Wet van 15 april 1886, houdende bepalingen, regelende het in werking treden van het bij de wet van 3 maart 1881 (Staatsblad n°. 35) vastgestelde Wetboek van Strafrecht en den overgang van de oude tot de nieuwe strafwetgeving, alsmede om overeenstemming te brengen tusschen de bestaande wetten en het nieuwe wetboek
- BWB-id
- BWBR0001855
- Type
- Wet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2002-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0001855
- ELI
- /eli/nl/wet/1886/invoeringswet-wetboek-van-strafrecht
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1886/invoeringswet-wetboek-van-strafrecht/2002-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0001855&g=2002-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0001855&z=2026-06-06&g=2002-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0001855/2002-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1886/invoeringswet-wetboek-van-strafrecht
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Staatsblad De wetten van 10 Juni 1840 (n°. 20-26) zijn ingetrokken. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Staatsblad Wetboek van Strafrecht Het bij de wet van 3 Maart 1881 (n°. 35) vastgesteldetreedt in werking op den 1sten September 1886. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Op het in art. 2 vermelde tijdstip zijn afgeschaft: a. Wetboek van Strafrecht het Fransche(Code Pénal), voor zoover het thans nog hier te lande van kracht is; b. Staatsblad het besluit van den Souvereinen Vorst van 24 Januari 1814 (n°. 17), omtrent den boekhandel en den eigendom van letterkundige werken, voor zooverre dit besluit nog niet is afgeschaft; c. de wetten van: 6 October 1791, concernant les biens et usages ruraux et la police rurale; 28 Staatsblad September 1816 (n°. 51), "tot vaststelling van straffen voor hen, die vreemde Mogendheden beleedigen"; 12 Staatsblad December 1817 (n°. 33), "houdende straffen tegen degenen, die, niet aan den militairen rechtsdwang onderworpen, de desertie van het krijgsvolk begunstigen"; 20 Staatsblad November 1818 (n°. 39), "houdende strafbepalingen om den slavenhandel te beteugelen"; 23 Staatsblad December 1824 (n°. 75), "houdende daarstelling van nadere maatregelen tot wering en uitroeijing van den slavenhandel"; 16 Staatsblad Wetboek van Strafrecht Mei 1829 (n°. 34), "houdende aanvulling van eenige gapingen in het"; 19 Staatsblad Mei 1829 (n°. 35), "strekkende om de vermenging van vergiftige of andere schadelijke zelfstandigheden in eet- en drinkwaren te beteugelen"; 1 Staatsblad Juni 1830 (n°. 15), "tot beteugeling van hoon en laster en andere vergrijpen tegen het openbaar gezag en de algemeene rust"; 24 Staatsblad April 1836 (n°. 13), "betrekkelijk de misdaden van valsche munt en muntschennis"; 10 Staatsblad Mei 1837 (n°. 21), "houdende tijdelijke aanvulling der bepalingen omtrent de enkele en bedriegelijke bankbreuk"; 3 Staatsblad Staatsblad Staatsblad Mei 1851 (n°. 44), "regelende de verjaring der straffen, uitgesproken wegens de misdrijven, vermeld in de wetten van 16 Mei 1829 (n°. 34) en 1 Juni 1830 (n°. 15)"; 28 Staatsblad Juni 1851 (n°. 68), "tot invoering van het stelsel van eenzame opsluiting ten aanzien van enkele op te leggen straffen"; 3 Staatsblad Maart 1852 (n°. 20), "regelende de gevolgen van door den militairen strafregter uitgesproken veroordeelingen bij later gepleegde misdaad of wanbedrijf"; 29 Staatsblad Juni 1854 (n°. 102), "houdende eenige veranderingen in de straffen op misdrijven gesteld"; 3 Staatsblad Staatsblad Juni 1859 (n°. 44), "houdende wijziging en aanvulling der wet van 12 December 1817 (n°. 33), met opzigt tot het koopen, in pand of bewaring nemen, of ontvangen van militaire kleedingstukken enz."; 25 Staatsblad Staatsblad December 1860 (n°. 102), "houdende aanvulling van art. 10 der wet van 29 Juni 1854 (n°. 102), omtrent strafbare poging tot misdaad"; 22 Staatsblad April 1864 (n°. 29), "houdende bepalingen voor het geval van wanbetaling van boeten in strafzaken"; 17 Staatsblad September 1870 (n°. 162), "tot afschaffing der doodstraf". De artt. 2 en 7 dezer wet blijven van kracht; 24 Staatsblad Staatsblad Juli 1871 (n°. 84), tot wijziging van art. 7 der wet van 29 Juni 1854 (n°. 102), "houdende eenige veranderingen in de straffen op misdrijven gesteld"; 12 Staatsblad artt. 434 435 van het Wetboek van Strafrecht April 1872 (n°. 