Wet van 24 december 1953, houdende coördinatie van bepalingen van sociale verzekeringswetten met die van de loonbelasting
- BWB-id
- BWBR0002126
- Type
- Wet
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2005-12-29 t/m 2005-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002126
- ELI
- /eli/nl/wet/1954/co-rdinatiewet-sociale-verzekering
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1954/co-rdinatiewet-sociale-verzekering/2005-12-29
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002126&g=2005-12-29
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002126&z=2026-06-06&g=2005-12-29
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002126/2005-12-29
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1954/co-rdinatiewet-sociale-verzekering
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b. hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in. 2 Vervallen. 3 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gelijkgesteld met: a. echtgenoot: geregistreerde partner; b. echtgenoten: geregistreerde partners. 4 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt: a. als gehuwd of als echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad; b. als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is. 5 Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins. 6 Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en: a. zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk zijn gesteld; b. uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander; c. zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding, bedoeld in het vijfde lid. 7 Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het zesde lid, onderdeel d. 8 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen wordt verstaan onder het blijk geven zorg te dragen voor een ander, zoals bedoeld in het vijfde lid. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Deze wet verstaat onder werknemer: a. Ziektewet voor de toepassing van de: de werknemer in de zin van die wet; b. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Stb. voor de toepassing van de(1987, 89): de werknemer in de zin van die wet; c. Werkloosheidswet Stb. voor de toepassing van de(1987, 93): de werknemer in de zin van die wet; d. Ziekenfondswet Hoofdstuk II van die wet het zesde lid van artikel 15 artikel 18 van die wet voor de toepassing van de: de verzekerde, bedoeld in, voor zover te zijnen aanzien geen afwijkende bepalingen gelden op grond vanof. 1994 927 23-12-1994 23046 1994 927 23-12-1994 23046 01-01-1995
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Deze wet verstaat onder werkgever: a. Ziektewet voor de toepassing van de: de werkgever in de zin van die wet; b. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering voor de toepassing van de: de werkgever in de zin van die wet; c. Werkloosheidswet voor de toepassing van de: de werkgever in de zin van die wet; d. Ziekenfondswet het zesde lid van artikel 15 artikel 18 van die wet voor de toepassing van de: de werkgever in de zin van het derde lid van artikel 5 van die wet voor zover het betreft verzekerden te wier aanzien geen afwijkende bepalingen gelden op grond vanof. 1967 104 02-02-1967 8636 1967 416 20-07-1967 9140 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 Ziektewet Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Werkloosheidswet Ziekenfondswet Deze wet verstaat onder dienstbetrekking de dienstbetrekking en de arbeidsverhouding die als zodanig wordt beschouwd ingevolge het bepaalde bij of krachtens de, de, deen die als zodanig geldt ingevolge de. 2 Ziektewet Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering hoofdstuk IV van de Werkloosheidswet Toeslagenwet artikel 29, eerste lid, van de Ziektewet Toeslagenwet Ziektewet De werknemer die een uitkering ontvangt op grond van de verplichte verzekering krachtens de, de verplichte verzekering op grond van deof de verplichte verzekering dan wel, al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van de, wordt tijdens de duur van die uitkering geacht in dienstbetrekking te staan tot het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. De werknemer die geen ziekengeld ontvangt op grond vanmaar wel toeslag op grond van de, wordt voor de toepassing van de eerste zin geacht een uitkering te ontvangen op grond van de verplichte verzekering krachtens de. 3 artikel 3:6, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van die wet De werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in, aan wie uitkering wordt betaald op grond van, wordt tijdens de duur van die uitkering geacht in dienstbetrekking te staan tot het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 2003 555 30-12-2003 19-12-2003 29231 2003 556 30-12-2003 19-12-2003 01-01-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 3b — Artikel 3b#
Artikel 3b Deze wet verstaat onder lichamen: rechtspersonen, maat- en vennootschappen, samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid die met verenigingen maatschappelijk gelijk kunnen worden gesteld, ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen en doelvermogens. 1986 276 21-05-1986 16530 1986 580 13-11-1986 01-01-1987
Artikel 3c — Artikel 3c#
Artikel 3c Vervallen 2004 720 29-12-2004 23-12-2004 29677 2004 721 29-12-2004 23-12-2004 01-01-2005 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Loon is: a. Hoofdstuk II van de Wet op de loonbelasting 1964 het loon overeenkomstigwaarbij van dat hoofdstuk buiten toepassing blijven: 1°. artikel 11, eerste lid, onderdelen j, onder 2° en 5°, en r, onder 4° , 2°. artikel 11, eerste lid, onderdeel j, onder 4° Werkloosheidswet , voorzover het bedragen betreft die worden ingehouden op grond van de; b. artikel 5a van de Wet op de loonbelasting 1964 artikel 35 van die wet Werkloosheidswet voor de artiest en beroepssporter, bedoeld in, de gage overeenkomstigwaarbij het derde lid, onderdeel g, van dat artikel buiten toepassing blijft voorzover het bedragen betreft die worden ingehouden op grond van de. 2 Tot het loon behoren niet: a. Wet op de loonbelasting 1964 hetgeen uit een vroegere dienstbetrekking als bedoeld in dewordt genoten met uitzondering van: 1°. artikel 3a, tweede en derde lid de uitkeringen en toeslag, genoemd in, en de aanvullingen daarop van degene tot wie de werknemer in dienstbetrekking staat, 2°. artikelen 628 628a 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek hetgeen wordt genoten op grond van de,en, alsmede hetgeen door de werknemer met een publiekrechtelijke dienstbetrekking wordt genoten op grond van naar aard en strekking overeenkomstige regelingen, en de aanvullingen daarop van degene tot wie de werknemer in dienstbetrekking staat; b. artikel 31, tweede lid, onderdelen b tot en met h, van de Wet op de loonbelasting 1964 eindheffingsbestanddelen als bedoeld in; c. Ziekenfondswet Ziekenfondswet aanspraken op grond van de, aanspraken op grond van ziektekostenregelingen in eigen beheer van de werkgever, vergoedingen terzake van premies en bijdragen voor ziektekostenregelingen, alsmede uitkeringen en verstrekkingen die naar aard en omvang overeenkomen met uitkeringen en verstrekkingen op grond van de; d. artikel 11, eerste lid, onderdeel j, onder 5°, van de Wet op de loonbelasting 1964 uitkeringen op grond van een regeling als bedoeld in. 2005 708 28-12-2005 22-12-2005 30238 2005 709 28-12-2005 22-12-2005 29-12-2005 01-01-2005
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 2004 311 08-07-2004 24-06-2004 28219 2004 548 29-10-2004 18-10-2004 01-01-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 2004 311 08-07-2004 24-06-2004 28219 2004 548 29-10-2004 18-10-2004 01-01-2005 2004 653 23-12-2004 16-12-2004 29767 2004 653 23-12-2004 16-12-2004 29767 01-01-2005 27-08-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet. Werkt terug tot en met 27 augustus 2004, 17:00 uur.
