Wet van 5 juni 1913, tot regeling der arbeiders-ziekteverzekering
- BWB-id
- BWBR0001888
- Type
- Wet
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0001888
- ELI
- /eli/nl/wet/1929/ziektewet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1929/ziektewet/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0001888&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0001888&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0001888/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1929/ziektewet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Voor de toepassing van deze wet en van de tot haar uitvoering genomen besluiten wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b. hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in; c. lichamen: rechtspersonen, maat- en vennootschappen, samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid die met verenigingen maatschappelijk gelijk kunnen worden gesteld, ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen en doelvermogens; d. Vreemdelingenwet 2000 vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de; e. onbetaald verlof: een tussen werkgever en werknemer voor een gedeelte of het geheel van de arbeidstijd overeengekomen verlof, waarin de werknemer geen arbeid jegens de werkgever verricht; f. Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten artikel 2.3 van de Wet forensische zorg rechtens zijn vrijheid is ontnomen: rechtens zijn vrijheid is ontnomen, behoudens de gevallen, bedoeld in de, in deen in; g. artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen justitiële inrichting: een penitentiaire inrichting, een instelling voor de verpleging van ter beschikking gestelden, of een inrichting als bedoeld in; h. artikel 40, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet financiering sociale verzekeringen eigenrisicodrager: de werkgever aan wie de toestemming is verleend, bedoeld in; i. artikel 1, onderdeel k, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen overheidswerkgever: de werkgever, bedoeld in; j. artikel 1 van de Rijkswet instelling exclusieve economische zone continentaal plat: de exclusieve economische zone van het Koninkrijk, bedoeld in, voor zover deze grenst aan de territoriale zee van Nederland; k. Wetboek van Strafrecht vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het; l. artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag artikelen 7, derde lid minimumloon: het minimumloon, bedoeld inof, indien het een persoon jonger dan 21 jaar betreft, het op grond van de, en 8, derde lid, van die wet voor zijn leeftijd geldende minimumloon; m. artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap uitreiziger: persoon ten aanzien van wie op grond van een melding van de opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gericht aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, is gebleken dat het gegronde vermoeden bestaat dat deze persoon zich buiten Nederland bevindt met het doel om zich aan te sluiten bij een organisatie die is geplaatst op de lijst van organisaties, bedoeld in. n. artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet bedrijfsarts: de persoon, bedoeld in, die belast is met de bijstand, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van die wet; o. artikel 14a, tweede en derde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet arbodienst: arbodienst: een dienst als bedoeld in. 2 Voor de toepassing van deze wet en van de tot haar uitvoering genomen besluiten wordt gelijkgesteld met: a. echtgenoot: geregistreerde partner; b. echtgenoten: geregistreerde partners; c. gehuwd: als partner geregistreerd. 3 Voor de toepassing van deze wet en van de tot haar uitvoering genomen besluiten wordt: a. als gehuwd of als echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad; b. als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is. 4 Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins. 5 Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en: a. zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk zijn gesteld; b. uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander; c. zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding, bedoeld in het vierde lid. 6 Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het vijfde lid, onderdeel d. 7 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen wordt verstaan onder het blijk geven zorg te dragen voor een ander, zoals bedoeld in het vierde lid. 8 Onder bloedverwant in de eerste graad als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, wordt mede verstaan een meerderjarig aangehuwd kind of een meerderjarig voormalig pleegkind van de ongehuwde meerderjarige. 9 Wet op de jeugdzorg Jeugdwet Algemene Kinderbijslagwet Onder voormalig pleegkind als bedoeld in het achtste lid wordt verstaan een pleegkind voor wie de ongehuwde meerderjarige een pleegvergoeding ontving of ontvangt op grond van deof de, of kinderbijslag ontving op grond van de. 2023 168 23-05-2023 12-05-2023 35335 2023 247 07-07-2023 27-06-2023 01-01-2024
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Waar iemand woont en waar een lichaam gevestigd is, wordt naar de omstandigheden beoordeeld. 2 Voor de toepassing van het eerste lid worden schepen die binnen Nederland hun thuishaven hebben, beschouwd als deel van Nederland. 2005 710 27-12-2005 22-12-2005 30318 2005 711 27-12-2005 22-12-2005 29-12-2005
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a Vervallen 2002 584 10-12-2002 14-11-2002 27873 2003 72 27-02-2003 24-02-2003 01-03-2003
Artikel 2b — Artikel 2b#
Artikel 2b Vervallen 2000 627 28-12-2000 21-12-2000 27248 2000 627 28-12-2000 21-12-2000 27248 01-01-2001
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Werknemer is de natuurlijke persoon die in privaatrechtelijke of in publiekrechtelijke dienstbetrekking staat. 2 Wie zijn dienstbetrekking buiten Nederland en het continentaal plat vervult, wordt niet als werknemer beschouwd, tenzij hij in Nederland woont en zijn werkgever eveneens in Nederland woont of gevestigd is. Voor zover een werkgever: a. in Nederland een vaste inrichting voor de uitoefening van zijn bedrijf of beroep of een in Nederland wonende of gevestigde vaste vertegenwoordiger heeft; of b. in Nederland een of meer personen in dienst heeft en hij door of vanwege Onze Minister als werkgever is aangewezen, wordt hij voor de toepassing van de eerste volzin gelijkgesteld met een in Nederland wonende of gevestigde werkgever. 3 artikel 8, onderdelen a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000 In afwijking van het eerste en tweede lid wordt niet als werknemer beschouwd de vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat: a. personen, die buiten Nederland wonen ook als werknemer worden beschouwd, voor zover zij hun dienstbetrekking buiten Nederland vervullen; b. personen, die in Nederland wonen, ook als werknemer worden beschouwd, voor zover zij hun dienstbetrekking buiten Nederland vervullen en hun werkgever buiten Nederland woont of gevestigd is. 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan van het eerste, tweede en derde lid worden afgeweken ten aanzien van: a. vreemdelingen; b. personen, op wie een regeling van toepassing is inzake verzekering tegen geldelijke gevolgen van arbeidsongeschiktheid van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, de sociale wetgeving van Nederland ten behoeve van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van een andere mogendheid, of van een volkenrechtelijke organisatie; en c. personen, die slechts tijdelijk in Nederland verblijven of tijdelijk in Nederland werkzaam zijn. 6 Bij een maatregel, als bedoeld in het vijfde lid, kan worden afgeweken van het derde lid ten aanzien van: a. vreemdelingen die rechtmatig in Nederland arbeid verrichten, dan wel hebben verricht; b. artikel 8, onderdelen a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 8, onderdeel g of h, van de Vreemdelingenwet 2000 vreemdelingen die, na rechtmatig verblijf te hebben gehouden in de zin van, rechtmatig in Nederland verblijf hebben als bedoeld in. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a artikel 3 Zo nodig in afwijking vanen de daarop berustende bepalingen: a. wordt als werknemer beschouwd de persoon van wie de verzekering op grond van deze wet voortvloeit uit de toepassing van bepalingen van een verdrag of van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie; b. wordt niet als werknemer beschouwd de persoon op wie op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie de wetgeving van een andere mogendheid van toepassing is. 1998 267 14-05-1998 29-04-1998 25873 1998 267 14-05-1998 29-04-1998 25873 15-05-1998 01-01-1992 Werkt terug tot en met 1 januari 1992.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Als dienstbetrekking wordt mede beschouwd de arbeidsverhouding van: a. artikel 750 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek degene, die anders dan als zelfstandige en anders dan als thuiswerker, ingevolge een overeenkomst tot aanneming van werk als bedoeld in, persoonlijk een werk tot stand brengt; b. a degene, die de onderdeelbedoelde persoon bij het tot stand brengen van dat werk bijstaat; c. degene, die krachtens overeenkomst met een ander tegen beloning geregeld zijn bemiddeling verleent tot het tot stand komen van overeenkomsten tussen daartoe door hem te bezoeken personen en die ander, mits hij de bedoelde bemiddeling uitsluitend voor die ander verleent, het verlenen van die bemiddeling niet een voor hem bijkomstige werkzaamheid is en hij zich daarbij doorgaans niet door meer dan twee andere personen laat bijstaan; d. degene, die krachtens overeenkomst met een ander tegen beloning geregeld zijn bemiddeling verleent tot het tot stand komen van overeenkomsten tussen daartoe door hem te bezoeken personen en een opdrachtgever van die ander, mits hij de bedoelde bemiddeling uitsluitend voor die ander verleent, het verlenen van die bemiddeling niet een voor hem bijkomstige werkzaamheid is en hij zich daarbij doorgaans niet door meer dan twee andere personen laat bijstaan; e. artikel 132, derde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 129a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 6, eerste lid, onderdeel d de bestuurder van een vennootschap als bedoeld in, dan wel, indien een vennootschap toepassing geeft aan, de uitvoerend bestuurder, bedoeld in artikel 129a, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, van een vennootschap als bedoeld in artikel 132, derde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met uitsluiting van de directeur-grootaandeelhouder, bedoeld in; f. degene, die als lid van de bemanning van een vissersvaartuig aanspraak heeft op een aandeel in de besomming, tenzij hij 1°. als zodanig tegen geldelijke gevolgen van arbeidsongeschiktheid verzekerd is bij het Sociaal Fonds voor de Maatschapsvisserij of 2°. exploitant of mede-exploitant van het vaartuig is; g. degene, die werkzaam is om vakbekwaamheid te verwerven, onder wie mede wordt begrepen degene, die als leerling van een instelling van onderwijs praktisch werkzaam is, alsmede degene, die aan een bedrijfsschool opleiding ontvangt, een en ander indien een beloning wordt genoten, die niet uitsluitend bestaat in het ontvangen van onderricht; h. artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek degene, die als bestuurder werkzaam is ten behoeve van een coöperatie die met haar leden uitsluitend arbeidsovereenkomsten als bedoeld insluit, indien hij lid is van de coöperatie en deze blijkens haar statuten en met inachtneming van de vereisten gesteld in het derde lid en krachtens het vierde lid kan worden beschouwd als een coöperatie met werknemerszelfbestuur; i. Kaderwet dienstplicht Wet gewetensbezwaren militaire dienst de persoon die op grond van dezijn militaire dienstplicht vervult dan wel de persoon die op grond van deis verplicht tot het verrichten van vervangende dienst; j. artikel 37 van de Oorlogswet voor Nederland de persoon die op grond vanis aangemerkt als militair. 2 Het bepaalde in het vorige lid, onderdelen a en b, blijft buiten toepassing, indien de onderdeel a bedoelde overeenkomst rechtstreeks is aangegaan met een natuurlijk persoon ten behoeve van diens persoonlijke aangelegenheden. 3 h Een coöperatie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel, dient te voldoen aan de vereisten, dat: a. artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek doorgaans ten minste twee derde deel van het aantal van de personen met wie de coöperatie een arbeidsovereenkomst als bedoeld inheeft gesloten, lid van de coöperatie is; b. a het lidmaatschap van de coöperatie door ieder van de in onderdeelbedoelde personen onder dezelfde voorwaarden kan worden verkregen en voorwaarden van geldelijke aard geen wezenlijke belemmering vormen voor de verkrijging van het lidmaatschap; c. de leden van de coöperatie ieder één stem hebben; d. de arbeidsvoorwaarden van de leden van de coöperatie niet wezenlijk verschillen van hetgeen gebruikelijk is bij gelijksoortige ondernemingen in de desbetreffende bedrijfstak; e. b een lid van de coöperatie, behoudens in geval van liquidatie van de coöperatie, bij beëindiging van zijn lidmaatschap ten hoogste aanspraak kan maken op het door hem uit hoofde van een geldelijke voorwaarde als bedoeld in onderdeel, hetzij uit anderen hoofde aan de coöperatie betaalde bedrag, herrekend naar geldontwaarding. 4 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld waarbij de in het derde lid genoemde vereisten a. nader worden bepaald; b. worden aangevuld met andere vereisten op grond waarvan de coöperatie kan worden beschouwd als een coöperatie met werknemerszelfbestuur. 5 Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt onder zelfstandige verstaan de persoon die: a. paragraaf 3.2.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 in Nederland woont en die belastbare winst uit onderneming geniet als bedoeld in, tenzij hij de onderneming niet voor eigen rekening feitelijk drijft; of b. afdeling 7.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 niet in Nederland woont en die belastbare winst uit Nederlandse onderneming geniet als bedoeld in, tenzij hij de onderneming niet voor eigen rekening feitelijk drijft; c. artikel 6, eerste lid, onderdeel d directeur-grootaandeelhouder is als bedoeld in, en het werk tot stand brengt uitsluitend voor rekening en risico van de onderneming van de rechtspersoon waarvan hij directeur-grootaandeelhouder is. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld, ingevolge welke eveneens als dienstbetrekking wordt beschouwd de arbeidsverhouding van: a. degene, die als thuiswerker arbeid verricht; b. a degene, die de onderdeelbedoelde persoon als hulp bij het verrichten van de arbeid bijstaat; c. degene, die als musicus of anderszins als artiest optreedt dan wel als beroep een tak van sport beoefent; d. degene, die tegen beloning persoonlijk arbeid verricht en wiens arbeidsverhouding niet reeds ingevolge de voorgaande bepalingen als dienstbetrekking wordt beschouwd, doch hiermede maatschappelijk gelijk kan worden gesteld. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Als dienstbetrekking wordt niet beschouwd de arbeidsverhouding van: a. degene, die minister, staatssecretaris, commissaris van de Koning, burgemeester, Nationale ombudsman, substituut-ombudsman, lid van gedeputeerde staten, wethouder, voorzitter van een waterschap of de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, is; b. degene die als vrijwilliger werkzaamheden verricht als politiebeambte, alsmede van degene die als vrijwilliger al dan niet tegen loon werkzaamheden verricht bij de brandweer; c. degene die doorgaans op minder dan vier dagen per week uitsluitend of nagenoeg uitsluitend diensten verricht ten behoeve van het huishouden van de natuurlijke persoon tot wie hij in dienstbetrekking staat; d. de directeur-grootaandeelhouder; e. artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 degene die als vrijwilliger als bedoeld in, uitsluitend vergoedingen of verstrekkingen als bedoeld in dat lid ontvangt met een gezamenlijke waarde van ten hoogste de in dat artikellid genoemde bedragen per maand en per kalenderjaar. 2 Geen dienstbetrekking wordt geacht aanwezig te zijn op dagen, waarop geen arbeid wordt verricht en geen uitkering of een uitkering van minder dan de helft van het normale loon van de werkgever wordt genoten, tenzij het niet verrichten van de arbeid zijn oorzaak vindt in: a. een normale onderbreking van of verhindering tot het verrichten van de arbeid, zolang deze onderbreking of verhindering niet langer dan een maand heeft geduurd; b. weersinvloeden, gebrek aan materialen of dergelijke omstandigheden; c. vervallen; d. de omstandigheid, dat de dienstbetrekking er toe strekt, dat slechts een gedeelte van een normale werkweek arbeid wordt verricht; e. de omstandigheid, dat de dienstbetrekking er toe strekt, dat niet regelmatig in elke kalenderweek arbeid wordt verricht, voor zover het betreft de kalenderweek waarin arbeid wordt verricht of arbeid zou worden verricht, indien de betrokkene niet arbeidsongeschikt was geworden; f. Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering arbeidsongeschiktheid terzake waarvan ziekengeld op grond van deze wet is toegekend of terzake waarvan recht bestaat op een uitkering op grond van deof de. 3 Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, wordt onder het verrichten van diensten ten behoeve van een huishouden mede verstaan het verlenen van zorg aan de leden van dat huishouden. 4 Het eerste en tweede lid zijn alleen van toepassing op de aldaar bedoelde arbeidsverhoudingen. 5 d Door Onze Minister worden, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, regels gesteld omtrent hetgeen onder directeur-grootaandeelhouder, bedoeld in het eerste lid, onderdeel, wordt verstaan. 2018 424 22-11-2018 17-10-2018 34977 2018 425 22-11-2018 08-11-2018 01-01-2019
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a Vervallen 2004 720 29-12-2004 23-12-2004 29677 2004 721 29-12-2004 23-12-2004 01-01-2005 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Voor de toepassing van deze wet wordt als werknemer beschouwd: a. Werkloosheidswet degene, die krachtens de verplichte verzekering op grond van deuitkering ontvangt; b. in door Onze Minister aan te wijzen gevallen degene die: 1° artikel 16, eerste lid, onderdeel a, van de Werkloosheidswet in een kalenderweek ten minste vijf arbeidsuren minder heeft dan zijn gemiddeld aantal arbeidsuren per kalenderweek of een aantal arbeidsuren heeft dat ten hoogste gelijk is aan de helft van zijn gemiddeld aantal arbeidsuren per kalenderweek als bedoeld in, doch aan wie geen uitkering wordt verleend op grond van enige bepaling van die wet; of 2° als gevolg van de regels gesteld in de ministeriële regeling op grond van artikel 1a, tweede lid, van de Werkloosheidswet geen arbeidsuren minder heeft als bedoeld onder 1°. 2013 236 28-06-2013 19-06-2013 33556 2013 261 28-06-2013 14-06-2013 01-07-2013
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Voor de toepassing van deze wet wordt mede als werknemer beschouwd: a. degene, die krachtens de verplichte verzekering ingevolge deze wet ziekengeld ontvangt; b. in door Onze Minister aan te wijzen gevallen degene, die wegens ziekte niet werkt, doch aan wie geen ziekengeld wordt verleend op grond van enige bepaling van deze wet; c. artikel 29, eerste lid Toeslagenwet degene, die wegens ziekte niet werkt, doch aan wie geen ziekengeld wordt betaald op grond van, maar wel een toeslag op grond van de. 2003 555 30-12-2003 19-12-2003 29231 2003 556 30-12-2003 19-12-2003 01-01-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a 1 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Voor de toepassing van deze wet wordt mede als werknemer beschouwd degene, die op grond van de verplichte verzekering ingevolge dedan wel ingevolge deuitkering ontvangt. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op diegene die niet in Nederland woont. 2005 718 29-12-2005 22-12-2005 30223 2005 719 29-12-2005 22-12-2005 01-01-2006
Artikel 8b — Artikel 8b#
Artikel 8b 1 Tot een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, op voordracht van Onze Minister tezamen met Onze Minister van Binnenlandse Zaken, te bepalen tijdstip: a. artikel 1, onderdeel l, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen wordt niet als dienstbetrekking beschouwd de arbeidsverhouding van de overheidswerknemer, bedoeld in, alsmede b. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering is artikel 8a niet van toepassing op degene die uitsluitend uit hoofde van een of meer arbeidsverhoudingen als overheidswerknemer, dan wel uitsluitend uit hoofde van een of meer voormalige arbeidsverhoudingen als gewezen overheidswerknemer een uitkering ontvangt op grond van de verplichte verzekering op grond van de. 2 Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Het in het eerste lid bedoelde tijdstip kan voor groepen van overheidswerknemers als bedoeld in onderdeel a van dat lid, alsmede voor groepen van overheidswerknemers en gewezen overheidswerknemers met recht op een uitkering op grond van deals bedoeld in onderdeel b van dat lid, verschillend worden vastgesteld. 3 Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kunnen nadere en, zo nodig, tijdelijk van deze wet afwijkende regels worden gesteld. 1999 564 23-12-1999 15-12-1999 26722 1999 564 23-12-1999 15-12-1999 26722 24-12-1999 Artikel 33b werkt terug tot en met 1 januari 1999.
