Wet van 13 mei 1948, tot opheffing van de bijzondere gerechtshoven, de Bijzondere Raad van Cassatie en de tribunalen
- BWB-id
- BWBR0002040
- Type
- Wet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2020-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002040
- ELI
- /eli/nl/wet/1948/wet-overgang-bijzondere-rechtspleging
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1948/wet-overgang-bijzondere-rechtspleging/2020-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002040&g=2020-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002040&z=2026-06-06&g=2020-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002040/2020-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1948/wet-overgang-bijzondere-rechtspleging
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Een bijzonder gerechtshof wordt - gehoord de president daarvan - opgeheven op een nader door Ons te bepalen tijdstip. 1948 I 186 13-05-1948 21967 1948 I 186 13-05-1948 21967 19-05-1948
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Besluit Buitengewoon Strafrecht Indien een bijzonder gerechtshof is opgeheven, nemen de arrondissements-rechtbanken binnen zijn voormalig rechtsgebied kennis van de misdrijven, waarop hetvan toepassing is. 1948 I 186 13-05-1948 21967 1948 I 186 13-05-1948 21967 19-05-1948
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Besluit Buitengewoon Strafrecht Voor het bij uitsluiting behandelen en beslissen van de misdrijven waarop hetvan toepassing is, vormen en bezetten de besturen van de rechtbanken één of meer bijzondere strafkamers. De bijzondere strafkamers bestaan uit drie rechters. 2001 584 18-12-2001 06-12-2001 27878 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Staatsblad Wij behouden Ons voor in verband met de instelling van bijzondere strafkamers meer vice-presidenten, rechters, substituut-officieren van justitie en substituut-griffiers te benoemen dan is toegelaten volgens de wet van 18 December 1947 (no. H 430). 1948 I 186 13-05-1948 21967 1948 I 186 13-05-1948 21967 19-05-1948
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Eenzelfde persoon kan bij meer dan één arrondissements-rechtbank als lid van een bijzondere strafkamer werkzaam zijn. 1948 I 186 13-05-1948 21967 1948 I 186 13-05-1948 21967 19-05-1948
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 a artikel 14van het Wetboek van Strafrecht De op het tijdstip van opheffing van een bijzonder gerechtshof bij dat hof aanhangige zaken - daaronder begrepen de zaken, waarin een bevel, als bedoeld bij, is gegeven - worden op de wijze, door de Minister van Justitie te regelen, overgebracht bij de door de president van het bijzonder gerechtshof aangewezen, of - mocht zodanige aanwijzing op het tijdstip van opheffing niet hebben plaats gehad - door de Minister van Justitie aan te wijzen arrondissements-rechtbanken binnen het rechtsgebied van het hof. In afwijking van de geldende regelen betreffende de betrekkelijke bevoegdheid is iedere aangewezen rechtbank bevoegd van de bij haar overgebrachte zaak kennis te nemen. 2 In de gevallen, waarin de wet een taak opdraagt aan het bijzonder gerechtshof, dat een sententie heeft gewezen, treedt in de plaats van het opgeheven hof de arrondissements-rechtbank ter plaatse, waar de kamer van het hof, die de sententie heeft gewezen, placht zitting te houden. 3 De overbrenging der bescheiden van de parketten en griffies wordt door de Minister van Justitie nader geregeld. 1948 I 186 13-05-1948 21967 1948 I 186 13-05-1948 21967 19-05-1948
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Besluit Buitengewoon Strafrecht artikelen 3 6 11 14 15 20 26 29, tweede lid 31 33 35 43 44 46-48 van het Besluit Buitengewone Rechtspleging Op de rechtspleging in zaken, waarop de bepalingen van hetvan toepassing zijn en waarvan de arrondissements-rechtbanken kennis nemen, zijn de,,,,,,,,,,,,envan overeenkomstige toepassing. 1948 I 186 13-05-1948 21967 1948 I 186 13-05-1948 21967 19-05-1948
