Wet van 10 juli 1952, ter verzekering van het beschikbaar blijven van goederen voor het geval van oorlog, oorlogsgevaar, daaraan verwante of daarmede verband houdende buitengewone omstandigheden
- BWB-id
- BWBR0002098
- Type
- Wet
- Ministerie
- Algemene Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2021-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002098
- ELI
- /eli/nl/wet/1952/wet-beschikbaarheid-goederen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1952/wet-beschikbaarheid-goederen/2021-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002098&g=2021-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002098&z=2026-06-06&g=2021-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002098/2021-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1952/wet-beschikbaarheid-goederen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Deze wet verstaat onder: a. goederen: hetgeen artikel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek daar onder verstaat; b. rechthebbenden: personen en lichamen die een recht hebben ten aanzien van een goed dan wel de bezitter of houder van een goed zijn; c. artikel 2 artikel 2a bevel: een last, gegeven krachtensof. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Ieder van Onze Ministers is, indien dit naar zijn oordeel noodzakelijk is ter verzekering van het beschikbaar blijven van goederen ter voorbereiding op noodsituaties, bevoegd aan de rechthebbende bij algemeen of bijzonder bevel te gelasten: a. in of aan een goed, dan wel in de toestand waarin of de plaats waar het zich bevindt, of in de wijze waarop het wordt gebruikt, zonder door of vanwege die Minister verleende vergunning geen veranderingen of geen, bij het bevel omschreven veranderingen aan te brengen noch toe te laten, dat dit door anderen geschiedt; b. in of aan een goed, dan wel in de toestand waarin of de plaats waar het zich bevindt, of in de wijze waarop het wordt gebruikt, de bij het bevel omschreven veranderingen aan te brengen of toe te laten, dat zulks door of vanwege die Minister geschiedt; c. een goed niet te verbruiken of te verwerken zonder een door of vanwege die Minister verleende vergunning; d. zorg te dragen voor een doeltreffend onderhoud van een goed. 2 Het bevel kan bepalingen inhouden omtrent de plaats en de tijd waarop aan het bevel moet worden voldaan. De plaats waarop aan het bevel moet worden voldaan, kan ook buiten het Rijk zijn gelegen. 3 Een bevel wordt niet gegeven dan in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat. Indien het algemeen belang zulks dringend eist kan Onze voornoemde Minister bij voorraad zijn instemming verlenen voor groepen van gevallen. 4 De rechthebbende op een goed, ten aanzien waarvan een bevel is gegeven, is verplicht van dit bevel kennis te geven aan zijn rechtsopvolger. 5 Een bevel is mede van kracht voor de volgende rechthebbenden op de in het bevel begrepen goederen. 6 afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek artikel 4, eerste lid artikel 4, tweede lid Nederlandse Staatscourant Voor zover het registergoederen betreft, doet Onze Minister die het bevel heeft gegeven, de beschikking waarbij het bevel wordt gegeven, zo spoedig mogelijk inschrijven in de openbare registers, bedoeld in. Indien, toepassing heeft gevonden en het bevel namens een Onzer Ministers is gegeven, doet de gemachtigde persoon de beschikking zo spoedig mogelijk tezamen met de machtiging inschrijven. Het bepaalde in de tweede zin is van overeenkomstige toepassing in gevallen als bedoeld in, met dien verstande dat de ter inschrijving aangeboden beschikking vermeldt de dagtekening van de beschikking waarbij de betrokken persoon als gemachtigde is aangewezen alsmede de datum en het nummer van dewaarin die beschikking is bekend gemaakt dan wel het tijdstip waarop door middel van de radio-omroep de machtiging van de betrokken persoon is bekend gemaakt. Artikel 24, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a 1 artikel 2, eerste lid Ieder van Onze Ministers is, indien dit naar zijn oordeel noodzakelijk is in het belang van de voorbereiding of de nakoming van bevelen als in, bedoeld, bevoegd aan de rechthebbende bij algemeen of bijzonder bevel te gelasten om een goed tot het ondergaan van een onderzoek naar zijn toestand of geschiktheid tijdelijk ter beschikking te stellen van degene die het bevel geeft. 2 Artikel 2, tweede lid, eerste volzin, vierde, vijfde en zesde lid , is van toepassing. 3 Van ieder krachtens het eerste lid gegeven bevel wordt een afschrift gezonden aan Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel 2b — Artikel 2b#