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a Vervallen 1999 211 27-05-1999 29-04-1999 26020 1999 211 27-05-1999 29-04-1999 26020 01-06-1999
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 2004 311 08-07-2004 24-06-2004 28219 2004 548 29-10-2004 18-10-2004 01-01-2005
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 2004 311 08-07-2004 24-06-2004 28219 2004 548 29-10-2004 18-10-2004 01-01-2005
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Werkloosheidswet Ziektewet Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Werkloosheidswet Bij de berekening van het loon, waarnaar de premies ingevolge deen deworden geheven, blijft het loon, dat bij dezelfde werkgever meer heeft bedragen dan het bedrag, dat wordt verkregen door vermenigvuldiging van een bedrag van f 263,50 met het aantal dagen van het premiebetalingstijdvak, waarover de werknemer loon heeft genoten, voor dat meerdere buiten aanmerking. Voorts komt - voor zover nodig in afwijking van het bepaalde dienaangaande in de, deen de- bij de berekening van het dagloon, dat aan de in de vorengenoemde wetten geregelde uitkeringen is of wordt ten grondslag gelegd, het dagloon, hetwelk meer bedraagt dan het in de vorige volzin bedoelde maximum dagloon, voor dat meerdere niet in aanmerking. 2 Ziekenfondswet a artikel 3, eerste lid, onder, van de Ziekenfondswet a artikel 3van die wet per 1 januari 2005: € 114,– Het bepaalde in de eerste volzin van het vorige lid vindt overeenkomstige toepassing met betrekking tot de berekening van het loon, waarnaar de premies ingevolge deworden geheven, met dien verstande dat in plaats van het bedrag, genoemd in het vorige lid, een bedrag van € 108,-in aanmerking wordt genomen. Indien het ingenoemde bedrag, zoals dit is herzien ingevolge, wijziging ondergaat, wordt het in de eerste zin genoemde bedrag door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met Onze Minister, met ingang van dezelfde datum herzien. 3 Werkloosheidswet Bij de berekening van het loon, waarnaar de premie op grond van dewordt geheven, blijft, wat het deel van de premie dat ten gunste komt van het wachtgeldfonds dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voor de betrokken sector afzonderlijk administreert betreft, het bij dezelfde werkgever genoten loon buiten aanmerking tot een bedrag, dat wordt verkregen door vermenigvuldiging van een door Onze Minister vastgesteld bedrag, met het aantal dagen van het premiebetalingstijdvak waarover de werknemer het loon heeft genoten. 4 Werkloosheidswet Bij de berekening van het loon, waarnaar de premie op grond van dewordt geheven, blijft, wat het door de werkgever en door de werknemer verschuldigde gedeelte van het deel van de premie dat ten gunste komt van het Algemeen Werkloosheidsfonds betreft, het bij dezelfde werkgever genoten loon buiten aanmerking tot een bedrag, dat wordt verkregen door vermenigvuldiging van een door Onze Minister vastgesteld bedrag met het aantal dagen van het premiebetalingstijdvak waarover de werknemer het loon heeft genoten. Het bedrag, genoemd in de eerste zin kan voor de werkgever en voor de werknemer verschillend worden vastgesteld. 5 Indien de werknemer uitsluitend als gevolg van ploegendienst op minder dan vijf dagen per week arbeid verrichtte, wordt hij geacht over het tijdvak, waarin hij in ploegendienst werkzaam was, over vijf dagen per week loon te hebben genoten. 6 Voor de toepassing van het bepaalde in de vorige leden wordt: a. arbeid, in een aaneengesloten nachtdienst op twee dagen verricht, gerekend als arbeid op één dag; b. het aantal dagen, waarover de werknemer gemiddeld per werkweek loon heeft genoten, geacht niet meer dan 5 te bedragen. 7 Werkloosheidswet Indien voor een werknemer die gelijktijdig tot meer dan één werkgever in dienstbetrekking staat door zijn gezamenlijke werkgevers premie is betaald over een hoger loonbedrag dan het bedrag, bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede lid, wordt, op aanvraag van werkgever dan wel werknemer, de premievaststelling herzien. Bij die herziening wordt het voor de premieberekening in aanmerking komende loon vastgesteld naar evenredigheid van het ten laste van die werkgevers genoten loon, en blijft, bij de berekening van het loon waarnaar de premie op grond van dewordt vastgesteld, het voor premieberekening in aanmerking komende loon buiten aanmerking tot een evenredig deel van het bedrag, bedoeld in het vierde lid. Het te veel betaalde wordt aan de werkgevers terugbetaald. 8 a artikel 3, eerste lid a artikel 3, tweede lid a artikel 3, tweede lid Onze Minister kan nadere regels stellen voor de vaststelling van het voor premieberekening in aanmerking komende loon bij samenloop van loon dat gelijktijdig wordt genoten uit een dienstbetrekking als bedoeld in, en uit één of meer dienstbetrekkingen als bedoeld in, dan wel uitsluitend uit meer dan één dienstbetrekking als bedoeld in. In de te stellen regels wordt uitgegaan van een totaal loonbedrag, dat niet hoger is dan het bedrag bedoeld in het eerste lid, onderscheidenlijk het tweede lid, en waarbij niet meer dan een keer rekening wordt gehouden met dat bedrag. 9 Onze Minister kan regelen stellen, volgens welke ten aanzien van bepaalde groepen van werknemers verschuldigde premies worden geheven naar de grondslag van het bedrag, waarnaar de uitkering ingevolge een daarbij aan te wijzen wet wordt vastgesteld. 10 Onze Minister kan nadere regelen stellen ter uitvoering van het bepaalde in de vorige leden. Onze Minister kan tevens nadere regelen stellen, welke afwijken van het bepaalde in de vorige leden. 2004 209 29-10-2004 18-10-2004 Z/F-2523534 2004 209 29-10-2004 18-10-2004 Z/F-2523534 01-01-2005
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a 1 artikel 9, eerste lid c, artikel 8, eerste lid, ondervan de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Stb. Het bedrag, genoemd in, wordt herzien met ingang van de dag waarop en in de mate waarin het bedrag genoemd in(1968, 657) wordt herzien. 2 Staatscourant De dag, bedoeld in het eerste lid, en het overeenkomstig het eerste lid herziene bedrag worden door Onze Minister in debekend gemaakt. 3 artikel 9, eerste lid Het overeenkomstig het eerste lid herziene bedrag treedt in de plaats van het bedrag, genoemd in. 4 artikel 9, eerste lid Uitsluitend voor de berekening van het loon waarnaar de premies worden geheven, wordt het bedrag, genoemd in, afgerond op hele euro naar beneden en blijft het bedrag zoals dat geldt per 1 januari van een kalenderjaar gedurende dat hele kalenderjaar van kracht. 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 01-01-2002
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De werkgever voert een administratie met inachtneming van door Onze Minister daaromtrent te stellen regels. 2 De werkgever doet, met inachtneming van door Onze Minister daaromtrent te stellen regels, opgave van het door de werknemer genoten loon aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen 3 artikel 1:3, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht Het doen van een opgave als bedoeld in het tweede lid is geen aanvraag in de zin van. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De vaststelling van de door de werkgever verschuldigde premie, alsmede de invordering daarvan, geschiedt door het Uitvoeringsinstituut werknemers verzekeringen. Indien het Uitvoeringsinstituut werknemers verzekeringen premie is verschuldigd over een uitkering stelt hij die premie vast en vordert die in.De vaststelling en invordering geschieden met inachtneming van door Onze Minister te stellen regels. Bij deze regels kan worden bepaald dat van de werkgever een voorschotpremie wordt gevorderd. De premie wordt naar beneden afgerond op hele euro. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kan ten aanzien van bepaalde groepen van werknemers worden afgeweken van het in de eerste volzin van het vorige lid bepaalde. 3 Indien ten onrechte geen bedrag aan premie is vastgesteld, dan wel na de vaststelling van het te betalen bedrag aan premie of voorschotpremie blijkt, dat een lager bedrag is vastgesteld dan verschuldigd is, stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het alsnog door de werkgever verschuldigde bedrag aan premie of voorschotpremie vast, zowel voor wat betreft de reeds verstreken betalingstermijnen als, ten aanzien van de voorschotpremie, voor wat betreft de nog resterende periode van het lopende premiebetalingstijdvak. 