Wet van 18 juni 1953, houdende regeling inzake de inkwartiering en het onderhoud van militairen en de transporten en leverantiën voor de legers en verdedigingswerken
- BWB-id
- BWBR0002111
- Type
- Wet
- Ministerie
- Defensie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2015-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002111
- ELI
- /eli/nl/wet/1953/inkwartieringswet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1953/inkwartieringswet/2015-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002111&g=2015-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002111&z=2026-06-06&g=2015-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002111/2015-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1953/inkwartieringswet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Defensie; b. militairen: de leden van de zee-, land- en luchtstrijdkrachten van het Koninkrijk, alsmede van die der met het Koninkrijk verbonden mogendheden voor zover zij zich te eniger tijd op het grondgebied van Nederland bevinden of last ontvangen hebben zich op weg daarheen te begeven; c. legers: de zee-, land- en luchtstrijdkrachten van het Koninkrijk, alsmede die der met het Koninkrijk verbonden mogendheden voor zover zij zich te eniger tijd op het grondgebied van Nederland bevinden of last ontvangen hebben zich op weg daarheen te begeven; d. inwoners: zowel de natuurlijke personen en de rechtspersonen, welke in de gemeente gevestigd zijn, als die, welke buiten die gemeente gevestigd zijn doch in die gemeente de beschikking over of het gebruik van goederen hebben, ten aanzien waarvan een vordering krachtens deze wet kan plaats hebben. 1988 21 04-02-1988 20271 1988 22 04-02-1988 12-02-1988
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 In deze wet worden onder militairen mede verstaan: a. zij die blijkens regeling van Onze Minister uit de aard van hun betrekking moeten geacht worden bij de legers te behoren; b. zij die zich op weg bevinden teneinde zich voor de werkelijke dienst aan te melden; c. zij die zich op weg bevinden teneinde een onderzoek te ondergaan naar hun geschiktheid voor de militaire dienst, dan wel ter plaatse van het onderzoek moeten overnachten; d. zij die zich op weg bevinden teneinde militaire goederen in ontvangst te nemen, in te leveren of te doen onderzoeken; e. b, c d zij die na afloop van de onderofgenoemde verrichtingen huiswaarts keren. 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Inkwartiering en onderhoud omvat: het beschikbaarstellen in gebruik van onroerende zaken, het beschikbaarstellen in gebruik of in eigendom van roerende zaken, alsmede het verrichten van enkele diensten ten behoeve van: de legering, voeding en overige materiële verzorging van militairen; de onderbrenging van materieel en voorraden; het onderhoud en herstel van materieel, kleding en uitrusting; het inrichten en onderhouden van bureaux en andere lokaliteiten ten behoeve van de dienst; de stalling, voeding en overige verzorging van paarden. 2 Bij algemene maatregel van bestuur wordt omschreven wat in bepaalde gevallen aan inkwartiering en onderhoud moet worden verschaft. 1989 490 25-10-1989 19077 1991 607 03-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Transporten omvatten: het vervoeren of doen vervoeren te land, te water of door de lucht, met tot het doel geschikte middelen van vervoer, van militairen en goederen, behorende tot dan wel bestemd voor de legers en verdedigingswerken, alsmede het inladen, overladen en uitladen van die goederen. 1953 305 18-06-1953 2610 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Leverantiën omvatten: het beschikbaarstellen in gebruik of in eigendom van roerende zaken van allerlei aard, ten behoeve van de legers en verdedigingswerken. 1989 490 25-10-1989 19077 1991 607 03-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a 1 artikelen 7, eerste lid, en 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden Onverminderd dekunnen, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de artikelen 28, 29 en 35 in werking worden gesteld. 2 Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen, wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer gezonden omtrent het voortduren van de werking van de bij dat besluit in werking gestelde bepalingen. 3 Wordt het voorstel van wet door de Staten-Generaal verworpen, dan worden bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, onverwijld buiten werking gesteld. 4 Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, worden bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, buiten werking gesteld, zodra de omstandigheden dit naar Ons oordeel toelaten. 5 Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt op de daarin te bepalen wijze bekendgemaakt. Het treedt in werking terstond na de bekendmaking. 6 Staatsblad Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt in ieder geval geplaatst in het. 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 1997 172 29-04-1997 23-04-1997 01-05-1997 De artikelen 28, 29 en 35 kunnen volgens artikel 7, eerste lid
