Wet van 22 juni 1950, houdende vaststelling van regelen voor de opsporing, de vervolging en de berechting van economische delicten
- BWB-id
- BWBR0002063
- Type
- Wet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002063
- ELI
- /eli/nl/wet/1951/wet-op-de-economische-delicten
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1951/wet-op-de-economische-delicten/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002063&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002063&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002063/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1951/wet-op-de-economische-delicten
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Economische delicten zijn: 1°. overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens: Aanpassingswet Algemene douanewet artikel XLIX, eerste lid de,; Algemene douanewet artikelen 1:4, eerste en tweede lid 3:1 de, de, en, voorzover betrekking hebbend op goederen die ingevolge regelingen van internationaal of nationaal recht worden aangemerkt als strategische goederen; Arbeidsomstandighedenwet artikelen 6, eerste lid, eerste volzin 28, zesde en zevende lid 28a, zesde lid 32 artikelen 6, eerste lid, tweede volzin 16, tiende lid de, de,,,, en – voor zover aangewezen als strafbare feiten – de, en; Arbeidstijdenwet artikelen 8:3 8:3a, zesde lid artikel 11:3 de, de,, en een niet naleven als bedoeld in; Distributiewet artikelen 4 5 6 7 8 15, tweede, vierde en vijfde lid 16 17 de, de,,,,,,en; Drinkwaterwet artikelen: 4, eerste lid 21 22 23 25 tot en met 35 38 49 51 , de,,,,,,en; Geneesmiddelenwet artikelen 18, eerste lid 28, eerste lid 34 37, derde lid 38, eerste lid 39, eerste lid 40, eerste en tweede lid 61, eerste lid 62, eerste en derde lid 67 67a, eerste lid de, de,,,,,,,,,en; Hamsterwet artikelen 3 4 de, deen; Landbouwwet artikel 19 de,; Mijnbouwwet artikelen 6 13 22, vijfde lid 23 24b 24w 24y 24z 24al 25 29, eerste, derde en vierde lid 31d, eerste lid 31i 33 33a 34, eerste en derde lid 36, tweede en derde lid 39 41 42 44 44a, eerste en vierde lid 44b, eerste en derde lid 44c, eerste, tweede en vierde lid 45 45b 45c 45d 45e 45f 45g 45h 45i 45j 45k 45l 45m 45n 45o 45p 45q 46 47 48 49 50 51 52 52g, eerste lid, onderdeel b en derde lid 91, tweede lid 97e, eerste lid 102 120 123 130 151 de, de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,en; Noodwet financieel verkeer artikelen 3 4 5 6 11 12 17 18 26 28, tweede lid de, de,,,,,,,,en; Noodwet voedselvoorziening artikelen 6 7 9 10 11, tweede lid 12 13 22 23 24, eerste lid 25 29 de, de,,,,,,,,,,en; Overgangswet elektriciteitsproductiesector artikelen 8, tweede lid 12 de, de, en; Prijzennoodwet artikelen 5 6, tweede lid 8 9 de, de,, en - voor zover aangeduid als strafbare feiten -en; Sanctiewet 1977 artikelen 2 7 9 artikel 3 de, de,en, voor zover betrekking hebbend op de onderwerpen, bedoeld in; Spoorwegwet artikel 96, tweede lid de,; Telecommunicatiewet artikelen 3.13, eerste lid 3.22 10.1 10.11, tweede lid 10.11c 10.11d 10.15, eerste lid 10.17 eerste lid 11a.1, vijfde en zesde lid 14a.9, tweede lid 18.9 de, de,,,,,,,,,, en; Uitvoeringswet verdrag biologische wapens artikelen 2, eerste en derde lid 3 4 de, de,en; Uitvoeringswet verdrag chemische wapens artikelen 2 3, eerste lid de, deen; Verordening (EU) 2023/1114 Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 (EU) nr. 1095/2010 Richtlijnen 2013/36/EU (EU) 2019/1937 devan het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging vanenenen(PbEU 2023, L 150), de artikelen 89 en 91; de Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik en inhoudende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie (PbEU 2014 L 173), de artikelen 14 en 15; Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs artikel 22, zesde lid de,; Wet arbeid vreemdelingen artikel 17b, zesde lid de,; Wet dieren artikelen 2.2, vijfde lid, negende en tiende lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tiende lid, onderdelen a, e en n en onderdeel r, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op regels als bedoeld in onderdeel e 2.7, eerste en tweede lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder 1° 2.10, tweede tot en met vierde lid 2.12 2.17 2.18, eerste en tweede lid 2.20 2.22, eerste en derde lid 2.25, eerste en derde lid 3.1, eerste en tweede lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, b, d, f, i, j, k, l, m en n 3.2 5.1, derde lid, tweede volzin 5.4, eerste lid 5.5, eerste lid 5.6, eerste lid 5.11, eerste lid 5.12, eerste lid 5.15, eerste en vierde lid 8.4 artikel 2.8, eerste, derde en vierde lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a, b en c artikel 5.10, eerste lid artikel 6.2, eerste lid artikel 6.4, eerste lid artikel 7.5, derde lid de, de,,,,,,,,,,,,,,,,,,, en, voor zover deze overtredingen plaatsvinden in de uitoefening van een bedrijf,, voor zover deze overtredingen plaatsvinden in de uitoefening van een bedrijf, of een of meer van de voornoemde bepalingen in samenhang met,, of; Wet goedkeuring en uitvoering Markham-overeenkomst artikel 6 de; Wet financiële betrekkingen buitenland 1994 artikel 5, eerste lid de,; Wet lokaal spoor artikel 49, tweede lid de,; Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag artikel 18i, zesde lid de,; Wet precursoren voor explosieven artikel 3, eerste lid de,; Wet ruimtevaartactiviteiten artikelen 3, eerste en derde lid 7, derde lid 10 de, de,, en; Wet strategische diensten artikelen 2, eerste, tweede, vierde en vijfde lid 3, eerste lid 4, eerste, derde, vierde en vijfde lid 5, eerste en tweede lid 6, eerste en tweede lid 7, eerste, tweede en derde lid 8 9, eerste lid 10, eerste lid 11 14, eerste en zesde lid 15 22 de, de,,,,,,,,,,,en; Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames artikelen 10, eerste lid 13, vierde lid 14, vierde lid, eerste volzin 16, tweede lid, tweede volzin 17, tweede lid, tweede volzin 26, eerste lid 28, vijfde lid, zesde lid 30 31 32, derde lid, eerste volzin 34, zesde lid, zevende lid en achtste lid 35, eerste lid 37, tweede lid 38, derde lid 40, eerste lid, tweede lid, vijfde lid, zesde lid en zevende lid 41, eerste en tweede lid 42, tweede lid en derde lid 43, eerste lid, onderdeel b, tweede lid, derde lid, vierde lid, vijfde lid 44, eerste lid en vierde lid, vijfde lid, achtste lid 45, eerste lid, tweede lid, derde en vierde lid 58, tweede lid de, de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,; Wet voorkoming misbruik chemicaliën artikelen 2, onder a 4, tweede lid 4a, eerste lid de, de,, en. 2°. overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens: Algemene douanewet artikelen 1:4, eerste en tweede lid 3:1 de, de, en, voorzover betrekking hebbend op goederen die niet ingevolge regelingen van internationaal of nationaal recht worden aangemerkt als strategische goederen; Bankwet 1998 artikel 9a, eerste tot en met derde lid de,; Bodemproductiewet 1939 artikel 3 de,; Drinkwaterwet artikelen 15 17, tweede lid , deen; Erfgoedwet artikelen 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.22 4.23 4.23a, eerste lid de, de,,,,,,,,en; Landbouwwet artikelen 17 18 20 22 24 25 26 27 28 29 47 51 de, de,,,,,,,,,,, en; Telecommunicatiewet artikelen 3.20, eerste tot en met derde lid 10.8 10.16, eerste lid, laatste volzin 13.1 13.2 13.2a 13.2b 13.4, eerste lid 13.5 13.8 de, de,,,,,,,,en; de verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad van de Europese Unie van 27 juli 1994 inzake het communautaire kwekersrecht (PbEG L 227), de artikelen 13, tweede lid, 17, eerste en tweede lid en 18, derde lid; de verordening (EG) nr. 2271/96 van de Raad van de Europese Unie van 22 november 1996 tot bescherming tegen de gevolgen van de extraterritoriale toepassing van rechtsregels uitgevaardigd door een derde land en daarop gebaseerde of daaruit voortvloeiende handelingen (PbEG L 309), artikel 2, eerste en tweede alinea, en artikel 5, eerste alinea; de verordening (EG) nr. 1338/2001 van de Raad van de Europese Unie van 28 juni 2001 tot vaststelling van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (PbEG L 181), artikel 6, eerste lid; Verordening (EU) 2023/1114 Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 (EU) nr. 1095/2010 Richtlijnen 2013/36/EU (EU) 2019/1937 devan het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging vanenenen(PbEU 2023, L 150), de artikelen 4, eerste lid, onder d, 5, eerste lid, onder d, 16, eerste lid, 25, eerste lid, 30, tweede lid, 34, twaalfde lid, 35, eerste en derde lid, 36, eerste, negende en tiende lid, 37, 48, eerste lid, 58, eerste en tweede lid, 59, eerste lid, 65, eerste lid, 67, eerste en vierde lid, 88, eerste tot en met derde lid, en 90; de verordening (EU) nr. 1210/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2010 betreffende de echtheidscontrole van euromunten en de behandeling van euromunten die ongeschikt zijn voor de circulatie (PbEU 2010, L 339), de artikelen 3 en 4; Richtlijnen 2008/48/EG 2014/17 596/2014 de Verordening (EU) nr. 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende indices die worden gebruikt als benchmarks voor financiële instrumenten en financiële overeenkomsten of om de prestatie van beleggingsfondsen te meten en tot wijziging vanen/EU en Verordening (EU) nr.(PbEU 2016, L 171), de artikelen 29, eerste lid en 34, eerste lid; de Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik en inhoudende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie (PbEU 2014 L 173), de artikelen 17, 18, 19 en 20; Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PbEU 2014, L 173), artikel 27 quater; Richtlijn 2003/71/EG de verordening (EU) nr. 