Wet van 4 december 1997, houdende regels betreffende de maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen en meetinstrumenten (IJkwet)
- BWB-id
- BWBR0009082
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2001-05-30 t/m 2007-01-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009082
- ELI
- /eli/nl/wet/1941/ijkwet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1941/ijkwet/2001-05-30
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009082&g=2001-05-30
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009082&z=2026-06-06&g=2001-05-30
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009082/2001-05-30
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1941/ijkwet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 De erkende meeteenheden zijn: a. de in het tweede lid genoemde eenheden van lengte, van massa, van tijd, van elektrische stroom, van thermodynamische temperatuur, van hoeveelheid stof, van lichtsterkte, van vlakke hoek en van ruimtehoek; b. de onder a de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen meeteenheden, welke vanbedoelde meeteenheden worden afgeleid of daarmede samenhangen. 2 De namen van de eenheden der hieronder genoemde grootheden, alsmede hun symbolen zijn: grootheid: eenheid: naam symbool lengte de meter m massa het kilogram kg tijd de seconde s elektrische stroom de ampère A thermodynamische temperatuur de kelvin K hoeveelheid stof de mol mol lichtsterkte de candela cd vlakke hoek de radiaal rad ruimtehoek de steradiaal sr 3 Verstaan wordt onder: a. de meter: de lengte van de weg die het licht in vacuüm aflegt in een tijd van 1/299 792 458 seconde; b. het kilogram: de massa van het prototype van platina-iridium, dat door de Derde Algemene Conferentie voor maten en gewichten tot eenheid van massa is verklaard en dat wordt bewaard in het Internationale Bureau voor maten en gewichten te Sèvres bij Parijs; c. de seconde: de tijdsduur van 9 192 631 770 perioden van de straling, overeenkomend met de overgang tussen de twee hyperfijnniveaus van de grondtoestand van het atoom cesium 133; d. de ampère: de constante elektrische stroom die, indien hij geleid wordt door twee evenwijdige, rechtlijnige en oneindig lange geleiders van te verwaarlozen cirkelvormige doorsnede, welke geplaatst zijn in het luchtledige op een onderlinge afstand van 1 meter, tussen deze twee geleiders voor elke meter lengte een kracht veroorzaakt gelijk aan 0,000 0002 kilogram meter per secondekwadraat; e. de kelvin: de thermodynamische temperatuur, die gelijk is aan het 1/273,16 gedeelte van de thermodynamische temperatuur van het tripelpunt van water; f. de mol: de hoeveelheid stof van een systeem dat evenveel elementaire entiteiten bevat als er atomen zijn in 0,012 kilogram koolstof 12; g. 12 de candela: de lichtsterkte, in een gegeven richting, van een bron die een monochromatische straling met een frequentie van 540 x 10per seconde uitzendt en waarvan de stralingssterkte in die richting 1/683 kilogram meterkwadraat per seconde tot de derde macht per steradiaal is; h. de radiaal: de vlakke hoek tussen twee stralen van een cirkel, die op de omtrek een boog afsnijden waarvan de lengte gelijk is aan die van de straal; i. de steradiaal: de ruimtehoek van een kegel die, indien zijn top samenvalt met het middelpunt van een bol, een oppervlakte van die bol afsnijdt, gelijk aan die van een vierkant met een zijde van een lengte, gelijk aan die van de straal van de bol. 4 De krachtens het eerste lid, onder b, aangewezen meeteenheden worden bij algemene maatregel van bestuur omschreven. Daarbij worden tevens de aanduidingen van die meeteenheden vastgesteld. 5 Indien de hoeveelheid stof wordt uitgedrukt in mol, worden de elementaire entiteiten, bedoeld in het derde lid, onder f, gespecificeerd in atomen, moleculen, ionen, elektronen, andere deeltjes of bepaalde groeperingen van andere deeltjes. 2001 235 29-05-2001 26-04-2001 27175 2001 235 29-05-2001 26-04-2001 27175 30-05-2001 08-02-2001 Werkt terug tot en met 8 februari 2001.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 1, eerste lid Van de erkende meeteenheden, bedoeld in, worden nationale standaarden beheerd of verwezenlijkt, indien zulks ten aanzien van zulk een meeteenheid bij algemene maatregel van bestuur is bepaald. Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de vorige volzin kunnen regelen worden gesteld over de wijze van beheer of verwezenlijking van de betrokken nationale standaard. 2 Indien het eerste lid toepassing vindt, wordt bij koninklijk besluit één in Nederland gevestigde instelling aangewezen die tot taak heeft de nationale standaard van de betrokken meeteenheid te beheren of te verwezenlijken. 3 Voor een aanwijzing krachtens het tweede lid komt slechts in aanmerking een instelling, die voldoet aan de volgende eisen: a. zij dient voor wat betreft organisatie, personeel en materieel zodanig te zijn ingericht, dat het beheer of de verwezenlijking van de nationale standaard van de betrokken meeteenheid kan worden verricht met inachtneming van hetgeen ter zake door de bevoegde organen van het op 20 mei 1875 te Parijs gesloten Verdrag ter verzekering van de internationale eenheid en de volmaking van het metrieke stelsel (Stb. 1929, 219) in het kader van dat Verdrag is bepaald of in overeenstemming met het ter zake bepaalde in een, ingevolge het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap bindend, door de Raad van de Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of de Commissie van de Europese Gemeenschappen genomen besluit; b. de voorwaarden dienen aanwezig te zijn voor een zodanige besluitvorming binnen de instelling, dat een onafhankelijke vervulling van de in het tweede lid bedoelde taak zo veel mogelijk gewaarborgd is. 4 artikel 22, eerste lid artikel 26b, eerste lid Een krachtens het tweede lid aangewezen instelling dient de standaarden van de ijkinstelling, aangewezen krachtens, en van ijkbevoegden als bedoeld in, op hun verzoek te herleiden naar de nationale standaard van de betrokken meeteenheid. 5 artikel 3, eerste lid De aanwijzing, bedoeld in het tweede lid, kan worden ingetrokken, indien de betrokken instelling daarom verzoekt of indien blijkt dat de betrokken instelling de krachtens het eerste lid gestelde regelen niet naleeft, niet meer voldoet aan het bepaalde in het derde lid of handelt in strijd met het bepaalde in het vierde lid dan wel de Raad van deskundigen, bedoeld in, niet in de gelegenheid stelt het in het derde lid, onder a, van dat artikel bedoelde toezicht uit te oefenen. 6 Van een beschikking tot aanwijzing of tot intrekking van de aanwijzing als in respectievelijk het tweede en vijfde lid bedoeld, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Er is een Raad van deskundigen voor de nationale standaarden. 2 De raad bestaat uit ten hoogste negen leden. 3 De raad heeft tot taak: a. artikel 2, tweede lid toezicht uit te oefenen op het beheer of de verwezenlijking van nationale standaarden van meeteenheden door een krachtens, aangewezen instelling en omtrent dat toezicht jaarlijks aan Onze Minister van Economische Zaken een schriftelijk verslag uit te brengen; b. de regering en de beide kamers der Staten-Generaal van advies te dienen over aangelegenheden die verband houden met standaarden van meeteenheden. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a artikel 2, tweede lid artikel 2, vijfde lid De raad wordt door Onze Minister van Economische Zaken in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over het voornemen tot een aanwijzing ingevolge, of een intrekking van een aanwijzing ingevolge, over te gaan. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 3b — Artikel 3b#
