Wet van 4 februari 1938, houdende nieuwe bepalingen nopens het waarborgen van bepaalde eigenschappen en hoedanigheden van uitgevoerde voortbrengselen van het landbouw-, tuinbouw-, veeteelt- en zuivelbedrijf
- BWB-id
- BWBR0001990
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 1976-07-26 t/m 2007-09-27
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0001990
- ELI
- /eli/nl/wet/1938/landbouwuitvoerwet-1938
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1938/landbouwuitvoerwet-1938/1976-07-26
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0001990&g=1976-07-26
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0001990&z=2026-06-06&g=1976-07-26
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0001990/1976-07-26
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1938/landbouwuitvoerwet-1938
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet wordt verstaan onder: 1°. "Onze Minister": Onze met de zaken van den landbouw belaste Minister; 2°. artikel 2 "Uitvoercontrôlebesluit": eene algemeene maatregel van bestuur, als bedoeld in; 3°. artikel 8 "Algemeene Voorwaarden": de Algemeene Voorwaarden, bedoeld in. 1938 600 04-02-1938 1938 600 04-02-1938 26-02-1938
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Het is verboden: uit te voeren, te pogen uit te voeren of ten uitvoer aan te bieden, indien deze voortbrengselen niet voldoen aan bij of krachtens algemeenen maatregel van bestuur te stellen eischen van herkomst, hoedanigheid en verzorging en indien hunne verpakking, vorm of afwerking niet voldoen aan bij of krachtens dien algemeenen maatregel van bestuur te stellen eischen van hoedanigheid en verzorging, een en ander onverminderd andere met betrekking tot den uitvoer van die voortbrengselen geldende wettelijke voorschriften. 1. boter, 2. kaas, 3. al dan niet gecondenseerde melk, 4. room, 5. karnemelk, 6. al dan niet gecondenseerde ondermelk, 7. melkpoeder, 8. blokmelk; 9. kippeneieren, 10. eendeneieren; 11. bacon; 12. karwijzaad, 13. maanzaad, 14. mosterdzaad; 15. aardappelen, 16. uien; 17. aardbeien, 18. appelen, 19. bessen, 20. druiven, 21. frambozen, 22. kersen, 23. kruisbessen, 24. peren, 25. perziken, 26. pruimen; 27. andijvie, 28. asperges, 29. augurken, 30. kool, 31. in groenen toestand geoogste boonen, 32. doperwten, 33. peulen, 34. komkommers, 35. koolrapen, 36. kroten, 37. meloenen, 38. peen, 39. peterselie, 40. postelein, 41. prei, 42. raapstelen, 43. rabarber, 44. radijs, 45. schorseneeren, 46. selderij, 47. sla, 48. spinazie, 49. tomaten, 50. witlof; 51. bollen van bloemgewassen, 52. knollen van bloemgewassen; 53. snijbloemen; 54. boomkweekerijproducten; 55. geneeskrachtige en aromatische gewassen; 56. Staatscourant haring, mosselen, alsmede vissen, schaal- en schelpdieren, van de door Onze Minister bij in debekend te maken beschikking aangewezen soorten. 1963 312 30-05-1963 6560 1963 312 30-05-1963 6560 01-06-1964
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Het stellen van eischen, als bedoeld in het vorige artikel, geschiedt niet dan na overleg met organisaties van daarbij rechtstreeks belanghebbenden. Dat overleg wordt gepleegd door Onzen Minister; deze wijst daartoe de organisaties aan. 1938 600 04-02-1938 1938 600 04-02-1938 26-02-1938
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 In een Uitvoercontrôlebesluit kan worden bepaald, dat de uitvoer der voortbrengselen, waarop het betrekking heeft, is verboden langs andere dan de door Onzen Minister in overleg met Onzen Minister van Financiën aangewezen laatste kantoren. 1938 600 04-02-1938 1938 600 04-02-1938 26-02-1938
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 In een Uitvoercontrôlebesluit kan worden bepaald, dat voortbrengselen en hunne verpakking, vorm of afwerking slechts dan zullen worden geacht te voldoen aan de bij of krachtens dat besluit gestelde eischen, indien zij daartoe aan een keuring zijn onderworpen en daarbij zijn goedgekeurd. 1938 600 04-02-1938 1938 600 04-02-1938 26-02-1938
