Wet van 27 september 1920, tot uitbreiding van het Staatsmijnveld
- BWB-id
- BWBR0001901
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2002-01-01 t/m 2002-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0001901
- ELI
- /eli/nl/wet/1920/wet-tot-uitbreiding-van-het-staatsmijnveld
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1920/wet-tot-uitbreiding-van-het-staatsmijnveld/2002-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0001901&g=2002-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0001901&z=2026-06-06&g=2002-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0001901/2002-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1920/wet-tot-uitbreiding-van-het-staatsmijnveld
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Vlodrop Bulletin des Lois De ontginning van een steenkolenmijn in het terrein bij, dat op de bij deze wet behoorende kaart in gele kleur met rood omlijnd is aangeduid, zal geschieden van Staatswege; aan den Staat wordt de eigendom van deze mijn toegekend als ware voor de ontginning volgens de wet van 21 April 1810 (n°. 285) concessie verleend. 1920 752 27-09-1920 1920 752 27-09-1920 14-11-1920
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 1 Limburg, Het inbedoelde terrein in de provinciegroot plm. 2200 H.A., is begrensd als volgt: ten westen door een rechte lijn, getrokken van grenspaal 407 naar grenspaal n°. 373; ten Zuiden, ten Oosten en ten Noorden door de Rijksgrens met Duitschland. 1920 752 27-09-1920 1920 752 27-09-1920 14-11-1920
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikelen 1 2 De eigenaren van grond, gelegen boven de in deenaangewezen mijn, hebben recht op uitkeering uit 's Rijks schatkist van € 5,67 per H.A. 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 01-01-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3 Hij, die een uitkeering, als inbedoeld, meent te kunnen vorderen, moet zich ter verkrijging daarvan binnen één jaar na het in werking treden van deze wet, met overlegging van bewijsstukken tot staving van zijn recht, wenden tot Onzen Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel, die hem binnen zes maanden na dien termijn kennis geeft, of hij zich met de vordering, en tot welk bedrag, vereenigt. 2 Wordt aan den belanghebbende het bedrag, waarop hij aanspraak maakt, niet binnen zes maanden na dagteekening van de in het eerste lid voorgeschreven kennisgeving uitbetaald, zoo kan hij, binnen zes maanden na het verstrijken van dien termijn, zijne vordering in rechte doen gelden. 1920 752 27-09-1920 1920 752 27-09-1920 14-11-1920
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Bulletin des Lois Met uitzondering van de bepalingen betreffende de uitkeeringen aan de schatkist en betreffende de mijnpolitie, alsmede van die, welke onderwerpen regelen, waarin bij deze Wet is voorzien, is de wet van 21 April 1810 (n°. 285) op ontginning van deze mijn door den Staat toepasselijk. 1920 752 27-09-1920 1920 752 27-09-1920 14-11-1920