Wet van 10 juli 1952, houdende voorzieningen aangaande de verplaatsing van bevolking voor het geval van oorlog, oorlogsgevaar, daaraan verwante of daarmede verband houdende buitengewone omstandigheden
- BWB-id
- BWBR0002097
- Type
- Wet
- Ministerie
- Algemene Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2023-04-20
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002097
- ELI
- /eli/nl/wet/1952/wet-verplaatsing-bevolking
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1952/wet-verplaatsing-bevolking/2023-04-20
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002097&g=2023-04-20
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002097&z=2026-06-06&g=2023-04-20
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002097/2023-04-20
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1952/wet-verplaatsing-bevolking
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Deze wet begrijpt onder: verplaatsing van bevolking: de gehele of gedeeltelijke ontruiming van een gebied en de daaruit voortvloeiende afvoer, huisvesting en verzorging van bevolking en de daarmede samenhangende registratie, alsmede de voorbereidingen hiertoe; Onze Ministers: Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en van Defensie gezamenlijk. 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 1997 172 29-04-1997 23-04-1997 01-05-1997 De artikelen 2a, 2b, 2c, 2e, 3, 4, 5, eerste lid, 6, 7, eerste
lid, en 8, eerste lid, gezamenlijk of afzonderlijk, kunnen
volgens artikel 7, eerste lid en artikel 8, eerste lid van de
Coördinatiewet uitzonderingstoestanden in beperkte en in
algemene noodtoestand in werking worden gesteld.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikelen 7, eerste lid, en 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden artikelen 2a 2b 2c 2e 3 4 5, eerste lid 6 7, eerste lid 8, eerste lid Onverminderd dekunnen, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de,,,,,,,,, en, gezamenlijk of afzonderlijk in werking worden gesteld. 2 Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen, wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer gezonden omtrent het voortduren van de werking van de bij dat besluit in werking gestelde bepalingen. 3 Wordt het voorstel van wet door de Staten-Generaal verworpen, dan worden bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, onverwijld buiten werking gesteld. 4 Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, worden bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, buiten werking gesteld, zodra de omstandigheden dit naar Ons oordeel toelaten. 5 Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt op de daarin te bepalen wijze bekendgemaakt. Het treedt in werking terstond na de bekendmaking. 6 Staatsblad Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt in ieder geval geplaatst in het. 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 1997 172 29-04-1997 23-04-1997 01-05-1997 De artikelen 2a, 2b, 2c, 2e, 3, 4, 5, eerste lid, 6, 7, eerste
lid, en 8, eerste lid, gezamenlijk of afzonderlijk, kunnen
volgens artikel 7, eerste lid en artikel 8, eerste lid van de
Coördinatiewet uitzonderingstoestanden in beperkte en in
algemene noodtoestand in werking worden gesteld.
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a Dit artikel is nog niet in werking gesteld; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking worden gesteld. Onze Ministers kunnen verplaatsing van de bevolking gelasten in het belang van haar veiligheid, van de instandhouding van het maatschappelijk leven of van de uitoefening van de taak van de krijgsmacht. 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 1997 172 29-04-1997 23-04-1997 01-05-1997
Artikel 2b — Artikel 2b#
Artikel 2b Dit artikel is nog niet in werking gesteld; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking worden gesteld. Onze Commissaris in de provincie of de burgemeester kunnen krachtens een algemene of bijzondere machtiging van Onze Ministers in het belang van de veiligheid van de bevolking of van de instandhouding van het maatschappelijk leven verplaatsing van bevolking gelasten. 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 1997 172 29-04-1997 23-04-1997 01-05-1997
Artikel 2c — Artikel 2c#
Artikel 2c Artikel is door Stb. 2024/157 buiten werking gesteld m.i.v. 27 juni 2024. Deze wet is tevens van toepassing op volksverplaatsingen op grote schaal, welke niet het gevolg zijn van een last tot verplaatsing. 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 1997 172 29-04-1997 23-04-1997 01-05-1997 Artikel is door Stb. 2024/157 buiten werking gesteld m.i.v. 27
juni 2024. Artikel was in werking gesteld door Stb. 2022/133. Inwerkingstelling duurde voort door Stb. 2023/127.
