Wet van 9 december 2015 tot vaststelling van een algemene kinderbijslagvoorziening voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Wet kinderbijslagvoorziening BES)
- BWB-id
- BWBR0037347
- Type
- wet-BES
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0037347
- ELI
- /eli/nl/wet-bes/2016/wet-kinderbijslagvoorziening-bes
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet-bes/2016/wet-kinderbijslagvoorziening-bes/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0037347&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0037347&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0037347/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet-bes/2016/wet-kinderbijslagvoorziening-bes
Artikel 1 — Artikel 1 Algemene bepalingen#
Artikel 1 Algemene bepalingen In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt mede verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b. openbaar lichaam/openbare lichamen: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; c. SVB: hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen de Sociale verzekeringsbank, genoemd in; d. uitreiziger: artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap persoon ten aanzien van wie op grond van een melding van de opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gericht aan Onze Minister, is gebleken dat het gegronde vermoeden bestaat dat deze persoon zich buiten de openbare lichamen bevindt met het doel om zich aan te sluiten bij een organisatie die is geplaatst op de lijst van organisaties, bedoeld in. 2017 78 09-03-2017 16-01-2017 34577 2017 354 29-09-2017 22-09-2017 01-10-2017
Artikel 2 — Artikel 2 Ingezetene#
Artikel 2 Ingezetene 1 Ingezetene in de zin van deze wet is degene die in de openbare lichamen woont. 2 Waar iemand woont wordt naar de feitelijke omstandigheden beoordeeld. 2015 507 18-12-2015 09-12-2015 34275 2015 508 18-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 3 — Artikel 3 Kind#
Artikel 3 Kind 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder kind: eigen kind, aangehuwd kind of pleegkind. 2 Als eigen kind wordt beschouwd het kind: a. artikel 198 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES van de vrouw die op grond vanals zijn moeder wordt aangemerkt; b. artikel 199 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES van de man die op grond vanals zijn vader wordt aangemerkt; c. artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES artikel 199 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES van de man die op grond vanverplicht is bij te dragen aan de kosten van verzorging en opvoeding, tenzij het kind reeds op grond vanals eigen kind van een andere man wordt aangemerkt; d. van de man wiens biologisch vaderschap door middel van DNA-onderzoek is vastgesteld, mits de man het kind feitelijk in relevante mate onderhoudt en het kind niet reeds tot een andere man in een familierechtelijke vaderschapsrelatie staat; e. van de man die na toepassing van het in de openbare lichamen geldende internationaal privaatrecht tot het kind in een familierechtelijke vaderschapsrelatie staat. 3 Als pleegkind wordt beschouwd het kind dat duurzaam tot het huishouden van de rechthebbende behoort en door de rechthebbende wordt verzorgd. 2015 507 18-12-2015 09-12-2015 34275 2015 508 18-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 4 — Artikel 4 Uitvoerder#
Artikel 4 Uitvoerder Onze Minister is belast met de uitvoering van deze wet. 2015 507 18-12-2015 09-12-2015 34275 2015 508 18-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 5 — Artikel 5 Rechthebbende#