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van(PbEU 2017, L 168): artikel 3, eerste en derde lid; de verordening (EU) 2019/452 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Unie (PbEU 2019, L 79), artikel 9, vierde lid, tweede volzin; Wet dieren artikelen 2.2, negende en tiende lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tiende lid, onderdelen f tot en met m en p en onderdeel r, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op regels als bedoeld in de onderdelen f tot en met p, en twaalfde lid 2.3, eerste lid 2.5, eerste en tweede lid 2.6, eerste en tweede lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder 2° en 3° 2.7, eerste en tweede lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, met uitzondering van onderdeel a, onder 1° 2.8, derde en vierde lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het vierde lid, onderdeel f artikel 2.16, eerste, derde en vierde lid 2.23 artikel 2.2, negende en tiende lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tiende lid, onderdelen b, c en d, en onderdeel r, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op regels als bedoeld in de onderdelen b, c en d 2.3, derde en vierde lid 2.4, eerste, tweede en derde lid artikel 6.2, eerste lid artikel 6.4, eerste lid artikel 7.5, derde lid de, de,,,,,,,, en,,, voor zover deze overtredingen plaatsvinden in de uitoefening van een bedrijf, of een of meer van de voornoemde bepalingen in samenhang met,, of; Wet explosieven voor civiel gebruik artikelen 3 10 17, eerste lid de, de,en; Wet op het financieel toezicht 1:74, eerste lid 2:3a, eerste lid 2:3e, eerste lid 2:3f, eerste lid 2:3g, eerste lid 2:3.0a, eerste lid 2:3.0c, eerste lid 2:3.0e, eerste lid 2:3.0f, eerste lid 2:4, eerste lid 2:6, eerste lid 2:8, eerste lid 2:10a, eerste lid 2:10e, eerste lid 2:10f, eerste lid 2:11, eerste lid 2:15, tweede lid 2:16, eerste en derde lid 2:18, tweede lid 2:20 2:25, tweede lid 2:26 2:27, eerste lid 2:36, eerste en tweede lid 2:40, eerste lid 2:48, eerste lid 2:50, eerste lid 2:54i, eerste lid 2:54l, eerste lid 2:54n, eerste lid 2:54o 2:55, eerste lid 2:60, eerste lid 2:64a 2:65 2:69b, eerste en tweede lid 2:75, eerste lid 2:80, eerste lid 2:86, eerste lid 2:92, eerste lid 2:96 2:99a 2:106a, eerste lid 2:106.0a, eerste lid 2:121a, eerste lid 3:5, eerste lid 3:6, eerste lid artikel 3:7, eerste en vierde lid 3;19a 3:20a 3:29a, eerste en tweede lid 3:29b 3:29c, eerste lid 3:30, eerste lid 3:35, eerste lid 3:35a, eerste lid 3:44, eerste lid 3:51 3:53, eerste lid 3:54, derde lid 3:55, tweede lid 3:57, eerste en vierde lid 3:57a 3:59 3:62, tweede lid 3:63, eerste tot en met derde lid 3:67, eerste tot en met vijfde lid 3:67a 3:68, eerste en derde lid 3:68a, eerste en tweede lid artikel 3:69 eerste lid 3:73a, eerste en tweede lid 3:74b, eerste en tweede lid 3:77 3:88, eerste en tweede lid 3:89, eerste lid 3:95, eerste lid 3:96, eerste lid artikel 3:97 3:104, derde lid 3:132, eerste lid 3:135, eerste en derde lid 3:136, eerste lid 3:137 3:143 3:144, eerste lid 3:155, tweede lid 3:158, derde en vierde lid 3:175, derde lid 3:196 3:267a 3:267b, eerste tot en met het derde lid artikel 3:267d, eerste en derde lid 3:267e, eerste lid 3:279, eerste en vierde lid 3:281 3:288a, eerste tot en met derde en vijfde lid 3:288e, eerste lid 3:288f, eerste lid 3:288h, tweede en derde lid 3:288i, eerste lid 3:296, eerste, tweede, derde, vierde en achtste 3:297, eerste, tweede en vijfde lid 3:298, eerste en tweede lid 4:3, eerste lid 4:4, eerste lid 4:4a 4:24, derde lid 4:26, eerste lid 4:27, eerste, tweede en vierde lid 4:31, eerste tot en met derde lid 4:37l, eerste en tweede lid 4:37o, eerste en tweede lid 4:37s, eerste lid 4:49, eerste tot en met vierde lid 4:50, tweede lid 4:52, eerste lid 4:53 4:59c, vierde lid 4:60, derde lid 4:62, eerste lid 4:71 4:71b, tweede en derde lid 4:71c, eerste en tweede lid 4:71d 4:76a, eerste tot en met derde lid 4:76b, eerste en tweede lid 4:90b, vierde tot en met het zesde lid 4:91a, negende lid 4:91b, derde en vierde lid 4:91da, vijfde lid 4:100c 5:26, eerste lid 5:28, tweede lid 5:30 5:32, eerste en vierde lid 5:32d, eerste lid 5:34, eerste en tweede lid 5:35, eerste tot en met vierde lid 5:36 5:38, eerste, tweede en derde lid 5:39, eerste en tweede lid 5:40 5:41, eerste en tweede lid 5:42 5:43, eerste en tweede lid 5:48, derde tot en met achtste lid 5:68, eerste lid 5:79 de, de artikelen,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,; Wet financiële betrekkingen buitenland 1994 artikelen 3 4 6, derde lid 8 de, de,,, en; Wet giraal effectenverkeer, de artikelen 49b, vierde en vijfde lid artikel 49da, eerste, tweede, derde en vijfde lid artikel 49db, eerste, tweede en derde lid artikel 49dc de,,en; Wet kinderopvang artikelen 1.45 1.66 de, deen; Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, artikel 11i, tweede lid ; Wet laden en lossen zeeschepen artikel 19, tweede tot en met vijfde lid de,; Wet marktordening gezondheidszorg artikelen 25, tweede lid 35 35a 35b 36, eerste en tweede lid 38, eerste, tweede en vierde lid 40, eerste, tweede en derde lid 40a 40b 60 63 66, eerste lid artikelen 36, derde lid 37, eerste lid 38, zevende lid 40, vierde lid 45 46 de, de,,,,,,,,,en, alsmede de regels, vastgesteld krachtens de,,, en; Wet op het notarisambt artikel 127, tweede lid de,; Wet precursoren voor explosieven artikelen 4, vijfde lid 9, eerste lid de, de, en; Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme artikelen 1f 2 2a 3, eerste lid 4, eerste lid 5, eerste tot en met derde lid 8 9, eerste lid 16 17, tweede lid 23, eerste, tweede en vierde lid 23a 23b 23e 23g 23h 23i 23j 28 33 34 38 de, de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,en; Wet toezicht accountantsorganisaties artikelen 5, eerste lid 6, derde lid 21a 29a de, de,,en; Wet toezicht trustkantoren 2018, 3 3a 4 5 6, derde lid 8 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 23a 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 37 38 39 40 67 68 van deze wet artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,enen; Wet voorkoming misbruik chemicaliën artikel 2, onder b ,; Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 artikelen 39 40 41 42 46 48, derde lid 48a 57 tot en met 60 85 87 de, de,,,,,,,,en. 3°. overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens: Energiewet, artikel 2.66 de; Prijzenwet artikelen 2 3 11 de, de,, en - voor zover aangeduid als strafbare feiten -; de Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik en inhoudende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie (PbEU 2014 L 173), artikel 11; Warenwet artikel 21, tweede lid 27, tweede lid 30, derde lid 32g, tweede lid 32h, tweede lid de,,,,, en; Wet op het financieel toezicht artikelen 5:70, eerste lid 5:72 5:74, eerste en vierde lid 5:76 5:77 de, de,,,en; Wet luchtvaart artikel 6.52 de,; Wet op de kansspelen artikelen 1, eerste lid, onder a, b en d 7c, tweede lid 13 14 27 30b, eerste lid 30h, eerste lid 30m, eerste lid 30t, eerste, tweede en vijfde lid de, de,,,,,,,, en; Wet personenvervoer 2000 artikelen 7 76, eerste lid 76e, tweede en derde lid de, de,, en; Woningwet artikel 29a de,. 4°. overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens: Alcoholwet artikelen 2 2a 3 4 12 tot en met 19 20, eerste tot en met vijfde lid 20a, tweede tot en met vierde lid 21 22, eerste en tweede lid 24 25 25a tot en met 25g 29, derde lid 35, tweede en vierde lid 38 de, de,,,,,,,,,,,,,, en; Binnenvaartwet artikelen 5, eerste lid 6, eerste lid en zesde lid 7, eerste lid 8, derde lid 10, tweede lid 11 12 13, vierde lid 17, vijfde lid 21, eerste lid 22, negende lid 23, eerste lid 25, vierde lid en vijfde lid 28, zevende lid 31, vierde lid 33, tweede lid 36, vierde lid 37, tweede lid 39c, derde lid 39e 43, tweede lid de, de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, en, voor zover deze overtredingen niet strafbaar zijn op grond van artikel 32 van de op 17 oktober 1868 te Mannheim tot stand gekomen Herziene Rijnvaartakte (Trb. 1955, 161); Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 artikel 8 het,; Drinkwaterwet artikelen 14 36 37 42, eerste lid 43 44 47 , de,,,,,en; Handelsregisterwet 2007 artikelen 27 47 de, deen; Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies artikelen 11, eerste, tweede en vijfde lid 12 de, de, en; Landbouwkwaliteitswet artikelen 2, eerste en tweede lid 3, tweede lid de, de, en; Landbouwuitvoerwet 1938 artikelen 2 4 7 de, de,en; Luchtvaartwet artikelen 37ab, derde lid 37ae, eerste lid 37f, derde lid 37g, tweede lid 37r de, de,,,, of; Metrologiewet artikelen 22, eerste lid 23, eerste, tweede en vijfde lid, tweede volzin 23a 23b 24, eerste, tweede en derde lid, en vierde lid, tweede volzin 25 25a 26 36 de, de,,,,,,,en; Plantgezondheidswet artikelen 8, derde lid 13, tweede lid 15, vierde lid 20, tweede lid 24, derde lid 25 de, de,,,,en; Reconstructiewet concentratiegebieden artikelen 36, eerste en derde lid 47, eerste lid de, de, en; Scheepvaartverkeerswet artikel 4 de,, voor zover het de melding van de met het schip vervoerde lading betreft; Spoorwegwet artikelen 26a, eerste en tweede lid 26c, vierde lid 26h, zesde lid 26k, eerste en zesde lid 26l 26q, eerste en tweede lid 26s, tiende lid 27, tweede lid, onderdelen a tot en met c 27a, eerste lid, in verbinding met het derde lid 36, tweede lid 37 53 74a hoofdstukken 2a 3 4 artikel 64, tweede lid 65, eerste lid de, de,,,,,,,,,,,,, alsmede – voor zover aangeduid als strafbare feiten – overtredingen van de voorschriften krachtens de,en, met uitzondering van, en, gegeven; Tabaks- en rookwarenwet artikelen 2 3 3a 3b 3c 3e 4a 4b 4c 4h 4i 5 5a 7 8 9 9a 10 11 17a 18 de, de,,,,,,,,,en,,,,,,,,,en; Telecommunicatiewet artikelen 3.9 5.4, eerste en tweede lid 5.6, tweede en derde lid 7.7, derde en vierde lid 10.12 10.13 13.4, tweede, derde en vierde lid 18.2 18.7 18.12 18.17, eerste en derde lid de, de,,,,,,,, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat,,, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat, en; Uitvoeringswet verdrag chemische wapens artikelen 4 tot en met 8 de, de; de Verordening (EG) Nr. 1435/2003 van de Raad van de Europese Unie van 22 juli 2003 betreffende het statuut voor een Europese Coöperatieve Vennootschap (SCE) (PbEU L 207), artikel 11, vierde lid; de Verordening nr. 2137/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 juli 1985 tot instelling van Europese economische samenwerkingsverbanden (PbEG L 199/1), artikel 7, tweede alinea, onder i, en artikel 25, eerste alinea, letters a, c, d en e, en tweede alinea; de Verordening (EG) Nr. 2157/2001 van de Raad van de Europese Unie van 8 oktober 2001 betreffende het statuut van de Europese vennootschap (SE) (PbEG L 294), artikel 12, vierde lid; Waarborgwet 2019, de artikelen 2 40, eerste lid hoofdstukken 4 5 deen, en deen; Warenwet artikelen 1a 4 tot en met 11 11a 13 tot en met 20 21, eerste lid 21b 24, vijfde lid 26, tweede lid 27, eerste lid, laatste volzin 31 32k de, de,,,,,,,,en; Wedervergeldingswet zeescheepvaart artikelen 2, eerste lid 5 9, derde lid 10, eerste lid 11c, eerste en tweede lid 11d 17 de, de,,,,,en; Wet aansprakelijkheid olietankschepen artikelen 11 12 18, eerste lid 20 22 23 24 26, tweede lid de, de,,,,,,en; Wet agrarisch grondverkeer artikelen 61 64, derde lid de, deen; Wet bemanning zeeschepen artikelen 4, vierde lid 67 tot en met 75 84 de,,, en, voor zover aangeduid als strafbaar feit; Wet capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot artikel 6 de,alsmede - voor zover aangeduid als strafbare feiten - overtredingen van voorschriften krachtens die wet gegeven; Wet op de sociaaleconomische Raad artikel 32 de, - voor zover aangewezen als strafbare feiten -; Wet op het consumentenkrediet artikelen 47 48, tweede lid de, deen; Wet dieren artikelen 2.2, zevende lid, negende en tiende lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tiende lid, onderdeel q 2.6, eerste en tweede lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, onder 1°, b, c, d, e en f en het derde lid 2.7, derde