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Door Onzen Minister kunnen merken, teekenen of bewijsstukken worden vastgesteld of erkend als uitsluitend bestemd om door of vanwege den daartoe gerechtigde op voortbrengselen of op hunne verpakking te worden aangebracht of bij die voortbrengselen te worden gevoegd ten bewijze, dat zij aan eene keuring, als bedoeld in het vorige artikel, zijn onderworpen geweest en daarbij zijn goedgekeurd. 1938 600 04-02-1938 1938 600 04-02-1938 26-02-1938
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Onze Minister kan regelen vast stellen betreffende het vervaardigen, voorhanden hebben en afleveren van merken, teekenen of bewijsstukken, als bedoeld in het vorige artikel, en van cliché's, stempels en andere werktuigen tot vervaardiging of aanbrenging van die merken, teekenen of bewijsstukken. 1938 600 04-02-1938 1938 600 04-02-1938 26-02-1938
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 6 In een Uitvoercontrôlebesluit kunnen een of meer rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid, welke aan bij algemeenen maatregel van bestuur te stellen Algemeene Voorwaarden voldoen, met het toezicht op de naleving der bij of krachtens dat besluit gestelde eischen belast worden, alsmede met de keuring, bedoeld in artikel 5, of met het toezicht daarop en kunnen die instellingen, met inachtneming van het te dien aanzien in de Algemeene Voorwaarden bepaalde, worden bevoegd verklaard tot het uitreiken van merken, teekenen of bewijsstukken, als bedoeld in. 1976 229 08-04-1976 11416 1976 342 22-06-1976 26-07-1976
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 6 In een Uitvoercontrôlebesluit kan worden bepaald, dat rechtspersonen, welke daarin krachtens het vorige artikel bevoegd zijn verklaard tot het uitreiken van merken, teekenen of bewijsstukken, als bedoeld in, en welke aan daartoe in de Algemeene Voorwaarden te stellen regelen voldoen, die merken, teekenen of bewijsstukken slechts mogen uitreiken aan of ten behoeve van bij hen aangeslotenen. 2 De door Onze Minister aangewezen personen, in dienst van een rechtspersoon, als in het voorgaande lid bedoeld, zijn bevoegd, in het belang van de hun opgedragen taak, voertuigen en andere plaatsen, waar voortbrengselen, welke aan de bij of krachtens een besluit, als in het voorgaande lid bedoeld, gestelde eisen moeten voldoen, aanwezig zijn, aan een onderzoek te onderwerpen en monsters te nemen van die voortbrengselen. 3 De houder der voortbrengselen is alsdan verplicht de van hem gevorderde medewerking overeenkomstig de aanwijzingen van die personen en onder hun toezicht te verlenen en, indien gevorderd, de nodige hulpmiddelen en bijstand kosteloos te verstrekken. 4 Wordt aan de in het voorgaande lid vermelde verplichtingen niet voldaan, dan kunnen de in het voorgaande lid bedoelde personen op kosten en risico van de houder in het nodige voorzien. 1976 229 08-04-1976 11416 1976 342 22-06-1976 26-07-1976
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De Algemeene Voorwaarden houden mede voorschriften in nopens: a. artikel 8 het beroep van beslissingen der inbedoelde rechtspersonen; b. de berekening en het verhaal van de bij keuring, beroep of anderszins bij de toepassing van deze wet werkelijk gemaakte kosten; c. het doen stellen van zekerheid voor de richtige nakoming van uit deze wet voortvloeiende verplichtingen. 1976 229 08-04-1976 11416 1976 342 22-06-1976 26-07-1976
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 6 Onze Minister regelt de wijze, waarop de keuring, het uitreiken en aanwenden der merken, teekenen of bewijsstukken, bedoeld in, en het toezicht van Rijkswege op deze verrichtingen zullen geschieden. 1938 600 04-02-1938 1938 600 04-02-1938 26-02-1938
