Wet van 16 december 1954, tot vervanging van het fonds, ingesteld bij het Besluit Scheepvaartfonds 1944, door het Scheepvaartfonds 1955
- BWB-id
- BWBR0002164
- Type
- Wet
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2002-09-01 t/m 2006-12-12
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002164
- ELI
- /eli/nl/wet/1955/wet-scheepvaartfonds-1955
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1955/wet-scheepvaartfonds-1955/2002-09-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002164&g=2002-09-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002164&z=2026-06-06&g=2002-09-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002164/2002-09-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1955/wet-scheepvaartfonds-1955
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Het Scheepvaartfonds 1955 wordt ingesteld voor een afzonderlijk beheer terzake van het gebruik door de Staat van door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen zeeschepen en het daarmede samenhangende vervoer. 1954 611 16-12-1954 3578 1954 611 16-12-1954 3578 01-01-1955
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Van de inkomsten en uitgaven van het Scheepvaartfonds 1955 wordt jaarlijks een afzonderlijke begroting opgemaakt en vastgesteld volgens dezelfde regelen als voor de Rijksbegroting is bepaald. 2 Het beheer van die begroting wordt gevoerd door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. 1954 611 16-12-1954 3578 1954 611 16-12-1954 3578 01-01-1955
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De begroting is verdeeld in twee afdelingen, waarvan de eerste omvat de uitgaven en inkomsten der exploitatie en de tweede de kapitaalsuitgaven en -ontvangsten. 2 Elke afdeling is gesplitst in artikelen en indien nodig worden de afdelingen verdeeld in onderafdelingen. 3 De inrichting der begroting geschiedt overigens met inachtneming van de voorschriften, welke door Onze Minister van Financiën na overleg met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat worden gesteld. 1954 611 16-12-1954 3578 1954 611 16-12-1954 3578 01-01-1955
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Tot de dienst van enig jaar behoren: a. uitkeringen van en aan het Rijk en de andere inkomsten en uitgaven, welke op het beheer gedurende dat jaar betrekking hebben; b. bedragen, waarvan bij afsluiting van die dienst bekend is, dat zij verschuldigd, onderscheidenlijk te vorderen zijn en welke op het beheer gedurende dat jaar betrekking hebben. 2 De bedragen, welke verschuldigd, onderscheidenlijk te vorderen blijken te zijn nà afsluiting van de dienst, waartoe zij behoorden, komen ten laste, respectievelijk ten bate van de overeenkomstige artikelen der begroting van het dienstjaar, waarin het bestaan daarvan blijkt. 1954 611 16-12-1954 3578 1954 611 16-12-1954 3578 01-01-1955
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Tot de uitgaven van de eerste afdeling der begroting van het Scheepvaartfonds 1955 worden mede gerekend: a. het bedrag der afschrijvingen; b. een uitkering aan het Rijk wegens rente van het voor dekking der kapitaalsuitgaven opgenomen kapitaal; c. een uitkering aan het Rijk tot een percentage van de waarde der bezittingen tegenover de risico's, welke door het Rijk worden gedragen; d. een uitkering aan het Rijk ten bedrage van het voordelig saldo der exploitatie. 2 Tot de inkomsten van de eerste afdeling der begroting van het Scheepvaartfonds 1955 worden mede gerekend: a. een uitkering van het Rijk als vergoeding van schaden, waarvoor het risico door het Rijk wordt gedragen; b. een uitkering van het Rijk, ten bedrage van het nadelig saldo der exploitatie. 1954 611 16-12-1954 3578 1954 611 16-12-1954 3578 01-01-1955