Artikel 3b Vervallen 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997 01-01-1997
Artikel 3c — Artikel 3c#
Artikel 3c Vervallen 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997 01-01-1997
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 1, tweede lid Behoudens het bepaalde in het tweede lid, worden de nagenoemde decimale veelvouden en delen van de in, genoemde meeteenheden, indien deze veelvouden en delen niet worden aangeduid door een getal voor de naam of het symbool van de betrokken meeteenheden, aangeduid door aan die naam of dat symbool een der volgende voorvoegsels, onderscheidenlijk symbolen te laten voorafgaan: Factor Voorvoegsel Symbool 24 10 yotta Y 21 10 zetta Z 18 10 exa E 15 10 peta P 12 10 tera T 9 10 giga G 6 10 mega M 3 10 kilo k 2 10 hecto h 1 10 deca da -1 10 deci d -2 10 centi c -3 10 milli m -6 10 micro µ -9 10 nano n -12 10 pico p -15 10 femto f -18 10 atto a -21 10 zepto z -24 10 yocto y 2 Het duizendste deel van het kilogram is het gram, waarvan het symbool g is. De in het eerste lid bedoelde decimale veelvouden en delen van het kilogram, worden, indien zij niet worden aangeduid door een getal voor de naam of het symbool van deze meeteenheid, uitgedrukt in het gram. 3 artikel 1, eerste lid, onder b Bij algemene maatregel van bestuur worden regelen gesteld omtrent de aanduiding van decimale veelvouden en delen van de in, bedoelde meeteenheden. 4 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van erkende meeteenheden beperkingen in hun gebruik worden vastgesteld. 5 Bij algemene maatregel van bestuur kan in verband met de uitvoering van, ingevolge het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap bindende, door de Raad van de Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of de Commissie van de Europese Gemeenschappen op het terrein van de metrologie genomen besluiten worden bepaald, dat een bij die maatregel genoemde grootheid in daarbij omschreven gevallen niet anders mag worden uitgedrukt dan in de erkende meeteenheid of meeteenheden, die bij die maatregel voor die gevallen is of zijn voorgeschreven. 2001 235 29-05-2001 26-04-2001 27175 2001 235 29-05-2001 26-04-2001 27175 30-05-2001 08-02-2001 Werkt terug tot en met 8 februari 2001.
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a artikel 4, vijfde lid Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in verband met de uitvoering van een bindend, door de Raad van de Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of de Commissie van de Europese Gemeenschappen genomen besluit, als bedoeld in, regelen worden gesteld met betrekking tot het bezigen van benamingen voor grootheden. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Het is verboden in de uitoefening van een beroep of bedrijf bij het vragen, het aanbieden of het leveren van goederen of diensten: a. artikel 4, vijfde lid een grootheid uit te drukken in een andere dan een erkende meeteenheid, indien voor die grootheid een erkende meeteenheid geldt, of in strijd met de krachtens, gestelde regelen; b. artikel 4a voor een grootheid een benaming te bezigen in strijd met de krachtensgestelde regelen. 2 Onze Minister van Economische Zaken kan vrijstelling verlenen van het bepaalde in het eerste lid. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken; artikel 22, eerste lid ijkinstelling: de krachtens, aangewezen rechtspersoon; artikel 26b, eerste lid ijkbevoegde: de natuurlijke persoon of rechtspersoon, aan wie ingevolge, een erkenning is verleend; artikel 29, eerste lid toezichthouders: de krachtens, aangewezen personen. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 5b — Artikel 5b#
Artikel 5b Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde worden onder meetinstrumenten verstaan instrumenten ter bepaling van aantallen van meeteenheden, met uitzondering van die instrumenten, welke zijn ingericht of mede ingericht ter bepaling van lengte, van oppervlakte, van inhoud, van volume of van massa. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Op de maten is de grootste lengte of de grootste inhoud, die zij bestemd zijn aan te wijzen, in wettelijke aanduiding uitgedrukt. 2 Op de gewichten is de massa, die zij bestemd zijn aan te wijzen, in wettelijke aanduiding uitgedrukt, uitgezonderd de gewichten in plaatvorm van 1000 milligram of minder, waarop de massa uitsluitend is uitgedrukt door een getal. 3 Op de gasmeters is het grootste verbruik per uur, dat zij in verband met hun samenstelling en afmetingen bestemd zijn aan te wijzen, in wettelijke aanduiding uitgedrukt. Een overeenkomstig voorschrift kan door Ons worden gegeven met betrekking tot andere meetwerktuigen en meetinstrumenten, strekkende om een verbruikte of geleverde hoeveelheid aan te wijzen. 4 Op de weegwerktuigen is de grootste belasting, waarvoor zij in verband met hun samenstelling en afmetingen bestemd zijn, in wettelijke aanduiding uitgedrukt. 5 Een algemene maatregel van bestuur regelt de overige voorwaarden, waaraan maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen en meetinstrumenten moeten voldoen, waarbij aan Onze Minister kan worden opgedragen, voorschriften te geven omtrent de samenstelling, de meet- en weegeigenschappen en het aanbrengen van ijkmerken. 6 De in het vorige lid bedoelde algemene maatregel van bestuur kan tevens voorschriften inhouden betreffende het uitsluitend gebruik van bepaalde maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen en meetinstrumenten in daarbij aangewezen gevallen. 7 dit artikel De bepalingen vanzijn niet van toepassing op maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen, welke blijkens een daarop gestelde, door Onze met de uitvoering dezer wet belaste Minister goedgekeurde aanduiding: a. het eerste lid van artikel 7 niet bestemd zijn om ter bepaling van maat of gewicht te worden gebruikt bij het drijven van handel of het verrichten van een der andere inomschreven handelingen; b. uitsluitend dienen ter bepaling van maat of gewicht van goederen, welke voor het buitenland bestemd zijn. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Het is verboden op plaatsen, bestemd voor dan wel gebruikt of mede gebruikt tot of ten behoeve van het drijven van handel, het doen van leveringen, het vaststellen van heffingen of het vaststellen van loon voor verrichte arbeid, berekend naar grondslag van maat of gewicht, te bezitten of voorhanden te hebben: a. valse maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen; b. andere dan met deze wet of Onze ter uitvoering daarvan genomen besluiten overeenkomstige maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen; c. maten, meet- en weegwerktuigen, waarop bijzondere kentekenen voorkomen met het kennelijk doel om daarmede maat of gewicht te bepalen naar andere grondslagen en aanduidingen, dan ingevolge deze wet geldende. 