lid 2.13 3.1, eerste en tweede lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen c, e, g en h 5.10, eerste lid 10.2 artikel 6.2, eerste lid artikel 6.4, eerste lid artikel 7.5, derde lid de,,,,,,of een of meer van de voornoemde bepalingen in samenhang met,, of; Wet explosieven voor civiel gebruik 7a 7b 14 15, derde lid 16 21 21a de, de artikelen,,,,,en; Wet goedkeuring en uitvoering Markham-overeenkomst artikelen 3, derde lid 4, tweede lid de, de, en; Wet havenstaatcontrole artikelen 12, eerste, derde en vierde lid 13, eerste tot en met derde lid de, de, en; Wet houdende vaststelling van minimumeisen voor het houden van legkippen artikelen 2 3, eerste lid de, deen; wet houdende wijziging van de Wet personenvervoer voor het taxivervoer (deregulering taxivervoer) artikel V de,; Wet uitvoering EU-handelingen energie-efficiëntie artikelen 10 11, tweede en derde lid 12 13 16, tweede tot en met vijfde lid 18, eerste en tweede lid 33, tweede en derde lid de, de,,,,,, en; Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken artikelen 2, tweede en derde lid 15 de, de, en; Wet kabelbaaninstallaties artikelen 31 32 33 de,,en; Wet kwaliteit incassodienstverlening artikel 4 de,; Wet laden en lossen zeeschepen artikelen 7 8, eerste lid, onderdelen b en c, en tweede lid 9, derde lid 10 11, eerste lid 12 13 14, eerste en tweede lid 19, eerste lid 24, zevende lid artikel 24, eerste tot en met derde lid de, de,,,,,,,,,, en – voorzover aangeduid als strafbare feiten –; Wet lokaal spoor artikelen 26, eerste lid, onderdelen a en c 27, zevende lid 32, eerste, vijfde en zevende lid 33, eerste lid 35, eerste en derde lid 37, eerste en tweede lid 39 40, eerste lid de, de,,,,,,en; Wet luchtvaart, de artikelen 4.1, eerste en derde lid hoofdstuk 4 van die wet de, alsmede – voor zover aangeduid als strafbare feiten – overtredingen van voorschriften krachtensgegeven; Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen artikelen 2 3 5, vierde lid de,,en; Wet op de loonvorming artikel 10, vijfde lid de,; Wet op de ondernemingsraden artikelen 26, zesde lid 36, vijfde lid de, de, en; Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus artikelen 2 5, tweede en vierde lid de, deen; Wet personenvervoer 2000 artikelen 8 12 13 19, eerste en tweede lid 30, derde lid 39, eerste lid 43a, vierde lid 51 76, derde lid 76e, eerste lid 85 8 9, vijfde lid 76, derde, vijfde en zesde lid artikel 11, tweede en derde lid 77 78 79 80 82a 82b 83 104 de, de,en,,,,,,,,alsmede – voor zover aangeduid als strafbare feiten –,,, – voor zover in laatstbedoeld lid wordt verwezen naar andere bepalingen dan, –,,,,,,en; Wet pleziervaartuigen 2016 artikel 12, met uitzondering van het tweede lid en het vijfde lid, onderdeel b de,; Wet precursoren voor explosieven artikelen 8, eerste lid 9, vierde lid de, de, en; Wet ruimtevaartactiviteiten artikelen 11, tweede en vierde lid de,; Wet schadefonds olietankschepen artikelen 5, eerste lid 8 de, de, en; Wet scheepsuitrusting 2016 artikel 22, met uitzondering van het eerste en vijfde lid, onderdelen a en d de,; Wet inzake spaarbewijzen artikelen 3, tweede en derde lid 3a artikel 2 de, de, en, en - voor zover aangeduid als strafbare feiten -; Wet ambtelijk toezicht bij openbare verkopingen artikel 1 de,; Wet ter Bescherming Koopvaardij artikelen 3, eerste en tweede lid 12, derde lid de,, en; Wet uitvoering Internationaal Energieprogramma artikelen 3, eerste en tweede lid 6, derde lid 10, eerste lid 11, tweede lid artikel 9 artikel 3, eerste of tweede lid 6, derde lid de, de,,, en, alsmedejuncto, of; Wet tot uitvoering van de Verordening No. 11 van de Raad van de Europese Economische Gemeenschap artikelen 2 3 de, deen; Wet op bijzondere medische verrichtingen artikelen 2 3 4 6a 9 de, de,,,en; Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen artikelen 3 8, eerste lid 4 5 7 9, tweede en vierde lid 11 12 de, dejuncto,,,,,en; Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal artikelen 3 3a 4, eerste en derde lid 5 7, eerste of derde lid 8 8a 8b 9, eerste lid 10, vierde lid 12, eerste lid 20 21 22, tweede lid de, de,,,,,,,,,,,,en; Wet verbod pelsdierhouderij artikelen 2 3, eerste tot en met derde lid 4 de, de,, en; Wet vervoer over zee artikelen 2, eerste en tweede lid 3, eerste en derde lid 4, eerste, tweede en vierde lid 7 9 10, derde lid 12, eerste lid 15 17 18, eerste lid 20, eerste lid 23 25 30 31 de, de,,,,,,,,,,,,,en; Wet verzekering zeeschepen artikel 3, eerste lid de,; Wet voorkoming misbruik chemicaliën artikel 2, onder c de,; Wet voorraadvorming aardolieproducten 2012 artikelen 4, vierde lid 7, eerste lid, onder b 16, tweede, derde en vijfde lid 18 19, zesde lid 29 30 de, de,,,,,en; Wet wegvervoer goederen artikelen 2.2, eerste, derde, vijfde en achtste lid 2.3, eerste, derde, vijfde en zesde lid 2.5 2.6 2.7 2.11 2.13 2.14 artikel 2.3, vierde lid de, de,,,,,,enalsmede – voor zover aangeduid als strafbare feiten –; Stb PbEG Wet van 28 juni 1989,. 245, tot uitvoering van de Verordening nr. 2137/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 juli 1985 tot instelling van Europese economische samenwerkingsverbanden (L 199/1) artikel 3, vierde lid de,; Stb Wet van 19 december 1991,. 710, tot aanpassing van de wetgeving aan de twaalfde richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen inzake het vennootschapsrecht artikel IV, eerste en tweede lid, eerste en tweede volzin de,; Burgerlijk Wetboek, Boek 2 artikel 360, derde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen artikelen 10, eerste lid 19, vijfde lid, tweede volzin 19b, eerste lid 56, tweede lid 61, onder b en d 63b 75 76a, tweede lid 85 91a 94b, vierde lid 94c, vijfde lid 96, derde en vierde lid 96a, zevende lid, tweede volzin 105, vierde lid, laatste zin 120, vierde lid 153 154, derde lid 186 194 230, vierde lid 263 264, derde lid 290 359b, vijfde lid 362, zesde lid, laatste zin 391a, tweede lid 393, eerste lid 394, derde lid 395 451, tweede lid 452, vierde lid 455, tweede lid het(Rechtspersonen), – voor zover van toepassing of van overeenkomstige toepassing op stichtingen en verenigingen als bedoeld in, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen, naamloze vennootschappen, besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, Europese naamloze vennootschappen, Europese economische samenwerkingsverbanden, Europese coöperatieve vennootschappen of formeel buitenlandse vennootschappen als bedoeld in de– de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,en; Boek 3 (Vermogensrecht) van het Burgerlijk Wetboek artikelen 15d, eerste en tweede lid artikel 15e, eerste en tweede lid artikel 15i , de,, en; Winkeltijdenwet artikelen 2 3, derde lid 6, tweede lid 8, tweede lid de, de,,, en. 5°. artikelen 26 33 34 de delicten, genoemd in de,en. 2025 12 23-01-2025 11-12-2024 36378 2025 40 21-02-2025 17-02-2025 01-01-2026 2025 349 13-11-2025 29-10-2025 36776 2025 350 13-11-2025 10-11-2025 01-01-2026 2025 333 10-11-2025 29-10-2025 36463 2025 414 09-12-2025 04-12-2025 01-01-2026 2025 262 09-10-2025 11-06-2025 36228 2025 362 18-11-2025 03-11-2025 01-01-2026 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a Economische delicten zijn eveneens: 1°. overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens: Kernenergiewet artikelen 15 15f, eerste en zesde lid 21 21a 21e, eerste lid 29, eerste lid 31 32, eerste lid 34, eerste, vijfde en zesde lid 37b 38a 46, eerste lid 47, eerste lid 49b, eerste lid 49d 75, tweede lid 76a de, de,,,,,,,,,,,,,,,, en; Luchtvaartwet artikel 37x, eerste lid de,; Meststoffenwet artikelen 7 14, eerste lid 19, eerste of tweede lid 20, eerste of derde lid 21, eerste lid 21b, eerste lid 22, derde lid 22a, derde lid 26, zesde lid 33a, eerste, vierde, vijfde of zevende lid 33d de, de,,,,,,,,,, en; Omgevingswet artikelen 1.7a 4.1, eerste lid 4.3, eerste lid, aanhef en onder b, c, f, h, i en n, tweede lid, aanhef en onder a en b, en derde lid, aanhef en onder b, c en d 5.1, eerste lid, aanhef en onder a 5.3 5.4 5.5, eerste lid, vierde lid, aanhef en onder a, en vijfde lid, aanhef en onder a 5.37, eerste lid 5.52, tweede lid, aanhef en onder a 18.8 18.16a, eerste lid 18.16b, tweede lid 19.3, tweede lid 19.4, eerste en tweede lid 19.9 19.9b, derde lid 19.3, tweede lid 19.9c, eerste en tweede lid artikel 19.4, eerste en tweede lid 19.12, eerste en tweede lid 19.18, tweede en derde lid 23.3, vijfde en zesde lid de, de,, voor zover dat voorschrift is gesteld in een waterschapsverordening of een omgevingsverordening met het oog op het waarborgen van de veiligheid, het beschermen van de gezondheid en het beschermen van het milieu, het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen, het beschermen van de doelmatige werking van een zuiveringtechnisch werk, of het beschermen van monumenten of archeologische monumenten,,, voor zover dat verbod is gesteld met het oog op het waarborgen van de veiligheid, het beschermen van de gezondheid en het beschermen van het milieu, het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen, het beschermen van de doelmatige werking van een zuiveringtechnisch werk, of het beschermen van monumenten of archeologische monumenten, b en d, en tweede lid, aanhef en onder b, c, f en g,, voor zover dat voorschrift is gesteld met het oog op het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen of het beschermen van de doelmatige werking van een zuiveringtechnisch werk,, voor zover dat voorschrift is gesteld met het oog op het waarborgen van de veiligheid, het beschermen van de gezondheid en het beschermen van het milieu, het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen, het beschermen van de doelmatige werking van een zuiveringtechnisch werk, of het beschermen van monumenten of archeologische monumenten,,,, in verbinding met artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, voor zover dat verbod is gesteld met het oog op het beschermen van monumenten of archeologische monumenten, b en d, en tweede lid, aanhef en onder b, c en f, en artikel 5.5, eerste lid, vierde lid, aanhef en onder a, en vijfde lid, aanhef en onder a,,,,,,in verbinding met 19.3, tweede lid,, in verbinding met, en, in verbinding met,,, en; Visserijwet 1963 artikelen 3a 5, eerste lid 7, eerste lid 21, eerste lid artikelen 7, tweede lid 21, tweede lid, van de Visserijwet 1963 de, de, voor zover de overtreding van die voorschriften in de EU-verordening ter uitvoering waarvan zij strekken als ernstige inbreuk wordt aangemerkt,,, voor zover wordt gevist anders dan met de hengel of de peur, en, voor zover wordt gevist anders dan met de hengel of de peur, dan wel overtreding van voorschriften verbonden aan op grond van het bepaalde bij of krachtens de, enverleende schriftelijke toestemmingen en huurovereenkomsten; Wet bestrijding maritieme ongevallen artikelen 5, eerste, tweede en derde lid 6 9, eerste lid, onder