Wet van 24 juni 1939, houdende regelen teneinde te waarborgen, dat Nederland, in geval van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden, in voldoende mate de beschikking blijft behouden over scheepsruimte
- BWB-id
- BWBR0001998
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2010-10-10
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0001998
- ELI
- /eli/nl/wet/1939/wet-behoud-scheepsruimte-1939
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1939/wet-behoud-scheepsruimte-1939/2010-10-10
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0001998&g=2010-10-10
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0001998&z=2026-06-06&g=2010-10-10
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0001998/2010-10-10
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1939/wet-behoud-scheepsruimte-1939
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet wordt verstaan onder: a. «schepen»: artikel 1, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek schepen als bedoeld in; b. «binnenschepen»: artikel 3, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek binnenschepen als bedoeld in; c. «binnenschepen, die in Nederland thuisbehoren»: artikel 3, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek artikel 784, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek binnenschepen in de zin vandie voldoen aan tenminste één van de voorwaarden, bedoeld in. 2010 339 01-09-2010 07-07-2010 32186 2010 388 01-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a 1 artikelen 7, eerste lid, en 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden artikelen 2 3 4 8 Onverminderd dekunnen, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de,,enin werking worden gesteld. 2 Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen, wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer gezonden omtrent het voortduren van de werking van de bij dat besluit in werking gestelde bepalingen. 3 Wordt het voorstel van wet door de Staten-Generaal verworpen, dan worden bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, onverwijld buiten werking gesteld. 4 Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, worden bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, buiten werking gesteld, zodra de omstandigheden dit naar Ons oordeel toelaten. 5 Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt op de daarin te bepalen wijze bekendgemaakt. Het treedt in werking terstond na de bekendmaking. 6 Staatsblad Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt in ieder geval geplaatst in het. 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 1997 172 29-04-1997 23-04-1997 01-05-1997 De artikel 2 tot en met 4, 8 en 9 kunnen volgens artikel 7,
eerste lid en artikel 8, eerste lid van de Coördinatiewet
uitzonderingstoestanden in beperkte en in algemene noodtoestand
in werking worden gesteld.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan verbieden op enigerlei wijze te bewerken of ertoe mede te werken, dat een binnenschip, dat in Nederland thuisbehoort, zonder door of namens hem verleende vergunning: a. zijn hoedanigheid van binnenschip, dat in Nederland thuisbehoort, verliest; b. in eigendom, in gebruik of ter beschikking wordt overgedragen; c. een vaart, een reis of een reeks van reizen aanvangt, welke niet geheel binnen Nederland valt; d. een vaart, een reis of een reeks van reizen vervolgt, welke niet geheel binnen Nederland valt, indien deze vaart, reis of reeks van reizen was aangevangen vóór het in werking treden van het verbod. 2 De in het eerste lid omschreven bevoegdheden komen insgelijks toe aan Onze Minister van Defensie; hij maakt hiervan evenwel slechts gebruik na overleg met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. 1972 416 26-03-1972 9427
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. artikel 2 Een verbod, als bedoeld in, kan ook uitsluitend bepaalde schepen of groepen van schepen betreffen. 1939 636 24-06-1939 273
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 Bij het aanvragen van een vergunning betreffende een vaart, een reis of een reeks van reizen, moeten deze nauwkeurig worden omschreven. 2 artikel 2 Aan de inbedoelde vergunningen kunnen voorschriften worden verbonden. Beschikbaarstelling van scheepsruimte zal niet als voorschrift gesteld worden. 3 Het verleenen van een vergunning laat onverkort iedere wettelijke bevoegdheid tot het vorderen van schepen of scheepsruimte. 4 artikel 2 Onze ingenoemde Ministers gedragen zich bij het verleenen en onthouden van vergunningen tot handelingen, als omschreven in lid 1, onder a en b, van dat artikel, naar regelen bij algemeenen maatregel van bestuur gesteld. 1939 636 24-06-1939 273 1997 511 18-11-1997 06-11-1997 25319 De wijziging is in werking getreden als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt, op 1 januari 1998 (Stb. 1997/581).