Artikel 5 Rechthebbende 1 De ingezetene heeft overeenkomstig de bepalingen van deze wet recht op kinderbijslag BES voor een kind dat: a. ingezetene is; b. jonger is dan 18 jaar; en c. tot zijn huishouden behoort. 2 In afwijking van het eerste lid, onderdelen a en c, behoeft het kind geen ingezetene te zijn en niet tot het huishouden van de rechthebbende te behoren, indien het om onderwijsredenen, dan wel in verband met een ziekte of handicap geen ingezetene is en niet tot het huishouden van de rechthebbende behoort. Voor de toepassing van dit lid dient het betreffende kind ten minste vijf jaar ingezetene te zijn geweest. 3 In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, behoeft het kind niet tot het huishouden van de rechthebbende te behoren, indien het in een instelling is geplaatst, niet zijnde een jeugdafdeling van een justitiële inrichting. 4 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot het tweede lid, waarbij kan worden bepaald dat in specifieke gevallen voor een kind met een ziekte of handicap van de termijn van vijf jaar kan worden afgeweken. 5 Wet toelating en uitzetting BES Geen recht op kinderbijslag BES bestaat voor de vreemdeling die op grond van deniet rechtmatig in de openbare lichamen verblijft. 6 Geen recht op kinderbijslag BES bestaat voor degene die een uitreiziger is dan wel voor diens kind dat een uitreiziger is. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 95 14-04-2025 09-04-2025 01-07-2025
Artikel 5a — Artikel 5a Verdubbeling van de kinderbijslag bij intensieve zorg#
Artikel 5a Verdubbeling van de kinderbijslag bij intensieve zorg 1 artikel 9 Een ingezetene heeft voor een tot zijn huishouden behorend kind dat drie jaar of ouder is en jonger dan 18 jaar, recht op een verdubbeling van het kinderbijslagbedrag BES, genoemd in, indien het kind is aangewezen op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen mate van intensieve zorg. 2 Om te bepalen of een kind intensieve zorg behoeft, wint Onze Minister een op medische gegevens gebaseerd advies in bij een door Onze Minister aangewezen rechtspersoon. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid, waarbij in elk geval regels worden gesteld over: a. de wijze van inschakeling van de rechtspersoon; b. de wijze waarop wordt beoordeeld of er sprake is van intensieve zorg als bedoeld in het eerste lid; c. de procedure alsmede de beoordelingscriteria waarop het advies, bedoeld in het tweede lid, wordt gebaseerd; en d. de uitwisseling van gegevens tussen de in het tweede lid bedoelde rechtspersoon en Onze Minister. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 95 14-04-2025 09-04-2025 01-07-2025
Artikel 6 — Artikel 6 Samenloop kinderbijslag BES met studiefinanciering BES en studiefinanciering 2000#
Artikel 6 Samenloop kinderbijslag BES met studiefinanciering BES en studiefinanciering 2000 Vervallen 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 20-02-2025 01-07-2024
Artikel 7 — Artikel 7 Samenloop kinderbijslag BES en kinderbijslagregelingen die naar aard en strekking overeenkomen met de kinderbijslag BES#
Artikel 7 Samenloop kinderbijslag BES en kinderbijslagregelingen die naar aard en strekking overeenkomen met de kinderbijslag BES 1 Algemene Kinderbijslagwet Geen recht op kinderbijslag BES overeenkomstig de bepalingen van deze wet bestaat voor de persoon die kinderbijslag op grond van deof een vergelijkbare tegemoetkoming in de kosten van kinderen van een andere mogendheid ontvangt. 2 Algemene Kinderbijslagwet Geen recht op kinderbijslag BES overeenkomstig de bepalingen van deze wet bestaat voor een kalendermaand voor het kind waarvoor, voor die kalendermaand, kinderbijslag op grond van deof een vergelijkbare tegemoetkoming in de kosten van kinderen van een andere mogendheid wordt ontvangen. 2015 507 18-12-2015 09-12-2015 34275 2015 508 18-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 8 — Artikel 8 Peildatum#
Artikel 8 Peildatum artikelen 5 5a Recht op kinderbijslag BES over een kalendermaand heeft de rechthebbende die op de eerste dag van die kalendermaand voldoet aan de voorwaarden voor het recht op kinderbijslag BES, bedoeld in deen. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 95 14-04-2025 09-04-2025 01-07-2025
Artikel 9 — Artikel 9 Kinderbijslagbedrag BES#