en artikel 8, eerste lid van de Coördinatiewet
uitzonderingstoestanden in beperkte en in algemene noodtoestand
in werking worden gesteld.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Ter voorziening in de behoeften aan inkwartiering, onderhoud, transporten en leverantiën anders dan in buitengewone omstandigheden kunnen degenen, die daartoe door Onze Minister zijn aangewezen, een aanvraag richten tot de burgemeester van de gemeente. Onze Minister bepaalt in hoeverre daarbij bescheiden moeten worden getoond. 2 De burgemeester voldoet aan de aanvraag met inachtneming van de bepalingen van dit hoofdstuk, hetzij door beschikbaarstelling vanwege de gemeente, hetzij door vordering van de inwoners. 3 Staatscourant Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de. 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 1997 172 29-04-1997 23-04-1997 01-05-1997 De artikelen 28, 29 en 35 kunnen volgens artikel 7, eerste lid
en artikel 8, eerste lid van de Coördinatiewet
uitzonderingstoestanden in beperkte en in algemene noodtoestand
in werking worden gesteld.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De vorderingen, in het voorgaande artikel bedoeld, geschieden onder uitreiking van een schriftelijk bewijs, waarvan het model door Onze Minister wordt vastgesteld. 2 In geen geval mogen van militaire zijde rechtstreeks van de inwoners verstrekkingen worden geëist. 1953 305 18-06-1953 2610 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Stb. Wanneer uit hoofde van een geschil tussen de burgemeester en degene, die de aanvraag als bedoeld in artikel 6 deed, omtrent het gevolggeven aan die aanvraag voor een der partijen geldelijk nadeel mocht zijn ontstaan, komt dit ten laste van de gemeente of het Rijk, al naar mate bij Onze beslissing van het geschil van bestuur, op de wijze voorgeschreven bij de wet van 21 December 1861no. 129, de burgemeester of de aanvrager in het ongelijk wordt gesteld, onverminderd de mogelijkheid van verhaal door iedere partij op de persoon, die voor haar gehandeld heeft, zo diens handelingen daartoe termen opleveren. 1953 305 18-06-1953 2610 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 7, eerste lid Klachten van inwoners over onbillijke behandeling bij een vordering van inkwartiering, onderhoud, transporten of leverantiën, kunnen binnen zes weken na de uitreiking van het schriftelijk bewijs, bedoeld inschriftelijk bij burgemeester en wethouders worden ingediend. 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De beslissing ingevolge het vorige artikel door burgemeester en wethouders te nemen houdt in dat, ten aanzien van geheel of gedeeltelijk gegrond bevonden klachten, de klager in dezelfde mate van de vordering van inkwartiering, onderhoud, transporten of leverantiën wordt vrijgesteld als blijken mocht, dat hij daarmede ten onrechte is bezwaard geweest. 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Het doen van verstrekkingen ingevolge de bepalingen van dit hoofdstuk geeft recht op schadeloosstelling overeenkomstig de volgende leden van dit artikel. 2 Indien de verstrekking bestaat uit het beschikbaarstellen van goederen hebben recht op schadeloosstelling: de eigenaar, de beperkt gerechtigde, de pachter, de huurder en de huurkoper van die goederen, voorzover zij dientengevolge schade hebben geleden. 3 Onze Minister is bevoegd, met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen richtlijnen, tarieven voor de schadeloosstelling voor te schrijven. Indien en voor zover tarieven zijn voorgeschreven, zal de burgemeester dienovereenkomstig de schadeloosstelling vaststellen. 4 Zo geen tarieven zijn voorgeschreven, stelt de burgemeester het bedrag der schadeloosstelling vast met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen richtlijnen. 5 Tegen de door de burgemeester overeenkomstig het vierde lid van dit artikel vastgestelde schadeloosstelling, kan de rechthebbende op de schadeloosstelling beroep instellen bij de Commissaris van de Koning, die in hoogste ressort het bedrag der schadeloosstelling bepaalt. 6 De krachtens de voorgaande leden vastgestelde schadeloosstellingen worden voor rekening van het Rijk door de gemeente betaald. 2014 540 22-12-2014 26-11-2014 33771 2014 541 22-12-2014 15-12-2014 01-01-2015