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 8 Indien in een Uitvoercontrôlebesluit geen rechtspersoon, als bedoeld in, is bevoegd verklaard of indien door Ons tot schorsing of intrekking van zoodanige verklaring is besloten, bepalen Wij in die besluiten, welke artikelen der Algemeene Voorwaarden van overeenkomstige toepassing zullen zijn. 2 artikel 8 In de gevallen, bedoeld in het vorige lid, regelt Onze Minister, met inachtneming van de krachtens dat lid toepasselijk verklaarde artikelen der Algemeene Voorwaarden, de verschillende bevoegdheden, welke anders aan een rechtspersoon, als bedoeld in, zouden zijn toevertrouwd. 1976 229 08-04-1976 11416 1976 342 22-06-1976 26-07-1976
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 2 Het ingestelde verbod is niet van toepassing ten aanzien van voortbrengselen, welke: 1°. zich bevinden in spoorwegrijtuigen, in luchtvaartuigen, op schepen of op vlotten en bestemd zijn voor verbruik van de daarin of daarop verblijvende personen; 2°. in hoeveelheden, welke een door Onzen Minister vast te stellen maximum niet overschrijden, worden uitgevoerd ten behoeve van de voorziening in het grensgebied; 3°. in hoeveelheden, welke een door Onzen Minister vast te stellen maximum niet overschrijden, worden uitgevoerd in den vorm van monsters zonder of met geringe handelswaarde; 4°. uit het buitenland afkomstig zijn en, met inachtneming van de met betrekking tot zoodanigen uitvoer door Onzen Minister te stellen voorwaarden, worden ten uitvoer aangeboden of uitgevoerd na hier te lande al dan niet eene bewerking te hebben ondergaan. 1938 600 04-02-1938 1938 600 04-02-1938 26-02-1938
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 2 In bijzondere door hem te beoordeelen gevallen of groepen van gevallen kan door Onzen Minister, al dan niet onder door hem daarbij vast te stellen voorwaarden, ontheffing worden verleend van het ingestelde verbod. 1938 600 04-02-1938 1938 600 04-02-1938 26-02-1938
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 8 Door Ons kunnen, gehoord de besturen der door Ons ingevolgebevoegd verklaarde rechtspersonen, een of meer Commissiën van Advies worden benoemd, welke tot taak hebben de Regeering desgevraagd of eigener beweging van advies te dienen over maatregelen ter uitvoering van deze wet. 2 Onze Minister is bevoegd aan deze Commissiën adviseerende leden toe te voegen. 3 De werkzaamheden dezer Commissiën worden door Ons geregeld. 1976 229 08-04-1976 11416 1976 342 22-06-1976 26-07-1976
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Artikel 5 van de Wet op de economische delicten is niet van toepassing op voorzieningen ter zake van overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens deze wet. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 De ondernemer van een openbaar middel van vervoer wordt als zoodanig niet vervolgd, indien de naam en de woonplaats van den afzender van de voorwerpen, waarmede de overtreding is gepleegd, bekend zijn of op eerste aanmaning van den officier van justitie binnen een door dezen te bepalen termijn door den ondernemer worden bekendgemaakt. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 1955 213 20-05-1955 3603 1955 304 11-06-1955 01-09-1955
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 1955 213 20-05-1955 3603 1955 304 11-06-1955 01-09-1955
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Vervallen 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 21 van de Wet op de economische delicten artikel 9, tweede lid De opsporingsambtenaren, die op grond vanmonsters nemen, en de personen, bedoeld in, die gelijke bevoegdheid uitoefenen, vergoeden de marktwaarde van de monsters, indien het verlangen daartoe wordt te kennen gegeven. 2 Onze Minister kan nadere voorschriften geven met betrekking tot de monsterneming, de verzegeling, de verzending, het onderzoek der monsters en het toevoegen van bederfwerende middelen. 1955 213 20-05-1955 3603 1955 304 11-06-1955 01-09-1955
