Wet van 5 april 1951, houdende nieuwe bepalingen tot wering en bestrijding van organismen, schadelijk voor de landbouw
- BWB-id
- BWBR0002075
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2019-01-01 t/m 2021-02-28
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002075
- ELI
- /eli/nl/wet/1951/plantenziektenwet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1951/plantenziektenwet/2019-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002075&g=2019-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002075&z=2026-06-06&g=2019-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002075/2019-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1951/plantenziektenwet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; b. "inspecteur-generaal": inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit alsmede de ambtenaar die hem vervangt; c. artikel 9 "instelling": privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, bedoeld in; d. vervallen; e. "schadelijke organismen": voor planten of plantaardige produkten schadelijke organismen van dierlijke of plantaardige aard, alsmede virussen, mycoplasma's, viroïden, rickettsia’s of andere ziekteverwekkers; f. "planten": levende planten en levende delen van planten, met inbegrip van verse vruchten en zaden; g. "plantaardige produkten": voortbrengselen van plantaardige oorsprong die niet verwerkt zijn of die slechts een eenvoudige bewerking hebben ondergaan, voor zover het geen planten betreft; h. "verhandelen": verkopen, te koop aanbieden of afleveren alsmede met het oog daarop voorhanden of in voorraad hebben; i. "invoeren": brengen in Nederland; j. "uitvoeren": brengen buiten Nederland; k. "telen": brengen of houden van planten in grond of in een ander cultuurmedium. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Ter voorkoming van het optreden en van de verbreiding van schadelijke organismen kan Onze Minister de in- en uitvoer van schadelijke organismen, van planten of plantaardige produkten, van grond of andere cultuurmedia en van voor planten of plantaardige produkten gebruikt verpakkingsmateriaal verbieden of regelen stellen waaraan voor, bij of na de invoer, onderscheidenlijk voor of bij de uitvoer moet worden voldaan. 2 De in het eerste lid bedoelde regelen kunnen onder meer betrekking hebben op: a. de eisen waaraan de aldaar genoemde zaken moeten voldoen; b. het aanmelden van het voornemen tot invoer, onderscheidenlijk uitvoer; c. het te verrichten onderzoek; d. het in tijdelijke afzondering houden; e. de plaats van bestemming en het gebruiksdoel; f. het vervoer naar de plaats waar het onderzoek of de tijdelijke afzondering zal geschieden, naar de plaats van bestemming, dan wel naar de plaats van weder uitvoer; g. de reiniging en ontsmetting van ruimten waarin ingevoerde zaken, genoemd in het eerste lid, zijn opgeslagen geweest, van transportmiddelen waarmee die zaken zijn vervoerd of verplaatst en van voorwerpen die bij de opslag, het vervoer of de verplaatsing zijn gebruikt. 3 De inspecteur-generaal is bevoegd, ter voorkoming van het optreden en van de verbreiding van schadelijke organismen, de in- en uitvoer van een zending, geheel of ten dele bestaande uit schadelijke organismen, planten, plantaardige produkten, grond of andere cultuurmedia, of uit voor planten of plantaardige produkten gebruikt verpakkingsmateriaal, te verbieden of voorschriften te geven waaraan voor, bij of na de invoer, onderscheidenlijk voor of bij de uitvoer van die zending moet worden voldaan. 4 Een ieder wie zulks aangaat is verplicht planten, plantaardige produkten, grond of andere cultuurmedia en schadelijke organismen, die op grond van het krachtens de voorgaande leden bepaalde niet hadden mogen worden ingevoerd, overeenkomstig een hem door de inspecteur-generaal gegeven bevel binnen de daarin gestelde termijn uit te voeren dan wel te behandelen of te vernietigen en zo nodig daartoe op de in het bevel aangegeven wijze naar een daarin bepaalde plaats te brengen. 2014 14 17-01-2014 18-12-2013 33773 2014 31 24-01-2014 20-01-2014 25-01-2014
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Ter voorkoming van het optreden en van de verbreiding van schadelijke organismen en ter bestrijding daarvan kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regelen worden gesteld omtrent: a. het telen, oogsten en rooien van planten, het geven van een bepaalde bestemming aan planten of plantaardige produkten en het kenmerken, onder verzegeling brengen, bewaren, voorhanden of in voorraad hebben, verhandelen, verplaatsen, vervoeren, bewerken, behandelen en vernietigen of anderszins onschadelijk maken van planten en plantaardige produkten, daarvoor gebruikt verpakkingsmateriaal, schadelijke organismen, grond of andere cultuurmedia en resten daarvan en afval van planten en plantaardige produkten; b. het reinigen en ontsmetten van ruimten, installaties, transportmiddelen, werktuigen en gereedschappen en het reinigen, ontsmetten of zo nodig vernietigen van gebruikte materialen en andere voorwerpen; c. het toepassen van ontsmettingsmaatregelen door personen bij het betreden of verlaten van ruimten of terreinen; d. het treffen van voorzieningen in of aan ruimten; e. voor de teelt van planten te gebruiken of gebruikt water; f. het melden van verschijnselen van aantasting van planten of plantaardige produkten door schadelijke organismen; g. andere onderwerpen, voor zover de nakoming van internationale overeenkomsten of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties zulks met zich meebrengt, of h. administratieve verplichtingen en verplichtingen betreffende het verstrekken van informatie die samenhangen met de onderdelen a tot en met g. 2 Onze Minister is bevoegd in het belang van de bestrijding van schadelijke organismen regelen, als in het eerste lid bedoeld, te stellen voor een termijn van ten hoogste vier maanden. 3 Indien een onmiddellijke voorziening geboden is, is Onze Minister bevoegd om, voor een termijn van ten hoogste vier maanden, ten aanzien van individuele gevallen voorschriften te geven betreffende hetgeen in het eerste lid is vermeld. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 Degene die planten, behorende tot door Onze Minister aangewezen soorten of groepen, bedrijfsmatig teelt is verplicht jaarlijks overeenkomstig door Onze Minister te stellen regelen opgave te doen van door hem met die planten te betelen terreinen en plaatsen. 2 Degene die planten, behorende tot door Onze Minister aangewezen soorten of groepen, al dan niet bedrijfsmatig verhandelt is verplicht jaarlijks overeenkomstig door Onze Minister te stellen regelen opgave te doen van de terreinen en gebouwen welke hij gebruikt voor opslag, bewerking en het ter verzending gereedmaken van die planten. 1992 28 28-01-1992 23-02-1987 1992 28 28-01-1992 23-02-1987 29-01-1992