Artikel 8c — Artikel 8c#
Artikel 8c Voor de toepassing van deze wet wordt mede als werknemer beschouwd: a. artikel 3:6, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van die wet de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld inaan wie uitkering wordt betaald op grond van; b. artikel 29a hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg in door Onze Minister aan te wijzen gevallen, degene die in verband met zwangerschap en bevalling niet werkt, anders dan bedoeld in, doch aan wie geen uitkering wordt betaald op grond van; c. artikel 3:6, eerste lid, onderdeel a, van de Wet arbeid en zorg artikelen 4:2b, eerste tot en met zesde lid 6:3, eerste tot en met zesde lid de werknemer, bedoeld inaan wie een uitkering wordt betaald op grond van de, of. 2021 592 07-12-2021 13-10-2021 35613 2021 595 07-12-2021 26-11-2021 02-08-2022
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Werkgever is de overheidswerkgever onderscheidenlijk de natuurlijke persoon tot wie of het lichaam tot welk een of meer natuurlijke personen in dienstbetrekking staan. 2005 710 27-12-2005 22-12-2005 30318 2005 711 27-12-2005 22-12-2005 29-12-2005
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Als werkgever wordt beschouwd: a. artikel 4, eerste lid in de gevallen, bedoeld in, onderdeel: a b en: de aanbesteder; c d en: degene, met wie de overeenkomst tot bemiddeling is gesloten; e : de vennootschap; f : de exploitant of mede-exploitant van het vaartuig; g : degene, bij wie de werkzaamheden worden verricht of de opleiding wordt genoten; h : de coöperatie; i : Onze Minister van Defensie onderscheidenlijk Onze Minister; j : Onze Minister van Defensie. b. artikel 5 in de gevallen, bedoeld in, onderdeel: a : de opdrachtgever; b : de thuiswerker; c : degene, met wie het optreden of de sportbeoefening is overeengekomen; d artikel 5 : degene, die bij de inbedoelde algemene maatregel van bestuur als werkgever wordt aangewezen. c. artikel 6, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 de aangewezen inhoudingsplichtige, bedoeld in. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikelen 7, onderdeel a 8, onderdelen a en c 8a 8c, onderdelen a en c Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt als werkgever beschouwd in de gevallen, bedoeld in de,,en. 2 artikelen 7, onderdeel b 8, onderdeel b 8c, onderdeel b In de gevallen, bedoeld in de,, enwordt als werkgever beschouwd degene, die door Onze Minister als werkgever wordt aangewezen. 3 artikel 42 van de Zorgverzekeringswet artikel 9 10 12 Ingeval het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de uitkering of toeslag, bedoeld in de artikelen genoemd in het eerste lid, vermeerderd met de daarover door de werkgever verschuldigde premies en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in, betaalt aan de werkgever, bedoeld in,of, teneinde deze uitkering of toeslag door diens tussenkomst te doen uitbetalen, treedt voor de toepassing van het eerste lid, deze in de plaats van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onafhankelijk van het voortbestaan van de dienstbetrekking met die werkgever. 4 artikel 8, onderdeel a artikel 63a artikel 8a, eerste lid Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 82 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Indien een eigenrisicodrager de uitkering, bedoeld in, ingevolgebetaalt of de uitkering op grond van de, bedoeld in, ingevolgebetaalt, treedt deze eigenrisicodrager als werkgever in de plaats van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onafhankelijk van het voortbestaan van de dienstbetrekking met die eigenrisicodrager. 5 Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot de door de werkgever verschuldigde premies, bedoeld in het derde lid, nadere regels worden gesteld. 2018 451 11-12-2018 14-11-2018 34967 2019 483 17-12-2019 11-12-2019 35275 2018 452 11-12-2018 17-11-2018 01-07-2020
Artikel 11a — Artikel 11a#
Artikel 11a Vervallen 2010 867 29-12-2010 23-12-2010 32421 2010 868 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikelen 9 10 Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, in afwijking van het bepaalde in deeneen ander dan de aldaar bedoelde personen aanwijzen als werkgever met betrekking tot: a. degene, die krachtens overeenkomst met een ander tegen beloning geregeld zijn bemiddeling verleent tot het tot stand komen van overeenkomsten tussen daartoe door hem te bezoeken personen en een opdrachtgever van die ander; b. degene, die een thuiswerker als hulp bij het verrichten van de arbeid bijstaat; c. degene, die als musicus of anderszins als artiest optreedt dan wel als beroep een tak van sport beoefent. 1988 655 28-12-1988 20854 1988 656 28-12-1988 01-01-1990
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De werkgever is verplicht de werknemer gelegenheid te geven tot het uitoefenen van de hem bij of krachtens deze wet toegekende bevoegdheden en tot het nakomen van de hem bij of krachtens deze wet opgelegde verplichtingen, voor zover de uitoefening van die bevoegdheden en de nakoming van die verplichtingen niet buiten de arbeidstijd kan geschieden. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen Deze wet verstaat onder loon het loon in de zin van. 2 Loon, door verschillende personen tezamen onverdeeld genoten, wordt, voor zover niet blijkt van een andere verdeling, geacht door ieder van hen voor een gelijk deel te zijn genoten. 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 19, eerste of tweede lid artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen Voor de berekening van het ziekengeld waarop op grond van deze wet recht bestaat wordt als dagloon beschouwd 1/261 deel van het loon dat de werknemer in de periode van één jaar, die eindigt op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin de ongeschiktheid tot werken als bedoeld in, is ingetreden, verdiende in de dienstbetrekking waaruit hij door ziekte ongeschikt is geworden tot het verrichten van zijn arbeid, doch ten hoogste het bedrag, bedoeld in, met betrekking tot een loontijdvak van een dag. 2 Bij algemene maatregel van bestuur worden, onder meer wanneer de dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, korter heeft geduurd dan het jaar, bedoeld in het eerste lid, ten aanzien van de vaststelling van het dagloon, bedoeld in het eerste lid, en de herziening ervan nadere en zo nodig afwijkende regels gesteld. 2012 675 27-12-2012 20-12-2012 33327 2013 186 30-05-2013 22-05-2013 01-06-2013
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag De daglonen worden herzien met ingang van de dag waarop en in de mate waarin het bedrag genoemd inwordt herzien. 2 Door of namens Onze Minister wordt in de Staatscourant medegedeeld met ingang van welke dag en met welk percentage een herziening als bedoeld in het eerste lid plaatsvindt. 3 Een herziening van de uitkering als gevolg van een herziening van het dagloon vindt plaats zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld. 4 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betaalt de herziene uitkering, bedoeld in het derde lid, bij de eerstvolgende uitkeringsbetaling nadat de herziening, bedoeld in het eerste lid, heeft plaatsgevonden. 2023 168 23-05-2023 12-05-2023 35335 2023 247 07-07-2023 27-06-2023 01-01-2024 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 1953 578 24-12-1953 3034 1953 594 24-12-1953 01-01-1954
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 De verzekerde heeft bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte recht op ziekengeld overeenkomstig het bij of krachtens deze wet bepaalde. 2 De vrouwelijke verzekerde heeft bij ongeschiktheid tot het verrichten van haar arbeid die haar oorzaak vindt in zwangerschap of bevalling recht op ziekengeld overeenkomstig het bij of krachtens deze wet bepaalde. 3 artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg artikel 3:8 van die wet De vrouwelijke verzekerde heeft geen recht op ziekengeld gedurende de periode dat zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstigof een uitkering op grond van. 4 Voor de toepassing van deze wet worden onder ziekte mede verstaan gebreken. 5 artikel 9 10 12 Ten aanzien van een verzekerde die geen werkgever heeft als bedoeld in,ofwordt onder ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid verstaan: ongeschiktheid tot het verrichten van werkzaamheden die bij een soortgelijke werkgever gewoonlijk kenmerkend voor zijn arbeid zijn. In afwijking van de eerste zin wordt indien de verzekerde de arbeid gedurende minder dan een week heeft verricht en daaraan voorafgaand gedurende ten minste zes maanden andere arbeid heeft verricht onder ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid verstaan: ongeschiktheid tot het verrichten van werkzaamheden die gewoonlijk kenmerkend zijn voor de andere arbeid die in die zes maanden hoofdzakelijk is verricht. 2007 553 21-12-2007 12-12-2007 30909 2007 554 21-12-2007 14-12-2007 01-01-2008
Artikel 19aa — Artikel 19aa#
Artikel 19aa 1 artikel 19 artikel 76a, eerste lid artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek In afwijking vanheeft de verzekerde die geen werkgever heeft jegens wie hij, bij ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, zwangerschap of bevalling, recht heeft op loon als bedoeld indan wel aanspraak heeft op bezoldiging op grond van, van deze wet, nadat na de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken een tijdvak van 52 weken van ongeschiktheid tot werken is verstreken, recht op ziekengeld overeenkomstig het bij of krachtens deze wet bepaalde, indien de verzekerde: a. artikel 19 ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, als bedoeld in; en b. als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur. 2 In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, heeft de verzekerde, bedoeld in het eerste lid, recht op ziekengeld tot een maand na de dag waarop hij in staat is om meer dan 65% van het maatmaninkomen per uur te verdienen. 3 Op de verzekerde, bedoeld in het eerste lid, die op of na de dag waarop het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste lid, is verstreken met arbeid meer verdient dan 65% van het maatmaninkomen per uur, is het eerste lid, onderdeel b, niet van toepassing tot zes maanden na de dag waarop hij met arbeid meer dan 65% van het maatmaninkomen per uur ging verdienen. 4 artikel 3:7, eerste lid 3:8 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg Voor het bepalen van het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste lid, worden tijdvakken van ongeschiktheid tot werken samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van,ofwordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. 5 Onder maatmaninkomen wordt verstaan hetgeen gezonde personen met soortgelijke opleiding en ervaring, ter plaatse waar hij arbeid verricht of het laatst heeft verricht, of in de omgeving daarvan met arbeid gewoonlijk verdienen. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 19ab — Artikel 19ab#
Artikel 19ab 1 artikel 19aa Het percentage van het maatmaninkomen dat de verzekerde kan verdienen, bedoeld in, wordt vastgesteld op basis van een verzekeringsgeneeskundig en een arbeidskundig onderzoek. Van een arbeidskundig onderzoek kan onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden worden afgezien. 2 artikel 10d van de Participatiewet Bij het vaststellen van het percentage van het maatmaninkomen dat de verzekerde kan verdienen wordt, zo mogelijk, rekening gehouden met verkregen nieuwe bekwaamheden, maar wordt buiten beschouwing gelaten of de verzekerde de arbeid feitelijk kan verkrijgen. Indien de verzekerde arbeid verricht of laatst heeft verricht waarvoor de werkgever loonkostensubsidie als bedoeld inontvangt, in verband met een verminderde loonwaarde van de verzekerde, wordt bij het vaststellen van het percentage van het maatmaninkomen, dat de verzekerde ten gevolge van de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid ten hoogste in staat is te verdienen rekening gehouden met deze omstandigheid. 3 artikel 19aa, eerste lid Onder arbeid als bedoeld in, wordt verstaan alle algemeen geaccepteerde arbeid waartoe de verzekerde met zijn krachten en bekwaamheden in staat is. 4 artikel 19aa, eerste en vijfde lid Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot het eerste, tweede en derde lid, en, nadere en zo nodig afwijkende regels worden gesteld. 5 De voordracht voor een krachtens het vierde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur, dan wel de vaststelling van een ministeriële regeling op basis van een dergelijke algemene maatregel van bestuur, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 6 Bij de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, maakt de verzekeringsarts zo veel mogelijk gebruik van wetenschappelijke inzichten die de beoordeling van het percentage van het maatmaninkomen dat de verzekerde kan verdienen kunnen ondersteunen. 2020 496 04-12-2020 25-11-2020 35494 2020 497 04-12-2020 30-11-2020 01-01-2021
Artikel 19a — Artikel 19a#
Artikel 19a 1 Geen recht op ziekengeld heeft de verzekerde gedurende de periode dat hij niet in Nederland woont. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien de verzekerde woont in een land waarin op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie recht op ziekengeld kan bestaan. 3 Indien het recht op ziekengeld op grond van het eerste lid is geëindigd dan wel niet is ontstaan, wordt betrokkene vanaf de dag: a. dat hij in Nederland woont; of b. artikelen 19 19aa artikel 29, vijfde lid artikel 29a, vierde lid dat hij in een land woont waarmee een verdrag in werking is getreden dan wel een besluit van een volkenrechtelijke organisatie van kracht is geworden, op grond waarvan recht op ziekengeld kan bestaan; weer als verzekerde aangemerkt indien hij op die dag aan de overige voorwaarden, bedoeld in deen, voldoet. Deze verzekerde heeft aanspraak op heropening dan wel toekenning van het recht op ziekengeld voor de resterende periode, bedoeld in, dan wel, met inachtneming van de bepalingen van deze wet. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan bepaald worden dat de verzekerde of zijn in hetzelfde land wonende gezinslid gedurende de periode dat de verzekerde niet in Nederland woont recht heeft op ziekengeld indien hij: a. werkzaamheden verricht in het algemeen belang; of b. in Curaçao, Aruba, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba woont. 2024 409 17-12-2024 11-12-2024 36616 2024 410 17-12-2024 11-12-2024 01-01-2025
Artikel 19b — Artikel 19b#
Artikel 19b 1 Geen recht op ziekengeld heeft de verzekerde gedurende de periode dat hem rechtens zijn vrijheid is ontnomen, vanaf de dag dat deze vrijheidsontneming één maand heeft geduurd. Indien de eerste dag van de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid is gelegen in een periode dat de verzekerde rechtens zijn vrijheid is ontnomen, ontstaat geen recht op ziekengeld. 2 artikelen 19 19aa artikel 29 artikel 29a Indien het recht op ziekengeld op grond van het eerste lid is geëindigd dan wel niet is ontstaan wordt betrokkene vanaf de dag dat hij in vrijheid wordt gesteld weer als verzekerde aangemerkt, indien hij op die dag aan de overige voorwaarden, bedoeld in deen, voldoet. Deze verzekerde heeft aanspraak op heropening dan wel toekenning van het recht op ziekengeld voor de resterende periode, bedoeld in, vijfde lid, dan wel, vierde lid, met inachtneming van de bepalingen van deze wet. 3 Voor de toepassing van het eerste lid worden perioden van vrijheidsontneming samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. 4 Het eerste lid is niet van toepassing en het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel buiten een justitiële inrichting plaatsvindt. 5 artikel 19c, eerste lid De verzekerde ten aanzien van wie, op de dag voorafgaande aan de vrijheidsontneming van toepassing is, heeft, in afwijking van het eerste lid, geen recht op ziekengeld vanaf de dag dat de vrijheidsontneming ingaat. 2012 464 12-10-2012 04-10-2012 33241 2012 483 19-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 19c — Artikel 19c#
Artikel 19c 1 De verzekerde die zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel heeft geen recht op ziekengeld. 2 artikelen 19 19aa artikel 29, vijfde lid artikel 29a, vierde lid Indien het recht op ziekengeld op grond van het eerste lid is geëindigd dan wel niet is ontstaan wordt betrokkene vanaf de dag dat hij zich niet langer aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel onttrekt weer als verzekerde aangemerkt, indien hij op die dag aan de overige voorwaarden, bedoeld in deen, voldoet. Deze verzekerde heeft aanspraak op heropening dan wel toekenning van het recht op ziekengeld voor de resterende periode, bedoeld in, dan wel, met inachtneming van de bepalingen van deze wet. 2012 464 12-10-2012 04-10-2012 33241 2012 483 19-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 19d — Artikel 19d#
Artikel 19d artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk wetboek hoofdstuk 6 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 23, zesde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 76a, eerste lid Geen recht op ziekengeld heeft de verzekerde die geen werkgever heeft jegens wie hij bij ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, zwangerschap of bevalling, recht heeft op loon als bedoeld indan wel aanspraak heeft op bezoldiging op grond van, van deze wet en die recht heeft op een uitkering op grond vanen ten aanzien van wie het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een verkorte wachttijd heeft vastgesteld als bedoeld in. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 19e — Artikel 19e#
Artikel 19e 1 De verzekerde die een uitreiziger is, heeft geen recht op ziekengeld. 2 artikel 1, eerste lid, onderdeel m artikelen 19 19aa artikel 29, vijfde lid artikel 29a, vierde lid Indien het recht op ziekengeld op grond van het eerste lid is geëindigd dan wel niet is ontstaan wordt betrokkene vanaf de dag dat niet langer het gegronde vermoeden bestaat dat hij zich buiten Nederland bevindt met het doel zich aan te sluiten bij een organisatie als bedoeld in, weer als verzekerde aangemerkt, indien hij op die dag aan de overige voorwaarden, bedoeld in deen, voldoet. Deze verzekerde heeft aanspraak op heropening dan wel toekenning van het recht op ziekengeld voor de resterende periode, bedoeld in, dan wel, met inachtneming van de bepalingen van deze wet. 2017 78 09-03-2017 16-01-2017 34577 2017 354 29-09-2017 22-09-2017 01-10-2017
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 De werknemers in de zin van deze wet zijn verzekerd. 1966 85 18-02-1966 7171 1967 105 15-01-1967 01-07-1967
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 artikel 20 artikel 64 artikel 8a artikel 8c, onderdeel a artikel 3.6, eerste lid, onderdeel b, onder 2, van de Wet arbeid en zorg In afwijking vanwordt voor de toepassing van de tweede afdeling, hoofdstuk II en van, de werknemer niet als verzekerde beschouwd voor zover hij werknemer is als bedoeld inof werknemer is als bedoeld in, voor zover hij gelijkgestelde is als bedoeld in. 2016 471 07-12-2016 14-11-2016 34528 2016 472 07-12-2016 26-11-2016 01-01-2017
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 1966 85 18-02-1966 7171 1966 105 15-01-1966 01-07-1967
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 1966 85 18-02-1966 7171 1966 105 15-01-1966 01-07-1967
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 1953 578 24-12-1953 3034 1953 594 24-12-1953 01-01-1954
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Vervallen 1966 85 18-02-1966 7171 1966 105 15-01-1966 01-07-1967
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Vervallen 1966 85 18-02-1966 7171 1966 105 15-01-1966 01-07-1967
Artikel 26a — Artikel 26a#
Artikel 26a Vervallen 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen 1966 85 18-02-1966 7171 1967 105 15-01-1967 01-07-1967
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 De verzekerde is bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte verplicht, zo dikwijls dit nodig wordt geoordeeld, zich te onderwerpen aan een geneeskundig onderzoek door een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aangewezen arts, zich op last van de arts tot het ondergaan van zodanig onderzoek te laten opnemen in de hem aangewezen inrichting, en in het algemeen de voorschriften van de arts die ertoe strekken om een geneeskundig onderzoek mogelijk te maken, op te volgen. 2 De voor de verzekerde aan een geneeskundig onderzoek verbonden kosten worden aan hem door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vergoed. Door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kunnen dienaangaande regels worden gesteld. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 artikelen 29a 29b 29d Behoudens het tweede lid, onderdeel e, en de,enwordt geen ziekengeld uitgekeerd, indien de verzekerde uit hoofde van de dienstbetrekking op grond waarvan hij de arbeid behoort te verrichten: artikel 61 van de Werkloosheidswet artikel 64, eerste lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet De eerste zin is niet van toepassing op de werknemer waarvan de werkgever het loon niet voldoet omdat hij verkeert in een toestand als bedoeld ingedurende de periode dat de voor de werknemer rechtens geldende opzegtermijn langer duurt dan de opzegtermijn, bedoeld in. a. artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek derde, vijfde, zesde of negende lid van dat artikel recht heeft op loon als bedoeld in, dan wel indien het recht op loon door toepassing van hetgeheel of gedeeltelijk ontbreekt; b. artikel 76a, eerste lid artikel 76a, derde of zevende lid artikel 76b, eerste, tweede of derde lid recht heeft op bezoldiging als bedoeld in, dan wel indien het recht op die bezoldiging op grond van, of, geheel of gedeeltelijk ontbreekt. 2 Het ziekengeld wordt uitgekeerd over iedere dag van ongeschiktheid tot werken, doch over maximaal vijf dagen per kalenderweek en niet over zaterdagen en zondagen. In de eerste kalenderweek wordt in afwijking van het bepaalde in de eerste zin het ziekengeld uitgekeerd over zaterdag en zondag, doch over maximaal vijf dagen per kalenderweek, indien de zaterdag of zondag aantoonbaar een werkdag zou zijn geweest, met dien verstande dat: Het ziekengeld wordt uitgekeerd aan: 1°. als de zaterdag aantoonbaar een werkdag zou zijn geweest, uitkering van ziekengeld plaatsvindt over de zaterdag; 2°. als de zaterdag en zondag aantoonbaar werkdagen zouden zijn geweest, uitkering van ziekengeld plaatsvindt over de zaterdag en zondag; 3°. als de zondag aantoonbaar een werkdag zou zijn geweest, uitkering van ziekengeld plaatsvindt over de zondag. a. artikel 4 5 de verzekerde van wie de arbeidsverhouding op grond vanofals dienstbetrekking wordt beschouwd, vanaf de derde dag van de ongeschiktheid tot werken; b. artikel 46 degene wiens aanspraak berust op, vanaf de derde dag van de ongeschiktheid tot werken; c. artikel 3 de verzekerde van wie de dienstbetrekking, bedoeld in, binnen het op grond van het vijfde lid van toepassing zijnde tijdvak eindigt, vanaf de eerste dag van ongeschiktheid tot werken nadat de dienstbetrekking is geëindigd, doch niet eerder dan vanaf de derde dag van de ongeschiktheid tot werken; d. de verzekerde die: 1°. artikel 7, onderdeel a artikel 20, eerste lid, onderdeel a of b, van de Werkloosheidswet op grond van, als werknemer wordt beschouwd, vanaf de eerste dag van de veertiende week van de ongeschiktheid tot werken of zo veel eerder als de uitkering, bedoeld in dat onderdeel, eindigt op grond van; 2°. artikel 7, onderdeel b op grond van, als werknemer wordt beschouwd, vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken; e. de verzekerde die wegens orgaandonatie ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken; f. artikel 29a de vrouwelijke verzekerde, overeenkomstig; g. artikelen 29b 29d de werknemer, bedoeld in deen. 3 Als eerste dag van de ongeschiktheid tot werken geldt de eerste werkdag waarop wegens ziekte niet is gewerkt of het werken tijdens de werktijd is gestaakt. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld en kunnen dagen waarop niet zou worden gewerkt als werkdag worden aangemerkt. 4 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet artikel 3:7, tweede lid 3:9 3:10, tweede en derde lid van de Wet arbeid en zorg Geen ziekengeld wordt uitgekeerd op en na de dag waarop de verzekerde de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, bereikt, indien de eerste dag van ongeschiktheid tot werken is gelegen voor die leeftijd alsmede over de periode waarover de verzekerde een uitkering op grond van,ofontvangt. 5 artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet artikel 3:7, eerste lid 3:8 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg Geen ziekengeld wordt uitgekeerd nadat een tijdvak van 104 weken van ongeschiktheid tot werken is verstreken, te rekenen vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken met dien verstande dat het tijdvak zes weken bedraagt indien de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken is gelegen op of na de dag dat de verzekerde de leeftijd, bedoeld inheeft bereikt. Voor het bepalen van het in de eerste volzin bedoelde tijdvak worden tijdvakken van ongeschiktheid tot werken samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van,ofwordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. In de gevallen waarin de tweede volzin toepassing vindt, worden gedurende de desbetreffende periode van 104 weken onderscheidenlijk zes weken de eerste twee dagen van de ongeschiktheid tot werken, waarover op grond van het tweede lid, onderdelen a, b en c, geen ziekengeld wordt uitgekeerd, slechts eenmaal in aanmerking genomen. 6 artikel 29a artikel 29b artikel 29d artikel 76b, tweede lid artikel 629, derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Geen ziekengeld wordt uitgekeerd voor zover de verzekerde, bedoeld in het tweede lid, onderdeel e,,of, door toepassing vangeen recht heeft op loon dan wel op grond van, geen recht heeft op bezoldiging. 7 artikelen 47, eerste lid, onderdeel b 47a van de Werkloosheidswet artikel 1b van de Werkloosheidswet artikel 31, tweede lid artikel 30, tweede lid Het ziekengeld, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a tot en met c, en onderdeel d, onder 2°, bedraagt 70% van het dagloon van verzekerde. Het ziekengeld, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, onder 1°, wordt vastgesteld overeenkomstig de, en, hierbij zijn de bepalingen met betrekking tot dagloon, maandloon en inkomen vanen de daarop berustende bepalingen van overeenkomstige toepassing. Bij deze vaststelling blijft, buiten toepassing met dien verstande dat het loon, bedoeld in, aangemerkt wordt als inkomen als bedoeld in artikel 47 respectievelijk artikel 47a van de Werkloosheidswet. 8 Het ziekengeld, bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, wordt gesteld op het dagloon. 9 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan nadere regels stellen met betrekking tot het tweede lid, onderdeel e. 10 Het tijdvak van 104 weken, bedoeld in het vijfde lid, wordt ten aanzien van een verzekerde als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdelen a, b of c, die laatstelijk in dienstbetrekking stond tot een eigenrisicodrager, verlengd: a. artikel 64, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen met de duur van de vertraging indien de aanvraag, bedoeld inlater wordt gedaan dan in of op grond van dat artikel is voorgeschreven; b. artikel 26, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 71b, derde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering met de duur van het tijdvak dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond vanofheeft vastgesteld. 11 artikel 64, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Geen ziekengeld wordt uitgekeerd over de periode, gedurende welke de verzekerde, bedoeld in het tiende lid, onderdeel a, zonder deugdelijke grond zijn aanvraag om een uitkering als bedoeld inlater indient dan in dat artikel is voorgeschreven. 12 Het tweede lid, onderdeel a, b of c, is niet van toepassing indien onderdeel e of g van dat lid van toepassing is. 13 Het tweede lid, onderdeel d, is niet van toepassing indien onderdeel e of f van dat lid van toepassing is. 14 artikel 3:7, eerste lid 3:8 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg Voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel d, onder 1°, worden perioden van ongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van,ofwordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. 2016 471 07-12-2016 14-11-2016 34528 2018 424 22-11-2018 17-10-2018 34977 2018 425 22-11-2018 08-11-2018 01-01-2019 2018 424 22-11-2018 17-10-2018 34977 2018 425 22-11-2018 08-11-2018 01-01-2019