4 Indien een hoger bedrag aan premie of voorschotpremie is vastgesteld dan verschuldigd is, stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het verschuldigde op het juiste bedrag vast. Het teveel betaalde wordt verrekend, dan wel aan de werkgever terugbetaald. 5 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vermeldt op de beschikking, bedoeld in dit artikel, binnen welke termijn de betaling van de premie, onderscheidenlijk de betaling van de voorschotpremie, dient te geschieden. 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 01-01-2002 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 10, tweede lid Indien een werkgever niet, niet juist of niet volledig voldoet aan een op grond van, gestelde verplichting stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ambtshalve het verschuldigde of het alsnog verschuldigde bedrag aan premie of voorschotpremie vast. 2 artikel 10, tweede lid Indien de werkgever niet, niet juist of niet volledig voldoet aan een op grond van, geldende verplichting legt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem een boete op van ten hoogste 10% van het verschuldigde of het alsnog verschuldigde bedrag aan premie of voorschotpremie. 3 artikel 10, tweede lid Indien het aan opzet of grove schuld van de werkgever is te wijten dat niet, niet juist of niet volledig is voldaan aan een op grond van, geldende verplichting, legt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem een boete op van ten hoogste 100% van het verschuldigde of het alsnog verschuldigde bedrag aan premie of voorschotpremie. 4 artikel 10, tweede lid De hoogte van de boete wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de werkgever de gedraging verweten kan worden en de omstandigheden waarin de werkgever verkeert. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten van het opleggen van een boete af te zien. Van het opleggen van een boete wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. De boete, bedoeld in het derde lid, wordt niet opgelegd indien de werkgever alsnog juist en volledig voldoet aan de op grond van, voor hem geldende verplichting voordat hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen met de onjuistheid of onvolledigheid bekend is of bekend zal worden. 5 Voor de toepassing van deze wet wordt een krachtens het tweede of derde lid opgelegde boete als premie beschouwd, tenzij in deze wet anders is bepaald. De toerekening van de krachtens het tweede en derde lid opgelegde boeten geschiedt naar evenredigheid van de ingevolge de verschillende sociale verzekeringswetten vastgestelde premiebedragen. 6 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het tweede, derde en vierde lid. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a 1 artikel 12, tweede of derde lid Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen jegens de werkgever een handeling verricht waaraan deze in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat aan hem wegens een bepaalde gedraging een boete, als bedoeld in, zal worden opgelegd, is de werkgever niet langer verplicht terzake van die gedraging enige verklaring af te leggen, voor zover het betreft de boeteoplegging. De werkgever wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd. 2 artikel 12, derde lid Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voornemens is om aan de werkgever een boete ingevolge, op te leggen, wordt hiervan kennis gegeven aan de werkgever onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust. De kennisgeving is een handeling als bedoeld in het eerste lid. 3 Indien de werkgever de kennisgeving wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen er op verzoek van de werkgever zorg voor dat de in de kennisgeving vermelde gronden worden medegedeeld in een voor deze begrijpelijke taal. 4 afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 12, derde lid In afwijking vanstelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de werkgever in de gelegenheid om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat ingevolge, een boete wordt opgelegd. 5 Indien de werkgever zijn zienswijze mondeling naar voren brengt, en hij de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, draagt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen er op verzoek van de werkgever zorg voor dat een tolk wordt benoemd die de werkgever kan bijstaan, tenzij redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hieraan geen behoefte bestaat. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 12b — Artikel 12b#
Artikel 12b 1 De beschikking waarbij de boete wordt opgelegd, vermeldt de termijn of de termijnen waarbinnen deze moet worden betaald. 2 Indien een boete gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de premie, wordt het bedrag van de boete afzonderlijk in de beschikking vermeld. 3 Indien de werkgever de beschikking wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen er op verzoek van de werkgever zorg voor dat de in de beschikking vermelde informatie wordt medegedeeld in een voor de werkgever begrijpelijke taal. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 12c — Artikel 12c#
Artikel 12c 1 Een boete wordt niet opgelegd zolang de gedraging wordt onderzocht door het Openbaar Ministerie. 2 artikel 74 van het Wetboek van strafrecht De oplegging van een boete blijft definitief achterwege indien terzake van de gedraging tegen de werkgever een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvordering is vervallen ingevolge. 3 Het Openbaar Ministerie doet van een omstandigheid als bedoeld in het eerste en het tweede lid mededeling aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 12d — Artikel 12d#
Artikel 12d 1 artikel 12, derde lid artikel 12a, vierde lid Een boete ingevolge, wordt opgelegd binnen een jaar nadat het Landelijk instituut sociale verzekeringen de werkgever overeenkomstig, in de gelegenheid heeft gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. Indien terzake aangifte is gedaan of proces-verbaal is opgemaakt en ingezonden vangt de termijn van een jaar aan op de dag na die waarop het Openbaar Ministerie aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft medegedeeld dat geen strafvervolging wordt ingesteld. 2 Een boete wordt niet meer opgelegd, indien meer dan vijf jaren zijn verstreken sedert het einde van het kalenderjaar waarin de desbetreffende gedraging heeft plaatsgevonden. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 12e — Artikel 12e#
Artikel 12e Voor zover een boete nog niet is geïnd, vervalt zij door het overlijden van degene aan wie zij is opgelegd. 1999 550 23-12-1999 09-12-1999 26411 2000 248 20-06-2000 29-05-2000 26411 01-01-2001
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Premie wordt niet meer vastgesteld, indien meer dan vijf jaren sedert het einde van het kalenderjaar, waarin de premie verschuldigd is geworden, zijn verstreken. 2 Premie, welke niet is ingevorderd binnen tien jaren na de vaststelling, wordt niet meer ingevorderd. 3 De rechtsvordering tot terugbetaling van onverschuldigd betaalde premie verjaart door verloop van vijf jaren sedert het einde van het kalenderjaar, waarin de premie is vastgesteld. 1987 477 14-10-1987 18983 1987 551 17-11-1987 01-01-1988
