Wet van 24 december 1997, houdende regels omtrent de waarborg van platina, gouden en zilveren werken (Waarborgwet 1986)
- BWB-id
- BWBR0009275
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2019-01-01 t/m 2020-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009275
- ELI
- /eli/nl/wet/1853/waarborgwet-1986
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1853/waarborgwet-1986/2019-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009275&g=2019-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009275&z=2026-06-06&g=2019-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009275/2019-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1853/waarborgwet-1986
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 De gehalten der platina, gouden en zilveren werken, welke door krachtens deze wet vastgestelde keurmerken worden gewaarborgd, zijn bepaald: voor platina werken op 950 duizendsten, met dien verstande dat in platina alliages iridium als platina wordt beschouwd; voor gouden werken op 916, 833, 750 en 585 duizendsten; voor zilveren werken op 925, 835 en 800 duizendsten. 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De werken, tussen twee gehalten bevonden, worden op het laagst dier beide gehalten gekeurmerkt. 2002 659 30-12-2002 19-12-2002 28441 2002 659 30-12-2002 19-12-2002 28441 01-03-2003
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 7 Werken, die in voltooide staat worden aangeboden en waarvan naar het oordeel van een krachtensaangewezen waarborginstelling het gehalte niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld, worden gewaarborgd binnen een grens van twintig duizendsten. 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 1 Indien werken bestaan uit onderdelen van onderscheidene edele metalen als bedoeld in, worden die onderdelen afzonderlijk gewaarborgd. 2 artikel 1 artikel 1 Werken, die gedeeltelijk bestaan uit edele metalen als bedoeld inen gedeeltelijk uit andere metalen, dan wel zijn opgevuld met andere stoffen dan de inbedoelde edele metalen, worden slechts gewaarborgd, indien zij voldoen aan door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat te stellen eisen. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Aan waarborg zijn onderworpen platina, gouden en zilveren werken, welke hier te lande worden vervaardigd, worden ingevoerd of uit het bezit van anderen dan ondernemers in de handel worden gebracht, voor zover de werken niet zijn voorzien van de vereiste stempelmerken. 2 Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op: a. gouden en platina werken, waarvan de totale massa aan goud en platina minder dan 0,5 gram bedraagt; b. zilveren werken, waarvan de totale massa aan zilver minder dan 1 gram bedraagt; c. andere werken dan bedoeld onder a en b, voor zover deze bestemd zijn om te worden uitgevoerd, en mits deze werken afzonderlijk zijn opgeslagen in niet voor verkoop aan het publiek bestemde ruimten. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de in het tweede lid, onder a en b, bedoelde grenzen worden verhoogd. Hierbij kunnen voor de onderscheidene edele metalen verschillende grenzen worden vastgesteld. 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a 1 artikel 5, eerste lid De verplichting tot waarborging, bedoeld in, geldt niet voor werken, die in een lid-staat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte door een onafhankelijke instelling zijn voorzien van een gehalteteken, mits dat teken op grond van een aldaar geldende wettelijke regeling wordt erkend en mits dat teken de aard van het edelmetaal en het gehalte aan edelmetaal aanduidt. 2 artikelen 47 tot en met 47c Op de werken, bedoeld in het eerste lid, zijn devan overeenkomstige toepassing. 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 5b — Artikel 5b#
Artikel 5b artikel 5, eerste lid artikel 22 De verplichting tot waarborging, bedoeld in, geldt evenmin voor werken die in een staat, die is aangesloten bij het inbedoelde verdrag, overeenkomstig dat verdrag zijn voorzien van stempelmerken. 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1999 290 13-07-1999 30-06-1999 16-07-1999