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 De aanvraag tot inkwartiering en onderhoud kan slechts strekken tot: a. het beschikbaarstellen in gebruik van gebouwen of gedeelten van gebouwen, met of zonder verstrekking van nachtligging, meubilair, verwarming en verlichting, voor de huisvesting van militairen; b. het beschikbaarstellen in gebruik van vertrekken met nachtligging, meubilair, alsmede verwarming en verlichting of plaats in een verwarmd en verlicht vertrek, ter keuze van de inwoner, voor de huisvesting van militairen, met of zonder verstrekking van spijs en drank; c. het beschikbaarstellen in gebruik van terreinen voor de legering van militairen; d. het verschaffen van spijzen en dranken, het bereiden van spijzen en dranken of het verschaffen van gereedschappen tot het bereiden en nuttigen van spijzen en dranken; e. het beschikbaarstellen in gebruik of in eigendom van nachtlegergoederen, brandstoffen of andere roerende zaken ten behoeve van de huisvesting en voeding van de militairen; f. het beschikbaarstellen in gebruik van gebouwen of gedeelten van gebouwen voor het inrichten van bureaux, eetzalen, was-, arrestanten- en wachtlokalen, zo nodig met verwarming, verlichting en meubilair; g. het beschikbaarstellen in gebruik van terreinen, gebouwen of gedeelten van gebouwen voor het onderhoud, de onderbrenging of de plaatsing van materieel, de opslag van voorraden en de stalling van paarden. 1989 490 25-10-1989 19077 1991 607 03-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Inkwartiering en onderhoud kan ten gerieve van de inwoners vanwege de gemeente worden verstrekt met middelen waarover de gemeente zelf de beschikking heeft of waaromtrent zij met de inwoners, die bereid zijn zich vrijwillig met inkwartiering en onderhoud te belasten, schikkingen heeft getroffen, mits behoorlijk wordt voldaan aan hetgeen krachtens deze wet moet worden verschaft. 2 Vindt het bepaalde in het eerste lid geen toepassing, dan voorziet de burgemeester in de behoeften aan inkwartiering en onderhoud door vordering van de inwoners. 3 De kosten, welke de gemeente ingevolge het eerste lid heeft moeten maken, worden overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen door het Rijk vergoed. 1953 305 18-06-1953 2610 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Inkwartiering en onderhoud vanwege de gemeente of de inwoners wordt alleen verstrekt voor zover ter plaatse, waar zulks nodig is, door het Rijk niet in de legering en het onderhoud, overeenkomstig de rang van de militair, is voorzien. 2 Bij verblijf in de standplaats en in geval van dienstreis wordt geen inkwartiering en onderhoud verstrekt, voor zover de militairen in hun huisvesting en onderhoud redelijkerwijze zelf kunnen voorzien. 1953 305 18-06-1953 2610 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 De inkwartiering en het onderhoud van militairen, bestemd tot het verlenen van bijstand bij de handhaving van de openbare orde en rust, geschiedt door de zorg van de burgemeester, zoveel mogelijk in overeenstemming met de commandant. 1953 305 18-06-1953 2610 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 In geval van inkwartiering treft de burgemeester met betrekking tot zieke militairen, die niet onmiddellijk naar een voor hun verpleging bestemde inrichting kunnen worden overgebracht, zodanige schikkingen als de goede zorg voor de verpleging vereist. 2 De kosten daarvan worden door het Rijk vergoed. 1953 305 18-06-1953 2610 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 d e artikel 12 onderen De verstrekkingen genoemd inzullen bij voorkeur gevorderd worden van hen, die uit hoofde van hun beroep of bedrijf het best in staat zijn daaraan te voldoen. 1953 305 18-06-1953 2610 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 De inkwartiering en het onderhoud worden, voor zover het belang van de dienst zulks toelaat, bij gelijke beurten onder de inwoners verdeeld. 1953 305 18-06-1953 2610 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Inkwartiering en onderhoud kan niet gevorderd worden indien daardoor gebruik gemaakt zou moeten worden van woonruimte, welke ter beschikking staat van gezinnen, waarin vier of meer minderjarige kinderen of kleinkinderen, tot het gezin behorende, inwonend zijn, waartoe een kraamvrouw of een ernstige zieke behoort, of waarin zich een lijk bevindt. 2 In gebouwen, waarin een besmettelijke ziekte heerst, mag geen inkwartiering en onderhoud plaatshebben. Als besmettelijke ziekten gelden de ziekten die als zodanig bij algemene maatregel van bestuur worden genoemd. 3 Gezinnen zonder mannelijke personen boven de twintig jaren worden niet met inkwartiering van mannelijke militairen belast. 4 Ten aanzien van de inkwartiering van vrouwelijke militairen is Onze Minister bevoegd nadere voorschriften te geven aan de burgemeesters. 1953 305 18-06-1953 2610 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 1991 394 22-05-1991 21437 1991 394 22-05-1991 21437 26-07-1991
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Vervallen 1991 394 22-05-1991 21437 1991 394 22-05-1991 21437 26-07-1991
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 1991 394 22-05-1991 21437 1991 394 22-05-1991 21437 26-07-1991
