020 01-01-2021
Artikel 85 — Artikel 85 Afwijking benoemingvereisten leraren#
Artikel 85 Afwijking benoemingvereisten leraren artikel 80, eerste lid onder b artikel 86, eerste juncto vijfde lid Volgens regelen, te stellen bij algemene maatregel van bestuur, kunnen in bijzondere gevallen, in afwijking van de eisen van benoembaarheid, gesteld in, leraren die voldoen aan de in, bedoelde bekwaamheidseisen, niet zijnde bekwaamheidseisen voor de periode van voorbereidend hoger onderwijs, tot een bepaald aantal lessen tijdelijk tevens onderwijs geven in het desbetreffende vak of de desbetreffende combinatie van vakken aan de scholen of leerjaren van scholen waarvoor moet worden voldaan aan laatstgenoemde bekwaamheidseisen. 2020 235 08-07-2020 01-07-2020 35102 2020 469 24-11-2020 12-11-2020 01-01-2021
Artikel 86 — Artikel 86 Bekwaamheidseisen#
Artikel 86 Bekwaamheidseisen 1 Bij algemene maatregel van bestuur worden bekwaamheidseisen vastgesteld voor leraren. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voor werkzaamheden van leidinggevende aard die nauw verband houden met het pedagogisch-didactische klimaat op de school of onderwijskundige leiding omvatten, bekwaamheidseisen worden vastgesteld. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bekwaamheidseisen worden vastgesteld voor bij die maatregel aan te wijzen onderwijsondersteunende werkzaamheden die rechtstreeks verband houden met het onderwijsleerproces. 4 De in het eerste lid bedoelde bekwaamheidseisen zijn gericht op het handelen in het onderwijsleerproces, het algemeen professioneel handelen en het werken binnen een onderwijsorganisatie. Zij omvatten in elk geval eisen ten aanzien van: a. pedagogisch-didactische kennis, inzicht en vaardigheden, en b. vakbekwaamheid. 5 artikel 38, eerste lid De in het eerste lid bedoelde bekwaamheidseisen kunnen worden onderscheiden naar schoolsoort en naar samenhangende leerjaren, met dien verstande dat zij in elk geval specifiek worden vastgesteld voor de periode van voorbereidend hoger onderwijs, bedoeld in. 6 Onze Minister stelt een beroepsorganisatie die hij vanuit het oogpunt van beroepskwaliteit representatief acht voor onderwijspersoneel als bedoeld in deze wet, in de gelegenheid hem een voorstel te doen voor de in het eerste en derde lid voorgeschreven bekwaamheidseisen en kan een representatief geachte beroepsorganisatie in de gelegenheid stellen hem een voorstel te doen voor bekwaamheidseisen die op grond van het tweede lid kunnen worden vastgesteld. Onze Minister stelt deze organisatie vervolgens in elk geval eenmaal in de zes jaar in de gelegenheid, hem een voorstel te doen over ongewijzigde handhaving of wijziging van de bekwaamheidseisen voor zover vastgesteld. Uit een voorstel als bedoeld in de eerste of tweede volzin blijkt tevens, in hoeverre dat voorstel mede steun geniet van een vertegenwoordiging van bevoegde gezagsorganen, van ouders en van leerlingen. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2017 296 07-07-2017 27-06-2017 01-08-2018
Artikel 87 — Artikel 87 Inclusieve bevoegdheid#
Artikel 87 Inclusieve bevoegdheid artikel 86, eerste juncto vijfde lid Degene die voor een bepaald vak voldoet aan de in, bedoelde bekwaamheidseisen voor de periode van voorbereidend hoger onderwijs, is daarmee tevens bekwaam voor dat vak voor zover dat wordt verzorgd in het voortgezet onderwijs niet zijnde de periode van voorbereidend hoger onderwijs. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 88 — Artikel 88 Bekwaamheidsdossier#
Artikel 88 Bekwaamheidsdossier Het bevoegd gezag beschikt ten aanzien van elk personeelslid dat een functie of werkzaamheden verricht waarvoor bekwaamheidseisen zijn vastgesteld, over geordende gegevens met betrekking tot de bekwaamheid en het onderhouden van de bekwaamheid. Ten behoeve van de onderlinge vergelijkbaarheid en herkenbaarheid van de gegevens kunnen bij ministeriële regeling voorschriften worden vastgesteld over de inrichting en wijze van ordening van deze gegevens. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2017 296 07-07-2017 27-06-2017 01-08-2018
Artikel 90 — Artikel 90 Rechtspositieregeling personeel#
Artikel 90 Rechtspositieregeling personeel 1 Ambtenarenwet BES Deen de daarop berustende regelingen zijn voor het personeel van een school voor bijzonder onderwijs van overeenkomstige toepassing. 2 Voor de salarissen en toelagen van het personeel wordt een regeling vastgesteld bij eilandsbesluit. 3 Artikel 101 van de Ambtenarenwet BES Het bestuurscollege stelt de regeling, bedoeld in het tweede lid, dan wel een wijziging daarvan niet vast dan nadat daarover op overeenstemming gericht overleg is gevoerd met de bevoegde gezagsorganen en met de onderwijsvakbonden of, bij het ontbreken daarvan, met een representatief te achten vertegenwoordiging van het personeel.is niet van toepassing op de vaststelling dan wel wijziging van de regeling, bedoeld in het tweede lid. 2011 18097 07-10-2011 03-10-2011 2011-2000437015 2011 18097 07-10-2011 03-10-2011 2011-2000437015 09-10-2011
Artikel 91 — Artikel 91 Afwijking nationaliteitsvereiste#
Artikel 91 Afwijking nationaliteitsvereiste Artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES is niet van toepassing op het personeel. 2011 18097 07-10-2011 03-10-2011 2011-2000437015 2011 18097 07-10-2011 03-10-2011 2011-2000437015 09-10-2011
Artikel 92 — Artikel 92 Benoeming, schorsing en ontslag#
Artikel 92 Benoeming, schorsing en ontslag Het bevoegd gezag benoemt, schorst en ontslaat de rector, de directeur, de conrectoren, de adjunct-directeuren, de leraren en het overige personeel. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 93 — Artikel 93 Benoeming in algemene dienst#
Artikel 93 Benoeming in algemene dienst 1 artikel 92 Het bevoegd gezag benoemt de rector, de directeur, de conrector en de adjunct-directeur, de leraren en het overige personeel, bedoeld in, in algemene dienst van het bevoegd gezag. 2 Onder benoeming in algemene dienst van het bevoegd gezag wordt verstaan een benoeming ten behoeve van het verrichten van werkzaamheden aan door het bevoegd gezag in stand gehouden scholen. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 94 — Artikel 94 Schoolpracticumplaatsen#
Artikel 94 Schoolpracticumplaatsen 1 Wet educatie en beroepsonderwijs BES Het bevoegd gezag is verplicht aan ho-studenten die in opleiding zijn voor een functie in het voortgezet onderwijs, in de educatie of het beroepsonderwijs, bedoeld in de, in het hoger beroepsonderwijs of in het basisonderwijs, gelegenheid te bieden de als onderdeel van hun opleiding vereiste ervaring in de school te verkrijgen. 2 Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek De verplichting, bedoeld in het eerste lid, betreft ho-studenten die zijn ingeschreven voor een opleiding voor het beroep van leraar waarop debetrekking heeft of anderszins studeren om aan de bekwaamheidseisen te voldoen. 3 Het in uren uitgedrukte aantal lessen en onderdelen van het in schooltijd verzorgd onderwijsprogramma waarvoor het bevoegd gezag in enig schooljaar verplicht is, ho-studenten als bedoeld in het eerste lid tot de school toe te laten, bedraagt gezamenlijk 5 procent van het in uren uitgedrukte totale aantal in dat schooljaar te geven lessen en te verzorgen onderdelen van het in schooltijd verzorgd onderwijsprogramma. Onze Minister kan het percentage lager stellen. 4 Een bevoegd gezag kan een ho-student de verdere toegang tot de school ontzeggen, indien deze in de school in strijd handelt met de grondslag en doelstellingen van de school. Van een beslissing tot ontzegging van de toegang tot de school wordt mededeling gedaan door toezending of uitreiking van een afschrift aan het bevoegd gezag van de betrokken opleidingsinstelling. 5 De rector of de directeur regelt, onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag, de werkzaamheden in verband met de begeleiding door de leraren van de ho-studenten in de school in overeenstemming met de leraren, alsmede in overeenstemming met de betrokken opleidingsinstellingen, dan wel, indien het betreft ho-studenten die zich voorbereiden op het afleggen van een staatsexamen ter verkrijging van een bewijs van bekwaamheid, in overeenstemming met de betrokken staatsexamencommissie. 6 Onze Minister kan het bevoegd gezag op grond van bijzondere omstandigheden gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichting verlenen. De ontheffing geldt voor een schooljaar. 7 De scholen waarop ho-studenten als bedoeld in het eerste lid, zijn toegelaten, zijn toegankelijk voor de inspectie belast met het toezicht op de opleidingsinstellingen, voor de directieleden en de door deze aan te wijzen docenten van die opleidingsinstellingen, alsmede voor de leden van de betrokken staatsexamencommissies, een en ander voor zover zulks voor de uitoefening van het toezicht op de praktische vorming onderscheidenlijk de begeleiding van de praktische vorming van de in de school aanwezige ho-studenten noodzakelijk is. 8 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden in verband met het bepaalde in dit artikel nadere voorschriften gegeven, betreffende de navolgende onderwerpen: a. het maximum aantal lessen in een vak van een schoolsoort, gedurende dewelke het bevoegd gezag in enig schooljaar verplicht is ho-studenten als bedoeld in het eerste lid, toe te laten, welk maximum de 20 procent niet te boven mag gaan; b. het maximum aantal ho-studenten als bedoeld in het eerste lid, dat bij dezelfde les kan worden toegelaten, welk maximum, behoudens bijzondere omstandigheden, de 3 niet te boven mag gaan, alsmede de gevolgen die het toelaten van meer dan een ho-student bij dezelfde les heeft voor het maximum, bedoeld in het derde lid, en het maximum, bedoeld in dit lid onder a. 9 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in verband met het bepaalde in dit artikel nadere voorschriften worden gegeven, betreffende de navolgende onderwerpen: a. de wijze van aanmelden van ho-studenten als bedoeld in het eerste lid, alsmede de termijn die voor de aanmelding door het bevoegd gezag mag worden gesteld; b. de wijze waarop door de school bekendheid moet worden gegeven aan opleidingsinstellingen en staatsexamencommissies over de beschikbaarheid en de aard van schoolpracticumplaatsen; c. de categorieën ho-studenten ten aanzien van wie de verplichting, bedoeld in het eerste lid, niet geldt; d. regulering in de situatie dat, bij een beperkte beschikbaarheid van schoolpracticumplaatsen aan de school, gelijktijdig ho-studenten die in opleiding zijn voor een functie in het voortgezet onderwijs, en ho-studenten die in opleiding zijn voor een functie in het basisonderwijs, worden aangemeld; e. de vakken en andere programmaonderdelen van een schoolsoort, waarvoor in verband met de geringe omvang van het onderwijs daarin, de in het eerste lid bedoelde verplichting niet geldt. 2020 235 08-07-2020 01-07-2020 35102 2020 469 24-11-2020 12-11-2020 01-01-2021
Artikel 96 — Artikel 96 Karakter openbaar onderwijs#
Artikel 96 Karakter openbaar onderwijs 1 Het openbaar onderwijs draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse en de Caribische samenleving, en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. 2 Openbare scholen zijn toegankelijk voor leerlingen zonder onderscheid naar godsdienst of levensbeschouwing. 3 Openbaar onderwijs wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 97 — Artikel 97 Instandhouding openbare school door een openbare rechtspersoon#
Artikel 97 Instandhouding openbare school door een openbare rechtspersoon 1 Wet primair onderwijs BES Een eilandsraad kan bij eilandsverordening een openbare rechtspersoon instellen die tot doel heeft een of meer openbare scholen in het openbaar lichaam in stand te houden, al dan niet te zamen met openbare scholen als bedoeld in de. 2 De eilandsraad maakt het voornemen tot een besluit als bedoeld in het eerste lid bekend. 3 De openbare rechtspersoon oefent met uitzondering van de besluitvorming over de opheffing van een openbare school alle taken en bevoegdheden uit van het bevoegd gezag. Hij bezit rechtspersoonlijkheid. 4 De eilandsverordening, bedoeld in het eerste lid, voorziet in ieder geval in een regeling waarin een overheersende invloed van de overheid in het bestuur is verzekerd, en waarin voorts wordt geregeld: a. de samenstelling, werkwijze en inrichting van het bestuur van de openbare rechtspersoon, b. de wijze van benoeming, herbenoeming, schorsing en ontslag van de bestuursleden, met dien verstande dat de leden van het bestuur worden benoemd door de eilandsraad en dat ten minste een derde gedeelte, doch geen meerderheid, van die leden wordt benoemd op bindende voordracht van de ouders van de leerlingen die zijn ingeschreven op de betrokken school of scholen, c. de termijn waarvoor de bestuursleden worden benoemd, d. de vaststelling van de begroting na goedkeuring door de eilandsraad en de vaststelling van de jaarrekening na instemming van de eilandsraad, e. de wijze waarop de eilandsraad toezicht op het bestuur uitoefent, f. de gronden waarop het bestuur kan besluiten de vergaderingen besloten te houden, en g. de periode waarvoor de openbare rechtspersoon in het leven wordt geroepen, met dien verstande dat deze periode ten minste 5 jaren bedraagt. 5 De goedkeuring bedoeld in het vierde lid, onderdeel d, kan worden onthouden wegens strijd met het recht of met het algemeen belang, waaronder begrepen het financiële belang van het openbaar lichaam. 6 Het bestuur brengt jaarlijks aan de eilandsraad verslag uit over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het verslag wordt openbaar gemaakt. 7 De vergaderingen van het bestuur van de openbare rechtspersoon zijn openbaar, tenzij het bestuur anders beslist, op gronden, vermeld in de eilandsverordening. 8 Indien voor 1 februari van het jaar waarvoor de begroting geldt, de begroting niet is goedgekeurd, neemt de eilandsraad de maatregelen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen. 9 De eilandsraad is in geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of functioneren in strijd met de wet bevoegd zelf te voorzien in het bestuur van de scholen en zo nodig de openbare rechtspersoon te ontbinden. 10 artikel 56 Indien de school een raad van toezicht heeft, is het vierde lid niet van toepassing en voorziet de verordening, bedoeld in het eerste lid, onverminderdin ieder geval in een regeling waarin een overheersende invloed van de overheid in de raad van toezicht is verzekerd, en waarin voorts wordt geregeld: a. de samenstelling, werkwijze en inrichting van de raad van toezicht van de openbare rechtspersoon, b. de wijze van benoeming, herbenoeming, schorsing en ontslag van de leden van de raad van toezicht, met dien verstande dat de leden van de raad van toezicht worden benoemd door de eilandsraad en dat ten minste een derde gedeelte, doch geen meerderheid, van die leden wordt benoemd op bindende voordracht van de ouders van de leerlingen die zijn ingeschreven op de betrokken school of scholen, c. de termijn waarvoor de leden van de raad van toezicht worden benoemd, d. de vaststelling van de begroting en de jaarrekening, en e. de periode waarvoor de openbare rechtspersoon in het leven wordt geroepen, met dien verstande dat deze periode ten minste 5 jaren bedraagt. Het zesde, zevende en negende lid zijn van overeenkomstige toepassing. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2016 299 11-08-2016 08-07-2016 01-08-2018
Artikel 98 — Artikel 98 Instandhouding openbare school door een stichting#
Artikel 98 Instandhouding openbare school door een stichting 1 Wet primair onderwijs BES Een eilandsraad kan besluiten dat een of meer openbare scholen in het openbaar lichaam in stand worden gehouden door een stichting die zich ten doel stelt het in stand houden van een of meer openbare scholen, al dan niet te zamen met openbare scholen als bedoeld in de. 2 De eilandsraad maakt het voornemen tot een besluit als bedoeld in het eerste lid bekend. 3 Een stichting die een openbare school in stand houdt, wordt opgericht door het openbaar lichaam, al dan niet te zamen met een of meer privaatrechtelijke rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid. 4 artikel 109a, eerste lid artikel 96 Onverminderd, is het statutaire doel van de stichting uitsluitend het geven van openbaar onderwijs overeenkomstig. 5 De stichting oefent met uitzondering van de besluitvorming over de opheffing van een openbare school alle taken en bevoegdheden van het bevoegd gezag uit. 6 Onverminderd het vierde lid, voorzien de statuten in ieder geval in een regeling waarin een overheersende invloed van de overheid in het bestuur is verzekerd, en waarin voorts wordt geregeld: a. de samenstelling, werkwijze en inrichting van het bestuur van de stichting, b. de wijze van benoeming, herbenoeming, schorsing en ontslag van de bestuursleden, met dien verstande dat de leden van het bestuur worden benoemd door de eilandsraad en dat ten minste een derde gedeelte, doch geen meerderheid, van die leden wordt benoemd op bindende voordracht van de ouders van de leerlingen die zijn ingeschreven op de betrokken school of scholen, c. de termijn waarvoor de bestuursleden worden benoemd, d. de vaststelling van de begroting na goedkeuring door de eilandsraad en de vaststelling van de jaarrekening na instemming van de eilandsraad, e. de wijze waarop de eilandsraad toezicht op het bestuur uitoefent, f. de gronden waarop het bestuur kan besluiten de vergaderingen besloten te houden, g. de periode waarvoor de stichting in het leven wordt geroepen, met dien verstande dat deze periode ten minste 5 jaren bedraagt, en h. de bevoegdheid de stichting te ontbinden, met dien verstande dat in de regeling een overheersende invloed van de overheid in het bestuur is verzekerd. 7 De goedkeuring bedoeld in het zesde lid, onderdeel d, kan worden onthouden wegens strijd met het recht of met het algemeen belang, waaronder begrepen het financiële belang van het openbaar lichaam. 8 De statuten van de stichting kunnen slechts worden gewijzigd na instemming van de eilandsraad. 9 Het bestuur brengt jaarlijks aan de eilandsraad verslag uit over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het verslag wordt openbaar gemaakt. 10 De vergaderingen van het bestuur van de stichting zijn openbaar, tenzij het bestuur anders beslist, op gronden, vermeld in de statuten. 11 Indien voor 1 februari van het jaar waarvoor de begroting geldt, de begroting niet is goedgekeurd, neemt de eilandsraad de maatregelen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen. 12 De eilandsraad is in geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of functioneren in strijd met de wet bevoegd zelf te voorzien in het bestuur van de scholen en zo nodig de stichting te ontbinden. 13 artikel 56 Indien de school een raad van toezicht heeft, is het zesde lid niet van toepassing en voorzien de statuten, onverminderd, in ieder geval in een regeling waarin een overheersende invloed van de overheid in de raad van toezicht is verzekerd, en waarin voorts wordt geregeld: a. de samenstelling, werkwijze en inrichting van de raad van toezicht van de stichting, b. de wijze van benoeming, herbenoeming, schorsing en ontslag van de leden van de raad van toezicht, met dien verstande dat de leden van de raad van toezicht worden benoemd door de eilandsraad en dat ten minste een derde gedeelte, doch geen meerderheid, van die leden wordt benoemd op bindende voordracht van de ouders van de leerlingen die zijn ingeschreven op de betrokken school of scholen, c. de termijn waarvoor de leden van de raad van toezicht worden benoemd, d. de vaststelling van de begroting en de jaarrekening, e. de periode waarvoor de stichting in het leven wordt geroepen, met dien verstande dat deze periode ten minste 5 jaren bedraagt, f. de bevoegdheid de stichting te ontbinden. Het negende, tiende en twaalfde lid zijn van overeenkomstige toepassing. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2016 299 11-08-2016 08-07-2016 01-08-2018 2017 327 07-09-2017 19-08-2017 34512 2016 299 11-08-2016 08-07-2016 01-08-2018 De wijziging is in werking getreden op 1 januari 2018 (Stb. 2017/399).