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 2 Hij die door handelen of nalaten een verbod, als bedoeld in, opzettelijk overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van ten hoogste € 4 500. 2 artikel 2 Hij aan wiens schuld te wijten is, dat een verbod, als bedoeld in, wordt overtreden, hetzij door hemzelf, hetzij door een ander, wordt gestraft met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste één jaar of geldboete van ten hoogste € 2 250. 3 De bij dit artikel strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als misdrijven. 4 Dit artikel is ook van toepassing op feiten, buiten Nederland gepleegd. 5 artikel 2 Niet strafbaar is de overtreding van een verbod, als bedoeld in, voorzoover betreft het aanvangen of vervolgen van een vaart, een reis of een reeks van reizen in het buitenland, indien kan worden aannemelijk gemaakt, dat gedurende vijf dagen onmiddellijk hieraan voorafgaande, geenerlei berichtgeving tusschen het schip en Nederland mogelijk is geweest. 2010 339 01-09-2010 07-07-2010 32186 2010 388 01-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 4, lid 2 Hij die een voorwaarde, als bedoeld in, opzettelijk niet nakomt, dan wel door handelen of nalaten opzettelijk bewerkt of opzettelijk medebewerkt, dat een zoodanige voorwaarde niet wordt nagekomen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van ten hoogste € 4 500. 2 artikel 4, lid 2 Hij aan wiens schuld te wijten is, dat een voorwaarde, als bedoeld in, niet wordt nagekomen, wordt gestraft met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste één jaar of geldboete van ten hoogste € 2 250. 3 De bij dit artikel strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als misdrijven. 4 Dit artikel is ook van toepassing op feiten, buiten Nederland gepleegd. 2010 339 01-09-2010 07-07-2010 32186 2010 388 01-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering Met de opsporing van de bij of krachtens deze rijkswet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd, belast: a. de officieren der Koninklijke Marine, behoorende tot het Korps zeeofficieren, en, voorzoover zij in werkelijken dienst zijn, de tot dit Korps behoorende officieren der Koninklijke Marine Reserve; b. de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie en de daartoe door Onze Minister aangewezen ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat en van Rijkswaterstaat; c. de ambtenaren der Invoerrechten en Accijnzen; d. de Nederlandsche consulaire ambtenaren. 2 Processen-verbaal opgemaakt door een ambtenaar als bedoeld in onderdeel d, gelden als wettig bewijsmiddel, mits zij bevestigd worden door zijn daarin opgenomen schriftelijken eed (belofte). 2010 339 01-09-2010 07-07-2010 32186 2010 388 01-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. artikelen 5:13 5:17 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 7, eerste lid De,enzijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in, bedoelde ambtenaren in Nederland. 1939 636 24-06-1939 273 1997 511 18-11-1997 06-11-1997 25319 De wijziging is in werking getreden als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt, op 1 januari 1998 (Stb. 1997/581). 2010 339 01-09-2010 07-07-2010 32186 De wijziging is in werking getreden op 10 oktober 2010, om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06:00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk (Stb. 2010/388).
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 1994 574 22-06-1994 22553 1994 683 02-09-1994 01-10-1994
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Deze wet kan worden aangehaald onder den titel "Wet behoud scheepsruimte 1939". 1939 636 24-06-1939 273 1939 636 24-06-1939 273 01-07-1939
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De tijdstippen van inwerkingtreding dezer wet worden telkens door Ons bij besluit bepaald. 2 Staatsblad Nederlandsche Staatscourant Staatsblad Het besluit wordt in heten in degeplaatst. Het treedt in werking met ingang van den dag der afkondiging in het, tenzij bij het besluit een later tijdstip is bepaald. 3 Na de afkondiging van een besluit bepalende een tijdstip van inwerkingtreding dezer wet wordt binnen veertien dagen een voorstel aan de Staten-Generaal gedaan om het besluit bij de wet te bekrachtigen. Het voorstel vermeldt tevens den tijdsduur, waarvoor de wet ten hoogste in werking zal zijn. Indien het voorstel wordt ingetrokken of door een van beide Kamers der Staten-Generaal verworpen, wordt het besluit terstond ingetrokken. 4 Wij behouden Ons de bevoegdheid voor ten allen tijde de buitenwerkingtreding der wet bij besluit te bepalen. Het bepaalde in het tweede lid is hierop van toepassing. 5 In afwijking van het in lid 1 omtrent de inwerkingtreding bepaalde, treedt deze wet voor de eerste maal in werking met ingang van den dag volgende op dien harer afkondiging voor den tijd van ten hoogste een jaar. 1939 636 24-06-1939 273 1939 636 24-06-1939 273 01-07-1939