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 1991 394 22-05-1991 21437 1991 394 22-05-1991 21437 26-07-1991
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 6 Wanneer in de transporten te land, te water of door de lucht niet door het Rijk is voorzien, en ook vanwege de gemeente daarin niet kan worden voorzien met middelen, waarover zijzelf de beschikking heeft of waaromtrent zij te dier zake met de inwoners schikkingen heeft getroffen, geschiedt, op de aanvraag vermeld in, de vordering van de inwoners, doch bij voorkeur van hen die uit hoofde van hun beroep of bedrijf het best in staat zijn aan de vordering te voldoen. 2 De vorderingen mogen niet leiden tot storing in de Rijks-, provinciale of gemeentelijke dienst, de dienst der openbare nutsbedrijven, de geregelde dienst der publieke vervoermiddelen, de openbare eredienst, de geneeskundige verzorging of de lijkbezorging. 3 De kosten, welke de gemeente ingevolge het eerste lid heeft moeten maken, worden overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen door het Rijk vergoed. 1955 390 07-07-1955 2410 1956 390 15-03-1956 4320 01-04-1956
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Bij de vordering van een transport worden plaats en uur van de aanvang, alsmede de bestemming van het transport opgegeven. 2 Mocht het transport geen doorgang vinden, dan wordt niettemin voor het beschikbaarhouden schadeloosstelling, volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen, verleend. 1953 305 18-06-1953 2610 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Indien na het uitbrengen van de vordering blijkt, dat de bestemming van het gehele transport of van een gedeelte daarvan dient te worden gewijzigd, kan dit geschieden door de burgemeester van de gemeente, waar het transport zich alsdan bevindt, of door de hoogste militaire gezagsdrager ter plaatse. 2 Degene, die de bestemming van het transport wijzigt, geeft hiervan een schriftelijk bewijs af aan degene van wie het transport gevorderd is. 1953 305 18-06-1953 2610 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 artikel 6 Leverantiën kunnen op de aanvraag als bedoeld inslechts van de inwoners worden gevorderd in dringende omstandigheden, zoals brand, oproer, watersnood en dergelijke. 1953 305 18-06-1953 2610 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 De door Onze Minister aangewezen officieren van de krijgsmacht van het Koninkrijk zijn bevoegd, met inachtneming van de regels, gesteld door de daartoe aangewezen militaire autoriteit, te voorzien in de behoeften aan inkwartiering, onderhoud, transporten en leverantiën, hetzij door vordering, hetzij in spoedeisende gevallen door ingebruik- of ineigendomneming. Van deze voorzieningen wordt zo spoedig mogelijk een schriftelijk bewijs verstrekt. 2 De voorzieningen zullen, zo dit naar het oordeel van degene die de voorziening treft mogelijk is, getroffen worden na overleg met de burgemeester. 3 Onze Minister voorziet de in het eerste lid bedoelde autoriteit van een instructie. 4 Staatscourant Van een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de. 1992 422 04-06-1992 22061 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 De wijziging is in werking getreden op 1 mei 1997 (Stb. 1997/172).
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 artikel 6 De in het voorgaande artikel bedoelde officieren zijn tevens bevoegd ter voorziening in de behoeften aan inkwartiering, onderhoud, transporten en leverantiën een aanvraag te richten tot de burgemeester, op de wijze als omschreven in. 2 hoofdstuk II artikel 27 De bepalingen vanzijn op deze aanvraag van toepassing met dien verstande dat de vordering van leverantiën niet beperkt is tot de inbedoelde omstandigheden. 1953 305 18-06-1953 2610 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 Abusievelijk is door Stb. 1997/366 artikel 27 gewijzigd i.p.v. 29. De wijziging is in werking getreden op 1 mei 1997 (Stb. 1997/172).
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 artikel 28, eerste lid Ten aanzien van gebouwen en terreinen, waarvan te voorzien is dat deze op grond van, ter voorziening in de behoeften aan inkwartiering en onderhoud, gevorderd zullen worden, kan Onze Minister de volgende voorbereidende maatregelen nemen: a. het keuren van deze gebouwen en terreinen; b. het in bijzondere gevallen treffen van eenvoudige voorzieningen aan deze gebouwen en terreinen; c. b het controleren van deze gebouwen en terreinen alsmede van de onderbedoelde voorzieningen. 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 1997 172 29-04-1997 23-04-1997 01-05-1997 De artikelen 28, 29 en 35 kunnen volgens artikel 7, eerste lid
en artikel 8, eerste lid van de Coördinatiewet
uitzonderingstoestanden in beperkte en in algemene noodtoestand
in werking worden gesteld.
