Wet van 27 juli 1931, houdende regeling der strandvonderij
- BWB-id
- BWBR0001951
- Type
- Wet
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2017-09-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0001951
- ELI
- /eli/nl/wet/1934/wet-op-de-strandvonderij
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1934/wet-op-de-strandvonderij/2017-09-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0001951&g=2017-09-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0001951&z=2026-06-06&g=2017-09-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0001951/2017-09-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1934/wet-op-de-strandvonderij
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In alle aan zee grenzende gemeenten wordt het beheer der strandvonderij uitgeoefend door een strandvonder. 1931 321 27-07-1931 1933 727 27-12-1933 01-04-1934
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 39 van de Wet veiligheidsregio’s artikel 5, tweede lid De burgemeester der gemeente bekleedt van rechtswege het ambt van strandvonder. In geval van een situatie als bedoeld in, bekleedt de voorzitter van de veiligheidsregio voor het uitvoeren van, van rechtswege het ambt van strandvonder. 2 artikelen 77 78 van de Gemeentewet Stb. Bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester wordt het ambt van strandvonder waargenomen door degene die ingevolge deen(, ) het ambt van burgemeester waarneemt. 2010 146 01-04-2010 11-03-2010 31968 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Onze Commissaris in de provincie kan op aanbeveling van den strandvonder één of meer hulpstrandvonders aanstellen, die ondergeschikt zijn aan den strandvonder, en hem in de zorg voor de strandvonderij ter zijde staan. 2 In de gevallen, bedoeld in de artikelen 558 en 559 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, neemt de hulpstrandvonder, zolang de strandvonder niet ter plaatse aanwezig is, diens taak waar. 1997 325 22-07-1997 02-07-1997 24799 1998 83 24-02-1998 07-02-1998 10-12-1998
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De strandvonder oefent een voortdurend toezicht uit op de zeestranden onder zijn ambtsgebied. 1931 321 27-07-1931 1933 727 27-12-1933 01-04-1934
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De strandvonder is belast met het toezicht op de naleving van de voorschriften, vervat in de artikelen 557, 558 en 559 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek. 2 Hij neemt, indien een schip aan of op het vaste zeestrand schipbreuk lijdt, de leiding van de hulpverlening op zich zo dikwijls als artikel 558 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek dat toelaat en indien buiten het geval van schipbreuk aan of op het vast zeestrand zaken aldaar aanspoelen, neemt hij de leiding van de hulpverlening op zich zo dikwijls als dat artikel zulks toelaat en het hem gewenst voorkomt. 1997 325 22-07-1997 02-07-1997 24799 1998 83 24-02-1998 07-02-1998 10-12-1998
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Indien aan of op het vaste zeestrand van zijn ambtsgebied schepen schipbreuk lijden, ten aanzien waarvan hulpverleening niet onder zijne leiding geschiedt, zorgt de strandvonder niettemin, ter plaatse tegenwoordig te zijn, zich als zoodanig bekend te maken en, zoo dit wordt begeerd, den noodigen bijstand te verleenen. 1931 321 27-07-1931 1933 727 27-12-1933 01-04-1934
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Indien aan of op het vaste zeestrand van zijn ambtsgebied vreemde schepen schipbreuk lijden of zaken aanspoelen, die van een vreemd schip blijken afkomstig te zijn, geeft de strandvonder daarvan zoo spoedig mogelijk kennis aan den bevoegden consulairen ambtenaar van den vreemden Staat. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 1:1, eerste en tweede lid, van de Algemene douanewet De strandvonder draagt zoveel mogelijk zorg, dat de ter zake geldende wettelijke bepalingen, bedoeld in, zowel door hem als door anderen worden nageleefd. 2008 112 15-04-2008 03-04-2008 30979 2008 287 22-07-2008 05-07-2008 01-08-2008 Artikel XLVII van Stb. 2008/112 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De strandvonder draagt zooveel mogelijk zorg, dat voor het verleenen van hulp aan, het beheeren en het verkoopen van schepen of zaken niet meer kosten worden gemaakt, dan de waarde dier zaken bedraagt. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De strandvonder ondersteunt zooveel mogelijk de pogingen van vereenigingen, welke redding van schipbreukelingen ten doel hebben. 1931 321 27-07-1931 1933 727 27-12-1933 01-04-1934