2 De verbodsbepalingen van het eerste lid onder b en c gelden niet ten aanzien van: a. plaatsen waar maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen vervaardigd of hersteld worden; b. artikel 6, derde lid, tweede volzin meetwerktuigen als bedoeld in, zolang met betrekking tot deze door Ons geen voorschriften zijn gegeven; c. artikel 6, zevende lid maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen als bedoeld in. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen verboden als in het eerste lid ten aanzien van de daar bedoelde plaatsen en met betrekking tot maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen vervat, worden gegeven: a. met betrekking tot de daarbij aangewezen maten, gewichten, meet- of weegwerktuigen ten aanzien van daarbij aangewezen andere plaatsen, waar een beroep of bedrijf wordt uitgeoefend; b. met betrekking tot de daarbij aangewezen meetinstrumenten ten aanzien van de daarbij aangewezen plaatsen, waar een beroep of bedrijf wordt uitgeoefend; c. met betrekking tot de daarbij aangewezen weegwerktuigen ten aanzien van plaatsen, waar bepalingen plaatsvinden van massa voor het berekenen van een recht, belasting, premie, boete, vergoeding of soortgelijke verschuldigde bedragen, voor de toepassing van wettelijke regelingen of andere besluiten van bestuursorganen of voor gerechtelijke expertises. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Het is verboden op plaatsen als bedoeld in het eerste lid van het vorige artikel, ter bepaling van maat of gewicht gebruik te maken van: a. valse maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen; b. andere voorwerpen dan met deze wet of Onze ter uitvoering daarvan genomen besluiten overeenkomstige maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen; c. maten, meet- en weegwerktuigen, waarop bijzondere kentekenen voorkomen met het kennelijk doel om daarmede maat of gewicht te bepalen naar andere grondslagen en aanduidingen, dan ingevolge deze wet geldende; d. het zesde lid van artikel 6 maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen, in strijd met de voorschriften, gegeven krachtens het bepaalde in; e. artikel 6, zevende lid maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen als bedoeld in, in strijd met hun bestemming. 2 artikel 6, derde lid, tweede volzin De verbodsbepalingen van het eerste lid onder b en c gelden niet ten aanzien van meetwerktuigen als bedoeld in, zolang met betrekking tot deze door Ons geen voorschriften zijn gegeven. 3 Artikel 7, derde lid , is van overeenkomstige toepassing. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van daarbij aangewezen, ingevolge deze wet aan keuring onderworpen maten, gewichten, meet- of weegwerktuigen of meetinstrumenten voorschriften worden gegeven omtrent de wijze van opstelling en van gebruik. 2 artikel 4, vijfde lid Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in verband met de uitvoering van een bindend, door de Raad van de Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of de Commissie van de Europese Gemeenschappen genomen besluit, als bedoeld in, regelen worden gesteld omtrent de methoden, welke bij de bepaling van maat of gewicht in bij die maatregel omschreven gevallen moeten worden gevolgd. 3 artikel 7, eerste lid artikel 8, derde lid De bij een algemene maatregel van bestuur als in het tweede lid bedoeld te stellen regelen kunnen onder meer inhouden een verbod op plaatsen als bedoeld in, of aangewezen krachtens, of 21, tweede lid, maat of gewicht te bepalen in strijd met het bij die maatregel bepaalde. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 6 Alvorens hetzij ten verkoop aangeboden of in de handel gebracht, hetzij, indien niet ten verkoop aangeboden of in de handel gebracht, in gebruik genomen te worden, ondergaan de maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen en meetinstrumenten, ten aanzien waarvan bij of krachtensvoorschriften zijn gegeven, een keuring. 2 Wij behouden Ons voor, bepaalde inhoudsmaten van de in het vorige lid bedoelde keuring vrij te stellen. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a artikel 10, eerste lid Met de maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen en meetinstrumenten die de in, bedoelde keuring hebben ondergaan, worden gelijkgesteld maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen en meetinstrumenten die in een andere lid-staat van de Europese Unie dan wel in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte rechtmatig zijn geproduceerd of in de handel zijn gebracht en die door een gelijkwaardige, door die andere staat erkende instantie zijn gekeurd, mits bij de keuringen aan gelijkwaardige eisen is voldaan. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 14 De keuring geschiedt stuksgewijze, voor zover krachtensniet anders is bepaald. 2 artikel 11a De keuring heeft slechts plaats, nadat een model van het betrokken voorwerp ingevolgeis onderzocht en toegelaten. 3 Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen, dat het tweede lid niet geldt ten aanzien van door hem aangewezen categorieën van maten, gewichten, meet- of weegwerktuigen of meetinstrumenten. 4 De keuring wordt voor nieuwe en reeds in gebruik zijnde voorwerpen herhaald: a. gedurende door Ons vast te stellen tijdvakken, waarbij aan Gedeputeerde Staten der onderscheidene provincies door Ons kan worden opgedragen, het tijdvak voor elke gemeente te bepalen en dit openlijk bekend te maken; b. artikel 13 alvorens de voorwerpen te gebruiken, na herstellingen of veranderingen, die een veranderde inhoud, een veranderd gewicht of onjuiste aanwijzingen ten gevolge zouden kunnen hebben, alsmede na schending van ijkmerken als inbedoeld; c. op verzoek van de eigenaar of gebruiker. 5 Wij behouden Ons voor, bepaalde maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen en meetinstrumenten van de herkeuring vrij te stellen. 6 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven, waaraan bij de aanvraag tot keuring of herkeuring moet worden voldaan. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 11a — Artikel 11a#