Artikel 99 — Artikel 99 Bestuursoverdracht openbare school#
Artikel 99 Bestuursoverdracht openbare school 1 Een rechtspersoon die een openbare school in stand houdt, kan de instandhouding van die school overdragen aan een andere rechtspersoon die tot de instandhouding van een openbare school bevoegd is. 2 artikel 89 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES De overdracht geschiedt bij notariële akte. Bij deze akte verbindt de overdragende rechtspersoon zich tevens de rechten ten aanzien van gebouwen, terreinen en roerende zaken over te dragen. Deze akte geldt tevens als akte van levering, bedoeld in. In de akte wordt tevens bepaald dat de rechtspersoon aan wie wordt overgedragen, het personeel in gelijke betrekkingen aanstelt met ingang van de datum van overdracht. 3 Door overdracht met inachtneming van het eerste en tweede lid treedt de verkrijgende rechtspersoon in alle uit de wet voortvloeiende rechten en verplichtingen van zijn rechtsvoorganger, onverminderd hetgeen verder voor de overgang daarvan naar burgerlijk recht is vereist. 4 Voor zover het betreft scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en voor praktijkonderwijs kan het bestuurscollege in bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van de verplichting tot overdracht van de rechten ten aanzien van gebouwen, terreinen en roerende zaken. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 100 — Artikel 100 Disciplinaire maatregel, schorsing en ontslag door Rijksvertegenwoordiger#
Artikel 100 Disciplinaire maatregel, schorsing en ontslag door Rijksvertegenwoordiger artikel 92 In afwijking vanlegt de Rijksvertegenwoordiger de disciplinaire straf of de schorsing op of verleent hij het ontslag, indien het betreft een rector, een directeur, een conrector, een adjunct-directeur of een leraar van een openbare school, die tevens lid is van de eilandsraad, welke die school in stand houdt. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 101 — Artikel 101 Eerbiediging van geloofs- of levensovertuiging#
Artikel 101 Eerbiediging van geloofs- of levensovertuiging 1 Het onderwijs aan openbare scholen wordt gegeven met eerbiediging van ieders geloofs- of levensovertuiging. 2 Wij kunnen hem, die zich in dit opzicht aan plichtsverzuim schuldig maakt, voor ten hoogste een jaar en bij herhaling voor onbepaalde tijd in zijn bevoegdheid tot het geven van onderwijs aan een openbare school schorsen. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 102 — Artikel 102 Godsdienstonderwijs op openbare scholen#
Artikel 102 Godsdienstonderwijs op openbare scholen 1 Aan de openbare scholen worden op verzoek van kerkelijke gemeenten of van plaatselijke kerken de leerlingen in de gelegenheid gesteld in de schoollokalen godsdienstonderwijs te volgen van godsdienstleraren, daartoe door die gemeenten of kerken aan te wijzen. 2 De schoollokalen worden, zo nodig verlicht, kosteloos voor het godsdienstonderwijs beschikbaar gesteld. 3 Bij een geschil omtrent het vaststellen van lessen of het beschikbaar stellen van lokalen van openbare scholen beslist Onze Minister bij beschikking. 4 artikelen 4 tot en met 19 van de Wet overige OCW-subsidies Aan de kerkelijke gemeenten of de plaatselijke kerken kan een subsidie worden verstrekt. Dezijn van toepassing, met dien verstande dat de subsidie slechts kan worden verstrekt bij algemene maatregel van bestuur. 5 Voor de toepassing van dit artikel worden met kerkelijke gemeenten gelijkgesteld verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid, die zich blijkens de statuten het geven of doen geven van godsdienstonderwijs ten doel stellen. 6 Het bevoegd gezag ziet erop toe dat dit onderwijs uitsluitend wordt gegeven door een leraar die blijkens een daartoe strekkende verklaring van de aanwijzende kerkelijke gemeente of plaatselijke kerk: a. artikel 86, eerste lid voldoet aan de bekwaamheidseisen die krachtens, voor het geven van dat onderwijs zijn vastgesteld, en b. zijn bekwaamheid onderhoudt. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 103 — Artikel 103 Levensbeschouwelijk vormingsonderwijs op openbare scholen#
Artikel 103 Levensbeschouwelijk vormingsonderwijs op openbare scholen 1 Aan de openbare scholen worden op verzoek van door Ons tot dit doel toegelaten genootschappen op geestelijke grondslag de leerlingen, wier ouders daartoe de wens te kennen geven, in de gelegenheid gesteld in de schoollokalen levensbeschouwelijk vormingsonderwijs te volgen van leraren, daartoe door deze genootschappen aan te wijzen. 2 De schoollokalen worden, zo nodig verlicht, kosteloos voor het vormingsonderwijs beschikbaar gesteld. 3 Bij een geschil omtrent het vaststellen van lessen of het beschikbaar stellen van lokalen van openbare scholen beslist Onze Minister bij beschikking. 4 artikelen 4 tot en met 19 van de Wet overige OCW-subsidies Aan de genootschappen, bedoeld in het eerste lid, kan een subsidie worden verstrekt. Dezijn van toepassing, met dien verstande dat de subsidie slechts kan worden verstrekt bij algemene maatregel van bestuur. 5 Het bevoegd gezag ziet erop toe dat dit onderwijs uitsluitend wordt gegeven door een leraar die blijkens een daartoe strekkende verklaring van het aanwijzend genootschap op geestelijke grondslag: a. artikel 86, eerste lid voldoet aan de bekwaamheidseisen die krachtens, voor het geven van dat onderwijs zijn vastgesteld, en b. zijn bekwaamheid onderhoudt. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 104 — Artikel 104 Uitzondering weigering leerling op grond van levensbeschouwing#
Artikel 104 Uitzondering weigering leerling op grond van levensbeschouwing 1 Indien binnen redelijke afstand van de woning van de leerling niet de gelegenheid bestaat tot het volgen van het onderwijs aan een openbare school, mag aan deze leerling de toegang tot een gelijksoortige, uit de openbare kas bekostigde bijzondere school niet worden geweigerd op grond van levensbeschouwing, tenzij de school uitsluitend bestemd is voor interne leerlingen. 2 Indien tot een bijzondere school ingevolge het eerste lid andere leerlingen worden toegelaten dan voor wie de school in verband met de levensbeschouwing wordt in stand gehouden, kunnen deze leerlingen niet worden verplicht tot het volgen van de lessen in de vakken of andere programmaonderdelen, die in verband met die levensbeschouwing worden gegeven. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 105 — Artikel 105 Bestuur bijzondere school#
Artikel 105 Bestuur bijzondere school 1 De bijzondere school staat onder het bestuur van een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die zich het geven van onderwijs in de zin van deze wet ten doel stelt zonder daarbij het maken van winst te beogen. 2 Het schoolbestuur draagt zorg voor een deskundig beheer. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 106 — Artikel 106 Bestuursoverdracht bijzondere school#
Artikel 106 Bestuursoverdracht bijzondere school 1 artikel 105, eerste lid De rechtspersoon die een bijzondere school in stand houdt, kan de instandhouding van die school overdragen aan een andere rechtspersoon die voldoet aan het bepaalde in. 2 artikel 89 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES De overdracht geschiedt bij notariële akte. Bij deze akte verbindt de overdragende rechtspersoon zich tevens de rechten ten aanzien van gebouwen, terreinen en roerende zaken over te dragen. Deze akte geldt tevens als akte van levering, bedoeld in. In de akte wordt tevens bepaald dat de rechtspersoon aan wie wordt overgedragen, het personeel in gelijke betrekkingen benoemt met ingang van de datum van overdracht. 3 Door overdracht met inachtneming van het eerste en tweede lid treedt de verkrijgende rechtspersoon in alle uit de wet voortvloeiende rechten en verplichtingen van zijn rechtsvoorganger met betrekking tot de school, onverminderd hetgeen verder voor de overgang daarvan naar burgerlijk recht is vereist. 4 Voor zover het betreft scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en voor voorbereidend beroepsonderwijs kan het bestuurscollege in bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van de verplichting tot overdracht van de rechten ten aanzien van gebouwen, terreinen en roerende zaken. 5 artikel 335 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES Bij een splitsing als bedoeld invan een rechtspersoon die een school in stand houdt, wordt in de splitsingsakte bepaald dat de voortbestaande splitsende rechtspersoon de school in stand zal houden of op welke verkrijgende rechtspersoon de instandhouding van de school overgaat. In het laatste geval zijn het tweede tot en met vierde lid van overeenkomstige toepassing. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 107 — Artikel 107 Akte van benoeming#
Artikel 107 Akte van benoeming 1 Ieder personeelslid is in het bezit van een door het bevoegd gezag en hemzelf getekende akte van benoeming. 2 artikel 8 van het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES De akte van benoeming bevat ten minste bepalingen van gelijke inhoud als de bepalingen die zijn vastgesteld in. 2011 18097 07-10-2011 03-10-2011 2011-2000437015 2011 18097 07-10-2011 03-10-2011 2011-2000437015 09-10-2011
Artikel 108 — Artikel 108 Bestuurlijke voorschriften bijzonder onderwijs#
Artikel 108 Bestuurlijke voorschriften bijzonder onderwijs artikel 94, vierde lid, eerste volzin In een geval als bedoeld in, maakt het bevoegd gezag van een bijzondere school de beslissing tot ontzegging van de toegang tot de school schriftelijk en met redenen omkleed bekend aan de betrokken ho-student. 2020 234 08-07-2020 01-07-2020 35252 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 109 — Artikel 109 Bestuurlijke fusie openbare en bijzondere scholen#
Artikel 109 Bestuurlijke fusie openbare en bijzondere scholen 1 De instandhouding van een of meer openbare en een of meer bijzondere scholen kan worden opgedragen of overgedragen aan een stichting die met dit doel wordt onderscheidenlijk is opgericht. De besluitvorming van de zijde van het openbaar lichaam vindt plaats door de eilandsraad. 2 Het statutaire doel van de stichting is in elk geval het geven van openbaar onderwijs en onderwijs van een of meer richtingen in afzonderlijke scholen voor openbaar onderscheidenlijk bijzonder onderwijs. 3 De stichting oefent met uitzondering van de besluitvorming over de opheffing van een openbare school alle taken en bevoegdheden van het bevoegd gezag uit. 4 Het personeel dat werkzaam is aan de openbare school en niet is tewerkgesteld zonder benoeming, wordt benoemd krachtens een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. 5 De statuten voorzien in ieder geval in een regeling omtrent: a. de samenstelling, werkwijze en inrichting van het bestuur van de stichting, b. de wijze van benoeming, herbenoeming, schorsing en ontslag van de bestuursleden, c. de termijn waarvoor de bestuursleden worden benoemd, d. de vaststelling van de begroting en jaarrekening na overleg met de eilandsraad van het openbaar lichaam waarin de openbare school is gelegen, e. de wijze waarop de eilandsraad van het openbaar lichaam waarin de openbare school is gelegen, toezicht op het bestuur van de openbare school uitoefent, f. de gronden waarop het bestuur kan besluiten de vergaderingen besloten te houden, g. de periode waarvoor de stichting in het leven wordt geroepen, met dien verstande dat deze periode ten minste 5 jaren bedraagt, en h. de bevoegdheid de stichting te ontbinden, met dien verstande dat in de regeling een overheersende invloed van de overheid in het bestuur is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft. 6 De statuten van de stichting kunnen slechts worden gewijzigd na goedkeuring van de eilandsraad van het openbaar lichaam waarin de openbare school is gelegen. Goedkeuring kan slechts worden onthouden indien overheersende invloed van de overheid in het bestuur niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft. 7 Het bestuur brengt jaarlijks aan de eilandsraad van het openbaar lichaam waarin de openbare school is gelegen, verslag uit over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het verslag wordt bekendgemaakt. 8 De vergaderingen van het bestuur van de stichting zijn openbaar, tenzij het bestuur anders beslist, op gronden, vermeld in de statuten. 9 In geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of functioneren in strijd met de wet, voor zover het openbaar onderwijs betreft, neemt de eilandsraad van het openbaar lichaam waarin de openbare school is gelegen, de maatregelen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen voor zover het openbaar onderwijs betreft. 10 artikel 109a Indien de laatste afzonderlijke openbare school en de laatste afzonderlijke bijzondere school die door de stichting in stand worden gehouden, zijn gefuseerd tot een samenwerkingsschool als bedoeld inkan de instandhouding van die samenwerkingsschool opgedragen blijven aan de stichting. 2017 327 07-09-2017 19-08-2017 34512 2017 399 27-10-2017 12-10-2017 01-01-2018 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2017 399 27-10-2017 12-10-2017 01-01-2018
Artikel 109a — Artikel 109a Samenwerkingsschool#
Artikel 109a Samenwerkingsschool 1 artikel 109 artikel 98 artikelen 99 106 Een samenwerkingsschool is een school waarin zowel openbaar onderwijs als bijzonder onderwijs wordt aangeboden. Een samenwerkingsschool kan uitsluitend tot stand komen door samenvoeging van één of meer openbare scholen met één of meer bijzondere scholen en wordt in stand gehouden door een stichting, een stichting als bedoeld inof een stichting als bedoeld inwaarvan het statutaire doel in ieder geval is het in stand houden van een samenwerkingsschool. Deenzijn van overeenkomstige toepassing. 2 Een samenwerkingsschool kan uitsluitend tot stand komen indien: a. met die totstandkoming van de samenwerkingsschool de continuïteit van het openbaar of bijzonder onderwijs gehandhaafd kan blijven; en b. de betrokken scholen of scholengemeenschappen alle leerjaren omvatten. 3 artikel 188 Van een situatie als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, is sprake indien één van de betrokken scholen of scholengemeenschappen op 1 oktober van het eerste of tweede schooljaar voorafgaand aan de fusiedatum werd bezocht door zestig of minder leerlingen boven de opheffingsnorm, bedoeld in. 4 Samenwerkingsscholen zijn toegankelijk voor leerlingen zonder onderscheid naar godsdienst of levensbeschouwing. 5 Aan een samenwerkingsschool is een identiteitscommissie verbonden. 6 De identiteitscommissie adviseert gevraagd en ongevraagd het bevoegd gezag en de rector of de directeur over alle aangelegenheden die betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het openbare karakter en de identiteit van de samenwerkingsschool. De identiteitscommissie kan tevens voorstellen doen over de aangelegenheden, bedoeld in de eerste volzin. 7 De statuten van de stichting die de samenwerkingsschool in stand houdt, voorzien in een regeling over de identiteitscommissie waarin in ieder geval de samenstelling, benoeming, herbenoeming, ontslag, duur van de benoeming, werkwijze, inrichting en bevoegdheden van de identiteitscommissie zijn vastgelegd alsmede een voorziening voor het beslechten van geschillen tussen het bevoegd gezag en de identiteitscommissie. Bij de samenstelling van de identiteitscommissie is sprake van een evenwichtige verdeling tussen openbaar en bijzonder onderwijs. 8 artikel 109 artikel 98 Wijziging van de statuten van de stichting die de samenwerkingsschool in stand houdt voor zover die betrekking hebben op de regeling omtrent de identiteitscommissie, is slechts mogelijk indien het bevoegd gezag en de identiteitscommissie daartoe gezamenlijk besluiten. Indien het een stichting betreft anders dan een stichting als bedoeld inen anders dan bedoeld in, kan een wijziging als bedoeld in de eerste volzin uitsluitend tot stand komen met goedkeuring van de eilandsraad van het openbaar lichaam waarin de samenwerkingsschool gelegen is. Goedkeuring kan slechts worden onthouden indien overheersende invloed van de overheid in de identiteitscommissie niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs binnen de samenwerkingsschool betreft. 9 artikel 109 artikel 98 De stichting anders dan een stichting als bedoeld inen anders dan bedoeld inbrengt jaarlijks aan de eilandsraad van het openbaar lichaam waarin de samenwerkingsschool gelegen is, verslag uit over de werkzaamheden waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het verslag wordt bekendgemaakt. 10 De voorschriften van deze wet en van andere wetten die het primair onderwijs betreffen, alsmede de daarop gebaseerde regelingen, voor zover die voorschriften en regelingen betrekking hebben op een bijzondere school, zijn van overeenkomstige toepassing op een samenwerkingsschool als bedoeld in het eerste lid, tenzij het tegendeel blijkt. 11 In geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of functioneren in strijd met de wet, voor zover het openbaar onderwijs betreft, neemt de eilandsraad van het openbaar lichaam waar de samenwerkingsschool gelegen is, de maatregelen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen voor zover het openbaar onderwijs betreft. De feitelijke samenwerking wordt beëindigd op 1 augustus van het jaar na een daartoe door de eilandsraad van het openbaar lichaam waar de samenwerkingsschool gelegen is, en het bevoegd gezag van de samenwerkingsschool gezamenlijk genomen besluit. 2017 327 07-09-2017 19-08-2017 34512 2017 399 27-10-2017 12-10-2017 01-01-2018
Artikel 110 — Artikel 110 Kennisgeving oprichting bijzondere school#
Artikel 110 Kennisgeving oprichting bijzondere school Het bestuur van een bijzondere school voor voortgezet onderwijs geeft binnen vier weken na de oprichting van de school onder overlegging van de statuten der instelling, die de school in stand houdt, en van de reglementen, van die oprichting kennis aan Onze Minister. Indien de statuten of reglementen worden gewijzigd of ingetrokken, wordt eveneens binnen vier weken van de wijziging of van de intrekking van de statuten of reglementen aan Onze Minister kennis gegeven. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 111 — Artikel 111 Bekwaamheids- en zedelijkheidseisen personeel#
Artikel 111 Bekwaamheids- en zedelijkheidseisen personeel 1 artikel 80, eerste lid 81 Algemeen voortgezet onderwijs wordt slechts gegeven door wie voldoet aan. De artikelen 80, tweede tot en met achtste en zestiende tot en met achttiende lid, alsmedezijn van overeenkomstige toepassing. 2 artikel 86, derde lid artikel 84, eerste lid Onderwijsondersteunende werkzaamheden als bedoeld in, worden met betrekking tot het algemeen voortgezet onderwijs slechts verricht door wie voldoet aan. Artikel 84, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. 2012 22 03-02-2012 15-12-2011 32742 2012 97 15-03-2012 08-02-2012 01-08-2012
Artikel 112 — Artikel 112 Aanwijzingsbevoegdheid#
Artikel 112 Aanwijzingsbevoegdheid 1 artikel 72, eerste lid Onze Minister kan de school, die ten aanzien van de duur van de cursus, de opdracht tot actief burgerschap en sociale cohesie, het schoolplan en de bevoegdheden van de leraren overeenkomt met een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger algemeen voortgezet onderwijs, voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of voor voorbereidend beroepsonderwijs, als bedoeld in, aanwijzen als bevoegd om aan de leerlingen op grond van het met gunstig gevolg afleggen van een eindexamen aan de school het diploma uit te reiken, bedoeld in het derde lid van dat artikel. 1a Artikel 72, leden 1a en 1b , zijn van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheid het eindexamen af te nemen, bedoeld in het eerste lid. 2 Artikel 72, tweede en vierde lid , is op dit eindexamen van toepassing. 3 Onze Minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een aanvraag. Indien de beschikking niet binnen zes maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. 2021 320 02-07-2021 23-06-2021 35352 2021 321 02-07-2021 23-06-2021 01-08-2021