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 12, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering Een beklag, als bedoeld inten aanzien van een misdrijf, waarvan na de opheffing van een bijzonder gerechtshof de vervolging bij een arrondissements-rechtbank zou behoren plaats te vinden, kan worden gedaan bij de Bijzondere Raad van Cassatie en na de opheffing van die Raad bij de Hoge Raad der Nederlanden. 2 Artikel 5, derde lid, van het Besluit Buitengewone Rechtspleging is van overeenkomstige toepassing. 1948 I 186 13-05-1948 21967 1948 I 186 13-05-1948 21967 19-05-1948
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Besluit politieke delinquenten 1945 Voorlopige hechtenis kan worden ten uitvoer gelegd als bewaring, bevolen of verlengd krachtens het. 1948 I 186 13-05-1948 21967 1948 I 186 13-05-1948 21967 19-05-1948
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Besluit Buitengewoon Strafrecht Tegen de beslissingen van de arrondissements-rechtbanken in zaken, waarop de bepalingen van hetvan toepassing zijn, staat geen hoger beroep open. 1948 I 186 13-05-1948 21967 1948 I 186 13-05-1948 21967 19-05-1948
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Besluit Buitengewoon Strafrecht Tot het tijdstip, waarop de Bijzondere Raad van Cassatie wordt opgeheven, wordt beroep in cassatie tegen vonnissen en beschikkingen van de arrondissements-rechtbanken in zaken, waarop de bepalingen van hetvan toepassing zijn, behandeld door de Bijzondere Raad van Cassatie. 2 Artikel 16, eerste lid, van het Besluit op de Bijzondere Gerechtshoven artikelen 10, eerste lid, tweede zin 36-39 van het Besluit Buitengewone Rechtspleging , benevens de, enzijn van overeenkomstige toepassing. 1948 I 186 13-05-1948 21967 1948 I 186 13-05-1948 21967 19-05-1948
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Besluit Buitengewoon Strafrecht Tot het tijdstip, waarop de Bijzondere Raad van Cassatie wordt opgeheven, wordt herziening van in kracht van gewijsde gegane vonnissen van arrondissements-rechtbanken in zaken, waarop de bepalingen van hetvan toepassing zijn, behandeld door de Bijzondere Raad van Cassatie. 2 artikelen 40 41 van het Besluit Buitengewone Rechtspleging artikel 461, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering artikel 465, tweede lid Deenzijn van overeenkomstige toepassing. In afwijking in zoverre van het bepaalde ingeschiedt zowel in het daar, als ook in het in, van dat wetboek bedoelde geval de verwijzing hetzij naar een bijzonder gerechtshof hetzij naar een arrondissementsrechtbank binnen het rechtsgebied van een opgeheven bijzonder gerechtshof. 1948 I 186 13-05-1948 21967 1948 I 186 13-05-1948 21967 19-05-1948
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De Bijzondere Raad van Cassatie wordt, gehoord de president van de Raad en de president van de Hoge Raad der Nederlanden, opgeheven op een nader door Ons te bepalen tijdstip. 1948 I 186 13-05-1948 21967 1948 I 186 13-05-1948 21967 19-05-1948
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 De rechtsmacht van de Bijzondere Raad van Cassatie gaat met ingang van het tijdstip, bedoeld in het voorgaande artikel, over op de Hoge Raad der Nederlanden. 2 Artikel 16, eerste lid, van het Besluit op de Bijzondere Gerechtshoven artikelen 36-41 van het Besluit Buitengewone Rechtspleging artikel 12, tweede lid, tweede zin , deen, van deze wet zijn van overeenkomstige toepassing. 1948 I 186 13-05-1948 21967 1948 I 186 13-05-1948 21967 19-05-1948
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 a artikel 14van het Wetboek van Strafrecht De op het tijdstip van opheffing van de Bijzondere Raad van Cassatie bij die Raad aanhangige zaken - daaronder begrepen de zaken, waarin een bevel, als bedoeld bij, is gegeven - worden op de wijze, door de Minister van Justitie te regelen, overgebracht bij de Hoge Raad. 2 In de gevallen, waarin de wet een taak opdraagt aan de Bijzondere Raad van Cassatie nadat een arrest is gewezen, treedt in de plaats van die Raad de Hoge Raad. 3 De overbrenging der bescheiden van het parket en van de griffie wordt door de Minister van Justitie nader geregeld. 1948 I 186 13-05-1948 21967 1948 I 186 13-05-1948 21967 19-05-1948