Artikel 2d — Artikel 2d#
Artikel 2d Dit artikel is nog niet in werking gesteld; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking worden gesteld. artikel 2a 2b Indienofwordt toegepast in geval van rampen, alsmede van dreigend gevaar voor het ontstaan daarvan, treedt Onze Minister van Binnenlandse Zaken in de bevoegdheden, welke deze wet aan Onze Ministers toekent. 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 1997 172 29-04-1997 23-04-1997 01-05-1997
Artikel 2e — Artikel 2e#
Artikel 2e Dit artikel is nog niet in werking gesteld; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking worden gesteld. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorlopige voorzieningen worden getroffen, welke naar Ons oordeel in verband met de verplaatsing van bevolking noodzakelijk zijn. In bedoelde voorzieningen kan van de bevoegdheden die in andere wettelijke bepalingen aan andere overheidsorganen zijn toegekend, worden afgeweken. 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 1997 172 29-04-1997 23-04-1997 01-05-1997
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 Onze Ministers, en indien deze de verplaatsing van bevolking gelasten, Onze Commissaris in de provincie en de burgemeester kunnen bepalen, welk gebied voor ontruiming in aanmerking komt, wie verplicht is dit te verlaten en wie verplicht is tot achterblijven. 2 Onze Ministers of de door hen aangewezen autoriteiten bepalen, welk gebied voor opneming van de te verplaatsen bevolking in aanmerking komt. 1952 406 10-07-1952 2419 1952 406 10-07-1952 2419 21-08-1952
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Artikel is door Stb. 2024/157 buiten werking gesteld m.i.v. 27 juni 2024. 1 artikel 2a artikel 2b De burgemeester is, voorzover uit deze wet niet het tegendeel blijkt, in zijn gemeente belast met de uitvoering van een krachtensofgelaste verplaatsing van bevolking. 2 Indien het de ontruiming en de afvoer betreft kunnen Onze Ministers en indien het de huisvesting en verzorging betreft kan Onze Minister van Binnenlandse Zaken aanwijzingen geven of doen geven aan de burgemeester met betrekking tot diens in het vorige lid omschreven taak of daarover bij ministeriële regeling regels stellen. 2023 127 19-04-2023 05-04-2023 36081 2023 127 19-04-2023 05-04-2023 36081 20-04-2023 Artikel is door Stb. 2024/157 buiten werking gesteld m.i.v. 27
juni 2024. Artikel was in werking gesteld door Stb. 2022/133. Inwerkingstelling duurde voort door Stb. 2023/127.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Dit lid is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit lid in werking treden. De burgemeester kan in zijn gemeente met betrekking tot de verplaatsing van bevolking bij verordening gedragsregels en andere voorschriften vaststellen. Hij kan in bijzondere gevallen bevelen geven. 2 De verordeningen worden bekendgemaakt door plaatsing in het gemeenteblad en worden voor zoveel nodig ook op een andere door de burgemeester te bepalen wijze algemeen bekendgemaakt. Zij worden terstond aan Onze Commissaris in de provincie medegedeeld. 3 De verordeningen kunnen, voor zover zij met de wetten of het algemeen belang strijden, door Ons worden geschorst binnen een maand, nadat zij ter kennis van Onze Commissaris in de provincie zijn gebracht. Indien het algemeen belang zulks dringend eist kan Onze Commissaris in de provincie overgaan tot voorlopige buitenwerkingstelling voor ten hoogste veertien dagen; alsdan doet hij hiervan onmiddellijk mededeling aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken. 4 De verordeningen kunnen in de gevallen, bedoeld in het derde lid, door Ons worden vernietigd. 5 artikelen 274 280 van de Gemeentewet Stb Detot en met(. 1992, 96) zijn van toepassing. 6 Bevelen worden, indien mogelijk, schriftelijk gegeven. 2020 262 17-07-2020 01-07-2020 35218 2021 176 09-04-2021 01-04-2021 01-07-2021