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Tot de kapitaalsuitgaven worden gerekend: a. de kosten van de aankoop, de bouw en de verbouwing van zeeschepen, alsmede de kosten van aankoop van duurzame gebruiksartikelen; b. b c een uitkering aan het Rijk wegens aflossing op het verstrekte kapitaal, ten bedrage van de in het tweede lid onderenbedoelde ontvangsten. 2 Tot de kapitaalsontvangsten worden gerekend: a. a een uitkering van het Rijk ten bedrage van de in het eerste lid van dit artikel onderbedoelde uitgaven; b. het bedrag der afschrijvingen; c. a de opbrengst van vervreemde of overgedragen bezittingen, voorzover verkregen door uitgaven als bedoeld in het eerste lid ondervan dit artikel. 1954 611 16-12-1954 3578 1954 611 16-12-1954 3578 01-01-1955
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 b artikel 5, eerste lid onder c artikel 5, eerste lid onder Onze Minister van Financiën stelt het percentage, bedoeld in, telkenmale voor een periode van drie jaar vast en dat, bedoeld in, voor een periode van één jaar. 1954 611 16-12-1954 3578 1954 611 16-12-1954 3578 01-01-1955
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is bevoegd tussen de bij de begrotingswet aangewezen artikelen van de eerste afdeling der begroting onderling af- en over te schrijven. 1954 611 16-12-1954 3578 1954 611 16-12-1954 3578 01-01-1955
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De Algemene Rekenkamer houdt toezicht op de juistheid der bedragen, welke ten laste van en ten bate van het fonds worden gebracht. Zij onderzoekt de boeken, rekeningen, verantwoordingen, bewijsstukken en verdere bescheiden, zoals zij dit nodig acht voor het uitvoeren van de taak, haar bij de wet opgedragen. 1954 611 16-12-1954 3578 1954 611 16-12-1954 3578 01-01-1955
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De rekening van het Scheepvaartfonds 1955 wordt jaarlijks opgemaakt en vastgesteld met inachtneming van de voorzieningen ten aanzien van het beheer van het fonds als in deze wet opgenomen. 2 De inrichting der rekening geschiedt met inachtneming van de voorschriften, door Onze Minister van Financiën na overleg met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat te stellen. 3 Onze Minister van Verkeer en Waterstaat zendt binnen drie maanden na afsluiting van de dienst deze rekening aan Onze Minister van Financiën ten onderzoek toe, die deze rekening binnen vijf maanden na afsluiting van de dienst aan de Algemene Rekenkamer ter goedkeuring toezendt onder bijvoeging van de opmerkingen, waartoe zijn onderzoek hem aanleiding heeft gegeven; hij doet van zijn opmerkingen mededeling aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. 1954 611 16-12-1954 3578 1954 611 16-12-1954 3578 01-01-1955
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Het beheer der kasmiddelen van het Scheepvaartfonds 1955 wordt administratief afgescheiden van het beheer der overige kasmiddelen van het Rijk. 2 De door het Scheepvaartfonds 1955 benodigde kasmiddelen worden verschaft door het Rijk, terwijl de overtollige kasmiddelen in 's Rijks Schatkist worden gestort. 3 Van de geldelijke betrekkingen tussen het Rijk en het Scheepvaartfonds 1955, voortvloeiende uit de bepalingen dezer wet, wordt door Onze Minister van Financiën en het Scheepvaartfonds 1955 een rekening-courant aangehouden. 1954 611 16-12-1954 3578 1954 611 16-12-1954 3578 01-01-1955
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Comptabiliteitswet 2001 Voor zover ten aanzien van het beheer van het Scheepvaartfonds 1955 niet is voorzien in deze wet, is devan toepassing, met dien verstande dat in overeenstemming met Onze Minister van Financiën daarvan kan worden afgeweken. 2002 413 20-08-2002 13-07-2002 27849 2002 414 20-08-2002 13-07-2002 01-09-2002
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Het Besluit Scheepvaartfonds 1944 is met ingang van 1 Januari 1955 slechts van toepassing op de vóór die datum liggende begrotingstijdvakken en wordt na liquidatie van het daarbij ingestelde fonds ingetrokken op een door Ons te bepalen tijdstip. 2 Deze wet treedt in werking met ingang van 1 Januari 1955. 1954 611 16-12-1954 3578 1954 611 16-12-1954 3578 01-01-1955