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De strandvonder houdt van al wat binnen zijn ambtsgebied met betrekking tot de strandvonderij voorvalt aantekening in een dagregister en brengt daaromtrent binnen tweemaal 24 uur verslag uit aan Onze Commissaris. 2 Onze Commissaris houdt, wat iedere strandvonder betreft, aan de hand van de door deze ingediende verslagen, ook een dagregister bij. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 De strandvonder is verplicht, van alle zaken, welke hij in beheer neemt, terstond een inventaris op te maken, zooveel mogelijk ten aanzien van elk dier zaken de herkomst en de merken en onderscheidingsteekenen aangevende. 1931 321 27-07-1931 1933 727 27-12-1933 01-04-1934
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 De strandvonder heeft wegens zijn beheer recht op beheerloon, te voldoen door den rechthebbende ten aanzien van de geredde zaken. Het bedrag van het beheerloon mag de waarde of de opbrengst van de geredde zaken, verminderd met de verschuldigde hulploonen en kosten, niet overtreffen. 2 Wegens beheer van zaken, aan het Rijk toebehoorende, is beheerloon niet verschuldigd. 3 De strandvonder heeft voor door hem verleende hulp nimmer aanspraak op hulploon. 4 Het vorige lid is op de hulpstrandvonder niet van toepassing. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 De strandvonder is bevoegd zodanige onder zijn beheer zich bevindende zaken, welke aan spoedig bederf onderhevig zijn, of welker bewaring ontwijfelbaar strijdig is met het belang van de rechthebbende onverwijld te verkopen. Hij doet zich daarbij zo nodig voorlichten door de directeur van de Keuringsdienst van waren, binnen welks gebied de gemeente waar hij strandvonder is, gelegen is. 1957 250 03-07-1957 4448 1960 110 08-03-1960 01-04-1960
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Binnen acht dagen, nadat zaken onder zijn beheer zijn gebracht, geeft de strandvonder in een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen dagblad, met opgave van alle merken, onderscheidingstekenen en verdere gegevens betreffende de herkomst der zaken, van de gedane berging kennis en roept daarbij rechthebbenden ter reclame op. 2 Wanneer de geringe waarde der zaken zulks raadzaam maakt, is de strandvonder gerechtigd de in het vorige lid genoemde termijn te overschrijden teneinde de oproeping betreffende die zaken te verenigen met de oproepingen betreffende andere onder zijn beheer gebrachte zaken. Strandvonders van naburige ambtsgebieden kunnen met toestemming van Onze Commissaris, de oproepingen betreffende de hier bedoelde zaken verenigen. Is een vreemd schip of zijn zaken, welke van een vreemd schip blijken afkomstig te zijn, onder zijn beheer gebracht, dan geeft de strandvonder bovendien, met opgave van alle merken, onderscheidingstekenen en verdere gegevens betreffende de herkomst der zaken, van de gedane berging zo spoedig mogelijk kennis aan de bevoegde consulaire ambtenaar van de vreemde staat. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 14 Zoodra iemand zijn recht ten aanzien van de geborgen zaken bewijst, zal de strandvonder deze - of, indienheeft toepassing gevonden, de opbrengst er van - na bekomen machtiging van Gedeputeerde Staten tegen betaling van de verschuldigde hulploonen, beheerloonen en kosten, aan den rechthebbende afgeven. Na deze afgifte vervalt de verplichting tot het doen van de in het vorige artikel bedoelde oproeping. 2 tweede afdeling van de derde titel van het eerste boek artikel 637 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering In geval van twijfel over het recht van den reclamant, van tegenspraak van derden, of indien over het bedrag der beheerloonen en kosten of wel - tusschen de redders en de rechthebbenden - over het bedrag der verschuldigde hulploonen verschil bestaat, wordt de afgifte geweigerd en het geschil beslecht door den in deofaangewezen rechter; deze is bevoegd, op eenvoudig verzoek afgifte tegen zekerheidstelling te gelasten. 3 De strandvonder keert de door hem ontvangen hulploonen aan de redders uit. 2016 290 21-07-2016 13-07-2016 34212 2017 174 04-05-2017 01-05-2017 01-09-2017 Artikel CIX van Stb. 2016/290 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 14 Indien na het verstrijken van twee maanden na de oproeping reclamanten zich niet hebben opgedaan, zomede indien na toepassing van het tweede lid van het vorige artikel, gebleken is, dat de ingestelde reclames tot afgifte niet kunnen leiden, verkoopt de strandvonder de zaken, voor zover zulks niet reeds krachtensis geschied. 1957 250 03-07-1957 4448 1960 110 08-03-1960 01-04-1960