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5, eerste lid Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat kan vrijstelling verlenen van het bepaalde in. 2 Aan een vrijstelling kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat wijst een of meer rechtspersonen aan, die tot taak hebben, met inachtneming van het bij en krachtens deze wet bepaalde, aangeboden werken op hun gehalte aan platina, goud, palladium en zilver te keuren en van stempelmerken te voorzien. 2 Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid vindt slechts plaats, indien de betrokken rechtspersoon aan de volgende eisen voldoet: a. hij dient in staat te zijn de in het eerste lid bedoelde taken naar behoren te vervullen; b. de voorwaarden dienen aanwezig te zijn voor een zodanige besluitvorming binnen de rechtspersoon, dat een onafhankelijke vervulling van de in het eerste lid bedoelde taken zoveel mogelijk is gewaarborgd. 3 Onze Minister kan een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid intrekken, indien de betrokken rechtspersoon daarom verzoekt, dan wel indien deze rechtspersoon een of meer van de in het eerste lid bedoelde taken naar het oordeel van Onze Minister niet naar behoren vervult of niet meer voldoet aan de in het tweede lid gestelde eisen. 4 Van een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid en van een intrekking van die aanwijzing wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 5 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder een waarborginstelling verstaan een krachtens het eerste lid aangewezen rechtspersoon. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a 1 Het is een waarborginstelling verboden haar statuten te wijzigen, tenzij de wijziging door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat is goedgekeurd. 2 artikel 7, eerste en tweede lid Onze Minister kan een goedkeuring als bedoeld in het eerste lid slechts weigeren, indien de statuten na de wijziging onvoldoende zouden zijn afgestemd op de in, bedoelde taken en eisen. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel 7b — Artikel 7b#
Artikel 7b 1 artikel 7, eerste lid Een waarborginstelling vestigt één of meer kantoren voor de uitvoering van de in, bedoelde taken. 2 Indien meer dan één kantoor wordt gevestigd, kan de waarborginstelling de werkzaamheden van ieder kantoor beperken tot een door haar vast te stellen gebied of categorie van werken. Een besluit daartoe wordt door de waarborginstelling in de Staatscourant bekendgemaakt. 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 7c — Artikel 7c#
Artikel 7c 1 artikel 9, eerste lid Een waarborginstelling legt jaarlijks vóór 1 november de vanaf 1 februari daarop volgend te berekenen tarieven voor het onderzoek van werken met het oog op het verkrijgen van stempelmerken als bedoeld in, en voor het plaatsen van deze merken ter goedkeuring aan Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat voor. Zij worden na goedkeuring door de waarborginstelling in de Staatscourant bekendgemaakt. 2 artikel 17 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Onverminderdkan Onze Minister een goedkeuring als bedoeld in het eerste lid weigeren indien de tarieven hoger zijn dan, uitgaande van een redelijke toerekening van de aan het onderzoek en de stempeling van de desbetreffende werken verbonden kosten, noodzakelijk is. 3 Het in het eerste lid, eerste volzin, bedoelde besluit omtrent goedkeuring wordt binnen 8 weken na de verzending ter goedkeuring bekendgemaakt. 4 Indien de vanaf 1 februari te berekenen tarieven niet vóór 1 januari daaraan voorafgaand zijn goedgekeurd, kan Onze Minister deze tarieven zelf vaststellen. 5 Van een besluit tot vaststelling van tarieven als bedoeld in het vierde lid wordt door Onze Minister mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 6 Een waarborginstelling kan de tarieven, bedoeld in het eerste lid, gedurende het jaar waarvoor zij gelden, wijzigen. Een wijziging van de tarieven wordt ter goedkeuring aan Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat voorgelegd. Het eerste lid, tweede volzin, alsmede het tweede en derde lid zijn van toepassing. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019 Abusievelijk geeft het Staatsblad een wijzigingsopdracht voor het
zesde lid, eerste volzin in plaats van het zesde lid, tweede volzin.
