Wet van 1 mei 1925, tot herziening in het algemeen belang van bij erfstelling of legaat gemaakte bedingen
- BWB-id
- BWBR0001923
- Type
- Wet
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 1998-04-01 t/m 2002-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0001923
- ELI
- /eli/nl/wet/1925/wet-herziening-bedingen-bij-erfstelling-of-legaat
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1925/wet-herziening-bedingen-bij-erfstelling-of-legaat/1998-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0001923&g=1998-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0001923&z=2026-06-06&g=1998-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0001923/1998-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1925/wet-herziening-bedingen-bij-erfstelling-of-legaat
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Wanneer veertig jaren zijn verloopen na het overlijden van den erflater of na den dag, sedert welken rechtsvermoeden van diens overlijden bestaat, kan een bij erfstelling of legaat gemaakt beding met uitzondering van een beding, waarbij een stichting is in het leven geroepen op verzoek van dengene, die het beding behoort na te leven, door den Hoogen Raad der Nederlanden in het algemeen belang, zulks zooveel mogelijk in aansluiting aan de bedoeling van den erflater, worden herzien of vervallen verklaard, indien en voor zoover het betreft: de plaats, waar en de wijze, waarop voortbrengselen van kunst of voorwerpen van geschiedkundigen of wetenschappelijken aard, geschriften hieronder begrepen, in eene voor het publiek toegankelijke verzameling moeten worden bewaard; de mate, waarin en de voorwaarden, waaronder aan het publiek gelegenheid moet worden verschaft om voortbrengselen en voorwerpen, als hiervoor bedoeld, te bezichtigen en te gebruiken; de bestemming, welke in het belang van de kunst of de wetenschap aan gelden moet worden gegeven. 1956 327 31-05-1956 3463 1956 511 18-10-1956 01-01-1957
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Het verzoek wordt aan den Hoogen Raad gedaan bij met redenen omkleed verzoekschrift. 2 Indien het strekt tot herziening van een beding, wordt in het verzoekschrift medegedeeld, hoedanige herziening wordt gewenscht. 3 Op het verzoek worden de afstammelingen in de rechte lijn tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond en de echtgenoot van den erflater gehoord, althans op door den Hoogen Raad te bepalen wijze daartoe opgeroepen. 4 De Hooge Raad hoort, indien hij dit noodig acht, getuigen en deskundigen. 5 Alle verhooren hebben in het openbaar plaats. 6 De verzoeker wordt in de gelegenheid gesteld, opmerkingen te maken naar aanleiding van de door de gehoorde personen afgelegde verklaringen en het verzoek mondeling toe te lichten. 7 De Hooge Raad is ambtshalve bevoegd een beding, waarvan de vervallen-verklaring is verzocht, te herzien, alsmede een beding op andere wijze te herzien dan is verzocht. 1997 773 30-12-1997 24-12-1997 25189 1998 127 10-03-1998 21-02-1998 01-04-1998
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De beschikking van den Hoogen Raad, waarbij een beding is herzien of vervallen verklaard, wordt niet van kracht, dan nadat deze door Ons zal zijn goedgekeurd. 1925 174 01-05-1925 3463 1925 174 01-05-1925 3463 08-06-1925
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Het bepaalde in de voorgaande drie artikelen is van toepassing op een herzien beding, mits tien jaar zijn verloopen, nadat de beschikking van den Hoogen Raad, waarbij het beding is herzien, van kracht is geworden. 1925 174 01-05-1925 3463 1925 174 01-05-1925 3463 08-06-1925
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De vervallen-verklaring van eene erfstelling of een legaat kan worden gevraagd ter zake dat een herzien beding, hetwelk in de plaats is getreden van een beding, waaronder de erfstelling of het legaat is gemaakt, niet is nageleefd. 2 Het bepaalde in het tweede en het derde lid van artikel 1051 van het Burgerlijk Wetboek is in dat geval van toepassing. 1956 327 31-05-1956 3463 1956 511 18-10-1956 01-01-1957