Wet van 19 april 1947, betreffende het nemen van maatregelen tot het tegengaan van bedrog in den handel in middelen ter bestrijding van verwekkers van plantenziekten
- BWB-id
- BWBR0002028
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 1967-08-09 t/m 2007-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002028
- ELI
- /eli/nl/wet/1947/meststoffenwet-1947
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1947/meststoffenwet-1947/1967-08-09
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002028&g=1967-08-09
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002028&z=2026-06-06&g=1967-08-09
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002028/1967-08-09
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1947/meststoffenwet-1947
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Deze Wet verstaat onder: "Onzen Minister": Onzen Minister, belast met de zaken van den landbouw. "Meststof": een stof, bestemd om aan den bodem of aan den grond te worden toegevoegd ter instandhouding of vermeerdering van hun productievermogen. "Verkoopen": ten verkoop in voorraad hebben, te koop aanbieden, te koop doen aanbieden, verkopen, doen verkopen, afleveren en doen afleveren, alsmede leveren als onderdeel van een dienstverrichting. "Vervoeren": vervoeren en doen vervoeren. 1962 288 12-07-1962 6014 1964 329 01-08-1964 01-09-1964
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Bij Algemeenen Maatregel van Bestuur kan het vervoeren en verkoopen van meststoffen worden verboden. 1962 288 12-07-1962 6014 1964 329 01-08-1964 01-09-1964
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2 Bij Algemeenen Maatregel van Bestuur kan worden bepaald, dat van een krachtensuitgevaardigd verbod ontheffing kan worden verleend en door wien de ontheffing wordt verleend. 2 Een zoodanige ontheffing wordt als regel eerst verleend, nadat een onderzoek heeft plaats gehad naar de kwaliteit en de werking van het product. De kosten van het onderzoek komen ten laste van dengene, die de ontheffing heeft aangevraagd. 3 Bij of krachtens Algemeenen Maatregel van Bestuur kunnen regelen worden gesteld betreffende de wijze, waarop ontheffing moet worden aangevraagd, de behandeling der aanvrage, de voldoening van de kosten van het onderzoek en de wijze, waarop ontheffing wordt verleend. 1947 H123 19-04-1947 8538 1947 H123 19-04-1947 8538 05-06-1947
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Bij of krachtens Algemeenen Maatregel van Bestuur kunnen voorschriften worden gegeven, betreffende de aanduiding van de stoffen en mengsels van stoffen, die overeenkomstig de bepalingen krachtens deze wet worden vervoerd of verkocht, alsmede betreffende garantievermelding, toegestane speling en vergoedingsberekening. 1947 H123 19-04-1947 8538 1947 H123 19-04-1947 8538 05-06-1947
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Een ieder is verplicht tot geheimhouding van hetgeen hem bij het verrichten van zijn taak ingevolge deze wet bekend is geworden omtrent de bereidingswijze of de samenstelling van eenige meststof, voorzoover die geheimhouding niet in strijd is met de bepalingen, bij of krachtens deze wet of een andere wet of besluit, gesteld. 2 Deze verplichting tot geheimhouding geldt niet ten aanzien van die bestanddeelen van het product, welke giftig zijn voor menschen of warmbloedige dieren. De opsporingsambtenaren zijn voorts verplicht tot geheimhouding van de namen der personen, door wie aangifte is gedaan van een overtreding van het bepaalde krachtens deze wet, behoudens tegenover hen, aan wier bevelen zij uit kracht van hun ambt zijn onderworpen, alsmede wanneer de personen, die aangifte hebben gedaan, hun uitdrukkelijk verklaard hebben, tegen de mededeeling van hun namen geen bezwaar te hebben. 1967 377 30-06-1967 8538 1967 377 30-06-1967 8538 09-08-1967
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 1958 296 01-07-1958 22-05-1958 4034 1959 3 05-01-1959 01-02-1959
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De opsporingsambtenaar die een monster heeft genomen, verpakt en verzegelt dit. 2 Op verlangen van hem, in wiens bezit de waar zich tijdens de monsterneming bevindt, neemt de opsporingsambtenaar een tweede monster, hetwelk hij verpakt en verzegeld in diens bezit laat. 3 De ambtenaar behoeft aan dit verlangen slechts te voldoen, indien hem een voorwerp, geschikt om het monster te verpakken en om te worden verzegeld, wordt verstrekt. 1955 213 20-05-1955 3603 1955 304 11-06-1955 01-09-1955
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De ambtenaar, die het monster, bedoeld in het eerste lid van het vorige artikel, heeft genomen, zendt dit aan het voor het onderzoek bestemde Rijkslandbouwproefstation. 2 Het monster wordt zo spoedig mogelijk door of vanwege het Rijkslandbouwproefstation onderzocht. 1962 288 12-07-1962 6014 1964 329 01-08-1964 01-09-1964
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 1958 296 01-07-1958 22-05-1958 4034 1959 3 05-01-1959 01-02-1959
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Indien het onderzoek aan de directeur van het Rijkslandbouwproefstation aanleiding geeft tot het uitlokken ener strafvervolging, doet hij hiervan, alsmede van de uitkomsten van het onderzoek, mededeling aan de ambtenaar, die het monster heeft genomen, en aan de bevoegde officier van justitie. 1962 288 12-07-1962 6014 1964 329 01-08-1964 01-09-1964
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 7, eerste lid artikel 7, tweede lid Onze Minister kan voorschriften geven betreffende de wijze van monsterneming, de verpakking, de verzegeling, de verzending en het onderzoek der in, bedoelde monsters en betreffende de wijze van monsterneming, de verpakking en de verzegeling der in, bedoelde monsters. 1955 213 20-05-1955 3603 1955 304 11-06-1955 01-09-1955
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 De ondernemer van een openbaar middel van vervoer wordt als zoodanig niet vervolgd, indien de naam en de woonplaats van den afzender van de voorwerpen, met betrekking tot welke de overtreding is gepleegd, bekend zijn of door den ondernemer aan den Officier van Justitie op diens aanmaning en binnen een door hem te bepalen termijn worden bekend gemaakt. 1947 H123 19-04-1947 8538 1947 H123 19-04-1947 8538 05-06-1947
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 2 Staatsblad Nederlandsche Staatscourant Staatsblad Op het tijdstip, waarop een Algemeene Maatregel van Bestuur betreffende de meststoffen, als bedoeld in, in werking treedt, wordt ingetrokken No. 7 van artikel 1 van Ons besluit van 5 September 1945 (No. F 162), vervalt het besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Landbouw en Visscherij en van Justitie betreffende den handel in meststoffen (Meststoffenbesluit) van 24 Augustus 1942 (van 24 Augustus 1942, No. 163) en treden in werking de navolgende wijzigingen van de wet van 31 December 1920 (No. 957), houdende bepalingen tot bestrijding van bedrog in den handel in meststoffen, zaaizaden en veevoeder: a. artikelen 1 6 in deenvervalt het woord "meststoffen"; b. artikel 2 invervalt het woord "meststof"; c. artikel 3 artikelen 4 vervalt en detot en met 25 worden vernummerd tot: 3 tot en met 24; d. artikel 5 in het oorspronkelijkewordt in plaats van de woorden "de vorige twee artikelen" gelezen: "het vorig artikel". 1947 H123 19-04-1947 8538 1947 H123 19-04-1947 8538 05-06-1947
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Staatsblad Deze wet kan worden aangehaald als Meststoffenwet, met bijvoeging van het jaartal van het, waarin zij is geplaatst. 1962 288 12-07-1962 6014 1964 329 01-08-1964 01-09-1964