Artikel 11a 1 artikel 6 Een model wordt niet toegelaten, indien niet de redelijke verwachting bestaat, dat naar het model vervaardigde maten, gewichten, meet- of weegwerktuigen of meetinstrumenten aan de bij of krachtensgegeven voorschriften zullen voldoen. 2 Van de toelating van een model wordt een ondertekende en gedagtekende verklaring afgegeven volgens een door Ons vast te stellen formulier. In deze verklaring kan het voorschrift worden opgenomen, dat het model op een in de verklaring vermelde plaats moet worden bewaard. Bij de verklaring wordt een gewaarmerkt afschrift van de in het vijfde lid bedoelde tekeningen en beschrijving afgegeven. 3 artikel 6 De toelating van een model wordt ingetrokken, indien de bij of krachtensgegeven voorschriften zodanig zijn gewijzigd, dat het model onder de werking van de gewijzigde voorschriften niet zou zijn toegelaten. 4 De toelating van een model, dat ingevolge het tweede lid moet worden bewaard, wordt ingetrokken, indien het model verandering heeft ondergaan of verloren is gegaan en kan worden ingetrokken, indien het model niet op de plaats, vermeld in de in dat lid bedoelde verklaring, wordt bewaard. 5 Bij elke aanvrage om toelating van een model dienen te worden overgelegd tekeningen en een beschrijving, welke het model zo volledig mogelijk weergeven. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven, waaraan bij elke aanvrage tot toelating van een model moet worden voldaan. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 10 artikel 6 Goedkeuring heeft niet plaats van voorwerpen als inbedoeld, welke niet aan de bij of krachtensgegeven voorschriften voldoen. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 10 De bij keuring of herkeuring goedgekeurde voorwerpen als inbedoeld worden ten bewijze van die goedkeuring voorzien van een of meer uit twee delen bestaande ijkmerken. Het model van die ijkmerken wordt bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld. 2 Bij algemene maatregel van bestuur wordt in afwijking van het eerste lid bepaald dat ten aanzien van daarbij aangewezen voorwerpen, wegens hun samenstelling of afmetingen, bij de keuring of herkeuring in geval van goedkeuring ijkmerken of delen daarvan niet worden aangebracht. Bij die maatregel wordt tevens bepaald ten aanzien van welke van die voorwerpen wordt volstaan met het aanbrengen van delen van ijkmerken en ten aanzien van welke van die voorwerpen het aanbrengen van ijkmerken geheel of ten dele wordt vervangen door de afgifte van een gewaarmerkte verklaring, waarin de bij die maatregel vast te stellen gegevens worden vermeld. 3 artikel 6 Voorwerpen die bij de herkeuring niet meer aan de bij of krachtensgegeven voorschriften blijken te voldoen, worden voorzien van een afkeuringsmerk, waarvan het model bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld. 4 artikel 10 Onze Minister kan regelen stellen omtrent de wijze waarop en de middelen waarmee voorwerpen als inbedoeld van ijkmerken of afkeuringsmerken moeten worden voorzien, alsmede omtrent de plaats van die merken. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 6 artikel 6 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald, dat in daarbij aangewezen categorieën van gevallen of ten aanzien van daarbij aangewezen categorieën van maten, gewichten, meet- of weegwerktuigen of meetinstrumenten, waarvoor bij of krachtensvoorschriften zijn gegeven, de keuring of de herkeuring volgens bij of krachtens die maatregel gestelde regelen plaatsvindt aan de hand van een onderzoek van een aantal van de betrokken voorwerpen, dat als steekproef is genomen uit een bij die maatregel omschreven partij van die voorwerpen en bij dat onderzoek getoetst wordt aan de daarvoor bij of krachtensgegeven voorschriften. 2 Bij of krachtens een maatregel als in het eerste lid bedoeld worden in ieder geval regelen gegeven omtrent de maatstaven aan de hand waarvan de uitslag van het onderzoek van de voorwerpen, behorende tot de steekproef, als beslissend wordt aangemerkt voor het goedkeuren onderscheidenlijk het niet goedkeuren dan wel afkeuren van de tot de partij behorende exemplaren. 3 Indien toepassing is gegeven aan het eerste lid, wordt de uitslag van het onderzoek van de voorwerpen, behorende tot de steekproef, die als beslissend wordt aangemerkt voor het goedkeuren dan wel het niet goedkeuren of afkeuren van de tot de partij behorende exemplaren schriftelijk, en, bij niet goedkeuren of afkeuren, onder opgave van redenen aan de betrokkene medegedeeld. 4 artikel 13, eerste of derde lid Bij een algemene maatregel van bestuur als in het eerste lid bedoeld kan in afwijking van, worden bepaald, dat in daarbij aangewezen gevallen op de betrokken voorwerpen bij herkeuring geen ijkmerken of afkeuringsmerken worden aangebracht. 5 Bij een algemene maatregel van bestuur als in het eerste lid bedoeld kunnen tevens regelen worden gesteld betreffende: a. artikel 13, eerste lid het, in afwijking van het bepaalde in, 22, eerste lid, onder a, en 26, voorafgaande aan de keuring aanbrengen van een of meer ijkmerken door degene, die de keuring aanvraagt, en de voorwaarden waaraan in verband met het aanbrengen van die ijkmerken moet worden voldaan; b. onder a aanduidingen waarmede de te keuren voorwerpen, indien aan het bepaaldetoepassing is gegeven, moeten zijn voorzien ter identificatie van de partij waartoe die voorwerpen behoren; c. onder a de wijze waarop door de aanvrager van de keuring moet worden gehandeld ten aanzien van voorwerpen die overeenkomstig regelen, gesteld krachtens het bepaalde, zijn voorzien van ijkmerken en bij die keuring niet zijn goedgekeurd; d. de door de bezitter van voorwerpen, die aan herkeuring overeenkomstig het bij of krachtens het eerste lid bepaalde zijn onderworpen, met betrekking tot die voorwerpen te voeren en te bewaren administratie. 6 de artikelen 7, eerste lid, of derde lid Indien toepassing is gegeven aan het derde lid ten aanzien van een krachtens het eerste lid aangewezen categorie van voorwerpen en een partij voorwerpen bij herkeuring overeenkomstig regelen, gesteld krachtens het eerste lid, niet wordt goedgekeurd, vinden ten aanzien van de bezitter van die partij met betrekking tot de exemplaren, behorende tot die partij, de verboden, gesteld bij of krachtensjuncto eerste lid, onder b, en 8, eerste lid, onder b, of derde lid juncto eerste lid, onder b, en 20, eerste of derde lid, en 21, eerste lid, onder b of e, of tweede lid juncto eerste lid, onder b of e, geen toepassing gedurende dertig dagen, te rekenen vanaf de dagtekening van de schriftelijke mededeling, bedoeld in het derde lid. 7 Een algemene maatregel van bestuur als in het eerste lid bedoeld vindt geen toepassing, indien de verzoeker uitdrukkelijk verlangt de keuring of de herkeuring van de bedoelde voorwerpen stuksgewijze te doen geschieden. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 15a — Artikel 15a#