Artikel 113 — Artikel 113 Verzoek tot aanwijzing#
Artikel 113 Verzoek tot aanwijzing De aanwijzing geschiedt op een daartoe tot Onze Minister gerichte aanvraag van het schoolbestuur. Bij de aanvraag worden overgelegd: a. het schoolplan van de school; b. bewijsstukken dat wordt voldaan aan de bekwaamheidseisen; c. de statuten en het reglement van de rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, die de school in stand houdt. 2017 80 09-03-2017 22-02-2017 34607 2017 166 20-04-2017 29-03-2017 01-07-2017
Artikel 114 — Artikel 114 Voorschriften aanwijzing#
Artikel 114 Voorschriften aanwijzing 1 artikel 112 artikelen 12a 12b 16 18 29 34 tot en met 41 42 45 50 Het schoolplan van een ingevolgeaangewezen school voldoet ten minste aan de voorschriften, gegeven bij of krachtens de,,,,,,,en. 2 Bij wijziging van het schoolplan doet het schoolbestuur daarvan onmiddellijk mededeling aan de inspectie. 3 Onze Minister kan ten behoeve van de bijzondere inrichting van het onderwijs aan de school besluiten toe te staan, dat wordt afgeweken van het eerste lid. Onze Minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een aanvraag. Indien de beschikking niet binnen zes maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. 4 De naam van de school duidt aan, met welke van de uit de openbare kas bekostigde scholen zij overeenkomt. 5 artikel 64, eerste tot en met derde lid De voorwaarden voor de toelating tot de school zijn ten minste gelijk aan die, vastgesteld krachtens. 2021 320 02-07-2021 23-06-2021 35352 2021 321 02-07-2021 23-06-2021 01-08-2021
Artikel 114a — Artikel 114a Samenwerking met vavo#
Artikel 114a Samenwerking met vavo 1 artikel 112 artikel 7.3.1, eerste lid, onder a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES artikel 1.4.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES Het bevoegd gezag van een ingevolgeaangewezen school kan leerlingen in de gelegenheid stellen in het kader van het onderwijs waarvoor zij aan de school zijn ingeschreven deel te nemen aan een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld indie is erkend op grond van, en die opleiding met een examen af te sluiten. 2 Het eerste lid vindt uitsluitend toepassing met het doel leerlingen met bijzondere kenmerken beter in staat te stellen een diploma als bedoeld in deze wet te behalen. 3 Toepassing van het eerste lid berust op een samenwerkingsovereenkomst, gesloten tussen het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, en het bevoegd gezag van de instelling die de in het eerste lid bedoelde opleiding verzorgt. De samenwerkingsovereenkomst omvat in elk geval: a. het doel van de samenwerking, b. de doelgroep, c. de wijze waarop wordt nagegaan of het doel wordt bereikt, d. het onderwijsprogramma dat volgens de samenwerking wordt vormgegeven, en e. een regeling voor de beslechting van geschillen tussen partijen over de uitvoering van de overeenkomst. 4 Bij algemene maatregel van bestuur wordt nader geregeld voor welke leerlingen en onder welke voorwaarden het eerste lid toepassing kan vinden. 2012 257 15-06-2012 10-05-2012 32892 2014 511 17-12-2014 04-12-2014 01-01-2015
Artikel 114b — Artikel 114b Samenwerking met onbekostigd mbo t.b.v. doorlopende leerroute vmbo-mbo#
Artikel 114b Samenwerking met onbekostigd mbo t.b.v. doorlopende leerroute vmbo-mbo 1 artikel 112 artikel 27a artikel 27l Het bevoegd gezag van een ingevolgeaangewezen school kan leerlingen in de gelegenheid stellen in het kader van het onderwijs waarvoor zij aan de school zijn ingeschreven een doorlopende leerroute vmbo-mbo als bedoeld inof de geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding, bedoeld inte volgen. 2 artikel 1.4.1 WEB BES Toepassing van het eerste lid berust op een samenwerkingsovereenkomst, gesloten tussen het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, en het bevoegd gezag van instelling voor beroepsonderwijs, wat betreft een beroepsopleiding ten aanzien waarvan een erkenning is verkregen op grond van. 3 artikelen 27a 27b, met uitzondering van het tweede lid, onderdeel e 27c tot en met 27e 27f, eerste en tweede lid 27g 27j tot en met 27l artikel 1.4.1 WEB BES De,,,,enzijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor «instelling voor beroepsonderwijs» telkens wordt gelezen «instelling voor beroepsonderwijs, wat betreft een beroepsopleiding ten aanzien waarvan een erkenning is verkregen op grond van». 2020 157 05-06-2020 20-05-2020 35336 2020 208 26-06-2020 17-06-2020 01-08-2020
Artikel 115 — Artikel 115 Intrekken aanwijzing#
Artikel 115 Intrekken aanwijzing artikelen 112 114 114a artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Onze Minister kan de aanwijzing intrekken, indien niet langer wordt voldaan aan de voorschriften gegeven bij of krachtens de,enof indien van misbruik van de verleende aanwijzing is gebleken. De aanwijzing kan door Onze Minister tevens worden ingetrokken indien het schoolbestuur of het personeel van de school in strijd handelt met. 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021
Artikel 116 — Artikel 116 Staatsexamens#
Artikel 116 Staatsexamens 1 artikel 72, eerste lid Jaarlijks geeft het College voor toetsen en examens gelegenheid om door het met gunstig gevolg afleggen van een staatsexamen, een diploma te verkrijgen, overeenkomende met een diploma van een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger algemeen voortgezet onderwijs, voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en voor voorbereidend beroepsonderwijs, als bedoeld in. 2 Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald, welke andere diploma's kunnen worden verkregen door het met gunstig gevolg afleggen van een staatsexamen voor het College voor toetsen en examens. 3 Zij, die zijn afgewezen bij het eindexamen van een school, worden niet toegelaten tot het in hetzelfde jaar te houden overeenkomstige staatsexamen. 4 De staatsexamens zijn openbaar, behoudens het schriftelijke gedeelte. 5 artikel 72, lid 1a artikel 6.2.2a, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften vastgesteld omtrent de in dit artikel bedoelde examens, die niet voor alle kandidaten dezelfde vakken en andere programmaonderdelen behoeven te omvatten. Daarbij kan worden bepaald het bedrag, dat voor de toelating tot deze examens verschuldigd is. Tevens kan daarbij worden bepaald dat dit bedrag is verschuldigd door het bevoegd gezag van een school ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan, of door het bevoegd gezag van een instelling ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan. 2020 235 08-07-2020 01-07-2020 35102 2020 469 24-11-2020 12-11-2020 01-01-2021
Artikel 117 — Artikel 117 Inrichtingen voor voortgezet onderwijs#
Artikel 117 Inrichtingen voor voortgezet onderwijs 1 artikel 6, onderdeel e Bij algemene maatregel van bestuur kunnen inrichtingen voor voortgezet onderwijs als bedoeld in, worden aangewezen die voor bekostiging uit 's Rijks kas in aanmerking komen. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor de aangewezen inrichtingen voor voortgezet onderwijs voorschriften worden gegeven voor de toepassing van de bij of krachtens deze wet vastgestelde voorschriften over: Daarbij kan, voor zover noodzakelijk, worden afgeweken van het bij of krachtens deze wet bepaalde. a. de inrichting van het onderwijs, b. de examens, c. de rechtspositie van het personeel, d. de benoembaarheidsvereisten van het personeel, en e. de aanvang, wijze en beëindiging van de bekostiging. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 118 — Artikel 118 Begripsbepalingen#
Artikel 118 Begripsbepalingen In deze afdeling worden de onder a tot en met d aangegeven schoolsoorten aangeduid met de daarbij vermelde afkortingen: a. vwo: voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, b. havo: hoger algemeen voortgezet onderwijs, c. mavo: middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, d. vbo: voorbereidend beroepsonderwijs. 2018 156 05-06-2018 25-05-2018 34642 2018 213 05-07-2018 25-06-2018 01-08-2018
Artikel 119 — Artikel 119 Bekostiging en voorzieningenplanning#
Artikel 119 Bekostiging en voorzieningenplanning Bekostiging uit 's Rijks kas van een school of scholengemeenschap neemt geen aanvang dan krachtens de bepalingen van deze afdeling. 2018 156 05-06-2018 25-05-2018 34642 2018 213 05-07-2018 25-06-2018 01-08-2018
Artikel 120 — Artikel 120 Nieuwe school, scholengemeenschap of nevenvestiging#
Artikel 120 Nieuwe school, scholengemeenschap of nevenvestiging 1 Onze Minister brengt een openbare of bijzondere school voor bekostiging in aanmerking indien het bevoegd gezag: a. met de belangstellingsmeting aannemelijk maakt dat deze school, mede gelet op de hoogte van de bekostiging die krachtens deze titel wordt verstrekt, zal worden bezocht door een aantal leerlingen dat voldoende is om een school van voldoende kwaliteit in stand te houden; en b. artikel 123, eerste en tweede lid 124, eerste en tweede lid voldoet aan de verplichtingen in, en. 2 Onze Minister brengt een openbare of bijzondere scholengemeenschap voor bekostiging in aanmerking indien het bevoegd gezag: a. met de belangstellingsmeting aannemelijk maakt dat het aantal leerlingen van elk van de samenstellende scholen ten minste drie kwart zal bedragen van het daarvoor in het eerste lid bedoelde aantal; en b. artikel 123, eerste en tweede lid 124, eerste en tweede lid voldoet aan de verplichtingen in, en. 3 artikel 122, eerste of tweede lid artikel 123, eerste en tweede lid artikel 124, eerste en tweede lid Artikel 125 Onze Minister brengt een openbare school of scholengemeenschap waarvoor een aanvraag als bedoeld in, is ingediend voor bekostiging in aanmerking, indien voldaan is aan de verplichtingen inen, met uitzondering van een document waaruit blijkt dat het openbaar lichaam van het eiland van de beoogde plaats van vestiging is gevraagd om te overleggen over het voornemen tot het doen van een aanvraag om bekostiging.is van overeenkomstige toepassing. 4 Onze Minister brengt een openbare of bijzondere nevenvestiging van een school voor bekostiging in aanmerking indien het bevoegd gezag: a. met de belangstellingsmeting aannemelijk maakt dat deze nevenvestiging, mede gelet op de hoogte van de bekostiging die krachtens deze titel wordt verstrekt, zal worden bezocht door een aantal leerlingen dat voldoende is om een school van voldoende kwaliteit in stand te houden; en b. artikel 123, eerste en tweede lid 124, eerste en tweede lid voldoet aan de verplichtingen in, en. 2020 160 12-06-2020 20-05-2020 35050 2020 336 16-09-2020 09-09-2020 01-11-2020
Artikel 121 — Artikel 121 Toevoegen profiel vbo of school#
Artikel 121 Toevoegen profiel vbo of school 1 Artikel 120, eerste lid artikel 18, derde lid , is van overeenkomstige toepassing op de bekostiging van een nieuw te vormen profiel als bedoeld in, aan een al bekostigde school voor vbo. 2 Onze Minister brengt een nieuw te vormen school die wordt toegevoegd aan een al bekostigde school of scholengemeenschap voor bekostiging in aanmerking indien het bevoegd gezag: a. artikel 120, eerste lid met de belangstellingsmeting aannemelijk maakt dat deze nieuwe school zal worden bezocht door ten minste drie kwart van het daarvoor in, bedoelde aantal; en b. artikel 123, eerste en tweede lid artikel 124, eerste en tweede lid voldoet aan de verplichtingen, bedoeld inen. 3 artikelen 124a 125 Deenzijn van overeenkomstige toepassing. 2020 160 12-06-2020 20-05-2020 35050 2020 336 16-09-2020 09-09-2020 01-11-2020
Artikel 122 — Artikel 122 Voldoende openbaar onderwijs#
Artikel 122 Voldoende openbaar onderwijs 1 De Rijksvertegenwoordiger draagt er zorg voor dat is voorzien in de behoefte aan openbaar onderwijs door een voldoende aantal scholen in het openbaar lichaam. Daartoe kan de Rijksvertegenwoordiger het bestuurscollege van het openbaar lichaam opdragen, een aanvraag bij Onze Minister in te dienen om een openbare school of scholengemeenschap voor bekostiging in aanmerking te brengen indien de ouders van een naar het oordeel van de Rijksvertegenwoordiger voldoende groot aantal leerlingen hebben aangegeven dat zij dat wensen en het bestuurscollege van het openbaar lichaam deze wens niet heeft ingewilligd. 2 Onze Minister kan het bestuurscollege van het openbaar lichaam opdragen een aanvraag bij hem in te dienen om een openbare school of scholengemeenschap voor bekostiging in aanmerking te brengen, indien de Rijksvertegenwoordiger het eerste lid niet toepast en ouders van een naar het oordeel van Onze Minister voldoende groot aantal leerlingen hebben aangegeven dat zij indiening van een dergelijke aanvraag wensen. 3 Indien een besluit van Onze Minister op een aanvraag als bedoeld in dit artikel onherroepelijk is geworden, gaat het bestuurscollege van het openbaar lichaam over tot stichting van de daarbij voor bekostiging in aanmerking gebrachte school of scholengemeenschap. 2018 156 05-06-2018 25-05-2018 34642 2018 213 05-07-2018 25-06-2018 01-08-2018
Artikel 123 — Artikel 123 Aanvraagprocedure nieuwe school, scholengemeenschap of profiel vbo#
Artikel 123 Aanvraagprocedure nieuwe school, scholengemeenschap of profiel vbo 1 Het bevoegd gezag dient voor 1 november bij Onze Minister een aanvraag in om voor bekostiging in aanmerking te brengen: a. een school; b. een scholengemeenschap; of c. artikel 18, derde lid een nieuw te vormen profiel als bedoeld in, aan een al bekostigde school voor vbo. 2 Indien het bevoegd gezag het voornemen heeft om een aanvraag, bedoeld in het eerste lid, in te dienen, meldt het bevoegd gezag dit aan Onze Minister voor 1 juli voorafgaand aan die voorgenomen aanvraag. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld aan de wijze waarop deze melding plaatsvindt en kan een model voor de melding worden vastgesteld. 3 artikel 124, tweede lid, onderdeel b De inspectie adviseert Onze Minister of de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in. 4 Onze Minister controleert of de belangstellingsmeting juist en volledig is en besluit voor 1 juni: a. artikel 120, eerste, tweede en vierde lid 121 met inachtneming van, en, op de aanvraag als bedoeld in het eerste lid, of de school, scholengemeenschap, nevenvestiging of nieuw te vormen profiel met ingang van 1 augustus van het kalenderjaar volgend op het besluit van Onze Minister voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht; of b. artikel 120, derde lid artikel 122, eerste lid of tweede lid met inachtneming van, op een aanvraag als bedoeld in, of de openbare school of scholengemeenschap met ingang van 1 augustus van het kalenderjaar volgend op het besluit van Onze Minister voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht. 5 De besluiten, bedoeld in het vierde en achtste lid, worden gepubliceerd in de Staatscourant. 6 artikel 124a, vijfde lid, onderdeel a Voor uitsluitend de controle of de gegevens uit de ouderverklaringen, bedoeld in, juist en volledig zijn, maakt Onze Minister gebruik van het burgerservicenummer van een van de ouders en het kind waarop de ouderverklaring betrekking heeft. 7 Onze Minister stelt op voordracht van de inspectie een kader vast waarin de werkwijze voor het advies, bedoeld in het derde lid, is vastgelegd. Deze werkwijze omvat in ieder geval een gesprek over de aanvraag met het bevoegd gezag dat de aanvraag heeft ingediend. Dit kader wordt bekendgemaakt in de Staatscourant. 8 artikel 183, eerste lid Onze Minister kan de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, afwijzen indien de aanvraag is ingediend door een rechtspersoon, niet zijnde een openbaar lichaam, die reeds een of meer scholen of scholengemeenschappen in stand houdt en die een aanwijzing heeft ontvangen als bedoeld in, of waarvan een of meer van de bestuurders of toezichthouders deel uitmaakte of uitmaakt van een andere rechtspersoon die een dergelijke aanwijzing heeft ontvangen, welke aanwijzing onherroepelijk is geworden en ten tijde van de aanvraag nog geen vijf jaren oud is gerekend vanaf de ontvangst van het besluit tot toepassing van artikel 183, eerste lid. 9 Het bestuurscollege van de beoogde plaats van vestiging van de school, scholengemeenschap of nevenvestiging kan voor de datum, genoemd in het eerste lid, bij Onze Minister een zienswijze naar voren brengen. 2020 160 12-06-2020 20-05-2020 35050 2020 336 16-09-2020 09-09-2020 01-11-2020
Artikel 124 — Artikel 124 Verplichtingen voor aanvraag bekostiging#
Artikel 124 Verplichtingen voor aanvraag bekostiging 1 artikel 123, eerste lid Een aanvraag als bedoeld in, vermeldt: a. de schoolsoort of schoolsoorten; b. of het openbaar of bijzonder onderwijs betreft; en c. de beoogde plaats van vestiging van de school of scholengemeenschap. 2 De aanvraag gaat vergezeld van: a. een belangstellingsmeting; b. artikel 18, derde lid artikel 29, derde lid een beschrijving van het voorgenomen beleid over de kwaliteit van het onderwijs dat binnen de school, scholengemeenschap, nevenvestiging of het profiel bedoeld in, of, zal worden gevoerd, voor zover dit betreft de uitwerking van de wettelijke voorschriften voor: 1° artikel 2, tweede lid de inrichting van het onderwijs, bedoeld in; 2° artikel 12a, eerste tot en met vijfde lid artikel 31, vierde lid het totaal aantal uren en het soort activiteiten dat als onderwijstijd als bedoeld in, ofzal worden geprogrammeerd; 3° artikelen 16 18 29 31 33 34 35 37 38 39 40 de inhoud van een in onderwijstijd verzorgd samenhangend onderwijsprogramma, geldend voor de schoolsoort en leerweg, bedoeld in de,,,,,,,,,en, voor zover deze schoolsoort of leerweg van toepassing is op de aanvraag; 4° artikel 42 de inhoud van het onderwijs, bedoeld in; en 5° artikelen 54 55 artikel 78 de scheiding tussen de functies van bestuur en het toezicht daarop, bedoeld in deenen, indien toepassing wordt gegeven aan, een beschrijving van de over te dragen taken; c. een document waaruit blijkt dat het openbaar lichaam van het eiland van de beoogde plaats van vestiging en de bevoegd gezagsorganen binnen het voedingsgebied van de school of scholengemeenschap zijn gevraagd om te overleggen over het voornemen tot het doen van een aanvraag om bekostiging; en d. Wet justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES een verklaring omtrent het gedrag afgegeven volgens devan de personen die het bestuur en het intern toezicht vormen en die op het tijdstip van het doen van de aanvraag niet ouder is dan zes maanden. 3 De aanvraag bevat tevens: a. een beschrijving van het beleid met betrekking tot de bewaking en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs; b. een beschrijving van de beoogde samenstelling van de formatie van de school of scholengemeenschap; c. een beschrijving van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de voorschriften die worden gesteld aan de bekwaamheid van voorschriften die worden gesteld aan de bekwaamheid van de leraren, onderwijsondersteunende functionarissen, de rector, directeur, conrector of adjunct-directeur; d. een beschrijving van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de zorg voor de sociale, psychische en fysieke veiligheid van leerlingen op school of scholengemeenschap; e. een meerjarenbegroting over de eerste drie schooljaren die gebaseerd is op de bekostiging die de school of scholengemeenschap zal ontvangen gegeven het aantal te verwachten leerlingen in die periode; f. de verwachtingen met betrekking tot de huisvesting; g. informatie over de hoogte van en het beleid ten aanzien van de vrijwillige geldelijke bijdrage die van de ouders zal worden gevraagd en het jaarlijks verwachte totaalbedrag van die bijdragen; en h. een beschrijving van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de medezeggenschap in de school. 4 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld aan de wijze waarop de aanvraag plaatsvindt en kan een model voor de aanvraag worden vastgesteld. 2022 116 21-03-2022 23-02-2022 35946 2022 117 22-03-2022 11-03-2022 23-03-2022