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 De in het voorgaande artikel genoemde maatregelen brengen voor de rechthebbenden ten aanzien van de in dat artikel bedoelde gebouwen en terreinen de verplichting mede te gedogen, dat deze worden betreden en onderzocht door daartoe door Onze Minister aangewezen personen. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 b artikel 30 De ondervangenoemde maatregel brengt voor de rechthebbenden ten aanzien van de voor die voorzieningen in aanmerking komende gebouwen en terreinen de verplichting mede te gedogen, dat daaraan door Onze Minister in bijzondere gevallen eenvoudige voorzieningen worden getroffen. 2 Deze voorzieningen mogen uitsluitend getroffen worden met het doel het gebouw of terrein voor zijn eventuele militaire bestemming geschikt of meer geschikt te maken. Zij mogen nochtans niet van zodanige aard zijn, dat zij het gebruik van het gebouw of het terrein overeenkomstig zijn normale bestemming noemenswaardig belemmeren. 3 De rechthebbenden ten aanzien van het goed zijn verplicht zorg te dragen, dat de voorzieningen niet worden verwijderd of gewijzigd zonder toestemming van Onze Minister. 4 Indien de voorziening bestaat uit het aanbrengen van een goed, dat zonder veel schade verwijderd kan worden, blijft dat goed het eigendom van het Rijk. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 artikel 30 Burgemeester en wethouders zullen, indien zij ambtshalve kennis dragen van veranderingen in of aan door Onze Minister aangewezen gebouwen en terreinen, als bedoeld in, hiervan mededeling doen aan een door Onze Minister aangewezen autoriteit. 2 Te dien einde zal Onze Minister aan burgemeester en wethouders een lijst verstrekken, bevattende een opgave van de in het voorgaande lid bedoelde gebouwen en terreinen, welke binnen de grenzen van hun gemeente zijn gelegen. 1988 21 04-02-1988 20271 1988 22 04-02-1988 12-02-1988
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regelen gesteld ten aanzien van de uitvoering van de bepalingen van deze paragraaf. 1953 305 18-06-1953 2610 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 Onze Minister kan een algemene vordering van leverantiën tot de inwoners richten ter noodzakelijke voorziening in de behoeften van de zee-, land- en luchtstrijdkrachten van het Koninkrijk en van de verdedigingswerken, waarin niet op andere wijze kan worden voorzien. 2 Op de inwoners, tot wie de algemene vordering is gericht, rust de verplichting de gevorderde goederen op een door de Minister aangegeven tijdstip en aangewezen plaats te brengen of te doen brengen. De inwoner, die aan de vordering heeft voldaan, ontvangt daarvan een schriftelijk bewijs. 3 Personen in dienst van inwoners, als bedoeld in het voorgaande lid, zijn verplicht volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen mede te werken, opdat aan de vordering wordt voldaan. 4 De burgemeesters zullen bij de uitvoering van de algemene vordering hun medewerking verlenen volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regelen. 5 Bij de algemene vordering wordt zorg gedragen dat het openbare leven niet meer dan strikt nodig wordt ontwricht. 1988 21 04-02-1988 20271 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 De wijziging is in werking getreden op 1 mei 1997 (Stb. 1997/172). 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 De wijziging is in werking getreden op 1 januari 1998 (Stb. 1997/581).
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 artikel 35 Ten aanzien van goederen, welke in aanmerking komen voor de vordering krachtens, kan Onze Minister de volgende voorbereidende maatregelen nemen: a. het registreren van deze goederen; b. het onderwerpen van deze goederen aan een of meer keuringen; c. het voor vordering aanwijzen van deze goederen; d. c het treffen van voorzieningen aan de krachtens puntaangewezen goederen. 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 1997 172 29-04-1997 23-04-1997 01-05-1997 De artikelen 28, 29 en 35 kunnen volgens artikel 7, eerste lid
en artikel 8, eerste lid van de Coördinatiewet
uitzonderingstoestanden in beperkte en in algemene noodtoestand
in werking worden gesteld.
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 a artikel 36 De ondervanbedoelde maatregel brengt voor een ieder de verplichting mede de inlichtingen te verschaffen, welke door Onze Minister voor de registratie nodig worden geoordeeld en betrekking hebben op het goed. 1988 21 04-02-1988 20271 1988 22 04-02-1988 12-02-1988
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 b artikel 36 De ondervanbedoelde maatregel brengt voor de eigenaar of houder van het goed de verplichting mede hetzelve aanwezig te doen zijn ten tijde en ter plaatse als hem schriftelijk is medegedeeld, en toe te laten dat het goed door daartoe door Onze Minister aangewezen personen wordt onderzocht, of toe te laten dat het goed ter plaatse waar het zich bevindt een zodanig onderzoek ondergaat. Hiertoe is degene, die het goed onder zich heeft, verplicht aan de eigenaar of houder de noodzakelijke medewerking te verlenen en een onderzoek ter plaatse waar het goed zich bevindt toe te laten. 2 Een ieder is verplicht de in het voorgaande lid bedoelde personen desgevraagd alle inlichtingen te verschaffen en alle bescheiden te tonen, welke voor de keuring nodig worden geacht en betrekking hebben op het goed. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 c artikel 36 De ondervanbedoelde aanwijzing wordt aan de eigenaar of houder schriftelijk bekend gemaakt. Deze is alsdan gehouden tot het doen van mededelingen betreffende bij algemene maatregel van bestuur aan te duiden rechtshandelingen of gebeurtenissen, met betrekking tot het goed, aan Onze Minister of aan een door deze aangewezen autoriteit. 1988 21 04-02-1988 20271 1988 22 04-02-1988 12-02-1988