Artikel 9 Kinderbijslagbedrag BES Het kinderbijslagbedrag BES bedraagt over een kalendermaand: a. per 1 januari 2026: USD 239 USD 38per kind, indien rechthebbende ingezetene is van het openbaar lichaam Bonaire; b. per 1 januari 2026: USD 227 USD 38per kind, indien rechthebbende ingezetene is van het openbaar lichaam Sint Eustatius; c. per 1 januari 2026: USD 238 USD 38per kind, indien rechthebbende ingezetene is van het openbaar lichaam Saba. 2025 39413 19-11-2025 12-11-2025 2025-0000251465 2025 39413 19-11-2025 12-11-2025 2025-0000251465 01-01-2026
Artikel 10 — Artikel 10 Wijziging kinderbijslagbedrag BES#
Artikel 10 Wijziging kinderbijslagbedrag BES 1 artikel 9 Indien uit de door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde consumentenprijsindexcijfers voor de openbare lichamen blijkt, dat het prijsindexcijfer voor het derde kwartaal van het lopende jaar, vergeleken met het prijsindexcijfer voor het derde kwartaal van het voorafgaande jaar is gestegen of gedaald, stelt Onze Minister bedragen vast, die met ingang van 1 januari van het komende jaar in de plaats treden van de ingenoemde bedragen. Onze Minister bepaalt welke consumentenprijsindexcijfers voor de toepassing van de eerste zin worden gebruikt. De consumentenprijsindexcijfers kunnen voor de onderscheiden openbare lichamen verschillend zijn. 2 Indien er naar het oordeel van Onze Minister bijzondere omstandigheden zijn, kunnen de bedragen, bedoeld in het eerste lid, bij ministeriële regeling met ingang van een bij die regeling aan te geven datum worden verhoogd. Onze Minister kan het bestuurscollege van het betrokken openbaar lichaam in dat verband om advies vragen. 3 Indien een wijziging als bedoeld in het tweede lid samenvalt met een herziening als bedoeld in het eerste lid, wordt het bedrag voorafgaande aan de wijziging herzien en geschiedt de wijziging bij de in het tweede lid bedoelde ministeriële regeling. 2015 507 18-12-2015 09-12-2015 34275 2015 507 18-12-2015 09-12-2015 34275 01-07-2016
Artikel 11 — Artikel 11 Geldend maken van het recht op kinderbijslag BES#
Artikel 11 Geldend maken van het recht op kinderbijslag BES 1 Onze Minister stelt op aanvraag vast of er recht op kinderbijslag BES bestaat. 2 Een aanvraag wordt ingediend door middel van een door Onze Minister beschikbaar gesteld aanvraagformulier. 3 artikel 5a, eerste lid Het recht op kinderbijslag BES kan niet vroeger ingaan dan een jaar voorafgaand aan de eerste dag van de kalendermaand tijdens welk de aanvraag om kinderbijslag BES werd ingediend. Het recht op kinderbijslag, bedoeld in, kan niet vroeger ingaan dan de eerste dag van de kalendermaand tijdens welk de aanvraag om kinderbijslag als bedoeld in artikel 5a, eerste lid, werd ingediend. 4 In afwijking van het eerste lid, is Onze Minister bevoegd de kinderbijslag BES ambtshalve toe te kennen. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 95 14-04-2025 09-04-2025 01-07-2025
Artikel 12 — Artikel 12 Beslistermijn#
Artikel 12 Beslistermijn 1 Een beschikking op grond van deze wet wordt gegeven binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag. 2 Deze redelijke termijn is in ieder geval verstreken wanneer Onze Minister binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag geen beschikking heeft gegeven, noch een mededeling als bedoeld in het derde lid is gedaan. 3 Indien de beschikking niet binnen de termijn van acht weken kan worden gegeven, wordt die termijn met een redelijke termijn verlengd en wordt de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis gesteld. 2015 507 18-12-2015 09-12-2015 34275 2015 508 18-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 13 — Artikel 13 Herziening of intrekking beschikking#