Artikel 29a — Artikel 29a#
Artikel 29a 1 artikel 3:7, eerste lid 3:8, tweede lid 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg De vrouwelijke verzekerde heeft, indien zij, voorafgaand aan de dag waarop zij recht heeft op uitkering op grond van,, of, ongeschikt wordt tot het verrichten van haar arbeid en die ongeschiktheid haar oorzaak vindt in de zwangerschap recht op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon vanaf de eerste dag waarop die ongeschiktheid bestaat. 2 artikel 3:7, eerste lid 3:8, tweede lid 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg De vrouwelijke verzekerde die in de periode, waarin zij recht had kunnen hebben op uitkering op grond van,, ofdoch die uitkering nog niet is aangevangen, wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van haar arbeid, heeft recht op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon. Dit ziekengeld wordt uitgekeerd vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken. 3 artikel 3:7, eerste lid 3:8, eerste lid 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg De vrouwelijke verzekerde heeft geen recht op ziekengeld over perioden waarover zij uitkering op grond van,, ofgeniet. 4 artikel 3:7, eerste lid 3:8, derde lid 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg Nadat het recht op uitkering op grond van,, ofis geëindigd, heeft de vrouwelijke verzekerde, indien zij aansluitend ongeschikt is tot het verrichten van haar arbeid en die ongeschiktheid haar oorzaak vindt in de bevalling of de daaraan voorafgaande zwangerschap, recht op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon, zolang die ongeschiktheid duurt, doch ten hoogste gedurende 104 aaneengesloten weken. Dit ziekengeld wordt uitgekeerd vanaf de eerste dag nadat het recht op uitkering, bedoeld in de eerste zin, is geëindigd. 5 Artikel 29 , vijfde lid, blijft buiten toepassing ten aanzien van de vrouwelijke verzekerde die, op grond van het tweede of vierde lid van dit artikel, recht heeft op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon. 6 artikelen 29g 30 Deenblijven buiten toepassing ten aanzien van de vrouwelijke verzekerde die op grond van het eerste of tweede lid recht heeft op ziekengeld. 2012 464 12-10-2012 04-10-2012 33241 2012 483 19-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 29b — Artikel 29b#
Artikel 29b 1 De werknemer: heeft vanaf de eerste dag van zijn ongeschiktheid tot werken recht op ziekengeld over perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte die zijn aangevangen in de vijf jaren na aanvang van de dienstbetrekking. a. artikel 3 4 5 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen die onmiddellijk voorafgaand aan een dienstbetrekking als bedoeld in,of, recht had op een uitkering op grond van de, b. artikel 23 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 24, eerste lid 25, negende lid 26, tweede lid, tweede zin, van die wet artikel 629, elfde lid, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 29, tiende lid, onderdeel a artikel 76a, zesde lid, onderdeel a van wie in een arbeidskundig onderzoek is vastgesteld dat hij op de eerste dag na afloop van de wachttijd, bedoeld inof van het tijdvak, bedoeld in,, ofof na afloop van het tijdvak, bedoeld indan wel van het tijdvak, bedoeld in, of,: 1°. minder dan 35% arbeidsongeschikt is, 2°. alsmede op de eerste dag van elf weken voorafgaand aan die dag geen dienstbetrekking meer had of geen dienstbetrekking had met een andere werkgever dan zijn eigen werkgever, tenzij de dienstbetrekking met die andere werkgever reeds bestond op de eerste dag van de wachttijd, 3°. niet in staat is tot het verrichten van eigen of andere passende arbeid bij de eigen werkgever, en 4°. binnen vijf jaar na die dag in dienstbetrekking werkzaamheden gaat verrichten bij een werkgever, c. die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt en in verband met ziekte of gebrek een belemmering ondervindt of heeft ondervonden bij het volgen van onderwijs en binnen vijf jaar na afronding van dat onderwijs arbeid in dienstbetrekking gaat verrichten, of d. die geen werknemer is als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, achttien jaar is of ouder en in verband met ziekte of gebrek een belemmering ondervindt of heeft ondervonden bij het volgen van onderwijs en binnen vijf jaar na afronding van dat onderwijs arbeid in dienstbetrekking gaat verrichten, 2 De werknemer: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten artikel 38b, eerste of tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen heeft vanaf de eerste dag van zijn ongeschiktheid tot werken recht op ziekengeld over perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte die zijn aangevangen na aanvang van de dienstbetrekking. Het recht op ziekengeld van de werknemer, bedoeld in onderdeel c, ontstaat niet eerder dan zijn recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering of arbeidsondersteuning op grond van de. Het recht op ziekengeld van de werknemer, bedoeld in onderdeel e, ontstaat niet eerder dan het moment waarop hij een arbeidsbeperkte wordt als bedoeld in. a. artikel 3 4 5 Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten die voorafgaand aan zijn dienstbetrekking, bedoeld in,of, recht had of heeft gehad op een arbeidsongeschiktheidsuitkering of arbeidsondersteuning op grond van de, b. artikel 7 van de Wet sociale werkvoorziening die een arbeidsovereenkomst heeft gesloten met een werkgever als bedoeld in, c. artikel 3 4 5 Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten wiens dienstbetrekking, bedoeld in,of, is aangevangen voordat zijn recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering of arbeidsondersteuning op grond van deontstond, omdat die dienstbetrekking is aangevangen voordat hij achttien jaar werd, d. artikel 7 van de Wet sociale werkvoorziening artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening artikel 38f, vijfde lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen artikel 11 van de Wet sociale werkvoorziening die onmiddellijk voorafgaande aan zijn dienstbetrekking met een werkgever, niet zijnde een werkgever als bedoeld in, een dienstbetrekking had als bedoeld inof een dienstbetrekking had, die is aangewezen op grond vanof een nog geldende indicatiebeschikking had op grond van, zoals dat artikel luidde op 31 december 2014, e. artikel 3 4 5 artikel 7, eerste lid, onderdeel a 7a, eerste lid, onderdeel a, of derde lid, van de Participatiewet artikel 10d, tweede lid, van de Participatiewet artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet die, voorafgaand aan zijn dienstbetrekking, bedoeld in,ofdie is aangevangen op of na 1 januari 2015, een persoon is die met ondersteuning bij de arbeidsinschakeling van het college van burgemeester en wethouders op grond van, of artikelnaar een dienstbetrekking is of werd toegeleid of een persoon is ten behoeve van wie loonkostensubsidie wordt verstrekt op grond van, en van wie door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in, dan wel van wie door het college van burgemeester en wethouders in overeenstemming met de eisen gesteld aan een loonwaardevaststelling op grond van artikel 10d, eerste of tweede lid, van de Participatiewet een loonwaarde is vastgesteld die minder bedraagt dan het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet, of f. artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet die arbeid verricht in een dienstbetrekking als bedoeld in, niet zijnde een werknemer als bedoeld in onderdeel e 3 Op de werknemer, bedoeld in het tweede lid, onderdelen d, e en f, zijn het eerste lid, onderdelen c en d, niet van toepassing. 4 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 3 4 5 De werknemer die recht heeft op een uitkering op grond van deen ten aanzien van wie een dienstbetrekking, bedoeld in,of, bij diens werkgever wordt voortgezet nadat dat recht is vastgesteld, heeft vanaf de eerste dag van zijn ongeschiktheid tot werken recht op ziekengeld over perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte die zijn aangevangen in de vijf jaren na vaststelling van het recht op uitkering. 5 Het ziekengeld, bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid, bedraagt 70% van het dagloon van de verzekerde. 6 artikel 3 artikel 29, vijfde lid artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek In afwijking van het vijfde lid wordt het ziekengeld in het tijdvak van 52 weken vanaf de eerste dag van ongeschiktheid tot werken van de werknemer, bedoeld in, op verzoek van de werkgever gesteld op het dagloon, met dien verstande dat het ziekengeld niet meer kan bedragen dan de aanspraak van de werknemer op het loon dat de werkgever verschuldigd zou zijn, indien daarop geen ziekengeld in mindering zou zijn gebracht. Indien de werknemer op grond vanover de eerste twee dagen van het tijdvak, bedoeld in de eerste zin, geen recht op loon heeft, wordt, in afwijking van de eerste zin, het ziekengeld over elk van deze dagen gesteld op de hoogte van het ziekengeld op de dag direct volgend op die twee dagen. Voor het bepalen van het tijdvak van 52 weken zijn de tweede en derde zin van, van overeenkomstige toepassing. 7 artikel 7 van de Wet sociale werkvoorziening artikel 7 van de Wet sociale werkvoorziening Indien de werknemer, bedoeld in het tweede lid, werkzaam is op een arbeidsovereenkomst als bedoeld in, wordt het dagloon, bedoeld in het vijfde en zesde lid, verminderd met het, naar werkdagen herleide, aan de werkgever verstrekte subsidiebedrag, bedoeld in. 8 artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening Dit artikel is niet van toepassing indien de werknemer werkzaam is in een dienstbetrekking in de zin van. 9 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ten aanzien van het tweede lid. 10 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt op verzoek van de werknemer of de persoon die verwacht een dienstbetrekking met een werkgever te zullen aangaan een verklaring of de aanvrager naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voldoet aan de voorwaarden voor toepassing van het eerste lid, onderdeel c of d. 11 Het bepaalde in het tweede en derde lid inzake het tweede lid, onderdeel e, is van overeenkomstige toepassing op een arbeidsbeperkte als bedoeld in: a. artikel 38b, eerste lid, onderdelen d, e en f, van de Wet financiering sociale verzekeringen ; b. artikel 38b, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen . 12 artikel 38b, zesde lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen artikel 38d, eerste lid, van die wet Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een werknemer als bedoeld in het tweede lid of arbeidsbeperkte als bedoeld in het elfde lid tevens verstaan de persoon die niet langer aan de voorwaarden op grond van het tweede of elfde lid voldoet en als arbeidsbeperkte wordt beschouwd op grond vanvoor zover het betreft zijn perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte die zijn aangevangen voordat zijn opname in de registratie van arbeidsbeperkten, bedoeld in, eindigt. 2025 210 27-08-2025 14-07-2025 36667 2025 407 05-12-2025 27-11-2025 01-01-2026
Artikel 29c — Artikel 29c#
Artikel 29c artikelen 29b 90 artikel 29b, eerste en vierde lid Indien ten aanzien van een werknemer als bedoeld in deenvan deze wet bij aanvang van het dienstverband wordt vastgesteld dat hij lijdt aan een ziekte of een gebrek die respectievelijk dat maakt dat hij binnen de in, van deze wet bedoelde termijn van vijf jaren na aanvang van de dienstbetrekking respectievelijk na vaststelling van het recht op uitkering een aanzienlijk verhoogd risico heeft op ernstige gezondheidsklachten, wordt die termijn van vijf jaar voor afloop daarvan verlengd, indien op dat moment de ziekte of het gebrek dan wel het verhoogde risico op ernstige gezondheidsklachten naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen nog bestaat. 2009 318 27-07-2009 02-07-2009 31811 2009 319 27-07-2009 18-07-2009 01-08-2009
Artikel 29d — Artikel 29d#
Artikel 29d 1 artikel 3 4 5 artikel 29, vijfde lid, tweede en derde zin artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet hoofdstuk II van de Werkloosheidswet De werknemer die is geboren voor 8 juli 1954 en die onmiddellijk voorafgaand aan een dienstbetrekking als bedoeld in,of, welke is aangevangen vóór het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, en gedurende ten minste 52 weken recht had op een uitkering op grond van, heeft vanaf de eerste dag van zijn ongeschiktheid tot werken wegens ziekte recht op ziekengeld over perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte die zijn aangevangen in de vijf jaren na aanvang van zijn dienstbetrekking. Voor het bepalen van de perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte is, van overeenkomstige toepassing. De uitbetaling van het ziekengeld, bedoeld in de eerste zin, vindt niet eerder plaats dan de eerste dag van de veertiende week van de ongeschiktheid tot werken. 2 Het ziekengeld, bedoeld in het eerste lid, bedraagt 70% van het dagloon van de werknemer. 3 artikel 3 In afwijking van het tweede lid wordt het ziekengeld in het tijdvak van 52 weken vanaf de eerste dag van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte van de werknemer, bedoeld in, op verzoek van de werkgever gesteld op het dagloon, met dien verstande dat het ziekengeld niet meer kan bedragen dan de aanspraak van de werknemer op het loon dat de werkgever verschuldigd zou zijn, indien daarop geen ziekengeld in mindering zou zijn gebracht. 4 artikel 2 7 van de Wet sociale werkvoorziening Dit artikel is niet van toepassing indien de werknemer werkzaam is in een dienstbetrekking in de zin vanof. 5 Werkloosheidswet Werkloosheidswet Voor het bepalen van het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste lid, worden onderbrekingen van het recht op uitkering op grond van devan ten hoogste vier weken gelijkgesteld met perioden waarin de werknemer recht had op een uitkering op grond van de. 6 artikel 3 4 5 hoofdstuk II van de Werkloosheidswet De werknemer die is geboren voor 1 januari 1962 en die onmiddellijk voorafgaand aan een dienstbetrekking als bedoeld in,of, welke is aangevangen in de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2019, gedurende ten minste 52 weken recht had op een uitkering op grond van, heeft vanaf de eerste dag van zijn ongeschiktheid tot werken wegens ziekte recht op ziekengeld over perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte die zijn aangevangen in de vijf jaren na aanvang van zijn dienstbetrekking. 7 Met uitzondering van de eerste volzin van het eerste lid, zijn het eerste tot en met vijfde lid van overeenkomstige toepassing op het zesde lid. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 29e — Artikel 29e#
Artikel 29e 1 artikel 10d, eerste of tweede lid, van de Participatiewet artikel 6, eerste lid, onderdeel g, van de Participatiewet artikelen 29, tweede lid, onderdeel e 29a 29b 29d Als het gaat om een werknemer waarvoor de werkgever loonkostensubsidie als bedoeld inontvangt en de werknemer recht heeft op ziekengeld als bedoeld in de,,, of, wordt het ziekengeld vermenigvuldigd met de voor die werknemer vastgestelde loonwaarde, bedoeld in. 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt: a. indien de voor de werknemer vastgestelde loonwaarde lager is dan 30 procent, de loonwaarde gesteld op 30 procent; b. artikel 10d, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet indien de loonkostensubsidie, met toepassing vanwordt verstrekt zonder dat de loonwaarde is vastgesteld, de loonwaarde gesteld op 50 procent. 3 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid. 2021 627 20-12-2021 15-12-2021 35897 2021 628 20-12-2021 15-12-2021 01-01-2022
Artikel 29f — Artikel 29f#
Artikel 29f Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2014/216. 1 artikel 29e Het arbeidsverleden, bedoeld in, wordt berekend door samentelling van: a. het aantal kalenderjaren, gelegen in de periode vanaf en met inbegrip van 1998 tot en met het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de dag is gelegen waarop het recht op ziekengeld op grond van deze wet is ontstaan, waarover de werknemer aantoont over 52 of meer dagen per jaar loon te hebben ontvangen; en b. het aantal kalenderjaren vanaf en met inbegrip van het jaar waarin de werknemer zijn 18e verjaardag bereikte tot 1998. 2 Een kalenderjaar wordt in aanmerking genomen bij de berekening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, indien volgens de informatie als bedoeld in artikel 33d van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de werknemer in dat jaar over 52 of meer dagen loon heeft ontvangen. 3 Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, worden met dagen waarover loon is ontvangen, gelijkgesteld: a. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen dagen waarover recht bestond op een uitkering die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering op grond van deof met een uitkering op grond van devoor zover deze uitkering wordt toegekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80% respectievelijk wordt toegekend over periodes waarin de verzekerde slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur; b. hoofdstuk III van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen dagen waarover een persoon een uitkering ontvangt op grond van, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80% of een toelage op grond van dat hoofdstuk, die al dan niet vermeerderd met de arbeidsongeschiktheidsuitkering 70% of meer bedraagt van het dagloon, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend. 4 artikel 7 van de Algemene Kinderbijslagwet Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, worden niet reeds in aanmerking genomen kalenderjaren waarin een persoon recht heeft op kinderbijslag op grond vanof een andere gezinsbijslag als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel j, van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van socialezekerheidsstelsels (PbEU L166) voor een tot zijn huishouden behorend kind dat bij de aanvang van dat kalenderjaar de leeftijd van vijf jaar niet heeft bereikt, voor de helft gelijkgesteld met kalenderjaren waarin over 52 of meer dagen loon is ontvangen. De in de eerste zin bedoelde persoon wordt aangemerkt als verzorgend persoon. 5 artikel 7 van de Algemene Kinderbijslagwet In afwijking van het vierde lid worden over de periode tot 1 januari 2005, waarin een persoon recht heeft op kinderbijslag op grond vanof een andere gezinsbijslag als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel j, van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van socialezekerheidsstelsels (PbEU L166) voor een tot zijn huishouden behorend kind dat bij de aanvang van dat kalenderjaar de leeftijd van vijf jaar niet heeft bereikt, gelijkgesteld met, en worden dergelijke kalenderjaren over de periode van 1 januari 2005 tot 1 januari 2007 voor drie kwart gelijkgesteld met, kalenderjaren waarin over 52 of meer dagen loon is ontvangen. 6 artikel 44, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten artikel 5, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning artikel 14a van de Zorgverzekeringswet artikel 6, eerste lid, onderdeel e Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, worden niet reeds in aanmerking genomen kalenderjaren vanaf en met in begrip van een bij ministeriële regeling nader te bepalen kalenderjaar, waarin een persoon inkomsten ontvangt voor het verlenen van zorg op grond van een regeling voor persoonsgebonden budget, die is gegrond opof op, of die voldoet aan, voor de helft gelijkgesteld met kalenderjaren waarin over 52 of meer dagen loon is ontvangen, tenzij hij deze inkomsten ontvangt uit arbeid als bedoeld in, van de Ziektewet. De eerste zin is uitsluitend van toepassing indien de in de eerste zin bedoelde persoon aantoont dat deze zorgverlening aan deze voorwaarden voldoet of heeft voldaan. Die persoon wordt aangemerkt als verzorgend persoon. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van dit lid. 7 Het vierde, vijfde en zesde lid vinden geen toepassing indien de verzorgende persoon in een kalenderjaar voor een periode langer dan een half jaar als werknemer in de zin van een wettelijke regeling inzake werkloosheid recht heeft op een uitkering ter zake van werkloosheid of op de loongerelateerde uitkering op grond van hoofdstuk 7 van deze wet. 8 Voor de toepassing van het vierde en vijfde lid wordt onder: a. een kind verstaan een eigen, aangehuwd of pleegkind; b. een pleegkind verstaan een kind dat als een eigen kind wordt onderhouden en opgevoed. 9 Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, worden dagen, tot een maximum van achttien maanden, waarover de werknemer onbetaald verlof heeft genoten, gelijkgesteld met dagen, waarover loon is ontvangen. 10 Voor de toepassing van dit artikel wordt niet als loon beschouwd een uitkering: a. Werkloosheidswet hoofdstuk IV van die wet op grond van de, met uitzondering van een uitkering op grond van; b. hoofdstuk 7 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen op grond van, met uitzondering van een uitkering aan de persoon die slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur; c. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering op grond van de, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 80%; of d. die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in onderdeel a, b of c. 11 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld: a. ter vaststelling van het aantal dagen waarover loon is ontvangen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en tweede lid; b. op grond waarvan voor het bepalen van het aantal van 52 dagen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, dagen waarover, anders dan bedoeld in het negende lid, geen loon is ontvangen, worden gelijkgesteld met dagen waarover loon is ontvangen. 2014 216 24-06-2014 14-06-2014 33818 2014 274 17-07-2014 10-07-2014 18-07-2014
Artikel 29g — Artikel 29g#
Artikel 29g 1 De verzekerde die ziekengeld ontvangt is verplicht in voldoende mate te trachten mogelijkheden tot het verrichten van passende arbeid te behouden of te verkrijgen. 2 Ter naleving van de plicht, bedoeld in het eerste lid, is de verzekerde die ziekengeld ontvangt in elk geval verplicht: a. zich geneeskundig te laten behandelen of aanwijzingen van een arts op te volgen indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het re-integratiebedrijf in opdracht van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, daartoe opdracht geeft en zijn genezing niet te belemmeren; b. mee te werken aan activiteiten of werkzaamheden, gericht op zijn inschakeling in de arbeid, die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wenselijk acht voor verkrijging van mogelijkheden tot verrichten van passende arbeid; c. mee te werken aan aanpassing van de arbeidsplaats en aan persoonsgebonden voorzieningen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt voor verkrijging van mogelijkheden tot het verrichten van passende arbeid en zo nodig trachten die aanpassing en die voorzieningen te verkrijgen; d. artikel 26, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 30a, zesde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen mee te werken aan het opstellen van het plan van aanpak, bedoeld in, en het re-integratieplan, bedoeld in; e. te voldoen aan verplichtingen die zijn opgenomen in het plan van aanpak en het re-integratieplan, bedoeld in onderdeel d. 2012 464 12-10-2012 04-10-2012 33241 2012 483 19-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 29h — Artikel 29h#
Artikel 29h 1 artikelen 29, achtste lid 29a, eerste, tweede en vierde lid artikel 7, onderdeel a 8c, onderdeel a artikel 31, tweede lid artikel 30, tweede lid artikel 3:7, eerste lid 3:8 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg artikel 47, eerste lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet artikel 1b van de Werkloosheidswet In afwijking van de, en, wordt het ziekengeld van degene die laatstelijk verzekerd was op grond van, of, en recht had op een uitkering op grond van,ofomdat zij als werknemer werd aangemerkt omdat zij verzekerd was op grond van artikel 7, onderdeel a, vastgesteld overeenkomstig, met dien verstande dat de factor 0,7 op 1 wordt gesteld als het recht op ziekengeld is gebaseerd op artikel 29, tweede lid, onderdeel e of f. Hierbij zijn de bepalingen met betrekking tot het dagloon, maandloon en inkomen vanen de daarop berustende bepalingen van overeenkomstige toepassing. Bij deze vaststelling blijft, buiten toepassing met dien verstande dat het loon, bedoeld in, aangemerkt wordt als inkomen als bedoeld in artikel 47 van de Werkloosheidswet. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op degene die recht heeft op ziekengeld omdat hij laatstelijk verzekerd was op grond van artikel 8 en dat ziekengeld werd berekend op grond van het eerste of dit lid. 2016 471 07-12-2016 14-11-2016 34528 2016 472 07-12-2016 26-11-2016 01-04-2017
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 De zieke werknemer is verplicht: a. passende arbeid te verrichten indien hij daartoe in de gelegenheid wordt gesteld; b. in voldoende mate te trachten passende arbeid te verkrijgen; en c. geen eisen te stellen in verband met door hem te verrichten arbeid die het aanvaarden of verkrijgen van passende arbeid belemmeren. 2 artikel 31, eerste lid Weigert de werknemer die aanspraak maakt op ziekengeld zonder deugdelijke grond de arbeid, bedoeld in het eerste lid, te verrichten, dan wordt het loon dat hij zou hebben ontvangen indien hij deze arbeid wel verricht had, beschouwd als inkomen als bedoeld in. 3 artikel 30b van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de in het eerste lid bedoelde werknemer verplichten zich als werkzoekende te laten registreren en die registratie tijdig te doen verlengen, indien hem daartoe het recht toekomt op grond van. 4 artikel 30 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de door hem daartoe aangewezen deskundige kunnen degene aan wie ziekengeld is toegekend voorschriften geven in het belang van een behandeling of van genezing dan wel voorzover dit voortvloeit uit de taak, bedoeld in, tot behoud, herstel en bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid. 5 hoofdstuk 2 3 van de Wet sociale werkvoorziening Werkloosheidswet Onder passende arbeid als bedoeld in het eerste lid wordt, gedurende de eerste periode van zes maanden waarin recht bestaat op ziekengeld, verstaan arbeid die aansluit bij de arbeid waaruit de werknemer ziek is geworden. Na deze periode van zes maanden is alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de werknemer is berekend, passend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd. Niet als passend wordt beschouwd arbeid op grond van een dienstbetrekking als bedoeld inofof arbeid op grond waarvan men niet als werknemer in de zin van de Werkloosheidswet wordt aangemerkt. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent het begrip passende arbeid, waarbij tevens wordt bepaald op welke wijze wordt vastgesteld of arbeid aansluit bij de arbeid waaruit de werknemer ziek is geworden, alsmede in welke gevallen een periode waarin een recht op uitkering op grond van debestaat, wordt meegeteld bij de vaststelling van de periode, bedoeld in de eerste zin. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 30aa — Artikel 30aa#