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikelen 14 17 De verkoopingen, bedoeld in deen, geschieden in het openbaar en volgens plaatselijke gebruiken. 2 Gedeputeerde Staten kunnen met het oog op het belang van de rechthebbenden of van hen, die op de opbrengst verhaal hebben, de strandvonder volmacht verlenen, de verkoop onderhands te doen geschieden. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 17 artikel 14 tweede lid van artikel 16 tweede afdeling van de derde titel van het eerste boek artikel 637 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Na den verkoop, bedoeld in- of, indienheeft toepassing gevonden, nadat twee maanden zijn verstreken na de oproeping, zonder dat zich reclamanten hebben opgedaan, dan wel nadat, na toepassing van het, gebleken is, dat de ingestelde reclames tot afgifte niet kunnen leiden - keert de strandvonder uit de opbrengst de verschuldigde hulploonen aan de redders uit; ontstaat omtrent het bedrag daarvan tusschen hem en de redders verschil, dan moet dit geschil worden beslecht door den in deofaangewezen rechter. 2 De strandvonder zendt voorts zo spoedig mogelijk na het in het eerste lid bedoelde tijdstip, alsmede indien de zaken in natura aan de rechthebbende zijn afgegeven, de rekening en verantwoording betreffende het door hem gevoerde beheer, de verkoop en de door hem betaalde of nog te betalen hulplonen, beheerlonen en kosten aan de gemeenteraad. 3 Zoodra de gemeenteraad met de rekening en verantwoording heeft ingestemd, consigneert de strandvonder het batig saldo, en doet van die consignatie blijken aan Onzen Minister van Financiën. De instemming der rekening en verantwoording laat de bevoegdheid van belanghebbenden, om haar te betwisten, onverlet. 4 Wijst de rekening en verantwoording een nadeelig saldo aan, zonder dat zulks aan zorgeloosheid van den strandvonder is te wijten, dan wordt hem het nadeelig saldo uit 's Rijks kas vergoed. 5 artikel 17 Indien een rechthebbende ten aanzien van zaken, nadat verkoop, als bedoeld in, daarvan heeft plaats gehad doch vóór de consignatie, alsnog zijn recht op de geborgen en daarna verkochte zaken bewijst, wordt hem de opbrengst van de zaken, tegen betaling van de verschuldigde hulplonen, beheerlonen en kosten, door de strandvonder uitgekeerd. 2012 233 05-06-2012 24-05-2012 32389 2012 276 27-06-2012 13-06-2012 01-10-2012
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 1980 474 27-08-1980 13618 1980 474 27-08-1980 13618 31-12-1980
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Voor de toepassing van deze wet worden de Dollart, de Lauwerzee, de Waddenzee, het IJsselmeer, de Zuidhollandsche en de Zeeuwsche stroomen en andere bij algemeenen maatregel van bestuur aan te wijzen wateren, binnen de bij algemeenen maatregel van bestuur te bepalen grenzen, beschouwd tot de zee en de stranden en oevers daarvan tot het zeestrand te behooren. 1957 250 03-07-1957 4448 1960 110 08-03-1960 01-04-1960
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 De bepalingen van deze wet omtrent schepen vinden overeenkomstige toepassing op luchtvaartuigen. 1931 321 27-07-1931 1933 727 27-12-1933 01-04-1934
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Wij behouden Ons voor bij algemeenen maatregel van bestuur: gemeenten of gedeelten van gemeenten aan te wijzen, waar in stede van den burgemeester een ander, door Ons te benoemen, persoon als strandvonder optreedt; artikel 11 artikel 13 artikel 19 regels te stellen betreffende de den strandvonder bijopgelegde verplichting om een dagregister te houden en verslag uit te brengen, betreffende het door den strandvonder, met inachtneming van het bepaalde bij, in rekening te brengen beheerloon en betreffende de inrichting van zijne bijbedoelde rekening en verantwoording; de zaken te omschrijven, waarvan verkoop door den strandvonder in het openbaar belang niet of niet dan onder te bepalen voorwaarden mag geschieden; voorschriften te geven, in acht te nemen voor het geval zaken door den strandvonder niet mogen worden verkocht dan wel onverkoopbaar blijken; voorschriften te geven, door den strandvonder in acht te nemen met betrekking tot de redding en berging van schepen, zaken en opvarenden, behoorende tot een vreemden Staat, met welken een verdrag betreffende de in deze wet geregelde onderwerpen is gesloten; nadere regels te stellen ter bevordering van eene goede uitvoering dezer wet. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1931 321 27-07-1931 1933 727 27-12-1933 01-04-1934
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 In de gevallen, waarin de hulp is verleend vóór het in werking treden van deze wet, blijft het oude recht van toepassing. 1931 321 27-07-1931 1933 727 27-12-1933 01-04-1934
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. 2 Zij kan worden aangehaald onder den titel: "Wet op de strandvonderij". 1931 321 27-07-1931 1933 727 27-12-1933 01-04-1934