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 De burgemeester van een geheel of ten dele te ontruimen gemeente kan voor elk transport van af te voeren bevolking een of meer transportleiders aanwijzen. Gelijke bevoegdheid komt toe aan de door Onze Ministers aangewezen autoriteiten, indien bij de afvoer de grenzen van de gemeente van ontruiming worden overschreden. 2 De transportleiders staan onder de bevelen van de burgemeester, indien bij de afvoer de grenzen van de gemeente van ontruiming niet worden overschreden. In het andere geval staan zij, indien daartoe aanleiding bestaat, onder de bevelen van de door Onze Ministers aangewezen autoriteiten. 3 De transportleiders zijn belast met het handhaven van de orde in het transport en kunnen met het oog daarop bevelen geven. 1952 406 10-07-1952 2419 1952 406 10-07-1952 2419 21-08-1952
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Dit lid is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit lid in werking treden. De burgemeester kan ten behoeve van verplaatste en te verplaatsen personen hetzij het beschikbaar stellen in gebruik van woonruimte, gebouwen en andere onderkomens, zo nodig met inventaris, hetzij onderbrenging, al of niet met onderhoud, vorderen. De vordering kan in werking treden zodra de beslissing daartoe is bekendgemaakt op de daarbij bepaalde wijze. 2 Onderbrenging in de zin van deze wet omvat het beschikbaar stellen in gebruik van vertrekken met nachtligging, meubilair, alsmede verwarming en verlichting of plaats in een verwarmd en verlicht vertrek, ter keuze van de bewoner. Onderhoud in de zin van deze wet omvat het verschaffen van spijs en drank. 3 Van iedere vordering wordt zo spoedig mogelijk een schriftelijk bewijs, waarin de aard, de omvang en de tijdsduur van de vordering omschreven zijn, uitgereikt aan de belanghebbende, zijnde degene, die krachtens recht van eigendom, bezit, gebruik of uit anderen hoofde de woonruimte of de goederen die in de vordering begrepen zijn, in gebruik heeft. 4 artikel 16 Indien de tijdsduur van een vordering meer bedraagt dan drie dagen kan de rechthebbende daartegen beroep instellen bij de commissie, bedoeld in. 5 Onze Minister van Binnenlandse Zaken stelt nadere regelen vast omtrent de toepassing van de eerste twee leden. 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Dit lid is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit lid in werking treden. Onze Minister van Binnenlandse Zaken of een door deze aangewezen autoriteit kan in het belang van de volksgezondheid, dan wel met het oog op de gezondheid, de leeftijd of het gedrag van de verplaatste persoon, aan deze, en zo nodig ook aan degenen die met hem samenwonen, een bijzondere verblijfplaats aanwijzen en het verblijf aldaar aan voorschriften onderwerpen. 2 artikel 17 Tegen deze aanwijzing en voorschriften kan beroep worden ingesteld bij de commissie, bedoeld in. 3 Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de huisvesting en de verzorging van de personen, aan wie krachtens het eerste lid een bijzondere verblijfplaats is aangewezen. 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gegeven omtrent: a. de registratie van verplaatste personen; b. de terugkeer van verplaatste personen. 1952 406 10-07-1952 2419 1952 406 10-07-1952 2419 21-08-1952
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Uit de openbare kas worden geen kosten vergoed, voortvloeiende uit de verplaatsing van bevolking, voor zover in de volgende leden niet anders is bepaald. 2 De kosten van vervoer kunnen geheel of gedeeltelijk voor rekening van het Rijk komen. 