Artikel 30aa 1 artikelen 29g 30, eerste en tweede lid Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot deen. 2 artikelen 29g 30, eerste lid Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld waarbij bepaalde groepen werknemers worden vrijgesteld van verplichtingen, hun op grond van deen, opgelegd. 3 artikel 30, eerste lid Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld op grond waarvan aan werknemers in individuele gevallen tijdelijk ontheffing kan worden verleend van verplichtingen, hun op grond van, opgelegd. 2012 464 12-10-2012 04-10-2012 33241 2012 483 19-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 30a — Artikel 30a#
Artikel 30a 1 Onverminderd het elders in deze wet bepaalde terzake van herziening of intrekking van een besluit tot toekenning van ziekengeld en terzake van weigering van ziekengeld, herziet het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een dergelijk besluit of trekt hij dat in: a. artikel 30 31 38 45 49 indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van,,,ofheeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van ziekengeld; b. indien anderszins het ziekengeld ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend; c. artikel 28 31 45 49 indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van,,ofertoe leidt dat niet kan worden vastgesteld of nog recht op ziekengeld bestaat. 2 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan geheel of gedeeltelijk van herziening of intrekking afzien indien daarvoor dringende redenen zijn. 2015 464 10-12-2015 25-11-2015 34273 2015 465 10-12-2015 02-12-2015 01-01-2016
Artikel 30b — Artikel 30b#
Artikel 30b 1 De intrekking of verlaging van een uitkering, die voortvloeit uit het door de werkgever ingesteld bezwaar of beroep, vindt niet eerder plaats dan de dag volgend op die waarop de beslissing op bezwaar is bekendgemaakt of de uitspraak is gedaan. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing in geval van intrekking van het bezwaar of beroep omdat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen geheel of gedeeltelijk is tegemoet gekomen aan het bezwaar of beroep van de werkgever. 2 Het eerste lid geldt niet, indien de uitkering door eigen schuld of toedoen van de werknemer ten onrechte of tot een te hoog bedrag is vastgesteld. 2002 584 10-12-2002 14-11-2002 27873 2003 72 27-02-2003 24-02-2003 01-03-2003
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 De verzekerde die aanspraak maakt op ziekengeld en tevens inkomen geniet, is verplicht hiervan vóór de uitkering van ziekengeld op door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in zijn reglement te bepalen wijze mededeling te doen. 2 Op het ziekengeld wordt in mindering gebracht: p/100 x A x B/C waarbij: p staat voor het percentage van het dagloon dat de verzekerde als ziekengeld ontvangt; A staat voor het inkomen; B staat voor het dagloon waarnaar het ziekengeld is berekend; C artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen staat voor het dagloon waarnaar het ziekengeld zou zijn berekend indien dat niet gemaximeerd zou zijn op het inbedoelde bedrag met betrekking tot een loontijdvak van een dag. 3 Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wat onder inkomen als bedoeld in dit artikel wordt verstaan. Daarbij kan tevens worden bepaald dat nader te bepalen inkomen dat gedeeltelijk, niet, of niet langer wordt genoten als gevolg van gewijzigde omstandigheden of enig handelen of nalaten van betrokkene in aanmerking wordt genomen alsof het wel volledig wordt genoten. 2024 409 17-12-2024 11-12-2024 36616 2024 410 17-12-2024 11-12-2024 01-01-2025
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Vervallen 2010 867 29-12-2010 23-12-2010 32421 2010 868 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 32a — Artikel 32a#
Artikel 32a Vervallen 2010 867 29-12-2010 23-12-2010 32421 2010 868 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 artikel 30, tweede lid 30a 45 Het ziekengeld, dat als gevolg van een besluit als bedoeld in,ofonverschuldigd is betaald, alsmede hetgeen anderszins onverschuldigd is betaald, wordt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen teruggevorderd. 2 artikel 629, vijfde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Het ziekengeld dat onverschuldigd aan de werkgever is betaald, wordt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen van de werkgever teruggevorderd, indien de werkgever het ziekengeld op grond vanin mindering heeft kunnen brengen op het loon. 3 In afwijking van het eerste lid kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten van terugvordering of van verdere terugvordering af te zien, indien degene van wie wordt teruggevorderd: a. gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; b. gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald; c. gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of d. een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost. 4 artikelen 31, eerste lid 49 De in het derde lid, onderdelen a, b en c, genoemde termijn is tien jaar indien de terugvordering het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in de, of. 5 De in het derde lid, onderdelen a en b, genoemde termijn is drie jaar indien: a. artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering het gemiddeld inkomen van de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet bedoeld in deniet te boven is gegaan; en b. artikel 49 de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in. 6 Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien. 7 Degene van wie wordt teruggevorderd is verplicht desgevraagd aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de inlichtingen te verstrekken die voor de terugvordering van belang zijn. 8 In afwijking van het eerste lid kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onder voorwaarden die Onze Minister kan stellen, besluiten van terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat. 2017 110 24-03-2017 08-03-2017 34628 2020 499 08-12-2020 30-11-2020 01-01-2021
Artikel 33a — Artikel 33a#
Artikel 33a 1 artikel 33, eerste en tweede lid Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de onverschuldigd betaalde uitkering, bedoeld in, invorderen bij dwangbevel. 2 Artikel 45g artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende gedurende drie jaar de beslagvrije voet bedoeld in deniet te boven is gegaan, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de aflossingsbedragen lager vaststelt. 2017 110 24-03-2017 08-03-2017 34628 2020 499 08-12-2020 30-11-2020 01-01-2021
Artikel 33b — Artikel 33b#
Artikel 33b Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van tenuitvoerlegging van de beschikking waarbij is vastgesteld dat onverschuldigd is betaald. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 artikel 33, eerste lid In afwijking van, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, op verzoek van de werknemer, besluiten gedeeltelijk van terugvordering of gedeeltelijk van verdere terugvordering af te zien bij medewerking aan een schuldregeling, indien: a. redelijkerwijs te voorzien is dat de werknemer niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen; b. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen, behoudens de in het tweede lid bedoelde vorderingen, van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; c. artikel 48 van de Wet op het consumentenkrediet een naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betrouwbaar voorstel voor een schuldregeling tot stand is gekomen door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld in; d. aannemelijk is dat medewerking aan een schuldregeling niet concurrentieverstorend werkt; en e. artikel 349 van de Faillissementswet uitdeling in het kader van de schuldregeling plaatsvindt overeenkomstig. 2 artikel 31 artikel 45a Wetboek van Strafrecht Het eerste lid is niet van toepassing indien een vordering is ontstaan door het opzettelijk of door grove schuld niet nakomen door de werknemer van de verplichting, bedoeld in, en hiervoor een boete als bedoeld inis opgelegd, dan wel met betrekking tot het niet naleven van die verplichting aangifte is gedaan op grond van het. 3 Het besluit tot het afzien van terugvordering of van verdere terugvordering wordt ingetrokken of ten nadele van de werknemer gewijzigd indien: a. niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste lid; b. de werknemer zijn schuld aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet; of c. onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid. 4 Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot dit artikel nadere regels worden gesteld ten aanzien van de bevoegdheid om mee te werken aan schuldregelingen. 2021 627 20-12-2021 15-12-2021 35897 2021 628 20-12-2021 15-12-2021 21-12-2021 15-11-2021
Artikel 34a — Artikel 34a#
Artikel 34a artikelen 33 34 artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek Een vordering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als bedoeld in deenis bevoorrecht en volgt onmiddellijk na de vorderingen, bedoeld in. 2011 618 20-12-2011 01-12-2011 33015 2011 619 20-12-2011 12-12-2011 01-01-2012
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 Na het overlijden van degene, aan wie ziekengeld is toegekend, wordt met ingang van de dag na het overlijden, ziekengeld in de vorm van een overlijdensuitkering uitbetaald: a. aan de langstlevende van de echtgenoten; b. a bij ontstentenis van de in onderdeelbedoelde persoon, aan de minderjarige kinderen tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond; c. a b bij ontstentenis van de in de onderdelenenbedoelde personen, aan degenen met wie de overledene in gezinsverband leefde. 2 De overlijdensuitkering is gelijk aan het bedrag van het ziekengeld over één maand doch niet over de zaterdagen en zondagen, berekend naar de hoogte van dat ziekengeld op de dag of laatstelijk voor de dag van overlijden van degene aan wie het ziekengeld is toegekend. 3 artikel 29 In verband met het overlijden van degene aan wie ziekengeld is toegekend, is, vierde lid, niet van toepassing. 4 De overlijdensuitkering wordt ambtshalve of op verzoek aan de rechthebbende of rechthebbenden genoemd in het eerste lid, door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen uitbetaald. 5 De overlijdensuitkering wordt in een bedrag ineens uitbetaald. 6 Het bedrag van de overlijdensuitkering wordt verminderd met het bedrag aan ziekengeld dat, over na het overlijden gelegen dagen, reeds is uitbetaald. 7 De overlijdensuitkering is niet vatbaar voor beslag. 2012 2 10-01-2012 08-12-2011 32846 2012 109 20-03-2012 08-03-2012 01-04-2012
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 artikel 29, tweede lid, onderdeel d, onder 1° artikel 35, eerste lid In de gevallen, waarin op de dag van het overlijden van de verzekerde of van degene die verzekerd is geweest, nog geen ziekengeld is toegekend omdat aan het overlijden geen periode van arbeidsongeschiktheid voorafging of, van toepassing was, dient de uitbetaling als bedoeld in, plaats te vinden, alsof hem met ingang van de dag na het overlijden ziekengeld is toegekend. 2 artikel 46 Voor de toepassing van het eerste lid, wordt onder degene die verzekerd is geweest uitsluitend verstaan degene die, ware hij niet overleden, doch arbeidsongeschikt geworden, nog aanspraak op ziekengeld had kunnen ontlenen aan. 2006 303 29-06-2006 28-06-2006 30370 2006 304 29-06-2006 28-06-2006 01-05-2007
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd verzekerden bij ongeschiktheid tot het verrichten van hun arbeid wegens ziekte op te roepen en te ondervragen op plaats, dag en uur, door hem te bepalen. 2 Opgeroepenen en, indien hun toestand geleide nodig maakt, mede hun geleiders, worden reiskosten, verblijfkosten en tijdverlies vergoed in de gevallen en volgens regels, door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vast te stellen. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 3:7, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg artikel 3:7, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg artikel 76a, eerste lid De werkgever van de verzekerde die bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte recht heeft op loon als bedoeld indan wel aanspraak heeft op bezoldiging op grond van, doet, uiterlijk op de eerste dag nadat de ongeschiktheid van die werknemer 42 weken heeft geduurd, aangifte van die ongeschiktheid bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. De werkgever geeft daarbij de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken op. Voor het bepalen van het tijdvak van 42 weken worden tijdvakken van ongeschiktheid tot werken samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond vanwordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. Bij de vaststelling van het tijdvak van 42 weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond vanwordt genoten, buiten beschouwing. 2 artikel 29, tweede lid, onderdeel c Onverminderd het eerste lid doet de werkgever van de verzekerde, bedoeld in, aangifte van de ongeschiktheid tot werken van die verzekerde aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, op de laatste dag van de dienstbetrekking. Indien tussen de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken en de laatste dag, bedoeld in de eerste zin, ten minste zes weken is gelegen stelt de werkgever, die geen eigenrisicodrager is, uiterlijk op die laatste dag van de dienstbetrekking in overleg met de werknemer een reïntegratieverslag op en verstrekt de werkgever hiervan een afschrift aan de werknemer. De werknemer verstrekt op diens verzoek het reïntegratieverslag aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen beoordeelt of de werkgever en de werknemer in redelijkheid hebben kunnen komen tot de reïntegratie-inspanningen, die zijn verricht. 3 artikelen 45a, achtste tot en met elfde lid 45g, vierde lid Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste € 455 indien de werkgever de verplichting, bedoeld in het eerste lid, of in de eerste zin van het tweede lid, niet of niet behoorlijk is nagekomen. De, en, zijn van overeenkomstige toepassing. 4 artikel 29, tweede lid, onderdeel e, f of g Dit artikel is, met uitzondering van de tweede, derde en vierde zin van het tweede lid en het zesde en zevende lid, niet van toepassing op de verzekerde, die aanspraak maakt op ziekengeld op grond van, en de werkgever van die verzekerde. Bij de toepassing van het zesde en zevende lid wordt voor «de behandeling van de aangifte, bedoeld in het tweede lid» gelezen «de beoordeling, bedoeld in de vierde zin van het tweede lid». 5 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de aangifte van de ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid, bedoeld in het eerste lid, en met betrekking tot het tweede lid. 6 Indien bij de behandeling van de aangifte, bedoeld in het tweede lid, blijkt dat de werkgever zijn verplichting om een reïntegratieverslag op te stellen niet of niet volledig is nagekomen, stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de werkgever een termijn waarbinnen het reïntegratieverslag wordt verstrekt of aangevuld. 7 Indien bij de behandeling van de aangifte, bedoeld in het tweede lid, blijkt dat de werknemer zijn verplichting tot het verstrekken van het reïntegratieverslag aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen niet of niet volledig is nagekomen, stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de werknemer een termijn waarbinnen het reïntegratieverslag wordt verstrekt onderscheidenlijk aangevuld. 8 artikel 23, zesde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 24, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Indien een aanvraag tot verkorte wachttijd als bedoeld in, of een verzoek om verlenging van het tijdvak waarin een verzekerde jegens zijn werkgever recht heeft op loon of bezoldiging als bedoeld in, wordt ingediend zonder dat een aangifte op grond van het eerste lid heeft plaatsgevonden, wordt deze aanvraag, respectievelijk dit verzoek, beschouwd als een aangifte op grond van het eerste lid. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 38a — Artikel 38a#
Artikel 38a 1 eerste afdeling, paragraaf 3 De verzekerde die een werkgever heeft als bedoeld in de, en die aanspraak maakt op ziekengeld is in geval van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte verplicht dit op de tweede dag van die ongeschiktheid te melden aan zijn werkgever. 2 De werkgever meldt uiterlijk op de vierde dag: a. waarop de verzekerde wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde melding, aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de eerste werkdag waarop de verzekerde wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, of b. artikel 3:7, eerste lid 3:8, tweede lid 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg vanaf de dag waarop de vrouwelijke werknemer recht had kunnen hebben op een uitkering op grond van,, ofdoch die uitkering nog niet is aangevangen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de eerste werkdag waarop de verzekerde wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van haar arbeid. 3 artikel 29, tweede lid, onderdeel e artikel 29a, eerste lid artikel 29b In afwijking van het tweede lid, onderdeel a, meldt de werkgever de eerste werkdag waarop de verzekerde wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, uiterlijk op de eerste dag na zes weken gerekend vanaf die eerste werkdag, indien de verzekerde aanspraak maakt op ziekengeld op grond van,, of. In afwijking van de vorige volzin meldt de werkgever de eerste werkdag waarop de verzekerde wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid op de laatste dag van de dienstbetrekking, indien de dienstbetrekking in de periode, bedoeld in de vorige zin, eindigt. 4 Indien de verzekerde na een ziekmelding als bedoeld in het eerste lid weer geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, meldt hij aan de werkgever uiterlijk de tweede dag van die geschiktheid, de eerste dag waarop hij weer geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. 5 De werkgever meldt na ontvangst van de in het vierde lid bedoelde melding, aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen uiterlijk op de tweede dag na de hersteldmelding door de verzekerde, de eerste dag waarop die verzekerde weer geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. 6 artikel 29, tweede lid, onderdeel e artikel 29a, eerste lid artikel 29b In afwijking van het vijfde lid meldt de werkgever, indien de verzekerde aanspraak maakt op ziekengeld op grond van,, of, de eerste werkdag waarop de verzekerde weer geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid niet eerder dan de ziekmelding bedoeld in het derde lid. 7 artikel 629, derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 76b, tweede lid Indien de verzekerde door toepassing vangeen recht heeft op loon dan wel op grond van, geen recht heeft op bezoldiging, meldt de werkgever dit aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 8 artikelen 45a, achtste tot en met elfde lid 45g, vierde lid Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste € 455 indien de werkgever de verplichting, bedoeld in het tweede, derde, vijfde, zesde of zevende lid, niet of niet behoorlijk is nagekomen. De, en, zijn van overeenkomstige toepassing. 9 Indien de werkgever de melding, bedoeld in het tweede of derde lid, niet tijdig doet, kent het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het ziekengeld met terugwerkende kracht toe over de verstreken periode, doch ten hoogste over een jaar. 2012 462 12-10-2012 04-10-2012 33207 2012 498 23-10-2012 11-10-2012 01-01-2013
Artikel 38aa — Artikel 38aa#
Artikel 38aa 1 artikel 38, tweede lid artikel 38a, tweede lid, onderdeel a In afwijking van, en, is de termijn voor het doen van de aangifte of melding aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen van de ongeschiktheid tot werken van een verzekerde voor een eigenrisicodrager: a. artikel 29, tweede lid, onderdeel a of c uiterlijk zes weken na de laatste dag van het dienstverband indien de verzekerde aanspraak maakt op ziekengeld op grond van, en b. uiterlijk zes weken na de eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid indien de verzekerde aanspraak maakt op ziekengeld op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel b. 2 De eigenrisicodrager, bedoeld in het eerste lid, meldt, na ontvangst van de melding van de verzekerde dat deze weer in staat is tot het verrichten van zijn arbeid, aan het Uitvoeringsorgaan werknemersverzekeringen, uiterlijk op de tweede dag na de hersteldmelding door de verzekerde, de eerste dag waarop die verzekerde weer geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. Deze melding wordt door de eigenrisicodrager niet eerder gedaan dan de melding bedoeld in het eerste lid. 3 artikelen 45a, achtste tot en met elfde lid 45g, vierde lid Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste € 455 indien de eigenrisicodrager de verplichting, bedoeld in het eerste of tweede lid, niet of niet behoorlijk is nagekomen. De, en, zijn van overeenkomstige toepassing. 2018 424 22-11-2018 17-10-2018 34977 2018 425 22-11-2018 08-11-2018 01-01-2019
Artikel 38ab — Artikel 38ab#
Artikel 38ab 1 eerste afdeling, paragraaf 3 Indien de verzekerde die aanspraak maakt op ziekengeld geen werkgever heeft als bedoeld in de, is deze in geval van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte verplicht dit op de tweede dag van die ongeschiktheid te melden aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 2 Indien de verzekerde, na een ziekmelding als bedoeld in het eerste lid weer geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, meldt hij aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen uiterlijk de tweede dag van die geschiktheid, de eerste dag waarop hij weer geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. 2009 318 27-07-2009 02-07-2009 31811 2009 319 27-07-2009 18-07-2009 01-08-2009
Artikel 38b — Artikel 38b#
Artikel 38b 1 artikel 29b 29d Op verzoek informeert de werknemer zijn werkgever over zijn mogelijke aanspraak op ziekengeld op grond vanof. De eerste zin is niet van toepassing gedurende de eerste twee maanden na aanvang van zijn dienstbetrekking. 2 artikel 38a, tweede of derde lid artikel 29a 29b Indien de werkgever de melding, bedoeld in, niet binnen de in die artikelleden genoemde termijn heeft gedaan doordat niet duidelijk was dat de werknemer aanspraak op ziekengeld kan maken op grond vanof, meldt de werkgever de eerste werkdag waarop die werknemer wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid zo spoedig mogelijk, doch in elk geval niet later dan de vierde dag na het tijdstip waarop het hem redelijkerwijs duidelijk kan zijn dat de werknemer aanspraak op ziekengeld kan maken op grond van artikel 29a of 29b. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kent alsdan het ziekengeld met terugwerkende kracht over de verstreken periode, doch ten hoogste over een jaar, toe. 3 artikel 38a, tweede lid artikel 29d In afwijking van, meldt de werkgever, indien een mogelijke aanspraak op grond vanbestaat, uiterlijk op de vierde dag nadat dertien weken van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte van de werknemer zijn verstreken, aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de eerste werkdag waarop die werknemer wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. 4 Artikel 38a, achtste lid , is van overeenkomstige toepassing op de melding, bedoeld in het tweede en derde lid. 2010 867 29-12-2010 23-12-2010 32421 2010 868 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 2010 838 28-12-2010 16-12-2010 32520 2010 839 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 08-07-2009
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 artikel 38, tweede lid 38a Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verricht bij verzekerden van wie op grond vanofeen aangifte van ziekte of van wie een ziekmelding is ontvangen, controle op het bestaan van ongeschiktheid tot het verrichten van hun arbeid wegens ziekte en hij beoordeelt bij gebleken ongeschiktheid of de werkgever zijn taak met betrekking tot verzuimbegeleiding op adequate wijze uitoefent. 2 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt ter uitvoering van de controle op het bestaan van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid controlevoorschriften vast, die voor een of meer bepaalde groepen van werknemers kunnen verschillen. 3 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd zijn controlebevindingen mee te delen aan de werkgever tot wie de aan controle onderworpen werknemer in dienstbetrekking staat. Het deelt de werkgever op diens verzoek mee of een bepaalde, tot hem in dienstbetrekking staande werknemer volgens de gegevens die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ter beschikking staan geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. 4 artikel 19aa Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt het percentage van het maatmaninkomen dat de verzekerde kan verdienen, bedoeld in, vast, en controleert of de verzekerde, bedoeld in artikel 19aa, eerste lid, recht heeft op ziekengeld. 2012 464 12-10-2012 04-10-2012 33241 2012 483 19-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 39a — Artikel 39a#
Artikel 39a 1 artikel 38, tweede lid artikel 71a, eerste, tweede, of vijfde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zevende lid van dat artikel artikel 25, eerste, tweede, of vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 42 van de Zorgverzekeringswet Indien bij de behandeling van de aangifte of de beoordeling, bedoeld in, blijkt dat de werkgever zonder deugdelijke grond zijn verplichtingen op grond van de tweede zin van dat lid ofdan wel de krachtens hetgestelde regels of op grond vandan wel de krachtens het zevende lid van dat artikel gestelde regels, niet of niet volledig nakomt of onvoldoende reïntegratie-inspanningen heeft verricht, verhaalt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op die werkgever het ziekengeld, alsmede de op grond van enige wet over deze uitkering verschuldigde premies die niet op deze uitkering in mindering kunnen worden gebracht en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in, dat zal worden betaald over een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vast te stellen tijdvak. Dit tijdvak vangt aan op de eerste dag van ongeschiktheid tot werken nadat de dienstbetrekking is geëindigd en wordt afgestemd op de periode waarin de werkgever de in de vorige volzin bedoelde verplichtingen of regels niet is nagekomen of onvoldoende reïntegratie-inspanningen heeft verricht. Het tijdvak bedraagt ten hoogste 52 weken. Indien binnen het door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vastgestelde tijdvak een periode van ongeschiktheid tot werken gedurende een periode van vier weken of meer wordt onderbroken door geschiktheid tot werken, wordt het ziekengeld over de periode van ongeschiktheid tot werken die is gelegen na die vier weken of meer weken, niet verhaald op de werkgever, bedoeld in de eerste zin. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt regels met betrekking tot het vaststellen van het in de tweede zin bedoelde tijdvak. Deze regels behoeven de goedkeuring van Onze Minister. 2 Indien de werkgever, bedoeld in het eerste lid, niet meer bestaat, wordt voor de toepassing van het eerste lid onder werkgever verstaan de rechtsopvolger van die werkgever. De eerste zin is niet van toepassing met betrekking tot de rechtsopvolger na faillissement. 3 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de in het eerste lid bedoelde bedragen invorderen bij dwangbevel. 4 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld. 2011 288 21-06-2011 06-06-2011 32131 2012 45 10-02-2012 06-02-2012 01-01-2013
Artikel 39b — Artikel 39b#
