Wet van 14 februari 1947, houdende voorschriften met betrekking tot de schrijfwijze van de Nederlandsche taal
- BWB-id
- BWBR0002027
- Type
- Wet
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 1997-02-21 t/m 2006-02-21
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002027
- ELI
- /eli/nl/wet/1947/wet-voorschriften-schrijfwijze-nederlandsche-taal
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1947/wet-voorschriften-schrijfwijze-nederlandsche-taal/1997-02-21
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002027&g=1997-02-21
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002027&z=2026-06-06&g=1997-02-21
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002027/1997-02-21
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1947/wet-voorschriften-schrijfwijze-nederlandsche-taal
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 De officieele schrijfwijze van de Nederlandsche taal is de schrijfwijze volgens De Vries en Te Winkel, met inachtneming van de onderstaande regels: 1. e ee Dewordt in open lettergrepen niet verdubbeld. Deblijft echter aan het einde van een woord, alsmede in samenstellingen met en afleidingen van woorden op ee. ee ee Als samenstellingen van woorden opworden ook beschouwd samenstellingen, waarvan het eerste lid, opuitgaande, niet of niet meer als afzonderlijk woord voorkomt. 2. o Dewordt in open lettergrepen niet verdubbeld. oo Deblijft echter in goochelen, goochem, loochenen, alsmede in hun samenstellingen en afleidingen. o a u Verkleinwoorden van woorden opworden behandeld als de overeenkomstige woorden open. 3. Sch ch ch isch wordt alleen daar geschreven, waar dewordt uitgesproken. Deblijft echter in het achtervoegsel -. 4. e en een geen mijn, uw, zijn, hun haar De uitgangen -en -van het lidwoord, vanen van de bijvoeglijke bezittelijke voornaamwoordenenmogen, behalve in staande uitdrukkingen, worden weggelaten. 5. n De naamvalsuitgang -bij lidwoorden, voornaamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en daarmee gelijkstaande woorden mag, behalve in staande uitdrukkingen, worden weggelaten. 6. De schrijfwijze van Nederlandsche aardrijkskundige namen zal nader worden geregeld bij algemeenen maatregel van bestuur. Totdat deze van kracht wordt, zijn de regels 1 tot en met 3 niet van toepassing. 7. sch s(sch) In woorden, die van aardrijkskundige namen zijn afgeleid en geen deel uitmaken van zoodanige namen, volgt het achtervoegsel de regels 1 tot en met 3. Het grondwoord of het gedeelte daarvan, dat in de afleiding voorkomt, behoudt den vorm, dien het krachtens den algemeenen maatregel van bestuur, uit te vaardigen op grond van regel 6 heeft, evenwel met dien verstande, dat de regels 1 en 2 worden toegepast op den klinker van de lettergreep, die onmiddellijk aan het achtervoegsel voorafgaat. In afleidingen van aardrijkskundige namen, die volgens regel 6aan het einde hebben, blijftbewaard. 8. Namen van straten, lanen, pleinen en dergelijke worden niet als aardrijkskundige namen behandeld en volgen mitsdien de regels 1 tot en met 3 met inachtneming van het in regel 7 bepaalde. 9. Namen van landen, zeeën, rivieren, steden, enz. buiten Nederland en België, waarvoor het Nederlandsch een eigen vorm heeft, alsmede hun samenstellingen en afleidingen, volgen de regels 1 tot en met 3. 10. der, dezer, zijner, Ten aanzien van het voornaamwoordelijk gebruik en het gebruik van tweede-naamvalsvormen alsenz. worden regels gesteld bij algemeenen maatregel van bestuur. Totdat deze van kracht wordt, richt men zich naar de Woordenlijst van De Vries en Te Winkel. 11. De schrijfwijze van bastaardwoorden en historische namen, alsmede die van z.g. tusschenklanken in samenstellingen, zal nader worden geregeld bij algemeenen maatregel van bestuur. Totdat deze van kracht wordt, geldt de schrijfwijze van de Woordenlijst van De Vries en Te Winkel. 1947 H 52 14-02-1947 244 1947 H 92 19-03-1947 01-05-1947
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De officieele schrijfwijze van de Nederlandsche taal wordt gevolgd in alle van de Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren uitgaande, in het Nederlandsch gestelde, stukken. 1947 H 52 14-02-1947 244 1947 H 92 19-03-1947 01-05-1947
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De instellingen van openbaar, zoowel als van gesubsidieerd bijzonder onderwijs volgen de officieele schrijfwijze van de Nederlandsche taal. 1947 H 52 14-02-1947 244 1947 H 92 19-03-1947 01-05-1947
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Examens komen niet voor erkenning, medewerking of steun, middellijk of onmiddellijk, van overheidswege in aanmerking, indien het reglement geen waarborgen bevat, dat de officieele schrijfwijze van de Nederlandsche taal zal worden gevolgd. 1947 H 52 14-02-1947 244 1947 H 92 19-03-1947 01-05-1947
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 1997 63 20-02-1997 06-02-1997 24749 1997 63 20-02-1997 06-02-1997 24749 21-02-1997 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De bepalingen dezer wet treden in werking op een nader door Ons te bepalen dag, echter uiterlijk op 1 September 1947. 1947 H 52 14-02-1947 244 1947 H 92 19-03-1947 01-05-1947