3 artikel 7 artikel 16 De gemeente, waar het gebruik, de onderbrenging of het onderhoud krachtens een vordering, als bedoeld in, plaats vindt, verstrekt een door de burgemeester vastgestelde vergoeding aan degene, van wie gevorderd is. Deze vergoeding komt ten laste van degene te wiens behoeve de vordering heeft plaats gehad. Tegen de vastgestelde vergoeding kan degene van wie gevorderd is, alsmede degene te wiens behoeve gevorderd is beroep instellen bij de commissie, bedoeld in. 4 artikel 8 In geval van onmacht tot het geheel of gedeeltelijk dragen van de kosten van de huisvesting en de verzorging, waaronder mede worden verstaan de kosten van de in het vorige lid bedoelde vergoeding, komen deze kosten ten laste van de gemeente, waar de huisvesting en de verzorging geschieden, dan wel bij toepassing van, ten laste van het Rijk. 5 De kosten, door de gemeente of het Rijk gemaakt bij de toepassing van het vorige lid, kunnen worden verhaald op degene te wiens behoeve zij gemaakt zijn, en, voor zover dit niet mogelijk blijkt, op hen die ingevolge de wet tot onderhoud van dezelve verplicht zijn, de echtgenoot onderscheidenlijk geregistreerde partner daaronder begrepen. 6 Onze Minister van Binnenlandse Zaken stelt, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën regelen vast omtrent de toepassing van de leden 2-5. 2020 262 17-07-2020 01-07-2020 35218 2021 176 09-04-2021 01-04-2021 01-07-2021
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 b artikel 193, onder, van de Gemeentewet De kosten voor de gemeente, voortvloeiende uit de verplaatsing van bevolking zijn verplichte uitgaven in de zin van. 1993 610 11-11-1993 22893 1993 610 11-11-1993 22893 01-01-1994
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 2023 127 19-04-2023 05-04-2023 36081 2023 127 19-04-2023 05-04-2023 36081 20-04-2023
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 1997 63 20-02-1997 06-02-1997 24749 1997 63 20-02-1997 06-02-1997 24749 21-02-1997 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 1997 63 20-02-1997 06-02-1997 24749 1997 63 20-02-1997 06-02-1997 24749 21-02-1997 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 2023 127 19-04-2023 05-04-2023 36081 2023 127 19-04-2023 05-04-2023 36081 20-04-2023
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 7 artikel 10, derde lid Gedeputeerde Staten stellen een commissie in, welke in hoogste ressort beslist op beroep tegen vorderingen, als bedoeld inen tegen vastgestelde vergoedingen, als bedoeld in. 2 De leden van de commissie worden benoemd, geschorst en ontslagen door Gedeputeerde Staten. 3 Zo nodig stellen Gedeputeerde Staten meer dan één commissie in. In dat geval bepalen zij het rechtsgebied van elke commissie. 4 Gedeputeerde Staten stellen nadere regelen vast omtrent de samenstelling en de werkwijze van de vorenbedoelde commissies. 5 De kosten van de commissies komen ten laste van het Rijk. 1952 406 10-07-1952 2419 1952 406 10-07-1952 2419 21-08-1952
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 8 Wij stellen een commissie in, welke in hoogste ressort beslist op beroep tegen aanwijzingen en voorschriften, als bedoeld in. 2 De leden van de commissie worden benoemd, geschorst en ontslagen door Ons. 3 Zo nodig stellen Wij meer dan één commissie in. In dat geval bepalen Wij het rechtsgebied van elke commissie. 4 Onze Minister van Binnenlandse Zaken stelt nadere regelen vast omtrent de samenstelling en de werkwijze van de vorenbedoelde commissies. 1952 406 10-07-1952 2419 1952 406 10-07-1952 2419 21-08-1952
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikelen 16 17 artikelen 6 8 artikel 6 De burgemeester en de door deze aangewezen personen, de leden der commissies van beroep, bedoeld in deen, de autoriteiten, bedoeld in deen, benevens de transportleiders, bedoeld in, hebben toegang tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. Zo nodig verschaffen zij zich toegang met behulp van de sterke arm. 2 artikel 2 van de Algemene wet op het binnentreden Stb. Een machtiging tot binnentreden als bedoeld in(1994, 572) kan worden gegeven door de commissaris van de Koning. 3 De personen, bedoeld in het eerste lid, kunnen zich bij het betreden door andere personen doen vergezellen. 2023 127 19-04-2023 05-04-2023 36081 2023 127 19-04-2023 05-04-2023 36081 20-04-2023