23), "houdende bedreiging van straf tegen de vernieling en de onbruikbaarmaking van schepen en andere vaartuigen door andere dan de inengenoemde middelen"; 12 Staatsblad artt. 414 415 416 van het Wetboek van Strafrecht April 1872 (n°. 24), "tot vervanging van de,endoor andere bepalingen"; 31 Staatsblad art. 55 van het Wetboek van Strafrecht December 1875 (n°. 255), "tot toepasselijkverklaring van, voor zooveel de aansprakelijkheid voor de gerechtskosten betreft op hen, die wegens ééne en dezelfde overtreding veroordeeld worden"; d. acht eerste Titels van het eerste Boek van het Wetboek van Strafrecht a c d de strafbepalingen alsmede alle bepalingen omtrent onderwerpen in debehandeld, welke in andere dan de onder, b engenoemde wetten voorkomen, voor zoover die wetten vóór 1 Maart 1886 zijn in werking getreden en de bedoelde bepalingen niet in deze wet worden gehandhaafd. Disciplinaire voorschriften worden niet als bepalingen beschouwd, onder letterbedoeld. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 art. 2 Op het invermelde tijdstip zijn mede afgeschaft: 1°. het avis du Conseil d'Etat van 28 October/20 November 1806 sur la compétence en matière de délits commis à bord des vaisseaux neutres dans les ports et rades de France; 2°. Staatsblad de wet van 29 Juni 1854 (n°. 103), houdende "uitbreiding van de regtsmagt der kantonregters in strafzaken". 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De bepalingen krachtens welke de Regeering vreemdelingen, wegens bedelarij of landlooperij veroordeeld, over de grenzen doet leiden, blijven van kracht. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 acht eerste Titels van het eerste Boek van het Wetboek van Strafrecht Blijven van kracht de bepalingen omtrent onderwerpen in debehandeld alsmede de strafbepalingen, welke voorkomen in verdragen met buitenlandsche Mogendheden. 2 Feiten, bij deze verdragen strafbaar gesteld, worden, voor zoover deze strafbaarstelling niet geschiedt door toepasselijkverklaring van het nationale recht, beschouwd als overtredingen. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 1962 324 02-08-1962 6671 1962 324 02-08-1962 6671 01-10-1962
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 1921 841 05-07-1921 1922 541 02-09-1922 01-01-1923
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 eerste acht Titels van het eerste Boek van het Wetboek van Strafrecht De volgende strafbepalingen en bepalingen omtrent onderwerpen in debehandeld blijven, behoudens de in deze wet vermelde wijzigingen, van kracht. 1°. Bevat wijzigingen in andere regelgeving Art. 12 van de publicatie van 24 Februari 1806, houdende bepalingen omtrent een algemeen rivier- of waterregt, art. 7 van Titel XXVIII en, voorzoover het hertogdom Limburg betreft, de artt. 42, 43 en 44 van Titel XXVII van de Ordonnance des eaux et forêts du mois d'Août 1669; 2°. Vervallen. 3°. Staatsblad de artt. 6 en 7 van de wet van 1 Maart 1815 (n°. 21), houdende "voorschriften ter viering der dagen aan den openbaren Christelijken Godsdienst toegewijd"; 4°. Vervallen. 5°. Vervallen. 6°. Staatsblad Staatsblad Staatsblad de artt. 5, 20, 24, 26, 28, 30, 32, 33, 36, 37, 38, 40, 42, 43, 44, 45, 48, 53, 55, 56, 57, 64, 66 en 69 van de wet van 9 Juli 1842 (n°. 20) op "het Notarisambt", gewijzigd bij de wet van 6 Mei 1878 (n°. 29) en bij die van 26 April 1876 (n°. 85); Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 7°. Staatsblad art. 13 van de wet van 28 Augustus 1843 (n°. 37), houdende "vaststelling eener algemeene bepaling en van den eersten Titel van het tarief van justitiekosten en salarissen in burgerlijke zaken"; Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 8°. Staatsblad art. 7 der wet van 28 Augustus 1843 (n°. 38), houdende "vaststelling van den tweeden Titel van het tarief van justitiekosten en salarissen in burgerlijke zaken"; 9°. Vervallen. 10°. Staatsblad de artt. 9, 12 en 13 van de wet van 10 September 1853 (n°. 102), tot "regeling van het toezigt op de onderscheidene kerkgenootschappen"; 11°. Staatsblad de artt. 45, 57 en 58 van de wet van 21 December 1853 (n°. 128), houdende "bepalingen betrekkelijk het bouwen, planten en het maken van andere werken binnen zekeren afstand van vestingwerken van den Staat"; Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 12°. Vervallen. 