Artikel 124a — Artikel 124a Belangstellingsmeting#
Artikel 124a Belangstellingsmeting 1 De belangstellingsmeting wordt uitgevoerd aan de hand van hetzij: a. ouderverklaringen; dan wel b. in bij ministeriële regeling te bepalen gevallen, een marktonderzoek. 2 De belangstellingsmeting: a. artikel 123, eerste lid geeft inzicht in het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, bedoeld in; en b. vindt plaats binnen het voedingsgebied dat het eiland omvat van de beoogde plaats van vestiging van de school, scholengemeenschap of nevenvestiging. 3 Het te verwachten aantal leerlingen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt berekend overeenkomstig de formule q = (y/x *100%) * w * z, waarbij: De aanvraag bevat de berekeningen die tot de uitkomsten van de formules, bedoeld onder a, of b, hebben geleid. a. voor de ouderverklaring geldt: y = aantal leerlingen in de leeftijd van 10 tot en met 12 jaar van wie in de ouderverklaring is aangegeven belangstelling te hebben voor de beoogde school, scholengemeenschap of nevenvestiging in de aanvraag; x = totaal aantal leerlingen in de leeftijd van 10 tot en met 12 jaar op 1 januari van het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan in het voedingsgebied, bedoeld in het tweede lid onder b; w = het gemiddelde van het aantal leerlingen in de leeftijd van 12 jaar en in de leeftijd van 13 jaar in het voedingsgebied, bedoeld in het tweede lid onder b, op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, gebaseerd op gegevens onder meer verstrekt door het Centraal Bureau voor de Statistiek, vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling te bepalen aantal verblijfsjaren, die de landelijke verhouding tussen het totaal aantal leerlingen en het aantal leerlingen in leerjaar 1 weergeeft van de schoolsoort, schoolsoorten of nevenvestiging waarop de aanvraag betrekking heeft; z = een bij ministeriële regeling te bepalen correctiefactor. b. voor het marktonderzoek geldt: y = aantal leerlingen in de leeftijd van 10 tot en met 12 jaar van wie in het marktonderzoek is aangegeven belangstelling te hebben voor de beoogde school, scholengemeenschap of nevenvestiging in de aanvraag; x = totaal aantal leerlingen in de leeftijd van 10 tot en met 12 jaar die aan het marktonderzoek heeft deelgenomen; w = het gemiddelde van het aantal leerlingen in de leeftijd van 12 jaar en in de leeftijd van 13 jaar in het voedingsgebied, bedoeld in het tweede lid onder b, op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, gebaseerd op gegevens onder meer verstrekt door het Centraal Bureau voor de Statistiek, vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling te bepalen aantal verblijfsjaren, die de landelijke verhouding tussen het totaal aantal leerlingen en het aantal leerlingen in leerjaar 1 weergeeft van de schoolsoort, schoolsoorten of nevenvestiging waarop de aanvraag betrekking heeft; z = een bij ministeriële regeling te bepalen correctiefactor. 4 De ouderverklaring, bedoeld in het eerste lid, heeft betrekking op één leerling in de leeftijd van 10 tot en met 12 jaar op 1 november van het kalenderjaar waarin de aanvraag wordt gedaan en wordt ingediend door de ouder van deze leerling. 5 Het marktonderzoek, bedoeld in het eerste lid: a. heeft betrekking op leerlingen in de leeftijd van 10 tot en met 12 jaar; b. wordt afgenomen onder de ouders van leerlingen, bedoeld in onderdeel a, op een wetenschappelijk verantwoorde manier door een onafhankelijk onderzoeksbureau dat aantoonbaar werkt volgens een door een brancheorganisatie opgestelde gedragscode met betrekking tot de uitvoering van marktonderzoek; c. wordt uitgevoerd aan de hand van een aselecte steekproef uit de leerlingen, bedoeld in onderdeel a, die aantoonbaar representatief is voor die leerlingen; en d. mag niet ouder zijn dan 24 maanden voorafgaand aan de uiterste indieningsdatum van de aanvraag. 6 Indien uit de belangstellingsmeting van meer dan één aanvraag blijkt dat de voedingsgebieden, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, elkaar overlappen en daardoor de som van de leerlingen voor wie belangstelling is aangetoond in het overlappende voedingsgebied groter is dan het totaal aantal leerlingen in het overlappende voedingsgebied, worden de aantallen van de leerlingen voor wie belangstelling is aangetoond in het overlappende voedingsgebied naar evenredigheid verminderd tot de som van het totaal leerlingen in het overlappende voedingsgebied voor wie belangstelling is aangetoond gelijk is aan het totaal aantal leerlingen in het overlappende voedingsgebied. 7 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld aan de uitvoering van de belangstellingsmeting over: a. de wijze waarop de belangstellingsmeting wordt uitgevoerd; en b. de omvang van het marktonderzoek in relatie tot de minimale verhoudingen tussen de verschillende onderdelen van de formule voor de belangstellingsmeting, bedoeld in het derde lid, onderdeel b. 2022 116 21-03-2022 23-02-2022 35946 2022 117 22-03-2022 11-03-2022 23-03-2022
Artikel 125 — Artikel 125 Aanvang bekostiging en vervallen aanspraak bekostiging#
Artikel 125 Aanvang bekostiging en vervallen aanspraak bekostiging 1 De bekostiging vangt aan op 1 augustus. 2 artikelen 120 121 De aanspraak op bekostiging op grond van deenvervalt indien uiterlijk op de eerste schooldag na 1 augustus in het kalenderjaar na het besluit van Onze Minister geen onderwijs aan de nieuwe school, scholengemeenschap, nevenvestiging of in het nieuwe profiel wordt gegeven. 3 In afwijking van het tweede lid en op aanvraag van het bevoegd gezag of het openbaar lichaam van het eiland van vestiging van de school, scholengemeenschap of nevenvestiging kan Onze Minister besluiten in bijzondere gevallen de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Indien Onze Minister daartoe besluit, vervalt de aanspraak op bekostiging, indien uiterlijk op de eerste schooldag na 1 augustus in het tweede kalenderjaar na het in het tweede lid bedoelde besluit geen onderwijs wordt gegeven. 2022 116 21-03-2022 23-02-2022 35946 2022 117 22-03-2022 11-03-2022 23-03-2022
Artikel 126 — Artikel 126 Omzetting#
Artikel 126 Omzetting 1 Onze Minister kan, onder door hem te stellen voorwaarden, voor bekostiging in aanmerking brengen een school die wordt opgericht door omzetting van een bekostigde openbare school in een gelijksoortige bijzondere school. 2 Onze Minister brengt voor bekostiging in aanmerking een school die wordt opgericht door omzetting van een bekostigde bijzondere school in een gelijksoortige openbare school. 3 Een omzetting kan slechts plaatsvinden met ingang van 1 augustus van enig kalenderjaar. 4 Dit artikel is ook van toepassing op een scholengemeenschap. 2020 160 12-06-2020 20-05-2020 35050 2020 336 16-09-2020 09-09-2020 01-11-2020
Artikel 127 — Artikel 127 Samenvoeging en afsplitsing scholen of scholengemeenschappen#
Artikel 127 Samenvoeging en afsplitsing scholen of scholengemeenschappen 1 Onze Minister kan voor bekostiging in aanmerking brengen een: a. school of scholengemeenschap die is ontstaan door samenvoeging van scholen of scholengemeenschappen, indien deze binnen hetzelfde openbaar lichaam gevestigd zijn, b. Wet educatie en beroepsonderwijs BES scholengemeenschap die is ontstaan door samenvoeging van een scholengemeenschap waarvan een school voor mavo of een school voor vbo deel uitmaakt met een instelling als bedoeld in dedie in hetzelfde openbaar lichaam gevestigd is, of c. school die door het bevoegd gezag wordt afgesplitst van een scholengemeenschap. 2 Een samenvoeging of afsplitsing kan slechts plaatsvinden met ingang van 1 augustus van enig kalenderjaar. 2018 156 05-06-2018 25-05-2018 34642 2018 213 05-07-2018 25-06-2018 01-08-2018
Artikel 127a — Artikel 127a Vestigingen#
Artikel 127a Vestigingen Aan een school of scholengemeenschap kan, naast een hoofdvestiging, een nevenvestiging zijn verbonden. Een nevenvestiging is gelegen in hetzelfde openbaar lichaam als de hoofdvestiging. 2018 156 05-06-2018 25-05-2018 34642 2018 213 05-07-2018 25-06-2018 01-08-2018
Artikel 127b — Artikel 127b Hoofdvestiging#
Artikel 127b Hoofdvestiging 1 artikel 120 artikel 121, tweede lid Een school of scholengemeenschap die op grond vanvoor bekostiging in aanmerking is gebracht, wordt aangeduid als hoofdvestiging. Een school die op grond van, voor bekostiging in aanmerking is gebracht, wordt onderdeel van de hoofdvestiging. 2 artikel 18, derde lid artikel 29, derde lid Op een hoofdvestiging van een scholengemeenschap kan in elk geval onderwijs worden verzorgd in alle leerjaren van de schoolsoorten en in alle profielen als bedoeld in, of, die de scholengemeenschap omvat. 2018 156 05-06-2018 25-05-2018 34642 2018 213 05-07-2018 25-06-2018 01-08-2018
Artikel 127c — Artikel 127c Nevenvestiging#
Artikel 127c Nevenvestiging 1 Een nevenvestiging komt tot stand door: a. artikel 127 een samenvoeging als bedoeld in; of b. artikel 120, vierde lid door vorming van een nieuwe nevenvestiging als bedoeld in. 2 artikel 18, derde lid artikel 29, derde lid Op een nevenvestiging kan onderwijs worden verzorgd in dezelfde schoolsoorten, profielen als bedoeld in, of, en leerjaren als op de hoofdvestiging. 2020 160 12-06-2020 20-05-2020 35050 2020 336 16-09-2020 09-09-2020 01-11-2020
Artikel 127d — Artikel 127d Verplaatsing vestiging en gevolgen voor bekostigingsaanspraak#
Artikel 127d Verplaatsing vestiging en gevolgen voor bekostigingsaanspraak De aanspraak op bekostiging blijft bestaan indien het bevoegd gezag binnen de grenzen van het openbaar lichaam a. een vestiging verplaatst, of b. een deel van het onderwijsaanbod op een vestiging verplaatst naar een andere vestiging van dezelfde school of scholengemeenschap. 2018 156 05-06-2018 25-05-2018 34642 2018 213 05-07-2018 25-06-2018 01-08-2018
Artikel 127e — Artikel 127e Aanvullende middelen#
Artikel 127e Aanvullende middelen titels 4.1 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht artikelen 4 5 9 10 van de Wet overige OCW-subsidies Onze Minister kan onder door hem nader te stellen voorwaarden aanvullende middelen ter beschikking stellen die niet strekken tot bekostiging van het onderwijs, bedoeld in deze wet, maar die direct of indirect dienstig zijn voor de uitvoering van het onderwijs of voor verhoging van de mogelijkheid tot deelname aan het onderwijs. Bij de toepassing van dit artikel zijn deenen de,,envan toepassing. 2018 156 05-06-2018 25-05-2018 34642 2018 213 05-07-2018 25-06-2018 01-08-2018
Artikel 127f — Artikel 127f Beroep#
Artikel 127f Beroep artikel 7, eerste lid, van de Wet administratieve rechtspraak BES artikelen 54 55 van de Wet administratieve rechtspraak BES artikel 127e In afwijking vankan een belanghebbende beroep instellen bij het Gemeenschappelijke Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba tegen een besluit op grond van deze afdeling met uitzondering van. Deenzijn van overeenkomstige toepassing. 2018 156 05-06-2018 25-05-2018 34642 2018 213 05-07-2018 25-06-2018 01-08-2018
Artikel 127g — Artikel 127g Uitvoeringsregels#
Artikel 127g Uitvoeringsregels Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld voor de uitvoering van deze afdeling. 2018 156 05-06-2018 25-05-2018 34642 2018 213 05-07-2018 25-06-2018 01-08-2018
Artikel 128 — Artikel 128 Reikwijdte van afdeling II#
Artikel 128 Reikwijdte van afdeling II artikelen 129 tot en met 147 Dezijn slechts van toepassing op scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en voor praktijkonderwijs. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 129 — Artikel 129 Voorziening in huisvesting door het openbaar lichaam#
Artikel 129 Voorziening in huisvesting door het openbaar lichaam 1 De eilandsraad of het bestuurscollege draagt overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk ten behoeve van de scholen zorg voor de voorzieningen in de huisvesting op het grondgebied van het openbaar lichaam. Deze huisvesting is zodanig dat kan worden voldaan aan de redelijke eisen die het onderwijs aan de huisvesting van scholen in het openbaar lichaam stelt. De eilandsraad of het bestuurscollege behandelt daarbij de door het openbaar lichaam in stand gehouden scholen en de andere scholen op gelijke voet. 2 Bij algemene maatregel van bestuur worden bruto vloeroppervlakten per gelijktijdig aanwezige leerling voorgeschreven die voorzieningen in de huisvesting ten minste dienen te bevatten. Deze oppervlakten kunnen per schoolsoort verschillend worden vastgesteld. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 130 — Artikel 130 Voorzieningen in de huisvesting#
Artikel 130 Voorzieningen in de huisvesting 1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden onder voorzieningen in de huisvesting begrepen: a. voor blijvend onderscheidenlijk voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen, bestaande uit: 1°. nieuwbouw, een bestaand gebouw of een gedeelte daarvan, verplaatsing van een bestaand gebouw of van een gedeelte daarvan, terreinen, alsmede eerste aanschaf van leer- en hulpmiddelen en meubilair, 2°. uitbreiding van de onder 1° bedoelde voorzieningen, en 3°. medegebruik van een ruimte die geschikt is voor het onderwijs; b. herstel van constructiefouten aan het gebouw of het terrein; c. herstel en vervanging in verband met schade aan gebouw, leer- en hulpmiddelen en meubilair in geval van bijzondere omstandigheden. 2 De kosten van bouwvoorbereiding kunnen tot de kosten van huisvesting worden gerekend. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 131 — Artikel 131 Vaststelling door het bestuurscollege van bekostigingsplafond voor nieuwe voorzieningen in de huisvesting#
Artikel 131 Vaststelling door het bestuurscollege van bekostigingsplafond voor nieuwe voorzieningen in de huisvesting 1 Het bestuurscollege stelt jaarlijks, na overleg met de betrokken bevoegde gezagsorganen, ten behoeve van het eerstvolgende jaar voor een door hem te bepalen tijdstip een bekostigingsplafond vast voor de bekostiging van de voorzieningen in de huisvesting voor: a. Wet primair onderwijs BES basisscholen als bedoeld in de, en b. scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en voor praktijkonderwijs. 2 Het bekostigingsplafond wordt zodanig vastgesteld dat redelijkerwijs kan worden voorzien in de huisvesting van de in het eerste lid bedoelde scholen op het grondgebied van het openbaar lichaam. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 132 — Artikel 132 Indiening aanvraag#
Artikel 132 Indiening aanvraag 1 Het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school dat een voorziening in de huisvesting wenst, dient een aanvraag voor 1 september voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft in bij het bestuurscollege. 2 De eilandsraad stelt bij verordening de vereisten van de aanvraag vast. 3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de door het openbaar lichaam in stand gehouden scholen. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 133 — Artikel 133 Beschikkingen op aanvragen#
Artikel 133 Beschikkingen op aanvragen 1 Het bestuurscollege beslist voor 1 januari van het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft op de aanvraag. Het bestuurscollege geeft het bevoegd gezag de gelegenheid om een onvolledige aanvraag binnen een door het bestuurscollege te stellen termijn aan te vullen. 2 Het bestuurscollege kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien: a. artikel 132, tweede lid het bevoegd gezag niet heeft voldaan aan de vereisten voor het in behandeling nemen van de aanvraag, uit de eilandsverordening, bedoeld in, of b. de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking. 3 artikel 131 Indien het bekostigingsplafond, bedoeld in, niet toereikend is, wordt de volgorde van de verlening van bekostiging bepaald op basis van de urgentie van de gevraagde voorziening. 4 De beschikking van het bestuurscollege kan een gedeelte van de gewenste voorziening dan wel een andere voorziening dan gewenst omvatten. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 134 — Artikel 134 Beschikkingen op aanvragen met een spoedeisend karakter#
Artikel 134 Beschikkingen op aanvragen met een spoedeisend karakter 1 artikelen 132 133 In afwijking van de termijnen genoemd in deen, beslist het bestuurscollege binnen vier weken op een aanvraag voor een voorziening in de huisvesting die gelet op de voortgang van het onderwijs geen uitstel kan lijden. 2 Het bestuurscollege wijst de aanvraag af, indien: a. artikel 133, eerste lid de beslissing over de voorziening kan worden genomen met inachtneming van de termijn, bedoeld in, of b. artikel 135, eerste lid, onderdelen a tot en met d en f, en tweede lid een van de weigeringsgronden, genoemd in, van toepassing is. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 135 — Artikel 135 Weigeringsgronden#
Artikel 135 Weigeringsgronden 1 Een voorziening in de huisvesting wordt slechts geweigerd, indien: a. artikel 130 de gewenste voorziening geen voorziening is in de zin van, b. de gewenste voorziening niet gerechtvaardigd is op grond van de aard en de omvang van de voorzieningen waarover de school reeds beschikt, voor zover deze uit de openbare kas zijn bekostigd, c. de gewenste voorziening niet gerechtvaardigd is op grond van de te verwachten ontwikkeling van het aantal leerlingen of onderwijskundige ontwikkelingen, d. op andere wijze dan is gewenst redelijkerwijs in de behoefte aan huisvesting kan worden voorzien, onder meer doordat binnen redelijke afstand van de gewenste plaats van de voorziening gebruik dan wel medegebruik mogelijk is, of een reeds voor bekostiging in aanmerking gebracht gebouw of deel daarvan beschikbaar komt, e. artikel 131 het bekostigingsplafond, bedoeld in, niet toereikend is voor de te verstrekken voorzieningen voor scholen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, van dat artikel, of f. de gewenste voorziening anders dan op grond van de onderdelen b tot en met d niet noodzakelijk is. 2 Een voorziening in de huisvesting kan tevens worden geweigerd, indien de voorziening als gevolg van het verwijtbaar nalaten van noodzakelijk onderhoud in een slechte bouwkundige staat verkeert of indien de voorziening nodig is voor herstel van schade die is veroorzaakt door schuld of toedoen van het bevoegd gezag. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 136 — Artikel 136 Tijdstip aanvang bekostiging; vervallen aanspraak op bekostiging#
Artikel 136 Tijdstip aanvang bekostiging; vervallen aanspraak op bekostiging 1 artikel 137 Het bestuurscollege beslist met ingang van welk tijdstip de bekostiging van een voorziening daadwerkelijk een aanvang kan nemen, onverminderd het bepaalde in. 2 De aanspraak op bekostiging van een voorziening vervalt, indien niet binnen een bij de beschikking te bepalen termijn met betrekking tot de voorziening een bouwopdracht is gegeven dan wel een koop-, huur- of erfpachtovereenkomst is gesloten. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 137 — Artikel 137 Toetsing i.v.m. wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en omstandigheden#
