Wet van 12 december 1929, houdende regelen betreffende den rechtstoestand van ambtenaren
- BWB-id
- BWBR0001947
- Type
- Wet
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0001947
- ELI
- /eli/nl/wet/1930/ambtenarenwet-2017
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1930/ambtenarenwet-2017/2025-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0001947&g=2025-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0001947&z=2026-06-06&g=2025-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0001947/2025-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1930/ambtenarenwet-2017
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Ambtenaar in de zin van deze wet is degene die krachtens een arbeidsovereenkomst naar Nederlands recht met een overheidswerkgever werkzaam is. 2 artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Ambtenaar is tevens degene die met een overheidswerkgever is overeengekomen zonder aanspraak op loon als bedoeld ineen functie te vervullen die is aangewezen bij algemene maatregel van bestuur, waarvan de voordracht geschiedt door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2017 123 28-03-2017 09-03-2017 32550 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Overheidswerkgever in de zin van deze wet zijn: a. de staat; b. de provincies; c. de gemeenten; d. de waterschappen; e. de openbare lichamen voor beroep en bedrijf; f. Grondwet de andere openbare lichamen waaraan krachtens deverordenende bevoegdheid is toegekend; g. de Europese groeperingen voor territoriale samenwerking met een statutaire zetel in Nederland; h. de overige krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersonen; en i. andere dan krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersonen, waarvan een orgaan is bekleed met openbaar gezag, waarbij de uitoefening van dat gezag de kernactiviteit van de rechtspersoon vormt. 2 Geen overheidswerkgever in de zin van deze wet zijn: a. artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs artikel 1 van de Wet op de expertisecentra artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 gemeenten, voor zover het betreft de instandhouding van openbare scholen als bedoeld in onderdeel a van de begripsbepaling van openbare school in, onderdeel a van de begripsbepaling van openbare school in, en onderdeel a of b van de begripsbepaling van openbare school in; b. artikel 47 van de Wet op het primair onderwijs artikel 50 van de Wet op de expertisecentra artikel 3.4 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 openbare rechtspersonen als bedoeld in,en; c. artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs openbare instellingen als bedoeld in; d. onderdelen a, h en j, onder 1, van de bijlage behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek de openbare instellingen, bedoeld in; e. artikel 1.5 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek de instellingen voor wetenschappelijk onderzoek, bedoeld in; f. artikel 2, eerste lid, van de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek, bedoeld in; g. artikel 3, eerste lid, van de TNO-wet de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek TNO, genoemd in. 2022 116 21-03-2022 23-02-2022 35946 2022 117 22-03-2022 11-03-2022 01-08-2022 2021 57 10-02-2021 27-01-2021 35611 2021 599 09-12-2021 29-11-2021 01-08-2022
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Een overheidswerkgever sluit geen arbeidsovereenkomst met: a. degenen die zijn benoemd in het ambt van een eenhoofdig bestuursorgaan of als lid van een orgaan of college dat onderdeel uitmaakt van een krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersoon, mits zij niet werkzaam zijn onder de verantwoordelijkheid van een ander bestuursorgaan; b. 1°. artikel 1, onderdeel b, van de Wet op de rechterlijke organisatie de rechterlijke ambtenaren, bedoeld in; 2°. artikelen 48, tweede lid 55a, tweede lid 66, tweede en derde lid 67, derde lid 69, tweede lid 70, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie de deskundige leden, bedoeld in de,,,,, enen hun plaatsvervangers; 3°. artikelen 54, derde lid 55, tweede lid 68, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie de militaire leden, bedoeld in de,, enen hun plaatsvervangers; 4°. artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Beroepswet artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie artikel 4, tweede lid, van de Beroepswet artikel 5, tweede lid, van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie de bij de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven werkzame leden met rechtspraak belast, bedoeld inonderscheidenlijk, alsmede de aldaar werkzame senior-gerechtsauditeurs en gerechtsauditeurs, bedoeld inonderscheidenlijk; 5°. artikel 8.16, derde lid 8.36, derde lid, van de Wet dieren de voorzitters en leden, bedoeld in, en, en hun plaatsvervangers; 6°. artikel 13, tweede lid, van de Landbouwkwaliteitswet de personen die deel uitmaken van een orgaan als bedoeld in; 7°. artikel 11 van de Wet tuchtrechtspraak accountants de voorzitter en leden van de Accountantskamer, bedoeld in, en hun plaatsvervangers; 8°. artikel 30 van de Loodsenwet de voorzitter en leden, bedoeld in, en hun plaatsvervangers; 9°. artikel 37 van de Wet bemanning zeeschepen de voorzitter en leden van het tuchtcollege voor de scheepvaart, bedoeld in, en hun plaatsvervangers; 10°. artikel 94 van de Wet op het notarisambt de voorzitter en leden van de kamers voor het notariaat, bedoeld in, en hun plaatsvervangers; 11°. artikel 46b van de Advocatenwet de voorzitter en leden-advocaten van de raden van discipline, bedoeld in, en hun plaatsvervangers; 12°. artikel 51van de Advocatenwet de voorzitter en leden-advocaten van het hof van discipline, bedoeld in, en hun plaatsvervangers; 13°. artikel 35van de Gerechtsdeurwaarderswet de voorzitter en de leden van de kamer voor gerechtsdeurwaarders, bedoeld in, en hun plaatsvervangers; 14°. artikelen 55 56 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg de voorzitters en leden van een tuchtcollege, bedoeld in deen, en hun plaatsvervangers. 15°. artikel 2, eerste lid, van de Uitvoeringswet grondkamers artikel 13, eerste lid, van de Uitvoeringswet grondkamers de voorzitters en leden van de grondkamers, bedoeld in, en hun plaatsvervangers, alsmede de leden van de Centrale grondkamer, bedoeld in, en hun plaatsvervangers. c. artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet ambtenaren defensie artikel 12o, eerste lid, van de Wet ambtenaren defensie de militaire ambtenaren, bedoeld in, alsmede de burgerlijke ambtenaren, bedoeld in; d. artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Kaderwet dienstplicht de dienstplichtigen, bedoeld in; e. artikel 2 artikel 29 van de Wet op het notarisambt artikel 2 artikel 23 van de Gerechtsdeurwaarderswet notarissen en waarnemend notarissen als bedoeld inonderscheidenlijkalsmede gerechtsdeurwaarders en waarnemend gerechtsdeurwaarders als bedoeld inonderscheidenlijk; f. artikel 2 van de Politiewet 2012 artikel 76, eerste lid, van de Politiewet 2012 de ambtenaren van de politie, bedoeld in, en de plaatsvervanger van de directeur van de Politieacademie, bedoeld in. 2025 9 17-01-2025 11-12-2024 36440 2025 145 28-05-2025 06-05-2025 01-07-2025
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 paragraaf 3.1 paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming Overheidswerkgevers kunnen een onderzoek naar de geschiktheid en de bekwaamheid voor een functie als ambtenaar doen. Indien noodzakelijk kunnen zij daarbij bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld inonderscheidenlijkverwerken. 2 Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de soorten persoonsgegevens die verwerkt kunnen worden. 2017 123 28-03-2017 09-03-2017 32550 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Een overheidswerkgever voert een integriteitsbeleid dat is gericht op het bevorderen van goed ambtelijk handelen en dat in ieder geval aandacht besteedt aan het bevorderen van integriteitsbewustzijn en aan het voorkomen van misbruik van bevoegdheden, belangenverstrengeling en discriminatie. 2 Een overheidswerkgever zorgt ervoor dat het integriteitsbeleid een vast onderdeel uitmaakt van het personeelsbeleid, in ieder geval door integriteit in functioneringsgesprekken en werkoverleg aan de orde te stellen en door het aanbieden van scholing en vorming op het gebied van integriteit. 3 Een overheidswerkgever draagt zorg voor de totstandkoming van een gedragscode voor goed ambtelijk handelen. 4 Een overheidswerkgever maakt jaarlijks een verantwoording met betrekking tot de uitvoering van dit artikel openbaar. 