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De tribunalen worden opgeheven met ingang van 1 Juni 1948. 2 De leden der tribunalen, die door Ons tot het einde van het kalenderjaar 1948 zijn benoemd, worden geacht benoemd te zijn tot 1 Juni 1948. 1948 I 186 13-05-1948 21967 1948 I 186 13-05-1948 21967 19-05-1948
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De rechtsmacht van de tribunalen gaat met ingang van de datum, genoemd in het voorgaande artikel, over op de kantongerechten. 2 eerste titel van het Tribunaalbesluit Door Ons worden voor ieder arrondissement één of meer kantonrechters aangewezen om te beslissen omtrent de oplegging van de in debedoelde maatregelen. 3 Staatsblad Wij behouden Ons voor meer substituut-griffiers bij de rechtbanken te benoemen dan is toegelaten volgens de wet van 18 December 1947 (no. H 430). 4 eerste titel van het Tribunaalbesluit De beslissing omtrent de oplegging van de in debedoelde maatregelen geschiedt uitsluitend door kantonrechters of kantonrechters-plaatsvervangers, door Ons aan te wijzen. 2001 584 18-12-2001 06-12-2001 27878 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 a artikel 3van het Tribunaalbesluit artikel 17, tweede lid De op 1 Januari 1948 bij de tribunalen aanhangige zaken - daaronder begrepen de zaken, waarin het fiat-executie nog niet is verleend, en die, waarin een bevel, als bedoeld in, is gegeven - worden op de wijze, door de Minister van Justitie te regelen, overgebracht bij een door de procureur-fiscaal aan te wijzen kantongerecht, dat krachtens, tot kennisneming van tribunaalzaken bevoegd is. 2 De stukken betreffende zaken, die op 1 Januari 1948 nog niet in behandeling zijn genomen, worden aan de procureur-fiscaal teruggezonden. 3 De overbrenging van de bescheiden van de tribunalen wordt door de Minister van Justitie nader geregeld. 1948 I 186 13-05-1948 21967 1948 I 186 13-05-1948 21967 19-05-1948
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Tribunaalbesluit Voor de toepassing van hettreden in plaats van: a. het tribunaal: de kantonrechter; b. de secretaris, de adjunct-secretaris of de waarnemend-secretaris van het tribunaal: de griffier, de substituut-griffier of de waarnemend-griffier bij de rechtbank. 2001 584 18-12-2001 06-12-2001 27878 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikel 17, tweede lid In het gebied, waarin de rechtsmacht van een bijzonder gerechtshof op de rechtbanken is overgegaan, kan de officier van justitie na verlening van een fiatbehandeling de aangifte met de op de zaak betrekkelijke stukken in handen stellen van een krachtens, tot kennisneming van tribunaalzaken bevoegde kantonrechter binnen het rechtsgebied van de rechtbank, waarbij hij is geplaatst. 2001 584 18-12-2001 06-12-2001 27878 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002 De wijzigingsopdracht is niet geheel juist.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 1 van het Tribunaalbesluit Met ingang van de dag, waarop in enig gebied de rechtsmacht van een bijzonder gerechtshof op de arrondissements-rechtbanken is overgegaan, kan in dat gebied in geval van een gedraging, genoemd in, door de officier van justitie of de hulpofficier een bevel tot inverzekeringstelling en op vordering van de officier van justitie een bevel tot voorlopige hechtenis worden gegeven. 2 artikelen 57-69 73 77-86 88 533 tot en met 536 van het Wetboek van Strafvordering artikel 17, tweede lid Artikel 9 De,,,enzijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande, dat hetgeen in die artikelen omtrent de rechter-commissaris, de rechtbank en de rechter is bepaald, ten deze geldt voor de krachtens, tot kennisneming van tribunaalzaken bevoegde kantonrechter binnen het rechtsgebied van de rechtbank, waarbij de officier van justitie is geplaatst.is van overeenkomstige toepassing. 3 Een vordering van de officier van justitie tot verlening of verlenging van een bevel tot voorlopige hechtenis geldt als verlening van een fiatbehandeling. 2017 82 09-03-2017 22-02-2017 34086 2019 507 24-12-2019 18-12-2019 01-01-2020