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 het eerste lid van artikel 15 Indien een werkgever een voorschotpremie of een vastgestelde premie niet of niet geheel binnen de daarvoor gestelde termijn betaalt, is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onverlet zijn bevoegdheid, bedoeld in, bevoegd over het niet tijdig betaalde bedrag van de werkgever interest te vorderen over de termijn, gelegen tussen het tijdstip, waarop de premie is betaald en het tijdstip, waarop de premie had moeten worden betaald. De interest wordt berekend tegen het percentage van de wettelijke rente. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Indien een werkgever een voorschotpremie of een vastgestelde premie niet of niet geheel binnen de daarvoor gestelde termijn betaalt, maant het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem schriftelijk aan om alsnog te betalen. 2 artikel 14 Indien de werkgever na de aanmaning in gebreke blijft, kan de invordering van de premie, de aanmaningskosten en de inbedoelde interest geschieden bij een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen uit te vaardigen dwangbevel. 3 Verschillende vorderingen tegen dezelfde werkgever kunnen in hetzelfde dwangbevel worden opgenomen. 4 artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990 artikel 2, eerste lid, onderdeel j, van die wet artikelen 13 14 van die wet De betekening en de tenuitvoerlegging van een dwangbevel geschieden door de zorg van de ontvanger, bedoeld in, en door de belastingdeurwaarder, bedoeld inmet toepassing van deen. 5 artikel 19 van de Invorderingswet 1990 Zolang de ontvanger met de zorg voor de invordering is belast, kan hij een vordering doen op grond van, alsmede verrekenen op grond van artikel 24 van die wet. 6 De ontvanger kan zolang hij met de zorg voor de invordering is belast onder door hem in overleg met het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te stellen voorwaarden aan de werkgever uitstel van betaling verlenen. Gedurende het uitstel wordt de dwanginvordering geschorst. Het uitstel kan tussentijds schriftelijk worden beëindigd. 7 Na de betekening van het dwangbevel dient te worden betaald aan de ontvanger, bedoeld in het vierde lid, die is vermeld op het dwangbevel. 8 Kostenwet invordering rijksbelastingen Stb. De kosten van aanmaning en van verdere vervolging worden berekend op de voet van de(1969, 83). Het recht van invordering bij dwangbevel strekt zich uit tot deze kosten. 9 De toerekening van de betalingen geschiedt achtereenvolgens aan: a. de kosten van vervolging; b. de kosten van de in het eerste lid bedoelde aanmaning; c. artikel 14 de interest, bedoeld in; d. de premie. 2003 527 29-12-2003 18-12-2003 29035 2003 527 29-12-2003 18-12-2003 29035 01-01-2004 De wijzigingsopdracht is niet geheel juist. De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 15a — Artikel 15a#
Artikel 15a 1 De werkgever kan tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel in verzet komen bij de rechtbank van het arrondissement waarbinnen hij woont of is gevestigd. Indien de werkgever buiten Nederland woont of is gevestigd dan wel in Nederland geen vaste woonplaats of plaats van vestiging heeft, kan hij in verzet komen bij de rechtbank van het arrondissement waarbinnen het kantoor is gevestigd van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 2 Het verzet vangt aan met dagvaarding door de werkgever als eiser aan de met de tenuitvoerlegging belaste ontvanger als gedaagde. De ontvanger stelt zo spoedig mogelijk het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in kennis van het verzet. Het verzet schorst de tenuitvoerlegging van het dwangbevel voor zover deze door het verzet wordt bestreden. 3 artikel 13, derde lid, van de Invorderingswet 1990 Het verzet kan niet zijn gegrond op de stelling dat de premienota, de aanmaning, het op de voet vanbetekende dwangbevel of de voor beroep vatbare beslissing niet is ontvangen. Bovendien kan het verzet niet zijn gegrond op de stelling dat de premienota ten onrechte of tot een te hoog bedrag is vastgesteld, dat de voor beroep vatbare beslissing niet wettig is, dat de aannemer niet aansprakelijk is of dat de bestuurder zich van zijn aansprakelijkheid kan bevrijden. 2003 527 29-12-2003 18-12-2003 29035 2003 527 29-12-2003 18-12-2003 29035 01-01-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 het eerste lid van artikel 15 artikel 14 artikelen 287 a 288 onder artikel 284 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek De vordering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wegens premie, waaronder begrepen worden de kosten van de inbedoelde aanmaning en de inbedoelde interest, is bevoorrecht op alle goederen van de werkgever en gaat boven alle andere voorrechten met uitzondering van die van deen, alsmede dat van, voor zover de daar bedoelde kosten zijn gemaakt na de vaststelling van de voorschotpremie of de premie. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 16a — Artikel 16a#
Artikel 16a 1 Ingeval een werknemer met instandhouding van de dienstbetrekking tot zijn werkgever, de uitlener, door deze ter beschikking is gesteld aan een derde, de inlener, om onder diens toezicht of leiding werkzaam te zijn, is de inlener hoofdelijk aansprakelijk voor de premie en de voorschotpremie, welke de uitlener is verschuldigd in verband met het verrichten van die werkzaamheden door die werknemer. 2 Onder inlener wordt mede verstaan: a. de doorlener, zijnde degene aan wie een werknemer ter beschikking is gesteld en die deze werknemer vervolgens ter beschikking stelt aan een derde om onder diens toezicht of leiding werkzaam te zijn; b. de in onderdeel a bedoelde derde, aan wie door een doorlener een werknemer ter beschikking is gesteld om onder toezicht of leiding van die derde werkzaam te zijn. 3 artikel 12, tweede of derde lid Voor de toepassing van dit artikel wordt de boete, bedoeld in, niet als premie beschouwd. 4 artikel 52, tweede lid, onder a, b, of c, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van die wet, artikel 34, eerste en tweede lid, van de Invorderingswet 1990 Indien een inlener ingevolge een overeenkomst met de uitlener ten behoeve van de voldoening van sociale verzekeringspremies, loonbelasting en omzetbelasting in verband met het verrichten van werkzaamheden door een ter beschikking gestelde werknemer, alsmede dat ter beschikking stellen, een bedrag heeft overgemaakt op een rekening die door die uitlener ten behoeve van de betaling van sociale verzekeringspremies, loonbelasting en omzetbelasting wordt gehouden bij een kredietinstelling die is geregistreerd ingevolgeen die een kredietinstelling is als bedoeld inwordt het bedrag waarvoor de aansprakelijkheid van de inlener uit hoofde van het eerste en tweede lid en vanmet betrekking tot die werkzaamheden en dat ter beschikking stellen in eerste aanleg bestaat, verminderd met dat overgemaakte bedrag. 5 Het vierde lid is niet van toepassing voor zover de inlener wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de uitlener in gebreke zou blijven het op de in dat lid bedoelde rekening gestorte bedrag aan te wenden voor de betaling van sociale verzekeringspremies, loonbelasting of omzetbelasting. 6 De aansprakelijkheid op grond van het eerste lid geldt niet met betrekking tot de premie of voorschotpremie verschuldigd door de uitlener, indien aannemelijk is dat de niet-betaling door de uitlener noch aan hem noch aan een inlener is te wijten. 7 De inlener die hoofdelijk aansprakelijk is, kan slechts worden aangesproken, wanneer de uitlener met de betaling van de premie of de voorschotpremie in gebreke is. 8 artikelen 10 tot en met 16 artikel 10, onder a Dezijn ten aanzien van de inlener van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat in, in plaats van «een loonadministratie te voeren» wordt gelezen: «een administratie te voeren, aan de hand waarvan het door de werknemer genoten loon kan worden vastgesteld». Bij ministeriële regeling kunnen voor dit artikellid nadere regels worden gesteld. 9 artikelen 10 tot en met 16 De inlener wordt ter zake van de toepassing van de, alsmede ter zake van het instellen van bezwaar en beroep tegen een beslissing betreffende verschuldigde premie mede als werkgever in de zin van deze wet beschouwd. 10 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de toepassing van het vierde lid. 11 Dit artikel is niet van toepassing indien de werkzaamheden die door de ter beschikking gestelde werknemer zijn verricht, ondergeschikt zijn aan een tussen de uitlener en de inlener, dan wel tussen de doorlener en de inlener, gesloten overeenkomst van koop en verkoop van een bestaande zaak. 2003 305 24-07-2003 19-06-2003 25035 2003 305 24-07-2003 19-06-2003 25035 01-10-2003 De wijziging is van toepassing voor belastingen premieschulden die
betrekking hebben op werk dat is verricht na de inwerkingtreding van
deze wet.
