Wet van 7 augustus 1953, houdende voorzieningen met betrekking tot de immunisatie van militairen
- BWB-id
- BWBR0002117
- Type
- Wet
- Ministerie
- Defensie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1998-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002117
- ELI
- /eli/nl/wet/1953/wet-immunisatie-militairen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1953/wet-immunisatie-militairen/1998-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002117&g=1998-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002117&z=2026-06-06&g=1998-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002117/1998-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1953/wet-immunisatie-militairen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Deze wet verstaat onder: "Onze Minister": Onze Minister van Defensie; "Immunisatie": zowel vaccinatie en revaccinatie tegen pokken als iedere andere inenting en herinenting. 1961 270 31-07-1961 6354 1961 270 31-07-1961 6354 20-09-1961
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Onze Minister is tot 1 januari 1984 bevoegd militairen de verplichting op te leggen zich aan vaccinatie voor de eerste maal tegen pokken te onderwerpen. 1978 555 13-10-1978 14984 1978 555 13-10-1978 14984 01-01-1979
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Onze Minister is bevoegd militairen de verplichting op te leggen zich, ter voorkoming van optreden of verspreiding van ziekten in de strijdkrachten, aan revaccinatie tegen pokken en aan iedere door hem nodig geoordeelde inenting en herinenting tegen andere ziekten, te onderwerpen. 2 Alvorens een verplichting als bedoeld in het eerste lid, wordt opgelegd, kan Onze Minister advies vragen aan een door hem ingesteld commissie van deskundigen. 1995 355 25-07-1995 10-07-1995 23983 1995 355 25-07-1995 10-07-1995 23983 26-07-1995
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikelen 2 3 De in deenbedoelde maatregelen vinden niet plaats dan met inachtneming van de door Onze Minister ter uitvoering van de wet gestelde regelen. 1953 432 07-08-1953 2974 1953 432 07-08-1953 2974 17-09-1953
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De militair, alsmede, indien de militair minderjarig is, degene die het ouderlijk gezag of de voogdij over hem uitoefent, die op gronden ontleend aan zijn of haar godsdienst, levensbeschouwing of zedelijke overtuiging gewetensbezwaren heeft tegen immunisatie, kan zich met een met redenen omkleed verzoekschrift tot het verkrijgen van vrijstelling van de aan hem of de onder zijn of haar ouderlijk gezag of voogdij staande militair opgelegde verplichting tot Onze Minister wenden. 2 Onze Minister beslist op dit verzoekschrift, na advies van een door hem ingestelde commissie. 3 Bij erkenning van de gewetensbezwaren door Onze Minister wordt de militair blijvend van de immunisatie vrijgesteld. Van de dag af, waarop het verzoekschrift is ingediend, tot de dag, waarop de beslissing door Onze Minister is genomen, wordt de immunisatie achterwege gelaten. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De militair, voor wie op geneeskundige gronden een bijzonder gevaar van de immunisatie is te duchten, wordt, op de wijze door Onze Minister bepaald, tijdelijk of blijvend van één of meer immunisatiemaatregelen vrijgesteld. 2 De militair, die van mening is, dat zijn gezondheidstoestand daartoe aanleiding geeft, kan onder overlegging van een verklaring van een geneeskundige een verzoek om vrijstelling, als in het voorgaand lid bedoeld, indienen. 3 Onze Minister kan op dit verzoekschrift slechts afwijzend beslissen in overeenstemming met het advies van een door hem ingestelde commissie van geneeskundigen. 4 Vanaf de dag, waarop het verzoekschrift is ingediend, tot de dag, waarop de beslissing door Onze Minister is genomen, wordt de immunisatie achterwege gelaten. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Deze wet kan worden aangehaald als "Wet immunisatie militairen". 1953 432 07-08-1953 2974 1953 432 07-08-1953 2974 17-09-1953