Artikel 7d — Artikel 7d#
Artikel 7d Indien de begroting van een waarborginstelling niet vóór de aanvang van het kalenderjaar, waarvoor zij moet dienen, is goedgekeurd, kan Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat die instelling machtigen uitgaven te doen uit die posten waartegen hij geen bedenking heeft. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel 7e — Artikel 7e#
Artikel 7e artikel 7, eerste lid artikelen 13 18 39 47 47a 60 Indien Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat meer dan één rechtspersoon als bedoeld in, aanwijst, kan hij regels stellen ten behoeve van een goede coördinatie van de uitvoering van de door die rechtspersonen te verrichten taken en werkzaamheden als bedoeld in de,,,,en. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Kaderwet zelfstandige bestuursorganen artikel 22 van die wet Deis van toepassing, met uitzondering van. 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 1 artikel 3 De stempeling der platina, gouden en zilveren werken, zowel in het geval bijals in dat bijbedoeld, geschiedt met stempels, omtrent welker vorm en gebruik Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat regels stelt. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 9 De inbedoelde stempelmerken zijn: 1°. het gehaltemerk; 2°. het merk tot aanwijzing van het waarborgkantoor, waar de stempeling is geschied; 3°. het jaarlettermerk; 4°. het gewichtaanduidend merk voor werken, welke uit meer dan een, niet voor afzonderlijke stempeling vatbare stukken bestaan. 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Werken, welke niet zonder gevaar van beschadiging gestempeld kunnen worden, alsmede werken van bijzondere oudheidkundige of kunstzinnige waarde, kunnen door de waarborginstelling, die het onderzoek verricht, van de verplichting tot stempeling worden vrijgesteld. 2 In het in het eerste lid bedoelde geval wordt ter zake van die werken een schriftelijk bewijs verstrekt, dat een nauwkeurige omschrijving van het desbetreffende werk inhoudt. 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 13 Onverminderd de stempeling door een waarborginstelling, is elke werkmeester verplicht alle uit zijn werkplaats voortkomende platina, gouden en zilveren werken, met uitzondering van werken, die niet zonder gevaar van beschadiging gestempeld kunnen worden, met de afslag te merken van een eigen, overeenkomstiggoedgekeurd, stempel, waarvan hij zich te dien einde voorzien moet, en welke de aanvangsletters van zijn naam benevens een bijzonder, door hem gekozen onderscheidingsteken vertonen moet. 2 Dit merk, de verantwoordelijke vervaardiger van het werk aanwijzende, draagt de naam van meesterteken. 3 Geen werkmeester mag een meesterteken aannemen, volkomen gelijk aan dat van een zijner beroepsgenoten. 4 Het bepaalde in het eerste lid geldt niet, indien het meesterteken ingevolge een tussen de werkmeester en de waarborginstelling, aan welke de werken ter onderzoek zullen worden aangeboden, gesloten overeenkomst, door de betrokken waarborginstelling zal worden aangebracht. 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 12, eerste lid Het in, bedoelde meesterteken behoeft de goedkeuring van een waarborginstelling. 2 Het door de betrokken waarborginstelling ter zake van een aanvraag om goedkeuring als bedoeld in het eerste lid berekende tarief behoeft de goedkeuring van Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat. Dit tarief wordt door de waarborginstelling in de Staatscourant bekendgemaakt. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 De kornetten en snippelingen worden na elke gehalteproef aan de aanbieder teruggegeven. 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Alvorens tot het onderzoek te worden toegelaten moeten de werken tot een staat van voltooiing gebracht zijn, welke zowel tegen een verandering van hun oorspronkelijke bestemming, als tegen een beschadiging der stempeltekens bij de verdere bearbeiding, waarborgt. Werken, waaraan zodanige beschadiging is toegebracht, zijn opnieuw aan stempeling onderhevig. 