Artikel 13 Herziening of intrekking beschikking 1 artikel 5 artikel 5a, eerste lid Onze Minister kan een beschikking tot toekenning van kinderbijslag BES als bedoeld inen, indien van toepassing,, herzien dan wel intrekken indien: a. artikel 14 15 het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond vanofheeft geleid tot het ten onrechte toekennen van kinderbijslag BES; b. ten onrechte kinderbijslag BES is toegekend; c. artikel 14 15 het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond vanofertoe leidt dat niet kan worden vastgesteld of nog recht op kinderbijslag BES bestaat; d. de rechthebbende of diens kind waarvoor kinderbijslag BES wordt ontvangen, een uitreiziger is. 2 Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan Onze Minister geheel of gedeeltelijk van herziening of intrekking afzien. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 95 14-04-2025 09-04-2025 01-07-2025
Artikel 14 — Artikel 14 Informatieplicht#
Artikel 14 Informatieplicht artikel 5 artikel 5a, eerste lid De rechthebbende, alsmede degene die in aanmerking wenst te komen voor kinderbijslag BES als bedoeld inen, indien van toepassing,, is verplicht aan Onze Minister op zijn verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mee te delen, waarvan hem of haar redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op kinderbijslag BES of op het geldend maken van het recht op kinderbijslag BES, dat wordt betaald. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 95 14-04-2025 09-04-2025 01-07-2025
Artikel 14a — Artikel 14a Inlichtingenverplichting#
Artikel 14a Inlichtingenverplichting 1 artikel 8.86, negende lid, van de Belastingwet BES Een ieder is verplicht aan Onze Minister door hem gevraagde inlichtingen te geven in het kader van deze wet. De door Onze Minister verlangde inlichtingen omvatten ten minste de naam en de voornamen van de persoon van wie de inlichtingen worden gevraagd en het identificatienummer dat hem op grond vanis toegekend dan wel van hem bekend is. 2 De inlichtingen moeten desgevraagd schriftelijk worden verstrekt binnen een door Onze Minister schriftelijk te stellen termijn. 3 Een ieder is verplicht om aan Onze Minister desgevraagd inzage te verlenen van boeken, bescheiden en andere informatiedragers, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van deze wet. 2022 543 27-12-2022 21-12-2022 36216 2022 544 27-12-2022 21-12-2022 01-01-2023
Artikel 15 — Artikel 15 Controlevoorschriften#
Artikel 15 Controlevoorschriften 1 Bij ministeriële regeling kunnen controlevoorschriften worden vastgesteld. Deze voorschriften gaan niet verder dan strikt noodzakelijk is voor een juiste uitvoering van deze wet. 2 artikel 5 artikel 5a, eerste lid De rechthebbende, alsmede degene die in aanmerking wenst te komen voor kinderbijslag BES als bedoeld inen, indien van toepassing,, is verplicht de voorschriften op te volgen en anderszins aan Onze Minister desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet. 3 artikel 5 artikel 5a, eerste lid De rechthebbende, alsmede degene die in aanmerking wenst te komen voor kinderbijslag BES als bedoeld inen, indien van toepassing,, onthoudt zich van zeer ernstige misdragingen jegens de met de uitvoering van deze wet belaste personen en instanties tijdens het verrichten van hun werkzaamheden. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 95 14-04-2025 09-04-2025 01-07-2025
Artikel 16 — Artikel 16 Weigering kinderbijslag BES#
Artikel 16 Weigering kinderbijslag BES artikel 5 artikel 5a, eerste lid artikelen 14 15 Onze Minister is bevoegd de kinderbijslag BES, bedoeld inen, indien van toepassing,, tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk te weigeren, indien de rechthebbende de verplichtingen, bedoeld in deen, niet of niet behoorlijk is nagekomen. Van de weigering wordt afgezien indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de tenuitvoerlegging van de weigering. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 95 14-04-2025 09-04-2025 01-07-2025
Artikel 17 — Artikel 17 Betaling kinderbijslag BES#