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 d artikel 36 De ondervangenoemde maatregel brengt voor de eigenaar of houder van het goed de verplichting mede te gedogen, dat aan dat goed door Onze Minister voorzieningen worden getroffen. Te dien einde kan de eigenaar of houder worden verplicht hetzelve aanwezig te doen zijn ten tijde en ter plaatse als hem schriftelijk is medegedeeld. Hiertoe is degene, die het goed onder zich heeft, verplicht aan de eigenaar of houder de noodzakelijke medewerking te verlenen. 2 De voorzieningen, in het eerste lid bedoeld, mogen uitsluitend getroffen worden met het doel het goed geschikt of meer geschikt te maken voor zijn eventuele militaire bestemming. Zij mogen nochtans niet van zodanige aard zijn, dat zij het gebruik van het goed overeenkomstig zijn normale bestemming noemenswaardig belemmeren. 3 De eigenaar en de houder van het goed zijn verplicht zorg te dragen, dat de voorzieningen niet worden verwijderd of gewijzigd zonder toestemming van Onze Minister. 4 Indien de voorziening bestaat uit het aanbrengen van een goed, dat zonder veel schade verwijderd kan worden, blijft dat goed het eigendom van het Rijk. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regelen gesteld ten aanzien van de uitvoering van de bepalingen van deze afdeling. 1953 305 18-06-1953 2610 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 artikelen 30 b d 36 onderen Degenen, die door Onze Minister met de uitvoering van de maatregelen, genoemd in deenzijn belast, hebben toegang tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. Zo nodig verschaffen zij zich de toegang met behulp van de sterke arm. 2 artikel 2 van de Algemene wet op het binnentreden artikel 2 van de Algemene wet op het binnentreden Artikel 3 van die wet Stb. Ingeval de beperkte of de algemene noodtoestand is afgekondigd, is het militair gezag, in afwijking van(1994, 572), bevoegd zonder machtiging binnen te treden. Het militair gezag is bevoegd een machtiging als bedoeld inte geven.is niet van toepassing. 3 Behalve ingeval de beperkte of de algemene noodtoestand is afgekondigd, wordt van het voornemen tot het betreden ten minste twee maal vierentwintig uren van te voren schriftelijk kennis gegeven aan degene, die het goed onder zich heeft. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 artikelen 28 35 artikel 28 Het voldoen aan een vordering ingevolge deofalsmede de ingebruik- of ineigendomneming krachtensgeven recht op schadeloosstelling overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling. 2 Indien door een vordering dan wel door een ingebruik- of ineigendomneming, als bedoeld in het voorgaande lid, de beschikking verkregen wordt over goederen, hebben recht op schadeloosstelling: de eigenaar, de beperkt gerechtigde, de pachter, de huurder en de huurkoper van die goederen, voor zover zij dientengevolge schade hebben geleden. 1989 490 25-10-1989 19077 1991 607 03-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 artikel 28 Onze Minister is bevoegd, met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen richtlijnen, tarieven voor de schadeloosstelling voor het voldoen aan vorderingen en voor ingebruik- of ineigendomnemingen krachtensvoor te schrijven. 2 Indien en voor zover tarieven zijn voorgeschreven, zal de commandant van het onderdeel, ten behoeve waarvan de vordering of de ingebruik- of ineigendomneming geschiedde, terstond de schadeloosstelling aan de rechthebbende uitbetalen. Is dit niet mogelijk, dan treft hij maatregelen dat de uitbetaling zo spoedig mogelijk plaats heeft, een en ander met inachtneming van voorschriften door Onze Minister te geven. 3 Schadeloosstellingen, terzake waarvan geen tarieven zijn voorgeschreven, worden vastgesteld en uitgekeerd door Onze Minister met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen. 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel 44a — Artikel 44a#
Artikel 44a 1 Indien een zaak in eigendom is gevorderd, gaat de eigendom over op het tijdstip waarop aan de vordering is voldaan. In geval van ineigendomneming gaat de eigendom over op het tijdstip waarop zij geschiedt. 2 De eigendom gaat over vrij van alle lasten en rechten die met betrekking tot de zaak bestaan, alleen erfdienstbaarheden kunnen erop gevestigd blijven, doch niet dan met goedkeuring door of vanwege het militair gezag. Dijk- en soortgelijke lasten en alle belastingen hoegenaamd, waarmede de gevorderde zaak is bezwaard of die daarvan worden betaald, gaan van de dag van de eigendomsovergang over op de Staat. 3 artikel 28, eerste lid In alle gevallen waarin tengevolge van een vordering dan wel een ineigendomneming krachtens deze wet de eigendom is overgegaan van een zaak die tevens registergoed is, zal door de militaire autoriteit, bedoeld in, zo spoedig mogelijk voor inschrijving van die overgang in de betrokken openbare registers worden zorg gedragen. 4 Artikel 24, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing. 5 De op het ogenblik van de eigendomsovergang op het gevorderde goed rustende hypothecaire inschrijving wordt ambtshalve doorgehaald. 