Artikel 16b — Artikel 16b#
Artikel 16b 1 De aannemer is hoofdelijk aansprakelijk voor de premie en de voorschotpremie: a. die de onderaannemer en, indien een werk geheel of gedeeltelijk door één of meer volgende onderaannemers wordt uitgevoerd, iedere volgende onderaannemer verschuldigd is in verband met het verrichten van werkzaamheden door zijn werknemers ter zake van dat werk; b. a artikel 16 voor de betaling waarvan de onderaannemer en, indien een werk geheel of gedeeltelijk door één of meer volgende onderaannemers wordt uitgevoerd, iedere volgende onderaannemer ingevolgehoofdelijk aansprakelijk is ter zake van dat werk. 2 In dit artikel wordt verstaan onder: a. aannemer: degene die zich jegens een ander, de opdrachtgever, verbindt om buiten dienstbetrekking een werk van stoffelijke aard uit te voeren tegen een te betalen prijs; b. a onderaannemer: degene die zich jegens een aannemer verbindt om buiten dienstbetrekking het onderbedoelde werk geheel of gedeeltelijk uit te voeren tegen een te betalen prijs. 3 Voor de toepassing van dit artikel wordt: a. de onderaannemer ten opzichte van zijn onderaannemer als aannemer beschouwd; b. met een aannemer gelijkgesteld degene die zonder daartoe van een opdrachtgever opdracht te hebben gekregen buiten dienstbetrekking in de normale uitoefening van zijn bedrijf een werk van stoffelijke aard uitvoert; c. a ten opzichte van de aannemer als onderaannemer beschouwd de verkoper van een toekomstige zaak, voor zover de koop en verkoop voortvloeit uit of verband houdt met het in het tweede lid, onder, bedoelde werk; d. artikel 12, tweede of derde lid een boete, opgelegd krachtens, niet als premie beschouwd. 4 De voorgaande leden zijn niet van toepassing: a. indien een werk tot de uitvoering waarvan een onderaannemer zich jegens een aannemer heeft verbonden, geheel of grotendeels wordt verricht op de plaats, waar de onderneming van de onderaannemer is gevestigd met uitzondering van de vervaardiging en elke daarop gerichte handeling van kleding, andere dan schoeisel, of b. indien de uitvoering van een werk waartoe een onderaannemer zich jegens een aannemer heeft verbonden, ondergeschikt is aan een tussen hen gesloten overeenkomst van koop en verkoop van een bestaande zaak. 5 artikel 52, tweede lid, onder a, b of c, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 artikel 35, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 Indien een aannemer ingevolge een overeenkomst met een onderaannemer, ten behoeve van de voldoening van sociale verzekeringspremies en loonbelasting met betrekking tot het door die onderaannemer aangenomen werk, een bedrag heeft overgemaakt op een rekening die door die onderaannemer ten behoeve van de betaling van sociale verzekeringspremies en loonbelasting wordt gehouden bij een kredietinstelling die is geregistreerd ingevolgewordt het bedrag waarvoor de aansprakelijkheid van de aannemer uit hoofde van het eerste lid enmet betrekking tot dat werk in eerste aanleg bestaat, verminderd met dat overgemaakte bedrag. De vorige volzin is niet van toepassing voor zover de aannemer wist of redelijkerwijs moest vermoeden, dat een onderaannemer in gebreke zou blijven het op de in de eerste volzin bedoelde rekening gestorte bedrag aan te wenden voor de betaling van sociale verzekeringspremies of loonbelasting. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de toepassing van dit lid. 6 De aansprakelijkheid op grond van het eerste lid geldt niet met betrekking tot de premie of de voorschotpremie verschuldigd door een onderaannemer, indien aannemelijk is dat de niet-betaling door de onderaannemer noch aan hem noch aan een aannemer is te wijten. 7 Degene die op grond van het eerste lid hoofdelijk aansprakelijk is, kan slechts worden aangesproken, wanneer de werkgever met de betaling van de premie of de voorschotpremie in gebreke is. 8 artikelen 10 tot en met 16 artikel 10, eerste lid artikelen 10 tot en met 16 Dezijn ten aanzien van de aannemer van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat in, in plaats van "voert een administratie" wordt gelezen: voert een administratie, aan de hand waarvan het bedrag aan loon kan worden vastgesteld, dat in de door de aannemer te betalen prijs voor de uitvoering van een werk door een onderaannemer is begrepen. Onze Minister kan bij ministeriële regeling nadere regelen stellen. De aannemer wordt ter zake van de toepassing van de, alsmede ter zake van het instellen van beroep tegen een beslissing betreffende verschuldigde premie, mede als werkgever in de zin van deze wet beschouwd. 2003 305 24-07-2003 19-06-2003 25035 2003 305 24-07-2003 19-06-2003 25035 01-10-2003 De wijziging is van toepassing voor belastingen premieschulden die
betrekking hebben op werk dat is verricht na de inwerkingtreding van
deze wet.