Artikel 39b 1 artikel 39a, eerste lid Een beschikking tot verhaal van uitkering, premies en vergoeding als bedoeld in, wordt niet meer gegeven indien meer dan vijf jaren sedert het einde van het kalenderjaar zijn verstreken, waarin zij zijn betaald of afgedragen. 2 Uitkeringen, premies en vergoedingen die niet zijn ingevorderd binnen tien jaren na het geven van de beschikking tot verhaal, worden niet meer ingevorderd. 3 De rechtsvordering tot terugbetaling van een onverschuldigd betaald bedrag in verband met verhaal van uitkering, premies en vergoeding verjaart door verloop van vijf jaren sedert het einde van het kalenderjaar waarin de beschikking tot verhaal is gegeven. 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 2005 525 01-11-2005 06-10-2005 30124 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006
Artikel 39c — Artikel 39c#
Artikel 39c artikel 39a, eerste lid artikelen 287 288, onderdeel a artikel 284 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek De vordering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wegens verhaal als bedoeld in, is bevoorrecht op alle goederen van de werkgever en gaat boven alle andere voorrechten met uitzondering van die van deen, alsmede dat van. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 39d — Artikel 39d#
Artikel 39d Vervallen 1996 134 27-02-1996 08-02-1996 24439 1996 141 29-02-1996 19-02-1996 01-03-1996
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 Wet langdurige zorg artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet Indien de degene aan wie ziekengeld is toegekend, aanspraak heeft op verstrekking of vergoeding van zorg als bedoeld in deen op grond van die wet een bijdrage voor die zorg verschuldigd is, is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bevoegd het ziekengeld tot het bedrag van die bijdrage in plaats van aan degene aan wie het ziekengeld is toegekend, zonder diens machtiging uit te betalen aan het Zorginstituut Nederland, genoemd in. 2 artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 wet artikel 6.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg Indien aan degene aan wie ziekengeld is toegekend, een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget wordt verstrekt voor beschermd wonen als bedoeld in, en hij op grond van diehiervoor een bijdrage is verschuldigd, is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bevoegd het ziekengeld tot het bedrag van die bijdrage in plaats van aan degene, aan wie het ziekengeld is toegekend, zonder diens machtiging uit te betalen aan het CAK, genoemd in, dat voor de gemeente de bijdrage int. 3 Indien degene, aan wie ziekengeld is toegekend, in een inrichting ter verpleging van geesteszieken of van zwakzinnigen is opgenomen en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, van de desbetreffende inrichting of van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente die de opnamekosten betaalt, het verzoek ontvangt om het ziekengeld aan die inrichting of die gemeente uit te betalen, is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bevoegd dat verzoek zonder het stellen van andere voorwaarden in te willigen. 4 Indien het eerste of tweede lid toepassing vindt, heeft de in het derde lid bedoelde bevoegdheid betrekking op het gedeelte van het ziekengeld dat niet aan de in het tweede of derde lid genoemde instantie wordt uitbetaald. 5 Een herziening van de betaling op grond van het eerste of tweede lid als gevolg van een wijziging van de verschuldigde bijdrage vindt plaats zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld. 2020 67 24-02-2020 05-02-2020 35299 2020 93 18-03-2020 06-03-2020 19-03-2020
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen schort de betaling van het ziekengeld op indien degene aan wie ziekengeld is toegekend een vreemdeling is die niet rechtmatig in Nederland verblijf houdt als bedoeld in. 2 De betaling van het ziekengeld wordt hervat indien betrokkene daartoe een aanvraag indient en het het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is gebleken dat hij feitelijk buiten Nederland woont of verblijf houdt. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 Is van de aanvrager of ontvanger van ziekengeld bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een adres in Nederland bekend, terwijl in de basisregistratie personen ambtshalve is opgenomen dat hij is vertrokken naar een onbekend land van verblijf, dan verzoekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem de afwijkende registratie in de basisregistratie personen binnen een redelijke termijn ongedaan te laten maken. 2 Wanneer na afloop van deze termijn, de afwijkende registratie niet is beëindigd of als uit de basisregistratie personen niet blijkt dat het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente de gegevens over het adres in onderzoek heeft genomen, schort het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van het ziekengeld aan de persoon, aan wie het ziekengeld is toegekend, op. 3 De opschorting wordt beëindigd zodra is vastgesteld dat de persoon, bedoeld in het tweede lid, in het buitenland woont of verblijft of dat een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen. 4 Indien het onderzoek van het college van burgemeester en wethouders is afgerond en de persoon, bedoeld in het tweede lid, in de basisregistratie personen ambtshalve opgenomen blijft met gegevens over het vertrek uit Nederland, schort het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van het ziekengeld op tot verblijf in het buitenland kan worden vastgesteld of een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen. 2013 405 23-10-2013 09-10-2013 33579 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 artikel 64 van de Wet financiering sociale verzekeringen De verzekerde, aan wie een ontheffing wegens gemoedsbezwaren als bedoeld inis verleend, komt geen ziekengeld toe. 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Vervallen 2010 867 29-12-2010 23-12-2010 32421 2010 868 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen weigert het ziekengeld geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of blijvend: a. indien de verzekerde niet binnen redelijke termijn geneeskundige hulp inroept en niet zich gedurende het gehele verloop van de ziekte onder behandeling blijft stellen of indien hij de voorschriften van de behandelende arts niet opvolgt; b. indien de verzekerde gedurende de ongeschiktheid tot werken zich schuldig maakt aan gedragingen, waardoor zijn genezing wordt belemmerd of nalaat voldoende mee te werken om aanpassing aan zijn ziekte of gebrek te verkrijgen; c. indien de verzekerde zonder deugdelijke grond nalaat gevolg te geven aan een verzoek, ingevolge deze wet gedaan door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om te verschijnen of indien het geneeskundig onderzoek door een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aangewezen deskundige door toedoen van de verzekerde niet kan plaatshebben; d. artikel 38a, eerste lid artikel 38ab, eerste lid indien de verzekerde het voorschrift, gegeven in, of in, niet opgevolgd heeft; e. artikel 39, tweede lid indien de verzekerde zich niet houdt aan de in, bedoelde controlevoorschriften; f. Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten artikel 88 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikelen 27, tweede lid, onderdelen a tot en met c, of vijfde lid 28, eerste lid 29 30, eerste of tweede lid, van laatstgenoemde wet artikel 25 28, onderdeel a of b, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering artikel 45 46, onderdeel a of b, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen artikel 3:37 3:38, eerste lid, onderdeel a of b, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten artikel 2:67 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten artikelen 2:7, tweede lid, onderdelen a tot en met c, en zesde lid 2:8, eerste lid 2:31 2:32, tweede lid, van laatstgenoemde wet indien met betrekking tot de ongeschiktheid tot werken bij de uitvoering van de, de, deonderscheidelijk detoepassing wordt gegeven aanin verband met het niet naleven van de,,of,of,of,ofonderscheidelijkin verband met het niet naleven van de,,of; g. indien de verzekerde zijn ongeschiktheid tot werken opzettelijk heeft veroorzaakt; h. artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen indien de verzekerde de verplichting bedoeld inniet of niet behoorlijk is nagekomen; i. artikel 31, eerste lid 49 indien de verzekerde de verplichting bedoeld in, ofniet binnen de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen; j. artikelen 31, eerste lid 49 indien de verzekerde door zijn doen en laten het Algemeen Werkloosheidsfonds, het Uitvoeringsfonds voor de overheid, de Werkhervattingskas of de eigenrisicodrager benadeelt of zou kunnen benadelen. Onder benadeling in de zin van dit onderdeel is niet begrepen het niet nakomen van de verplichtingen, bedoeld in de, en; k. artikelen 29g 30 indien de verzekerde een hem op grond van deofopgelegde verplichting niet nakomt, tenzij artikel 30, tweede lid, van toepassing is; l. indien de verzekerde zonder redelijke gronden niet meewerkt aan een scholing of opleiding die wenselijk wordt geacht voor zijn inschakeling in de arbeid; m. artikel 38, tweede lid indien de verzekerde zonder deugdelijke grond weigert of heeft geweigerd mee te werken aan door zijn werkgever of door een door die werkgever aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen die erop gericht zijn om de verzekerde in staat te stellen passende arbeid te verrichten, dan wel indien bij de behandeling van de aangifte of de beoordeling, bedoeld in, blijkt dat de verzekerde zonder deugdelijke grond onvoldoende reïntegratie-inspanningen heeft verricht; n. artikel 38, tweede lid, derde zin indien de verzekerde zich niet houdt aan het voorschrift, bedoeld in; o. artikel 26, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 30a, derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet indien de belanghebbende zonder redelijke gronden niet meewerkt aan het opstellen van het plan van aanpak, bedoeld in, of het re-integratieplan, bedoeld intenzij de belanghebbende de inbedoelde leeftijd heeft bereikt; p. artikel 26, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 30a, zesde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet indien de belanghebbende de verplichtingen die zijn opgenomen in het plan van aanpak, bedoeld in, of in het re-integratieplan, bedoeld in, niet of niet behoorlijk is nagekomen tenzij de belanghebbende de inbedoelde leeftijd heeft bereikt; q. Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten indien de verzekerde die recht heeft op arbeidsondersteuning op grond van deop grond van artikel 2:39, vierde lid, van die wet geen inkomensvoorziening ontvangt; r. indien de verzekerde zich niet onthoudt van zeer ernstige misdragingen jegens de met de uitvoering van deze wet belaste personen en instanties en jegens de eigenrisicodrager en de bedrijfsarts of arbodienst van de eigenrisicodrager tijdens het verrichten van hun werkzaamheden. 2 Een maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin de verzekerde de gedraging verweten kan worden. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. 3 artikel 31, eerste lid 38, tweede lid, derde zin 49 artikel 30, eerste lid, onderdeel b Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet tijdig nakomen van de verplichting, bedoeld in,, of, indien het niet tijdig nakomen van de verplichting niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering, of ter zake van het zich niet houden aan een voorschrift als bedoeld in, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een zodanige waarschuwing is gegeven. 4 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een maatregel indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. 5 Het opleggen van een maatregel blijft achterwege, indien voor dezelfde gedraging: a. artikel 45a een bestuurlijke boete als bedoeld inwordt opgelegd; b. artikel 27, vierde lid, van de Werkloosheidswet een maatregel op grond vanwordt opgelegd, of c. artikel 27a van de Werkloosheidswet een bestuurlijke boete als bedoeld inwordt opgelegd. 6 Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste en het tweede lid. 7 artikel 29, eerste lid Onder benadeling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, wordt mede verstaan de situatie dat de verzekerde zonder deugdelijke grond heeft nagelaten verweer te voeren tegen of heeft ingestemd met een beëindiging van de dienstbetrekking in de periode, bedoeld in. 8 artikel 29, tweede lid, onderdeel d, aanhef en onder 1° artikel 27, vierde lid, van de Werkloosheidswet Werkloosheidswet artikel 20, eerste lid, onderdelen a en b, van de Werkloosheidswet Indien aan de persoon, bedoeld in, in de eerste dertien weken van zijn ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte een maatregel op grond vanis opgelegd, wordt de beschikking waarbij die maatregel is opgelegd vanaf de eerste dag van de veertiende week van zijn ongeschiktheid of zoveel eerder als de uitkering op grond van deeindigt op grond van het bepaalde in, geacht gebaseerd te zijn op het eerste lid. 2020 496 04-12-2020 25-11-2020 35494 2020 497 04-12-2020 30-11-2020 01-01-2021
Artikel 45a — Artikel 45a#
Artikel 45a 1 artikel 31, eerste lid 49 artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste het benadelingsbedrag wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de verzekerde van de verplichting, bedoeld in, of. Indien de feiten en omstandigheden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, of 49, niet of niet behoorlijk zijn medegedeeld en deze overtredingen opzettelijk zijn begaan, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in. Indien de feiten en omstandigheden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, of 49, niet of niet behoorlijk zijn medegedeeld en deze overtredingen niet opzettelijk zijn begaan, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste het bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. 2 artikelen 31, eerste lid 49 In dit artikel wordt onder benadelingsbedrag verstaan het brutobedrag dat als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in deof, ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan ziekengeld is ontvangen. 3 artikelen 31, eerste lid 49 artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht Indien het niet of niet behoorlijk nakomen door de verzekerde van de verplichting, bedoeld in deof, niet heeft geleid tot een benadelingsbedrag, legt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een bestuurlijke boete op van ten hoogste het bedrag van de tweede categorie, bedoeld in. 4 artikelen 31, eerste lid 49 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen door de verzekerde van de verplichting, bedoeld in deof, in situaties die bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de verzekerde een zodanige waarschuwing is gegeven. 5 artikelen 31, eerste lid 49 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt een bestuurlijke boete op wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de verzekerde van de verplichting, bedoeld in de, of, als gevolg waarvan ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan ziekengeld is ontvangen, van ten hoogste 150 procent van het benadelingsbedrag, met overeenkomstige toepassing van het eerste lid, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van het begaan van de overtreding een eerdere bestuurlijke boete of strafrechtelijke sanctie is opgelegd wegens een eerdere overtreding, bestaande uit eenzelfde gedraging, die onherroepelijk is geworden. 6 artikelen 31, eerste lid 49 12 van de Toeslagenwet 25 van de Werkloosheidswet 12, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen 80 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering 27, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Onder eenzelfde gedraging als bedoeld in het vijfde lid wordt verstaan het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in de, ofvan deze wet,,,,, ofals gevolg waarvan ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan uitkering, ziekengeld of toeslag is verleend. 7 In afwijking van het vijfde lid is het in dat lid genoemde tijdvak van vijf jaar tien jaar indien wegens de eerdere overtreding, bedoeld in het vijfde lid, de verzekerde is gestraft met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. 8 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. 9 Degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd, is verplicht desgevraagd aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de inlichtingen te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de bestuurlijke boete van belang zijn. 10 Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de hoogte van de bestuurlijke boete. 11 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van tenuitvoerlegging van de beschikking waarbij de bestuurlijke boete is opgelegd. 12 artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vankan de rechter in beroep of hoger beroep het bedrag waarop de bestuurlijke boete is vastgesteld ook ten nadele van de verzekerde wijzigen. 13 artikel 27a van de Werkloosheidswet Er wordt geen bestuurlijke boete opgelegd indien voor dezelfde gedraging een bestuurlijke boete als bedoeld inwordt opgelegd. 14 Artikel 34, eerste, derde en vierde lid Indien ten aanzien van een overtreding waarvoor een bestuurlijke boete is opgelegd geen sprake is geweest van opzet of grove schuld, en voorts is gebleken dat binnen een jaar nadat de bestuurlijke boete is opgelegd niet nogmaals een overtreding wegens eenzelfde gedraging als bedoeld in het zesde lid is begaan, is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bevoegd op verzoek van degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd, de bestuurlijke boete geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden bij medewerking aan een schuldregeling., is van overeenkomstige toepassing. 15 Het besluit tot kwijtschelding, bedoeld in het veertiende lid, wordt ingetrokken of ten nadele van degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd herzien indien binnen vijf jaar na het besluit tot kwijtschelding wederom een overtreding is begaan wegens eenzelfde gedraging als bedoeld in het zesde lid. 2016 318 08-09-2016 23-08-2016 34396 2016 421 08-11-2016 27-10-2016 01-01-2017
Artikel 45b — Artikel 45b#
Artikel 45b Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 45c — Artikel 45c#
Artikel 45c Vervallen 2012 462 12-10-2012 04-10-2012 33207 2012 498 23-10-2012 11-10-2012 01-01-2013
Artikel 45d — Artikel 45d#
Artikel 45d Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 45e — Artikel 45e#
Artikel 45e Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 45f — Artikel 45f#
Artikel 45f Vervallen 2012 462 12-10-2012 04-10-2012 33207 2012 498 23-10-2012 11-10-2012 01-01-2013
Artikel 45g — Artikel 45g#
Artikel 45g 1 artikel 45a, vijfde lid Werkloosheidswet Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen Wet inkomensvoorziening oudere werklozen Wet arbeid en zorg Toeslagenwet Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verrekent de bestuurlijke boete en een eerdere bestuurlijke boete wegens eenzelfde gedraging als bedoeld in, met een uitkering op grond van deze wet, de, de, de, de, de, de, de, deof een toeslag op grond van de, die degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd ontvangt. 2 Onverminderd het eerste lid kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de bestuurlijke boete verrekenen met een vordering die degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd op hem heeft. 3 Algemene Ouderdomswet Algemene nabestaandenwet Paticipatiewet Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen De Sociale verzekeringsbank onderscheidenlijk de gemeente betaalt het bedrag van de bestuurlijke boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is, op zijn verzoek aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen indien degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de, de, de, deof de. 4 artikel 479g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 4:123, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht De inaan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gebruik maakt van deze bevoegdheid, geschiedt de bekendmaking van het dwangbevel, in afwijking van, door middel van toezending per post aan de persoon aan wie de boete is opgelegd. 5 artikel 45a, negende lid Zolang de verzekerde zijn verplichting, bedoeld in, niet of niet behoorlijk nakomt: a. artikel 4:93, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in afwijking vanbevoegd tot verrekening van de bestuurlijke boete voor zover beslag op de vordering van de schuldeiser nietig zou zijn; b. artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 4:116 van de Algemene wet bestuursrecht geldt de beslagvrije voet, bedoeld in de, in afwijking van, niet bij de invordering van een bestuurlijke boete bij dwangbevel. 2016 471 07-12-2016 14-11-2016 34528 2016 472 07-12-2016 26-11-2016 01-01-2017 2016 318 08-09-2016 23-08-2016 34396 2016 421 08-11-2016 27-10-2016 01-01-2017
Artikel 45h — Artikel 45h#
Artikel 45h Vervallen 2016 318 08-09-2016 23-08-2016 34396 2016 421 08-11-2016 27-10-2016 01-01-2017
Artikel 45i — Artikel 45i#
Artikel 45i Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de verzekerde de uitkering van ziekengeld op grond van deze wet tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk heeft geweigerd dan wel hem een bestuurlijke boete heeft opgelegd, stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het reïntegratiebedrijf dat ten behoeve van die verzekerde werkzaamheden gericht op vergroting van de mogelijkheden tot het verrichten van arbeid of op inschakeling in de arbeid verricht, van die beschikking in kennis voorzover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de werkzaamheden door het reïntegratiebedrijf. 2012 462 12-10-2012 04-10-2012 33207 2012 498 23-10-2012 11-10-2012 01-01-2013 Voorheen art. 45h.
Artikel 45j — Artikel 45j#
Artikel 45j Indien voor het vaststellen van het recht op ziekengeld op grond van deze wet, in het kader van een ziekmelding voor de toekenning van ziekengeld op grond van deze wet, naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een medisch onderzoek nodig is en de betrokkene niet meewerkt aan dat onderzoek, blijven eventuele uit deze wet voortvloeiende aanspraken op ziekengeld op grond van deze wet buiten beschouwing, voor zolang het recht op ziekengeld niet kan worden vastgesteld. 2012 462 12-10-2012 04-10-2012 33207 2012 498 23-10-2012 11-10-2012 01-01-2013 Voorheen art. 45i.
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 artikel 3 Degene die binnen vier weken na het einde van zijn verzekering ongeschikt tot werken wordt, heeft tegenover het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aanspraak op ziekengeld alsof hij verzekerd was gebleven. Indien de verzekering berust op een dienstbetrekking als bedoeld inontstaat de in de eerste zin bedoelde aanspraak op ziekengeld eerst na het eindigen van die dienstbetrekking. 2 Voor de vaststelling van het bedrag van het ziekengeld wordt de ongeschiktheid tot werken geacht te zijn ingetreden in de kalenderweek, waarin de verzekering is geëindigd. 3 De in het eerste lid bedoelde aanspraak komt niet toe aan: a. artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet artikel 6 degene die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, heeft bereikt, of in verband met, eerste lid, onderdeel a of b niet verzekerd is; b. degene, die ingevolge de wetgeving van een andere Mogendheid aanspraak heeft op uitkering bij ziekte; en c. Wet inkomensvoorziening oudere werklozen Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers degene die recht heeft op een uitkering op grond van deof op een uitkering op grond van de. 4 artikel 29a De in het eerste lid bedoelde aanspraak komt mede toe, voor zover het betreft de toepassing van, aan de vrouw, wier bevalling waarschijnlijk is, onderscheidenlijk wier bevalling plaatsvindt binnen een tijdsverloop van tien weken na het einde van haar verplichte verzekering. 5 Voor de toepassing van dit artikel is ongeschikt tot werken degene, die ongeschikt is tot het verrichten van de arbeid, waarmede hij in zijn onderhoud placht te voorzien. 6 artikel 8, onderdeel a artikel 19aa, eerste lid, aanhef en onderdeel b In afwijking van het vijfde lid wordt, voor degene die uitsluitend verzekerd is geweest op grond van, indien, van toepassing is geweest, als ongeschikt tot werken aangemerkt de ongeschiktheid, bedoeld in artikel 19aa, eerste lid, aanhef en onderdeel b. 2015 464 10-12-2015 25-11-2015 34273 2015 465 10-12-2015 02-12-2015 01-01-2016
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 47a — Artikel 47a#
Artikel 47a 1 artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 76a, eerste lid Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betaalt geen voorschot indien onzekerheid bestaat over het recht op loon als bedoeld inof het recht op bezoldiging op grond van. 2 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen schort de betaling van ziekengeld op of schorst de betaling, indien het van oordeel is of het gegronde vermoeden heeft dat: a. het recht op ziekengeld niet of niet meer bestaat; b. recht op een lagere ziekengelduitkering bestaat; c. artikel 30 31 45 49 de verzekerde of zijn wettelijk vertegenwoordiger een verplichting als bedoeld in,,ofniet of niet behoorlijk is nagekomen. 3 Indien een reïntegratiebedrijf aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft gemeld dat het gegronde vermoeden bestaat dat een persoon aan wie ziekengeld is toegekend, onvoldoende medewerking verleent aan de op hem betrekking hebbende werkzaamheden van het reïntegratiebedrijf, neemt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een besluit omtrent de gehele of gedeeltelijke opschorting of schorsing van de betaling van het ziekengeld aan die persoon voor de duur van ten hoogste acht weken. 4 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt het reïntegratiebedrijf in kennis van een besluit tot opschorting of schorsing als bedoeld in het derde lid. 2022 543 27-12-2022 21-12-2022 36216 2022 544 27-12-2022 21-12-2022 01-01-2023
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 Voor zover betreft het in ontvangst nemen van een uitkering ingevolge deze wet en het verlenen van kwijting voor de betaling daarvan, wordt een minderjarige met een meerderjarige gelijkgesteld. Indien de wettelijke vertegenwoordiger zich tegen de betaling aan de minderjarige schriftelijk verzet bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geschiedt de uitbetaling aan de wettelijke vertegenwoordiger. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 De verzekerde is verplicht aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op zijn verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mee te delen, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op of de hoogte van een door hem aangevraagde of aan hem toegekende ziekengelduitkering. Deze verplichting geldt niet indien die feiten en omstandigheden door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden verkregen uit bij ministeriële regeling aan te wijzen administraties. Bij ministeriële regeling wordt bepaald voor welke gegevens de tweede zin van toepassing is. 2009 589 30-12-2009 03-12-2009 31955 2009 590 30-12-2009 17-12-2009 01-01-2010
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 1 Het ziekengeld is: a. onvervreemdbaar; b. niet vatbaar voor verpanding of belening. 2 Volmacht tot ontvangst van het ziekengeld, onder welke vorm of benaming ook verleend, is steeds herroepelijk. 3 Elk beding, strijdig met enige bepaling van dit artikel, is nietig. 1990 605 13-12-1990 17897 1990 605 13-12-1990 17897 01-04-1991
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 artikel 59 Het Rijk is niet aansprakelijk voor het doen van uitkeringen of de verstrekking van bijdragen als bedoeld in. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 Bij de vaststelling van de schadevergoeding, waarop de verzekerde naar burgerlijk recht aanspraak kan maken ter zake van zijn ongeschiktheid tot werken wegens ziekte, houdt de rechter rekening met de aanspraken, die hij krachtens deze wet heeft. 1966 85 18-02-1966 7171 1967 105 15-01-1967 01-07-1967
Artikel 52a — Artikel 52a#
