Wet van 6 april 1933, houdende voorzieningen tot uitvoering van het op 31 mei 1932 te Londen tusschen Nederland en Groot-Brittannië gesloten verdrag, houdende bepalingen tot het vergemakkelijken van het voeren van rechtsgedingen
- BWB-id
- BWBR0001959
- Type
- Wet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2023-05-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0001959
- ELI
- /eli/nl/wet/1933/wet-uitvoering-rechtsvorderingsverdrag-groot-brittanni
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1933/wet-uitvoering-rechtsvorderingsverdrag-groot-brittanni/2023-05-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0001959&g=2023-05-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0001959&z=2026-06-06&g=2023-05-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0001959/2023-05-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1933/wet-uitvoering-rechtsvorderingsverdrag-groot-brittanni
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet wordt verstaan onder: a. het verdrag: Londen Nederland Groot-Britannië het op 31 Mei 1932 tetusschenengesloten verdrag, houdende bepalingen tot het vergemakkelijken van het voeren van rechtsgedingen in burgerlijke en handelszaken; b. de bevoegde Nederlandsche consulaire ambtenaar: Londen indien mededeeling van stukken of uitvoering van rogatoire commissies in Engeland moet geschieden, de Nederlandsche consul-generaal teof degeen die hem vervangt; moet mededeeling of uitvoering buiten Engeland geschieden, de door Onzen Minister van Buitenlandsche Zaken aangewezen consulaire ambtenaar. 1933 136 06-04-1933 1933 364 12-07-1933 29-07-1933
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 f Oordeelt de officier van justitie, wien eene aanvrage om mededeeling van eenig stuk overeenkomstig artikel 3 van het verdrag is toegezonden of doorgezonden, dat het geval, bedoeld bij lettervan dat artikel, aanwezig is, dan zendt hij de bescheiden onder opgaaf van redenen aan Onzen Minister van Justitie, die, zoo noodig na overleg met zijn ambtgenoot van Buitenlandsche Zaken, beslist. 1933 136 06-04-1933 1933 364 12-07-1933 29-07-1933
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De mededeeling van eenig stuk door den officier van justitie ingevolge artikel 3 van het verdrag geschiedt door eenvoudige afgifte tegen bewijs van ontvangst. 2 Is bij de aanvrage om mededeeling van het stuk verzocht deze op eene bijzondere wijze te doen geschieden, dan volgt de officier van justitie deze wijze van mededeeling, mits deze niet in strijd is met het geldende recht. 1933 136 06-04-1933 1933 364 12-07-1933 29-07-1933
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Alle stukken, opgemaakt om gevolg te geven aan het verzoek om mededeeling van een gerechtelijk of buitengerechtelijk stuk, zijn vrij van de rechten van zegel en van registratie. 1933 136 06-04-1933 1933 364 12-07-1933 29-07-1933
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 55, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Om overeenkomstig artikel 3 van het verdrag eenig stuk te doen mededeelen wordt, in afwijking van het bepaalde bij, het exploit steeds gedaan aan den officier van justitie, met dien verstande, dat: indien het exploit een rechtsgeding betreft te voeren of aanhangig voor den Hoogen Raad, het gedaan wordt aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag, voor een gerechtshof aan de advocaat-generaal bij het ressortsparket; indien het exploit niet reeds een te voeren of aanhangig rechtsgeding betreft, het gedaan wordt aan de officier van justitie in het arrondissement waar de verzoeker zijn woonplaats heeft. 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Onverminderd de vereischten bij hetvoor het exploit gesteld, zullen daarbij in ieder geval worden vermeld de volledige namen en hoedanigheden van de partijen en de volledige namen, het adres, en de hoedanigheid van dengeen voor wien het stuk bestemd is. Tevens wordt vermeld, dat het exploit overeenkomstig artikel 3 van het verdrag moet worden medegedeeld, met opgave of eene bijzondere wijze van mededeeling wordt verlangd. 3 Het exploit is vergezeld van twee geteekende afschriften en van vertalingen van deze drie bescheiden. De vertalingen moeten voor overeenstemmend zijn verklaard door een beëedigd vertaler in Nederland. Wordt bij het exploit een afzonderlijk stuk beteekend, dan geldt het gezegde omtrent afschriften en vertalingen ook voor dit afzonderlijk stuk. 2012 313 13-07-2012 12-07-2012 32891 2012 314 13-07-2012 12-07-2012 01-01-2013 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De officier van justitie kan, als waarborg voor de kosten, ter zake van de mededeeling te maken, een door hem te begrooten voorschot van den deurwaarder vragen. 1933 136 06-04-1933 1933 364 12-07-1933 29-07-1933