Artikel 17 Betaling kinderbijslag BES 1 De kinderbijslag BES wordt betaalbaar gesteld door Onze Minister. De betaling geschiedt per kalendermaand. Onze Minister betaalt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen één maand na het tijdstip waarop recht op kinderbijslag BES wordt vastgesteld. De betaling is geschied, indien de ontvanger de betaling daadwerkelijk heeft ontvangen. 2 Indien twee personen, die gezamenlijk een huishouden vormen, over eenzelfde tijdvak recht op kinderbijslag BES voor eenzelfde kind hebben, wordt de kinderbijslag BES uitbetaald aan degene van hen die zij gezamenlijk daartoe hebben aangewezen. 3 Bij gebreke van een gezamenlijke aanwijzing als bedoeld in het tweede lid bepaalt Onze Minister aan welke persoon de kinderbijslag BES wordt uitbetaald. 4 Indien twee personen recht hebben op kinderbijslag BES voor eenzelfde kind en dit kind niet tot het huishouden behoort van de twee personen, wordt enkel het recht van de persoon tot wiens huishouden het kind als laatste behoorde uitbetaald. 5 Indien twee personen voor eenzelfde kind recht hebben op verdubbeling van het kinderbijslagbedrag BES, en dit kind op basis van een overeenkomst of rechterlijke beschikking overwegend in gelijke mate verzorgen en onderhouden zonder met elkaar een gemeenschappelijke huishouding te voeren, wordt de verdubbeling uitbetaald aan de ouder aan wie ook de kinderbijslag BES wordt uitbetaald. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 95 14-04-2025 09-04-2025 01-07-2025
Artikel 18 — Artikel 18 Schorsing betaling#
Artikel 18 Schorsing betaling 1 artikel 5 artikel 5a, eerste lid Onze Minister schort de betaling van de kinderbijslag BES, bedoeld inen, indien van toepassing,, op of schorst de betaling, indien hij op grond van duidelijke aanwijzingen van oordeel is of het gegronde vermoeden heeft, dat: a. het recht op kinderbijslag BES niet of niet meer bestaat; of b. artikelen 14 15 de rechthebbende een verplichting die hem of haar op grond van deenis opgelegd, niet is nagekomen. 2 artikel 5 artikel 5a, eerste lid artikel 2 van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES Onze Minister schort de betaling van de kinderbijslag BES, bedoeld inen, indien van toepassing,, op, indien blijkt dat het door de rechthebbende verstrekte adres van hemzelf of van zijn kind afwijkt van het adres waaronder de rechthebbende of het kind in een basisadministratie als bedoeld instaat ingeschreven. 3 Geen opschorting vindt plaats: a. artikel 5 artikel 5a, eerste lid indien de afwijking redelijkerwijs geen gevolgen kan hebben voor het recht op kinderbijslag BES als bedoeld inen, indien van toepassing,; b. indien de rechthebbende van de afwijking redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt. 4 Voordat Onze Minister overgaat tot opschorting van de betaling, geeft hij de rechthebbende de gelegenheid zijn zienswijze bekend te maken voor zover: a. de beschikking steunt op gegevens over feiten die de rechthebbende betreffen, en b. die gegevens niet door de rechthebbende zelf zijn verstrekt. 5 Onze Minister doet schriftelijk mededeling van de opschorting aan de rechthebbende. 6 De opschorting wordt beëindigd zodra het Onze Minister gebleken is dat de afwijking niet meer bestaat. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 95 14-04-2025 09-04-2025 01-07-2025
Artikel 19 — Artikel 19 Geen betaling#
Artikel 19 Geen betaling artikel 5 artikel 5a, eerste lid De kinderbijslag BES, bedoeld inen, indien van toepassing,, die niet in ontvangst is genomen of is ingevorderd binnen drie maanden na de dag van betaalbaarstelling, wordt niet meer betaald. Onze Minister kan de eerste volzin buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van de rechthebbende zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 95 14-04-2025 09-04-2025 01-07-2025
Artikel 20 — Artikel 20 Eigenschappen kinderbijslag BES#
Artikel 20 Eigenschappen kinderbijslag BES 1 artikel 5 artikel 5a, eerste lid De kinderbijslag BES, bedoeld inen, indien van toepassing,, is: a. onvervreemdbaar; b. niet vatbaar voor verpanding of belening; c. artikel 21 behoudens voor zover dit dient tot verhaal van een uitkering tot levensonderhoud van het kind, of tot terugvordering van onverschuldigd betaalde kinderbijslag BES als bedoeld in, niet vatbaar voor executoriaal of conservatoir beslag noch voor beslag ingevolge faillissement. 2 artikel 5 artikel 5a, eerste lid Volmacht tot ontvangst van kinderbijslag BES als bedoeld inen, indien van toepassing,, onder welke vorm of welke benaming ook door de rechthebbende verleend, is steeds herroepelijk. 3 Elk beding, strijdig met enige bepaling van dit artikel, is nietig. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 95 14-04-2025 09-04-2025 01-07-2025