Artikel 2b Een door Onze Minister van Defensie ten behoeve van de uitvoering van de militaire taak gegeven bevel heeft voorrang boven een door een van Onze andere Ministers gegeven bevel, ook al was dit laatste eerder gegeven. 2004 686 28-12-2004 02-12-2004 29514 2005 118 15-03-2005 23-02-2005 16-03-2005
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Staatscourant De bekendmaking van een algemeen bevel of van de wijziging of intrekking daarvan geschiedt door plaatsing in de. 2 artikel 3:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Indien de bekendmaking van een bijzonder bevel niet kan geschieden op de wijze als voorzien in, geschiedt zij door toezending of uitreiking aan de burgemeester van de gemeente waar het goed zich bevindt; deze doet het stuk op een plaats binnen de gemeente in bewaring houden. 2020 262 17-07-2020 01-07-2020 35218 2021 176 09-04-2021 01-04-2021 01-07-2021
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2, eerste lid a artikel 2, eerste lid Ieder, die op de voet van, of, is aangewezen om namens Onze Minister een bevel of bevelen te geven, moet voorzien zijn van een algemene of bijzondere schriftelijke machtiging, waaruit blijkt gedurende welke termijn de lasthebber daartoe bevoegd is. 2 Nederlandse Staatscourant De eis, in het vorige lid gesteld, geldt niet in spoedeisende gevallen, mits het besluit, waarbij personen zijn aangewezen, die bevoegd zijn namens een Onzer Ministers te gelasten, in deof door middel van de radio-omroep bekend gemaakt is. 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Indien ingevolge een bevel de rechthebbenden schade lijden, worden zij ten laste van het Rijk schadeloos gesteld overeenkomstig door Ons bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen. 2 De bedragen der schadeloosstellingen worden, zo mogelijk, door of namens Onze Minister, die het bevel heeft gegeven of doen geven, en de in het vorig lid genoemde rechthebbenden in onderling overleg vastgesteld. 3 Aan de rechthebbende, met wie ten aanzien van de schadeloosstelling overeenstemming wordt bereikt, wordt deze terstond tegen kwitantie uitbetaald. Kan de schadeloosstelling niet terstond worden uitbetaald, dan wordt aan de rechthebbende een door hem en door of namens Onze Minister ondertekend bewijs afgegeven, vermeldende: a. Onze Minister, die het bevel heeft gegeven of doen geven; b. de naam, de voornaam, de hoedanigheid en de woonplaats van de rechthebbende; c. een omschrijving van het in het bevel begrepen goed, alsmede van de strekking van het bevel; d. het overeengekomen bedrag der schadeloosstelling; e. degene, die het bedrag der schadeloosstelling zal uitbetalen. 1952 407 10-07-1952 2419 1952 407 10-07-1952 2419 21-08-1952
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Aan een rechthebbende, met wie ten aanzien van de schadeloosstelling, geen overeenstemming wordt bereikt, wordt een door of namens Onze Minister, die het bevel heeft gegeven of doen geven, gedagtekend en ondertekend bewijs verstrekt, hetwelk de bedragen vermeldt, die als schadeloosstelling zijn aangeboden, onderscheidenlijk verlangd. 2 De schadeloosstelling wordt alsdan in hoogste ressort vastgesteld door commissiën, welke daartoe door Ons worden ingesteld. 3 De rechthebbende dient bij ongezegeld verzoekschrift zijn vordering tot het bedrag, waarop hij meent recht te hebben, binnen twee maanden, na verzending van het in het eerste lid vermelde bewijs, bij de bevoegde commissie in. Indien de rechthebbende niet binnen deze termijn een verzoekschrift heeft ingediend, kan Onze Minister, die het bevel heeft gegeven of doen geven, een verzoekschrift tot vaststelling van de schadeloosstelling in hoogste ressort bij de bevoegde commissie indienen. 4 Wij stellen bij algemene maatregel van bestuur regelen vast over de samenstelling, benoeming, werkwijze en bevoegdheid der commissiën. 5 De overeenkomstig het tweede lid vastgestelde schadeloosstelling wordt terstond betaalbaar gesteld. 1952 407 10-07-1952 2419 1952 407 10-07-1952 2419 21-08-1952