5 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot het derde lid. 2017 123 28-03-2017 09-03-2017 32550 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Een overheidswerkgever draagt zorg voor: a. de aflegging van de eed of belofte door de ambtenaar bij zijn indiensttreding; b. de registratie van nevenwerkzaamheden van ambtenaren die de belangen van de dienst voor zover deze in verband staan met hun functievervulling, kunnen raken; c. de openbaarmaking van de krachtens onderdeel b geregistreerde nevenwerkzaamheden van ambtenaren aangesteld in een functie waarvoor ter bescherming van de integriteit van de openbare dienst openbaarmaking van nevenwerkzaamheden noodzakelijk is; d. artikel 8, tweede lid, onderdeel b de aanwijzing van ambtenaren die werkzaamheden verrichten waaraan in het bijzonder het risico van financiële belangenverstrengeling of het risico van oneigenlijk gebruik van koersgevoelige informatie verbonden is, het aanwijzen van de financiële belangen die zij niet mogen bezitten of verwerven en de registratie van de door hen gedane meldingen als bedoeld in; e. een procedure voor het omgaan met bij een ambtenaar levende vermoedens van misstanden binnen de organisatie waar hij werkzaam is. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot het bepaalde in het eerste lid. 2017 123 28-03-2017 09-03-2017 32550 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De ambtenaar is gehouden de bij of krachtens de wet op hem rustende en uit zijn functie voortvloeiende verplichtingen te vervullen en zich ook overigens te gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt. 2 Het niet naleven van het eerste lid geldt voor de toepassing van het Burgerlijk Wetboek als een tekortkoming in het nakomen van de plichten welke de arbeidsovereenkomst aan de ambtenaar oplegt. 2017 123 28-03-2017 09-03-2017 32550 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De ambtenaar legt een eed of belofte af, overeenkomstig een bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld formulier, dat voor verschillende functies verschillend kan zijn. 2017 123 28-03-2017 09-03-2017 32550 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Het is de ambtenaar niet toegestaan: a. nevenwerkzaamheden te verrichten waardoor de goede vervulling van de functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd; b. middellijk of onmiddellijk deel te nemen aan aannemingen en leveringen ten behoeve van openbare diensten, tenzij de overheidswerkgever waarmee hij een arbeidsovereenkomst heeft daarvoor toestemming heeft verleend; c. financiële belangen te hebben, effecten te bezitten of effectentransacties te verrichten waardoor de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd; d. artikel 5, eerste lid, onderdeel d financiële belangen te bezitten of te verwerven, welke door de overheidswerkgever waarmee hij een arbeidsovereenkomst heeft zijn aangewezen op de voet van; e. zonder toestemming van de overheidswerkgever giften, vergoedingen, beloningen en beloften van een derde aan te nemen of hierom te vragen, indien de ambtenaar als ambtenaar met deze derde betrekkingen onderhoudt. 2 De ambtenaar is verplicht aan de overheidswerkgever waarmee hij een arbeidsovereenkomst heeft: a. opgave te doen van de nevenwerkzaamheden die hij verricht of voornemens is te gaan verrichten, die de belangen van de dienst voor zover deze in verband staan met zijn functievervulling, kunnen raken; b. artikel 5, eerste lid, onderdeel d indien hij is aangewezen in de zin van, melding te doen van zijn financiële belangen alsmede van het bezit van en transacties met effecten die de belangen van de openbare dienst voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, kunnen raken en daaromtrent desgevraagd nadere informatie te verschaffen. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de toepassing van het eerste en tweede lid. 2017 123 28-03-2017 09-03-2017 32550 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De ambtenaar en de gewezen ambtenaar zijn verplicht tot geheimhouding van hetgeen hen in verband met hun functie ter kennis is gekomen, voor zover die verplichting uit de aard der zaak volgt. 