Artikel 21 — Artikel 21 Terugvordering kinderbijslag BES#
Artikel 21 Terugvordering kinderbijslag BES 1 artikel 5 artikel 5a, eerste lid Onze Minister is bevoegd de ten onrechte uitbetaalde kinderbijslag BES als bedoeld inen, indien van toepassing,, terug te vorderen van diegene aan wie de kinderbijslag BES is betaald, indien: a. het ten onrechte uitbetalen het gevolg is van het niet verstrekken van inlichtingen of het verstrekken van onjuiste inlichtingen; b. Onze Minister anderszins foutief of ten onrechte kinderbijslag BES heeft uitbetaald. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 95 14-04-2025 09-04-2025 01-07-2025
Artikel 22 — Artikel 22 Voorrecht vordering#
Artikel 22 Voorrecht vordering artikel 21 artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES Een vordering van Onze Minister als bedoeld inis bevoorrecht en volgt onmiddellijk na de vorderingen, bedoeld in. 2015 507 18-12-2015 09-12-2015 34275 2015 508 18-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 23 — Artikel 23 Bestuurlijke boete#
Artikel 23 Bestuurlijke boete 1 artikel 5 artikel 5a, eerste lid artikel 14 Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste het benadelingsbedrag wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de rechthebbende, dan wel degene die in aanmerking wenst te komen voor kinderbijslag BES als bedoeld inen, indien van toepassing,, van de verplichting, bedoeld in. 2 artikel 14 artikel 5 artikel 5a, eerste lid In dit artikel wordt onder benadelingsbedrag verstaan het brutobedrag dat als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in, ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan kinderbijslag BES als bedoeld inen, indien van toepassing,, is verleend. 3 artikel 5 artikel 5a, eerste lid artikel 14 artikel 27, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES Indien het niet of niet behoorlijk nakomen door de rechthebbende, dan wel degene die in aanmerking wenst te komen voor kinderbijslag BES als bedoeld inen, indien van toepassing,, van de verplichting, bedoeld in, niet heeft geleid tot een benadelingsbedrag, kan Onze Minister een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste het bedrag van de tweede categorie, bedoeld in. 4 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels gesteld worden over de tenuitvoerlegging van de bestuurlijke boete, alsmede de verrekening van deze bestuurlijke boete. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 95 14-04-2025 09-04-2025 01-07-2025
Artikel 24 — Artikel 24 Gegevensdeling#
Artikel 24 Gegevensdeling 1 Algemene Kinderbijslagwet Alle gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet, worden aan Onze Minister kosteloos verstrekt door de SVB, voor zover het betreft de toepassing van de. 2 De gegevens of inlichtingen worden geleverd binnen een daartoe gestelde termijn. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 20-02-2025 01-07-2024
Artikel 24a — Artikel 24a Bekendmaking beschikkingen#
Artikel 24a Bekendmaking beschikkingen 1 De bekendmaking van een beschikking geschiedt door toezending of uitreiking aan de belanghebbende. 2 Indien de bekendmaking van de beschikking niet kan geschieden op de wijze als voorzien in het eerste lid, geschiedt zij op een andere geschikte wijze. 3 De beschikking vermeldt de dagtekening van de beslissing, de gronden waarop deze berust, alsmede waar beroep kan worden ingesteld. 2018 424 22-11-2018 17-10-2018 34977 2018 425 22-11-2018 08-11-2018 01-01-2019
Artikel 24b — Artikel 24b Wet administratieve rechtspraak BES Toepasselijkheid#