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 lid van artikel 5 De officier van justitie zal het exploit met "gezien" teekenen en de in het laatstedezer wet bedoelde afschriften, met vertalingen, ter verdere behandeling doen toekomen aan den bevoegden Nederlandschen consulairen ambtenaar. Hij verzoekt dezen ambtenaar tevens de vertalingen voor overeenstemmend te verklaren. 2 artikelen 5 6 Is aan deendezer wet niet voldaan, dan weigert de officier van justitie de doorzending der stukken, echter niet dan na getracht te hebben de naleving daarvan zooveel mogelijk te bevorderen. 1933 136 06-04-1933 1933 364 12-07-1933 29-07-1933
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 g De officier van justitie ontvangt het bewijsstuk, bedoeld bij artikel 3, letter, van het verdrag, van den Nederlandschen consulairen ambtenaar. 2 De officier van justitie kan weigeren dit bewijs aan belanghebbende af te geven, zoolang niet het geheele bedrag der kosten, ter zake van de mededeeling gemaakt, voldaan is. 1933 136 06-04-1933 1933 364 12-07-1933 29-07-1933
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Verschijnt de gedaagde op de betekende roldatum niet, dan zal, indien de eiser het bewijsstuk, bedoeld bij het vorige artikel, nog niet ontvangen heeft, de rechter op verzoek van de eiser het verlenen van verstek en de behandeling van de zaak tot een volgende zitting aanhouden. 2023 41 10-02-2023 25-01-2023 36212 2023 97 27-03-2023 20-03-2023 01-05-2023
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De rechtbank aan wie overeenkomstig artikel 7 van het verdrag een rogatoire commissie is overgemaakt geeft uitvoering aan de rogatoire commissie. Oordeelt de rechtbank aan wie de rogatoire commissie is toegezonden dat de uitvoering door een andere rechtbank dient te geschieden, dan zendt zij de commissie aan deze rechtbank. Deze rechtbank is aan de doorzending gebonden. 2 Indien de uitvoering van de rogatoire commissie in verschillende rechtsgebieden dient plaats te vinden, is elk van de rechtbanken van deze rechtsgebieden bevoegd de commissie in haar geheel uit te voeren. 3 De rogatoire commissie kan worden verwezen naar de kantonrechter. De kantonrechter is aan deze verwijzing gebonden. 2014 540 22-12-2014 26-11-2014 33771 2014 541 22-12-2014 15-12-2014 01-01-2015
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2014 540 22-12-2014 26-11-2014 33771 2014 541 22-12-2014 15-12-2014 01-01-2015
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 f artikel 2 Oordeelt de rechter, aan wie de rogatoire commissie is overgemaakt of doorgezonden, dat het geval, bedoeld bij lettervan artikel 7 van het verdrag, aanwezig is, dan vindtdezer wet overeenkomstige toepassing. 2014 540 22-12-2014 26-11-2014 33771 2014 541 22-12-2014 15-12-2014 01-01-2015
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Indien een persoon, die voor een rogatoire commissie moet worden gehoord, niet vrijwillig verschijnt, geschiedt zijn dagvaarding op verzoek van de rechterlijke autoriteit, die de commissie uitvoert. 2023 41 10-02-2023 25-01-2023 36212 2023 97 27-03-2023 20-03-2023 01-05-2023
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 2014 540 22-12-2014 26-11-2014 33771 2014 541 22-12-2014 15-12-2014 01-01-2015
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Alle stukken, ter zake van de uitvoering van rogatoire commissies opgemaakt, zijn vrij van de rechten van zegel en van registratie. 1933 136 06-04-1933 1933 364 12-07-1933 29-07-1933
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Indien eene rogatoire commissie door den Nederlandschen rechter overeenkomstig artikel 7 van het verdrag wordt opgedragen, zendt hij de stukken ter verdere behandeling aan den bevoegden Nederlandschen consulairen ambtenaar. De zich bij die stukken bevindende vertalingen moeten voor overeenstemmend zijn verklaard door een beëedigd vertaler in Nederland. 2 De rechter verzoekt den consulairen ambtenaar tevens de vertalingen voor overeenstemmend te verklaren. 1933 136 06-04-1933 1933 364 12-07-1933 29-07-1933
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 De kosten, welke ter zake van de uitvoering eener rogatoire commissie overeenkomstig het verdrag in rekening worden gebracht, vormen een deel der proceskosten, waaromtrent volgens het gemeene recht door den rechter uitspraak wordt gedaan. 1933 136 06-04-1933 1933 364 12-07-1933 29-07-1933
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 De rechter stelt bij zijn vonnis, waarbij een rogatoire commissie overeenkomstig het verdrag wordt opgedragen, de dag vast, waarop de zaak weer ter rolle zal worden opgeroepen. 2023 41 10-02-2023 25-01-2023 36212 2023 97 27-03-2023 20-03-2023 01-05-2023
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Het proces-verbaal van de uitvoering eener rogatoire commissie overeenkomstig het verdrag heeft gelijke kracht als dat van den Nederlandschen rechter. 1933 136 06-04-1933 1933 364 12-07-1933 29-07-1933
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Deze wet treedt tegelijk met het verdrag in werking. 1933 136 06-04-1933 1933 364 12-07-1933 29-07-1933