Artikel 16ba — Artikel 16ba#
Artikel 16ba 1 De opdrachtgever is hoofdelijk aansprakelijk voor de premie en de voorschotpremie ter zake van een werk, inhoudende de vervaardiging en elke daarop gerichte handeling van kleding, andere dan schoeisel: a. die de aannemer en, indien een werk geheel of gedeeltelijk door een of meer volgende onderaannemers wordt uitgevoerd, iedere volgende onderaannemer verschuldigd is in verband met het verrichten van werkzaamheden door zijn werknemers ter zake van dat werk; b. artikel 16b voor de betaling waarvan de aannemer en, indien een werk geheel of gedeeltelijk door een of meer volgende onderaannemers wordt uitgevoerd, iedere volgende onderaannemer ingevolgehoofdelijk aansprakelijk is ter zake van dat werk. 2 In dit artikel wordt onder opdrachtgever verstaan degene die buiten dienstbetrekking in de normale uitoefening van zijn bedrijf met een ander, de aannemer, een overeenkomst heeft gesloten om voor hem een werk als bedoeld in het eerste lid uit te voeren tegen een te betalen prijs. 3 Voor de toepassing van dit artikel wordt met een opdrachtgever gelijkgesteld degene die buiten dienstbetrekking in de normale uitoefening van zijn bedrijf kleding, andere dan schoeisel, koopt die nog geheel of gedeeltelijk vervaardigd moet worden en met een aannemer de verkoper daarvan. 4 artikelen 14 tot en met 16 16b, tweede lid, derde lid, onderdelen a,c en d, en vijfde lid Deen, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat: a. tweede lid, onderdeel a, van artikel 16b in hetvoor een werk van stoffelijke aard moet worden gelezen: een werk, inhoudende de vervaardiging en elke daarop gerichte handeling van kleding, andere dan schoeisel; b. derde lid, onderdeel a, van artikel 16b de toepassing van heter niet toe kan leiden dat de wederpartij van de aannemer als opdrachtgever als bedoeld in het tweede lid wordt beschouwd; c. artikel 16b in het vijfde lid vanvoor «aannemer» moet worden gelezen: opdrachtgever, voor «onderaannemer»: aannemer en voor «het eerste lid en artikel 35»: het eerste lid van artikel 16ba en artikel 35a. 5 De aansprakelijkheid op grond van het eerste lid geldt niet met betrekking tot de premie of de voorschotpremie verschuldigd door de aannemer of een onderaannemer, indien aannemelijk is dat de niet-betaling door de aannemer of een onderaannemer noch aan de opdrachtgever, noch aan de aannemer of een onderaannemer is te wijten. 6 Degene die op grond van het eerste lid hoofdelijk aansprakelijk is, kan slechts worden aangesproken, indien de werkgever met de betaling van de premie of de voorschotpremie in gebreke is. 2003 305 24-07-2003 19-06-2003 25035 2003 305 24-07-2003 19-06-2003 25035 01-10-2003 De wijziging is van toepassing voor belastingen premieschulden die
betrekking hebben op werk dat is verricht na de inwerkingtreding van
deze wet.
Artikel 16bb — Artikel 16bb#
Artikel 16bb 1 artikel 16ba, eerste lid Indien de premieschuld betrekking heeft op een werk als bedoeld in, is degene die buiten dienstbetrekking in de normale uitoefening van zijn bedrijf vervaardigde kleding koopt, hoofdelijk aansprakelijk voor de premie en de voorschotpremie welke verschuldigd is ter zake van dat werk, tenzij aannemelijk is dat hij op het tijdstip van de koop niet wist of behoorde te weten dat ter zake van dat werk te weinig of geen premie of voorschotpremie zou worden betaald. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van dit lid. 2 Degene die op grond van het eerste lid hoofdelijk aansprakelijk is, kan slechts worden aangesproken, indien de werkgever met de betaling van de premie of de voorschotpremie in gebreke is. 3 artikelen 14 tot en met 16 Dezijn van overeenkomstige toepassing. 2003 305 24-07-2003 19-06-2003 25035 2003 305 24-07-2003 19-06-2003 25035 01-10-2003 De wijziging is van toepassing voor belastingen premieschulden die
betrekking hebben op werk dat is verricht na de inwerkingtreding van
deze wet.
Artikel 16c — Artikel 16c#
Artikel 16c 1 Hoofdelijk aansprakelijk is voor de premie en de voorschotpremie: a. artikelen 16b 16ba 16bb verschuldigd door een niet in Nederland wonende of gevestigde werkgever en voor de premie en de voorschotpremie, die een niet in Nederland wonende of gevestigde aannemer, opdrachtgever of koper verschuldigd is op grond van de,of: de leider van de vaste inrichting in Nederland, de in Nederland wonende of gevestigde vaste vertegenwoordiger, of degene die de leiding heeft van de in Nederland verrichte werkzaamheden; b. verschuldigd door twee of meer werkgevers: ieder van die werkgevers; c. verschuldigd door een lichaam zonder rechtspersoonlijkheid of door een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam dat niet volledig rechtsbevoegd is: ieder van de bestuurders. 2 Indien een bestuurder van een lichaam zelf een lichaam is, wordt onder bestuurder mede verstaan ieder van de bestuurders van het laatstbedoelde lichaam. 3 Degene die op grond van het eerste lid, onderdeel a, aansprakelijk is, is niet aansprakelijk voor zover hij bewijst dat het niet aan hem is te wijten dat de premie of de voorschotpremie niet is betaald. 4 Degene die op grond van het eerste lid, onderdeel a, aansprakelijk is, kan slechts worden aangesproken, indien de werkgever met de betaling van de premie of de voorschotpremie in gebreke is. 5 artikelen 14 tot en met 16 Het bepaalde in deis ten aanzien van degene die op grond van dit artikel hoofdelijk aansprakelijk is van overeenkomstige toepassing. 2003 305 24-07-2003 19-06-2003 25035 2003 305 24-07-2003 19-06-2003 25035 01-10-2003 De wijziging is van toepassing voor belastingen premieschulden die
betrekking hebben op werk dat is verricht na de inwerkingtreding van
deze wet.
Artikel 16d — Artikel 16d#
Artikel 16d 1 Hoofdelijk aansprakelijk is voor de premie en de voorschotpremie verschuldigd door een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam dat volledig rechtsbevoegd is, voor zover het aan de heffing van de vennootschapsbelasting is onderworpen: ieder van de bestuurders overeenkomstig het bepaalde in de volgende leden. 2 Het lichaam als bedoeld in het eerste lid is verplicht om onverwijld nadat gebleken is dat het niet tot betaling in staat is, daarvan mededeling te doen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en, indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen dit verlangt, nadere inlichtingen te verstrekken en stukken over te leggen. Elke bestuurder is bevoegd namens het lichaam aan deze verplichting te voldoen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de inhoud van de mededeling, de aard en de inhoud van de te verstrekken inlichtingen en de over te leggen stukken alsmede de termijnen waarbinnen het doen van de mededeling, het verstrekken van de inlichtingen en het overleggen van de stukken dienen te geschieden. 3 Indien het lichaam op juiste wijze aan zijn in het tweede lid bedoelde verplichting heeft voldaan, is een bestuurder aansprakelijk indien aannemelijk is, dat het niet betalen van de premie of de voorschotpremie het gevolg is van aan hem te wijten kennelijk onbehoorlijk bestuur in de periode van drie jaren, voorafgaande aan het tijdstip van de mededeling. 