2017 123 28-03-2017 09-03-2017 32550 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De ambtenaar onthoudt zich van het openbaren van gedachten of gevoelens of van de uitoefening van het recht tot vereniging, tot vergadering en tot betoging, indien door de uitoefening van deze rechten de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd. 2 Het eerste lid is, voor wat betreft het recht van vereniging, niet van toepassing op het lidmaatschap van: a. Kieswet een politieke groepering waarvan de aanduiding is ingeschreven overeenkomstig de; b. een vakvereniging. 2017 123 28-03-2017 09-03-2017 32550 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De ambtenaar is verplicht tijdens het verblijf op zijn werk zich te onderwerpen aan een in het belang van de dienst door de overheidswerkgever gelast onderzoek aan zijn lichaam of aan zijn kleding of van zijn daar aanwezige goederen. De overheidswerkgever op wiens last het onderzoek plaatsheeft, neemt de nodige maatregelen ten einde daarbij een onredelijke of onbehoorlijke bejegening te voorkomen. 2017 123 28-03-2017 09-03-2017 32550 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Voor de vervulling van een vertrouwensfunctie komt slechts in aanmerking degene die Nederlander is. Degene die geen Nederlander is, kan niettemin in aanmerking komen wanneer het dienstbelang dat bepaaldelijk vordert. 2 artikel 5, derde lid artikel 10, tweede lid, van de Wet veiligheidsonderzoeken De arbeidsovereenkomst met een ambtenaar kan worden opgezegd, indien hij op grond van het bepaalde in, ofuit een vertrouwensfunctie moet worden ontheven. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ter zake van het bepaalde in dit artikel. 2017 123 28-03-2017 09-03-2017 32550 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voor categorieën van ambtenaren met wie de staat een arbeidsovereenkomst is aangegaan en die uit hoofde van hun functie kennis kunnen nemen van zeer geheime of geheime gegevens betreffende de veiligheid of andere gewichtige belangen van de staat, voorschriften worden gesteld betreffende de verplichtingen waaraan deze ambtenaren zijn onderworpen in verband met het anders dan in de uitoefening van hun functie reizen naar en het verblijven in landen waarin het verblijf door deze ambtenaren een bijzonder risico voor de veiligheid of andere gewichtige belangen van de staat kan opleveren en die er toe strekken dit risico zoveel mogelijk te beperken. 2 In de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de in die maatregel opgenomen voorschriften tevens betrekking hebben op gewezen ambtenaren. 3 Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid treedt niet eerder in werking dan twee maanden na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide Kamers der Staten-Generaal. 2017 123 28-03-2017 09-03-2017 32550 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 13a — Artikel 13a#
Artikel 13a artikel 677 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Bij koninklijk besluit wordt besloten tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst ter zake van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen functies. Tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst wordt bij koninklijk besluit besloten, tenzij de Staat de arbeidsovereenkomst opzegt op grond van. 2017 123 28-03-2017 09-03-2017 32550 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 483 17-12-2019 11-12-2019 35275 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 13b — Artikel 13b#
Artikel 13b 1 Ten aanzien van de ambtenaren van de Staten-Generaal gelden de voor alle ambtenaren geldende arbeidsvoorwaarden die zijn opgenomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn. 2 Op verzoek van de Staten-Generaal kunnen in de collectieve arbeidsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, andere arbeidsvoorwaarden voor de ambtenaren van de Staten-Generaal worden opgenomen. 2017 123 28-03-2017 09-03-2017 32550 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 115 Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding vanwordt de aanstelling die voor dat tijdstip is verleend aan een ambtenaar als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Ambtenarenwet, die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren aanspraak had op bezoldiging als bedoeld invan de Ambtenarenwet die kwalificeert als loon in de zin vanvan rechtswege omgezet in een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. Van de arbeidsovereenkomst maken deel uit de op dat tijdstip ten aanzien van de ambtenaar bestaande beslissingen, afspraken en toezeggingen inzake zijn arbeidsvoorwaarden, waaronder in ieder geval zijn begrepen: duur van het dienstverband, bezoldiging, werktijden, rooster, verlof, faciliteiten voor de uitoefening van de functie en studiefaciliteiten. 