a en b 15 17, eerste en tweede lid 26 32, eerste en tweede lid 35, tweede lid de, de,,,,,,, en; Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden artikelen 2a 19 20, eerste lid 21 22 28, tweede lid 37, derde lid 38, derde lid 39 43 74 79 tot en met 81 87, zesde lid 118 de: de,,,,,,,,,,,,, en; Wet implementatie Nagoya Protocol artikelen 2, eerste lid 6, vierde lid de, de, en; Wet luchtvaart artikelen 6.51, eerste lid 6.54, vierde lid 6.55, eerste lid 6.58, tweede lid titel 6.5 van die wet de, de,,en, alsmede - voorzover aangeduid als strafbare feiten - overtredingen van voorschriften krachtensgegeven; Wet milieubeheer 2.5 8.40, eerste lid 9.2.1.2 9.2.1.5 9.2.2.1 9.2.2.6 9.2.2.6a 9.3.1 9.3.3, eerste lid 9.3a.3, eerste lid 9.5.8, zesde lid 9.7.2.3 9.7.2.5 9.7.4.2 tot en met 9.7.4.5 9.7.4.10 9.7.4.12 9.7.4.13 9.8.2.3 9.8.2.5 10.1 10.2, eerste lid 10.37, eerste lid 10.39, eerste lid 10.45, eerste lid, onderdeel b 10.47, eerste lid 10.54, eerste lid 10.56, eerste en tweede lid 10.57 10.60, eerste, tweede, derde en vierde lid 16.5 16.13 artikel 16.39h 16.13a 16.14 16.39ae 16.19 16.20c, tweede lid 16.21 artikel 16.39h 16.39z 16.39ab, derde lid 16.39ad 16.39k 17.4, eerste lid 17.12, eerste lid 17.13, eerste lid 17.5b 17.5c, tweede lid 17.5d 18.5, eerste lid 18.5a, eerste lid 18.6, eerste lid 17.19, vijfde lid 18.18 de, de artikelen,,,,,,,,,,,,,,,,,, of,,,,,,,,,,,,, 16.13 in verbinding met,,, 16.14 in verbinding met,,,, 16.21 in verbinding met,,,,,,,,,, enin verbinding met 17.5b en 17.5c, tweede lid,,,, en, en; Wet publieke gezondheid artikel 47a, eerste lid, onder b de,; Wet veiligheidsregio’s artikelen 48, eerste en zesde lid 50, tweede en derde lid de, – voor zover aangeduid als strafbare feiten – de, en; Wet vervoer gevaarlijke stoffen artikelen 4 5 10 19 26, eerste lid 27, zesde lid 28 29, vierde lid de, de,,,,,,en; Wet voorkoming verontreiniging door schepen artikelen 5, eerste lid 6d, vierde lid 12, eerste lid, tweede lid, onderdelen a en b, vierde, zesde, zevende en achtste lid 12a, tweede lid 12b, eerste en tweede lid 12c, eerste lid 12e, eerste lid 13 13a, eerste, tweede, derde en vierde lid 23, eerste, tweede en vierde lid 35, derde lid 36a, eerste lid de, de,,,,,,,,,,, en; Wet windenergie op zee artikelen 4 7 9 12 15 de, de,,,en; 2°. overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens: Erfgoedwet artikelen 5.1, eerste lid 5.10, eerste lid de, de, en; Kernenergiewet artikelen 14 22, eerste lid 26, tweede lid 28 33, eerste lid 37, eerste lid 39 67, eerste en vierde lid 68 76, derde lid de, de,,,,,,,,en; Omgevingswet artikelen 2.45, eerste en derde lid 4.3, eerste lid, aanhef en onder a, d, e, j, l, m en o, en tweede lid, aanhef en onder c artikel 4.32, tweede lid, aanhef en onder c en derde lid, aanhef en onder a 5.1, eerste lid, aanhef en onder a 5.5, tweede lid 5.6 5.52, tweede lid, aanhef en onder a 10.10b, eerste lid 23.1, eerste lid de, de,, met uitzondering van voorschriften als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, aanhef en onder l, in samenhang met,, in overige gevallen dan bedoeld onder categorie 1°, c en e, en tweede lid, aanhef en onder a, d en e,,,, in verbinding met artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, en tweede lid, aanhef en onder a, d, en e, en 5.5, tweede lid,, en; Wegenverkeerswet 1994 artikel 29 31 29a 30 30a 33 de, de krachtensengenoemde artikelen van een EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen en de artikelen,,en; Wet bescherming Antarctica artikelen 3, eerste lid 3a, eerste en vierde lid 5 6, eerste en tweede lid 7a, eerste en tweede lid 8 24a 25, eerste en tweede lid 25b, eerste lid 25c, tweede lid 25f, eerste lid 29 30 de, de,,,,,,,,,,,en; Wet milieubeheer 8.42a, eerste lid 8.43 9.2.1.3 9.2.1.4 9.2.2.2 9.2.3.2 9.2.3.4 9.2.3.5, tweede lid 9.3.3, tweede en derde lid 9.3a.3, tweede en derde lid 9.4.4 tot en met 9.4.7 9.4.9 9.5.1 9.5.2 9.5.4 9.5.6 10.29, eerste lid 10.38 10.40, eerste en tweede lid 10.40a, tweede lid 10.41, eerste en tweede lid 10.42, eerste lid 10.43, eerste lid 10.44, eerste en derde lid 10.45, eerste lid, onderdeel a 10.46, eerste lid 10.48, derde lid 10.55 10.60, vijfde lid, onder a, onder b 11A.2, eerste, derde en vierde lid 11A.3, aanhef en onderdeel b 15.32, eerste en tweede lid 17.12, tweede lid 17.13, tweede en zesde lid 17.5a, eerste lid 17.5d 17.5a, eerste lid de, de artikelen,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, in verbinding met onderdeel a, en onder c,,,,, en,, en, in verbinding met; Wet voorkoming verontreiniging door schepen artikelen 6, vierde lid, onderdeel b 6a, eerste lid 10, eerste lid 11, eerste en tweede lid 12a, eerste lid 12d, eerste lid 12e, tweede lid de, de,,,,,, en; Woningwet artikelen 14a 119, tweede lid 119a, tweede lid 120, tweede lid de, de,,, en; 3°. overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens: Kernenergiewet artikelen 4, eerste lid 36, eerste lid 73 de, de,, en – voor zover aangeduid als strafbare feiten –; Meststoffenwet artikelen 4 5 5a 6 9, tweede en derde lid 11, tweede en derde lid 13, vierde lid 15 16 34 35 36 37 38, derde lid 40 de, de,,,,,,,,,,,,,, en; Omgevingswet artikelen 2.38 2.40, eerste lid 4.1, eerste lid 4.3, eerste lid, aanhef en onder g, k en p, en vierde lid artikel 4.31, tweede lid, onder a 5.1, eerste lid, aanhef en onder f en g 5.3 5.4 5.5, derde lid, vierde lid, aanhef en onder b, en vijfde lid, aanhef en onder b 5.37, tweede lid 8.5 10.2 10.3 10.6 tot en met 10.10 10.10c tot en met 10.10h 10.10j 10.13 tot en met 10.15 10.16, eerste en tweede lid 10.17 10.18 10.19, eerste en tweede lid 10.19a 10.21, eerste lid 10.24 10.25 10.27, eerste en tweede lid 20.3 20.6 de, de,,, in overige gevallen dan bedoeld onder 1°,, met uitzondering van voorschriften als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, aanhef en onder k, in samenhang met,,, in overige gevallen dan bedoeld onder categorie 1°,, in overige gevallen dan bedoeld onder categorie 1°,,,,,,,,,,,,,,,,,,,en; Visserijwet 1963 artikelen 2a, eerste en tweede lid 3 3a 4, eerste, tweede, derde en vijfde lid 7, eerste lid 9, eerste, derde, vierde en zevende lid 16 21, eerste lid artikelen 7, tweede lid 21, tweede lid, van de Visserijwet 1963 de, de,en, voor zover de overtreding van die voorschriften in de EU- verordening ter uitvoering waarvan zij strekken niet als ernstige inbreuk wordt aangemerkt,,, voor zover wordt gevist met meer dan twee hengels of de peur,,en, voor zover wordt gevist met de hengel of de peur, dan wel overtreding van voorschriften, verbonden aan op grond van het bepaalde bij of krachtens de, enverleende schriftelijke toestemmingen en huurovereenkomsten; Wet bescherming Antarctica artikelen 19, tweede lid 33 de, de, en; Wet dieren artikelen 2.18a 3.3 tot en met 3.7 artikel 6.2, eerste lid artikel 6.4, eerste lid artikel 7.5, derde lid de,,, al dan niet in samenhang met,, of; Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden artikelen 20, tweede en derde, lid 28, eerste lid, onderdeel e 29 45 71 72 73 75 76 77 78, tweede lid 115 de: de,,,,,,,,,,, en; Wet luchtvaart artikelen 6.60, eerste lid 6.61, tweede lid 6.61a 6.62, tweede lid de, de,,, en; Wet milieubeheer artikelen 10.23 10.60, zesde lid, onder a en onder b 15.53 de, de– voor zover aangeduid als strafbare feiten – ,, in verbinding met onderdeel a, en zevende lid, onder a, onder b, in verbinding met onderdeel a, en onder c en; Wet van 13 mei 1993, Stb. 283, tot uitbreiding en wijziging van de Wet milieubeheer (afvalstoffen) artikel VII de,, voor zover het betreft gemeentelijke verordeningen, vastgesteld krachtens artikel 2 van de Afvalstoffenwet; Wet vervoer gevaarlijke stoffen artikelen 47 48, tweede lid de: deen; Wet voorkoming verontreiniging door schepen artikel 12, tweede lid, onderdeel c de,. 2025 349 13-11-2025 29-10-2025 36776 2025 350 13-11-2025 10-11-2025 01-01-2026 2023 377 27-11-2023 26-10-2023 36269 2023 377 27-11-2023 26-10-2023 36269 01-01-2026
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 1, onder 1° en 2° a artikel 1, onder 1° en 2° De economische delicten, bedoeld in, en, zijn misdrijven, voor zover zij opzettelijk zijn begaan; voor zover deze economische delicten geen misdrijven zijn, zijn zij overtredingen. 2 artikel 15, tweede lid, van de Distributiewet Distributiewet artikel 2 van de Wet uitvoering Internationaal Energieprogramma In afwijking van het eerste lid zijn overtredingen van voorschriften, gesteld krachtens, overtredingen, terwijl overtredingen van andere voorschriften, gesteld krachtens de, overtredingen zijn, voor zover deze wet in werking is getreden op grond van. 3 artikel 1, onder 3° De economische delicten, bedoeld in, zijn misdrijven of overtredingen, al naar gelang zij in de desbetreffende voorschriften als misdrijf dan wel als overtreding zijn gekenmerkt. 4 artikel 1, onder 4° a artikel 1, onder 3° De economische delicten, bedoeld in, en, zijn overtredingen. 5 artikel 1, onder 5° De economische delicten, bedoeld in, zijn misdrijven. 2004 686 28-12-2004 02-12-2004 29514 2005 118 15-03-2005 23-02-2005 16-03-2005
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Deelneming aan een binnen het Rijk in Europa gepleegd economisch delict is strafbaar ook indien de deelnemer zich buiten het Rijk aan het feit heeft schuldig gemaakt. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Waar in deze wet in het algemeen of in het bijzonder wordt gesproken van een economisch delict, dat een misdrijf oplevert, wordt medeplichtigheid aan en poging tot zodanig delict daaronder begrepen, voor zover niet uit enige bepaling het tegendeel volgt. 1969 232 21-05-1969 9608 1969 232 21-05-1969 9608 30-06-1969