Artikel 52a 1 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft voor de krachtens deze wet gemaakte kosten verhaal op degene, die in verband met het veroorzaken van ongeschiktheid tot werken jegens de verzekerde naar burgerlijk recht tot schadevergoeding is verplicht, doch ten hoogste tot het bedrag, waarvoor deze bij het ontbreken van de aanspraken krachtens deze wet naar burgerlijk recht aansprakelijk zou zijn, verminderd met een bedrag, gelijk aan dat van de schadevergoeding tot betaling waarvan de aansprakelijke persoon jegens de verzekerde naar burgerlijk recht is gehouden. 2 De eigenrisicodrager treedt voor de toepassing van het eerste lid in de plaats van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 3 Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen De in het eerste lid bedoelde aansprakelijke is eveneens verplicht tot vergoeding van de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de eigenrisicodrager gemaakte redelijke kosten ter nakoming van de verplichtingen tot inschakeling in de arbeid van de verzekerde, die op het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de eigenrisicodrager rusten op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen alsmede deen de daarop berustende bepalingen. De aansprakelijke kan hetzelfde verweer voeren dat hem jegens de verzekerde ten dienste zou hebben gestaan. 4 De werkgever en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekken elkaar op verzoek informatie, die noodzakelijk is voor de uitoefening van het regresrecht. Bij deze informatieverstrekking worden persoonsgegevens, waaronder het burgerservicenummer, verwerkt. 2022 543 27-12-2022 21-12-2022 36216 2022 544 27-12-2022 21-12-2022 01-01-2023
Artikel 52b — Artikel 52b#
Artikel 52b 1 Het bepaalde in het vorige artikel geldt ten aanzien van de naar burgerlijk recht tot schadevergoeding verplichte werkgever van de verzekerde, onderscheidenlijk ten aanzien van de naar burgerlijk recht tot schadevergoeding verplichte verzekerde, die in dienstbetrekking staat tot dezelfde werkgever als de verzekerde jegens wie naar burgerlijk recht verplichting tot schadevergoeding bestaat, slechts indien de ongeschiktheid tot werken is te wijten aan opzet of bewuste roekeloosheid van die werkgever onderscheidenlijk verzekerde. 2 artikel 34 van de Invorderingswet 1990 Voor de toepassing van het vorige lid wordt mede als werkgever beschouwd de inlener, bedoeld in. 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 52c — Artikel 52c#
Artikel 52c 1 Het ziekengeld wordt betaald zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld, indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat aan een beschikking geen behoefte bestaat. 2 Het ziekengeld wordt beëindigd zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld indien sprake is van een spontane werkhervatting. Indien de belanghebbende binnen een redelijke termijn om een beschikking verzoekt, dan wordt deze zo spoedig mogelijk alsnog verstrekt. 3 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betaalt het ziekengeld, bedoeld in het eerste lid, binnen zes weken na indiening van de aanvraag. 2010 840 28-12-2010 13-12-2010 32435 2010 877 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 52d — Artikel 52d#
Artikel 52d Artikel 29b, eerste lid, onderdeel b, tweede, negende en tiende lid artikel V, onderdeel A, van de Invoeringswet Participatiewet , zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding vanblijft van toepassing op de werknemer, wiens dienstbetrekking is aangevangen voor de dag van inwerkingtreding van artikel V, onderdeel A, van die wet. 2014 270 15-07-2014 02-07-2014 33161 2014 271 15-07-2014 04-07-2014 01-01-2015
Artikel 52e — Artikel 52e Proefplaatsing#
Artikel 52e Proefplaatsing 1 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de eigenrisicodrager kunnen, in het kader van de bevordering van de inschakeling in de arbeid, toestemming verlenen aan de persoon aan wie ziekengeld is toegekend, om op een proefplaats bij een werkgever gedurende maximaal zes maanden onbeloonde werkzaamheden te verrichten. 2 Tijdens het verrichten van werkzaamheden op een proefplaats wordt het ziekengeld niet ingetrokken of herzien. 3 De onbeloonde werkzaamheden op een proefplaats zijn: a. werkzaamheden, waartoe de persoon, bedoeld in het eerste lid, met zijn krachten en bekwaamheden in staat is; b. werkzaamheden, waarbij de werkgever, bij wie de proefplaatsing geschiedt, een aansprakelijkheidsverzekering ten behoeve van de persoon, bedoeld in het eerste lid, heeft afgesloten; c. werkzaamheden, die de persoon, bedoeld in het eerste lid, niet reeds eerder onbeloond op een proefplaats bij die werkgever of diens rechtsvoorganger heeft verricht; en d. werkzaamheden waarbij er, naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, een reëel uitzicht is op een op de onbeloonde werkzaamheden aansluitende dienstbetrekking van dezelfde of grotere omvang voor ten minste 6 maanden. 4 Indien de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, wegens ziekte worden onderbroken, wordt de periode van onderbreking, voor de toepassing van dat lid buiten beschouwing gelaten. 5 artikel 30, eerste lid, onderdeel b In afwijking van, is de persoon die onbeloonde werkzaamheden op een proefplaats als bedoeld in het eerste of tweede lid verricht, voor de duur van de proefplaatsing niet verplicht passende arbeid te verkrijgen. 6 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van dit artikel. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 52f — Artikel 52f Nadere regels m.b.t. aanvraag proefplaatsing#
Artikel 52f Nadere regels m.b.t. aanvraag proefplaatsing artikel 52e Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de aanvraag van toestemming als bedoeld in. 2005 710 27-12-2005 22-12-2005 30318 2005 711 27-12-2005 22-12-2005 29-12-2005
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 In de uitvoering van deze wet wordt voorzien door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 1 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt een ziekengeldreglement vast. 2 Het ziekengeldreglement mag geen bepalingen bevatten, welke strijdig zijn met deze wet en de daarop berustende bepalingen of met de statuten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 3 Het ziekengeldreglement mag geen bepalingen bevatten inzake hogere, langere of andere uitkeringen dan deze wet vaststelt dan wel bepaalt. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 1 De werknemer is verzekerd bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 2 Voor de toepassing van deze wet gelden aaneensluitende verzekeringen bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als één verzekering. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 Vervallen 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 Vervallen 1993 750 22-12-1993 22899 1993 751 22-12-1993 01-01-1994
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 Vervallen 1995 691 28-12-1995 21-12-1995 24326 1995 691 28-12-1995 21-12-1995 24326 29-12-1995
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald, dat in bij die maatregel aan te wijzen gevallen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de bevoegdheid wordt verleend, te bepalen, dat aan een of meer bij hem verzekerde groepen van werknemers, met inachtneming van bij die maatregel te stellen regels, behalve het in deze wet geregelde ziekengeld andere uitkeringen worden gedaan of bijdragen worden verstrekt voor een of meer sociale fondsen. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 artikelen 93 106 112 113a van de Wet financiering sociale verzekeringen De uitkeringen op grond van deze wet komen ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds, het Uitvoeringsfonds voor de overheid, het Arbeidsongeschiktheidsfonds en de Werkhervattingskas, genoemd in de,,en. 2019 219 19-06-2019 29-05-2019 35074 2019 266 18-07-2019 11-07-2019 01-01-2020
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 1 artikel 60 artikel 7 artikel 8 artikel 8a artikel 106 van de Wet financiering sociale verzekeringen In afwijking vankomen de uitkeringen op grond van deze wet ten aanzien van overheidswerknemers en degenen die op grond van,ofwerknemer zijn wegens het ontvangen van een uitkering uit hoofde van een dienstbetrekking als overheidswerknemer, ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid, bedoeld in. 2 artikel 60 artikel 4, eerste lid, onderdelen i en j artikel 42 van de Zorgverzekeringswet In afwijking van het eerste lid enkomen de uitgaven en de kosten verbonden aan de verstrekking van uitkeringen en aan de reïntegratie van personen als bedoeld in, alsmede de op grond van enige wet over deze uitkeringen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verschuldigde premies die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in, ten laste van het Rijk. 2011 288 21-06-2011 06-06-2011 32131 2012 45 10-02-2012 06-02-2012 01-01-2013
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt, volgens nadere bij ministeriële regeling vast te stellen regels, uit de door dit instituut gevoerde administratie aan een daartoe door Onze Minister aangewezen onder hem ressorterende ambtenaar, gegevens omtrent het ziekteverzuim van werknemers. 2003 544 30-12-2003 19-12-2003 28978 2003 545 30-12-2003 19-12-2003 01-01-2004
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 63a — Artikel 63a#
Artikel 63a 1 artikel 29, tweede lid, onderdelen a, b en c artikel 45a artikel 29, tweede lid, onderdelen a, b en c artikel 26, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 71b, derde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering De eigenrisicodrager verricht met betrekking tot de personen, bedoeld in, die laatstelijk tot hem in dienstbetrekking stonden, de werkzaamheden ter zake van de voorbereiding van besluiten op grond van deze wet inzake uitkeringen, met uitzondering van besluiten op grond vanen besluiten op grond van bezwaar of beroep. De eigenrisicodrager begeleidt de personen, bedoeld in, die laatstelijk tot hem in dienstbetrekking stonden, bij gebleken ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte als zou hij in een privaatrechtelijke dienstbetrekking tot de eigenrisicodrager staan, met toepassing vandan wel. 2 artikelen 28, eerste lid 29g, tweede lid 30, derde lid 37, eerste lid 39, eerste en tweede lid Bij de uitvoering van het eerste lid treedt de eigenrisicodrager voor de toepassing van de,,,, en, in de plaats van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. De eerste zin blijft buiten toepassing voorzover noodzakelijk voor het verrichten van werkzaamheden op grond van het vierde of vijfde lid door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 3 artikel 29, tweede lid, onderdelen a, b en c artikel 42 van de Zorgverzekeringswet De eigenrisicodrager betaalt het door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen toegekende ziekengeld namens het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de personen, bedoeld in, die laatstelijk tot hem in dienstbetrekking stonden. Indien de eigenrisicodrager het ziekengeld niet betaalt, wordt dit betaald door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verhaalt het ziekengeld, alsmede de op grond van enige wet over deze uitkering verschuldigde premies die niet op deze uitkering in mindering kunnen worden gebracht en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in, op de eigenrisicodrager. 4 Op verzoek van een eigenrisicodrager verricht het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de werkzaamheden als bedoeld in de eerste zin van het eerste lid, of onderdelen hiervan. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen brengt de kosten daarvan, alsmede de kosten die voortvloeien uit het derde lid, in rekening bij de eigenrisicodrager. 5 Indien de eigenrisicodrager werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen niet, niet voldoende of niet juist verricht, verricht het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen die werkzaamheden. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen brengt de kosten daarvan, alsmede de kosten die voortvloeien uit het derde lid, in rekening bij de eigenrisicodrager. 6 19aa 19ab In afwijking van het eerste en vierde lid verricht het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de werkzaamheden in verband met de uitvoering van de artikelenen. 7 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de in het derde, vierde en vijfde lid bedoelde bedragen invorderen bij dwangbevel. 8 artikel 30b, eerste lid Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vergoedt aan de eigenrisicodrager op aanvraag de schade die deze lijdt door toepassing van. 9 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 63b — Artikel 63b#
Artikel 63b 1 artikel 40, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet financiering sociale verzekeringen De eigenrisicodrager draagt het risico, bedoeld in, voorzover de eerste dag van ongeschiktheid tot werken is gelegen op of na de dag waarop de werkgever eigenrisicodrager is geworden. 2 artikel 40, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet financiering sociale verzekeringen Indien het zelf dragen van het risico eindigt of wordt beëindigd blijft de werkgever ten aanzien van een persoon het risico, bedoeld in, dragen, voorzover de eerste dag van ongeschiktheid tot werken is gelegen voor het einde van het eigenrisicodragen. Indien de werkgever in staat van faillissement is verklaard, of indien ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel indien hij ophoudt werkgever te zijn, betaalt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het ziekengeld. 3 artikel 662 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 46 van deze wet In geval van overgang van een onderneming in de zin van, alsmede in geval van een dergelijke overgang bij faillissement, waarbij de werkgever die de onderneming overdraagt eigenrisicodrager is, gaat het risico van de betaling van ziekengeld dat is of wordt toegekend aan de werknemer die op de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken in dienstbetrekking stond tot de werkgever die de onderneming heeft overgedragen alsmede aan degene die op grond vanaanspraak op ziekengeld heeft en laatstelijk voor het einde van de verzekering tot voornoemde werkgever in dienstbetrekking stond, over op de werkgever die de onderneming verkrijgt, ook indien deze geen eigenrisicodrager is. 4 Indien slechts een deel van een onderneming als bedoeld in het derde lid overgaat, blijft het in dat lid bedoelde risico berusten bij de werkgever die een deel van de onderneming overdraagt. 2015 464 10-12-2015 25-11-2015 34273 2015 465 10-12-2015 02-12-2015 01-01-2016
Artikel 63c — Artikel 63c#
Artikel 63c 1 artikel 63a, eerste lid, tweede zin artikelen 14, tweede, vierde tot en met elfde, en vijftiende lid 14a 16, eerste lid, tweede lid, onderdeel b, vierde lid, onderdeel b, en tiende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet artikel 14, vierde en vijfde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet De eigenrisicodrager laat zich ter zake van de begeleiding bij gebleken ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte van de personen, bedoeld in, bijstaan door een bedrijfsarts of arbodienst. Hetgeen bij of krachtens de,,is bepaald met betrekking tot de bedrijfsarts of arbodienst is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor «werkgever» wordt gelezen «de eigenrisicodrager» en voor «werknemer» «de persoon, bedoeld in artikel 63a, eerste lid, tweede zin, van de Ziektewet» en dat de verplichting tot schriftelijke vastlegging door of vanwege een overeenkomst, bedoeld in, slechts betrekking heeft op de taak, bedoeld in de eerste zin. 2 artikelen 27 28a 28b 30 34 van de Arbeidsomstandighedenwet Arbeidsomstandighedenwet artikel 24 artikel 63a, eerste lid, tweede zin Met het toezicht op de naleving en met de uitoefening van specifieke handhavingsbevoegdheden ten aanzien van het eerste lid is belast de toezichthouder, bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet, respectievelijk de aangewezen toezichthouder of ambtenaar, bedoeld in de,,,en. Bij de uitoefening van het toezicht op en de handhaving van het eerste lid, beschikken de toezichthouder en de aangewezen toezichthouder of ambtenaar over dezelfde bevoegdheden als waarover zij, ten aanzien van de artikelen, genoemd in het eerste lid, tweede zin, beschikken in het kader van de, met dien verstande dat inen de genoemde artikelen van de Arbeidsomstandighedenwet voor «werkgever» wordt gelezen «de eigenrisicodrager» en voor «werknemer» «de persoon, bedoeld in, van de Ziektewet». 3 artikelen 14, tweede lid, onder a tot en met f, vierde en vijfde lid 14a, tweede en derde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet artikelen 34 tot en met 43 van de Arbeidsomstandighedenwet artikel 16, tiende lid artikel 16, tiende lid Het niet naleven van het eerste lid, eerste zin, en van de in het eerste lid, tweede zin, van overeenkomstige toepassing verklaarde, enwordt als overtreding aangemerkt. Het niet naleven van het van overeenkomstige toepassing verklaarde, en van de krachtens de in het eerste lid, tweede zin, genoemde artikelen vastgestelde voorschriften voor zover het niet naleven van die voorschriften op grond van het genoemde, als overtreding is aangemerkt, wordt als overtreding aangemerkt. Dezijn van overeenkomstige toepassing. 4 artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Wet financiering sociale verzekeringen De werkgever legt bij de aanvraag, bedoeld in, een afschrift over van de schriftelijke vastlegging, bedoeld in het eerste lid, tweede zin. 5 artikel 1 van de Wet financiering sociale verzekeringen artikelen 45a, derde, vierde en vijfde lid 45c 45g, vierde lid Indien de eigenrisicodrager zich met betrekking tot de begeleiding, bedoeld in het eerste lid, niet meer laat bijstaan door een bedrijfsarts of een arbodienst meldt hij dat zo spoedig mogelijk aan de inspecteur, bedoeld in, en aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste € 455 indien de eigenrisicodrager deze verplichting niet is nagekomen. De,, en, zijn van overeenkomstige toepassing. 6 artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Wet financiering sociale verzekeringen artikel 1 van de Wet financiering sociale verzekeringen De toestemming, bedoeld inkan, onverminderd het tiende lid van dat artikel, door de inspecteur, bedoeld in, zonder aanvraag van de eigenrisicodrager met onmiddellijke ingang bij voor bezwaar vatbare beschikking worden beëindigd, indien de eigenrisicodrager zich met betrekking tot de begeleiding, bedoeld in het eerste lid, niet meer laat bijstaan door een bedrijfsarts of een arbodienst. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 63d — Artikel 63d#
Artikel 63d artikel 3:7, eerste lid 3:8 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt de ongeschiktheid tot werken geacht niet te zijn onderbroken, indien de tijdvakken van ongeschiktheid tot werken elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van,ofwordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. 2005 65 15-02-2005 03-02-2005 27826 2005 206 26-04-2005 15-04-2005 01-09-2005
Artikel 63e — Artikel 63e#
Artikel 63e 1 artikel 9 10 12 artikel 29, tweede lid, onderdelen e, f en g artikel 42 van de Zorgverzekeringswet artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verhaalt op de werkgever, bedoeld in,of, het ziekengeld, alsmede de overlijdensuitkering, bedoeld in artikel 35, vermeerderd met de verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in, dat door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is betaald aan de verzekerde ten aanzien van wie de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken is gelegen op of na de dag dat de verzekerde de leeftijd, bedoeld inheeft bereikt, met uitzondering van het ziekengeld, bedoeld in. 2 artikel 662 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Indien de werkgever, bedoeld in het eerste lid, de onderneming overdraagt in de zin van, alsmede in geval van een dergelijke overgang bij faillissement, verhaalt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de in het eerste lid bedoelde bedragen op de werkgever die de onderneming verkrijgt. 3 Indien slechts een deel van een onderneming als bedoeld in het tweede lid overgaat, blijft het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de in het eerste lid bedoelde bedragen verhalen op de werkgever die een deel van de onderneming overdraagt. 4 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de in het eerste lid bedoelde bedragen invorderen bij dwangbevel. 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de kosten ter zake van de voorbereiding en het nemen van besluiten op grond van deze wet ten aanzien van de verzekerde, bedoeld in het eerste lid, en de kosten die voortvloeien uit het eerste, tweede en derde lid, in rekening worden gebracht bij de werkgever, genoemd in deze leden. 2015 376 20-10-2015 30-09-2015 34073 2015 377 20-10-2015 14-10-2015 01-07-2016
Artikel 63f — Artikel 63f#
Artikel 63f 1 artikel 63e Een beschikking tot verhaal van ziekengeld als bedoeld inwordt niet meer gegeven indien meer dan vijf jaren sedert het einde van het kalenderjaar zijn verstreken, waarin zij is betaald. 2 Ziekengeld dat niet is ingevorderd binnen tien jaren na het geven van de beschikking tot verhaal, wordt niet meer ingevorderd. 3 De rechtsvordering tot terugbetaling van een onverschuldigd betaald bedrag in verband met verhaal van ziekengeld verjaart door verloop van vijf jaren sedert het einde van het kalenderjaar waarin de beschikking tot verhaal is gegeven. 2015 376 20-10-2015 30-09-2015 34073 2015 377 20-10-2015 14-10-2015 01-07-2016
Artikel 63g — Artikel 63g#
Artikel 63g artikel 63e, eerste lid artikelen 287 288 onder a artikel 284 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek De vordering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wegens verhaal als bedoeld in, is bevoorrecht op alle goederen van de werkgever en gaat boven alle andere voorrechten met uitzondering van die van deen, alsmede dat van. 2015 376 20-10-2015 30-09-2015 34073 2015 377 20-10-2015 14-10-2015 01-07-2016
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 1 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is verplicht overeenkomstig het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde tot de vrijwillige verzekering toe te laten, mits hij de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, nog niet heeft bereikt en hier te lande woont: a. degene, wiens verplichte verzekering is geëindigd en te wiens aanzien op grond van gebleken omstandigheden redelijkerwijze valt aan te nemen, dat onderbreking van die verplichte verzekering van korte duur zal zijn, dan wel dat het zijn bedoeling is bij geboden gelegenheid opnieuw een dienstbetrekking aan te gaan; b. degene, die, terwijl hij hier te lande woonde, in het buitenland verplicht verzekerd was tegen geldelijke gevolgen van ziekte, mits: 1°. hij niet meer in het buitenland verzekerd is, omdat hij niet langer werkzaamheden verricht in het buitenland; 2°. op grond van gebleken omstandigheden redelijkerwijze valt aan te nemen, dat het zijn bedoeling is bij geboden gelegenheid opnieuw een dienstbetrekking aan te gaan; c. artikel 4, vijfde lid degene, wiens verplichte verzekering is geëindigd en die als zelfstandige als bedoeld in, werkzaamheden verricht of gaat verrichten, of als echtgenoot van die zelfstandige meewerkt of gaat meewerken in diens onderneming, indien gedurende één jaar, onmiddellijk voorafgaande aan het einde van zijn verplichte verzekering, onafgebroken, al dan niet in Nederland, bij of krachtens een wettelijke regeling een voorziening tegen geldelijke gevolgen van ziekte op hem van toepassing is geweest; d. degene wiens dienstbetrekking ertoe strekt, dat slechts een gedeelte van een normale werkweek arbeid wordt verricht - niet uitsluitend als gevolg van een voor betrokkene geldende werktijdregeling, krachtens welke een normale werkweek van gemiddeld minder dan zes dagen van toepassing is - en die uit hoofde van die dienstbetrekking verplicht verzekerd is, indien gedurende de drie jaren, onmiddellijk voorafgaande aan de dag van aanvang van zijn vrijwillige verzekering, onafgebroken, al dan niet hier te lande, ingevolge het bepaalde bij of krachtens een wettelijke regeling een voorziening tegen geldelijke gevolgen van ziekte op hem van toepassing is geweest; e. artikel 6, eerste lid, onderdeel c degene, wiens arbeidsverhouding op grond van, niet als dienstbetrekking wordt beschouwd; f. Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen degene wiens recht op een uitkering krachtens deis beëindigd; g. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering degene, aan wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering krachtens deis toegekend, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%; h. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering degene, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering krachtens de, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 45%, wegens afneming van de arbeidsongeschiktheid is herzien naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%; i. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering degene, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering krachtens de, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 45%, is ingetrokken; j. artikel 7 degene, die op grond vanals werknemer wordt beschouwd en tevens als zelfstandige een bedrijf of beroep uitoefent of gaat uitoefenen of als echtgenoot van die zelfstandige in dat bedrijf of beroep meewerkt of gaat meewerken, indien gedurende de drie jaren, onmiddellijk voorafgaand aan de dag van aanvang van zijn vrijwillige verzekering, onafgebroken, al dan niet in Nederland, bij of krachtens een wettelijke regeling een voorziening tegen geldelijke gevolgen van ziekte op hem van toepassing is geweest. 2 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet artikel 3, tweede, vierde en vijfde lid De in het eerste lid bedoelde verplichting bestaat eveneens ten aanzien van de persoon die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, nog niet heeft bereikt, die op grond van het bepaalde bij of krachtens, niet als werknemer wordt beschouwd, en a. wiens verplichte verzekering is geëindigd en die buiten Nederland woont, aldaar direct aansluitend op de beëindiging van de verplichte verzekering een dienstbetrekking vervult voor de duur van maximaal vijf jaar en wiens werkgever binnen Nederland woont of gevestigd is; b. die Nederlander is en die is uitgezonden om werkzaamheden te verrichten voor door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken aan te wijzen organisaties voor ontwikkelingssamenwerking; c. die Nederlander is en die is uitgezonden om, in of buiten Nederland, werkzaamheden te verrichten voor een volkenrechtelijke organisatie, waarvan Nederland lid is dan wel waarvan de werkzaamheden door Nederland worden ondersteund; d. die in Nederland woont, en buiten Nederland een dienstbetrekking vervult; of e. die Nederlander is en buiten Nederland werkzaamheden verricht die worden bekostigd door het Rijk en die tevens in opdracht van het Rijk worden verricht in het kader van een wettelijke taakomschrijving of ter uitvoering van een internationaal verdrag dan wel een daarmee gelijk te stellen overeenkomst of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie. 3 a Aan het vervullen van een dienstbetrekking, bedoeld in het tweede lid, onderdeel, dient een aaneengesloten periode van verplichte verzekering van tenminste één jaar te zijn voorafgegaan. 4 Met de Nederlander, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, c en e, wordt gelijkgesteld de persoon, die onderdaan is van één van de lidstaten van de Europese Gemeenschap of onderdaan is van een Staat, waarmee Nederland een verdrag inzake sociale zekerheid heeft gesloten, mits hij voor hij werd uitgezonden in Nederland woonde. 2012 361 08-08-2012 02-08-2012 2012 329 18-07-2012 12-07-2012 01-01-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in werking treedt.
