Wet van 2 juli 1923, tot regeling van de pensioenen voor de reserve-adjudanten-onderofficier van de landmacht, die op grond van de door hen bekleede betrekking geacht worden voortdurend in werkelijken dienst te zijn of geweest te zijn, alsmede voor hunne weduwen en weezen
- BWB-id
- BWBR0001917
- Type
- Wet
- Ministerie
- Defensie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1927-02-06
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0001917
- ELI
- /eli/nl/wet/1920/wet-tot-regeling-pensioenen-voor-de-reserve-adjudanten-onder
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1920/wet-tot-regeling-pensioenen-voor-de-reserve-adjudanten-onder/1927-02-06
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0001917&g=1927-02-06
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0001917&z=2026-06-06&g=1927-02-06
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0001917/1927-02-06
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1920/wet-tot-regeling-pensioenen-voor-de-reserve-adjudanten-onder
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Staatsblad Ten aanzien van de reserve-adjudanten-onderofficier, die op grond van de door hen bekleede betrekking geacht worden voortdurend in werkelijken dienst te zijn of te zijn geweest, worden van toepassing verklaard de bepalingen van de Pensioenwet voor de landmacht (1922 n°. 66). De tijd, gedurende welken zij in bedoelde betrekking zijn werkzaam geweest, wordt beschouwd als onder de wapenen te zijn doorgebracht. 1923 326 02-07-1923 1923 326 02-07-1923 01-01-1920
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 1 zin van artikel 2 De inbedoelde onderofficieren worden beschouwd als vrijwillig dienende militairen in dender Militaire Weduwenwet 1922, ook al zouden zij reeds als gepensionneerd militair voor hunne weduwen en weezen aanspraak op pensioen hebben op grond van voormelde wet. 2 artikel 1 a artikel 3 onder Onderofficieren, als inbedoeld, die in het tijdvak van 1 Januari 1918 tot 1 Juli 1922 als zoodanig zijn gepensionneerd, worden uit dien hoofde van 1 Januari 1920 af beschouwd als gepensionneerde militairen in den zin vander Militaire Weduwenwet 1922, ongeacht of zij al dan niet reeds als gepensionneerd militair voor hunne weduwen en weezen uitzicht hadden op pensioen ten laste van het weduwen- en weezenfonds voor militairen en gepensionneerde militairen van de landmacht. 1926 442 28-12-1926 1926 442 28-12-1926 06-02-1927 01-07-1922
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 1 artikel 1 Het bepaalde bijdezer wet wordt geacht in werking te zijn getreden op 1 Januari 1920, terwijl de pensioenen, welke in het tijdvak van 1 Januari 1918 tot 1 Januari 1920 zijn verleend aan reserve-adjudanten-onderofficier, als waarvan in gemeld artikel sprake is, te rekenen van laatstgenoemden datum zullen worden herzien aan de hand van de ingenoemde wet, voor zoover zulks voor de belanghebbenden voordeelig zal blijken te zijn. artikel 2 Het bepaalde bijwordt geacht in werking te zijn getreden op 1 Juli 1922. artikel 1 artikel 1 Staatsblad Aan de weduwen en weezen van reserve-adjudanten-onderofficier, als inbedoeld, - voor zoover die militairen zijn overleden in het tijdvak van 1 Januari 1920 tot 1 Juli 1922 - wordt, te rekenen van laatstgemelden datum, pensioen toegekend naar de bepalingen der Militaire Weduwenwet 1922 en ten laste van het indier wet genoemde fonds, berekend naar den pensioensgrondslag, welke voor de overledenen zou hebben gegolden, indien zij op den datum van overlijden waren gepensionneerd op grond van de Pensioenwet voor de Landmacht (1922, n°. 66), ongeacht of zij al dan niet deelgenoot waren van het voormalige weduwen- en weezenfonds voor militairen en gepensionneerde militairen van de landmacht. 1925 225 05-06-1925 1925 225 05-06-1925 15-07-1925 01-07-1922