13°. Staatsblad art. 23 van de wet van 22 April 1855 (n°. 32), tot "regeling en beperking der uitoefening van het regt van vereeniging en vergadering" voor zooveel betreft de verwijzing naar de artt. 16, 18, 20 en 21; Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 14°. Vervallen. 15°. Staatsblad (het overige deel van dit nummer vervallen tengevolge van de Wet van 20 april 1895, S. 71) art. 11 van de wet van 20 Augustus 1859 (n°. 93), houdende "bepalingen op de loodsdienst voor zeeschepen"; Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 16°. Vervallen. 17°. Vervallen. 18°. Staatsblad Staatsblad het eerste en tweede lid van art. 19 van de wet van 1 Juni 1865 (n°. 60), regelende "de uitoefening der geneeskunst", aangevuld door de wet van 23 April 1880 (n°. 65); Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 19°. Staatsblad art. 31, eerste en tweede lid, en art. 32, eerste, tweede en derde lid, van de wet van 1 Juni 1865 (n°. 61), regelende "de uitoefening der artsenijbereidkunst"; Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 20°. Staatsblad Staatsblad art. 41 en het tweede lid van art. 44 van de wet van 14 September 1866 (n°. 138), houdende "bepalingen betrekkelijk de inkwartieringen en het onderhoud van het krijgsvolk, en de transporten en leverantiën voor 's Konings legers of vestingen gevorderd", gewijzigd bij de wet van 29 Maart 1877 (n°. 53); Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 21°. Staatsblad art. 3 van de wet van 6 April 1869 (n°. 39), houdende "intrekking der wetten van 29 Floréal jaar X en 7 Ventôse jaar XII (Vervoer van vrachten op de landwegen)"; 22°. Vervallen. 23°. Staatsblad Bevat wijzigingen in andere regelgeving. art. 40, aanhef en 1°. en 2°., art. 41, aanhef en nos. 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11, art. 42 en art. 43, aanhef en nos. 2, 3, 4 en 7 van de wet van 10 April 1869 (n°. 65), tot "vaststelling van bepalingen betrekkelijk het begraven van lijken, de begraafplaatsen en de begrafenisregten"; 24°. Vervallen. 25°. Vervallen. 26°. Vervallen. 27°. Vervallen. 28°. Staatsblad Staatsblad Bevat wijzigingen in andere regelgeving. art. 12, 2de en 3de lid van de wet van 8 Juli 1874 (n°. 98), tot "regeling van de uitoefening der veeartsenijkunst", gewijzigd door de wet van 4 April 1875 (n°. 37); 29°.Vervallen. 30°. Staatsblad de artt. 53, 54, tweede lid, van de wet van 9 April 1875 (n°. 67), tot "regeling van de dienst en het gebruik der spoorwegen", art. 56, aanhef en 2de lid, met uitzondering der strafbaarstelling van het niet voldoen aan een krachtens art. 22 gegeven bevel of verbod; art. 56, 3de en 4de lid; artt. 58 en 63 dier wet; Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 31°. Staatsblad art. 22, met uitzondering van het voorlaatste lid, en art. 29, voor zooveel betreft de toepasselijkverklaring van art. 22, van de wet van 2 Juni 1875 (n°. 95), tot "regeling van het toezigt bij het oprigten van inrigtingen, welke gevaar, schade of hinder kunnen veroorzaken"; Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 32°. Vervallen. 33°. Vervallen. 34°. Staatsblad Staatsblad Staatsblad Staatsblad Staatsblad de artt. 65 en 102, eerste lid, van de wet van 28 April 1876 (n°. 102), tot "regeling van het hooger onderwijs", gewijzigd bij de wetten van 7 Mei 1878 (n°. 33), van 28 Juni 1881 (n°. 107), van 15 Juni 1883 (n°. 75) en van 23 Juli 1885 (n°. 141); 35°. Staatsblad art. 9, tweede lid, van de wet van 24 Juni 1876 (n°. 117), houdende "regeling van de voorwaarden tot verkrijging der afzonderlijke bevoegdheid tot uitoefening der tandheelkunst en van de uitoefening dier kunst"; 36°. Staatsblad art. 2, 2de en 3de lid, van de wet van 28 Juni 1876 (n°. 150), houdende "maatregelen tegen het gevaar, hetwelk door den in-, door- en vervoer van vergiftige stoffen kan ontstaan"; Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 37°. Vervallen. 38°. Staatsblad art. 19 van de wet van 28 Maart 1877 (n°. 35), tot "wering van besmetting door uit zee aankomende schepen"; Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 39°. Vervallen. 40°. Vervallen. 41°. Staatsblad art. 9, met uitzondering van het voorlaatste lid, van de wet van 23 April 1880 (n°. 