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Tenzij bij de wet anders is bepaald, kunnen ter zake van economische delicten geen andere voorzieningen met de strekking van straf of tuchtmaatregel worden getroffen dan de straffen en maatregelen, overeenkomstig deze wet op te leggen. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Hij, die een economisch delict begaat, wordt gestraft: artikel 23, zevende lid, van het Wetboek van Strafrecht Indien de waarde der goederen, waarmede of met betrekking tot welke het economisch delict is begaan, of die geheel of gedeeltelijk door middel van het economisch delict zijn verkregen, hoger is dan het vierde gedeelte van het maximum der geldboete welke in de gevallen onder 1° tot en met 5° kan worden opgelegd, kan, onverminderd het bepaalde in, een geldboete worden opgelegd van de naast hogere categorie. 1°. artikel 1, onder 1° artikel 1a, onder 1° in geval van misdrijf, voor zover het betreft een economisch delict, bedoeld in, of in, met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren, taakstraf of geldboete van de vijfde categorie; 2°. in geval van een ander misdrijf met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren, taakstraf of geldboete van de vierde categorie; 3°. indien hij van het plegen van het misdrijf als bedoeld onder 2° een gewoonte heeft gemaakt, met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren, taakstraf of geldboete van de vijfde categorie; 4°. artikel 1, onder 1° artikel 1a, onder 1° in geval van overtreding, voor zover het betreft een economisch delict bedoeld in, of in, met hechtenis van ten hoogste een jaar, taakstraf of geldboete van de vierde categorie; 5°. in geval van een andere overtreding, met hechtenis van ten hoogste zes maanden, taakstraf of geldboete van de vierde categorie. 2 artikel 7 artikel 8 Bovendien kunnen de bijkomende straffen, vermeld in, en de maatregelen, vermeld in, worden opgelegd, onverminderd de oplegging, in de daarvoor in aanmerking komende gevallen, van de maatregelen, elders in wettelijke bepalingen voorzien. 3 artikel 15, tweede lid, van de Distributiewet artikelen 10.2 10.3 10.6 tot en met 10.10a 10.10c tot en met 10.10h 10.13 tot en met 10.15 10.16, eerste en tweede lid 10.17 10.18 10.19, eerste en tweede lid 10.19a 10.20 10.21, eerste lid 10.21a 10.24 10.25 10.27, eerste en tweede lid van de Omgevingswet In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid wordt hij, die een voorschrift, gesteld krachtens, of gesteld bij of krachtens de,,,,,,,,,,,,,,,, overtreedt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de eerste categorie. 4 artikelen 2 3, eerste lid, van de Uitvoeringswet verdrag chemische wapens artikel 3, eerste lid, van de Wet precursoren voor explosieven artikelen 2, eerste en derde lid 3 4 van de Uitvoeringswet verdrag biologische wapens artikel 83a van het Wetboek van Strafrecht artikel 83 van dat wetboek In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt hij die een voorschrift overtreedt, gesteld bij of krachtens deen,, dan wel de,en, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien het feit opzettelijk is begaan met een terroristisch oogmerk als bedoeld in, dan wel met het oogmerk om een terroristisch misdrijf als bedoeld invoor te bereiden of gemakkelijk te maken. 2020 172 17-06-2020 12-02-2020 34986 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 87 16-03-2020 19-02-2020 34864 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 Abusievelijk kan de tweede wijzigingsopdracht op dit artikel niet
worden doorgevoerd. 2020 112 09-04-2020 14-03-2020 35133 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is. 2020 310 04-09-2020 08-07-2020 34985 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De bijkomende straffen zijn: a. artikel 28, eerste lid, onder 1°, 2°, 4° en 5° van het Wetboek van Strafrecht ontzetting van de rechten, genoemd in, voor een tijd, de duur der vrijheidsstraf ten minste zes maanden en ten hoogste zes jaren te boven gaande, of, in geval van veroordeling tot geldboete als enige hoofdstraf, voor een tijd van ten minste zes maanden en ten hoogste zes jaren; b. vervallen; c. gehele of gedeeltelijke stillegging van de onderneming van de veroordeelde, waarin het economische delict is begaan, voor een tijd van ten hoogste een jaar; d. a artikel 33van het Wetboek van Strafrecht verbeurdverklaring van de voorwerpen, genoemd in; e. a artikel 33van het Wetboek van Strafrecht verbeurdverklaring van voorwerpen, behorende tot de onderneming van de veroordeelde, waarin het economische delict is begaan, voor zover zij soortgelijk zijn aan en met betrekking tot het delict verband houden met die, genoemd in; f. gehele of gedeeltelijke ontzetting van bepaalde rechten of gehele of gedeeltelijke ontzegging van bepaalde voordelen, welke rechten of voordelen de veroordeelde in verband met zijn onderneming van overheidswege zijn of zouden kunnen worden toegekend, voor een tijd van ten hoogste twee jaren; g. openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. 1998 430 21-07-1998 18-06-1998 24263 1998 623 17-11-1998 09-11-1998 25769 01-01-1999
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a artikel 6, vierde lid artikel 28, eerste lid, onder 3°, van het Wetboek van Strafrecht Bij veroordeling wegens een van de misdrijven omschreven in, kan ontzetting van het invermelde recht worden uitgesproken. 2018 338 05-10-2018 26-09-2018 34746 2018 355 15-10-2018 12-10-2018 16-10-2018
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Maatregelen zijn: a. Titel IIA van het Eerste Boek van het Wetboek van Strafrecht de maatregelen voorzien in; b. onderbewindstelling van de onderneming van de veroordeelde, waarin het economisch delict is begaan, in geval van misdrijf voor een tijd van ten hoogste drie jaren en in geval van overtreding voor een tijd van ten hoogste twee jaren; c. het opleggen van de verplichting tot verrichting van hetgeen wederrechtelijk is nagelaten, tenietdoening van hetgeen wederrechtelijk is verricht en verrichting van prestaties tot het goedmaken van een en ander, alles op kosten van de veroordeelde, voor zover de rechter niet anders bepaalt; d. het opleggen van de verplichting tot het vergoeden van de kosten die ten laste van de staat komen in verband met de vernietiging van voorwerpen die ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving of voor de volksgezondheid en ten aanzien waarvan: 1°. artikel 36b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht de maatregel, bedoeld in, wordt opgelegd; 2°. artikel 36b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht artikel 116, tweede lid, aanhef en onderdeel c, van het Wetboek van Strafvordering de maatregel, bedoeld in, had kunnen worden opgelegd maar waarvan door de veroordeelde afstand is gedaan op de wijze, bedoeld in; of 3°. artikel 117, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering een machtiging tot vernietiging als bedoeld inis verleend, voor zover het voorwerpen betreft die van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang. 2025 333 10-11-2025 29-10-2025 36463 2025 414 09-12-2025 04-12-2025 01-01-2026
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a 1 artikel 8, onder d De maatregel vermeld in, kan op vordering van het openbaar ministerie door de rechter worden opgelegd aan degene die is veroordeeld wegens een economisch delict. 2 Artikel 36e, vijfde lid, vijfde en zesde volzin, van het Wetboek van Strafrecht De rechter kan het te betalen bedrag lager vaststellen dan de kosten, bedoeld in het eerste lid.is van overeenkomstige toepassing. 2021 544 11-11-2021 04-11-2021 35564 2022 204 01-06-2022 17-05-2022 01-07-2022
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 8, onder b, c en d De maatregelen vermeld in, kunnen te zamen met straffen en met andere maatregelen worden opgelegd. 2021 544 11-11-2021 04-11-2021 35564 2022 204 01-06-2022 17-05-2022 01-07-2022
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 8 artikel 7, onder c Bij de uitspraak, waarbij een bijkomende straf of een maatregel, als vermeld in, wordt opgelegd, worden, voor zoveel nodig, alle bijzonderheden en gevolgen naar behoefte geregeld, daaronder begrepen bij onderbewindstelling de benoeming van een of meer bewindvoerders. Bij oplegging van een bijkomende straf als vermeld in, kan bovendien worden bevolen, dat de veroordeelde hem van overheidswege ten behoeve van zijn onderneming verstrekte bescheiden inlevert; in zijn onderneming aanwezige voorraden onder toezicht verkoopt; en zijn medewerking verleent bij inventarisatie van die voorraden. 2 artikelen 6:4:9 6:6:26 van het Wetboek van Strafvordering Onverminderd het bepaalde in deenkan de rechter die de bijkomende straf of maatregel heeft opgelegd, na ontvangst van een vordering van het openbaar ministerie of op verzoek van de veroordeelde bij latere beslissing alsnog een regeling geven als vorenbedoeld, dan wel in de reeds gegeven regeling wijziging brengen of terzake een aanvullende regeling geven. De behandeling van de zaak vindt plaats met gesloten deuren; de uitspraak geschiedt in het openbaar. De beslissing is met redenen omkleed; zij is niet aan enig rechtsmiddel onderworpen. 3 Wij behouden Ons voor, nadere voorschriften te geven ter uitvoering van dit artikel. 2017 82 09-03-2017 22-02-2017 34086 2019 507 24-12-2019 18-12-2019 01-01-2020
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 29 artikel 409 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek Voor zover de rechter niet anders bepaalt, heeft een bewindvoerder, krachtens het voorgaande artikel ofbenoemd, dezelfde rechten en verplichtingen als de bewindvoerder, bedoeld in, en kan zonder zijn machtiging geen ander persoon enige daad van beheer in de onderneming verrichten. 2 Nederlandse Staatscourant Handelsregisterwet 2007 De beschikking tot onderbewindstelling wordt door de griffier van het gerecht in feitelijke aanleg, dat de beschikking heeft gegeven, openbaar gemaakt in deen in één of meer door de rechter aan te wijzen nieuwsbladen. De beschikking tot onderbewindstelling wordt in het handelsregister ingeschreven met toepassing van het krachtens debepaalde. 2007 153 01-05-2007 22-03-2007 30656 2008 242 27-06-2008 18-06-2008 01-07-2008
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 1983 153 12-04-1983 31-03-1983 15012 1983 174 14-04-1983 01-05-1983
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Het recht tot uitvoering van verbeurdverklaring vervalt niet door de dood van de veroordeelde. 2 artikel 8 onder b De invermelde maatregel vervalt door de dood van de veroordeelde. 1983 153 12-04-1983 31-03-1983 15012 1983 174 14-04-1983 01-05-1983
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 De tenuitvoerlegging van een veroordeling tot de betaling van kosten, andere dan die van openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak, geschiedt op de wijze van de tenuitvoerlegging ener veroordeling tot geldboete, met dien verstande, dat geen vervangende vrijheidsstraf wordt toegepast. 2 artikel 8 onder d artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht In afwijking van het eerste lid geschiedt de tenuitvoerlegging van de invermelde maatregel op de wijze van tenuitvoerlegging van de maatregel, bedoeld in. 2021 544 11-11-2021 04-11-2021 35564 2022 204 01-06-2022 17-05-2022 01-07-2022
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 1976 377 23-06-1976 13655 1976 377 23-06-1976 13655 01-09-1976
