Wet van 10 juli 1952, tot bescherming van de bevolking tegen de gevolgen van oorlogsgeweld
- BWB-id
- BWBR0002096
- Type
- Wet
- Ministerie
- Algemene Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1986-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002096
- ELI
- /eli/nl/wet/1952/wet-bescherming-bevolking
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1952/wet-bescherming-bevolking/1986-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002096&g=1986-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002096&z=2026-06-06&g=1986-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002096/1986-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1952/wet-bescherming-bevolking
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Vervallen. 2 artikel 7 Hij wijst in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat ondernemingen en openbare nutsbedrijven aan, ter bescherming waarvan hij bevelen kan geven op de voet van. 1986 312 11-06-1986 19394 1986 313 12-06-1986 01-07-1986
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 4, tweede lid Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan in het belang van de bescherming van bedrijven, aangewezen op de voet van, bevelen geven aan ondernemingen en openbare nutsbedrijven. 2 Een bevel, als bedoeld in het vorige lid, wordt niet gegeven dan in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat en na overleg met de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken aan te wijzen centrale organisaties van ondernemers dan wel, indien het overheidsbedrijven betreft, met de besturen dier bedrijven, tenzij zulks in verband met de vereiste spoed niet kan geschieden. In dit laatste geval wordt van het bevel onverwijld mededeling gedaan aan Onze Minister wie het mede aangaat en aan de aangewezen organisaties of besturen. 1952 404 10-07-1952 2419 1952 404 10-07-1952 2419 21-08-1952
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 Overtreding van hetgeen krachtens artikel 5 of 7 door Ons of Onze Minister van Binnenlandse Zaken, dan wel krachtens artikel 13 door de burgemeester of - bij toepassing van artikel 14 - door het kringbestuur is bepaald, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van ten hoogste vijfduizend gulden. 2 Indien het feit is gepleegd in de tijd, waarin de bescherming van de bevolking geheel of ten dele in staat van paraatheid is, worden de in het vorige lid gestelde maxima verdubbeld. 3 Dit feit is een overtreding. 1970 666 17-12-1970 8841 1970 666 17-12-1970 8841 17-02-1971