4 Indien het lichaam niet of niet op juiste wijze aan zijn in het tweede lid bedoelde verplichting heeft voldaan, is een bestuurder op de voet van het bepaalde in het derde lid aansprakelijk met dien verstande, dat vermoed wordt dat de niet-betaling aan hem is te wijten en dat de periode van drie jaar wordt geacht in te gaan op het tijdstip waarop het lichaam in gebreke is. Tot de weerlegging van het vermoeden wordt slechts toegelaten de bestuurder die aannemelijk maakt dat het niet aan hem te wijten is dat het lichaam niet aan zijn in het tweede lid bedoelde verplichting heeft voldaan. 5 De bestuurder kan slechts worden aangesproken, indien het lichaam met de betaling van de premie of de voorschotpremie in gebreke is. 6 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder bestuurder mede verstaan: a. de gewezen bestuurder, tijdens wiens bestuur de premieschuld is ontstaan; b. degene ten aanzien van wie aannemelijk is dat hij het beleid van het lichaam heeft bepaald of mede heeft bepaald als ware hij bestuurder, met uitzondering van de door de rechter benoemde bewindvoerder; c. ieder van de met de vereffening belaste personen ingeval het lichaam is ontbonden, met uitzondering van de door de rechter benoemde vereffenaar; d. indien een bestuurder van een lichaam een lichaam is: ieder van de bestuurders van het laatstbedoelde lichaam. 7 De tweede volzin van het vierde lid is niet van toepassing op de gewezen bestuurder. 8 Degene die hoofdelijk aansprakelijk is gesteld, wordt ter zake van het instellen van bezwaar of beroep tegen een beslissing betreffende verschuldigde premie of voorschotpremie mede als werkgever in de zin van deze wet beschouwd, met dien verstande dat beroep niet is toegestaan tegen de hoogte van het door het lichaam verschuldigde bedrag aan premie of voorschotpremie, indien met betrekking tot die hoogte een onherroepelijke rechterlijke uitspraak is gewezen in een door het lichaam of door een of meer andere aansprakelijk gestelde bestuurders ingesteld beroep. 9 Onder premie en voorschotpremie wordt uitsluitend verstaan de premie en de voorschotpremie die het lichaam dient te betalen ter zake van werknemers die tot hem in dienstbetrekking staan. 10 Na het overlijden van de bestuurder zijn de erfgenamen niet aansprakelijk als het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen niet vóór het overlijden de bestuurder bij voor beroep vatbare beslissing aansprakelijk heeft gesteld. 11 Artikel 45 leden 4 en 5 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek Indien de bestuurder van het lichaam ingevolge dit artikel aansprakelijk is en niet in staat is tot betaling van zijn schuld terzake, zijn de door die bestuurder onverplicht verrichte rechtshandelingen waardoor de mogelijkheid tot verhaal op hem is verminderd, vernietigbaar en kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen deze vernietigingsgrond inroepen, indien aannemelijk is dat deze rechtshandelingen geheel of nagenoeg geheel met dat oogmerk zijn verricht.is van overeenkomstige toepassing. 12 artikelen 14 tot en met 16 Het bepaalde in deis ten aanzien van degene die op grond van dit artikel hoofdelijk aansprakelijk is van overeenkomstige toepassing. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 16e — Artikel 16e#
Artikel 16e Vervallen 2004 311 08-07-2004 24-06-2004 28219 2004 548 29-10-2004 18-10-2004 01-01-2005
Artikel 16f — Artikel 16f#
Artikel 16f 1 artikel 16a 16b 16ba 16bb 16c, eerste lid, onderdeel a 16d artikel 16b 16ba 16bb Indien verhaal op de werkgever door degene die ingevolge,,,,, ofpremie of voorschotpremie heeft voldaan geheel of gedeeltelijk onmogelijk blijkt en ter zake van de niet betaalde premie of voorschotpremie twee of meer personen ingevolge de desbetreffende bepaling hoofdelijk aansprakelijk zijn, dragen dezen onderling voor gelijke delen in het onverhaald gebleven deel bij. Indien,ofvan toepassing is en het aandeel in het totaal van het uit te voeren werk dat ieder van de hoofdelijk aansprakelijken heeft laten uitvoeren kan worden vastgesteld, draagt, in afwijking in zoverre van de eerste volzin, ieder in evenredigheid met dat aandeel bij. Voor de toepassing van dit artikel worden voorts de opdrachtgever en de koper geacht dat werk geheel te hebben laten uitvoeren door een onderaannemer. 2 artikel 16ba artikel 16b artikel 16bb artikel 16ba artikel 16b Indien de opdrachtgever ingevolgepremie of voorschotpremie heeft voldaan, draagt, in afwijking in zoverre van het eerste lid, tevens een aannemer bij die met betrekking tot het desbetreffende werk ingevolgeaansprakelijk is. Indien een koper ingevolgepremie of voorschotpremie heeft voldaan, dragen, in afwijking in zoverre van het eerste lid, tevens de opdrachtgever onderscheidenlijk een aannemer bij die met betrekking tot het desbetreffende werk ingevolgeonderscheidenlijkaansprakelijk zijn. 3 In afwijking in zoverre van de voorgaande leden bedraagt de bijdrage niet meer dan het bedrag waarvoor ieders aansprakelijkheid ingevolge de desbetreffende bepaling bestaat. Een als gevolg van de toepassing van de vorige volzin ontstaan tekort wordt met inachtneming van de voorgaande leden over de anderen verdeeld. 4 Degene die meer heeft bijgedragen dan overeenkomt met zijn op de voet van de voorgaande leden bepaalde aandeel, heeft voor dat meerdere verhaal op degene die minder dan zijn dienovereenkomstig bepaalde aandeel heeft bijgedragen. Blijkt verhaal op een of meer van degenen op wie verhaal kan worden genomen geheel of gedeeltelijk onmogelijk, dan wordt dat tekort met inachtneming van de voorgaande leden over de anderen verdeeld. 5 Ieder die in de premie of voorschotpremie heeft bijgedragen, blijft gerechtigd het bijgedragene alsnog van de werkgever terug te vorderen. 6 Van de voorgaande leden kan bij overeenkomst worden afgeweken. 1998 306 04-06-1998 14-05-1998 25264 2003 305 24-07-2003 19-06-2003 25035 01-10-2003 2003 305 24-07-2003 19-06-2003 25035 2003 305 24-07-2003 19-06-2003 25035 01-10-2003 De wijziging is van toepassing voor belastingen premieschulden die
betrekking hebben op werk dat is verricht na de inwerkingtreding van
deze wet.
Artikel 16g — Artikel 16g#
Artikel 16g 1 artikelen 16a 16b 16ba 16bb 16c, eerste lid onder a artikel 16d Degene die ingevolge de,,,of, premie of voorschotpremie aan de Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft betaald, heeft hiervoor verhaal op ieder van degenen die ingevolgeaansprakelijk is. 2 artikel 16f Ten aanzien van degene die een ingevolgeverschuldigd bedrag heeft voldaan, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 16d Degene die het ingevolge het eerste lid verschuldigde bedrag heeft voldaan wordt geacht tot dit bedrag de premie of de voorschotpremie van het lichaam ingevolgete hebben voldaan. 4 Van de voorgaande leden kan bij overeenkomst worden afgeweken. 2003 305 24-07-2003 19-06-2003 25035 2003 305 24-07-2003 19-06-2003 25035 01-10-2003 De wijziging is van toepassing voor belastingen premieschulden die
betrekking hebben op werk dat is verricht na de inwerkingtreding van
deze wet.