Artikel 137 Toetsing i.v.m. wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en omstandigheden artikel 136, eerste lid Voorzieningen komen voor bekostiging in aanmerking, mits op het op grond van, vastgestelde tijdstip, a. is voldaan aan de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften, en b. de feiten en omstandigheden waarin de school verkeert, ten opzichte van de feiten en omstandigheden ten tijde van de vaststelling van de beschikking tot verlening niet ingrijpend zijn gewijzigd. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 138 — Artikel 138 Bouwheerschap#
Artikel 138 Bouwheerschap 1 artikelen 133 134 Het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school geeft opdracht de voorziening in de huisvesting waartoe op grond van deenkan worden overgegaan, tot stand te brengen met daartoe door het openbaar lichaam beschikbaar te stellen gelden, tenzij het met het bestuurscollege overeenkomt dat het openbaar lichaam deze voorziening tot stand brengt. 2 Indien het openbaar lichaam de voorziening in de huisvesting van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school tot stand heeft gebracht, worden gebouw en terrein aan het bevoegd gezag in eigendom overgedragen, tenzij het bestuurscollege en het bevoegd gezag anders overeenkomen. 3 Indien de voorziening in de huisvesting, bedoeld in het tweede lid, niet voldoet aan de eisen voor eigendomsoverdracht, geeft het bestuurscollege deze aan het bevoegd gezag in gebruik. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 139 — Artikel 139 Instemming met eigen bouwplannen voor een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school#
Artikel 139 Instemming met eigen bouwplannen voor een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school Indien het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school aanspraak heeft op bekostiging van een voorziening in de huisvesting, behoeven de bouwplannen en de desbetreffende begrotingen de instemming van het bestuurscollege, tenzij het bevoegd gezag met het bestuurscollege overeenkomt dat het openbaar lichaam deze voorziening tot stand brengt. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 140 — Artikel 140 Totstandbrenging voorziening voor een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school#
Artikel 140 Totstandbrenging voorziening voor een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school Het openbaar lichaam brengt een voorziening in de huisvesting van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school slechts tot stand, indien tussen het bestuurscollege en het bevoegd gezag overeenstemming bestaat over de bouwplannen en de wijze van uitvoering. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 141 — Artikel 141 Onderhoudsplicht; verbod tot vervreemding en bezwaring#
Artikel 141 Onderhoudsplicht; verbod tot vervreemding en bezwaring 1 Het bevoegd gezag is verplicht het gebouw en terrein, alsmede de roerende zaken waarvoor bekostiging wordt genoten, behoorlijk te gebruiken en te onderhouden. 2 artikelen 99 106 Vervreemding door het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school anders dan op grond van deen, van gebouwen, terreinen en roerende zaken waarvoor bekostiging wordt genoten, of bezwaren met een zakelijk recht door het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school van zodanige gebouwen en terreinen is zonder toestemming van het bestuurscollege nietig. 3 Het tweede lid is niet van toepassing ten aanzien van het recht van opstal ten behoeve van een door het openbaar lichaam te plaatsen tijdelijke voorziening in de huisvesting op grond die eigendom is van het bevoegd gezag van de betrokken school. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 142 — Artikel 142 Vorderingsrecht#
Artikel 142 Vorderingsrecht 1 Wet educatie en beroepsonderwijs BES Het bestuurscollege is bevoegd een gedeelte van een gebouw of terrein dat tijdelijk of gedurende een gedeelte van de dag niet nodig zal zijn voor de daar gevestigde school, gedurende die tijd te bestemmen als huisvesting voor een andere school, voor ander uit de openbare kas bekostigd onderwijs niet zijnde voortgezet onderwijs, of voor educatie als bedoeld in dedan wel voor andere culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden. Het voorgenomen gebruik dient zich te verdragen met het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school. Tevens is het bestuurscollege bevoegd ten behoeve van het onderwijs in lichamelijke opvoeding of expressie-activiteiten een gebouw of terrein dan wel een gedeelte daarvan dat tijdelijk gedurende gedeelten van de dag of in het geheel niet nodig zal zijn voor de daar gevestigde school, gedurende die tijd te bestemmen als huisvesting voor een andere school, voor ander uit de openbare kas bekostigd onderwijs, niet zijnde voortgezet onderwijs, of voor educatie als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs BES dan wel voor andere culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden. Het bestuurscollege is bevoegd een sportterrein, buiten de tijden dat het terrein voor het voortgezet onderwijs wordt gebruikt, gedurende die tijd te bestemmen voor culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden, op zodanige wijze dat het zich verdraagt met het onderwijs dat op het terrein wordt gegeven. 2 Indien het gebouw of terrein in gebruik is voor een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school, pleegt het bestuurscollege vooraf overleg met het bevoegd gezag en, voor zover van toepassing, ook met het bevoegd gezag van de andere school of nevenvestiging waarvoor de huisvesting is bestemd. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 143 — Artikel 143 Verhuur en medegebruik gebouw of terrein#
Artikel 143 Verhuur en medegebruik gebouw of terrein 1 artikel 142 titel 4 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Voor zovergeen toepassing vindt, kan het bevoegd gezag een gedeelte van een gebouw of terrein in gebruik geven ten behoeve van uit de openbare kas bekostigd onderwijs dan wel voor andere culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden. Voor zover niet nodig voor uit de openbare kas bekostigd onderwijs, kan het bevoegd gezag een gedeelte van het gebouw of terrein verhuren aan een derde, voor zover het gehuurde niet bestemd zal zijn als woon- of bedrijfsruimte in de zin van de vijfde en zesde afdeling van. Indien het een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school betreft, is voor verhuur toestemming van het bestuurscollege vereist. 2 De ingebruikgeving of verhuur ingevolge het eerste lid eindigt: a. artikel 142 indien het bestuurscollege gebruik maakt van zijn bevoegdheid op grond vanzonder dat enige schadeplicht ontstaat, of b. indien het in gebruik gegeven dan wel verhuurde deel nodig is voor gebruik door de eigen school. 3 Ingebruikgeving of verhuur ingevolge het eerste lid geschiedt niet indien het voorgenomen gebruik zich niet verdraagt met het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school. 4 artikel 230a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Op de ingebruikgeving en verhuur ingevolge het eerste lid isniet van toepassing. 5 Het zonder toestemming van het bestuurscollege verhuren van een gebouw of terrein door het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school alsmede elk met dit artikel strijdig beding opgenomen in een huurovereenkomst met betrekking tot schoolgebouwen, is nietig. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 144 — Artikel 144 Voorziening niet ten laste van het openbaar lichaam#
Artikel 144 Voorziening niet ten laste van het openbaar lichaam artikelen 143 145 Voorzieningen aan gebouwen of terreinen in verband met verhuur krachtens deofdoor het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school, komen niet ten laste van het openbaar lichaam. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 145 — Artikel 145 Einde gebruik gebouw of terrein door niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school#
Artikel 145 Einde gebruik gebouw of terrein door niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school 1 Het bestuurscollege en het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school dat eigenaar is van het gebouw en terrein kunnen in een gezamenlijke akte verklaren dat het bevoegd gezag blijvend heeft opgehouden dan wel blijvend zal ophouden het gebouw of terrein of een voor eigendomsoverdracht vatbaar gedeelte daarvan, voor de school te gebruiken. 2 Bij toepassing van het eerste lid stellen het bestuurscollege en het bevoegd gezag van de desbetreffende school gezamenlijk vast of voorzieningen in een slechte bouwkundige staat verkeren als gevolg van het verwijtbaar nalaten van noodzakelijk onderhoud. Indien dat het geval is, vindt verrekening plaats van de daarmee gemoeide kosten. 3 De eilandsraad en het bevoegd gezag van de niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school treffen gezamenlijk een voorziening voor het beslechten van geschillen die zich bij de toepassing van het tweede lid voordoen. 4 De Rijksvertegenwoordiger kan in geval van een geschil omtrent de toepassing van het eerste lid desgevraagd besluiten dat het bevoegd gezag blijvend heeft opgehouden dan wel blijvend zal ophouden het gebouw of terrein of een voor eigendomsoverdracht vatbaar gedeelte daarvan, voor de school te gebruiken. De aanvraag om het besluit wordt gedaan door het bestuurscollege of door het bevoegd gezag van de school. 5 Het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school dat voornemens is gebouwen of terreinen, of een gedeelte daarvan, blijvend niet meer voor de school te gebruiken, doet hiervan onverwijld mededeling aan het bestuurscollege. 6 afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES Zodra de in het eerste lid bedoelde akte door beide partijen is getekend, of het in het vierde lid bedoelde besluit van de Rijksvertegenwoordiger onherroepelijk is geworden dan wel in beroep is bepaald dat de uitspraak van de rechter, inhoudende een besluit als bedoeld in het vierde lid eerste volzin, in de plaats treedt van het vernietigde besluit, wordt de akte, het onherroepelijk geworden besluit onderscheidenlijk de uitspraak, ingeschreven in de openbare registers, bedoeld in. Door de inschrijving verkrijgt het openbaar lichaam de eigendom. 7 Het bestuurscollege en het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school dat eigenaar is van het schoolgebouw, kunnen in een gezamenlijke akte verklaren dat een gedeelte van het gebouw dat niet vatbaar is voor eigendomsoverdracht, blijvend niet meer voor het onderwijs nodig zal zijn. 8 De Rijksvertegenwoordiger kan in geval van een geschil omtrent de toepassing van het zevende lid desgevraagd besluiten dat een gedeelte van het gebouw dat niet vatbaar is voor eigendomsoverdracht, blijvend niet meer voor het onderwijs nodig zal zijn. De aanvraag om het besluit wordt gedaan door het bestuurscollege of door het bevoegd gezag van de school. Alvorens op de aanvraag te besluiten, hoort de Rijksvertegenwoordiger de wederpartij. 9 Zodra de in het zevende lid bedoelde akte door beide partijen is getekend, of het in het achtste lid bedoelde besluit van de Rijksvertegenwoordiger onherroepelijk is geworden dan wel in beroep is bepaald dat de uitspraak van de rechter, inhoudende een beslissing als bedoeld in het achtste lid eerste volzin, in de plaats treedt van het vernietigde besluit, kan het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school het desbetreffende gedeelte van het gebouw met toestemming van het bestuurscollege verhuren. 10 De toestemming, bedoeld in het negende lid, wordt verleend voor een tijdvak van ten hoogste 3 jaren. Op verzoek van het bevoegd gezag kan dit tijdvak telkens worden verlengd met een termijn van ten hoogste 3 jaren. 11 artikel 230a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Op de verhuur, bedoeld in het negende lid, isniet van toepassing. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 146 — Artikel 146 Jaarlijks bedrag voor huisvestingskosten van niet door het openbaar lichaam in stand gehouden scholen#
Artikel 146 Jaarlijks bedrag voor huisvestingskosten van niet door het openbaar lichaam in stand gehouden scholen In afwijking van dit hoofdstuk kan de eilandsraad besluiten dat jaarlijks een bedrag voor huisvestingskosten wordt betaald aan het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school voor zover die op het grondgebied van dat openbaar lichaam in stand wordt gehouden. De eilandsraad neemt het besluit in overeenstemming met het bevoegd gezag. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 01-01-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 147 — Artikel 147 Informatieverstrekking aan het bestuurscollege#
Artikel 147 Informatieverstrekking aan het bestuurscollege Het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school is gehouden aan de eilandsraad onderscheidenlijk het bestuurscollege alle inlichtingen te verschaffen die de eilandsraad onderscheidenlijk het bestuurscollege voor een adequate uitvoering van de bepalingen in dit hoofdstuk noodzakelijk achten. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 148 — Artikel 148 Algemene bepalingen bekostiging scholen#
Artikel 148 Algemene bepalingen bekostiging scholen 1 afdeling I van titel II artikelen 160 162 Het Rijk bekostigt met inachtneming van deze afdeling de scholen, bedoeld in. De uitgaven, bedoeld in deen, alsmede de bedragen die het openbaar lichaam krachtens deze wet in aanvulling op de rijksbekostiging verstrekt, blijven ten laste van het openbaar lichaam. 2 afdeling I van titel II Aan niet door het openbaar lichaam in stand gehouden scholen als bedoeld inwordt uit de openbare kas geen bekostiging verstrekt dan krachtens de bepalingen van deze wet. 3 artikel 98 artikel 97 Voor de toepassing van deze afdeling zijn de voorschriften die betrekking hebben op bijzondere scholen, van overeenkomstige toepassing op openbare scholen die in stand worden gehouden door een stichting als bedoeld inof een openbare rechtspersoon als bedoeld in, tenzij het tegendeel blijkt. 2020 437 13-11-2020 28-10-2020 35354 2021 432 17-09-2021 02-09-2021 01-10-2021
Artikel 149 — Artikel 149 Grondslag bekostiging zorg voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoefte#
Artikel 149 Grondslag bekostiging zorg voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoefte 1 Het Rijk bekostigt openbare en bijzondere scholen voor zorg voor leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven ter uitvoering van het eerste lid. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 01-01-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 150 — Artikel 150 Subsidie expertisecentrum onderwijszorg#
Artikel 150 Subsidie expertisecentrum onderwijszorg 1 Onze Minister verstrekt het expertisecentrum onderwijszorg subsidie. 2 artikel 69, eerste lid Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gegeven over het verstrekken van subsidie aan het expertisecentrum onderwijszorg voor de taken, bedoeld in. 3 titels 4.1 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht artikelen 4 5 9 10 van de Wet overige OCW-subsidies Deenen de,,enzijn van toepassing op de subsidie. 2020 437 13-11-2020 28-10-2020 35354 2021 432 17-09-2021 02-09-2021 01-10-2021
Artikel 151 — Artikel 151 Kostensoorten#
Artikel 151 Kostensoorten Vervallen 2020 437 13-11-2020 28-10-2020 35354 2021 432 17-09-2021 02-09-2021 01-10-2021
Artikel 152 — Artikel 152 Bekostiging scholen#
Artikel 152 Bekostiging scholen 1 De bekostiging voor een school bestaat uit: a. een bedrag per school; en b. een bedrag per leerling, waarbij onderscheid kan worden gemaakt naar schoolsoort, leerjaar, leerweg of profiel. 2 De bekostiging is bestemd voor kosten voor personeel en exploitatie van een school. De bekostiging wordt per school berekend aan de hand van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde berekeningswijze. 3 De bekostiging wordt verstrekt voor: a. salarissen, toelagen, uitkeringen en vergoedingen voor het personeel; b. bijdragen voor het pensioen voor het personeel en dat van de nagelaten betrekkingen; c. Ambtenarenwet BES kosten wegens voorschriften die zijn gegeven bij of krachtens de; d. onderhoud van het gebouw en het terrein; e. energie- en waterverbruik; f. artikel 12 middelen waaronder mede wordt verstaan lesmateriaal als bedoeld in; g. administratie, beheer en bestuur; h. loopbaanoriëntatie en -begeleiding; i. schoonmaken van het gebouw en het terrein; en j. publiekrechtelijke heffingen, met uitzondering van belastingen ter zake van onroerende zaken. 2020 437 13-11-2020 28-10-2020 35354 2021 432 17-09-2021 02-09-2021 01-10-2021 Vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot de berekening
van de bekostiging over kalenderjaar 2022 (Stb. 2021/432).
Artikel 153 — Artikel 153 Bepalen van de hoogte van de bekostiging#
Artikel 153 Bepalen van de hoogte van de bekostiging 1 Onze Minister stelt de hoogte van de bekostiging zodanig vast dat zij voldoet aan de redelijke behoeften van een in normale omstandigheden verkerende school. 2 artikel 152, eerste lid Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 oktober de bedragen, bedoeld in, vastgesteld en worden regels gesteld over de termijnen van de betaling daarvan. 3 Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald in welke gevallen en onder welke voorwaarden aanvullende bekostiging kan worden toegekend. 4 De vastgestelde bedragen gelden voor het kalenderjaar volgend op het tijdstip van vaststelling. 5 artikel 152, eerste lid Bij de vaststelling van de bedragen, bedoeld in, of bij tussentijdse aanpassing van die bedragen, worden volgens bij ministeriële regeling te stellen regels loon- en prijsontwikkelingen verwerkt, tenzij de toestand van 's Rijks financiën zich daartegen verzet. 2020 437 13-11-2020 28-10-2020 35354 2021 432 17-09-2021 02-09-2021 01-10-2021 Vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot de berekening
van de bekostiging over kalenderjaar 2022 (Stb. 2021/432).
Artikel 154 — Artikel 154 Teldatum aantal leerlingen voor berekening bekostiging#
Artikel 154 Teldatum aantal leerlingen voor berekening bekostiging artikel 152 Bij het bepalen van de hoogte van de bekostiging, bedoeld in, gaat Onze Minister, volgens daarover bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde regels, uit van het aantal leerlingen van de school op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft. 2020 437 13-11-2020 28-10-2020 35354 2021 432 17-09-2021 02-09-2021 01-10-2021 Vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot de berekening
van de bekostiging over kalenderjaar 2022 (Stb. 2021/432).
Artikel 155 — Artikel 155 Verstrekken aanvullende bekostiging bij bijzondere ontwikkelingen#
Artikel 155 Verstrekken aanvullende bekostiging bij bijzondere ontwikkelingen 1 Indien bijzondere ontwikkelingen in het voortgezet onderwijs daartoe aanleiding geven, kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld over het verstrekken van aanvullende bekostiging. 2 Onze Minister kan in verband met de in het eerste lid bedoelde bekostiging een bekostigingsplafond vaststellen. In dat geval worden bij ministeriële regeling regels gesteld over de verdeling. 2020 437 13-11-2020 28-10-2020 35354 2021 432 17-09-2021 02-09-2021 01-10-2021 Vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot de berekening
van de bekostiging over kalenderjaar 2022 (Stb. 2021/432).