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikelen 3 5 6 7 8 Overtreding van het bij of krachtens een der,,,enbepaalde wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie. 2 Dit feit is een overtreding. 1988 77 11-02-1988 19803 1988 172 20-04-1988 30-04-1988
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikelen 3 5 6 7 8 Opzettelijke overtreding van het bij of krachtens een der,,,enbepaalde wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier maanden of geldboete van de derde categorie. 2 Dit feit is een misdrijf. 1988 77 11-02-1988 19803 1988 172 20-04-1988 30-04-1988
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 9 Overtreding van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in, voor zover uitdrukkelijk als strafbaar feit in de zin van deze wet aangeduid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie. 2 Dit feit is een overtreding. 1988 77 11-02-1988 19803 1988 172 20-04-1988 30-04-1988
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 1976 377 23-06-1976 13655 1976 377 23-06-1976 13655 01-09-1976
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering artikel 6, vierde lid Met het opsporen van de feiten, bij of krachtens deze wet strafbaar gesteld, zijn, behalve de ambtenaren, aangewezen bij, belast de overige militairen van het wapen der Koninklijke Marechaussee, en de door de burgemeester aangewezen personen in dienst der gemeente, alsook voor wat betreft het niet nakomen van een bevel, als bedoeld in, de transportleiders. 1993 725 09-12-1993 23088 1994 27 13-01-1994 07-01-1994 01-04-1994
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 1997 172 29-04-1997 23-04-1997 01-05-1997 De artikelen 2a, 2b, 2c, 2e, 3, 4, 5, eerste lid, 6, 7, eerste
lid, en 8, eerste lid, gezamenlijk of afzonderlijk, kunnen
volgens artikel 7, eerste lid en artikel 8, eerste lid van de
Coördinatiewet uitzonderingstoestanden in beperkte en in
algemene noodtoestand in werking worden gesteld.
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Vervallen 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 1997 172 29-04-1997 23-04-1997 01-05-1997 De artikelen 2a, 2b, 2c, 2e, 3, 4, 5, eerste lid, 6, 7, eerste
lid, en 8, eerste lid, gezamenlijk of afzonderlijk, kunnen
volgens artikel 7, eerste lid en artikel 8, eerste lid van de
Coördinatiewet uitzonderingstoestanden in beperkte en in
algemene noodtoestand in werking worden gesteld.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Vervallen 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 1997 172 29-04-1997 23-04-1997 01-05-1997 De artikelen 2a, 2b, 2c, 2e, 3, 4, 5, eerste lid, 6, 7, eerste
lid, en 8, eerste lid, gezamenlijk of afzonderlijk, kunnen
volgens artikel 7, eerste lid en artikel 8, eerste lid van de
Coördinatiewet uitzonderingstoestanden in beperkte en in
algemene noodtoestand in werking worden gesteld.
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 1997 172 29-04-1997 23-04-1997 01-05-1997 De artikelen 2a, 2b, 2c, 2e, 3, 4, 5, eerste lid, 6, 7, eerste
lid, en 8, eerste lid, gezamenlijk of afzonderlijk, kunnen
volgens artikel 7, eerste lid en artikel 8, eerste lid van de
Coördinatiewet uitzonderingstoestanden in beperkte en in
algemene noodtoestand in werking worden gesteld.
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 De maatregelen, krachtens deze wet genomen, blijven zonder gevolg, voorzover zij onverenigbaar zijn met maatregelen, krachtens enige andere wet genomen ten behoeve van de militaire verdediging. 1955 86 24-02-1955 3431 1955 86 24-02-1955 3431 21-04-1955
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Deze wet kan worden aangehaald als "Wet verplaatsing bevolking". 1955 86 24-02-1955 3431 1955 86 24-02-1955 3431 21-04-1955