2 artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding vanwordt de aanstelling die voor dat tijdstip is verleend aan een ambtenaar als bedoeld in het eerste lid die geen aanspraak had op bezoldiging als bedoeld in het eerste lid van rechtswege omgezet in een overeenkomst. Van de overeenkomst maken deel uit de op dat tijdstip ten aanzien van de ambtenaar bestaande beslissingen, afspraken en toezeggingen inzake het verrichten van de arbeid, waaronder in ieder geval zijn begrepen: duur van het dienstverband, kostenvergoedingen, werktijden, rooster, verlof, faciliteiten voor de uitoefening van de functie en studiefaciliteiten. 3 artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding vanworden aanstellingen verleend voorafgaand aan de aanstelling, bedoeld in het eerste lid, als arbeidsovereenkomsten naar burgerlijk recht beschouwd. 4 artikel 3 De voorgaande leden zijn niet van toepassing op personen als bedoeld in. 2017 123 28-03-2017 09-03-2017 32550 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Artikel 5:6, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren is van toepassing in geval de ambtenaar voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding vanwegens de aard van de arbeid op regelmatige basis op zondag werkzaam was, ongeacht de aanwezigheid van een beding over die arbeid op zondag. 2 artikel 125c, eerste of tweede lid De ambtenaar die op het in het eerste lid bedoelde tijdstip is benoemd of gekozen in een functie als bedoeld in, zoals dat luidde voorafgaand aan dat tijdstip, behoudt de verleende ontheffing van de waarneming van zijn ambt onderscheidenlijk het verleende buitengewoon verlof. Ingeval op de bezoldiging een inhouding wordt toegepast over de tijd dat hij verlof geniet, blijven deze inhouding en de daarop van toepassing zijnde regels van kracht. 2017 123 28-03-2017 09-03-2017 32550 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren Krachtens deze wet genomen besluiten die zijn genomen voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van, behouden hun geldigheid. 2 Ten aanzien van de mogelijkheid om bezwaar te maken of beroep in te stellen alsmede de behandeling van zodanig bezwaar of beroep tegen een op grond van deze wet genomen besluit of handeling dat voor het in het eerste lid bedoelde tijdstip is bekendgemaakt, blijft het recht van toepassing zoals dat gold voor dat tijdstip. 2017 123 28-03-2017 09-03-2017 32550 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 15, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren De krachtens deze wet en, zoals deze luidden voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van, vastgestelde algemeen verbindende voorschriften vervallen. 2 De in het eerste lid bedoelde algemeen verbindende voorschriften blijven van kracht ten aanzien van te verstrekken uitkeringen aan ambtenaren als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Ambtenarenwet, wier dienstverband op het in het eerste lid bedoelde tijdstip reeds is beëindigd. De in deze voorschriften opgenomen bedragen kunnen worden geïndexeerd op de in deze voorschriften bepaalde wijze. 3 Voor zover en voor zolang op het in het eerste lid bedoelde tijdstip geen collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten waarbij een overheidswerkgever partij is, blijft een in het eerste lid bedoeld voorschrift verbindend voor ambtenaren als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Ambtenarenwet en hun werkgever als ware het een collectieve arbeidsovereenkomst, voor zover niet in strijd met deze wet of dwingendrechtelijke bepalingen van burgerlijk recht. 4 artikel 3 Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op algemeen verbindende voorschriften, voor zover zij betrekking hebben op de rechtspositie van degenen met wie op grond vangeen arbeidsovereenkomst wordt gesloten. 2017 123 28-03-2017 09-03-2017 32550 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Deze wet wordt aangehaald als: Ambtenarenwet 2017. 2017 123 28-03-2017 09-03-2017 32550 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020