Artikel 156 — Artikel 156 Aanvraag en verstrekken aanvullende bekostiging bij bijzondere omstandigheden#
Artikel 156 Aanvraag en verstrekken aanvullende bekostiging bij bijzondere omstandigheden 1 Indien bijzondere omstandigheden van een school daartoe aanleiding geven, kan Onze Minister aanvullende bekostiging verstrekken. 2 De verstrekking vindt plaats: a. op aanvraag van het bevoegd gezag; b. indien nodig onder het verbinden van verplichtingen aan het bevoegd gezag aan de verstrekking; en c. voor een bepaalde periode. 3 De aanvraag wordt ingediend in het kalenderjaar waarin de bijzondere omstandigheden zich aandienden. Onze Minister beslist binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag. Indien de beschikking niet binnen vier maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. 4 Onze Minister kan in verband met de in het eerste lid bedoelde bekostiging een bekostigingsplafond vaststellen. In dat geval worden bij ministeriële regeling regels gesteld over de verdeling. 2020 437 13-11-2020 28-10-2020 35354 2021 432 17-09-2021 02-09-2021 01-10-2021 Vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot de berekening
van de bekostiging over kalenderjaar 2022 (Stb. 2021/432).
Artikel 157 — Artikel 157 Aanvullende bekostiging exploitatiekosten#
Artikel 157 Aanvullende bekostiging exploitatiekosten Vervallen 2020 437 13-11-2020 28-10-2020 35354 2021 432 17-09-2021 02-09-2021 01-10-2021 Vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot de berekening
van de bekostiging over kalenderjaar 2022 (Stb. 2021/432).
Artikel 158 — Artikel 158 Bekostiging voor belastingen ter zake van onroerende zaken#
Artikel 158 Bekostiging voor belastingen ter zake van onroerende zaken artikel 43 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba Het openbaar lichaam bekostigt aan het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school dat is onderworpen aan een of meer der inbedoelde belastingen ter zake van onroerende zaken het bedrag dat is uitgegeven voor de belastingen met betrekking tot de in het openbaar lichaam gelegen gebouwen en terreinen. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 01-01-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 159 — Artikel 159 Bekostiging bedragen voor personeels- en exploitatiekosten#
Artikel 159 Bekostiging bedragen voor personeels- en exploitatiekosten Vervallen 2020 437 13-11-2020 28-10-2020 35354 2021 432 17-09-2021 02-09-2021 01-10-2021
Artikel 160 — Artikel 160 Eilandelijk beleid als een openbaar lichaam zelf geen openbare scholen in stand houdt of als openbare scholen ontbreken#
Artikel 160 Eilandelijk beleid als een openbaar lichaam zelf geen openbare scholen in stand houdt of als openbare scholen ontbreken 1 artikelen 163 tot en met 165 Indien in een openbaar lichaam uitsluitend een of meer andere rechtspersonen dan het openbaar lichaam openbare scholen in stand houden dan wel openbare scholen ontbreken en het openbaar lichaam uitgaven wil doen voor het desbetreffende onderwijs welke niet door het Rijk worden bekostigd, stelt de eilandsraad bij eilandsverordening een regeling daarvoor vast en zijn deniet van toepassing. 2 De regeling, bedoeld in het eerste lid, maakt geen onderscheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs en voorziet in een behandeling van scholen naar dezelfde maatstaf. 3 De regeling, bedoeld in het eerste lid, bevat in elk geval de voorzieningen die door het bevoegd gezag van een in het openbaar lichaam gelegen, niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school kunnen worden aangevraagd en de procedure voor het doen van een aanvraag. 4 De eilandsraad kan besluiten dat het bestuurscollege de regeling, bedoeld in het eerste lid, tijdelijk kan aanvullen met nieuwe voorzieningen. De aanvulling wordt binnen 1 week aan de bevoegde gezagsorganen van de niet door het openbaar lichaam in stand gehouden scholen gezonden. Binnen 12 weken na de totstandkoming van de aanvulling wordt deze voorgelegd aan de eilandsraad en besluit de eilandsraad over de bekrachtiging ervan. Indien de eilandsraad niet binnen 12 weken een besluit heeft genomen, wordt de aanvulling gelijkgesteld met een aanvulling die is bekrachtigd. Een afwijzing van de aanvulling door de eilandsraad heeft geen gevolgen voor aanvragen waarop reeds is besloten of die reeds zijn ingediend en die voorzieningen betreffen waarop de aanvulling betrekking heeft. 5 Voor de toepassing van dit artikel wordt een nevenvestiging aangemerkt als een nevenvestiging die is gelegen in het openbaar lichaam van de hoofdvestiging. De eilandsraad kan in de eilandsverordening, bedoeld in het eerste lid, aan het bestuurscollege de bevoegdheid verlenen om, met inachtneming van de in die eilandsverordening gestelde regels, te besluiten dat in het openbaar lichaam gelegen nevenvestigingen van scholen waarvan de hoofdvestiging is gelegen in een ander openbaar lichaam in afwijking van de eerste volzin in aanmerking komen voor een of meer van de in de regeling genoemde voorzieningen. 6 Het bestuurscollege maakt jaarlijks in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze, een overzicht bekend van de op grond van de regeling, bedoeld in het eerste lid, toegekende voorzieningen. 2017 80 09-03-2017 22-02-2017 34607 2017 166 20-04-2017 29-03-2017 01-07-2017
Artikel 161 — Artikel 161 Eilandelijk beleid bij verzelfstandiging van het openbaar onderwijs in een openbaar lichaam#
Artikel 161 Eilandelijk beleid bij verzelfstandiging van het openbaar onderwijs in een openbaar lichaam Vervallen 2020 437 13-11-2020 28-10-2020 35354 2021 432 17-09-2021 02-09-2021 01-10-2021
Artikel 162 — Artikel 162 Eilandelijk beleid als een openbaar lichaam zelf openbare scholen in stand houdt#
Artikel 162 Eilandelijk beleid als een openbaar lichaam zelf openbare scholen in stand houdt 1 Indien een openbaar lichaam zelf een of meer openbare scholen in stand houdt en hij uitgaven wil doen ten behoeve van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, het algemeen voortgezet onderwijs, het voorbereidend beroepsonderwijs of het praktijkonderwijs welke niet door het Rijk worden bekostigd, kan de eilandsraad daarvoor bij eilandsverordening een regeling vaststellen. 2 Artikel 160, tweede tot en met zesde lid , is van toepassing. 2017 80 09-03-2017 22-02-2017 34607 2017 166 20-04-2017 29-03-2017 01-07-2017
Artikel 163 — Artikel 163 Vaststelling uitgaven en inkomsten personeels- en exploitatiekosten; vaststelling percentage t.b.v. niet door het openbaar lichaam in stand gehouden scholen#
Artikel 163 Vaststelling uitgaven en inkomsten personeels- en exploitatiekosten; vaststelling percentage t.b.v. niet door het openbaar lichaam in stand gehouden scholen 1 Indien een openbaar lichaam een of meer scholen in stand houdt, stelt het bestuurscollege jaarlijks met betrekking tot die scholen voorlopig vast: a. het totaal van de bedragen die in het voorafgaande kalenderjaar zijn uitgegeven ten behoeve van de personeelskosten, b. het totaal van de bedragen die in het voorafgaande kalenderjaar zijn uitgegeven ten behoeve van de exploitatiekosten, c. artikel 152 artikel 172, tweede lid, tweede volzin het totaal van de ontvangen bekostiging, bedoeld in, en de bedragen die krachtensvoor personeel of voorzieningen in de exploitatie worden aangewend, d. artikel 156 het totaal van de ontvangen aanvullende bekostiging, bedoeld in, e. een staat van voorzieningen die zijn ingesteld ten behoeve van het openbaar onderwijs. 2 Indien een openbaar lichaam een deel van de ontvangsten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c of d toevoegt aan een voorziening, wordt dat deel aangemerkt als een uitgave als bedoeld in dat lid, onderdeel a, onderscheidenlijk als een uitgave als bedoeld in de onderdelen c en d van dat lid. Indien het openbaar lichaam bedragen aan een voorziening onttrekt, worden deze aangemerkt als ontvangsten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c of d. 3 artikel 152, vierde lid, onderdeel g Bij het vaststellen van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, d en e, worden buiten beschouwing gelaten de uitgaven en ontvangsten voor administratie, beheer en bestuur, bedoeld in. 4 artikel 162, eerste lid Bij het vaststellen van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b worden buiten beschouwing gelaten de uitgaven die worden gedekt door ontvangsten van bedragen die door derden zijn betaald, en de uitgaven voor de voorzieningen waarvoor het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school op grond van de regeling, bedoeld in, een aanvraag bij het openbaar lichaam kon indienen en wel gedurende de periode waarvoor een dergelijke aanvraag kon worden gedaan. 5 Indien het openbaar lichaam een deel van de bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten overdraagt aan een ander bevoegd gezag, wordt dat deel aangemerkt als een uitgave als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of onderdeel b. Indien door een ander bevoegd gezag een deel van de bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten aan het openbaar lichaam wordt overgedragen, wordt dat deel aangemerkt als een ontvangst als bedoeld in eerste lid, onderdeel c. 6 Om de vijf jaar stelt het bestuurscollege voorlopig vast het totaal van de vastgestelde uitgaven en ontvangsten in de voorafgaande vijf kalenderjaren, zoals in het eerste tot en met vijfde lid is aangegeven. Indien de uitgaven hoger zijn dan de ontvangsten, bepaalt het bestuurscollege tevens het bedrag van de overschrijding. Indien het openbaar lichaam vanaf een tijdstip binnen een periode van vijf jaar als bedoeld in de eerste volzin geen school in stand houdt, stelt het bestuurscollege in afwijking van die volzin zo spoedig mogelijk na dat tijdstip voorlopig vast het totaal van de vastgestelde uitgaven en ontvangsten in het aan dat tijdstip voorafgaande deel van de periode van vijf jaar, zoals in het eerste tot en met vijfde lid is aangegeven. 7 Na sluiting van de rekening van het openbaar lichaam stelt het bestuurscollege de in het eerste en zesde lid bedoelde bedragen, zo nodig gewijzigd, vast. In het geval de uitgaven hoger zijn dan de ontvangsten, bedoeld in het zesde lid, drukt het bestuurscollege vervolgens het bedrag van de overschrijding, bedoeld in genoemd lid, uit in een percentage van het totaal van de ontvangsten, bedoeld in het eerste lid onderdelen c en d. Het percentage wordt afgerond tot twee decimalen. Afronding naar beneden vindt plaats indien de derde decimaal kleiner is dan 5, en naar boven indien deze decimaal ten minste 5 bedraagt. 8 artikelen 163 tot en met 165 Voor de toepassing van deworden uitgaven ten behoeve van een nevenvestiging aangemerkt als uitgaven ten behoeve van de hoofdvestiging van de school waaraan de nevenvestiging is verbonden. Indien ten behoeve van een school of nevenvestiging uitgaven worden gedaan door meer dan één openbaar lichaam, worden deze uitgaven aangemerkt als uitgaven van het openbaar lichaam op wier grondgebied de hoofdvestiging is gelegen. In het geval, bedoeld in de vorige volzin worden de besluiten ingevolge de artikelen 163 tot en met 165 genomen door laatstbedoeld openbaar lichaam en hebben deze mede betrekking op de uitgaven van het andere openbaar lichaam of de andere openbare lichamen. Voor de toepassing van de artikelen 163 tot en met 165 wordt een nevenvestiging aangemerkt als een nevenvestiging die is gelegen in het openbaar lichaam van de hoofdvestiging. 9 Het bestuurscollege kan in overeenstemming met het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school besluiten dat met betrekking tot een of meer scholen van dat bevoegd gezag uitgaven die het openbaar lichaam doet ten behoeve van een door hem in stand gehouden school buiten beschouwing worden gelaten bij het vaststellen van de bedragen, bedoeld in dit artikel. 2020 437 13-11-2020 28-10-2020 35354 2021 432 17-09-2021 02-09-2021 01-10-2021
Artikel 164 — Artikel 164 Vaststelling overschrijdingsbedrag t.b.v. niet door het openbaar lichaam in stand gehouden scholen#
Artikel 164 Vaststelling overschrijdingsbedrag t.b.v. niet door het openbaar lichaam in stand gehouden scholen 1 artikel 163, zevende lid artikelen 152 153 In het jaar volgend op de definitieve vaststelling, bedoeld in, wordt het overschrijdingsbedrag vastgesteld waarop het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school die gedurende een of meer jaren van het desbetreffende tijdvak in het openbaar lichaam was gevestigd, aanspraak heeft. Dit overschrijdingsbedrag wordt vastgesteld door het percentage, bedoeld in artikel 163, zevende lid, te vermenigvuldigen met het totaal van de ontvangsten van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school dat is gebaseerd op de bedragen die krachtens deenvoor het desbetreffende tijdvak zijn vastgesteld, met dien verstande dat bij het vaststellen van het totaal van de ontvangsten, bedoeld in de vorige volzin, buiten beschouwing blijven de ontvangsten voor administratie, beheer en bestuur, bedoeld in artikel 152, derde lid, onderdeel g. 2 Indien een openbaar lichaam gedurende een gedeelte van het desbetreffende tijdvak een of meer scholen in stand houdt, wordt voor het vaststellen van het overschrijdingsbedrag, bedoeld in het eerste lid, uitgegaan van het totaal van de ontvangsten van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school over een overeenkomstig gedeelte van het desbetreffende tijdvak. 2020 437 13-11-2020 28-10-2020 35354 2021 432 17-09-2021 02-09-2021 01-10-2021
Artikel 165 — Artikel 165 Uitkering overschrijdingsbedrag aan niet door het openbaar lichaam in stand gehouden scholen; beroep op Rijksvertegenwoordiger#
Artikel 165 Uitkering overschrijdingsbedrag aan niet door het openbaar lichaam in stand gehouden scholen; beroep op Rijksvertegenwoordiger 1 artikel 163, zesde lid artikel 164, eerste lid Na de voorlopige vaststelling van het bedrag van de overschrijding, bedoeld in, keert het bestuurscollege aan het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school dat op grond van, aanspraak heeft op een uitkering, een voorschot uit. Het voorschot omvat het voorlopig vastgestelde bedrag van de overschrijding, berekend op de wijze als is aangegeven in artikel 164, eerste en tweede lid. 2 Het bestuurscollege is bevoegd tijdens het vijfjarig tijdvak op verzoek van het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school jaarlijks een deel van het naar verwachting uit te betalen voorschot in mindering daarop uit te keren. 3 zevende lid van artikel 163 De bekendmaking van de beschikkingen tot voorlopige en definitieve vaststelling van het overschrijdingsbedrag, bedoeld in het zesde onderscheidenlijk, behelst tevens een staat van de voorzieningen als bedoeld in artikel 163, eerste lid, onderdeel f, waarin per kalenderjaar wordt aangegeven het verloop van de toevoegingen en de onttrekkingen aan de voorzieningen. 2017 80 09-03-2017 22-02-2017 34607 2017 166 20-04-2017 29-03-2017 01-07-2017
Artikel 168 — Artikel 168 Betaling bekostiging door voorschotten#
Artikel 168 Betaling bekostiging door voorschotten 1 Op de bekostiging of onderdelen daarvan kunnen voorschotten worden verleend volgens regels, te stellen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden tevens voorschriften gegeven voor de verrekening van de betaalde voorschotten met het bedrag van de vastgestelde bekostiging of onderdelen daarvan. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 01-01-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 169 — Artikel 169 Verrekening van vorderingen#
Artikel 169 Verrekening van vorderingen Onze Minister is bevoegd tot verrekening van vorderingen krachtens deze wet van of op het bevoegd gezag van een school met vorderingen van of op Onze Minister krachtens een andere wet. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 170 — Artikel 170 Overdracht bekostiging bij overstap leerling tijdens schooljaar#
Artikel 170 Overdracht bekostiging bij overstap leerling tijdens schooljaar Indien een leerling in de loop van het schooljaar de school verlaat zonder de opleiding te hebben voltooid, en aansluitend wordt ingeschreven als leerling aan een andere school voor voortgezet onderwijs of als mbo-student of vavo-student aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, kan het bevoegd gezag van de school met het bevoegd gezag van die andere school of die instelling overeenkomen een deel van de bekostiging over te dragen aan dat andere bevoegd gezag vanwege deze tussentijdse overstap. 2020 234 08-07-2020 01-07-2020 35252 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 170a — Artikel 170a Overdracht bekostiging in het kader van een doorlopende leerroute vmbo-mbo#
Artikel 170a Overdracht bekostiging in het kader van een doorlopende leerroute vmbo-mbo artikel 172 artikel 27b, tweede lid artikel 27a, tweede lid artikel 27l, tweede lid In afwijking vankan het bevoegd gezag van de school met het bevoegd gezag van de instelling voor beroepsonderwijs waarmee het een samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten als bedoeld in, overeenkomen om vanwege een doorlopende leerroute vmbo-mbo als bedoeld in, of de geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding, bedoeld in, een deel van de bekostiging over te dragen aan dat andere bevoegd gezag. 2020 157 05-06-2020 20-05-2020 35336 2020 208 26-06-2020 17-06-2020 01-08-2020
Artikel 171 — Artikel 171 Boekhouding bijzonder onderwijs#
Artikel 171 Boekhouding bijzonder onderwijs 1 Het bevoegd gezag van een bijzondere school houdt nauwkeurig boek van de inkomsten en uitgaven. 2 Het bevoegd gezag van een bijzondere school geeft desverlangd aan de door Onze Minister aangewezen ambtenaren de boeken en bescheiden ter inzage. Het bevoegd gezag is gehouden deze boeken en bescheiden zeven jaren te bewaren. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 01-01-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 172 — Artikel 172 Besteding bekostiging#
Artikel 172 Besteding bekostiging 1 Het bevoegd gezag besteedt de verstrekte bekostiging en de betaalde bedragen ten behoeve van die school op de wijze zoals aangegeven in het tweede tot en met vierde lid. 2 De voor voorzieningen in de huisvesting betaalde bedragen worden zodanig aangewend dat een behoorlijke en deugdelijke totstandkoming van deze voorzieningen is verzekerd. Indien na realisatie van de in de eerste volzin bedoelde voorzieningen de bedragen niet volledig zijn aangewend, kan het resterende deel daarvan worden aangewend voor de kosten van personeel of voorzieningen in de exploitatie. 3 artikel 77 Het voor personeels- en exploitatiekosten betaalde bedrag wordt aangewend voor de kosten van personeel, zoals onderscheiden in, voor voorzieningen in de exploitatie. In geval van een overschot op die bedragen, kan dat overschot worden aangewend voor voorzieningen in de huisvesting. 4 De verstrekte overschrijdingsbedragen worden ten behoeve van het onderwijs aan de scholen van het bevoegd gezag aangewend. 5 artikel 69, vierde lid Het bevoegd gezag kan de bedragen, bedoeld in het derde lid, mede aanwenden voor de vergoeding, bedoeld in, en voor de kosten van personeel of voorzieningen in de exploitatie van: a. een andere school voor voortgezet onderwijs, b. een scholengemeenschap waarvan een of meer scholen voor voortgezet onderwijs deel uitmaken, c. Wet primair onderwijs BES een school als bedoeld in de, d. Wet educatie en beroepsonderwijs BES een instelling als bedoeld in de, en e. het expertisecentrum onderwijszorg. 6 artikel 149 artikel 160 artikel 162 De op grond van,ofverstrekte bekostiging wordt besteed aan het doel waarvoor zij is verleend. 7 artikel 62, derde lid Het bevoegd gezag kan met het bevoegd gezag waarmee het een samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten als bedoeld in, overeenkomen om vanwege de samenwerking een deel van de bekostiging over te dragen aan het andere bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid van dat artikel. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 01-01-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 172a — Artikel 172a Beheer van de middelen#