Artikel 15a Vervallen 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 6 Eigenaren, gebruikers of houders van maten, gewichten, meet- of weegwerktuigen of meetinstrumenten, waarvoor bij of krachtensvoorschriften zijn gegeven, kunnen van de ijkinstelling te allen tijde verlangen, dat wordt onderzocht of die voorwerpen voldoen aan de vorenbedoelde daarvoor gegeven voorschriften. 2 artikel 6 Voorwerpen, welke bij het onderzoek niet aan de bij of krachtensgegeven voorschriften blijken te voldoen, kunnen van een door Ons vast te stellen afkeuringsmerk worden voorzien en mogen niet weer in gebruik worden genomen, alvorens zij zijn goedgekeurd. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De gasverkoper zowel als de verbruiker of koper, bij wie de gasmeter, dienende om de verbruikte of geleverde hoeveelheid gas aan te wijzen, berust, kan te allen tijde vorderen, dat deze door de ijkinstelling wordt onderzocht. Een overeenkomstig voorschrift kan door Ons worden gegeven met betrekking tot andere meetwerktuigen en meetinstrumenten, strekkende om een verbruikte of geleverde hoeveelheid aan te wijzen. 2 Van de bevoegdheid, bij de eerste zinsnede van het vorige lid, of van een bevoegdheid, krachtens de tweede zinsnede van het vorige lid gegeven, kan geen afstand worden gedaan bij overeenkomst; evenmin kan bij overeenkomst afstand worden gedaan van de bevoegdheid van bij of krachtens het eerste lid aangewezen personen te allen tijde te verlangen dat een gasmeter of een krachtens het eerste lid aangewezen meetwerktuig of meetinstrument wordt onderzocht door een ijkbevoegde die tot dat onderzoek van het desbetreffende voorwerp bevoegd en bereid is. 3 Al de kosten van een onderzoek als in het eerste lid bedoeld komen ten laste van de aanvrager. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 artikel 11, vierde lid artikel 11, vierde lid, onder b of c artikel 26 Gewichten, bij de in, bedoelde herkeuring, niet meer dan een door Ons vast te stellen verschil van hun wettelijke waarde opleverende, worden zo mogelijk door de ijkinstelling of, voor zover het betreft herkeuring als bedoeld in, door de ijkbevoegde, die ingevolgebevoegd is tot herkeuring van de betrokken gewichten, gejusteerd. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikel 11 Het is verboden in de uitoefening van een beroep of bedrijf ten verkoop aan te bieden of in de handel te brengen maten, gewichten, meet- of weegwerktuigen of bij algemene maatregel van bestuur aangewezen meetinstrumenten die niet de ingevolgevereiste keuring of herkeuring hebben ondergaan dan wel bij die keuring of herkeuring niet zijn goedgekeurd. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 het eerste lid van artikel 7 Het is verboden op plaatsen als bedoeld inaan keuring of herkeuring onderworpen maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen, die van een afkeuringsmerk of niet van de vereiste ijkmerken zijn voorzien, te bezitten of voorhanden te hebben. 2 artikel 7, tweede lid onder a Het bepaalde in, vindt overeenkomstige toepassing. 3 Artikel 7, derde lid , is van overeenkomstige toepassing. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 het eerste lid van artikel 7 Het is verboden op plaatsen als bedoeld inter bepaling van maat en gewicht gebruik te maken van maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen: a. ten aanzien van welke de daarvoor ingevolge deze wet of Onze ter uitvoering daarvan genomen besluiten voorgeschreven keuring of herkeuring niet heeft plaatsgehad; b. welke van een afkeuringsmerk zijn voorzien of welke niet van de vereiste ijkmerken zijn voorzien; c. artikel 11, vierde lid, onder b artikel 16, tweede lid in strijd met het bepaalde in, en; d. artikel 29c artikel 6 artikel 29c die bij een onderzoek door toezichthouders ingevolgeniet aan de daarvoor bij of krachtensgegeven voorschriften blijken te voldoen doch niet van een afkeuringsmerk als inbedoeld zijn voorzien, voor zover die voorwerpen nadien niet alsnog zijn goedgekeurd; e. artikel 14, vierde lid die bij de herkeuring niet zijn goedgekeurd en daarbij ingevolge het krachtens, bepaalde niet van een afkeuringsmerk zijn voorzien, voor zover die voorwerpen nadien niet alsnog zijn goedgekeurd. 2 Artikel 7, derde lid , is van overeenkomstige toepassing. 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel 21a — Artikel 21a#
Artikel 21a 1 artikel 4, vijfde lid Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in verband met de uitvoering van een bindend, door de Raad van de Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of de Commissie van de Europese Gemeenschappen genomen besluit, als bedoeld in, regelen worden gesteld ten aanzien van bij die maatregel aangewezen maten, gewichten, meet- of weegwerktuigen, meetinstrumenten, onderdelen van of hulpinrichtingen voor die voorwerpen. 2 de artikelen 6 7, eerste lid, onder b Bij zodanige algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald, dat ten aanzien van daarbij aangewezen voorwerpen als in het eerste lid bedoeld een of meer van de bepalingen, vastgesteld bij of krachtens,, en in verband daarmede derde lid, 8, eerste lid, onder b, en in verband daarmede derde lid, 10 tot en met 16, 19, 20 en 21 niet gelden. 3 De bij een algemene maatregel van bestuur, als in het eerste lid bedoeld, te stellen regelen kunnen onder meer inhouden: a. een verbod om een modelgoedkeuringsteken van de Europese Gemeenschap in strijd met het bij of krachtens die maatregel bepaalde aan te brengen op bij die maatregel aangewezen voorwerpen; b. artikel 7, eerste lid artikel 8, derde lid artikel 10, eerste lid artikel 11, vierde lid een verbod om op plaatsen als bedoeld in, of aangewezen krachtens, of 21, tweede lid, ter bepaling van maat of gewicht gebruik te maken van bij die maatregel aangewezen maten, gewichten, meet- of weegwerktuigen of meetinstrumenten - voor zover voor deze meetmiddelen, geldt doch, niet geldt - na herstellingen of veranderingen die een veranderde inhoud, een veranderd gewicht of een onjuiste aanwijzing ten gevolge zouden kunnen hebben, alvorens zij in overeenstemming met die maatregel opnieuw ter keuring zijn aangeboden en daarbij zijn goedgekeurd; c. artikel 7, eerste lid artikel 8, derde lid artikel 21, tweede lid een verbod om op plaatsen als bedoeld in, of aangewezen krachtens, of, ter bepaling van maat of gewicht in bij die maatregel omschreven gevallen gebruik te maken van andere maten, gewichten, meet- of weegwerktuigen of meetinstrumenten dan die, welke in overeenstemming met die maatregel van een geldig merk of teken van de Europese Gemeenschap zijn voorzien; d. een verbod om ter bepaling van maat gebruik te maken van bij die maatregel aangewezen inhoudsmaten, die bestemd of geschikt zijn om met een zich daarin bevindend goed te worden afgeleverd, in andere dan bij die maatregel omschreven gevallen of op andere dan bij die maatregel aangewezen plaatsen, waar een beroep of bedrijf wordt uitgeoefend; e. onder d een verbod om bij die maatregel aangewezen lege inhoudsmaten, alsbedoeld, ten verkoop voorhanden te hebben, ten verkoop aan te bieden of in de handel te brengen in strijd met het bij of krachtens die maatregel bepaalde; f. een verbod om maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen, meetinstrumenten, onderdelen van en hulpinrichtingen voor die voorwerpen te voorzien van merken, tekens of andere opschriften, die verward kunnen worden met bij die maatregel aangewezen merken of tekens van de Europese Gemeenschap; g. toekenning aan Onze Minister van de bevoegdheid tot het ter uitvoering van die regelen stellen van nadere regelen. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 21b — Artikel 21b#