67), betreffende "de openbare middelen van vervoer, met uitzondering der spoorwegdiensten"; 42°. Vervallen. 43°. Vervallen. 44°. Vervallen. 45°. Staatsblad de artt. 6, 7 en 8 van de wet 7 December 1883 (n°. 202), "ter uitvoering van de op 6 Mei 1882 te 's Gravenhage gesloten internationale overeenkomst tot regeling van de politie op de visscherij in de Noordzee buiten de territoriale wateren"; 46°. Staatsblad de artt. 36, aanhef en 3°., 37, met uitzondering van het laatste lid, en 38 van de wet van 27 April 1884 (n°. 96), tot "regeling van het Staatstoezicht op krankzinnigen"; Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 47°.Vervallen. 1912 21 02-02-1912 1912 21 02-02-1912 01-03-1912
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De feiten in het vorig artikel bedoeld, worden beschouwd als overtredingen. Zij worden als zoodanig berecht voor zoover niet in de bijzondere wet uitdrukkelijk het tegendeel bepaald is. 2 De in de wetten in het vorig artikel bedoeld met name genoemde poging blijft als zelfstandige overtreding strafbaar. 3 De op in het vorig artikel bedoelde feiten gestelde gevangenisstraf wordt vervangen door hechtenis met een maximum van gelijken duur doch den tijd van een jaar niet overschrijdende en met een minimum van één dag. 4 Het minimum der geldboete wordt gesteld op of verminderd tot vijftig cents. 5 Wanneer op herhaling van overtreding zwaardere straf is gesteld, zonder vermelding van eenig tijdvak, binnen hetwelk die herhaling moet hebben plaats gehad, is die bepaling slechts dan van kracht wanneer tijdens het plegen van de overtreding nog geen vijf jaren zijn verloopen sedert de vroegere veroordeeling van den schuldige onherroepelijk is geworden of de op de overtreding gestelde geldboete vrijwillig is betaald. 6 Waar een andere aanvangstijd van den termijn voor de herhaling vastgesteld, is bepaald, wordt de in het vorige lid bedoelde tijd van aanvang daarvoor in de plaats gesteld. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Wetboek van Strafrecht De bij bijzondere wetten en verordeningen verleende bevoegdheid tot het opsporen van strafbare feiten blijft gehandhaafd, ook voorzoover tegen die feiten thans in hetis voorzien. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 1973 471 26-09-1973 11247 1973 471 26-09-1973 11247 31-10-1973
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 acht eerste Titels van het eerste Boek van het Wetboek van Strafrecht Blijven van kracht, voor zoover betreft feiten waartegen in eenige andere wet niet is voorzien, de bepalingen omtrent onderwerpen in debehandeld, alsmede de strafbepalingen, bij eenige bijzondere wet vastgesteld ten opzichte van overtreding van eenigen algemeenen maatregel van inwendig bestuur tot uitvoering dier wet uitgevaardigd. 2 Art. 11 dezer wet is daarbij van toepassing. 3 De bepalingen voorkomende in de wetten bedoeld in het eerste lid van dit artikel omtrent solidariteit bij veroordeeling tot boete, voorziening in geval van wanbetaling van boete, bestemming van boete en van verbeurdverklaarde, niet vernietigde of onbruikbaar gemaakte voorwerpen, verval van het recht van strafvordering door transactie of door vrijwillige betaling van het maximum der boete, alsmede omtrent verzachtende omstandigheden blijven of zijn ingetrokken. Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Waar in de thans bestaande wetten het geven van nadere voorschriften aan algemeene maatregelen van inwendig bestuur is overgelaten, zonder bepaling van straf tegen de overtreding van voorschriften bij die algemeene maatregelen van inwendig bestuur gegeven, zal die overtreding gestraft worden met hechtenis van ten hoogste veertien dagen of geldboete van de eerste categorie. 2001 664 27-12-2001 12-12-2001 28075 2001 664 27-12-2001 12-12-2001 28075 01-01-2002
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Staatsblad Hij die het reglement betrekkelijk de ontginning van steenkolenmijnen, behoorende bij Ons besluit van 28 Juni 1877 (n°. 155), overtreedt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de eerste categorie. 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 2001 664 27-12-2001 12-12-2001 28075 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 01-01-2002 De wijzigingsopdracht is niet geheel juist.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Staatsblad Onverminderd de bepalingen van de drie voorgaande artikelen blijft art. 1 van de wet van 6 Maart 1818 (n°. 12) tot den 1sten September 1893 van kracht Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1892 181 10-08-1892 1892 181 10-08-1892 31-08-1892