Artikel 24b Wet administratieve rechtspraak BES Toepasselijkheid 1 artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet administratieve rechtspraak BES De belanghebbende kan tegen een beschikking op grond van deze wet beroep instellen bij het Gerecht, bedoeld in. 2 artikelen 5, vijfde lid 13, eerste lid, onderdeel d artikel 23, eerste lid, laatste zin, van de Wet administratieve rechtspraak BES Bij een beroep tegen een beschikking op grond van de, en, isniet van toepassing. 3 artikelen 5, vijfde lid 13, eerste lid, onderdeel d artikel 24, eerste en tweede lid, van de Wet administratieve rechtspraak BES Bij een bestuurlijke heroverweging van een beschikking op grond van de, en, isvan overeenkomstige toepassing. 4 artikelen 5, vijfde lid 13, eerste lid, onderdeel d artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet administratieve rechtspraak BES artikel 23 van de Wet administratieve rechtspraak BES Met betrekking tot een beschikking op grond van de, en, kan het Gerecht, bedoeld in, indien het bestuursorgaan niet voldoet aan de verplichting, bedoeld in, daaruit de gevolgtrekking maken die hem geraden voorkomt. 2018 424 22-11-2018 17-10-2018 34977 2018 425 22-11-2018 08-11-2018 01-01-2019
Artikel 25 — Artikel 25 Te besteden middelen#
Artikel 25 Te besteden middelen artikelen 5 5a De op grond van deze wet uit te keren bedragen aan kinderbijslag BES als bedoeld in deen, en de aan de uitvoering van deze wet verbonden kosten komen ten laste van het Rijk. 2025 36 19-02-2025 10-02-2025 36557 2025 95 14-04-2025 09-04-2025 01-07-2025
Artikel 26 — Artikel 26 Toezicht#
Artikel 26 Toezicht 1 Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn de daartoe bij regeling van Onze Minister aangewezen functionarissen belast. 2 Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht artikelen 5:18 5:19 is van toepassing, met uitzondering van deen. 2015 507 18-12-2015 09-12-2015 34275 2015 508 18-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 26a — Artikel 26a Advisering#
Artikel 26a Advisering Afdeling 3.3 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 3:5, eerste lid artikelen 3:6, tweede lid 3:8 3:9 is van toepassing met dien verstande dat in, in plaats van «besluiten» wordt gelezen «beschikkingen» en in de,enin plaats van «het besluit» wordt gelezen «de beschikking». 2021 499 27-10-2021 25-10-2021 33328 2021 500 27-10-2021 25-10-2021 35112 2021 499 27-10-2021 25-10-2021 33328 01-05-2022 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 27 — Artikel 27 Belastingwet BES Wijziging van de#
Artikel 27 Belastingwet BES Wijziging van de Vervallen 2016 471 07-12-2016 14-11-2016 34528 2016 472 07-12-2016 26-11-2016 08-12-2016
Artikel 28 — Artikel 28 Wet inkomstenbelasting BES Wijziging van de#
Artikel 28 Wet inkomstenbelasting BES Wijziging van de Vervallen 2016 471 07-12-2016 14-11-2016 34528 2016 472 07-12-2016 26-11-2016 08-12-2016
Artikel 29 — Artikel 29 Wet inkomstenbelasting BES Wijziging van de#
Artikel 29 Wet inkomstenbelasting BES Wijziging van de Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2016/471. Wijzigt de Wet inkomstenbelasting BES. 2016 471 07-12-2016 14-11-2016 34528 2016 471 07-12-2016 14-11-2016 34528 08-12-2016
Artikel 30 — Artikel 30 Wet loonbelasting BES Wijziging van de#
Artikel 30 Wet loonbelasting BES Wijziging van de Vervallen 2016 471 07-12-2016 14-11-2016 34528 2016 472 07-12-2016 26-11-2016 08-12-2016
Artikel 31 — Artikel 31 Inwerkingtreding#
Artikel 31 Inwerkingtreding 1 De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, en kunnen terugwerken tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2 artikel 12 van de Wet raadgevend referendum In het in het eerste lid bedoelde besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan. 2015 507 18-12-2015 09-12-2015 34275 2015 508 18-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 32 — Artikel 32 Citeertitel#
Artikel 32 Citeertitel Deze wet wordt aangehaald als: Wet kinderbijslagvoorziening BES. 2015 507 18-12-2015 09-12-2015 34275 2015 508 18-12-2015 11-12-2015 01-01-2016