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Indien aannemelijk is dat iemand die, alvorens in zijn zaak een onherroepelijke uitspraak is gedaan, is overleden, zich heeft schuldig gemaakt aan een economisch delict, kan de rechter bij beschikking op de vordering van het openbaar ministerie: a. de verbeurdverklaring van reeds in beslag genomen voorwerpen uitspreken; artikel 10 vindt overeenkomstige toepassing; b. c ten laste van de boedel van de overledene de in artikel 8, ondervermelde maatregel opleggen. 2 Nederlandse Staatscourant De beschikking wordt door de griffier openbaar gemaakt in deen in een of meer door de rechter aan te wijzen nieuwsbladen, terwijl bovendien een afschrift van de beschikking aan het sterfhuis wordt betekend. 3 Elke belanghebbende kan binnen drie maanden na de in het vorige lid bedoelde openbaarmaking of betekening een bezwaarschrift ter griffie indienen. 4 De officier van justitie wordt gehoord; de belanghebbende wordt gehoord, althans behoorlijk opgeroepen. 5 De rechter geeft een met redenen omklede beslissing; deze is niet aan enig rechtsmiddel onderworpen. 6 a Nederlandse Staatscourant Het in het eerste lid, in de aanhef en onder, in het derde, het vierde en in het vijfde lid, bepaalde geldt mede, indien aannemelijk is, dat een onbekende zich schuldig heeft gemaakt aan een economisch delict. De beschikking wordt door de griffier openbaar gemaakt in deen in één of meer door de rechter aan te wijzen nieuwsbladen. 1993 11 10-12-1992 21504 1993 98 05-02-1993 01-03-1993
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Met de opsporing van economische delicten zijn belast: 1°. artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering de bij of krachtensaangewezen ambtenaren; 2°. de door Onze Minister van Veiligheid en Justitie, in overeenstemming met Onze andere Ministers, wie het aangaat, aangewezen ambtenaren; 3°. de ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane. 2 artikelen 26 33 34 Alle met de opsporing van economische delicten belaste ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de economische delicten, genoemd in de,en. 3 Artikel 142, tweede en vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing op de in het eerste lid, onder 2° en 3°, bedoelde opsporingsambtenaren. 4 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, onder 2°, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 2017 489 15-12-2017 06-12-2017 34720 2018 113 26-04-2018 16-04-2018 01-05-2018
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 De opsporingsambtenaren zijn in het belang van de opsporing bevoegd tot inbeslagneming van daarvoor vatbare voorwerpen voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. Zij kunnen daartoe hun uitlevering vorderen. 2 artikel 7, onder e Voor inbeslagneming van voorwerpen ter verbeurdverklaring uit hoofde van, behoeven zij evenwel de machtiging van de officier van justitie. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 18a — Artikel 18a#
Artikel 18a 1 artikel 8, onderdeel d Ingeval van verdenking van een misdrijf waarvoor een geldboete van de vierde categorie kan worden opgelegd kunnen voorwerpen inbeslaggenomen worden tot bewaring van het recht tot verhaal voor een ter zake van dat misdrijf op te leggen maatregel als bedoeld in. 2 Wetboek van Strafvordering artikel 94a Op inbeslagneming op grond van het eerste lid zijn de bepalingen uit hetdie betrekking hebben op inbeslagneming op grond vanvan dat wetboek, van overeenkomstige toepassing. 2025 333 10-11-2025 29-10-2025 36463 2025 414 09-12-2025 04-12-2025 01-01-2026
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 De opsporingsambtenaren zijn in het belang van de opsporing bevoegd inzage te vorderen van gegevens en bescheiden, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. 2 Zij zijn bevoegd van de gegevens en bescheiden kopieën te maken. 3 Indien het maken van kopieën niet ter plaatse kan geschieden, zijn zij bevoegd de gegevens en bescheiden voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hen af te geven schriftelijk bewijs. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 De opsporingsambtenaren hebben in het belang van de opsporing toegang tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 De opsporingsambtenaren zijn bevoegd in het belang van de opsporing zaken te onderzoeken, aan opneming te onderwerpen en daarvan monsters te nemen, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. 2 Zij zijn bevoegd daartoe verpakkingen te openen. 3 Zij nemen op verzoek van de belanghebbende indien mogelijk een tweede monster, tenzij bij of krachtens wettelijk voorschrift anders is bepaald. 4 Indien het onderzoek, de opneming of de monsterneming niet ter plaatse kan geschieden, zijn zij bevoegd de zaken voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hen af te geven schriftelijk bewijs. 5 De genomen monsters worden voor zover mogelijk teruggegeven. 6 De belanghebbende wordt op zijn verzoek zo spoedig mogelijk in kennis gesteld van de resultaten van het onderzoek, de opneming of de monsterneming. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikelen 1 1a De opsporingsambtenaren zijn bevoegd in het belang van de opsporing vervoermiddelen te onderzoeken met het oog op de naleving van de voorschriften, bedoeld in deen, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. 2 artikelen 1 1a Zij zijn bevoegd in het belang van de opsporing vervoermiddelen waarmee naar hun redelijk oordeel zaken worden vervoerd op hun lading te onderzoeken met het oog op de naleving van de voorschriften, bedoeld in deen, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. 3 artikelen 1 1a Zij zijn bevoegd van de bestuurder van een vervoermiddel inzage te vorderen van de wettelijk voorgeschreven bescheiden met het oog op de naleving van de voorschriften, bedoeld in deen, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. 4 Zij zijn bevoegd met het oog op de uitoefening van deze bevoegdheden van de bestuurder van een voertuig of van de schipper van een vaartuig te vorderen dat deze zijn vervoermiddel stilhoudt en naar een door hen aangewezen plaats overbrengt, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. 5 De kosten van overbrenging komen ten laste van de betrokkene, indien een strafbaar feit wordt vastgesteld. 6 De in dit artikel genoemde bevoegdheden kunnen tevens worden uitgeoefend jegens personen, die zaken vervoeren. 2025 124 14-05-2025 23-04-2025 36638 2025 155 12-06-2025 28-05-2025 01-07-2025
Artikel 23a — Artikel 23a#
Artikel 23a 1 artikelen 18 tot en met 23 artikel 83 van de Kernenergiewet artikel 28, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet artikel 11.1 van de Wet luchtvaart artikel 44 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen Onder de opsporingsambtenaren, bedoeld in de, worden mede begrepen de ambtenaren, die ingevolge,, artikel 30, onder 3°, van de Vogelwet 1936, artikel 8, eerste lid, van de Wet bedreigde uitheemse diersoorten,of, zijn belast met de opsporing van strafbare feiten. 2 Wet vervoer gevaarlijke stoffen titel 6.5 van de Wet luchtvaart artikel 44 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen artikel 11.1 van de Wet luchtvaart artikel 21 Bij de opsporing van overtredingen van voorschriften gesteld bij of krachtens deofkomen de bevoegdheden, genoemd in, slechts toe aan de krachtensof krachtensaangewezen ambtenaren van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en van het militair Korps controleurs gevaarlijke stoffen. 2020 172 17-06-2020 12-02-2020 34986 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 23, vierde lid Onze Minister van Justitie en - na overleg met deze - elk Onzer andere Ministers, wie het aangaat, zijn bevoegd regelen te stellen omtrent de wijze, waarop de vordering tot stilhouden, omschreven in, wordt gedaan. 2 Onze Minister van Justitie en elk Onzer andere Ministers, wie het aangaat, zijn bevoegd te bepalen, dat ter verzekering van de richtige opsporing van economische delicten op openbare land- en waterwegen versperringen worden aangebracht. 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel 24a — Artikel 24a#
Artikel 24a 1 Een ieder is verplicht aan de opsporingsambtenaren binnen de door hen gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kunnen vorderen bij de uitoefening van de hen krachtens deze titel toekomende bevoegdheden. 2 Zij die uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift verplicht zijn tot geheimhouding, kunnen het verlenen van medewerking weigeren, voor zover dit uit hun geheimhoudingsplicht voortvloeit. 3 De opsporingsambtenaren zijn bevoegd op kosten van de overtreder door feitelijk handelen op te treden tegen hetgeen in strijd met de in het eerste lid bedoelde verplichting is of wordt gedaan, gehouden of nagelaten, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 artikel 1 artikel 1a Wetboek van Strafvordering Voor zover daarvan niet in deze wet of de inengenoemde wetten en besluiten is afgeweken, gelden ten aanzien van de opsporing van economische delicten de bepalingen van het. 1995 227 04-05-1995 12-04-1995 23855 1995 259 11-05-1995 08-05-1995 15-05-1995
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Het opzettelijk niet voldoen aan een vordering, krachtens enig voorschrift van deze wet gedaan door een opsporingsambtenaar, is een economisch delict. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen 2004 50 17-02-2004 05-02-2004 29217 2004 50 17-02-2004 05-02-2004 29217 01-05-2004
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 6, derde lid Indien tegen de verdachte ernstige bezwaren zijn gerezen en tevens de belangen, welke door het vermoedelijk overtreden voorschrift worden beschermd, een onmiddellijk ingrijpen vereisen, is de officier van justitie in alle zaken, economische delicten betreffende, met uitzondering van die, bedoeld in, bevoegd, zolang de behandeling ter terechtzitting nog niet is aangevangen, de verdachte bij deze te betekenen kennisgeving als voorlopige maatregel te bevelen: a. zich te onthouden van bepaalde handelingen; b. zorg te dragen, dat in het bevel aangeduide voorwerpen, welke vatbaar zijn voor inbeslagneming, opgeslagen en bewaard worden ter plaatse, in het bevel aangegeven. 2 artikel 10, eerste lid Op de vorengenoemde bevelen is, van overeenkomstige toepassing. 3 De vorengenoemde bevelen verliezen hun kracht door een tijdsverloop van zes maanden en blijven uiterlijk van kracht, totdat de rechterlijke einduitspraak in de zaak, waarin zij zijn gegeven, onherroepelijk is geworden. Zij kunnen tussentijds door de officier van justitie bij aan de verdachte te betekenen kennisgeving worden gewijzigd of ingetrokken of door het gerecht, waarvoor de zaak wordt vervolgd, worden gewijzigd of opgeheven. Het gerecht kan dit doen ambtshalve, of op het verzoek van de verdachte; deze wordt steeds gehoord, althans behoorlijk opgeroepen, tenzij: Het gerecht beslist op een verzoek van de verdachte binnen vijf dagen, nadat het ter griffie is ingediend. 1°. het gerecht reeds aanstonds tot wijziging overeenkomstig het verzoek van de verdachte dan wel tot opheffing besluit; 2°. nog geen twee maanden zijn verstreken sedert op een vorig verzoek van de verdachte van gelijke strekking is beslist. 2011 600 22-12-2011 01-12-2011 32177 2012 408 19-09-2012 13-09-2012 01-01-2013
