Wet van 19 juli 1934, tot vaststelling van bepalingen omtrent de opruiming van vaartuigen en andere voorwerpen, in openbare wateren gestrand, gezonken of aan den grond geraakt of in waterkeeringen of andere waterstaatswerken vastgeraakt
- BWB-id
- BWBR0001963
- Type
- Wet
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2021-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0001963
- ELI
- /eli/nl/wet/1934/wrakkenwet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1934/wrakkenwet/2021-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0001963&g=2021-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0001963&z=2026-06-06&g=2021-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0001963/2021-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1934/wrakkenwet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Vaartuigen, overblijfselen van vaartuigen en alle andere voorwerpen in openbare wateren gestrand, gezonken of aan den grond geraakt, of vastgeraakt op of in waterkeeringen of andere waterstaatswerken, kunnen door den beheerder van het water of dien van het waterstaatswerk worden opgeruimd, zonder dat deze door belanghebbenden bij het vaartuig, of het opgeruimde voorwerp dan wel de zaken aan boord van of in of op het voorwerp aansprakelijk kan worden gesteld voor door die opruiming aan hen toegebrachte schade. 2 Als openbare wateren onder beheer van het Rijk worden in deze wet mede aangemerkt de territoriale wateren. 3 Onder waterkeeringen worden in deze wet begrepen alle daarin of daaraan gelegen kunstwerken. 4 Waar in het eerste lid sprake is van waterkeeringen of andere waterstaatswerken, worden slechts bedoeld die, welke onder beheer van het Rijk, eene provincie, eene gemeente, een waterschap, veenschap of veenpolder staan. 1990 294 23-05-1990 20576 1991 128 22-03-1991 1991 100 04-03-1991 01-04-1991
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Van het besluit van de beheerder dat opruiming noodzakelijk is, wordt ter plaatse waar het vaartuig of ander op te ruimen voorwerp zich bevindt of anders in de naaste omgeving daarvan mededeling gedaan, met herinnering aan het verbod in het tweede lid van dit artikel omschreven. Voorts wordt van dit besluit zo mogelijk mededeling gedaan aan de schipper of andere vertegenwoordiger van belanghebbenden. 2 Zoodra de mededeling is geschied, is het verboden van het vaartuig of voorwerp zaken te verwijderen zonder vergunning van of namens den beheerder; deze vergunning wordt niet geweigerd met betrekking tot lijfgoed, beddegoed en scheepspapieren. 3 Het verbod vervalt, indien naar genoegen van den beheerder zekerheid is gesteld voor de voldoening van de ter zake van opruiming te maken kosten. 4 Onder de kosten ter zake van opruiming zijn in deze wet onder meer die tot mededeling, als in het eerste lid bedoeld, alsmede die tot berging, verlichting, bewaking en vervoer begrepen. 1993 690 23-12-1993 23258 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Van het tijdstip, waarop door den beheerder tot opruiming zal worden overgegaan, wordt door of namens hem in het publicatieblad van het openbaar lichaam waartoe hij behoort mededeling gedaan, en wel ten minste tweemaal vierentwintig uren te voren, tenzij de beheerder onverwijlde opruiming noodzakelijk acht, in welk geval de mededeling zoo spoedig mogelijk wordt gedaan, met vermelding der redenen, welke de onverwijlde opruiming noodzakelijk maken of gemaakt hebben. 2 De mededeling bevat, zo zij de opruiming van een vaartuig geldt, zo mogelijk opgaaf van de naam van schipper en vaartuig, en van de aard der op te ruimen voorwerpen. 2020 262 17-07-2020 01-07-2020 35218 2021 176 09-04-2021 01-04-2021 01-07-2021
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 3 Het verblijf op of de toegang tot het vaartuig of ander voorwerp zonder vergunning van of namens den beheerder is verboden van het tijdstip af, waarop de mededeling, bedoeld in, is geschied, of van den aanvang der opruiming af, indien de opruiming is aangevangen of voltooid, voordat de mededeling heeft plaats gehad. 2020 262 17-07-2020 01-07-2020 35218 2021 176 09-04-2021 01-04-2021 01-07-2021
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Al hetgeen bij de opruiming wordt geborgen, wordt tegen voldoening van de ter zake van de opruiming gemaakte kosten of tegen het stellen van zekerheid voor de voldoening daarvan aan belanghebbenden, die zich daartoe aanmelden, afgegeven. 1991 394 22-05-1991 21437 1991 394 22-05-1991 21437 26-07-1991
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 5 Indien belanghebbenden zich niet aanmelden, doch in gebreke blijven binnen een door de beheerder te stellen termijn de inbedoelde kosten te voldoen of voor de voldoening daarvan zekerheid te stellen, is de beheerder bevoegd het geborgene te verkopen. 1991 394 22-05-1991 21437 1991 394 22-05-1991 21437 26-07-1991
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Het geborgene wordt aan belanghebbenden afgegeven in geval zij voor de verkoop de kosten ter zake van opruiming en verkoop aan de beheerder voldoen. 1991 394 22-05-1991 21437 1991 394 22-05-1991 21437 26-07-1991
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De beheerder kan niet aansprakelijk worden gesteld voor afgifte van het geborgene aan een onbevoegde. 1991 394 22-05-1991 21437 1991 394 22-05-1991 21437 26-07-1991
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 1991 394 22-05-1991 21437 1991 394 22-05-1991 21437 26-07-1991
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 6 De kosten, krachtens deze wet gemaakt, komen, voor zooveel zij niet door belanghebbenden zijn terugbetaald, of uit de opbrengst van het krachtensverkochte kunnen worden gekweten, ten laste van den beheerder, onverminderd diens bevoegdheid om de krachtens dit artikel te zijnen laste komende kosten te verhalen op dengene, die volgens de wet daarvoor aansprakelijk is. 1934 401 19-07-1934 1934 401 19-07-1934 03-09-1934
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 tweede lid van artikel 2 artikel 4 Handelingen in strijd met het bepaalde in heten het bepaalde inworden aangemerkt als overtredingen en gestraft met een geldboete van de derde categorie. 1988 77 11-02-1988 19803 1988 172 20-04-1988 30-04-1988
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Staatsblad Met het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet vervalt de wet van 23 Juli 1885 (n°. 151). Zij blijft intusschen van toepassing op die opruimingen, ten aanzien van welke reeds vóór de inwerkingtreding dezer wet artikel 2 der wet van 23 Juli 1885 toepassing heeft gevonden. 1934 401 19-07-1934 1934 401 19-07-1934 03-09-1934
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a Wet bestrijding maritieme ongevallen Met betrekking tot een wrak waarop devan toepassing is, zijn: artikelen 1 tot en met 4 10 tot en met 12 deenniet van toepassing; artikelen 5 tot en met 8 devan toepassing op de markering en opruiming daarvan overeenkomstig die wet. 2015 399 05-11-2015 14-10-2015 34069 2015 529 22-12-2015 16-12-2015 01-01-2016
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Deze wet kan worden aangehaald onder den naam "Wrakkenwet". 1934 401 19-07-1934 1934 401 19-07-1934 03-09-1934