Artikel 21b 1 artikel 7, eerste lid, onder b, en derde lid artikel 8, eerste lid, onder b, en derde lid artikel 19 Onze Minister kan ten aanzien van maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen en meetinstrumenten vrijstelling of op aanvraag ontheffing verlenen van het bepaalde bij of krachtensjuncto eerste lid, onder b,juncto eerste lid, onder b, en. 2 Bij het indienen van een aanvraag om ontheffing moet een bedrag worden betaald volgens een bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld tarief. Onze Minister kan regelen stellen omtrent de wijze van betaling. 3 Een vrijstelling of ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een vrijstelling of ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. 4 artikel 10, eerste lid Ten aanzien van een voorwerp waarvoor een vrijstelling of ontheffing geldt, is, niet van toepassing. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 21c — Artikel 21c#
Artikel 21c 1 artikel 11, tweede lid De ijkinstelling kan op een daartoe strekkende aanvraag ontheffing verlenen van het bepaalde in, in gevallen waarin van een maat, een gewicht, een meet- of weegwerktuig of een meetinstrument slechts één of enkele exemplaren in Nederland worden vervaardigd of, indien elders vervaardigd, in Nederland in het verkeer worden gebracht en, voor zover het betreft meer dan één exemplaar van het betrokken voorwerp, de desbetreffende exemplaren aan elkaar gelijk zijn. 2 De aanvraag van een ontheffing als in het eerste lid bedoeld moet een opgave bevatten van het aantal exemplaren dat ten hoogste in Nederland wordt vervaardigd, of indien elders vervaardigd, in Nederland in het verkeer wordt gebracht, en moet vergezeld gaan van tekeningen en beschrijvingen, die het betrokken voorwerp zo volledig mogelijk weergeven. 3 Een ontheffing als in het eerste lid bedoeld kan onder beperkingen worden verleend. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Bij koninklijk besluit wordt één in Nederland gevestigde rechtspersoon aangewezen die tot taak heeft met inachtneming van het bij of krachtens deze wet bepaalde: a. artikel 6 de artikelen 10 18 21a 21c artikel 21a ten aanzien van voorwerpen, waarvoor bij of krachtensvoorschriften zijn gegeven, de werkzaamheden, voortvloeiende uit het bij of krachtenstot en met,enbepaalde, alsmede werkzaamheden, voortvloeiende uit het met betrekking tot andere dan vorenbedoelde voorwerpen krachtensbepaalde, te verrichten; b. artikel 26b erkenningen als bedoeld inte verlenen; c. de artikelen 5 5b 14 16 21c 26 26a 26b, tweede lid 26c 26d 26f 27, tweede lid 28, onder b zorg te dragen voor de uitoefening van het toezicht op de naleving van het bij of krachtens,tot en met,tot en met,,,,,tot en met,, en, bepaalde. 2 Een aanwijzing als in het eerste lid bedoeld vindt slechts plaats, indien aan de volgende eisen wordt voldaan: a. de rechtspersoon dient, voor wat betreft zijn organisatie, personeel en materieel, in staat te zijn de in het eerste lid bedoelde taken naar behoren te vervullen en te beschikken over de voor de vervulling van die taken nodige standaarden, die zijn herleid naar de nationale standaarden van meeteenheden of naar andere standaarden van meeteenheden, die worden beheerd of verwezenlijkt met inachtneming van hetgeen ter zake door de bevoegde organen van het verdrag genoemd in artikel 2, derde lid, onder a, in het kader van dat verdrag is bepaald; b. de voorwaarden dienen aanwezig te zijn voor een zodanige werkwijze binnen de rechtspersoon, dat een onafhankelijke vervulling van de in het eerste lid bedoelde taken, alsmede naleving van de in de IJkwet neergelegde verplichtingen, zoveel mogelijk zijn gewaarborgd. 3 artikelen 10:28 10:31 van de Algemene wet bestuursrecht Wijziging van de statuten van de rechtspersoon behoeft voorafgaande instemming van Onze Minister. Onze minister kan zijn instemming slechts onthouden, indien de statuten na wijziging onvoldoende zouden zijn afgestemd op de in het eerste en tweede lid bedoelde taken en eisen. Detot en metzijn van overeenkomstige toepassing. 4 Een aanwijzing als in het eerste lid bedoeld kan worden ingetrokken, indien de betrokken rechtspersoon daarom verzoekt of indien deze rechtspersoon een of meer van de in het eerste lid bedoelde taken niet naar behoren vervult of niet meer voldoet aan de in het tweede lid bedoelde eisen of het bij of krachtens deze wet bepaalde niet naleeft. 5 Van een beschikking tot aanwijzing of tot intrekking van de aanwijzing als in respectievelijk het eerste en vierde lid bedoeld, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 22, eerste lid De ijkinstelling vestigt in Nederland een of meer kantoren voor de uitoefening van de in, bedoelde taken en maakt in de Staatscourant de plaats van vestiging en het adres daarvan bekend. 2 Indien de ijkinstelling de werkzaamheden in een kantoor beperkt tot een door haar vast te stellen gebied of een bepaalde categorie van maten, gewichten, meet- of weegwerktuigen of meetinstrumenten, wordt het besluit daartoe door de ijkinstelling in de Staatscourant bekendgemaakt. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 22, eerste lid, onder a Voor de werkzaamheden, bedoeld in, is aan de ijkinstelling een bedrag verschuldigd, berekend volgens de door die instelling vastgestelde en in de Staatscourant bekendgemaakte tarieven. 2 De vaststelling van de tarieven vindt niet plaats, dan nadat zij aan Onze Minister door de ijkinstelling zijn gemeld en vervolgens dertig dagen zijn verlopen, zonder dat Onze Minister tegen die tarieven bedenkingen heeft geuit. 3 artikel 11, tweede lid artikel 21c In afwijking van het tweede lid behoeven besluiten tot vaststelling van tarieven voor het onderzoek tot toelating van een model als in, bedoeld en voor de behandeling van de aanvraag van de ontheffing als inbedoeld de goedkeuring van Onze Minister. 4 Onze Minister kan van de ijkinstelling gegevens verlangen, die voor de beoordeling van haar tarieven volgens de maatstaf van het vijfde lid van belang zijn. 5 Onze Minister kan slechts bedenkingen uiten tegen de tarieven en de in het derde lid bedoelde goedkeuring kan worden onthouden, indien de tarieven voor de betrokken werkzaamheden afwijken van die welke voortvloeien uit een redelijke toerekening van kosten. 6 Het besluit omtrent goedkeuring wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen acht weken nadat het aan Onze Minister is voorgelegd, bekendgemaakt. 7 Staatscourant De in het derde lid bedoelde besluiten tot vaststelling van tarieven worden door de ijkinstelling eerst na goedkeuring door Onze Minister in debekendgemaakt. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 de artikelen 10 18 21a artikel 21a artikel 6 artikel 21a Een onderzoek, keuring, herkeuring of justering overeenkomstig het bij of krachtenstot en metenbepaalde alsmede de werkzaamheden, voortvloeiende uit het krachtensbepaalde met betrekking tot andere voorwerpen dan die waarvoor krachtensvoorschriften zijn gegeven, kunnen door de ijkinstelling worden geweigerd of beëindigd, indien respectievelijk de aanbieder, de verzoeker of de eigenaar, gebruiker of houder van een maat, gewicht, meet- of weegwerktuig of meetinstrument of degene wiens aanvraag aanleiding is tot de desbetreffende werkzaamheden, voortvloeiende uit het krachtensbepaalde: a. daarbij niet de van hem verlangde medewerking verleent, b. artikel 22, eerste lid, onder a niet voldoet aan zijn financiële verplichtingen jegens de ijkinstelling met betrekking tot werkzaamheden als in, bedoeld of c. niet voldoet aan een verzoek van de ijkinstelling tot betaling vooraf van het bedrag, verschuldigd voor de betrokken werkzaamheden, of tot het stellen van zekerheid voor de betaling van dat bedrag dan wel tot betaling van een voorschot ter zake van de betrokken werkzaamheden. 