Wet van 18 maart 1955, houdende regeling voor het voortbestaan van het Pensioenfonds voor de vaste onderwijzers van het Koninklijk Conservatorium voor Muziek
- BWB-id
- BWBR0002174
- Type
- Wet
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1955-04-08
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002174
- ELI
- /eli/nl/wet/1955/wet-pensioenfonds-koninklijk-conservatorium
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1955/wet-pensioenfonds-koninklijk-conservatorium/1955-04-08
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002174&g=1955-04-08
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002174&z=2026-06-06&g=1955-04-08
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002174/1955-04-08
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1955/wet-pensioenfonds-koninklijk-conservatorium
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Het voortbestaan van het "Pensioenfonds voor de vaste onderwijzers van het Koninklijk Conservatorium voor Muziek" wordt goedgekeurd. 1955 131 18-03-1955 3702 1955 131 18-03-1955 3702 08-04-1955
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Ten aanzien van de bestemming en het beheer van het fonds stelt Onze Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen een reglement vast met inachtneming van het hiernavolgende. 1955 131 18-03-1955 3702 1955 131 18-03-1955 3702 08-04-1955
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Het fonds is bestemd voor de uitkering van pensioenen, die zijn toegekend vóór 1 Januari 1922, alsmede van pensioenen, die na die datum zijn toegekend op grond van diensttijd, vóór 1 Januari 1922 bij het Conservatorium doorgebracht, aan personen, die bij het Conservatorium in dienst zijn geweest, aan hun weduwen en aan hun kinderen, die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt. 1955 131 18-03-1955 3702 1955 131 18-03-1955 3702 08-04-1955
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Het beheer van het fonds berust bij de Commissie van Toezicht op het Conservatorium. 2 Ingeval van opheffing dezer Commissie regelt Onze Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, op welke wijze in het beheer zal worden voorzien. 1955 131 18-03-1955 3702 1955 131 18-03-1955 3702 08-04-1955
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Voor een verandering in de wijze van belegging van de middelen van het fonds is de goedkeuring vereist van Onze Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. 1955 131 18-03-1955 3702 1955 131 18-03-1955 3702 08-04-1955
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De Commissie van Toezicht verstrekt aan Onze Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, aan Onze Minister van Financiën en aan de Algemene Rekenkamer alle door hen gevraagde inlichtingen met betrekking tot het beheer van het fonds en verleent hun vertegenwoordigers desgewenst inzage in de boekhouding van het fonds. 2 Zij zendt jaarlijks vóór 1 Mei een verslag betreffende het beheer van het fonds over het afgelopen jaar, vergezeld van een rekening en verantwoording, aan Onze Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen en aan de Algemene Rekenkamer; hun goedkeuring ontheft de Commissie van de verantwoordelijkheid voor het door haar gevoerde beheer. 1955 131 18-03-1955 3702 1955 131 18-03-1955 3702 08-04-1955
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Wanneer geen personen meer voor uitkeringen uit het fonds in aanmerking komen, zal het fonds worden geliquideerd. 2 De liquidateur wordt aangewezen door Onze Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen en gedraagt zich naar diens aanwijzingen. 3 Aan het liquidatiesaldo zal op nader door Onze Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen in overeenstemming met Onze Minister van Financiën te bepalen wijze een bestemming worden gegeven in verband met de oprichting en de inrichting van een nieuw gebouw voor het Conservatorium. 1955 131 18-03-1955 3702 1955 131 18-03-1955 3702 08-04-1955
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Staatsblad Deze wet treedt in werking op de dag na haar afkondiging in heten kan worden aangehaald onder de titel "Wet Pensioenfonds Koninklijk Conservatorium". 1955 131 18-03-1955 3702 1955 131 18-03-1955 3702 08-04-1955