Artikel 16h — Artikel 16h#
Artikel 16h artikel 16 De aansprakelijke die premie of voorschotpremie heeft voldaan dan wel in de premie of de voorschotpremie heeft bijgedragen, is bij zijn verhaal op de werkgever of de mede-aansprakelijke uitsluitend gesubrogeerd in het voorrecht van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen overeenkomstig. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Ziektewet Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Werkloosheidswet Ziekenfondswet Degene, die gemoedsbezwaren heeft tegen een van de verzekeringen ingevolge de, de, deen de, alsmede de rechtspersoon waarbij natuurlijke personen betrokken zijn die zodanige gemoedsbezwaren hebben, kunnen met inachtneming van bij ministeriële regeling te stellen regels en voorwaarden door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen worden vrijgesteld van de bij die maatregel aan te wijzen verplichtingen, welke hun bij of krachtens genoemde wetten en deze wet zijn opgelegd. 2 In de maand januari van elk kalenderjaar doet het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de inspecteur der directe belastingen, die ten aanzien van de werkgever bevoegd is met betrekking tot de loonbelasting, toekomen een staat vermeldende naam en woon- of vestigingsplaats van die werkgever, alsmede het bedrag, waarvoor die werkgever over het afgelopen kalenderjaar aansprakelijk zou zijn geweest, indien hem niet de vorenbedoelde vrijstelling was verleend. 3 Naar aanleiding van de in het vorige lid bedoelde opgave of opgaven wordt uit hoofde van de krachtens het bepaalde in het eerste lid aan de werkgever verleende vrijstelling van premiebetaling aan hem over het desbetreffende kalenderjaar een naheffingsaanslag in de loonbelasting - zonder boete - opgelegd ter grootte van het in totaal opgegeven premiebedrag. 4 De in het vorige lid bedoelde naheffingsaanslag in de loonbelasting wordt ingevorderd overeenkomstig de bepalingen geldende voor de invordering van de loonbelasting en als loonbelasting verantwoord, doch overigens voor de heffing van de loonbelasting niet als zodanig aangemerkt. 5 Het bedrag aan premie, waarvoor een werkgever aansprakelijk zou zijn geweest, indien hem niet de in het eerste lid bedoelde vrijstelling was verleend, komt voor rekening van het Rijk. 6 Bij de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, worden tevens geregeld de verdere gevolgen, welke aan het verlenen van vrijstelling wegens gemoedsbezwaren zijn verbonden, alsmede de gevallen, waarin de vrijstelling wordt of kan worden ingetrokken en de aan de intrekking verbonden gevolgen. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 17a — Artikel 17a#
Artikel 17a 1 artikel 10 Hij die een der inbedoelde verplichtingen niet, niet juist, of niet volledig nakomt, wordt gestraft, met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie. Dit feit is een overtreding. 2 artikel 10 Hij die opzettelijk een der inbedoelde verplichtingen niet, niet juist, of niet volledig nakomt, wordt gestraft, met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie of, indien dit hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven premie. Dit feit is een misdrijf. 3 artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering Met de opsporing van de in het eerste en tweede lid strafbaar gestelde feiten zijn, behalve de ambtenaren, bedoeld in, belast de door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, aangewezen personen. 4 Het recht tot strafvordering vervalt indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de werkgever terzake van hetzelfde feit reeds een boete heeft opgelegd. 2003 544 30-12-2003 19-12-2003 28978 2003 545 30-12-2003 19-12-2003 01-01-2004
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Een beschikking op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gegeven binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag. 2 De redelijke termijn is in ieder geval verstreken wanneer binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag geen beschikking is gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in het derde of vierde lid is gedaan. 3 Indien een beschikking niet binnen de termijn van acht weken kan worden gegeven, wordt die termijn met een redelijke termijn verlengd en wordt de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis gesteld. 4 Indien in verband met het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid informatie is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden de beschikking niet binnen acht weken gegeven kan worden, wordt die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld. 2000 627 28-12-2000 21-12-2000 27248 2000 627 28-12-2000 21-12-2000 27248 01-01-2001
Artikel 18a — Artikel 18a#
Artikel 18a artikel 7:2 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 12, tweede en derde lid In afwijking vanwordt de belanghebbende in een bezwaarschriftprocedure ten aanzien van een besluit ingevolge deze wet, met uitzondering van een beschikking op grond van het bepaalde in, gehoord op zijn verzoek. 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 18b — Artikel 18b#
Artikel 18b artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vanbeslist het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen binnen dertien weken na ontvangst van het bezwaarschrift. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 18c — Artikel 18c#
Artikel 18c 1 artikelen 1, vierde tot en met achtste lid 4 Tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep kan ieder der partijen beroep in cassatie instellen ter zake van schending of verkeerde toepassing van de, enen de op die artikelen berustende bepalingen. 2 Op dit beroep zijn de voorschriften betreffende het beroep in cassatie tegen uitspraken van de gerechtshoven in zake beroepen in belastingzaken van overeenkomstige toepassing, waarbij de Centrale Raad van Beroep de plaats inneemt van een gerechtshof. 2004 311 08-07-2004 24-06-2004 28219 2004 548 29-10-2004 18-10-2004 01-01-2005
Artikel 18d — Artikel 18d#
Artikel 18d Deze wet en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden op de dag voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van artikel I van de Wet administratieve lastenverlichting en vereenvoudiging in socialeverzekeringswetten, blijven van toepassing op het loon dat is genoten voorafgaand aan de dag waarop dat artikel in werking treedt. 2004 311 08-07-2004 24-06-2004 28219 2004 548 29-10-2004 18-10-2004 01-01-2005 2004 311 08-07-2004 24-06-2004 28219 2004 548 29-10-2004 18-10-2004 01-01-2005
Artikel 18e — Artikel 18e#
Artikel 18e Vervallen 2004 311 08-07-2004 24-06-2004 28219 2004 548 29-10-2004 18-10-2004 01-01-2005
Artikel 18f — Artikel 18f#
Artikel 18f Vervallen 2004 311 08-07-2004 24-06-2004 28219 2004 548 29-10-2004 18-10-2004 01-01-2005
Artikel 18g — Artikel 18g#
Artikel 18g 1 Artikel 6, eerste lid, onderdelen g en i artikel 31a van de Wet op de loonbelasting 1964 , zoals deze bepalingen luidden op 31 december 2002, blijven tot en met het kalenderjaar 2007 van toepassing op aanspraken op spaarpremies en op na 31 december 2002 toegekende spaarpremies of voorlopig bijgeschreven spaarpremies ter zake van voor 1 januari 2003 ingehouden besparingen op de voet van een premiespaarregeling als bedoeld in, zoals dat artikel luidde op 31 december 2002. 2 Artikel 13 van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen artikel 6, vijfde, zesde en zevende lid , zoals dat artikel luidde op 31 december 2002, is in het kalenderjaar 2003 nog van toepassing op toegekende of voorlopig bijgeschreven spaarpremies ter zake van in het kalenderjaar 2002 ingehouden besparingen op de voet van een premiespaarregeling als bedoeld in, zoals die leden luidden op 31 december 2002. 3 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het tweede lid. 2002 615 19-12-2002 12-12-2002 28607 2002 615 19-12-2002 12-12-2002 28607 01-01-2003
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Deze wet kan worden aangehaald onder de titel: "Coördinatiewet Sociale Verzekering". 1953 577 24-12-1953 3034 1953 593 24-12-1953 01-01-1954
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Deze wet treedt in werking met ingang van een door Ons te bepalen tijdstip, dat voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld. 1953 577 24-12-1953 3034 1953 593 24-12-1953 01-01-1954