Wet van 24 juni 1939, houdende regelen teneinde in geval van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden een doelmatige distributie van goederen in het belang van volkshuishouding, landsverdediging en veiligheid van niet-militaire personen of lichamen mogelijk te maken
- BWB-id
- BWBR0001997
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2020-07-17
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0001997
- ELI
- /eli/nl/wet/1939/distributiewet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1939/distributiewet/2020-07-17
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0001997&g=2020-07-17
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0001997&z=2026-06-06&g=2020-07-17
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0001997/2020-07-17
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1939/distributiewet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 artikelen 3 tot en met 8 15, tweede en vierde lid 17 18, eerste lid Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder «Onze Minister»: Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat, dan wel, voor zover het betreft de toepassing van de,,en, met betrekking tot de voedselvoorziening, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. 2 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt mede verstaan onder goederen: elektriciteit. 2020 257 16-07-2020 10-06-2020 35407 2020 257 16-07-2020 10-06-2020 35407 17-07-2020 01-01-2019
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. De soorten van goederen, welke worden beschouwd als distributiegoederen in den zin dezer wet, worden door Onzen Minister aangewezen. Ten aanzien van deze soorten van goederen stelt hij een distributieregeling vast, waarbij aan de voorziening in de behoefte van de landsverdediging voorrang verleend wordt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 Onze Minister kan bepalen, dat distributiegoederen niet mogen worden gekocht, verkocht, te koop aangeboden, afgeleverd, of voorhanden of in voorraad gehouden dan met inachtneming van de door hem vastgestelde distributieregeling. 2 Hij kan daarbij bepalen, dat de in lid 1 genoemde handelingen niet zullen mogen geschieden zonder schriftelijke vergunning, door of namens hem verleend; aan deze vergunning kunnen voorwaarden worden verbonden. In spoedeischende gevallen kan zij ook anders dan schriftelijk worden verleend.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 Onze Minister is bevoegd, regelen te stellen met betrekking tot het gebruik, het verbruik, de bewerking of de verwerking van distributiegoederen. 2 Hij kan daarbij het gebruik, het verbruik, de bewerking of de verwerking dier goederen tot bepaalde doeleinden verbieden, dan wel uitsluitend tot bepaalde doeleinden, al dan niet voorwaardelijk, toestaan.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 Onze Minister kan regelen stellen met betrekking tot het vervoer van distributiegoederen. 2 Hij kan dat vervoer in door hem aan te wijzen gebieden geheel of gedeeltelijk verbieden, of niet dan voorwaardelijk toestaan.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 Onze Minister kan, hetzij voor het Rijk in Europa, hetzij voor door hem aan te wijzen gedeelten daarvan, bepalen, dat ieder, die distributiegoederen voorhanden of in voorraad heeft, verplicht is, van aard, hoeveelheid en plaats dier goederen opgave te doen, hetzij aan den Minister, hetzij aan de door dezen aangewezen instanties of personen. 2 De opgave geschiedt op tijdstippen, te bepalen door Onzen Minister en overeenkomstig regelen door hem te stellen. 3 De in lid 1 bedoelde verplichting kan door of namens den Minister ook aan bepaalde personen of lichamen worden opgelegd.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 artikel 4 In buitengewone omstandigheden kan Onze Minister soorten van goederen als distributiegoederen aanwijzen. Ten aanzien van deze soorten van goederen geeft hij, in afwijking van, aan een onderneming of een vrije-beroepsbeoefenaar een aanwijzing die deze ertoe verplicht om binnen een bij de aanwijzing gestelde termijn een daarbij aangegeven hoeveelheid distributiegoederen te winnen, te vervaardigen, te bewerken, te verwerken, of te herstellen, alsmede te leveren aan de staat, dan wel aan een andere rechtspersoon of natuurlijke persoon. 2 In buitengewone omstandigheden kan Onze Minister aan een onderneming of een vrije-beroepsbeoefenaar een aanwijzing geven die deze ertoe verplicht om binnen een daarbij aan te geven termijn ten behoeve van de staat of een daarbij aan te geven andere rechtspersoon of natuurlijke persoon andere handelingen te verrichten dan die bedoeld in het eerste lid. In de aanwijzing worden de opgedragen handelingen zo nauwkeurig mogelijk omschreven. 3 De aanwijzing wordt zo mogelijk schriftelijk gegeven. Een op een andere wijze gegeven aanwijzing wordt zo spoedig mogelijk door een schriftelijke aanwijzing gevolgd. 4 Met betrekking tot het in het eerste lid bedoelde winnen, vervaardigen, bewerken, verwerken, herstellen en leveren van distributiegoederen en de in het tweede lid bedoelde andere handelingen gelden tussen de onderneming of vrijeberoepsbeoefenaar en degene aan wie de distributiegoederen worden geleverd of ten behoeve van wie de andere handelingen worden verricht de voor soortgelijke handelingen rechtens geldende dan wel gebruikelijke tarieven en voorwaarden. Onze Minister kan bij ministeriële regeling nadere regels stellen ter aanvulling of ter vervanging van de rechtens geldende dan wel gebruikelijke tarieven en voorwaarden. 5 Onze Minister kan aan de onderneming of vrijeberoepsbeoefenaar aan wie een aanwijzing is gegeven krachtens het tweede lid, een naar billijkheid te bepalen vergoeding toekennen ter zake van buitengewone kosten door betrokkene gemaakt vanwege de naleving van de aanwijzing. 6 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen op voordracht van Onze Minister regels worden gesteld ter zake van de toepassing van het vijfde lid.