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 2 a Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtensof 2zijn belast de bij besluit van Onze Ministers wie het aangaat aangewezen personen. 2 Staatscourant Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de. 3 artikelen 5:18 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheden, genoemd in deen. 4 De toezichthouder is bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner. 5 artikel 2 van de Algemene wet op het binnentreden Een machtiging als bedoeld inkan worden gegeven door Onze Minister, die een bevel heeft gegeven of doen geven. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Onze Minister, die een bevel heeft gegeven of doen geven, is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen. 2 Het personeel van degene tot wie het bevel gericht is, is verplicht de diensten te verrichten die ter uitvoering van het bevel worden gevorderd door degene die met de uitvoering van de in het eerste lid genoemde bestuursdwang belast is. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaar of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft hij die opzettelijk: a. artikel 2 een krachtensgegeven bevel niet nakomt; b. artikel 2, vierde lid met betrekking tot zodanig bevel, overtreedt; c. artikel 8, eerste lid de nakoming van zodanig bevel of van een in verband met zodanig bevel krachtens, getroffen maatregel verhindert of belemmert; d. artikel 8, tweede lid een in verband met zodanige maatregel krachtens, van hem gevorderde dienst niet verleent. 2 Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft hij, aan wiens schuld te wijten is: a. artikel 2 het niet nakomen van een krachtensgegeven bevel; b. artikel 2, vierde lid het overtreden met betrekking tot zodanig bevel van; c. artikel 8, eerste lid het verhinderen of belemmeren van de nakoming van zodanig bevel of van een in verband met zodanig bevel krachtens, getroffen maatregel; d. artikel 8, tweede lid het niet verlenen van een in verband met zodanige maatregel krachtens, van hem gevorderde dienst. 3 Met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft hij die: a. a artikel 2 een krachtensgegeven bevel niet nakomt; b. artikel 2, vierde lid met betrekking tot zodanig bevel, overtreedt; c. artikel 8, eerste lid de nakoming van zodanig bevel of van een in verband met zodanig bevel krachtens, getroffen maatregel verhindert of belemmert; d. artikel 8, tweede lid een in verband met zodanige maatregel krachtens, van hem gevorderde dienst niet verleent. 4 De in het eerste en het tweede lid strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven; de in het derde lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. 1988 77 11-02-1988 19803 1988 172 20-04-1988 30-04-1988
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 1976 377 23-06-1976 13655 1976 377 23-06-1976 13655 01-09-1976
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 9 artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering artikelen 179 tot en met 182 184 van het Wetboek van Strafrecht Met de opsporing van de instrafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd, belast de daartoe door of vanwege een van Onze Ministers aangewezen ambtenaren. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van feiten, strafbaar gesteld in deen, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf. 2 Staatscourant Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de. 3 artikelen 5:13 5:15 5:16 5:17 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht De,,,enzijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde ambtenaren. 4 artikel 9 De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd bij het opsporen van de instrafbaar gestelde feiten, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner. 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 1967 377 30-06-1967 8538 1967 377 30-06-1967 8538 09-08-1967
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 De maatregelen, krachtens deze wet genomen, blijven zonder gevolg, voorzover zij onverenigbaar zijn met maatregelen, krachtens enige andere wet genomen ten behoeve van de uitvoering van de militaire taak. 2004 686 28-12-2004 02-12-2004 29514 2005 118 15-03-2005 23-02-2005 16-03-2005
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Deze wet wordt aangehaald als: Wet beschikbaarheid goederen. 2004 686 28-12-2004 02-12-2004 29514 2005 118 15-03-2005 23-02-2005 16-03-2005