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 artikel 6, derde lid Indien tegen de verdachte ernstige bezwaren zijn gerezen en tevens de belangen, welke door het vermoedelijk overtreden voorschrift worden beschermd, een onmiddellijk ingrijpen vereisen, kan het gerecht in alle zaken, economische delicten betreffende, met uitzondering van die, bedoeld in, vóór de behandeling ter terechtzitting, op de vordering van het openbaar ministerie, en, indien de zaak te zijner zitting wordt behandeld, mede ambtshalve, als voorlopige maatregel bevelen: a. gehele of gedeeltelijke stillegging van de onderneming van de verdachte, waarin het economische delict wordt vermoed te zijn begaan; b. onderbewindstelling van de onderneming van de verdachte, waarin het economische delict wordt vermoed te zijn begaan; c. gehele of gedeeltelijke ontzetting van bepaalde rechten of gehele of gedeeltelijke ontzegging van bepaalde voordelen, welke rechten of voordelen de verdachte in verband met zijn onderneming van overheidswege zijn of zouden kunnen worden toegekend; d. dat de verdachte zich onthoude van bepaalde handelingen; e. dat de verdachte zorg drage, dat in het bevel aangeduide voorwerpen, welke vatbaar zijn voor inbeslagneming, opgeslagen en bewaard worden ter plaatse, in het bevel aangegeven. 2 artikel 10, eerste lid Op de vorengenoemde bevelen is, van overeenkomstige toepassing. 3 De vorengenoemde bevelen verliezen hun kracht door een tijdsverloop van zes maanden en blijven uiterlijk van kracht totdat de rechterlijke einduitspraak in de zaak, waarin zij zijn gegeven, onherroepelijk is geworden. Zij kunnen door het gerecht, waarvoor de zaak wordt vervolgd, eenmaal met ten hoogste zes maanden worden verlengd en worden gewijzigd of opgeheven. Het gerecht kan dit doen ambtshalve, op de vordering van het openbaar ministerie en, voor wat betreft wijziging of opheffing van de bevelen, tevens op het verzoek van de verdachte; deze wordt steeds gehoord, althans behoorlijk opgeroepen, tenzij: Het gerecht beslist op een verzoek van de verdachte binnen vijf dagen, nadat het ter griffie is ingediend. 1°. het gerecht reeds aanstonds tot wijziging overeenkomstig het verzoek van de verdachte dan wel tot opheffing besluit; 2°. nog geen twee maanden zijn verstreken sedert op een vorig verzoek van de verdachte van gelijke strekking is beslist. 2011 600 22-12-2011 01-12-2011 32177 2012 408 19-09-2012 13-09-2012 01-01-2013
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 artikelen 28 29 Van de in deenbedoelde rechterlijke bevelen en beschikkingen kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen en de verdachte binnen veertien dagen na de betekening in beroep komen bij het gerechtshof. 2 Het hof beslist zo spoedig mogelijk. De verdachte wordt gehoord, althans behoorlijk opgeroepen. 1991 663 27-11-1991 21241 1992 116 13-03-1992 01-05-1992
Artikel 30a — Artikel 30a#
Artikel 30a 1 Van de beschikking van het hof kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen en de verdachte binnen veertien dagen na de betekening beroep in cassatie instellen. 2 De verdachte is, op straffe van niet-ontvankelijkheid, verplicht binnen een maand na het instellen van dat beroep bij de Hoge Raad der Nederlanden door een advocaat een schriftuur te doen indienen, houdende zijn middelen van cassatie. 3 Artikel 57 is van overeenkomstige toepassing. 4 De Hoge Raad beslist zo spoedig mogelijk. 1991 663 27-11-1991 21241 1992 116 13-03-1992 01-05-1992
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 artikelen 28 29 30 30a De in de,,enbedoelde bevelen en beschikkingen zijn dadelijk uitvoerbaar. Zij worden onverwijld aan de verdachte betekend. 1969 232 21-05-1969 9608 1969 232 21-05-1969 9608 30-06-1969
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 Indien de zaak eindigt hetzij zonder oplegging van straf of maatregel, hetzij met oplegging van een zodanige straf of maatregel, dat de opgelegde voorlopige maatregel als onevenredig hard moet worden beschouwd, kan het gerecht, op verzoek van de gewezen verdachte of van zijn erfgenamen, hem of zijn erfgenamen een geldelijke tegemoetkoming ten laste van de Staat toekennen voor de schade, welke hij ten gevolge van de opgelegde voorlopige maatregel werkelijk heeft geleden. Tot deze toekenning is bevoegd het gerecht in feitelijke aanleg, waarvoor de zaak tijdens de beëindiging daarvan werd vervolgd of anders het laatst werd vervolgd. 2 artikelen 533, derde en vierde lid 534 535 536 van het Wetboek van Strafvordering De,,enzijn van overeenkomstige toepassing. 3 Indien de gewezen verdachte na het indienen van zijn verzoek of na de instelling van hoger beroep overleden is, geschiedt de toekenning ten behoeve van zijn erfgenamen. 2017 82 09-03-2017 22-02-2017 34086 2019 507 24-12-2019 18-12-2019 01-01-2020
Artikel 32a — Artikel 32a#
Artikel 32a artikel 131a van het Wetboek van Strafvordering Waar in deze titel de bevoegdheid wordt gegeven tot het horen van personen, isvan overeenkomstige toepassing. 2005 388 02-08-2005 16-07-2005 29828 2006 609 07-12-2006 28-11-2006 01-01-2007
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 artikel 7, onder a, c of f artikel 8 artikel 10 Het opzettelijk handelen of nalaten in strijd met een bijkomende straf, als bedoeld in, een maatregel, als vermeld in, een regeling, als bedoeld in, of een voorlopige maatregel, of het ontduiken van zodanige bijkomende straf, maatregel, regeling of voorlopige maatregel is een economisch delict. 1969 232 21-05-1969 9608 1969 232 21-05-1969 9608 30-06-1969
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Het opzettelijk, al dan niet door middel van een ander, onttrekken van vermogensbestanddelen aan verhaal of tenuitvoerlegging van een krachtens deze wet opgelegde straf, maatregel of voorlopige maatregel is een economisch delict. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 artikelen 33 34 Rechtshandelingen in strijd met het bepaalde in deenzijn nietig. 2 Op de nietigheid kan geen beroep worden gedaan ten nadele van hem, die van de oplegging van de straf, de maatregel of de voorlopige maatregel onkundig was, tenzij hij ernstige reden had het bestaan er van te vermoeden. 3 Ten aanzien van de echtgenoot of geregistreerde partner, de bloed- of aanverwanten tot in de derde graad en de personen in dienst van degene, te wiens laste de straf, de maatregel of de voorlopige maatregel is uitgesproken, wordt aangenomen, dat zij ernstige reden hebben gehad de oplegging van de straf, de maatregel of de voorlopige maatregel te vermoeden, behoudens tegenbewijs. 1997 660 23-12-1997 17-12-1997 25407 1997 746 29-12-1997 19-12-1997 01-01-1998
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 artikel 257a van het Wetboek van Strafvordering Bij toepassing vankan tevens de aanwijzing worden gegeven dat wordt verricht hetgeen wederrechtelijk is nagelaten, tenietgedaan hetgeen wederrechtelijk is verricht en dat prestaties tot het goedmaken van een en ander worden verricht, alles op kosten van de verdachte, voor zover niet anders wordt bepaald. 2 artikel 257c, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering Indien de verdachte een rechtspersoon is, behoeft deze, in afwijking van, slechts onder bijstand van een raadsman te worden gehoord als de strafbeschikking betalingsverplichtingen uit hoofde van geldboete en schadevergoedingsmaatregel bevat welke afzonderlijk of gezamenlijk meer belopen dan € 10 000. 2006 330 18-07-2006 07-07-2006 29849 2008 4 10-01-2008 21-12-2007 01-02-2008 Artikel XI van Stb. 2006/330 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Vervallen 2006 330 18-07-2006 07-07-2006 29849 2012 177 26-04-2012 24-04-2012 01-05-2012
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 artikel 52 van Wet op de rechterlijke organisatie De kennisneming van economische delicten in eerste aanleg is bij uitsluiting opgedragen aan de rechtbank. Economische delicten worden behandeld en beslist door de economische kamers van de rechtbank, bedoeld in. 2 De kennisneming van economische delicten met betrekking tot de Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik en inhoudende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie (PbEU 2014 L 173) in eerste aanleg is bij uitsluiting opgedragen aan de Rechtbank Amsterdam. 2016 297 10-08-2016 15-07-2016 34455 2016 297 10-08-2016 15-07-2016 34455 11-08-2016
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 artikel 52 van de Wet op de rechterlijke organisatie De economische kamers van de rechtbank, bedoeld in, behandelen en beslissen ook zaken betreffende strafbare feiten die geen economische delicten zijn, indien de rechtbank bevoegd is tot kennisneming van die strafbare feiten en die strafbare feiten zijn begaan in samenhang met een of meer economische delicten, en die strafbare feiten ten laste zijn gelegd samen met een of meer van die economische delicten. 2 Berechting door een andere dan de economische kamer is mogelijk indien economische delicten zijn begaan in samenhang met een of meer strafbare feiten, niet zijnde economische delicten waarvan de rechtbank bevoegd is kennis te nemen en die economische delicten ten laste zijn gelegd samen met een of meer van die andere strafbare feiten. 2004 215 25-05-2004 13-05-2004 28958 2004 275 24-06-2004 17-06-2004 01-07-2004
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Vervallen 1992 278 03-06-1992 21967 1992 299 17-06-1992 01-07-1992
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Vervallen 1957 534 18-12-1957 4777 1957 534 18-12-1957 4777 31-01-1958
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Vervallen 1957 534 18-12-1957 4777 1957 534 18-12-1957 4777 31-01-1958
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Vervallen 2012 313 13-07-2012 12-07-2012 32891 2012 314 13-07-2012 12-07-2012 01-01-2013
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Vervallen 1983 276 15-06-1983 17744 1983 276 15-06-1983 17744 18-07-1983
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 artikel 38 De bepalingen van deze titel brengen geen wijziging in de bevoegdheden van de kinderrechter, behoudens het bepaalde in. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 De behandeling door de raadkamer vindt plaats in het openbaar. 1993 591 08-11-1993 22584 1993 591 08-11-1993 22584 01-01-1994
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering In afwijking in zoverre van het bepaalde inkan voor de dagvaarding betreffende een economisch delict worden volstaan met een korte aanduiding van het feit, dat te laste wordt gelegd, met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse het begaan zou zijn. 1986 206 23-04-1986 18802 1986 206 23-04-1986 18802 19-05-1986