1989 490 25-10-1989 19077 1991 607 03-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 artikel 28 Indien voor het voldoen aan een vordering of voor een ingebruik- of ineigendomneming ingevolgeeen schriftelijk bewijs is afgegeven en aan de rechthebbende binnen twee maanden na dagtekening van dit bewijs geen schadeloosstelling is toegekend en hij evenmin binnen die termijn bericht heeft ontvangen, waaruit blijkt dat de financiële afwikkeling zal worden ter hand genomen, dient hij zich dienaangaande binnen een jaar nadat de bovengenoemde termijn is verstreken, op straffe van verval van het recht op schadeloosstelling, met een verzoekschrift te richten tot Onze Minister. Indien hij echter kan aantonen redelijkerwijs in de onmogelijkheid te hebben verkeerd binnen de gestelde termijn dit verzoekschrift in te dienen, zal de laatstgenoemde termijn een aanvang nemen op de dag waarop deze onmogelijkheid heeft opgehouden te bestaan. 2 Onze Minister is bevoegd in bijzondere gevallen de termijn van een jaar, genoemd in het eerste lid, te verlengen. 1953 305 18-06-1953 2610 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 artikel 28 artikel 44 Indien voor het voldoen aan een vordering of voor een ingebruik- of ineigendomneming ingevolgegeen schriftelijk bewijs is afgegeven en geen directe betaling krachtensheeft plaats gehad, dient de belanghebbende zich zo spoedig mogelijk te wenden tot de burgemeester ter plaatse, onder opgave van een duidelijke omschrijving van hetgeen gevorderd of in gebruik of in eigendom genomen is en zo mogelijk onder vermelding van naam, rang en leger- of marinenummer van de militair, die de vordering deed of in gebruik of in eigendom nam. 2 De militair, in het eerste lid bedoeld, is verplicht zo mogelijk aan de belanghebbende zijn naam, rang en leger- of marinenummer mede te delen en bescheiden te tonen, waarin deze gegevens vermeld zijn. 3 artikel 44 De burgemeester overtuigt zich desnodig en zo mogelijk van de juistheid van de verstrekte gegevens, in het eerste lid bedoeld, en zendt dienaangaande zo spoedig mogelijk bericht aan Onze Minister, die alsdan zorg draagt voor de uitbetaling overeenkomstig. 1953 305 18-06-1953 2610 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 Vervallen 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 1997 172 29-04-1997 23-04-1997 01-05-1997 De artikelen 28, 29 en 35 kunnen volgens artikel 7, eerste lid
en artikel 8, eerste lid van de Coördinatiewet
uitzonderingstoestanden in beperkte en in algemene noodtoestand
in werking worden gesteld.
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 artikel 35 artikel 38 De schadeloosstelling voor het voldoen aan de vordering van leverantiën krachtenszal, gelijktijdig met de inbedoelde keuring of ten tijde van het voldoen aan de vordering, worden vastgesteld en terstond na het voldoen aan de vordering, worden uitgekeerd door Onze Minister met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Abusievelijk wordt door Stb. 1997/510 niet lid 1, maar
de alinea gewijzigd.
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 artikel 35 a b artikelen 30 onderen b d 36 onderen Wij stellen bij algemene maatregel van bestuur regelen, volgens welke schadeloosstelling zal geschieden, indien terzake van het brengen van gevorderde goederen op een aangewezen plaats krachtens, dan wel tengevolge van de in deengenoemde maatregelen, schade is geleden of kosten zijn gemaakt. 1953 305 18-06-1953 2610 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Vervallen 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 Degene die de vordering gedaan heeft is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen. 2 artikel 2 van de Algemene wet op het binnentreden artikel 2 van de Algemene wet op het binnentreden Artikel 3 van die wet Stb. Ingeval de beperkte of de algemene noodtoestand is afgekondigd, is het militair gezag, in afwijking van(1994, 572), bevoegd zonder machtiging binnen te treden. Het militair gezag is bevoegd een machtiging als bedoeld inte geven.is niet van toepassing. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 1 artikel 5:10, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vankan de burgemeester de kosten welke het gevolg zijn van toepassing van bestuursdwang door een militaire autoriteit, op diens schriftelijk verzoek bij dwangbevel invorderen. 2 Bij toepassing van het eerste lid worden de ten laste van de gemeente komende kosten van invordering door het Rijk aan de gemeente vergoed. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 1 Met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie wordt gestraft: a. hij die opzettelijk niet of niet geheel voldoet aan een krachtens deze wet gedane vordering dan wel bewerkt, dat aan een zodanige vordering niet of niet geheel wordt voldaan; b. artikel 28 hij die opzettelijk de ingebruik- of ineigendomneming van een goed krachtensverhindert of belemmert; c. hij die opzettelijk een gevorderd goed in een minder goede staat brengt dan waarin het zich bij de vordering bevond; d. hij die opzettelijk een voor vordering aangewezen goed anders dan door normaal gebruik in een minder goede staat brengt dan waarin het zich bij de aanwijzing bevond; e. hoofdstuk III hij die opzettelijk de uitvoering verhindert of belemmert van een maatregel, welke door Onze Minister krachtens de eerste of tweede afdeling vanwordt getroffen, dan wel een verplichting, welke uit deze afdelingen voortvloeit, niet nakomt of bewerkt dat zij niet wordt nagekomen. 