2 artikel 11 artikel 12, vierde lid Inlandse werken worden alleen tot het onderzoek toegelaten indien zij, behoudens voor zover het werken betreft waaropof, van toepassing is, voorzien zijn van het meesterteken en zij noch door polijsten, of op welke andere wijze ook, zijn afgewerkt, noch van stenen of andere dergelijke versierselen zijn voorzien; een en ander, tenzij naar het oordeel van de waarborginstelling, aan welke de aanbieding geschiedt, bijzondere redenen zulks onmogelijk dan wel onnodig maken. 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De werken, ter keuring aangeboden, moeten vergezeld gaan van een ondertekend borderel, opgave inhoudende van metaalsoort, getal of gewicht, en zo mogelijk gehalte. 2 Voor het borderel wordt gebruik gemaakt van door de waarborginstelling, aan welke de werken worden aangeboden, tegen kostprijs ter beschikking gestelde formulieren. 2008 95 31-03-2008 06-03-2008 31120 2008 96 31-03-2008 20-03-2008 01-04-2008
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De werken moeten steeds van verlengstukken voorzien zijn, ten einde daarop het voor de proef benodigde metaal te kunnen insnijden, tenzij bijzondere redenen, welker beoordeling aan de waarborginstelling, aan welke de werken worden aangeboden, blijft overgelaten, zulks onmogelijk dan wel onnodig maken. 2 Het blijft desniettemin de waarborginstelling vrijgelaten die insnijding ook, althans voor een gedeelte, op het werk zelf te verrichten. 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 De platina, gouden en zilveren werken, bestemd om van de gehaltetekenen te worden voorzien, en die na aaneenvoeging hunner verschillende delen niet meer vatbaar zijn zouden voor een behoorlijk onderzoek, worden bij losse gedeelten aan het essai onderworpen, en van een door de waarborginstelling, die het onderzoek verricht, vastgesteld herkenningsteken, dat het bevonden gehalte aanwijst, voorzien. Later, in voltooide staat aan het kantoor teruggebracht, worden zij, zonder opnieuw onderzocht te worden, op het door de herkenningstekenen aangewezen gehalte gestempeld. 2 De herkenningstekenen, bedoeld in het eerste lid, worden door de waarborginstelling, die deze heeft vastgesteld, in de Staatscourant bekendgemaakt. 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Holle werken, draad- en knopwerk, en alle andere werken, waarvan men het gehalte niet langs de gewone weg kan leren kennen, worden onderzocht bij samensmelting van een of meerdere stukken, naar gelang van de grootte der partij. 2 Zo dit onderzoek de juistheid der aangifte bevestigt, wordt de waarde van het fatsoen der versmolten stukken de belanghebbende door de waarborginstelling, die het onderzoek verricht, vergoed. 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Een waarborginstelling is bevoegd om, indien zij vermoedt dat de platina, gouden en zilveren werken, waarvan stempeling op een der wettelijke gehalten wordt verlangd, met ijzer, koper, hars of enige andere stof opgevuld of op een bedekte wijze met soldeersel overladen zijn, die werken door te snijden. Dit moet geschieden in aanwezigheid van de aanbieder, tenzij deze te kennen heeft gegeven niet aanwezig te willen zijn. 2 Blijkt het vermoeden juist, dan wordt degene die het werk ter keuring heeft aangeboden medegedeeld, dat de werken of voorwerpen niet tot de stempeling kunnen worden toegelaten. 3 In het tegenovergestelde geval wordt aan die aanbieder of houder door de waarborginstelling, die het onderzoek heeft verricht, de waarde van het fatsoen van het doorgesneden werk of voorwerp vergoed. 4 artikel 4, tweede lid Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op opgevulde werken die voldoen aan krachtens, ter zake van die werken gestelde eisen. 2001 514 08-11-2001 04-10-2001 26258 2002 108 28-02-2002 19-02-2002 26258 11-03-2002
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Wanneer ten aanzien van enig aan het wettelijk onderzoek onderworpen platina, goud of zilverwerk een lager gehalte wordt bevonden dan dat hetwelk in het borderel is opgegeven, kan op verlangen van de aanbieder tot een tweede proef worden overgegaan. 2 Indien de tweede proef het op het borderel vermelde gehalte bevestigt, is de aanbieder geen vergoeding verschuldigd voor de eerste proef. 2008 95 31-03-2008 06-03-2008 31120 2008 96 31-03-2008 20-03-2008 01-04-2008
