Wet van 15 april 1896, houdende bepalingen ter uitvoering van artikel 152, 2de lid, der Grondwet
- BWB-id
- BWBR0001863
- Type
- Wet
- Ministerie
- Defensie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2017-09-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0001863
- ELI
- /eli/nl/wet/1896/wet-militaire-inundati-n
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1896/wet-militaire-inundati-n/2017-09-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0001863&g=2017-09-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0001863&z=2026-06-06&g=2017-09-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0001863/2017-09-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1896/wet-militaire-inundati-n
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 artikelen 7, eerste lid, en 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden artikelen 1a 2 3 Onverminderd dekunnen, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de,enin werking worden gesteld. 2 Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen, wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer gezonden omtrent het voortduren van de werking van de bij dat besluit in werking gestelde bepalingen. 3 Wordt het voorstel van wet door de Staten-Generaal verworpen, dan worden bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, onverwijld buiten werking gesteld. 4 Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, worden bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, buiten werking gesteld, zodra de omstandigheden dit naar Ons oordeel toelaten. 5 Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt op de daarin te bepalen wijze bekendgemaakt. Het treedt in werking terstond na de bekendmaking. 6 Staatsblad Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt in ieder geval geplaatst in het. 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 1997 172 29-04-1997 23-04-1997 01-05-1997 De artikelen 1a, 2 en 3 kunnen volgens artikel 7, eerste lid en
artikel 8, eerste lid van de Coördinatiewet
uitzonderingstoestanden in beperkte en in algemene noodtoestand
in werking worden gesteld.
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. De Minister van Defensie, dan wel elke daartoe door hem gemachtigde militaire autoriteit, is bevoegd het voorbereiden of het stellen van militaire inundatiën te gelasten. 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 artikel 1 Wanneer, tot het voorbereiden of het stellen van militaire inundatiën ten gevolge van den last of krachtens de machtiging inbedoeld, het gebruik van eigendom wordt gevorderd, al dan niet gepaard gaande met wijziging, tijdelijke of voortdurende onbruikbaarmaking of vernietiging van dat eigendom, kan, op last van de hoogste militaire overheid ter plaatse aanwezig, onmiddellijk tot dat gebruik worden overgegaan. 2 Deze zorgt onverwijld voor openbare bekendmaking ter plaatse. 1896 71 15-04-1896
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. Te rekenen van het tijdstip der in het vorige artikel bedoelde openbare bekendmaking zijn de beheerders van waterstaatswerken, gelegen binnen het te inundeeren gebied of welke in betrekking staan met het voorbereiden of het stellen van militaire inundatiën, verplicht de bevelen na te komen, welke hun, in verband met het voorbereiden of het stellen van de inundatiën, met betrekking tot hun beheer worden gegeven door de hoogste militaire overheid ter plaatse aanwezig, en zijn evengemelde beheerders alsmede de eigenaren en gebruikers van binnen dat gebied gelegen eigendommen verplicht aan genoemde militaire overheid, desverlangd, de voor het voorbereiden of stellen der inundatiën noodige inlichtingen te verstrekken. 1896 71 15-04-1896
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2 Zoodra het gebruik, bedoeld in, niet meer noodig is, wordt het gebruikte eigendom door den Minister van Defensie weder geheel ter beschikking van de rechthebbenden gesteld. De wederbeschikbaarstelling wordt door genoemden Minister ter algemeene kennis gebracht. 2 De Minister van Defensie is bevoegd, voor rekening van den Staat, het gebruikte eigendom terug te brengen in den toestand, waarin het zich vóór de ingebruikneming bevond. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 tweede lid van artikel 4 Wanneer door het voorbereiden of het stellen van de militaire inundatiën in de vorige artikelen bedoeld, eigendommen worden beschadigd of aan de vrije beschikking van de eigenaren, de beperkt gerechtigden, de pachters of de huurders onttrokken, wordt aan hen, op hunne aanvrage, de schade, welke daardoor mocht zijn geleden, vergoed, voor zoover die schade als het onmiddellijke en dadelijke gevolg van het voorbereiden of het stellen der inundatiën moet worden beschouwd, en voor zoover daarin niet door toepassing van het bepaalde in het, is of wordt voorzien. 2 De hierbedoelde aanvrage moet aan den Minister van Defensie worden ingediend binnen eene maand na de dagteekening van de in het vorige artikel bedoelde kennisgeving. 3 Door de hoogste militaire overheid ter plaatse aanwezig kan, bijaldien zulks wordt verlangd, op de schadevergoeding voorschot worden verstrekt. 1989 490 25-10-1989 19077 1991 607 03-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 5 Binnen twee maanden nadat de invermelde aanvrage bij het Ministerie van Defensie is ontvangen, biedt de Minister van Defensie aan den belanghebbende eene bepaalde som gelds aan ter vergoeding der geleden schade. Is binnen den gestelden termijn geen aanbod door den belanghebbende ontvangen, of acht hij de aangeboden schadevergoeding niet voldoende, dan kan hij het geschil op de gewone wijze door het instellen van een vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen. 2016 290 21-07-2016 13-07-2016 34212 2017 174 04-05-2017 01-05-2017 01-09-2017 Artikel CIX van Stb. 2016/290 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.