Artikel 172a Beheer van de middelen Het bevoegd gezag beheert de middelen van de school op zodanige wijze dat het voortbestaan van de school is verzekerd. 2020 235 08-07-2020 01-07-2020 35102 2020 469 24-11-2020 12-11-2020 01-01-2021
Artikel 173 — Artikel 173 Besteding overeenkomstig bestemming#
Artikel 173 Besteding overeenkomstig bestemming 1 artikel 172 De bedragen en bekostiging, bedoeld in, worden niet aangewend voor contractactiviteiten. 2 artikel 172 Het bevoegd gezag van de scholen, bedoeld in, berekent voor de contractactiviteiten aan de betrokken derden de kosten zodanig dat aan het bepaalde in het eerste lid wordt voldaan. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 174 — Artikel 174 Geen vergoeding na schade door schuld of nalatigheid; subrogatie wegens schade aan gebouwen van scholen#
Artikel 174 Geen vergoeding na schade door schuld of nalatigheid; subrogatie wegens schade aan gebouwen van scholen 1 De kosten van herstel van schade aan gebouwen, terreinen en roerende zaken ten behoeve waarvan met betrekking tot scholen bekostiging wordt genoten, worden niet door het openbaar lichaam vergoed, indien: a. die schade door schuld of nalatigheid van de rechtspersoon die de school in stand houdt, wordt toegebracht, of b. het bevoegd gezag een beroep kan doen op een verzekering waarvoor de premie voor vergoeding in aanmerking komt, of voor de vergoeding van die schade door het openbaar lichaam een collectieve verzekering is afgesloten, voor zover die collectieve verzekering de schade dekt. 2 Indien schade, ontstaan aan gebouwen, terreinen of roerende zaken van een door het openbaar lichaam bekostigde school voor vergoeding door het openbaar lichaam in aanmerking komt, treedt het openbaar lichaam op het moment van een uitdrukkelijk besluit tot vergoeding in alle rechten die het bevoegd gezag ter zake van die schade tegen derden mocht hebben. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 175 — Artikel 175 Jaarverslag#
Artikel 175 Jaarverslag 1 Boek 2, titel 9, van het Burgerlijk Wetboek afdelingen 1 11 12 Het bevoegd gezag stelt jaarlijks een jaarverslag over het voorafgaande kalenderjaar vast. Op deze jaarverslaggeving is, met uitzondering van de,en, van overeenkomstige toepassing voor zover bij of krachtens algemene maatregel van bestuur niet anders is bepaald. Het jaarverslag bestaat ten minste uit de volgende onderdelen: a. artikel 391 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek een bestuursverslag als bedoeld inwaarin de door het bevoegd gezag gehanteerde code voor goed bestuur wordt vermeld alsmede ten minste verantwoording wordt afgelegd over de afwijkingen van die code voor goed bestuur, b. artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek een jaarrekening als bedoeld in, waaruit dient te blijken dat sprake is van een rechtmatige en doelmatige aanwending van de bekostiging, met daarbij ingevolge het derde lid vast te stellen bijlagen, c. artikel 392 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. overige gegevens als bedoeld in 2 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald welke onderdelen het jaarverslag tevens dient te bevatten, dan wel welke onderdelen komen te vervallen. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan een nadere invulling worden gegeven aan de onderdelen, bedoeld in het eerste lid, en kunnen nadere voorschriften worden gegeven over: a. de indeling en wijze van ordening van de gegevens per onderdeel van het jaarverslag, b. de wijze en het tijdstip waarop de desbetreffende onderdelen beschikbaar worden gesteld, c. de elektronische verzending van het cijfermatige deel uit de jaarrekening, en d. de grondslagen voor de jaarrekening. 4 artikel 121, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES De beschikbaarstelling van de gegevens, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid, afgegeven door een door de toezichthouder of het toezichthoudend orgaan aangewezen deskundige als bedoeld in. Bij de aanwijzing van de deskundige bedingt de toezichthouder of het toezichthoudend orgaan dat de controle overeenkomstig een door Onze Minister vast te stellen accountantsprotocol plaatsvindt en dat aan Onze Minister op diens verzoek inzicht wordt geboden in de controlerapporten van de deskundige. 5 De code voor goed bestuur, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bevat ten minste bepalingen over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan: a. een beleid dat de eigen deskundigheid en verantwoordelijkheid van het personeel voor de kwaliteit van het onderwijs tot haar recht komt, b. een integere bedrijfsvoering, waaronder voorzieningen om verstrengeling van belangen tegen te gaan, en c. afstemming met en verantwoording aan de ouders en andere belanghebbenden binnen en buiten de school. 6 Bij algemene maatregel van bestuur kan een branchecode voor goed bestuur worden aangewezen. 7 Het bevoegd gezag maakt het jaarverslag openbaar. 8 Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven over de wijze en het tijdstip waarop openbaarmaking van het jaarverslag plaatsvindt. 2020 235 08-07-2020 01-07-2020 35102 2020 469 24-11-2020 12-11-2020 01-01-2021
Artikel 176 — Artikel 176 Informatie over bekostiging#
Artikel 176 Informatie over bekostiging 1 artikel 121, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat het ten behoeve van Onze Minister beschikt over geordende gegevens die van belang zijn voor de berekening van de hoogte van de bekostiging, alsmede over een verklaring over de juistheid van de bekostigingsgegevens, afgegeven door een door de toezichthouder of het toezichthoudend orgaan aangewezen deskundige als bedoeld in. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften worden gegeven omtrent de definiëring, de wijze van ordening en de beschikbaarstelling van de gegevens, bedoeld in het eerste lid. 3 Het bevoegd gezag bewaart de gegevens, bedoeld in het eerste lid, en de desbetreffende boeken en bescheiden gedurende een periode van zeven jaren. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 177 — Artikel 177 Beleidsinhoudelijke informatie#
Artikel 177 Beleidsinhoudelijke informatie 1 Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat het beschikt over geordende gegevens ten behoeve van het door Onze Minister te voeren beleid met betrekking tot het onderwijs, bedoeld in deze wet, en verleent desgevraagd medewerking aan door of namens Onze Minister uit te voeren onderzoek dat geheel of mede op deze gegevens is gebaseerd. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften worden gegeven omtrent de definiëring, de wijze van ordening en de beschikbaarstelling van de gegevens, bedoeld in het eerste lid. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2020 473 25-11-2020 17-11-2020 01-01-2021
Artikel 178a — Artikel 178a Onderzoek vanwege de minister en correctie bekostiging#
Artikel 178a Onderzoek vanwege de minister en correctie bekostiging 1 Wet op het onderwijstoezicht Onverminderd de bevoegdheid van de inspectie op grond van dekan Onze Minister een onderzoek instellen of doen instellen naar de jaarverslaggeving, naar de gegevens die noodzakelijk zijn voor de vaststelling van de bekostiging, naar de rechtmatigheid van de bestedingen en naar de doelmatigheid van het beheer van de school. 2 Indien uit een op grond van het eerste lid ingesteld onderzoek blijkt dat de bekostiging voor een school onjuist is vastgesteld, kan Onze Minister correcties aanbrengen op de bekostiging. 3 Onze Minister doet het bevoegd gezag schriftelijk mededeling van een besluit tot het aanbrengen van een correctie op de bekostiging. 4 artikel 175, eerste lid Indien uit de jaarverslaggeving, bedoeld in, uit de verklaring van de deskundige, bedoeld in artikel 175, vierde lid, of uit een op grond van het eerste lid ingesteld onderzoek blijkt dat de bekostiging voor een school onrechtmatig is besteed of evident ondoelmatig is aangewend, kan Onze Minister bepalen dat het desbetreffende gedeelte van de bekostiging niet ten laste komt van het Rijk of dat de daarmee gemoeide bedragen in mindering worden gebracht op de bekostiging. 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de wijze waarop wordt vastgesteld dat sprake is van evident ondoelmatige aanwending van de bekostiging als bedoeld in het vierde lid. 6 De voordracht voor een krachtens het vijfde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 7 Een in het tweede lid bedoelde correctie wordt indien de correctie strekt tot verhoging van de bekostiging, binnen acht weken na de mededeling, bedoeld in het derde lid, door Onze Minister betaald. 2020 235 08-07-2020 01-07-2020 35102 2020 469 24-11-2020 12-11-2020 01-01-2021
Artikel 183 — Artikel 183 Aanwijzing#
Artikel 183 Aanwijzing 1 Indien sprake is van wanbeheer van een of meer bestuurders of toezichthouders kan Onze Minister de rechtspersoon die de school in stand houdt een aanwijzing geven. Een aanwijzing omvat een of meer maatregelen en is evenredig aan het doel waarvoor zij wordt gegeven. 2 Onder wanbeheer wordt uitsluitend verstaan: a. financieel wanbeleid, b. artikel 47 ernstige nalatigheid om, in ieder geval in strijd met, maatregelen te treffen die noodzakelijk zijn voor het waarborgen van de kwaliteit en goede voortgang van het onderwijs aan de school en om te voorkomen dat de kwaliteit van het stelsel van voortgezet onderwijs in gevaar komt, c. ongerechtvaardigde verrijking, al dan niet beoogd, van de rechtspersoon die de school in stand houdt, zichzelf dan wel een derde, d. onrechtmatig handelen, waaronder wordt verstaan het in de hoedanigheid van bestuurder of toezichthouder handelen in strijd met wettelijke bepalingen waarmee financieel voordeel wordt behaald ten gunste van de rechtspersoon die de school in stand houdt, zichzelf of een derde, en e. het in ernstige mate verwaarlozen van de zorg voor wat door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd in de omgang met betrokkenen in de schoolorganisatie, waaronder wordt verstaan intimidatie of bedreiging van personeel, leerlingen of ouders door een bestuurder of toezichthouder. 3 In de aanwijzing geeft Onze Minister met redenen omkleed aan op welke punten sprake is van wanbeheer alsmede de in verband daarmee te nemen maatregelen. 4 Een aanwijzing bevat de termijn waarbinnen het bevoegd gezag aan de aanwijzing moet voldoen. 5 Alvorens Onze Minister een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid geeft: a. artikel 11 artikel 15 van de Wet op het onderwijstoezicht heeft de inspectie een onderzoek als bedoeld inofverricht, b. artikel 20, eerste lid, van de Wet op het onderwijstoezicht uitgebracht heeft de inspectie daarover een inspectierapport als bedoeld in, en c. stelt Onze Minister de rechtspersoon vervolgens vier weken in de gelegenheid zijn zienswijze met betrekking tot de aanwijzing naar voren te brengen. 2013 558 19-12-2013 04-12-2013 33472 2013 559 20-12-2013 13-12-2013 01-01-2014
Artikel 184 — Artikel 184 Inhouding bekostiging#
Artikel 184 Inhouding bekostiging 1 artikel 183 Indien het bevoegd gezag van een school in strijd handelt met het bepaalde bij of krachtens deze wet, waaronder tevens wordt verstaan het niet opvolgen van een aanwijzing als bedoeld in, kan Onze Minister bepalen dat de bekostiging, voorschotten daaronder begrepen, geheel of gedeeltelijk wordt ingehouden dan wel opgeschort. 2 artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien het bevoegd gezag of het personeel van een school in strijd handelt met. 3 Onze Minister kent de bekostiging wederom toe, indien blijkt dat de reden voor de toepassing van het eerste of tweede lid is vervallen. 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021
Artikel 185 — Artikel 185 Maatregelen#
Artikel 185 Maatregelen 1 artikel 47 Indien het bevoegd gezag tekortschiet in haar zorg voor de kwaliteit van het onderwijs, bedoeld in, kan Onze Minister op verzoek van het bevoegd gezag van een school of uit eigen beweging in overeenstemming met het bevoegd gezag maatregelen treffen. 2 Tot de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, behoort de mogelijkheid het bestuur van de instelling te laten bijstaan door een extern deskundige. Ook kunnen onder voorwaarden extra financiële middelen aan de instelling ter beschikking worden gesteld. 3 Onze Minister stelt nadere regels omtrent de toekenning van en verantwoording voor maatregelen, voor zover deze het verstrekken van financiële middelen betreffen. 2016 179 20-05-2016 08-04-2016 33862 2016 179 20-05-2016 08-04-2016 33862 01-07-2017
Artikel 186 — Artikel 186 Beroep#
Artikel 186 Beroep artikel 7, eerste lid, van de Wet administratieve rechtspraak BES 54 55 van de Wet administratieve rechtspraak BES artikelen 156 184 In afwijking vankan een belanghebbende beroep instellen bij het Gemeenschappelijke Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba tegen een besluit als bedoeld in deen. De artikelenenzijn van overeenkomstige toepassing. 2020 437 13-11-2020 28-10-2020 35354 2021 432 17-09-2021 02-09-2021 01-10-2021
Artikel 187 — Artikel 187 Uitvoeringsvoorschriften afdeling III#
Artikel 187 Uitvoeringsvoorschriften afdeling III 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven omtrent: a. de inrichting van de boekhouding van bijzondere scholen, b. de wijze waarop door het bevoegd gezag verslag wordt gedaan van het financieel beheer van de school, c. de vaststelling door het bevoegd gezag van een begroting en een jaarrekening, alsmede de inrichting daarvan, en d. de controle van de boekhouding en de administratie van de scholen. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften worden gegeven ter uitvoering van deze afdeling. 3 Indien een beschikking niet binnen de bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in dit artikel, gestelde termijn kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. 2020 235 08-07-2020 01-07-2020 35102 2020 469 24-11-2020 12-11-2020 01-01-2021
Artikel 188 — Artikel 188 Opheffingsnormen#
Artikel 188 Opheffingsnormen 1 Een openbare school of scholengemeenschap wordt opgeheven en de bekostiging van een bijzondere school of scholengemeenschap wordt beëindigd indien de school gedurende drie achtereenvolgende schooljaren telkens is bezocht door een aantal leerlingen dat minder bedraagt dan een bij ministeriële regeling vast te stellen aantal. 2 De opheffing van een openbare school of scholengemeenschap of de beëindiging van de bekostiging van een bijzondere school of scholengemeenschap geschiedt met ingang van 1 augustus volgend op de drie achtereenvolgende schooljaren, bedoeld in het eerste lid. 3 artikel 18 29 Indien een profiel als bedoeld inofaan een school voor voorbereidend beroepsonderwijs gedurende drie achtereenvolgende schooljaren telkens door nul leerlingen gevolgd is, wordt dat profiel aan een openbare school opgeheven, of gaat de aanspraak op bekostiging voor dat profiel aan een bijzondere school verloren met ingang van 1 augustus volgend op die drie achtereenvolgende schooljaren. 2016 88 03-03-2016 10-02-2016 34184 2016 88 03-03-2016 10-02-2016 34184 01-08-2016
Artikel 189 — Artikel 189 Grondslag der berekening#
Artikel 189 Grondslag der berekening 1 Grondslag der berekening is het aantal leerlingen dat op 1 oktober van elk van de jaren bij de school was ingeschreven. 2 artikel 188 Indien voor de leerlingen binnen redelijke afstand geen plaatsruimte beschikbaar is op een gelijksoortige school, waar het verlangde onderwijs wordt gegeven, past Onze Ministerzodanig toe, dat de leerlingen van elk leerjaar de cursus kunnen voltooien. 3 Artikel 188 blijft buiten toepassing, indien de school of scholengemeenschap nog niet wordt bekostigd gedurende het aantal jaren van de cursusduur. In afwijking van de eerste volzin eindigt de bekostiging van de school of scholengemeenschap met ingang van het vierde schooljaar indien op deze school in het derde schooljaar van de bekostiging niet ten minste een bij ministeriële regeling te bepalen aantal leerlingen zijn ingeschreven. 4 artikel 188 Onze Minister kan op aanvraag van het bevoegd gezag besluiten voor een door hem te bepalen tijd toe te staan, dat een openbare school in stand wordt gehouden of een bijzondere school wordt bekostigd, ook al is het aantal leerlingen minder, dan inis vermeld of als sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid, tweede volzin. Onze Minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een aanvraag. Indien de beschikking niet binnen zes maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. 5 artikel 188 Binnen acht weken na de bekendmaking door het Centraal Bureau voor de Statistiek dan wel door Onze Minister van de aantallen leerlingen per school voor voortgezet onderwijs, stelt de Rijksvertegenwoordiger vast welke door het openbaar lichaam in stand gehouden scholen gedurende reeds een jaar niet meer voldoen aan de voor hen geldende norm, genoemd in. Wanneer er als gevolg van de opheffing van een school als bedoeld in de vorige volzin, naar zijn oordeel niet meer voldoende zal zijn voorzien in de behoefte aan openbaar onderwijs in een genoegzaam aantal scholen, draagt de Rijksvertegenwoordiger het bestuurscollege op een verzoek te doen op grond van het vierde lid. 2020 160 12-06-2020 20-05-2020 35050 2020 336 16-09-2020 09-09-2020 01-11-2020
Artikel 190 — Artikel 190 Terugstorting exploitatie-overschot#
Artikel 190 Terugstorting exploitatie-overschot 1 Het bevoegd gezag stort het exploitatie-overschot terug in de desbetreffende overheidskas a. artikel 188 indien een openbare school ingevolgewordt opgeheven, b. indien de bekostiging van een bijzondere school ingevolge een van de in onderdeel a genoemde artikelen wordt beëindigd, of c. indien een school ingevolge een beslissing van het bevoegd gezag wordt opgeheven en deze opheffing is gerealiseerd. 2 Het exploitatietekort blijft in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, voor rekening van het bevoegd gezag. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de wijze waarop het exploitatie-overschot, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 191 — Artikel 191 Beroep#
Artikel 191 Beroep artikel 7, eerste lid, van de Wet administratieve rechtspraak BES artikelen 54 55 van de Wet administratieve rechtspraak BES In afwijking vankan een belanghebbende beroep instellen bij het Gemeenschappelijke Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba tegen een besluit op grond van deze afdeling. Deenzijn van overeenkomstige toepassing. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 193 — Artikel 193 Voortijdige schoolverlater#
Artikel 193 Voortijdige schoolverlater Vervallen 2015 213 17-06-2015 04-06-2015 34144 2015 276 08-07-2015 29-06-2015 01-08-2015
Artikel 194 — Artikel 194 Bestrijding voortijdig schoolverlaten door openbaar lichaam#
Artikel 194 Bestrijding voortijdig schoolverlaten door openbaar lichaam Vervallen 2015 213 17-06-2015 04-06-2015 34144 2015 276 08-07-2015 29-06-2015 01-08-2015
Artikel 195 — Artikel 195 Informatie over voortijdig schoolverlaten#
Artikel 195 Informatie over voortijdig schoolverlaten Vervallen 2015 213 17-06-2015 04-06-2015 34144 2015 276 08-07-2015 29-06-2015 01-08-2015
Artikel 205a — Artikel 205a Ruimte voor innovatie#