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 In dit hoofdstuk wordt onder verdrag verstaan het op 15 november 1972 te Wenen tot stand gekomen Verdrag inzake onderzoek en stempeling van edelmetalen werken (Trb. 1991, 16). 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1999 290 13-07-1999 30-06-1999 16-07-1999
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 hoofdstuk III Op verzoek van de aanbieder verricht een waarborginstelling het onderzoek en de stempeling van platina, gouden en zilveren werken, in afwijking van, en van palladium werken, overeenkomstig het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde. 2 Het eerste lid geldt niet, indien stempeling van een werk naar het oordeel van de betrokken waarborginstelling niet mogelijk is zonder gevaar voor beschadiging van dat werk. 2008 524 16-12-2008 20-11-2008 31578 2010 105 04-03-2010 20-02-2010 05-03-2010
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 23, eerste lid Waarborging van de in, bedoelde werken geschiedt op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gehalten. 2 Artikel 3 is niet van toepassing op de krachtens het eerste lid vastgestelde gehalten. 2002 659 30-12-2002 19-12-2002 28441 2002 659 30-12-2002 19-12-2002 28441 01-03-2003
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Het gehalteonderzoek wordt verricht overeenkomstig de bij en krachtens het verdrag bepaalde methoden en technieken. 2 artikelen 14 15 16 17 18 20, eerste, tweede en derde lid 21 De,,,,,, enzijn van toepassing op platina, gouden en zilveren werken en van overeenkomstige toepassing op palladium werken. 2008 524 16-12-2008 20-11-2008 31578 2010 105 04-03-2010 20-02-2010 05-03-2010
Artikel 25a — Artikel 25a#
Artikel 25a 1 artikel 24 Op werken, ten aanzien waarvan een gehalte als bedoeld inis vastgesteld, en die voorts voldoen aan de vereisten, vervat in bijlage I bij het verdrag, worden de navolgende stempelmerken afgeslagen: a. het in bijlage II bij het verdrag voor het desbetreffende gehalte vastgestelde gehaltemerk; b. artikel 10, onder 2° het in, bedoelde merk. 2 artikel 12, tweede lid artikel 47a, eerste lid Stempeling als bedoeld in het eerste lid kan slechts geschieden als door middel van gieten of afslaan op de desbetreffende werken een meesterteken als bedoeld in, of een invoerteken als bedoeld in, alsmede een getal in arabische cijfers, waarmee het gehalte van het werk in duizendsten wordt aangegeven, zijn aangebracht. 3 Artikel 4 is niet van toepassing. 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1999 290 13-07-1999 30-06-1999 16-07-1999
Artikel 25b — Artikel 25b#
Artikel 25b Artikel 7c is van overeenkomstige toepassing op het onderzoek en de stempeling van werken overeenkomstig dit hoofdstuk. 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1999 290 13-07-1999 30-06-1999 16-07-1999
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Ondernemer ten aanzien van deze wet is, al wie in de uitoefening van een beroep of bedrijf geheel of gedeeltelijk uit platina, goud, palladium of zilver bestaande voorwerpen vervaardigt, bewerkt, doet vervaardigen of bewerken en al wie in de uitoefening van een beroep of bedrijf met zodanige voorwerpen handel drijft. Onder handel drijven als bedoeld in de vorige volzin wordt mede verstaan bemiddelen bij het tot stand brengen van overeenkomsten van koop en verkoop van de in die volzin genoemde voorwerpen. 2 Werklieden die in dienst van hun meester geheel of gedeeltelijk uit platina, goud, palladium of zilver bestaande voorwerpen voor deze vervaardigen of bewerken, zijn niet ondernemer. 2008 524 16-12-2008 20-11-2008 31578 2010 105 04-03-2010 20-02-2010 05-03-2010
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen 2001 514 08-11-2001 04-10-2001 26258 2002 108 28-02-2002 19-02-2002 26258 11-03-2002
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Vervallen 2001 514 08-11-2001 04-10-2001 26258 2002 108 28-02-2002 19-02-2002 26258 11-03-2002
Artikel 29a — Artikel 29a#
Artikel 29a Vervallen 2001 514 08-11-2001 04-10-2001 26258 2002 108 28-02-2002 19-02-2002 26258 11-03-2002