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 1 artikel 64, eerste lid, onderdeel c respectievelijk d De in, genoemde termijn van één jaar respectievelijk van drie jaren wordt geacht niet te zijn onderbroken: a. indien de betrokkene gedurende niet meer dan zestig dagen niet verzekerd is geweest; b. artikel 23 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikelen 19 37 38 39a 39c van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering gedurende de wachttijd als bedoeld indan wel de,,,en; c. Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering gedurende het tijdvak, waarover een uitkering krachtens deis genoten dan wel waarover een arbeidsongeschiktheidsuitkering krachtens deis genoten, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 45%. 2 artikel 64, eerste lid, onderdeel c respectievelijk d Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering De in, genoemde voorwaarde van een verzekeringsduur van één jaar respectievelijk van drie jaren wordt geacht te zijn vervuld, indien de betrokkene in het genot is van een uitkering op grond van dedan wel een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de. 2014 504 16-12-2014 26-11-2014 33988 2014 516 18-12-2014 10-12-2014 01-01-2015
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 1 Het verzoek om toelating tot de vrijwillige verzekering wordt ingediend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: a. artikel 64, eerste lid, onderdelen a, b en c door de in, bedoelde personen binnen dertien weken na het einde van hun verplichte verzekering; b. artikel 64, eerste lid, onderdeel f door de in, bedoelde personen binnen dertien weken na dagtekening van de beschikking waarbij het recht op een uitkering werd beëindigd; c. artikel 64, eerste lid, onderdelen g, h en i door de in, bedoelde personen binnen dertien weken na de dagtekening van de beschikking, waarbij de arbeidsongeschiktheidsuitkering onderscheidenlijk werd toegekend, herzien of ingetrokken. d. artikel 64, eerste lid, onderdeel j door de in, bedoelde persoon: binnen dertien weken na de dag, waarop zijn werkzaamheden als zelfstandige of zijn werkzaamheden als echtgenoot van de zelfstandige in diens bedrijfs- of beroepsuitoefening, een aanvang hebben genomen; e. artikel 64, tweede lid, onderdeel a door de in, bedoelde persoon: binnen dertien weken na de dag, waarop de verplichte verzekering is geëindigd; f. artikel 64, tweede lid, onderdelen b, c en e artikel 64, tweede lid, onderdeel c door de inbedoelde persoon: binnen dertien weken na de dag van zijn vertrek naar het buitenland dan wel, indien de in, bedoelde werkzaamheden worden verricht in Nederland, binnen dertien weken na de dag waarop die werkzaamheden een aanvang hebben genomen; g. artikel 64, tweede lid, onderdeel d door de in, bedoelde persoon: binnen dertien weken na de dag, waarop zijn werkzaamheden buiten Nederland een aanvang hebben genomen. 2 De in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde personen worden geacht een verzoek om toelating binnen dertien weken na de dagtekening van de beschikking te hebben gedaan, indien dit verzoek geschiedt binnen vier weken na de dag, waarop zij redelijkerwijze hebben kunnen kennis nemen van die beschikking. 3 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd te verklaren dat een verzoek om toelating tot de vrijwillige verzekering, ingediend na de daartoe op grond van deze wet of de daarop berustende bepalingen gestelde termijn, geacht wordt tijdig te zijn ingekomen, indien de persoon die het verzoek heeft gedaan, redelijkerwijs niet geacht kan worden in verzuim te zijn geweest. 4 De vrijwillige verzekering vangt aan: a. artikel 64, eerste lid, onderdelen a, b en c, en tweede lid, onderdeel a voor de in, bedoelde persoon: op de dag na die, waarop de verplichte verzekering is geëindigd; b. artikel 64, eerste lid, onderdelen d, e en j voor de in, bedoelde persoon: op de dag van ontvangst van zijn verzoek om toelating; c. artikel 64, eerste lid, onderdeel f voor de in, bedoelde persoon: op de dag met ingang waarvan het recht op een uitkering krachtens de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen is beëindigd; d. artikel 64, eerste lid, onderdelen g, h en i Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering voor de in, bedoelde persoon: op de dag met ingang waarvan de arbeidsongeschiktheidsuitkering krachtens dewordt toegekend, herzien of ingetrokken; e. artikel 64, tweede lid, onderdelen b, c en e artikel 64, tweede lid, onderdeel c voor de inbedoelde persoon: op de dag van zijn vertrek naar het buitenland dan wel, indien de in, bedoelde werkzaamheden worden verricht in Nederland, op de dag waarop die werkzaamheden een aanvang hebben genomen; f. artikel 64, tweede lid, onderdeel d voor de in, bedoelde persoon: op de dag, waarop zijn werkzaamheden buiten Nederland een aanvang hebben genomen. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 Vervallen 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 67a — Artikel 67a#
Artikel 67a Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen beëindigt de vrijwillige verzekering: a. op verzoek van de vrijwillig verzekerde met ingang van een door hem te bepalen datum; b. artikel 64 a met ingang van de dag, waarop de termijn van vijf jaar, bedoeld in, tweede lid, onderdeel, is verstreken; c. artikel 64 met ingang van de dag, waarop de werkzaamheden bedoeld in, tweede lid, worden beëindigd en de vrijwillige verzekerde niet langer geacht kan worden inkomsten te verkrijgen wegens eindiging van die werkzaamheden dan wel inkomsten te derven in geval van ziekte d. met ingang van de dag, waarop de vrijwillig verzekerde verplicht verzekerd wordt ingevolge deze wet; e. indien de verschuldigde premie over een periode van twee volle kalendermaanden niet, niet volledig of niet tijdig wordt betaald; of f. artikel 64 indien niet langer wordt voldaan aan andere vereisten voor toelating tot de vrijwillige verzekering, bedoeld in, tweede lid. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 1 artikel 64, eerste en tweede lid De persoon, die om toelating tot de vrijwillige verzekering verzoekt, bedoeld in, bepaalt bij de aanvang van de vrijwillige verzekering de hoogte van het dagloon, met dien verstande dat: a. artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekering artikel 18 van die wet dit niet meer kan bedragen dan het inbedoelde bedrag met betrekking tot een loontijdvak van een dag, eventueel verhoogd of verlaagd op grond van; b. dit niet meer kan bedragen dan het loon of het inkomen dat hij in geval van ziekte naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen derft; en c. hoofdstuk III van de Werkloosheidswet dit, ingeval naast de vrijwillige verzekering een vrijwillige verzekering als bedoeld inis afgesloten, gelijk is aan het dagloon dat ten grondslag ligt aan de vrijwillige werkloosheidsverzekering. 2 De uitkering op grond van de vrijwillige verzekering wordt berekend naar het in het eerste lid bedoelde dagloon. 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 2005 708 28-12-2005 22-12-2005 30238 2005 709 28-12-2005 22-12-2005 01-01-2006
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 1 De vrijwillig verzekerde heeft recht op ziekengeld, indien hij wegens ziekte, zwangerschap of bevalling ongeschikt is tot het verrichten van hem passende arbeid. 2 artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg artikel 3:8 van die wet De vrouwelijke verzekerde heeft geen recht op ziekengeld gedurende de periode dat zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstigof een uitkering op grond van. 2001 692 28-12-2001 20-12-2001 27897 2001 693 28-12-2001 20-12-2001 27897 01-01-2002
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 1 artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 76a, eerste lid Het ziekengeld van de vrijwillig verzekerde die bij ongeschiktheid tot werken wegens ziekte geen aanspraak kan maken op betaling van loon als bedoeld inof bezoldiging als bedoeld in, wordt uitgekeerd vanaf de derde dag van de ongeschiktheid tot werken. 2 Het ziekengeld bedraagt 70% van het dagloon van de verzekerde. 2005 573 22-11-2005 10-11-2005 30118 2005 619 08-12-2005 02-12-2005 29-12-2005
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt nadere regels met betrekking tot de vrijwillige verzekering. Deze regels bevatten in ieder geval bepalingen met betrekking tot: a. de toelating tot de vrijwillige verzekering; b. het einde van de vrijwillige verzekering; en c. artikel 68, eerste lid het dagloon, bedoeld in. 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 Met betrekking tot het bepaalde bij of krachtens dit hoofdstuk zijn, met inachtneming van de wijzigingen, welke de aard van het onderwerp vordert, de overige bepalingen van deze wet en de ter uitvoering van die bepalingen genomen besluiten, voor zoveel nodig, van overeenkomstige toepassing, voor zover daarvan in het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde niet is afgeweken. 1966 85 18-02-1966 7171 1967 105 15-01-1967 01-07-1967
Artikel 72a — Artikel 72a#
Artikel 72a artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 72c, eerste lid In afwijking vanis de werkgever geen belanghebbende bij een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen over het verzekerd zijn op grond van deze wet als bedoeld in. 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 72b — Artikel 72b#
Artikel 72b Vervallen 2018 424 22-11-2018 17-10-2018 34977 2018 425 22-11-2018 08-11-2018 23-11-2018
Artikel 72c — Artikel 72c#
Artikel 72c 1 Een aanvraag tot het geven van een beschikking over het verzekerd zijn op grond van deze wet kan door de werknemer uitsluitend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen worden ingediend. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen geeft de beschikking binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag. 2 artikel 19ab, eerste lid artikelen 29a, vierde lid 38, tweede lid 38a, tweede en derde lid 38aa, eerste lid 38ab, eerste lid Een beschikking die uitsluitend betrekking heeft op het al dan niet bestaan of voortbestaan van de ongeschiktheid tot werken, waarvoor geen beoordeling als bedoeld in, nodig is, wordt gegeven binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag, de aangifte van de ongeschiktheid of van de ziekmelding aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, bedoeld in de,,,, en. 3 Indien een beschikking als bedoeld in het eerste of tweede lid niet binnen de toepasselijke termijn kan worden gegeven, wordt dit schriftelijk aan de aanvrager medegedeeld onder vermelding van een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-07-2018
Artikel 72d — Artikel 72d#
Artikel 72d Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de behandeling van bezwaarschriften tegen besluiten, waaraan een medische beoordeling ten grondslag ligt. 1997 178 29-04-1997 24-04-1997 24776 1997 178 29-04-1997 24-04-1997 24776 01-05-1997
Artikel 73a — Artikel 73a#
Artikel 73a 1 artikel 19ab, eerste lid artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Indien bezwaar wordt gemaakt tegen een beschikking waaraan een verzekeringsgeneeskundige of arbeidskundige beoordeling als bedoeld in, ten grondslag ligt, beslist het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, in afwijking van, binnen zeventien weken of, indien het advies vraagt aan een deskundige die niet onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam is, binnen eenentwintig weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. 2 artikel 7:10, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht Indien in verband met het geven van een beslissing op bezwaar een in het buitenland wonende persoon is opgeroepen en om die reden de beslissing op bezwaar niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn gegeven kan worden, wordt de beslissing, in afwijking van, verdaagd met ten hoogste zes maanden en wordt de aanvrager van deze verdaging schriftelijk in kennis gesteld. 2012 464 12-10-2012 04-10-2012 33241 2012 483 19-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 73b — Artikel 73b#
Artikel 73b artikel 63a, derde lid artikel 63e, eerste lid artikel 38, derde of vierde lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen Het bezwaar of beroep van een werkgever tegen de in, bedoelde betaling dan wel tegen het verhaal, bedoeld in, dan wel tegen de opslag of korting, bedoeld inkan niet zijn gegrond op de grief, dat een uitkering op grond van deze wet ten onrechte of tot een te hoog bedrag is vastgesteld. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vanbeslist het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen binnen dertien weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. 2009 384 30-09-2009 18-06-2009 31751 2009 384 30-09-2009 18-06-2009 31751 01-10-2009
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder: a. medische beschikking: een beschikking waaraan een beoordeling van medische gegevens ten grondslag ligt; b. werknemer: de persoon op wiens medische gegevens de beoordeling betrekking heeft; c. werkgever: de belanghebbende bij een medische beschikking, die niet de werknemer is. 2016 471 07-12-2016 14-11-2016 34528 2016 472 07-12-2016 26-11-2016 01-01-2017
Artikel 75a — Artikel 75a#
Artikel 75a Vervallen 2021 627 20-12-2021 15-12-2021 35897 2021 628 20-12-2021 15-12-2021 01-01-2022
Artikel 75b — Artikel 75b#
Artikel 75b 1 De inzage in, dan wel kennisname of toezending van stukken die medische gegevens bevatten, is voorbehouden aan de bedrijfsarts of de arbodienst van de eigenrisicodrager dan wel aan een gemachtigde van de eigenrisicodrager of van de werkgever die advocaat of arts is dan wel daarvoor van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bijzondere toestemming heeft gekregen. 2 De gemachtigde, bedoeld in het eerste lid, treedt in de plaats van de eigenrisicodrager of van de werkgever bij de voorbereiding van een medische beschikking voorzover betrekking hebbend op medische gegevens. 3 De arbodienst of de bedrijfsarts dan wel de gemachtigde, bedoeld in het eerste lid, treedt in de plaats van de eigenrisicodrager bij: voorzover betrekking hebbend op medische gegevens. a. het opstellen van een bezwaar- of beroepschrift; en b. de behandeling van een bezwaar; 4 Artikel 7:4, tweede, vierde en zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op stukken of inlichtingen die medische gegevens bevatten. 2021 627 20-12-2021 15-12-2021 35897 2021 628 20-12-2021 15-12-2021 01-01-2022
Artikel 75c — Artikel 75c#
Artikel 75c 1 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vermeldt de motivering van een medische beschikking, voorzover betrekking hebbend op medische gegevens, in een aparte bijlage. 2 artikel 75b De bijlage wordt behalve aan de werknemer uitsluitend verstrekt aan de bedrijfsarts of de arbodienst van de eigenrisicodrager dan wel aan de gemachtigde van de eigenrisicodrager of van de werkgever, bedoeld in. 3 Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een rapport of een advies van een arts of een psycholoog, waarnaar bij de motivering van een medische beschikking wordt verwezen. 2021 627 20-12-2021 15-12-2021 35897 2021 628 20-12-2021 15-12-2021 01-01-2022
Artikel 75d — Artikel 75d#
Artikel 75d artikelen 75b 75c 75e Bij de bekendmaking van een medische beschikking wordt gewezen op de,en. 2021 627 20-12-2021 15-12-2021 35897 2021 628 20-12-2021 15-12-2021 01-01-2022
Artikel 75e — Artikel 75e#
Artikel 75e artikel 6:5, eerste lid, onderdeel d, van de Algemene wet bestuursrecht De gronden van het bezwaar of beroep, bedoeld in, worden in een aparte bijlage vermeld voorzover ze betrekking hebben op medische gegevens. 2005 710 27-12-2005 22-12-2005 30318 2005 711 27-12-2005 22-12-2005 29-12-2005
Artikel 75f — Artikel 75f#
Artikel 75f 1 artikel 8:32, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:62, eerste lid, van die wet Indienis toegepast, vindt in afwijking vanhet onderzoek ter zitting, voorzover betrekking hebbend op medische gegevens, met gesloten deuren plaats, tenzij de bestuursrechter ambtshalve of op verzoek van een van de partijen bepaalt dat het onderzoek openbaar is. 2 artikel 8:56 van de Algemene wet bestuursrecht In de uitnodiging, bedoeld in, wordt mededeling gedaan van het eerste lid. 2013 226 28-06-2013 19-06-2013 33455 2013 258 28-06-2013 25-06-2013 01-07-2013
Artikel 75g — Artikel 75g#
Artikel 75g Artikel 75f is van overeenkomstige toepassing bij de behandeling van het hoger beroep en bij de behandeling van een verzoek om een voorlopige voorziening. 2005 710 27-12-2005 22-12-2005 30318 2005 711 27-12-2005 22-12-2005 29-12-2005
Artikel 75j — Artikel 75j#
Artikel 75j Deze paragraaf is van toepassing op geschillen van geneeskundige aard over het al dan niet bestaan of voortbestaan van ongeschiktheid tot werken. 2003 544 30-12-2003 19-12-2003 28978 2003 545 30-12-2003 19-12-2003 01-01-2004 2003 544 30-12-2003 19-12-2003 28978 2003 545 30-12-2003 19-12-2003 01-01-2004
Artikel 75k — Artikel 75k#
Artikel 75k artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 75j artikel 19ab In afwijking vanbedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift in een geschil als bedoeld intwee weken, tenzij het geschil betrekking heeft op een beoordeling als bedoeld in. 2012 464 12-10-2012 04-10-2012 33241 2012 483 19-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 75l — Artikel 75l#
Artikel 75l 1 artikel 7:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 75j In afwijking vankunnen belanghebbenden in een geschil als bedoeld innog tijdens het horen nadere stukken indienen. 2 artikel 7:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 75j In afwijking van, en met inachtneming van de overige artikelen van deze paragraaf, worden in een geschil als bedoeld inhet bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken: a. voorafgaand aan het horen aan belanghebbenden gezonden, dan wel b. ten minste twee dagen voorafgaand aan de hoorzitting voor belanghebbenden ter inzage gelegd. 2009 542 21-12-2009 03-12-2009 31844 2009 542 21-12-2009 03-12-2009 31844 22-12-2009
Artikel 75m — Artikel 75m#
Artikel 75m 1 artikelen 1, derde tot en met zevende lid 2 tot en met 12 14, eerste lid Tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep kan ieder der partijen beroep in cassatie instellen ter zake van schending of verkeerde toepassing van de,en, en de daarop berustende bepalingen. 2 Op dit beroep zijn de voorschriften betreffende het beroep in cassatie tegen de uitspraken van de gerechtshoven inzake beroepen in belastingzaken van overeenkomstige toepassing, waarbij de Centrale Raad van Beroep de plaats inneemt van een gerechtshof. 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 Deze afdeling is van toepassing op personen die: a. anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst in dienst zijn van staat, provincie, gemeente, waterschap of enig ander publiekrechtelijk lichaam; en b. Kaderwet dienstplicht Wet gewetensbezwaren militaire dienst op grond van dede militaire dienst vervullen dan wel die op grond van dezijn verplicht tot het verrichten van vervangende dienst. 2017 123 28-03-2017 09-03-2017 32550 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 76a — Artikel 76a#
Artikel 76a 1 artikel 76 artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Bij verhindering wegens ongeschiktheid als gevolg van ziekte, zwangerschap of bevalling om de dienst te verrichten of het ambt te vervullen bestaat ten aanzien van de werkgever jegens wie de persoon, bedoeld in, krachtens publiekrechtelijke aanstelling gehouden is tot het verrichten van arbeid, gedurende een tijdvak van 104 weken aanspraak op 70% van de bezoldiging, bedoeld in de toepasselijke rechtspositieregeling, dan wel van hetgeen daarmee overeenkomt, voorzover deze bezoldiging niet meer bedraagt dan hetgeen overeenkomt met het bedrag, bedoeld in. De aanspraak bedraagt de eerste 52 weken echter minimaal het bedrag van het minimumloon dat voor betrokkene zou gelden indien deop hem van toepassing zou zijn. De eerste twee volzinnen zijn van overeenkomstige toepassing voorzover in verband met ziekte, zwangerschap of bevalling ook na ontslag aanspraak bestaat op betaling van bezoldiging of van hetgeen daarmee overeenkomt. 2 Is bezoldiging of hetgeen daarmee overeenkomt, op een andere wijze dan naar tijdruimte vastgesteld, dan is deze afdeling van toepassing, met dien verstande dat als bezoldiging wordt beschouwd de gemiddelde bezoldiging die betrokkene, wanneer hij niet verhinderd was geweest, gedurende die tijd had kunnen verdienen. 3 Van het eerste lid kan bij algemeen verbindend voorschrift ten nadele van betrokkene slechts in zoverre worden afgeweken dat betrokkene voor de eerste twee dagen van het in het eerste lid bedoelde tijdvak van 104 weken onderscheidenlijk het in het achtste lid, eerste volzin, bedoelde tijdvak van zes weken geen aanspraak heeft op bezoldiging of hetgeen daarmee overeenkomt. 4 artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg In afwijking van het eerste lid heeft de vrouwelijke werknemer de in dat lid bedoelde aanspraak niet gedurende de periode dat zij zwangerschaps- of bevallingsverlof geniet overeenkomstig. 5 artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg Voor de toepassing van het eerste en derde lid worden perioden waarin betrokkene wegens ongeschiktheid ten gevolge van ziekte, zwangerschap of bevalling verhinderd is om zijn dienst te verrichten of zijn ambt te vervullen, samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. 6 Het tijdvak van 104 weken, bedoeld in het eerste lid, wordt verlengd: a. artikel 64, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen met de duur van de vertraging indien de aanvraag, bedoeld inlater wordt gedaan dan in of op grond van dat artikel is voorgeschreven. b. artikel 24, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 19, zevende lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering met de duur van de verlenging van het tijdvak waarin recht bestaat op loon of bezoldiging op grond vandan wel met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in; en c. artikel 25, negende lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 71a, negende lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering met de duur van het tijdvak dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond vandan welheeft vastgesteld. 7 Het eerste lid is niet van toepassing op zakgeldgenietenden. 8 artikel 76 artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 In afwijking van het eerste lid bestaat de in dat lid bedoelde aanspraak gedurende een tijdvak van zes weken voor de persoon, bedoeld in, die de inbedoelde leeftijd heeft bereikt. Indien de ongeschiktheid als gevolg van ziekte een aanvang heeft genomen voor de datum waarop de werknemer de in de vorige volzin bedoelde leeftijd heeft bereikt, geldt vanaf die datum het in die volzin genoemde tijdvak, voor zover het totale tijdvak waarin aanspraak bestaat op bezoldiging, bedoeld in het, dan wel van hetgeen daarmee overeenkomt niet meer bedraagt dan 104 weken. 2017 123 28-03-2017 09-03-2017 32550 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 76b — Artikel 76b#
Artikel 76b 1 artikel 76a, eerste lid Bij algemeen verbindend voorschrift kan worden bepaald dat de aanspraak, bedoeld in, niet bestaat indien: a. de ziekte is voorgewend, althans zodanig overdreven is voorgesteld, dat reden voor verhindering niet kan worden aangenomen; b. de ziekte door opzet van de betrokkene is veroorzaakt, tenzij hem daarvan op grond van zijn psychische toestand geen verwijt kan worden gemaakt; c. artikel 76 de verhindering het gevolg is van een ziekte of gebrek waarover betrokkene bij het aangaan van de arbeidsverhouding opzettelijk valse inlichtingen aan de werkgever jegens wie de persoon, bedoeld in, krachtens publiekrechtelijke aanstelling gehouden is tot het verrichten van arbeid, heeft verstrekt. 2 artikel 76a, eerste lid Bij algemeen verbindend voorschrift kan worden bepaald dat de aanspraak, bedoeld in, vervalt wanneer en voor zolang betrokkene: a. weigert zich te onderwerpen aan een onderzoek vanwege de bedrijfsgeneeskundige of een daarmee gelijk te stellen geneeskundige of, na voor zulk een onderzoek te zijn opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt; b. weigert de volledige medewerking te verlenen aan een geneeskundig onderzoek, een observatie of een maatregel in het belang van het behoud, het herstel of de bevordering van zijn arbeidsgeschiktheid, tenzij de maatregel een ingreep van heelkundige aard mocht zijn; c. zonder voldoende gronden nalaat zich onder behandeling van een geneeskundige te stellen of blijven stellen, dan wel zich niet houdt aan de voorschriften hem door de behandelende geneeskundige gegeven, met dien verstande dat te dezen voorschriften tot het verlenen van medewerking aan een ingreep van heelkundige aard zijn uitgezonderd; d. zich zodanig gedraagt dat zijn genezing wordt belemmerd of vertraagd; e. tijdens de verhindering dienst te verrichten, voor zichzelf of derden arbeid verricht tenzij dit door de bedrijfsgeneeskundige of een daarmee gelijk te stellen geneeskundige in het belang van zijn genezing wenselijk wordt geacht; f. in gebreke blijft op het door de bedrijfsgeneeskundige of een daarmee gelijk te stellen geneeskundige bepaalde tijdstip en in de door deze bepaalde mate zijn dienst te hervatten, tenzij hij daarvoor een inmiddels opgekomen, door deze als geldig erkende reden heeft opgegeven; g. weigert passende arbeid te verrichten welke door het bevoegd gezag wordt opgedragen en waartoe hij door de bedrijfsgeneeskundige of een daarmee gelijk te stellen geneeskundige in staat wordt geacht; h. zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan door de werkgever, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, of een door hem aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen die erop gericht zijn de betrokkene in staat te stellen passende arbeid te verrichten; i. artikel 25, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 71a, tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld inen. 3 artikel 76a, eerste lid Bij algemeen verbindend voorschrift kan worden bepaald dat de aanspraak, bedoeld in, geheel of ten dele vervallen kan worden verklaard indien betrokkene de voor hem terzake van afwezigheid tijdens ziekte gestelde voorschriften overtreedt. 4 76a, derde lid artikel 76a, eerste lid Algemeen verbindende voorschriften waarin geen speciale regeling is getroffen voor de aanspraken bij ziekte op bezoldiging of hetgeen daarmee overeenkomt gelden voor de toepassing van, als voorschriften waarbij van, wordt afgeweken. 5 artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet Het tweede lid, onderdeel i, is niet van toepassing indien de betrokkene de inbedoelde leeftijd heeft bereikt. 2015 376 20-10-2015 30-09-2015 34073 2015 377 20-10-2015 14-10-2015 01-01-2016
Artikel 76c — Artikel 76c#
Artikel 76c artikel 76a, eerste lid De aanspraak, bedoeld in, wordt verminderd met: a. het bedrag van de vergoeding of uitkering welke betrokkene ontvangt krachtens een wettelijk voorgeschreven verzekering; b. het bedrag van bezoldiging of het loon, door betrokkene in of buiten dienstbetrekking genoten voor werkzaamheden die hij heeft verricht gedurende de tijd dat hij zijn dienst had kunnen verrichten of zijn ambt had kunnen vervullen, zo hij daartoe wegens ziekte niet verhinderd was geweest. 2005 573 22-11-2005 10-11-2005 30118 2005 619 08-12-2005 02-12-2005 29-12-2005
Artikel 76d — Artikel 76d#
Artikel 76d Indien betrokkene voor de aanvang van zijn dienstbetrekking of ambtsvervulling een overeenkomst had gesloten tot verzekering van de geldelijke gevolgen van verhindering tot werken wegens ziekte, mag hij die overeenkomst voorzover hij daaraan rechten kan ontlenen die gelijkwaardig zijn aan die welke voor hem uit deze afdeling voortvloeien, voor het vervolg, echter niet eerder dan met ingang van de aanvang van de dienstbetrekking of ambtvervulling opzeggen. De door betrokkene vooruitbetaalde premie wordt door de verzekeraar naar gelang van het opgezegde gedeelte van de overeenkomst terugbetaald, onder aftrek van ten hoogste 25% van het terug te betalen bedrag voor administratiekosten. 2005 573 22-11-2005 10-11-2005 30118 2005 619 08-12-2005 02-12-2005 29-12-2005
Artikel 76e — Artikel 76e#
Artikel 76e 1 artikel 76 artikel 71a, negende lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering artikel 25, negende lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet De werkgever jegens wie de persoon, bedoeld in, krachtens publiekrechtelijke aanstelling gehouden is tot het verrichten van arbeid, bevordert ten aanzien van de werknemer, die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is de bedongen arbeid te verrichten, de inschakeling in de arbeid in zijn bedrijf. Indien vaststaat dat de eigen arbeid niet meer kan worden verricht en in het bedrijf van de werkgever, bedoeld in de eerste volzin, geen andere passende arbeid voorhanden is, bevordert die werkgever, gedurende het tijdvak waarin de werknemer jegens hem recht op loon heeft op grond van deze afdeling,of, de inschakeling van de werknemer in voor hem passende arbeid in het bedrijf van een andere werkgever, tenzij de werknemer de inbedoelde leeftijd heeft bereikt. 2 Uit hoofde van de uitoefening van zijn taak, bedoeld in het eerste lid, is de werkgever, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, verplicht zo tijdig mogelijk zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is, opdat de werknemer, die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is de bedongen arbeid te verrichten, in staat wordt gesteld de eigen of andere passende arbeid te verrichten. 3 artikel 71a, tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering artikel 25, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet Uit hoofde van de uitoefening van zijn taak, bedoeld in het eerste lid, stelt de werkgever, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, in overeenstemming met de werknemer een plan van aanpak op als bedoeld inen, tenzij de werknemer de inbedoelde leeftijd heeft bereikt. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de werknemer regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. 4 Onder passende arbeid als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt verstaan alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de werknemer is berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd. 5 artikel 14 van de Arbeidsomstandighedenwet artikel 1 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen De werkgever, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, en degene, door wie de werkgever zich op grond vanlaat bijstaan, verstrekken een re-integratiebedrijf als bedoeld in, gegevens voor zover deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de door de werkgever, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, aan dit bedrijf opgedragen werkzaamheden, alsmede het burgerservicenummer van de persoon wiens inschakeling in de arbeid door dat re-integratiebedrijf wordt bevorderd. Het re-integratiebedrijf verwerkt deze gegevens slechts voor zover dat noodzakelijk is voor deze werkzaamheden en gebruikt slechts met dat doel dat burgerservicenummer bij die verwerking. 6 artikel 1, eerste lid, onderdeel h artikel 29, tweede lid, onderdelen a, b en c Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de eigenrisicodrager, bedoeld in, en de personen, bedoeld in, die laatstelijk tot hem in dienstbetrekking stonden, gedurende de periode dat de eigenrisicodrager aan die personen ziekengeld moet betalen. 2015 376 20-10-2015 30-09-2015 34073 2015 377 20-10-2015 14-10-2015 01-01-2016
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 artikel 13 artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht Hij, die niet voldoet aan een der verplichtingen, omschreven inwordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie, bedoeld in. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 Vervallen 1996 134 27-02-1996 08-02-1996 24439 1996 141 29-02-1996 19-02-1996 01-03-1996
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 Vervallen 2000 40 01-02-2000 20-01-2000 23993 2000 237 13-06-2000 31-05-2000 01-07-2000
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 Vervallen 2000 40 01-02-2000 20-01-2000 23993 2000 237 13-06-2000 31-05-2000 01-07-2000
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 Vervallen 1988 77 11-02-1988 19803 1988 172 20-04-1988 30-04-1988
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 De bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. 2000 40 01-02-2000 20-01-2000 23993 2000 237 13-06-2000 31-05-2000 01-07-2000
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 Vervallen 1966 85 18-02-1966 7171 1967 105 15-01-1967 01-07-1967
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 De termijnen van het ziekengeld, welke niet zijn ingevorderd binnen twee jaren na de dag der betaalbaarstelling, worden niet meer uitbetaald. 1966 85 18-02-1966 7171 1967 105 15-01-1967 01-07-1967
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 Vervallen 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 86a — Artikel 86a#
Artikel 86a artikelen 29, tweede lid, onderdeel d 36, eerste lid artikel 29, twaalfde lid Ten aanzien van de verzekerde wiens eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is gelegen voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel IX, onderdelen A en B, van de Wet wijziging WW-stelsel, blijven de, en, van toepassing zoals deze luidden op of voor dat tijdstip, en blijft, buiten toepassing. 2006 303 29-06-2006 28-06-2006 30370 2006 304 29-06-2006 28-06-2006 01-05-2007 2006 703 22-12-2006 30-11-2006 30682 2006 704 22-12-2006 15-12-2006 01-05-2007
Artikel 86b — Artikel 86b#
Artikel 86b artikelen 19a, derde lid 19b, tweede lid 33, eerste lid 44 47a, tweede lid, onderdeel c De,,,en, zoals die luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving, blijven van toepassing op de persoon wiens eerste werkdag waarop door hem wegens ziekte niet is gewerkt of het werken tijdens de werktijd is gestaakt, is gelegen voor of op die dag. 2010 867 29-12-2010 23-12-2010 32421 2010 868 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 86c — Artikel 86c#
Artikel 86c Vervallen 2010 867 29-12-2010 23-12-2010 32421 2010 868 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2021 Treedt in werking op het tijdstip waarop tien jaar zijn verstreken
sinds de Wet harmonisatie en vereenvoudiging
socialezekerheidswetgeving in werking is getreden.