Artikel 205a Ruimte voor innovatie 1 Met het oog op verbetering van de kwaliteit, toegankelijkheid of doelmatigheid van het voortgezet onderwijs kan bij wijze van experiment bij algemene maatregel van bestuur worden afgeweken van titel II, afdeling I, hoofdstuk I en van titel III, afdeling III, van de wet. 2 In geval van toepassing van het eerste lid wordt bij algemene maatregel van bestuur in elk geval bepaald: a. het doel van het experiment, b. op welke wijze van welke artikelen van het in het eerste lid genoemde hoofdstuk en de daar genoemde afdeling wordt afgeweken, c. de duur van het experiment, en d. op welke wijze en aan de hand van welke criteria de met het experiment beoogde effecten worden geëvalueerd. 3 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de uitvoering van een experiment. 4 Een experiment duurt ten hoogste zes jaar, tenzij een langere duur gezien de bijzondere aard van het experiment noodzakelijk is. Alsdan wordt de duur van het experiment op ten hoogste acht jaar bepaald. Indien een voorstel van wet is ingediend bij de Staten-Generaal om het experiment om te zetten in een structurele wettelijke regeling voordat een experiment is afgelopen, kan Onze Minister het experiment verlengen tot het tijdstip waarop het wetsvoorstel tot wet is verheven en in werking treedt. 5 Onze Minister zendt drie maanden voor het einde van de werkingsduur van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid aan de Staten-Generaal, een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het experiment in de praktijk, evenals een standpunt over de voortzetting van die algemene maatregel van bestuur, anders dan een voortzetting als experiment. 6 In verband met een experiment als bedoeld in het eerste lid, kan bij algemene maatregel van bestuur eveneens bij wijze van experiment worden afgeweken van: a. artikel 1 van de Leerplichtwet BES, b. artikel 1.1 van de Wet studiefinanciering BES. 7 Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een samenwerkingsverband van een school met een school als bedoeld in artikel 1, een school als bedoeld in de Wet primair onderwijs BES, of een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs BES. Bij samenwerking met een school of instelling kan voor die school, instelling of uitvoeringsinstantie respectievelijk worden afgeweken van hoofdstuk I, titel I, artikelen 1 en 2, titel II, afdeling 1 en afdeling 2, artikelen 53 en 54 en titel III, afdeling 1, 2, 4 tot en met 6, afdeling 7, paragrafen 2, 3, 6 en 7, en afdeling 8, paragraaf 1, van de Wet primair onderwijs BES, dan wel hoofdstuk 2, titel 2, en de hoofdstukken 6 en 7 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES. Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het tweede lid, wordt geregeld welke bij of krachtens de wet, de Wet primair onderwijs BES of de Wet educatie en beroepsonderwijs BES vastgestelde voorschriften van toepassing of van overeenkomstige toepassing zijn op de samenwerking. 2012 340 24-07-2012 05-07-2012 33116 2012 341 24-07-2012 12-07-2012 01-01-2013
Artikel 206 — Artikel 206 Inwerkingtreding, eerste toepassing en overgangsrecht inrichting en examens#
Artikel 206 Inwerkingtreding, eerste toepassing en overgangsrecht inrichting en examens 1 artikelen 8 13 tot en met 30 33 tot en met 41 De,en, en de ter uitvoering daarvan vastgestelde voorschriften, vinden met ingang van het eerste schooljaar na hun inwerkingtreding successievelijk toepassing per opvolgend leerjaar. 2 Op de leerjaren waarop de artikelen van deze wet als gevolg van successievelijke inwerkingtreding nog geen toepassing hebben, blijft van toepassing het bepaalde bij en krachtens de Wet voortgezet onderwijs BES zoals die luidde op de dag voor het tijdstip van de inwerkingtreding van dit artikel. 3 artikelen 13 14 15 17 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt geregeld op welk moment, voor welke leerlingen of staatsexamenkandidaten, en voor zover nodig op welke wijze, nog gelegenheid wordt gegeven tot het afleggen van een eindexamen als bedoeld in artikel 32 van de Landsverordening voortgezet onderwijs dan wel een landsexamen als bedoeld in artikel 57 van die verordening zoals die artikelen luidden op 9 oktober 2010. De gelegenheid tot het afleggen van dit eindexamen komt in elk geval toe aan leerlingen die voor het tijdstip van de inwerkingtreding van dit artikel zijn toegelaten tot het eerste leerjaar van scholen als bedoeld in de,,en. 2020 233 08-07-2020 01-07-2020 35357 2020 252 15-07-2020 08-07-2020 16-07-2020 01-08-2019
Artikel 207 — Artikel 207 Aanspraak op bekostiging#
Artikel 207 Aanspraak op bekostiging Vervallen 2020 437 13-11-2020 28-10-2020 35354 2021 432 17-09-2021 02-09-2021 01-10-2021
Artikel 208 — Artikel 208 Voorziening in de huisvesting voor het jaar 2011 tot en met een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip#
Artikel 208 Voorziening in de huisvesting voor het jaar 2011 tot en met een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip 1 artikelen 129 tot en met 135 artikel 138 In afwijking van deen met overeenkomstige toepassing vangelden voor het jaar 2011 tot en met een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip de voorschriften van het tweede tot en met zevende lid voor de voorziening in de huisvesting van uit ’s Rijks kas bekostigde scholen. 2 Onze Minister en het bestuurscollege van het openbaar lichaam zijn voor het jaar 2011 tot en met een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip gezamenlijk verantwoordelijk voor de huisvesting van uit ’s Rijks kas bekostigde scholen alsmede voor de financiering daarvan. 3 Onze Minister en het bestuurscollege van het openbaar lichaam sluiten ter invulling van de gezamenlijke verantwoordelijkheid, bedoeld in het tweede lid, namens de Staat der Nederlanden onderscheidenlijk namens het betreffende openbaar lichaam, een of meer convenanten. 4 Overeenkomstig het convenant of de convenanten, bedoeld in het derde lid, stelt Onze Minister voor elk van de openbare lichamen een plan vast, waarin de voornemens op het terrein van de huisvesting, bedoeld in het tweede lid, alsmede de financiering daarvan, op hoofdlijnen worden beschreven. 5 Onze Minister stelt de plannen, bedoeld in het vierde lid, vast in overeenstemming met het bestuurscollege van het openbaar lichaam en na overleg met de betreffende bevoegde gezagsorganen van de scholen. 6 Onze Minister kan een of meer plannen, bedoeld in het vierde lid, in overeenstemming met het bestuurscollege van het betreffende openbaar lichaam, wijzigen. 7 De plannen dan wel een wijziging daarvan, worden aan de betrokken bevoegde gezagsorganen van de scholen en in de Staatscourant bekend gemaakt. 8 Voor het jaar 2011 tot en met een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip is het eerste lid tevens van toepassing op de Saba Comprehensive School. 9 artikel 128 afdeling II van titel III artikel 207, onderdeel d Met ingang van het in het achtste lid genoemde tijdstip is, in afwijking van,van deze wet tot het tijdstip, genoemd in, van overeenkomstige toepassing op de Saba Comprehensive School. 2017 80 09-03-2017 22-02-2017 34607 2017 166 20-04-2017 29-03-2017 21-04-2017 Abusievelijk is voor het achtste lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 209 — Artikel 209 Overgangsgrondslag bekostiging#
Artikel 209 Overgangsgrondslag bekostiging Vervallen 2020 437 13-11-2020 28-10-2020 35354 2021 432 17-09-2021 02-09-2021 01-10-2021
Artikel 210 — Artikel 210 Benoembaarheid bevoegde leraren#
Artikel 210 Benoembaarheid bevoegde leraren artikel 80, eerste lid, onderdelen a en c artikel 3 Onverminderd, kunnen in afwijking vanen artikel 80, eerste lid, onderdeel b, leraren worden benoemd dan wel tewerkgesteld zonder benoeming die op de dag voorafgaand aan het tijdstip van de inwerkingtreding van dit artikel, bevoegd waren tot het geven van onderwijs op grond van de Landsverordening voortgezet onderwijs. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 211 — Artikel 211 Benoembaarheid onbevoegde leraren#
Artikel 211 Benoembaarheid onbevoegde leraren artikel 80, eerste lid, onderdelen a en c artikel 3 Onverminderd, mag in afwijking vanen artikel 80, eerste lid onderdeel b, gedurende een periode van vijf jaar na het tijdstip van de inwerkingtreding van dit artikel, voortgezet onderwijs gegeven worden door degenen die op de dag voorafgaand aan het tijdstip van de inwerkingtreding van dit artikel, voortgezet onderwijs gaven op een van de scholen in de openbare lichamen zonder daartoe bevoegd te zijn. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 212 — Artikel 212 Benoembaarheid leraren in opleiding#
Artikel 212 Benoembaarheid leraren in opleiding artikel 80, eerste lid, onderdelen a en c artikel 3 Onverminderd, mogen in afwijking vanen artikel 80, eerste lid onderdeel b, degenen die geen getuigschrift bezitten als bedoeld in artikel 80, eerste lid, onderdeel b, ten eerste, maar wel voor het tijdstip van de inwerkingtreding van dit artikel, een opleiding begonnen zijn die leidt tot een bewijs van bekwaamheid tot het geven van onderwijs als bedoeld in de Landsverordening voortgezet onderwijs gedurende een periode van vijf jaar na het tijdstip van de inwerkingtreding van dit artikel, na het behalen van dit bewijs van bekwaamheid worden benoemd dan wel tewerkgesteld worden zonder benoeming tot leraar in het voortgezet onderwijs. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 213 — Artikel 213 Benoembaarheid leidinggevend personeel#
Artikel 213 Benoembaarheid leidinggevend personeel artikel 83, eerste lid, onderdelen a en f Onverminderd, en artikel 83, tweede en derde lid, kan in afwijking van artikel 83, eerste lid, onderdeel b, tot rector, directeur, conrector of adjunct-directeur worden benoemd dan wel tewerkgesteld zonder benoeming degene die op de dag voorafgaand aan het tijdstip van de inwerkingtreding van dit artikel, bevoegd was tot het geven van onderwijs op grond van de Landsverordening voortgezet onderwijs. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 01-08-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 214 — Artikel 214 Bestrijding voortijdig schoolverlaten#
Artikel 214 Bestrijding voortijdig schoolverlaten Vervallen 2015 213 17-06-2015 04-06-2015 34144 2015 276 08-07-2015 29-06-2015 01-08-2015
Artikel 214a — Artikel 214a Continueren oude bepalingen voor zover de nieuwe nog niet in werking treden#
Artikel 214a Continueren oude bepalingen voor zover de nieuwe nog niet in werking treden Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip blijven de bepalingen van de Wet voortgezet onderwijs BES zoals die is komen te luiden op 10 oktober 2010, van kracht voor zover de regeling van de daarin opgenomen onderwerpen niet is vervangen door de inwerkingtreding van overeenkomstige onderwerpen in deze wet. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Het tijdstip, bedoeld in dit artikel, wordt bepaald op 1 augustus 2011 (Stb. 2011/462). Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 214b — Artikel 214b Wet op de beroepen in het onderwijs Overgangsrechtinzake brede benoembaarheid leraren omgangskunde#
Artikel 214b Wet op de beroepen in het onderwijs Overgangsrechtinzake brede benoembaarheid leraren omgangskunde 1 Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek artikel 86, eerste lid artikel 31 artikel 30 Personen die in het bezit zijn van een getuigschrift, afgegeven krachtens de, waaruit blijkt dat ten aanzien van het vak omgangskunde is voldaan aan de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens, zijn tevens benoembaar of tewerkstelbaar zonder benoeming voor het geven van praktijkonderwijs als bedoeld inen voor het geven van onderwijs aan groepen van uitsluitend geïndiceerde leerlingen in het leerwegondersteunend onderwijs, bedoeld in, in de vakken Nederlands, Engels, wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde, biologie (incl. kennis der natuur), verzorging, muziek, handvaardigheid (textiele werkvormen) en tekenen. 2 Het eerste lid is uitsluitend van toepassing ten aanzien van personen die: a. het in het eerste lid bedoelde getuigschrift hebben behaald na 1 augustus 2006; b. voor 1 september 2012 zijn gestart met de opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in het vak omgangskunde aan de Fontys Hogeschool Tilburg, de NHL Hogeschool, de Hogeschool Leiden of de Hogeschool Utrecht; en c. uiterlijk op 31 augustus 2016 met goed gevolg de aanvullende opleiding «Leergang omgangskunde in praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs» met een omvang van ten minste 420 uren studie hebben afgerond aan een van de in onderdeel b genoemde hogescholen. 2013 120 03-04-2013 23-02-2013 33356 2013 137 18-04-2013 03-04-2013 19-04-2013 01-08-2011
Artikel 214c — Artikel 214c Overgangsrecht invoering profielen vmbo#
Artikel 214c Overgangsrecht invoering profielen vmbo Vervallen 2016 88 03-03-2016 10-02-2016 34184 2016 88 03-03-2016 10-02-2016 34184 01-08-2021
Artikel 214d — Artikel 214d Invoering profielen vmbo per 1 augustus 2017 voor het derde leerjaar#
Artikel 214d Invoering profielen vmbo per 1 augustus 2017 voor het derde leerjaar Vervallen 2016 88 03-03-2016 10-02-2016 34184 2016 88 03-03-2016 10-02-2016 34184 01-08-2021
Artikel 214e — Artikel 214e Omzetting onderwijsaanbod naar profielen#
Artikel 214e Omzetting onderwijsaanbod naar profielen Vervallen 2016 88 03-03-2016 10-02-2016 34184 2016 88 03-03-2016 10-02-2016 34184 01-08-2021
Artikel 214f — Artikel 214f Overgangsrecht modernisering bepalingen voorzieningenplanning#
Artikel 214f Overgangsrecht modernisering bepalingen voorzieningenplanning artikel 125, eerste en tweede lid Toepassing van, zoals luidend ingevolge de Wet van 25 mei 2018 tot wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met modernisering van de bepalingen over voorzieningenplanning (Stb. 2018, 156) leidt niet eerder dan 1 jaar na inwerkingtreding van het betrokken artikellid tot het vervallen van de aanspraak op bekostiging. 2018 156 05-06-2018 25-05-2018 34642 2018 213 05-07-2018 25-06-2018 01-08-2018
Artikel 215 — Artikel 215 Toepassing van deze wet#
Artikel 215 Toepassing van deze wet Bij twijfel of deze wet op een of meer inrichtingen van onderwijs van toepassing is, wordt beslist bij koninklijk besluit. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 216 — Artikel 216 Afkeuring onderwijslocaties i.v.m. volksgezondheid#
Artikel 216 Afkeuring onderwijslocaties i.v.m. volksgezondheid Vervallen 2019 52 15-02-2019 23-01-2019 34874 2019 129 01-04-2019 18-03-2019 02-04-2019 Artikel XXXI van Stb. 2019/52 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 217 — Artikel 217 Strafbepaling overtreding voorschriften volksgezondheid#
Artikel 217 Strafbepaling overtreding voorschriften volksgezondheid Vervallen 2019 52 15-02-2019 23-01-2019 34874 2019 129 01-04-2019 18-03-2019 02-04-2019 Artikel XXXI van Stb. 2019/52 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 218 — Artikel 218 Wet administratieve rechtspraak BES Toepasselijkheid#
Artikel 218 Wet administratieve rechtspraak BES Toepasselijkheid artikelen 30, tweede lid 32, tweede lid 93, vierde lid artikel 3 van de Wet administratieve rechtspraak BES Een beslissing als bedoeld in de,, en, van een bevoegd gezag van een openbare school geldt als een beschikking als bedoeld in. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 218a — Artikel 218a Inwerkingtreding#
Artikel 218a Inwerkingtreding De artikelen die niet bij Besluit van 3 februari 2011, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van een aantal onderdelen van de Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Stb. 2011, 34) in werking zijn getreden, treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan, verschillend kan worden vastgesteld. 2011 571 06-12-2011 17-11-2011 32825 2011 571 06-12-2011 17-11-2011 32825 07-12-2011
Artikel 218b — Artikel 218b Evaluatie zorgplicht veiligheid op school#
Artikel 218b Evaluatie zorgplicht veiligheid op school artikelen 4a 51, eerste lid, onderdeel k Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van artikel V van de Wet van 4 juni 2015 tot wijziging van enige onderwijswetten in verband met het invoeren van verplichting voor scholen om zorg te dragen voor de veiligheid op school (Stb. 238) aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en effecten van deen, in de praktijk. 2020 76 04-03-2020 12-02-2020 35320 2020 98 23-03-2020 16-03-2020 01-04-2020
Artikel 218c — Artikel 218c Evaluatie in verband met het pseudonimiseren van het persoonsgebonden nummer van een onderwijsdeelnemer#
Artikel 218c Evaluatie in verband met het pseudonimiseren van het persoonsgebonden nummer van een onderwijsdeelnemer artikel 179, negende tot en met twaalfde lid Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Wet van 29 november 2017 tot wijziging van diverse onderwijswetten in verband met het pseudonimiseren van het persoonsgebonden nummer van een onderwijsdeelnemer ten behoeve van het bieden van voorzieningen in het kader van het onderwijs en de begeleiding van onderwijsdeelnemers (Stb. 508) aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en effecten van, in de praktijk. 2017 508 22-12-2017 29-11-2017 34741 2018 11 01-02-2018 22-01-2018 01-02-2018
Artikel 218d — Artikel 218d Evaluatie in verband met nieuwe stichtingssystematiek#
Artikel 218d Evaluatie in verband met nieuwe stichtingssystematiek Onze Minister zendt na vijf, tien en vijftien jaar na de inwerkingtreding van de Wet van 20 mei 2020 tot wijziging van diverse onderwijswetten door het wijzigen van de systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe openbare en bijzondere scholen zodat er meer ruimte is voor een nieuw onderwijsaanbod (Wet meer ruimte voor nieuwe scholen) (Stb. 2020, 160) aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de gewijzigde systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe scholen in de praktijk. Daarbij wordt in ieder geval gelet op de effecten op de segregatie. 2020 160 12-06-2020 20-05-2020 35050 2020 336 16-09-2020 09-09-2020 01-11-2020
Artikel 218e — Artikel 218e Evaluatie doorstroom naar havo en vwo#
Artikel 218e Evaluatie doorstroom naar havo en vwo Wet op het voortgezet onderwijs artikel 64a Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Wet van 8 april 2020 tot wijziging van deen de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met het faciliteren van een gelijke kans op doorstroom naar het hoger algemeen voortgezet onderwijs en het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (Stb. 2020, 121) aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten vanin de praktijk. 2020 121 24-04-2020 08-04-2020 35195 2020 210 26-06-2020 17-06-2020 01-08-2020
Artikel 218d* — Artikel 218d* Evaluatie vereenvoudiging grondslagen bekostiging#
Artikel 218d* Evaluatie vereenvoudiging grondslagen bekostiging titel III, afdeling III, hoofdstuk II Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Wet van 28 oktober 2020 tot wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met vereenvoudiging van de grondslagen van de bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten van de scholen voor voortgezet onderwijs (vereenvoudiging grondslagen bekostiging vo-scholen; Stb. 2020, 437), en vervolgens telkens na vier jaar, aan de Staten-Generaal verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de wijzigingen inin de praktijk. 2020 437 13-11-2020 28-10-2020 35354 2021 432 17-09-2021 02-09-2021 01-10-2021 Abusievelijk publiceert het Staatsblad een tweede artikel 218d.
Artikel 219 — Artikel 219 Citeertitel#
Artikel 219 Citeertitel Deze wet wordt aangehaald als: Wet voortgezet onderwijs BES. 2011 33 16-02-2011 03-02-2011 32419 2011 34 07-03-2011 03-02-2011 17-02-2011 Treedt in werking in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.