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 artikel 11, eerste lid Geen ondernemer mag enig voltooid platina, gouden of zilveren werk, dat op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde moet zijn gewaarborgd, in zijn bezit hebben of daarmee handel drijven, tenzij dat werk is voorzien van de vereiste stempelmerken, dan wel, indien het werk op grond van het bepaalde in, van stempeling is vrijgesteld, van het in het tweede lid van dat artikel bedoelde schriftelijke bewijs. 2 De werken, tot persoonlijk gebruik van de ondernemer en zijn gezin dienende, zijn hiervan niet uitgezonderd. 3 Het bepaalde in het eerste lid omtrent het in bezit hebben van werken is niet van toepassing op de ondernemer, die de desbetreffende werken minder dan vier weken in zijn bezit heeft, voor zover die werken niet onder de aandacht van het publiek worden gebracht. 4 Onder stempelmerken als bedoeld in het eerste lid worden verstaan alle merken, welke ingevolge wettelijke bepalingen op enig tijdstip zijn aangewezen om de gehalten van platina, gouden en zilveren werken te waarborgen, met uitzondering van de rijksstempelmerken voor ongewaarborgd gehalte. 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 artikel 30, eerste lid artikel 1 Geen ondernemer mag andere dan de in, bedoelde werken in de handel brengen als platina, gouden of zilveren werken, indien deze voorwerpen niet ten minste voldoen aan het op grond vanvoor de desbetreffende voorwerpen geldende laagste gehalte. 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Vervallen 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Vervallen 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Vervallen 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Het is verboden op platina, gouden en zilveren werken gelijkende voorwerpen tezamen met gewaarborgde werken onder de aandacht van het publiek te brengen, tenzij eerstgenoemde werken op duidelijke wijze van de andere zijn onderscheiden. 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 artikel 1 Het is verboden andere voorwerpen dan die, welke ten minste voldoen aan het op grond vanvoor de desbetreffende voorwerpen geldende laagste gehalte, onder de aandacht van het publiek te brengen met gebruikmaking van de woorden edelmetaal, platina, goud of zilver, of op zodanige andere wijze, dat daaruit redelijkerwijze moet worden afgeleid, dat die voorwerpen beantwoorden aan de samenstelling van platina, gouden en zilveren werken. 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 artikel 60 De ondernemers moeten zorgen dat op voor het publiek toegankelijke plaatsen alle op grond vanvastgestelde formulieren voorhanden zijn, en dat ten minste een van die formulieren duidelijk zichtbaar aanwezig is. 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Vervallen 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 Een werkmeester mag door hem vervaardigde werken slechts van een meesterteken van een andere werkmeester voorzien, indien hij hiervan tevoren schriftelijk kennis heeft gegeven aan een waarborginstelling, onder overlegging van een schriftelijk bewijs van toestemming van die andere werkmeester. 2 Indien een werkmeester de toestemming tot gebruik van zijn meesterteken als bedoeld in het eerste lid intrekt, geeft hij hiervan terstond schriftelijk kennis aan een waarborginstelling. 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Vervallen 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Vervallen 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Vervallen 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Vervallen 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 De notaris, griffier, deurwaarder of andere ambtenaar, te wiens overstaan een openbare veiling plaats heeft, of, bij ontstentenis van de zodanige, de bijzondere persoon, die de veiling of het toezicht daarop houdt, draagt zorg dat de platina, gouden of zilveren werken, niet voorzien van de vereiste stempeltekenen, niet in openbare veiling komen of met die bestemming worden tentoongesteld. 2 Deze bepaling is mede van toepassing op de verkoping der onafgeloste panden van beleenbanken. 