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Staatsblad Tribunaalbesluit Met ingang van een nader door Ons te bepalen tijdstip gaan de bevoegdheden van de Hoge Autoriteit, bedoeld in het Koninklijk besluit van 23 December 1944 (no. E 153), houdende tijdelijke wijziging van het, over op de president van het gerechtshof, binnen welks ressort het tribunaal of het kantongerecht, dat de uitspraak heeft gedaan, is gevestigd. 1948 I 186 13-05-1948 21967 1948 I 186 13-05-1948 21967 19-05-1948
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Met ingang van een nader door Ons te bepalen tijdstip kan de bijzondere maatregel van internering overeenkomstig door de Minister van Justitie te geven regelen en aanwijzingen worden ten uitvoer gelegd als gevangenisstraf, te ondergaan in een rijkswerkinrichting. 1948 I 186 13-05-1948 21967 1948 I 186 13-05-1948 21967 19-05-1948
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikelen 12-22 van het Besluit politieke delinquenten 1945 In het gebied, waarin de rechtsmacht van een bijzonder gerechtshof op de arrondissements-rechtbanken is overgegaan, treden de, behoudens het bepaalde in het tweede lid, buiten werking. 2 Besluit politieke delinquenten 1945 artikel 67, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering artikel 66 van het Wetboek van Strafvordering artikel 21, tweede lid Een bevel tot bewaring, gegeven of verlengd krachtens het, verliest zijn kracht drie maanden na de dag van overgang der rechtsmacht. Dit bevel wordt voor de toepassing vanen voor de overeenkomstige toepassing van dat artikel krachtens, van deze wet beschouwd als een bevel tot gevangenhouding, bedoeld in. 3 Besluit politieke delinquenten 1945 artikel 77 van het Wetboek van Strafvordering artikel 21, tweede lid Ten aanzien van personen, die zich op de dag van overgang der rechtsmacht krachtens hetin bewaring bevinden, vindtgeen toepassing noch overeenkomstige toepassing krachtens, van deze wet. 1948 I 186 13-05-1948 21967 1948 I 186 13-05-1948 21967 19-05-1948
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 afdelingen III VII VIII van het Besluit politieke delinquenten 1945 artikel 32 In het gebied, waarin de rechtsmacht van een bijzonder gerechtshof op de rechtbanken is overgegaan, treden voor de toepassing van de,envolgens door de Minister van Justitie nader te stellen regelen de officieren van justitie in de plaats van de procureur-fiscaal en treedt voor de toepassing vanvan dat besluit de voorzieningenrechter van de rechtbank in de plaats van de president van het bijzonder gerechtshof of een door deze aangewezen rechtsgeleerde raadsheer. 2001 584 18-12-2001 06-12-2001 27878 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 In het gebied, waarin de rechtsmacht van een bijzonder gerechtshof op de arrondissementsrechtbanken is overgegaan, treedt voor de toepassing van de artikelen 10, tweede lid, en 11, tweede lid, van het Besluit Vijandelijk Vermogen de officier van justitie in de plaats van de procureur-fiscaal. 1948 I 186 13-05-1948 21967 1948 I 186 13-05-1948 21967 19-05-1948
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering Besluit Buitengewoon Strafrecht Voor de toepassing vanwordt met betrekking tot personen, die tot gevangenisstraf zijn veroordeeld wegens het begaan van een misdrijf, waarop hetvan toepassing is, onder de werkelijke straftijd begrepen de tijd in bewaring of voorlopige hechtenis doorgebracht, waaromtrent is bepaald, dat hij bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht. 2017 82 09-03-2017 22-02-2017 34086 2019 507 24-12-2019 18-12-2019 01-01-2020
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1948 I 186 13-05-1948 21967 1948 I 186 13-05-1948 21967 19-05-1948
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 De Minister van Justitie is bevoegd nadere regelen te stellen ter uitvoering van deze wet. 1948 I 186 13-05-1948 21967 1948 I 186 13-05-1948 21967 19-05-1948
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Deze wet kan worden aangehaald als "Wet overgang bijzondere rechtspleging". 2 Zij treedt in werking met ingang van de dag na die harer afkondiging. 1948 I 186 13-05-1948 21967 1948 I 186 13-05-1948 21967 19-05-1948