Artikel 10b — Artikel 10b#
Artikel 10b Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 10c — Artikel 10c#
Artikel 10c Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Voor de toepassing van deze wet wordt het Rijk verdeeld in distributiekringen. 2 Elke gemeente vormt een kring. 3 Wij kunnen bepalen: a. dat twee of meer gemeenten tezamen één kring zullen vormen; b. dat, met inachtneming van door Onzen Minister te bepalen grenzen, een gemeente in twee of meer kringen zal worden verdeeld. 1939 633 24-06-1939 270 1939 633 24-06-1939 270 01-07-1939
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 In elken kring is een distributiedienst. 2 De burgemeester is het hoofd van den dienst en als zoodanig met de leiding daarvan belast. Hij kan, onder goedkeuring van Onzen Minister, een ander aanwijzen, die namens hem met de dagelijksche leiding van den dienst is belast. Hij stelt voor dezen een instructie vast. 3 artikel 24, tweede lid De burgemeester draagt er zorg voor, dat zodanige voorbereidingen getroffen worden, dat in geval van inwerkingtreding van een of meer van de in, bedoelde artikelen, de distributiedienst tijdig de noodzakelijke handelingen ter uitvoering van het bij of krachtens die artikelen bepaalde kan verrichten. 4 a artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen artikelen 99 tot en met 103l van die wet In het geval, bedoeld in lid 3, ondervan het vorig artikel, regelen de burgemeesters onder Onze goedkeuring de inrichting van den distributiedienst in den kring. Zij kunnen daarbij één der gemeenten als centrale gemeente aanwijzen. Bij de door de burgemeesters te treffen gemeenschappelijke regeling kan geen openbaar lichaam als bedoeld inworden ingesteld. Dezijn niet van toepassing. 5 Indien binnen een door Onzen Minister te bepalen termijn een regeling niet aan Onze goedkeuring is onderworpen of Wij die niet goedkeuren, wordt de regeling door Ons vastgesteld. 6 Het bepaalde in de leden 4 en 5 vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van wijziging en opheffing van een gemeenschappelijke regeling. 2005 668 22-12-2005 24-11-2005 27008 2005 669 22-12-2005 09-12-2005 01-01-2006
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 22a — Artikel 22a#
Artikel 22a Vervallen 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 22b — Artikel 22b#
Artikel 22b Vervallen 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 22c — Artikel 22c#
Artikel 22c 1 artikelen 7, eerste lid 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden artikelen 4 tot en met 8 artikel 10a Onverminderd de, enkunnen, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, voor het gehele land of een gedeelte daarvan deengezamenlijk of afzonderlijk in werking worden gesteld. 2 Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen, wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer gezonden omtrent het voortduren van de werking van de bij dat besluit in werking gestelde bepalingen. 3 Wordt het voorstel van wet door de Staten-Generaal verworpen, dan worden bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, onverwijld buiten werking gesteld. 4 Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, worden de bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, buiten werking gesteld, zodra de omstandigheden dit naar Ons oordeel toelaten. 5 Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt op de daarin te bepalen wijze bekendgemaakt. Het treedt in werking terstond na de bekendmaking. 6 Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt in ieder geval geplaatst in het Staatsblad. 2004 686 28-12-2004 02-12-2004 29514 2005 118 15-03-2005 23-02-2005 16-03-2005
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Deze wet wordt aangehaald als: Distributiewet. 2004 686 28-12-2004 02-12-2004 29514 2005 118 15-03-2005 23-02-2005 16-03-2005
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 artikelen 1 11 12 Deze wet treedt in werking, voor wat betreft de,en, met ingang van den dag na dien harer afkondiging. De overige artikelen treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2004 686 28-12-2004 02-12-2004 29514 2005 118 15-03-2005 23-02-2005 16-03-2005