Wet van 23 april 1952, houdende een minimum-wachtgeldregeling ingevolge artikel 3 van de Garantiewet Militairen K.N.I.L.
- BWB-id
- BWBR0002088
- Type
- Wet
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 1971-01-01 t/m 2007-11-13
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002088
- ELI
- /eli/nl/wet/1951/wet-minimum-wachtgeldregeling-ex-artikel-3-garantiewet-milit
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1951/wet-minimum-wachtgeldregeling-ex-artikel-3-garantiewet-milit/1971-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002088&g=1971-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002088&z=2026-06-06&g=1971-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002088/1971-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1951/wet-minimum-wachtgeldregeling-ex-artikel-3-garantiewet-milit
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet wordt verstaan onder: artikel 1 van de Garantiewet Militairen K.N.I.L. "Beroepsmilitair", hetgeen daaronder wordt verstaan in; artikel 3 lid 3 van de Garantiewet Militairen K.N.I.L. "Rechthebbende", de beroepsmilitair, die op grond van het bepaalde invoor toekenning van het minimum-wachtgeld in aanmerking komt. 1952 219 23-04-1952 2464 1952 219 23-04-1952 2464 30-12-1951
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 3 lid 3 van de Garantiewet Militairen K.N.I.L. Het minimum-wachtgeld, bedoeld in, beloopt het bedrag, dat aan de rechthebbende zou worden uitgekeerd, indien op hem van toepassing zou zijn de Overbruggingsregeling 1949, zoals die sedert is aangevuld en/of gewijzigd, met dien verstande dat: a. evengenoemd bedrag in beginsel wordt verhoogd met een bijzondere toeslag van: f 3,- per week gedurende het 1e jaar der wachtgeldperiode; f 2,- per week gedurende het 2e jaar der wachtgeldperiode; f 1,- per week gedurende het 3e jaar der wachtgeldperiode; b. voor zover geen bepaald beroep aanwijsbaar is, voor de berekening van het minimum-wachtgeld wordt uitgegaan van het loon van een geoefend metaalarbeider. 1952 219 23-04-1952 2464 1952 219 23-04-1952 2464 30-12-1951
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2 Indien het volgensberekende bedrag niet toereikend wordt geacht kan een bijslag worden verstrekt. 1952 219 23-04-1952 2464 1952 219 23-04-1952 2464 30-12-1951
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Op degenen, die het minimum-wachtgeld ontvangen, zijn voor zover mogelijk de bepalingen van de Overbruggingsregeling 1949 van overeenkomstige toepassing. 1952 219 23-04-1952 2464 1952 219 23-04-1952 2464 30-12-1951
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 In - naar het oordeel van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid - bijzondere gevallen kan bij de uitvoering van deze wet worden afgeweken van de hiervoren gestelde bepalingen. 1952 219 23-04-1952 2464 1952 219 23-04-1952 2464 30-12-1951
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Degenen, die voor de toekenning van het minimum-wachtgeld in aanmerking wensen te komen, dienen zich, onder overlegging van een hun vanwege het Ministerie van Uniezaken en Overzeese Rijksdelen verstrekte verklaring, waaruit blijkt dat zij als rechthebbende dienen te worden aangemerkt, te wenden tot het gemeentebestuur hunner woonplaats. 1952 219 23-04-1952 2464 1952 219 23-04-1952 2464 30-12-1951
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De gemeentebesturen - die desgevraagd hun medewerking verlenen voor de uitvoering van deze wet - ontvangen voor de bedragen, uitgekeerd ingevolge deze wet, 100% subsidie. 1952 219 23-04-1952 2464 1952 219 23-04-1952 2464 30-12-1951
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 7 De subsidie, bedoeld in, wordt uitbetaald door het Ministerie van Sociale Zaken en Volksgezondheid; de uitbetaalde bedragen worden verrekend met het Ministerie voor Uniezaken en Overzeese Rijksdelen. 1952 219 23-04-1952 2464 1952 219 23-04-1952 2464 30-12-1951
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid geeft in overeenstemming met Onze Minister voor Uniezaken en Overzeese Rijksdelen nadere voorschriften met betrekking tot de uitvoering van het gestelde in deze wet. 1952 219 23-04-1952 2464 1952 219 23-04-1952 2464 30-12-1951
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 1970 612 24-12-1970 10709 1970 612 24-12-1970 10709 01-01-1971
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Deze wet treedt in werking met ingang van de dag, volgende op die van haar afkondiging en werkt terug tot 30 December 1951. 1952 219 23-04-1952 2464 1952 219 23-04-1952 2464 30-12-1951