2 artikel 21c De ijkinstelling kan de behandeling van de aanvraag van een ontheffing als bedoeld inweigeren of beëindigen, indien: a. zich ten aanzien van de aanvrager met betrekking tot de werkzaamheden ter zake van zijn aanvraag feiten voordoen als in het eerste lid, onder c bedoeld, of b. ten aanzien van de aanvrager het bepaalde in het eerste lid van toepassing is of toepassing heeft gevonden. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die in Nederland is gevestigd, is bevoegd met inachtneming van het bij of krachtens deze wet bepaalde: a. artikel 6 de artikelen 11, eerste lid en vierde lid, onder b en c, en 12 tot en met 17 ten aanzien van voorwerpen, waarvoor bij of krachtensvoorschriften zijn gegeven, de werkzaamheden te verrichten, voortvloeiende uit het bij of krachtensbepaalde, b. onder a artikel 11, vierde lid, onder a ten aanzien van voorwerpen alsbedoeld, behorende tot een bij algemene maatregel van bestuur daartoe aangewezen categorie, de werkzaamheden te verrichten, voortvloeiende uit het bij of krachtens, bepaalde, c. onder a artikel 21a artikel 21a artikel 11a ten aanzien van voorwerpen alsbedoeld, behorende tot een bij algemene maatregel van bestuur daartoe aangewezen categorie, de werkzaamheden te verrichten, voortvloeiende uit het bij of krachtensbepaalde, zulks met uitzondering van een krachtensvastgestelde vorm van keuring, die gelijkwaardig is aan het onderzoek, bedoeld in, en als zodanig door Onze Minister is aangewezen,. d. onder a artikel 21a daartoe bij algemene maatregel van bestuur aangewezen werkzaamheden, voortvloeiend uit het met betrekking tot andere danbedoelde voorwerpen krachtensbepaalde, te verrichten, een en ander voor zover hij daartoe door de ijkinstelling is erkend. 1998 537 10-09-1998 01-07-1998 26013 1998 537 10-09-1998 01-07-1998 26013 11-09-1998
Artikel 26a — Artikel 26a#
Artikel 26a 1 De aanvraag tot erkenning dient de volgende gegevens te bevatten: a. de naam of de handelsnaam van de aanvrager en de plaats en het adres waar hij gevestigd is; b. een opgave van de voorwerpen ten aanzien waarvan de erkenning wordt verlangd; c. artikel 26 een opgave van de inbedoelde werkzaamheden waarvoor de erkenning wordt verlangd; d. een opgave van de door de aanvrager gewenste beperkingen van de erkenning. 2 De aanvraag dient vergezeld te gaan van de nodige bescheiden, waaruit de metrologische kennis en kunde van de aanvrager of zijn personeel met betrekking tot de in de aanvraag genoemde voorwerpen en werkzaamheden blijkt, en van een opgave van de apparatuur waarover hij voor die werkzaamheden beschikt. 3 Op een aanvraag wordt niet beslist dan nadat de ijkinstelling op haar daartoe strekkend verzoek in de gelegenheid is gesteld bij de aanvrager in Nederland een onderzoek in te stellen naar diens vermogen, gezien diens organisatie, personeel en materieel, de in de aanvraag vermelde werkzaamheden te verrichten. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 26b — Artikel 26b#
Artikel 26b 1 artikel 22, tweede lid, onder a Een erkenning wordt door de ijkinstelling verleend, indien de aanvrager voor wat betreft zijn organisatie, personeel en materieel overeenkomstig daaromtrent door Onze Minister gestelde, in de Staatscourant bekendgemaakte regelen in staat is de in de aanvraag vermelde werkzaamheden ten aanzien van de in de aanvraag genoemde voorwerpen naar behoren te verrichten en beschikt over de voor de werkzaamheden nodige standaarden als bedoeld in. 2 Aan een erkenning kunnen voorschriften worden verbonden. De erkenning kan onder beperkingen worden verleend. 3 In de verklaring van erkenning wordt een door de ijkinstelling voor de betrokkene vastgesteld kenmerk opgenomen. 4 De ijkinstelling doet van de erkenning en de datum daarvan mededeling in de Staatscourant, onder opgave van de naam of handelsnaam van de desbetreffende ijkbevoegde, van de plaats en het adres waar deze is gevestigd, van de voorwerpen ten aanzien waarvan en van de werkzaamheden waarvoor de erkenning is verleend, en voorts onder opgave van de beperkingen waaronder de erkenning is verleend. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 26c — Artikel 26c#
Artikel 26c De ijkinstelling kan ook na de verlening ingevolge artikel 26b, eerste lid, van een erkenning daaraan voorschriften verbinden of daaraan verbonden voorschriften wijzigen, indien de technische ontwikkeling zulks noodzakelijk maakt. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 26d — Artikel 26d#
Artikel 26d De ijkbevoegde verricht werkzaamheden met betrekking waartoe hem een erkenning is verleend niet buiten Nederland dan met voorafgaande schriftelijke toestemming van de ijkinstelling. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 26e — Artikel 26e#
Artikel 26e artikel 26b, eerste lid De ijkbevoegde is verplicht de ijkinstelling op daartoe strekkend verzoek gelegenheid te geven na te gaan of hij nog voldoet aan de eisen, bedoeld in, en hoe hij de werkzaamheden waarop de hem verleende erkenning betrekking heeft, verricht. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 26f — Artikel 26f#
Artikel 26f 1 Voor de behandeling van de aanvraag tot erkenning is de aanvrager aan de ijkinstelling een bedrag verschuldigd, berekend volgens de door die instelling vastgestelde tarieven. 2 artikel 26e Ter bestrijding van de kosten, verbonden aan controles als bedoeld inzijn de ijkbevoegden jaarlijks aan de ijkinstelling een bedrag verschuldigd, berekend volgens een door die instelling vastgesteld tarief. 3 artikel 24, vierde, vijfde, zesde en zevende lid De besluiten tot vaststelling van tarieven, bedoeld in het eerste en tweede lid, behoeven de goedkeuring van Onze Minister; het bepaalde in, is van overeenkomstige toepassing. 4 De behandeling van een aanvraag tot erkenning kan door de ijkinstelling worden geweigerd of beëindigd, indien de aanvrager niet voldoet aan zijn financiële verplichtingen jegens de ijkinstelling met betrekking tot die aanvraag of met betrekking tot kosten als in het tweede lid bedoeld of niet voldoet aan een verzoek van de ijkinstelling tot betaling vooraf van het bedrag, verschuldigd voor de behandeling van de aanvraag, of tot het stellen van zekerheid voor de betaling van dat bedrag dan wel tot betaling van een voorschot op bedoeld bedrag. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 26g — Artikel 26g#