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Vervallen 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 Van het houden ener openbare verkoping, waarin platina, gouden en zilveren werken voorkomen, moet door de notaris, griffier, deurwaarder of andere ambtenaar, te wiens overstaan zij zal gehouden worden, of, bij ontstentenis van de zodanige, door de bijzondere persoon, die dezelve of het toezicht daarover houden zal, ten minste drie dagen tevoren aangifte worden gedaan bij Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat. 2 Bij de aangifte, bedoeld in het eerste lid, worden vermeld de naam, het adres en de hoedanigheid van de aangever, de naam en het adres van degene die de verkoping organiseert, het adres van het verkooplokaal en de tijdstippen van kijkdagen en verkopingen. 3 Bij verkopingen van beleenbanken of andere, die op vaste tijdstippen gehouden worden, is een opgave dier tijdstippen en der veranderingen, welke in de bepaling derzelve gebracht mochten worden, voldoende. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 Alvorens ingevoerde platina, gouden en zilveren werken op een der wettelijke gehalten te stempelen, voorziet de betrokken waarborginstelling die werken, met uitzondering van die, welke niet zonder gevaar van beschadiging gestempeld kunnen worden of die van bijzondere kunstzinnige waarde zijn, a. van een afslag van een stempel van de ondernemer voor wie de werken bestemd zijn, of b. op verzoek van de buitenlandse ondernemer, die de werken in Nederland invoert, van diens meesterteken. 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 47a — Artikel 47a#
Artikel 47a 1 artikel 47, onder a Het in, bedoelde stempel draagt de naam van invoerteken. 2 Geen ondernemer mag een invoerteken aannemen, volkomen gelijk aan dat van een van zijn beroepsgenoten. 3 artikel 47 Tot het opslaan van het invoerteken moet de belanghebbende het stempel in bewaring geven aan de inbedoelde waarborginstelling. 4 Het invoerteken behoeft de goedkeuring van een waarborginstelling. 5 Artikel 13, tweede lid , is ter zake van de in het vierde lid bedoelde goedkeuring van overeenkomstige toepassing. 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 47b — Artikel 47b#
Artikel 47b 1 artikel 47, onder b Het in, bedoelde meesterteken moet de aanvangsletters van de naam van de betrokken ondernemer vertonen, alsmede een bijzonder, door hem gekozen onderscheidingsteken, of moet een in het land van herkomst van de betrokken ondernemer door een daartoe bevoegd orgaan erkend meesterteken zijn, dat de ondernemer voldoende kan identificeren. 2 artikelen 12, derde lid 13 47a, derde lid De,en, zijn van overeenkomstige toepassing. 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 47c — Artikel 47c#
Artikel 47c 1 artikel 47 Het bepaalde ingeldt niet: a. voor werken die, voordat zij werden ingevoerd, reeds anders dan ten behoeve van het drijven van handel in het bezit zijn geweest van een natuurlijke persoon of rechtspersoon; b. in andere gevallen dan bedoeld onder a, voor werken die voorzien zijn van een meesterteken van de buitenlandse ondernemer die de werken in Nederland invoert. 2 artikelen 47b, eerste lid 12, derde lid 13 Ter zake van het in het eerste lid, onder b, bedoelde meesterteken zijn de,, envan overeenkomstige toepassing. 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 Vervallen 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Vervallen 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Vervallen 2008 95 31-03-2008 06-03-2008 31120 2008 96 31-03-2008 20-03-2008 01-04-2008
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 Vervallen 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 1 hoofdstuk IV hoofdstuk V Met het toezicht op de naleving vanenzijn belast de bij besluit van Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat aangewezen ambtenaren. 2 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel 52a — Artikel 52a#
Artikel 52a Vervallen 2015 341 05-10-2015 23-09-2015 34217 2015 494 15-12-2015 07-12-2015 01-01-2016
Artikel 52b — Artikel 52b#
Artikel 52b Vervallen 2015 341 05-10-2015 23-09-2015 34217 2015 494 15-12-2015 07-12-2015 01-01-2016
Artikel 52c — Artikel 52c#
Artikel 52c Vervallen 2015 341 05-10-2015 23-09-2015 34217 2015 494 15-12-2015 07-12-2015 01-01-2016
Artikel 52d — Artikel 52d#