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Staatsblad Art. 74 der wet van 6 Juli 1850 (n°. 39), regelende "de zamenstelling en magt van de Provinciale Staten" blijft van kracht. 2 Staatsblad Staatsblad Art. 1 der wet van 25 Mei 1880 (n°. 86) "tot herziening der wet van 6 Maart 1818 (n°. 12) omtrent de straffen tegen overtreders van algemeene verordeningen, enz." blijft van kracht. Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1915 247 16-12-1915 1915 511 16-12-1915 30-12-1915
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Staatsblad Art. 47 van de wet van 29 Juni 1851 (n°. 85), regelende "de zamenstelling, inrigting en bevoegdheid der gemeentebesturen", blijft van kracht. Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Vervallen 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Vervallen 1895 139 20-07-1895 1895 139 20-07-1895 16-08-1895
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 In de bestaande provinciale, gemeente- of waterschapsverordeningen, reglementen, reglementaire voorschriften of keuren wordt de gevangenisstraf vervangen door hechtenis, het minimum der hechtenis op één dag en dat der geldboete op vijftig cents gesteld. 2 Wanneer gevangenisstraf en geldboete te zamen of afzonderlijk op het feit zijn gesteld, kan de rechter slechts één van beide opleggen. 3 Staatsblad Behoudens het bij dit artikel bepaalde blijft art. 3 van de wet van 25 Mei 1880 (n°. 86) van kracht. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 13-05-1886
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 artt. 20-27 De strafbare feiten, bedoeld in de, worden beschouwd als overtredingen. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Wetboek van Strafrecht De bepalingen van hetomtrent strafverzwaring, in geval van herhaling van strafbare feiten, worden toegepast ook indien de vroegere veroordeeling wegens soortgelijk feit of de vrijwillige betaling van de boete onder de heerschappij der oude wetgeving plaats had, zelfs wanneer in die wetgeving aan het eerste feit eene andere qualificatie werd gegeven. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Ter bepaling van de bevoegdheid van den rechter en de wijze van rechtspleging, wordt uitsluitend de wetgeving toegepast in werking op het tijdstip waarop rechtsingang werd verleend of, voor de eerste maal, rauwelijks voor de openbare terechtzitting gedagvaard. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 In alle zaken waarin vóór 1 September 1886 reeds, al ware het bij verstek, een eindvonnis gewezen is, worden, ook na verzet of na gebruik van het middel van hooger beroep of van cassatie, uitsluitend de oude strafrechtelijke bepalingen toegepast. 2 art. 48 Indien daarentegen wegens een feit vóór 1 September 1886 gepleegd, eerst op of na dien dag het eerste eindvonnis gewezen wordt, gelden de bepalingen der vijftien volgende artikelen en van. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Indien in de oude wetgeving levenslange tuchthuisstraf is gesteld, treedt daarvoor levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren in de plaats. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Indien in de oude wetgeving vijf tot vijf en twintigjarige tuchthuisstraf is gesteld, treedt daarvoor gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren in de plaats. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Indien in de oude wetgeving vijf tot twintigjarige tuchthuisstraf is gesteld, treedt daarvoor gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren in de plaats. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Indien in de oude wetgeving vijf tot vijftienjarige tuchthuisstraf of deportatie is gesteld, treedt daarvoor gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren in de plaats. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Indien in de oude wetgeving vijf tot tienjarige tuchthuisstraf is gesteld, treedt daarvoor gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren in de plaats. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Indien in de oude wetgeving verbanning is gesteld, treedt daarvoor gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren en zes maanden in de plaats. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 artt. 32-37 art. 28, n°. 1, 2, 3 en 4 van het Wetboek van Strafrecht artikel 31 van dat Wetboek In de gevallen in debedoeld is de rechter bevoegd, ontzetting uit te spreken van de invermelde rechten, benevens van voogdij en curateele over eigen kinderen, voor den duur inaangewezen. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Indien in de oude wetgeving correctioneele gevangenisstraf is gesteld, treedt daarvoor in de plaats gevangenisstraf waarvan het maximum wordt verminderd tot de helft. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Staatsblad art. 28, n°. 1, 2, 3 en 4 van het Wetboek van Strafrecht Indien naar de oude wetgeving ontzetting had kunnen worden uitgesproken van al de in art. 8 der wet van 29 Juni 1854 (n°. 102) vermelde rechten, treedt daarvoor 's rechters bevoegdheid tot ontzetting van de invermelde rechten, benevens van voogdij en curateele over eigen kinderen, in de plaats. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 Staatsblad art. 28 van het Wetboek van Strafrecht Indien naar de oude wetgeving ontzetting had kunnen worden uitgesproken van sommige der in art. 8 der wet van 29 Juni 1854 (n°. 102) vermelde rechten, kan die ontzetting slechts plaats hebben in zoover die rechten ook invermeld zijn. 2 art. 8 Het laatste lid vanblijft buiten toepassing. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Indien in de oude wetgeving politiegevangenisstraf is gesteld, treedt daarvoor hechtenis van gelijken duur in de plaats. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 artt. 10 18 23 van het Wetboek van Strafrecht Ten aanzien van het minimum der gevangenisstraf, hechtenis en geldboete, gelden de bepalingen der,en. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 artt. 32-37 39 42 dezer wet Indien de strafbepalingen der nieuwe wetgeving voor den schuldige minder ongunstig mochten zijn dan die van de oude wetgeving na de verwisseling in de,envoorgeschreven, worden alleen de bepalingen der nieuwe wetgeving toegepast. 2 Alleen de maxima der gestelde straffen worden in vergelijking gebracht. 3 Bij cumulatieve of alternatieve strafbedreiging worden alleen de zwaarste straffen in vergelijking gebracht. 4 Bijkomende straffen worden niet in vergelijking gebracht. 5 Voor zooveel geldboeten betreft, wordt alleen het bedrag der boeten, niet de duur der subsidiaire gevangenisstraf of hechtenis in vergelijking gebracht. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 Opzending van bedelaars of landloopers naar een bedelaarsgesticht of werkhuis, kan slechts worden gelast voor zoover krachtens de nieuwe wetgeving veroordeeling tot plaatsing in eene Rijkswerkinrichting zou kunnen worden uitgesproken. 2 De opzending is in geen geval verplichtend. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 Indien hetzij naar de oude, hetzij naar de nieuwe wetgeving, het feit alleen op klachte vervolgbaar is, wordt de strafvordering niet ontvankelijk verklaard tenzij de klacht is gedaan. 2 art. 66 van het Wetboek van Strafrecht art. 2 dezer wet De invastgestelde termijn vangt aan op den dag inbedoeld. 3 art. 67 van het Wetboek van Strafrecht Ten aanzien van klachten vóór dien dag ingediend vangt op dien dag de termijn aan bedoeld in. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 Vervallen 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 Wetboek van Strafrecht Alle bepalingen in hetgemaakt, betrekkelijk den ingang, de wijze en de kosten van tenuitvoerlegging van straffen, daaronder begrepen de bepalingen betrekkelijk de bestemming van boete en van verbeurdverklaarde voorwerpen en de straffen die, bij gebreke van voldoening aan de rechterlijke uitspraak, daarvoor in de plaats treden, zijn toepasselijk. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Art. 35 van het Wetboek van Strafrecht is niet van toepassing op straffen, die ten uitvoer worden gelegd krachtens vonnissen vóór 1 September 1886 gewezen. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Deze wet treedt in werking op den 1sten September 1886. 1886 64 15-04-1886 1886 64 15-04-1886 01-09-1886