Artikel 26g 1 De ijkinstelling kan de erkenning intrekken, indien de ijkbevoegde: a. daarom verzoekt; b. de werkzaamheden waarop de hem verleende erkenning betrekking heeft, niet naar behoren verricht; c. niet meer voldoet aan de voor de erkenning gestelde eisen; d. handelt in strijd met de aan de erkenning verbonden voorschriften; e. artikel 6 artikel 13, tweede lid voorwerpen waarvoor bij of krachtensvoorschriften zijn gegeven en met betrekking waartoe hem geen erkenning is verleend, voorziet van krachtens deze wet vastgestelde ijkmerken of afkeuringsmerken of ten aanzien van die voorwerpen een verklaring als bedoeld in, afgeeft; f. artikel 6 artikel 26b, derde lid op voorwerpen, waarvoor bij of krachtensvoorschriften zijn gegeven en die binnen de grenzen van zijn bevoegdheid ingevolge artikel 13, eerste lid, van een of meer ijkmerken moeten worden voorzien, een kenmerk aanbrengt, dat ingevolge, voor een ander is vastgesteld; g. het bij of krachtens deze wet bepaalde niet naleeft; h. maten, gewichten, meet- of weegwerktuigen of meetinstrumenten voorziet van valse of vervalste ijkmerken. 2 De ijkinstelling doet van een besluit tot intrekking van de erkenning mededeling door plaatsing in de Staatscourant. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 4, vijfde lid De ijkinstelling neemt bij de uitoefening van haar taak algemene aanwijzingen in acht, die door Onze Minister in verband met de uitvoering van een bindend, door de Raad van de Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of de Commissie van de Europese Gemeenschappen genomen besluit, als bedoeld in, worden gegeven. 2 Ten aanzien van de ijkbevoegden en met betrekking tot de uitoefening van hun bevoegdheden is het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige toepassing. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Onze Minister kan regelen stellen omtrent de werkwijze die moet worden gevolgd door: a. de artikelen 10 18 21a artikel 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht de ijkinstelling bij het verrichten van de werkzaamheden, voortvloeiende uit het bij of krachtenstot en metenbepaalde en van de onderzoeken, voortvloeiende uit; b. de ijkbevoegden bij het verrichten van werkzaamheden, voortvloeiend uit hun erkenning. 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 de artikelen 5 5b 14 16 21c 26 26a 26b, tweede lid 26c 26d 26f 27, tweede lid 28, onder b Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens,tot en met,tot en met,,,,,tot en met,, en, bepaalde zijn belast de bij besluit van de ijkstelling aangewezen werknemers van de ijkinstelling. 2 Onze Minister kan, indien de wijze van uitoefening van het toezicht door een aangewezen werknemer daartoe naar zijn oordeel aanleiding geeft, bepalen dat een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid dient te worden ingetrokken. 3 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid alsmede van een intrekking daarvan wordt door de ijkinstelling mededeling gedaan aan Onze Minister en door plaatsing in de Staatscourant. 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel 29a — Artikel 29a#
Artikel 29a 1 Onze Minister kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet. 2 De ijkinstelling draagt er zorg voor, dat de toezichthouders bij het toezicht rekening houden met bevindingen van ter zake kundige natuurlijke personen en rechtspersonen, die in de uitoefening van een beroep of bedrijf meet- en weegwerktuigen en meetinstrumenten controleren of onderhouden. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 29b — Artikel 29b#
Artikel 29b Vervallen 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 29c — Artikel 29c#
Artikel 29c artikel 6 artikel 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht De toezichthouders zijn bevoegd maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen en meetinstrumenten waarvoor bij of krachtensvoorschriften zijn gegeven en die bij het onderzoek, bedoeld inniet aan die voorschriften blijken te voldoen, van een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen afkeuringsmerk te voorzien. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 29d — Artikel 29d#
Artikel 29d artikel 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht Zo nodig oefent de toezichthouder de ingenoemde bevoegdheid uit met behulp van de sterke arm. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 29e — Artikel 29e#
Artikel 29e Vervallen 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 29f — Artikel 29f#
Artikel 29f Vervallen 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 29g — Artikel 29g#
Artikel 29g artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht Indien de verplichting, bedoeld in, in onvoldoende mate is nageleefd, kunnen op kosten van de nalatige de nodige maatregelen worden getroffen. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 29h — Artikel 29h#
Artikel 29h 1 Onze Minister kan van de ijkinstelling de inlichtingen verlangen, die hij nodig acht voor de uitvoering van deze wet. 2 De ijkinstelling is verplicht de ingevolge het eerste lid verlangde inlichtingen volledig en naar waarheid te verstrekken op de door Onze Minister aan te geven wijze en binnen de door deze te bepalen termijn. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 29i — Artikel 29i#
Artikel 29i Vervallen 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 29j — Artikel 29j#
Artikel 29j artikel 16, eerste lid artikel 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht Indien door de ijkinstelling of door een ijkbevoegde bij een vorm van onderzoek, vastgesteld bij of krachtens deze wet, bij een keuring of herkeuring van een voorwerp daaraan de goedkeuring niet wordt verleend of indien niet overeenkomstig een verzoek, gedaan ingevolge het bij of krachtens deze wet bepaalde, wordt beslist dan wel indien bij een onderzoek als bedoeld in, of ineen voorwerp, al dan niet onder het aanbrengen van een afkeuringsmerk, wordt bevonden niet aan de daarvoor bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften te voldoen, wordt daarvan, voor zover bij of krachtens deze wet niet anders is bepaald, door respectievelijk de ijkinstelling en de ijkbevoegde aan de betrokkene onder opgave van redenen mededeling gedaan en geschiedt die mededeling alleen schriftelijk, voor zover de betrokkene daarom uitdrukkelijk vraagt. 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel 29k — Artikel 29k#
Artikel 29k Tegen een op grond van deze wet genomen besluit kan een belanghebbende beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 artikel 11 IJkwet de artikelen 7, eerste lid, onder b, en 8, eerste lid, onder b Maten en gewichten, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet van een geldig goedkeuringsmerk zijn voorzien, worden geacht krachtens deze wet te zijn goedgekeurd. Zij worden, wanneer zij niet met deze wet of Onze ter uitvoering daarvan genomen besluiten in overeenstemming zijn, niettemin na de inbedoelde herkeuring goedgekeurd, mits zij voldoen aan de bij of krachtens de(Stb. 1989, 10) gestelde eisen. Op de aldus goedgekeurde voorwerpen is het bepaalde in, niet van toepassing. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 IJkwet Na de inwerkingtreding van deze wet berusten de krachtens de(Stb. 1989, 10) vastgestelde regels en andere besluiten op deze wet. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 IJkwet De(Stb. 1989, 10) wordt ingetrokken. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 IJkwet Deze wet wordt aangehaald als:. 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 1997 693 23-12-1997 04-12-1997 25625 24-12-1997