Artikel 52d Vervallen 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 Vervallen 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 1 artikel 52, eerste lid De krachtens, aangewezen ambtenaren zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner. 2 artikel 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht Zo nodig oefenen zij de ingenoemde bevoegdheid uit met behulp van de sterke arm. 2015 341 05-10-2015 23-09-2015 34217 2015 494 15-12-2015 07-12-2015 01-01-2016
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 1 artikel 52 De krachtensaangewezen ambtenaren zijn bevoegd om, ten aanzien van reeds in de handel aanwezige platina, gouden, palladium en zilveren werken welke van een gehaltemerk zijn voorzien en waarvan wordt vermoed dat zij met ijzer, koper, hars of enige andere stof opgevuld of op een bedekte wijze met soldeersel overladen zijn, die werken door te snijden. Dit moet geschieden in tegenwoordigheid van de houder, tenzij deze te kennen heeft gegeven niet aanwezig te willen zijn. 2 Blijkt het vermoeden juist, dan wordt de houder van het reeds in de handel aanwezige werk medegedeeld, dat deze ten onrechte van een gehaltemerk is voorzien en wordt het reeds aanwezige merk vernietigd. 3 In het tegenovergestelde geval wordt aan die houder de waarde van het fatsoen van het doorgesneden werk vergoed. 4 artikel 4, tweede lid Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op opgevulde werken die voldoen aan krachtens, ter zake van die werken gestelde eisen. 2015 341 05-10-2015 23-09-2015 34217 2015 494 15-12-2015 07-12-2015 01-01-2016
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 Vervallen 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 Vervallen 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 Vervallen 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 58a — Artikel 58a#
Artikel 58a artikel 52 Een waarborginstelling is verplicht de inlichtingen te verschaffen die de krachtensaangewezen ambtenaren nodig achten voor de uitvoering van hun taak. 2015 341 05-10-2015 23-09-2015 34217 2015 494 15-12-2015 07-12-2015 01-01-2016
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 artikel 25a, eerste en tweede lid artikel 30, vierde lid Een waarborginstelling is verplicht kosteloos aan een ieder inlichtingen te geven over de betekenis van de verschillende stempelmerken bedoeld in, en, alsmede over de rijksstempelmerken van ongewaarborgd gehalte. 2008 524 16-12-2008 20-11-2008 31578 2010 105 04-03-2010 20-02-2010 05-03-2010
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 1 Een waarborginstelling stelt, in overleg met de betrokken organisaties van ondernemers, een of meer formulieren vast waarop krachtens wettelijke bepalingen vastgestelde stempelmerken, aangevende het gehalte van platina, gouden, palladium of zilveren werken, met toelichting staan afgebeeld. 2 De waarborginstelling, die een formulier als bedoeld in het eerste lid heeft vastgesteld, doet hiervan mededeling in de Staatscourant. In deze mededeling wordt omschreven welke stempelmerken op het desbetreffende formulier staan afgebeeld. 3 De in het eerste lid bedoelde formulieren worden door een waarborginstelling aan een ieder tegen kostprijs ter beschikking gesteld. 2008 524 16-12-2008 20-11-2008 31578 2010 105 04-03-2010 20-02-2010 05-03-2010
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 Vervallen 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 Vervallen 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 Vervallen 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 Vervallen 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 Na de inwerkingtreding van deze wet berusten de krachtens de Waarborgwet 1986 (Stb. 1987, 39) vastgestelde regels en andere besluiten op deze wet. 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 De Waarborgwet 1986 (Stb. 1987, 39) wordt ingetrokken. 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 1 hoofdstuk IIIA Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van, dat in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2 Wijzigt deze wet. 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 Waarborgwet 1986 Deze wet wordt aangehaald als:. 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 1997 782 30-12-1997 24-12-1997 25626 31-12-1997