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 artikelen 367 tot en met 381 398, onder 2°, van het Wetboek van Strafvordering Op het rechtgeding voor de economische politierechter zijn de, alsmedevan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat: 1°. artikel 376, eerste lid in afwijking van, indien de dagvaarding enkel inhoudt een korte aanduiding en vermelding als bedoeld in het vorige artikel, de officier van justitie ter terechtzitting bij de aanvang van het onderzoek mondeling of, na voorlezing, schriftelijk nadere opgave van het feit kan doen en alsdan tot die nadere opgave verplicht is, indien naar het oordeel van de rechter de verdachte door die enkele aanduiding en vermelding in zijn verdediging benadeeld zou worden; 2°. schorsing van het onderzoek eveneens geschiedt, indien de officier van justitie uitstel verzoekt voor het doen van nadere opgave van het feit. 2 artikel 47 Het bepaalde in het eerste lid, onder 1°-2°, vindt overeenkomstige toepassing, indien bij dagvaarding voor de meervoudige kamer is volstaan met een korte aanduiding en vermelding als bedoeld in. 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Waar deze wet voorziet in de mogelijkheid van een verzoek van de verdachte, de erfgenamen van de verdachte of de veroordeelde aan de rechter of aan het gerecht, kan een schriftelijk verzoek langs elektronische weg worden gedaan met behulp van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen elektronische voorziening. 2022 345 07-09-2022 22-08-2022 36003 2022 364 21-09-2022 16-09-2022 01-10-2022
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Vervallen 1975 342 26-06-1975 11072 1975 694 15-12-1975 01-01-1976
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 Vervallen 1999 467 16-11-1999 28-10-1999 26027 2000 271 04-07-2000 21-06-2000 01-10-2000
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 artikel 64 van de Wet op de rechterlijke organisatie De economische kamers van de gerechtshoven, bedoeld in, behandelen en beslissen uitsluitend zaken waarin door de economische kamers van de rechtbanken vonnis is gewezen. 2001 584 18-12-2001 06-12-2001 27878 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 1 In zaken betreffende economische delicten treedt als raadkamer een economische kamer op. 2 De behandeling door de raadkamer vindt plaats in het openbaar. 1993 591 08-11-1993 22584 1993 591 08-11-1993 22584 01-01-1994
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 De economische kamers kunnen ook zitting houden buiten de plaats, waar de zetel van het hof gevestigd is. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 Artikel 49 is van overeenkomstige toepassing. 2016 90 03-03-2016 17-02-2016 34090 2016 432 25-11-2016 15-11-2016 01-12-2016
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 Vervallen 1999 467 16-11-1999 28-10-1999 26027 2000 271 04-07-2000 21-06-2000 01-10-2000
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 Vervallen 1999 467 16-11-1999 28-10-1999 26027 2000 271 04-07-2000 21-06-2000 01-10-2000
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 In overleg met Onze Minister van Justitie kunnen lichamen met een publieke taak belast, hiertoe bevoegd verklaard door een Onzer andere Ministers, wie het aangaat, ten dienste van de opsporing, vervolging en berechting van economische delicten ambtenaren benoemen, die het contact onderhouden met het openbaar ministerie. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 58a — Artikel 58a#
Artikel 58a 1 artikelen 1 1a Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van een doelmatige handhaving regels worden gesteld over de samenwerking van de personen en instanties die belast zijn met de opsporing van economische delicten onderling en met de bestuursorganen die belast zijn met de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de in deengenoemde wetten. 2 De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen onder meer betrekking hebben op het volgens een strategie en programma uitoefenen van bevoegdheden tot opsporing van overtredingen van nader aangeduide wettelijke voorschriften en de afstemming daarvan met de uitoefening van bevoegdheden ten behoeve van de bestuursrechtelijke handhaving. 3 Over de uitoefening van de taken en bevoegdheden in het kader van de samenwerking, bedoeld in het eerste lid, overlegt Onze Minister van Veiligheid en Justitie regelmatig gezamenlijk met Onze Minister(s) die het mede aangaat, het openbaar ministerie en de bestuursorganen, bedoeld in het eerste lid. 2015 521 21-12-2015 09-12-2015 33872 2016 139 13-04-2016 01-04-2016 14-04-2016
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 Wet financiële betrekkingen buitenland 1994 Van de ambtenaren van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst zijn degenen, die daartoe door Onze Minister van Justitie zijn aangewezen, hulpofficier van justitie ten aanzien van het voorbereidende onderzoek naar de overtredingen der voorschriften gesteld bij of krachtens de. 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 1 Staatsblad Het Besluit berechting economische delicten (No. E 135) wordt ingetrokken. 2 artikel 1 artikel 1, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht Zaken, betreffende overtredingen van de voorschriften, genoemd in, op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet bij een kantonrechter, een arrondissements-rechtbank, een gerechtshof of de Hoge Raad der Nederlanden aanhangig, worden, onverminderden het vierde lid van dit artikel, afgedaan volgens de tot op dat tijdstip geldende regelen. 3 Zaken, op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet bij een tuchtrechter voor de prijzen aanhangig, worden bij de arrondissements-rechtbank opnieuw aanhangig gemaakt. Is echter de behandeling door de tuchtrechter zover gevorderd, dat nog slechts een einduitspraak behoeft te worden gedaan, dan doet de tuchtrechter uitspraak met inachtneming van de regelen, geldende tot evengenoemd tijdstip. 4 artikel 1 Voor zover zaken betreffende overtredingen van voorschriften, genoemd in, op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet nog niet in hoger beroep aanhangig zijn, geschiedt behandeling in hoger beroep bij uitsluiting door het gerechtshof binnen welks rechtsgebied de rechter bevoegd was, die in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan. 5 Met betrekking tot de tenuitvoerlegging van uitspraken van tuchtrechters voor de prijzen treedt in de plaats van de tuchtrechter voor de prijzen het openbaar ministerie bij de rechtbank van het arrondissement, waarin de tuchtrechter bevoegd was. 6 a b c a artikel 7, eerste lid, onderscheidenlijk onderenvan deze wet De ingevolge het Besluit berechting economische delicten opgelegde bijkomende straffen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, II, onderen, van dit besluit, worden geacht te zijn bijkomende straffen, als bedoeld in; zij worden geacht te zijn opgelegd krachtens deze wet. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 Vervallen 1999 194 27-05-1999 19-04-1999 25392 1999 198 27-05-1999 19-05-1999 01-06-1999
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 1 Staatsblad Het Besluit voorlopige tuchtmaatregelen voedselvoorziening (, No. F 284) wordt ingetrokken. 2 Titels IV V De voorlopige tuchtmaatregelen, op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet van kracht, worden gehandhaafd. Het bepaalde in deenis op deze maatregelen van toepassing, met dien verstande, dat: a. voorlopige tuchtmaatregelen, bevolen door een ambtenaar voor de tuchtrechtspraak, worden geacht te zijn bevolen door de officier van justitie bij de rechtbank van het arrondissement, waarin de ambtenaar voor de tuchtrechtspraak bevoegd was; b. voorlopige tuchtmaatregelen, bevolen door een tuchtrechter voor de voedselvoorziening, worden geacht te zijn bevolen door de rechtbank van het arrondissement, waarin de tuchtrechter bevoegd was; c. voorlopige tuchtmaatregelen, bevolen door het Centraal College voor de Tuchtrechtspraak, worden geacht te zijn bevolen door het gerechtshof binnen welks rechtsgebied de tuchtrechter bevoegd was, die in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 1 Staatsblad De wet van 24 Mei 1947, tot opneming van de mogelijkheid van voorlopige maatregelen ter zake van overtreding van prijsvoorschriften (No. H 156) wordt ingetrokken. 2 Titels IV V De voorlopige maatregelen, op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet van kracht, worden, gedurende hoogstens zes maanden nadat zij zijn genomen, gehandhaafd. Het bepaalde in deenis overigens op deze maatregelen van toepassing. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 Bevat wijziging in andere regelgeving. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 Bevat wijziging in andere regelgeving. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 Bevat wijziging in andere regelgeving. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 Bevat wijziging in andere regelgeving. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 Bevat wijziging in andere regelgeving. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 Bevat wijziging in andere regelgeving. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 Bevat wijziging in andere regelgeving. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 Bevat wijziging in andere regelgeving. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 Bevat wijziging in andere regelgeving. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 Bevat wijziging in andere regelgeving. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 Bevat wijziging in andere regelgeving. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 Bevat wijziging in andere regelgeving. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 Bevat wijziging in andere regelgeving. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 Bevat wijziging in andere regelgeving. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 Bevat wijziging in andere regelgeving. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 Bevat wijziging in andere regelgeving. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 Bevat wijziging in andere regelgeving. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 Bevat wijziging in andere regelgeving. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 Bevat wijziging in andere regelgeving. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 Bevat wijziging in andere regelgeving. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 Bevat wijziging in andere regelgeving. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 Bevat wijziging in andere regelgeving. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 Bevat wijziging in andere regelgeving. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 1 Deze wet treedt in werking op een nader door Ons te bepalen tijdstip, dat voor onderscheidene groepen van economische delicten en voor onderscheidene voorschriften verschillend kan zijn. 2 Zij kan worden aangehaald als 'Wet op de economische delicten'. 1950 K 258 22-06-1950 603 1951 91 03-04-1951 603 01-05-1951