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 3 Onze Minister is bevoegd in gevallen waarin de schade, welke het gevolg is van het toepassen van krachtensgegeven voorschriften, onevenredig zwaar op een of meer personen zou drukken, uit ’s Rijks schatkist een tegemoetkoming te verlenen in de geleden schade. 1951 96 05-04-1951 1791 1951 96 05-04-1951 1791 26-07-1951
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 3 Onze Minister kan, wanneer de toepassing vantot onbillijkheden aanleiding zou geven door of vanwege de inspecteur-generaal op ’s Rijks kosten bepaalde maatregelen tot wering en bestrijding van schadelijke organismen doen nemen. 2014 14 17-01-2014 18-12-2013 33773 2014 31 24-01-2014 20-01-2014 25-01-2014
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven betreffende het invoeren of kweken van parasieten van schadelijke organismen. 1962 288 12-07-1962 6014 1964 329 01-08-1964 01-09-1964
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a 1 Onze Minister kan bepalen dat vergoeding van kosten wordt geheven volgens een door Onze Minister vastgesteld tarief voor in het kader van de haar opgedragen taak door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit of een instelling gedane onderzoekingen of verrichtingen. 2 Onze Minister kan regelen stellen met betrekking tot het heffen en betalen van de vergoeding. Daarbij kan worden bepaald dat de vergoeding wordt geheven door de instelling die de onderzoekingen of verrichtingen uitvoert. 2014 14 17-01-2014 18-12-2013 33773 2014 31 24-01-2014 20-01-2014 25-01-2014
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Aan de bekendmaking van ingevolge deze wet genomen besluiten die niet tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, verlenen de burgemeesters desgevraagd hun medewerking. 2 Nederlandse Staatscourant De ingevolge deze wet vastgestelde regelen van algemene aard worden, voorzover niet neergelegd in een algemene maatregel van bestuur, in debekend gemaakt. 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a Vervallen 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 3, eerste lid Bij algemene maatregel van bestuur kunnen instellingen die daartoe de bereidheid te kennen geven in een bij die maatregel te bepalen omvang en op een daarbij te bepalen wijze mede worden belast met de uitvoering van de krachtens, gestelde regelen. 2009 550 21-12-2009 12-11-2009 31809 2009 625 29-12-2009 23-12-2009 01-01-2010
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a artikel 9 Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Op een instelling als bedoeld inis devan toepassing. 2009 550 21-12-2009 12-11-2009 31809 2009 625 29-12-2009 23-12-2009 01-01-2010
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 8 van de Landbouwkwaliteitswet artikel 19 van de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren, alsmede de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen, belast met werkzaamheden ter uitvoering van het bij of krachtens deze wet bepaalde, werkzaam bij controle-instellingen of keuringsinstellingen als bedoeld inonderscheidenlijk. 2 De in het eerste lid bedoelde ambtenaren en personen zijn tevens belast met het onderzoek naar de aanwezigheid van schadelijke organismen. 3 Staatscourant Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de. 2007 220 26-06-2007 11-05-2007 30852 2007 261 17-07-2007 10-07-2007 18-07-2007
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikelen 5:13 5:15 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 10, tweede lid Deentot en metzijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in, bedoelde ambtenaren en personen. 2007 220 26-06-2007 11-05-2007 30852 2007 261 17-07-2007 10-07-2007 18-07-2007
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 10 Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van, voor zover het betreft de verplichting tot het verlenen van medewerking aan een krachtensaangewezen ambtenaar of persoon. 2 artikel 10 Verkrijgen de inbedoelde ambtenaren of personen de wetenschap of het vermoeden van de aanwezigheid van schadelijke organismen dan zijn zij bevoegd, in afwachting van krachtens deze wet voor te schrijven maatregelen, in individuele gevallen voor de tijd van acht en veertig uur of zoveel langer als naar het oordeel van Onze Minister nodig is het vervoeren of verplaatsen van de schadelijke organismen, van planten, plantaardige produkten, grond of andere cultuurmedia of andere goederen waarin of waarop zich de schadelijke organismen kunnen bevinden, te verbieden of daaromtrent voorschriften te geven. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 1997 63 20-02-1997 06-02-1997 24749 1997 63 20-02-1997 06-02-1997 24749 21-02-1997 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1992 28 28-01-1992 23-02-1987 1992 28 28-01-1992 23-02-1987 29-01-1992
Artikel 17a — Artikel 17a#
Artikel 17a S. De Bloembollenziektenwet 1937 (no. 639 L) wordt ingetrokken met ingang van een bij koninklijk besluit nader te bepalen tijdstip. 1992 28 28-01-1992 23-02-1987 1992 28 28-01-1992 23-02-1987 29-01-1992
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Deze wet kan worden aangehaald onder de titel van Plantenziektenwet. 1951 96 05-04-1951 1791 1951 96 05-04-1951 1791 26-07-1951