Artikel 86d — Artikel 86d#
Artikel 86d artikelen 38a 38b artikel VIII, onderdelen L en M, van de Wet harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving Deen, zoals die luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van, blijven van toepassing met betrekking tot een werknemer wiens eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte was gelegen voor of op die dag. 2010 867 29-12-2010 23-12-2010 32421 2010 868 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 86e — Artikel 86e#
Artikel 86e Artikel 29e artikel 38a, tweede en derde lid artikel 38b, derde lid artikel XXXIII, onderdeel B, van de Verzamelwet SZW 2022 is niet van toepassing indien de ziekmelding, bedoeld in, of, is gedaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van. 2021 627 20-12-2021 15-12-2021 35897 2021 628 20-12-2021 15-12-2021 01-01-2022
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 Artikel 29, zevende lid artikel XXXIII, onderdeel C, onder 1, van de Verzamelwet SZW 2019 artikel 1 van de Regeling vrijlating vergoedingen scholing Werkloosheidswet , zoals dat luidde voor inwerkingtreding van, blijft van toepassing op ZW-uitkeringen waar reeds inkomen uit of in verband met opleiding of scholing op de uitkering in mindering wordt gebracht, voor zover het inkomen meer bedraagt dan de vergoeding, bedoeld in. 2018 424 22-11-2018 17-10-2018 34977 2018 425 22-11-2018 08-11-2018 01-01-2019
Artikel 87a — Artikel 87a#
Artikel 87a 1 artikel 29, eerste lid Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in afwijking van, ziekengeld wordt uitgekeerd aan verzekerden die in dienstbetrekking staan tot bij of krachtens die maatregel te bepalen werkgevers. 2 Artikel 88 is van overeenkomstige toepassing. 3 629, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 76a, eerste lid De werkgever kan een verzekeringsovereenkomst met betrekking tot zijn verplichting tot doorbetaling van loon als bedoeld inof bezoldiging als bedoeld inopzeggen met ingang van de dag dat de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, te zijnen aanzien in werking treedt, of, indien de opzegging later geschiedt, met ingang van de dag waarop deze de verzekeraar bereikt. In het geval dat de premie is vooruitbetaald wordt deze door de verzekeraar naar evenredigheid aan de werkgever terugbetaald. 4 Staatsblad Een krachtens het eerste lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan acht weken na de datum van uitgifte van hetwaarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal. 2005 573 22-11-2005 10-11-2005 30118 2005 619 08-12-2005 02-12-2005 29-12-2005
Artikel 87b — Artikel 87b#
Artikel 87b Vervallen 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 87c — Artikel 87c#
Artikel 87c Artikel 19a is niet van toepassing op de persoon op wie dat artikel als gevolg van de opzegging van een verdrag, de beëindiging van de voorlopige toepassing van een verdrag dan wel de beëindiging van een daarmee gelijk te stellen situatie van toepassing zou worden, zolang deze persoon blijft wonen in hetzelfde land als waar hij op de dag voor buitenwerkingtreding als gevolg van die opzegging respectievelijk op de dag voor de beëindiging woonde en blijft voldoen aan de overige voorwaarden voor het recht op ziekengeld. 2024 409 17-12-2024 11-12-2024 36616 2024 410 17-12-2024 11-12-2024 01-01-2025
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 1 Een overeenkomst met betrekking tot de verzekering van geldelijke gevolgen van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte, gesloten door degene, die verplicht verzekerd wordt, vervalt met ingang van de dag, waarop de verzekeraar van de verzekerde mededeling van het verplicht verzekerd worden ontvangt, voor zover aan de overeenkomst rechten kunnen worden ontleend, gelijkwaardig aan die, welke uit de in deze wet geregelde verplichte verzekering voortvloeien. Bereikt deze mededeling de verzekeraar vóór de dag, waarop de betrokkene verplicht verzekerd wordt, dan vervalt de overeenkomst met ingang van die dag. 2 De premie, welke degene, wiens verzekering krachtens het bepaalde in het eerste lid geheel of gedeeltelijk is vervallen, heeft vooruitbetaald, wordt door de verzekeraar al naar gelang van het vervallen gedeelte der overeenkomst terugbetaald, onder aftrek van ten hoogste 25 procent van het terug te betalen bedrag voor administratiekosten. 1966 85 18-02-1966 7171 1967 103 02-02-1967 8638 1967 105 15-01-1967 01-07-1967
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 Algemene termijnenwet artikelen 6, tweede lid, onderdelen a en c 29, vijfde lid 35 46, eerste en vierde lid Deis niet van toepassing op de in deze wet gestelde termijnen van uitkering van geldelijke schadeloosstelling alsmede op de termijnen, gesteld in de,,en. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 1 artikel 29b, eerste lid artikel 1.4, onderdeel G, van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten dat artikel artikel 2.10 van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Als werknemer in de zin van, wordt, naast de werknemers bedoeld in dat lid, eveneens aangemerkt de persoon die voorafgaand aan de inwerkingtreding vanarbeidsgehandicapte was op grond van, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de dag waaropvervalt op grond van, voor de duur van: a. artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering en vijf jaar na die periode voor de arbeidsgehandicapte, bedoeld in dat; b. artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten de toekenning van de voorziening en vijf jaar na die periode voor de arbeidsgehandicapte, bedoeld in dat; c. Wet sociale werkvoorziening artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten de indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking op grond van devoor de arbeidsgehandicapte, bedoeld in dat; d. Wet sociale werkvoorziening artikel 2, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten vijf jaar na de beëindiging van zijn dienstbetrekking op grond van devoor de arbeidsgehandicapte, bedoeld in dat; e. Wet sociale werkvoorziening artikel 2, eerste lid, onderdeel e, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten vijf jaar na de herindicatiebeschikking op grond van devoor de arbeidsgehandicapte, bedoeld in dat; f. artikel 2, eerste lid, onderdeel b van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten voor de arbeidsgehandicapte tweede lid van dat artikel vijf jaar na beëindiging van zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering of de eindiging van de voorziening, bedoeld in dat, bedoeld in het; g. artikel 2, derde of vierde lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten vijf jaar na de dag waarop, in verband met ziekte of gebrek een belemmering bij het verkrijgen of verrichten van arbeid is ontstaan voor de arbeidsgehandicapte, bedoeld in dat. 2 artikel 1.4, onderdeel G, van de Wet Invoering en financiering Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, geldt geen duurbeperking voor de persoon die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding vanarbeidsgehandicapte was op grond van zijn recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de. 2014 270 15-07-2014 02-07-2014 33161 2014 271 15-07-2014 04-07-2014 01-01-2015
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 Artikel 29b dat artikel artikel 29b artikel 1.4, onderdeel G, van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 1.4, onderdeel G, van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen , zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van, blijft van toepassing op de werknemer die op of voor die dag recht had op ziekengeld op grond van. Het ziekengeld, bedoeld in de eerste volzin, wordt niet betaald na de periode waarover de werknemer op grond van, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van, recht had. 2005 710 27-12-2005 22-12-2005 30318 2005 619 08-12-2005 02-12-2005 29-12-2005 2005 573 22-11-2005 10-11-2005 30118 2005 619 08-12-2005 02-12-2005 29-12-2005 De wijzingsopdracht is niet geheel juist.
Artikel 91a — Artikel 91a Overgangsrecht no risk polis i.v.m. gewijzigd loonsanctiesysteem#
Artikel 91a Overgangsrecht no risk polis i.v.m. gewijzigd loonsanctiesysteem Vervallen 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 artikel 1 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen Geen recht op ziekengeld heeft de persoon die belanghebbende is als bedoeld in. 2005 573 22-11-2005 10-11-2005 30118 2005 619 08-12-2005 02-12-2005 29-12-2005
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 1 artikelen 19, vijfde lid 29, zesde lid 30, vijfde en zesde lid 38ab De,,, enzijn niet van toepassing met betrekking tot het recht op ziekengeld van personen die voor de dag van de inwerkingtreding van de Wet van 12 december 2007, houdende regels tot bevordering van de activering van personen die aanspraak maken op een uitkering op grond van de Ziektewet (Stb. 2007, 553) recht hadden op ziekengeld. 2 artikelen 29a, zesde lid 38a 45, eerste lid 72c, tweede lid Ten aanzien van personen die voor de inwerkingtreding van de Wet van 12 december 2007, houdende regels tot bevordering van de activering van personen die aanspraak maken op een uitkering op grond van de Ziektewet (Stb. 2007, 553) recht hadden op ziekengeld zijn met betrekking tot dat recht de,,, en, zoals deze luidden op de dag voor de inwerkingtreding van de in het eerste lid bedoelde wet van toepassing. 2007 553 21-12-2007 12-12-2007 30909 553 21-12-2007 2007 554 21-12-2007 14-12-2007 01-01-2008
Artikel 94 — Artikel 94#
Artikel 94 artikel 52a, derde lid artikel 52a, derde lid In gedingen aangevangen voor het van toepassing worden van, bepaalt de rechter op verzoek van een van de partijen of ambtshalve een termijn waarbinnen partijen de gelegenheid wordt geboden hun stellingen en conclusies voor zover nodig aan te passen aan. Stelt de rechter partijen tot een zodanige aanpassing in de gelegenheid, dan staat tegen die beslissing geen rechtsmiddel open; wijst de rechter een daartoe strekkend verzoek af, dan staat een rechtsmiddel daartegen slechts gelijktijdig met de einduitspraak open. 2009 318 27-07-2009 02-07-2009 31811 2009 319 27-07-2009 18-07-2009 01-08-2009 Voorheen art. 93*.
Artikel 95 — Artikel 95#
Artikel 95 Vervallen 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 96 — Artikel 96#
Artikel 96 Vervallen 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 97 — Artikel 97#
Artikel 97 artikel 29, tweede lid, onderdeel e, f of g artikel 38, vierde lid artikel II, onderdeel C, onder 2, van de Wet wijziging verrekening inkomsten met ziekengeld Ten aanzien van verzekerden die aanspraak maken op ziekengeld op grond van, wier eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van hun arbeid wegens ziekte is gelegen voor de dag van inwerkingtreding vanen de werkgevers van die verzekerden is, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel II, onderdeel C, onder 2, van de Wet wijziging verrekening inkomsten met ziekengeld, van toepassing. 2011 299 23-06-2011 06-06-2011 32464 2011 300 23-06-2011 14-06-2011 01-07-2011
Artikel 98 — Artikel 98#
Artikel 98 Vervallen 2011 618 20-12-2011 01-12-2011 33015 2011 618 20-12-2011 01-12-2011 33015 01-07-2014
Artikel 99 — Artikel 99#
Artikel 99 Vervallen 2011 618 20-12-2011 01-12-2011 33015 2012 80 29-02-2012 22-02-2012 01-03-2015
Artikel 100 — Artikel 100#
Artikel 100 1 Artikel 19aa artikelen 19a, derde lid, onderdeel b 19b, tweede lid 19c, tweede lid artikel I, onderdeel B, van de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters is niet van toepassing op de verzekerde wiens eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid is gelegen voor het tijdstip van inwerkingtreding van. De,, en, zoals deze artikelen luidden op de dag voor inwerkingtreding van die wet blijven van toepassing op de verzekerde, bedoeld in de eerste zin. 2 artikel I, onderdeel E, van de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters artikel 29g artikel 30, eerste lid Op de verzekerde, wiens eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid is gelegen voor de dag van inwerkingtreding vanisniet van toepassing en blijft, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, van die wet, van toepassing. 2014 216 24-06-2014 14-06-2014 33818 2014 274 17-07-2014 10-07-2014 18-07-2014
Artikel 101 — Artikel 101#
Artikel 101 Artikel 19aa is niet van toepassing op de verzekerde die: a. artikel 16 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering verzekerd is op grond van; of b. artikelen 19a 20 43a 47 47a 47b van die wet recht heeft op toekenning of heropening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de,,onderscheidenlijk,of. 2014 270 15-07-2014 02-07-2014 33161 2014 271 15-07-2014 04-07-2014 01-01-2015 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 102 — Artikel 102#
Artikel 102 1 artikelen 15 16 artikel 29, zevende lid Werkloosheidswet artikel 130z, tweede lid 130aa, eerste lid, van de Werkloosheidswet Deenen de daarop berustende bepalingen en, zoals deze luidden voor 1 juli 2015 blijven van toepassing met betrekking tot de werknemer wiens eerste dag van werkloosheid op grond van deis gelegen voor die inwerkingtreding mits het recht op ziekengeld, bedoeld in artikel 29, tweede lid, is ontstaan voor de omzetting, bedoeld in, of. 2 Artikel 29h artikel 29, tweede lid Werkloosheidswet artikel 130z, tweede lid 130aa, eerste lid, van de Werkloosheidswet is niet van toepassing met betrekking tot de werknemer wiens eerste dag van werkloosheid op grond van deis gelegen voor 1 juli 2015, mits het recht op ziekengeld, bedoeld in, is ontstaan voor de omzetting, bedoeld in, of. 3 Dit artikel vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2014 504 16-12-2014 26-11-2014 33988 2016 471 07-12-2016 14-11-2016 34528 2016 472 07-12-2016 26-11-2016 01-04-2017
Artikel 103 — Artikel 103#
Artikel 103 1 Artikel 30, vijfde en zesde lid artikel XXVIII, onderdeel B, van de Wet werk en zekerheid , en de daarop berustende bepalingen zoals deze luidden op de dag voor de datum waaropinwerking is getreden, blijven van toepassing op een recht op uitkering waarvan de eerste ziektedag is gelegen voor de dag van inwerkingtreding. 2 Dit artikel vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2014 216 24-06-2014 14-06-2014 33818 2014 274 17-07-2014 10-07-2014 01-07-2015
Artikel 104 — Artikel 104#
Artikel 104 1 artikelen 29, vijfde lid 76a, derde en achtste lid artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet In afwijking van het in de, en, genoemde tijdvak van 6 weken, geldt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip een tijdvak van dertien weken voor de werknemer die de inbedoelde leeftijd heeft bereikt. 2 artikel 76a, derde en achtste lid Indien de ongeschiktheid wegens ziekte een aanvang heeft genomen voor de datum waarop de werknemer de in het eerste lid bedoelde leeftijd heeft bereikt, geldt vanaf die datum voor de toepassing van, de in het eerste lid genoemde tijdvak, voor zover het totale tijdvak niet meer bedraagt dan 104 weken. 3 Indien de ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte een aanvang heeft genomen voor het op grond van het eerste lid vast te stellen tijdstip blijft het in het eerste lid genoemde tijdvak van dertien weken gelden. 4 Het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, wordt niet eerder vastgesteld, dan nadat: a. Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd 34 073 Onze Minister een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de(Kamerstukken) in de praktijk gedurende de eerste twee jaren na inwerkingtreding van die wet, aan de beide kamers der Staten-Generaal heeft gezonden; en b. acht weken zijn verstreken nadat het voornemen tot het vaststellen van dat tijdstip is meegedeeld aan de beide kamers der Staten-Generaal. 2022 543 27-12-2022 21-12-2022 36216 2022 544 27-12-2022 21-12-2022 01-01-2023 Door Stb. 2023/169 is de datum bedoeld in het eerste lid
vastgesteld op 1 juli 2023.
Artikel 105 — Artikel 105#
Artikel 105 1 artikel 76a, eerste lid artikel III, onderdeel F, van de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd Het in, genoemde tijdvak van 104 weken blijft gedurende zes maanden na het tijdstip van inwerkingtreding vanvan toepassing op de werknemer: a. artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet die op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding ten minste de inbedoelde leeftijd heeft, dan wel binnen zes maanden na dat tijdstip deze leeftijd bereikt, en b. die voor het tijdstip van inwerkingtreding en tevens, al dan niet na een onderbreking gedurende minder dan vier weken, na dat tijdstip verhinderd is om de dienst te verrichten of het ambt te vervullen wegens ongeschiktheid als gevolg van ziekte. 2 artikel 104 Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Na afloop van de in het eerste lid genoemde termijn van zes maanden, geldt het ingenoemde tijdvak van dertien weken voor zover het totale tijdvak waarin aanspraak bestaat op bezoldiging, bedoeld in het, dan wel van hetgeen daarmee overeenkomt niet meer bedraagt dan 104 weken. 2015 376 20-10-2015 30-09-2015 34073 2015 377 20-10-2015 14-10-2015 01-01-2016
Artikel 106 — Artikel 106#
Artikel 106 Artikel 63e artikel III, onderdeel D, van de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd is niet van toepassing voor zover de eerste dag van ongeschiktheid tot werken is gelegen voor de datum van inwerkingtreding van. 2015 376 20-10-2015 30-09-2015 34073 2015 377 20-10-2015 14-10-2015 01-07-2016
Artikel 107 — Artikel 107#
Artikel 107 Artikel 4, eerste lid, onderdeel e artikel XXXII, onderdeel Da, van de Verzamelwet SZW 2018 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet arbeid en zorg , zoals dat luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van, blijft van toepassing op een recht op uitkering op grond van deze wet of op grond van deof dedat is ontstaan voor de inwerkingtreding van artikel XXXII, onderdeel Da, van de Verzamelwet SZW 2018. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 108 — Artikel 108#
Artikel 108 Deze wet wordt aangehaald als: Ziektewet. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018