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Vervallen 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Vervallen 1955 213 20-05-1955 3603 1955 304 11-06-1955 01-09-1955
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen 1955 213 20-05-1955 3603 1955 304 11-06-1955 01-09-1955
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 1955 213 20-05-1955 3603 1955 304 11-06-1955 01-09-1955
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Met ingang van het tijdstip, waarop een Uitvoercontrôlebesluit in werking treedt ten aanzien van eenig voortbrengsel, tot dan toe in een van de navolgende wetten of wetsdeelen of van Onze navolgende besluiten geregeld, wordt die wet, dat wetsdeel of dat besluit ten aanzien van dat voortbrengsel buiten werking gesteld: de artikelen 1 tot en met 7 der Landbouwuitvoerwet 1929; Staatsblad Staatsblad de wet van den 18den Juli 1930,no. 294, tot regeling van den uitvoer van uien, zooals zij is gewijzigd bij de wet van den 7den Augustus 1933,no. 433; Staatsblad Staatsblad de artikelen 1 tot en met 6 van de wet van den 29sten November 1930,no. 441, tot regeling van den uitvoer alsmede wijziging en aanvulling van de bepalingen betreffende den in- en doorvoer van kippen- en eendeneieren, zooals zij zijn gewijzigd bij de artikelen I tot en met V van de wet van den 8sten April 1932,no. 148; Staatsblad de wet van den 19den December 1930,no. 482, tot regeling van den uitvoer van melkproducten en van gepasteuriseerde en gesteriliseerde melk en room; Staatsblad de wet van den 31sten December 1931,no. 575, houdende regeling van den uitvoer van bloembollen; Staatsblad de wet van den 15den December 1932,no. 608, tot regeling van den uitvoer van pootaardappelen; Staatsblad Ons besluit van den 15den Maart 1934,no. 107, tot toepassing van artikel 8 der Landbouwuitvoerwet 1929 met betrekking tot andere dan gepasteuriseerde en gesteriliseerde melk en room, alsmede ondermelk en karnemelk; Staatsblad Ons besluit van den 16den September 1936,no. 772, tot toepassing van de artikelen 8 en 11 der Landbouwuitvoerwet 1929 met betrekking tot groenten en fruit; Staatsblad Ons besluit van den 14den Januari 1937,no. 741, tot toepassing van de artikelen 8 en 11 der Landbouwuitvoerwet 1929 op den uitvoer van tulpenbloemen naar Groot-Britannië en Ierland. 1938 600 04-02-1938 1938 600 04-02-1938 26-02-1938
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Met ingang van het tijdstip, waarop alle in het vorige artikel genoemde wetten en wetsdeelen en al Onze in dat artikel genoemde besluiten ten aanzien van alle voortbrengselen, waarop zij betrekking hebben, buiten werking zijn gesteld, vervalt de Landbouwuitvoerwet 1929. 2 artikelen 66 69 70 van de Veewet De wijzigingen, bij artikel 24 van de Landbouwuitvoerwet 1929 aangebracht in de,en, behouden kracht van wet. 1938 600 04-02-1938 1938 600 04-02-1938 26-02-1938
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Staatsblad Deze wet kan worden aangehaald onder den titel: "Landbouwuitvoerwet", met vermelding van het jaartal van het, waarin zij is afgekondigd. 1938 600 04-02-1938 1938 600 04-02-1938 26-02-1938
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 Artikel 2 van deze wet treedt in werking met ingang van een door Ons te bepalen tijdstip, dat voor elk der daarin genoemde voortbrengselen of soorten daarvan en voor den uitvoer naar verschillende landen verschillend kan worden gesteld. 2 Staatsblad De overige artikelen van deze wet treden in werking met ingang van den dag na dien harer afkondiging in het. 1938 600 04-02-1938 1938 600 04-02-1938 26-02-1938