2 artikelen 28 29 35 Indien een van de in het eerste lid strafbaar gestelde feiten wordt begaan, terwijl de,enin werking zijn gesteld, wordt de in het eerste lid bedreigde gevangenisstraf verdubbeld. 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 1 Met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft: a. hij aan wiens schuld te wijten is, dat aan een krachtens deze wet gedane vordering niet of niet geheel wordt voldaan; b. artikel 28 hij aan wiens schuld te wijten is, dat een ingebruik- of ineigendomneming van een goed krachtenswordt verhinderd of belemmerd; c. hoofdstuk III hij aan wiens schuld te wijten is dat een maatregel, welke door Onze Minister krachtens de eerste of tweede afdeling vanwordt getroffen, wordt verhinderd of belemmerd, of dat een verplichting welke uit deze afdelingen voortvloeit niet wordt nagekomen. 2 artikelen 28 29 35 Indien een van de in het eerste lid strafbaar gestelde feiten wordt begaan, terwijl de,enin werking zijn gesteld, wordt de in het eerste lid bedreigde gevangenisstraf verdubbeld. 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 1 Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, opzettelijk het gebruik der openbare wegen of andere openbare middelen van gemeenschap en van de daartoe behorende werken aan militairen of militaire transporten weigert, dan wel dat gebruik verhindert of belemmert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie. 2 artikelen 28 29 35 Ingeval de,enin werking zijn gesteld, is het eerste lid ook van toepassing ten opzichte van niet openbare wegen. 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 1997 172 29-04-1997 23-04-1997 01-05-1997 De artikelen 28, 29 en 35 kunnen volgens artikel 7, eerste lid
en artikel 8, eerste lid van de Coördinatiewet
uitzonderingstoestanden in beperkte en in algemene noodtoestand
in werking worden gesteld.
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 artikel 23 Hij die binnen de door burgemeester en wethouders gestelde termijn de opgave inbedoeld niet doet dan wel een onjuiste of onvolledige opgave verstrekt, wordt gestraft met geldboete van de tweede categorie. 1988 77 11-02-1988 19803 1988 172 20-04-1988 30-04-1988
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 artikelen 53-55 artikel 56 De feiten strafbaar gesteld in deworden beschouwd als misdrijven; het feit strafbaar gesteld inwordt beschouwd als een overtreding. 1953 305 18-06-1953 2610 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 Vervallen 1976 377 23-06-1976 13655 1976 377 23-06-1976 13655 01-09-1976
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 Vervallen 1958 296 01-07-1958 22-05-1958 4034 1959 3 05-01-1959 01-02-1959
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 1 De ingekwartierde, die zich als zodanig schuldig maakt aan ernstige misdragingen, wordt op verzoek van de kwartiergever uit het kwartier verwijderd. 2 artikel 2 De inbedoelde personen, die zich schuldig maken aan de in het voorgaande lid bedoelde misdragingen, worden, voor zover daartegen geen hogere straf is bedreigd, gestraft met hechtenis van ten hoogste veertien dagen of geldboete van de tweede categorie. Het strafbare feit wordt beschouwd als een overtreding. 1988 77 11-02-1988 19803 1988 172 20-04-1988 30-04-1988
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 1 artikel 35 Voor militaire oefeningen, door Ons aangewezen op voordracht van Onze Minister-President, kunnen de bepalingen van het derde hoofdstuk overeenkomstige toepassing vinden. Alsdan kan bij wijze van proef een algemene vordering van leverantiën krachtensworden gehouden, met dien verstande dat slechts in gebruik kan worden gevorderd. 2 Staatscourant Ons daartoe strekkend besluit wordt ten minste tweemaal vier en twintig uren voor het begin van de oefening in debekend gemaakt. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 1 Volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen wordt in daarbij te bepalen gevallen terzake van tijdelijke of blijvende vermindering van arbeidsgeschiktheid of overlijden, als gevolg van het voldoen aan een vordering krachtens deze wet of de medewerking aan het voldoen, een uitkering verstrekt en vergoeding wegens genees- en heelkundige behandeling verleend, indien en voorzover niet uit andere hoofde aanspraak op een dergelijke uitkering en vergoeding bestaat. 2 Bij de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur kunnen een of meer bepalingen van de Pensioenwet voor de landmacht 1922 van overeenkomstige toepassing worden verklaard en kunnen terzake van het gestelde in het eerste lid bevoegdheden worden verleend en werkzaamheden worden opgedragen aan Rijks- of andere organen. 1953 305 18-06-1953 2610 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 Vervallen 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 Stb. De wet van 14 September 1866,138, wordt ingetrokken. 1953 305 18-06-1953 2610 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 Deze wet kan worden aangehaald onder de titel "Inkwartieringswet". 1953 305 18-06-1953 2610 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 Deze wet treedt in werking op een nader door Ons te bepalen tijdstip. 1953 305 18-06-1953 2610 1953 342 20-07-1953 01-08-1953