Wet van 24 november 1954, houdende instelling van een productschap voor bier
- BWB-id
- BWBR0002162
- Type
- Wet
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1956-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002162
- ELI
- /eli/nl/wet/1956/instellingswet-productschap-voor-bier
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1956/instellingswet-productschap-voor-bier/1956-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002162&g=1956-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002162&z=2026-06-06&g=1956-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002162/1956-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1956/instellingswet-productschap-voor-bier
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Er is een Productschap voor Bier. 2 Het productschap heeft zijn zetel te Amsterdam. 1954 530 24-11-1954 3441 1955 479 14-10-1955 01-01-1956
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Het productschap is ingesteld voor de ondernemingen, waarin: bier wordt bereid; de binnenlandse handel in bier wordt uitgeoefend; bier voor verbruik ter plaatse wordt verstrekt. 2 In deze wet wordt mede verstaan onder: bier: dranken, die in uiterlijk en samenstelling grote overeenkomst met bier vertonen; handel: de werkzaamheid van tussenpersonen. 1954 530 24-11-1954 3441 1955 479 14-10-1955 01-01-1956
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Het bestuur van het productschap bestaat uit 22 leden. Daarvan worden benoemd: voor de ondernemingen op het gebied van door organisaties van ondernemers door organisaties van werknemers de brouwindustrie 4 leden 4 leden de binnenlandse groothandel in bier 3 leden 3 leden de detailhandel in bier en het hotel-, café- en restaurantbedrijf 4 leden 4 leden 1954 530 24-11-1954 3441 1955 479 14-10-1955 01-01-1956
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Aan het productschap is overgelaten de regeling of nadere regeling van de navolgende onderwerpen: a. aangelegenheden, verband houdende met het economisch verkeer tussen verschillende stadia van voortbrenging en afzet; b. de registratie van de ondernemingen, waarvoor het productschap is ingesteld; c. het verstrekken van de voor de vervulling van de taak van het productschap nodige gegevens. 2 a Als aangelegenheden, bedoeld in het voorgaande lid, onder, worden niet aangemerkt: a. de vestiging, uitbreiding en stillegging van ondernemingen; b. de in- en uitvoer; c. de prijzen. 3 Verordeningen betreffende de in het eerste lid bedoelde onderwerpen hebben niet betrekking op de aanvoer-, transito- en driehoekshandel. 4 c Verordeningen betreffende het in het eerste lid, onder, bedoelde onderwerp houden waarborgen in tegen misbruik van de ingevolge die verordeningen te verstrekken gegevens. 1954 530 24-11-1954 3441 1955 479 14-10-1955 01-01-1956
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 93, eerste lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie Stb. Overtredingen van het bepaalde bij of krachtens een op grond van(1950, K 22, sedert gewijzigd) vastgestelde verordening kunnen bij die verordening worden aangewezen als strafbare feiten. 1954 530 24-11-1954 3441 1955 479 14-10-1955 01-01-1956
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 93, eerste lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie Bij een op grond vanvastgestelde verordening kan worden bepaald, dat de bij of krachtens die verordening gestelde regelen mede andere dan de in artikel 102, eerste lid, van genoemde wet bedoelde natuurlijke en rechtspersonen binden, voor zover deze handelingen verrichten, die bedrijfsmatig in de ondernemingen, waarvoor het productschap is ingesteld, plegen te worden verricht. 1954 530 24-11-1954 3441 1955 479 14-10-1955 01-01-1956
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 126, eerste lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie Verordeningen, waarbij krachtenseen heffing wordt opgelegd tot een in die verordeningen vermeld ander doel dan dekking van de huishoudelijke uitgaven van het productschap, behoeven, in afwijking van het derde lid van dat artikel, de goedkeuring van Onze betrokken Ministers; zij worden terstond na vaststelling ter kennisneming aan de Sociaal-Economische Raad toegezonden. 2 Tot instelling van een fonds in het belang der bedrijfsgenoten wordt besloten bij verordening. Zodanige verordening behoeft de goedkeuring van Onze betrokken Ministers. 3 Onze betrokken Ministers kunnen bepalen, dat besluiten tot uitbetalingen ten laste van een fonds in het belang der bedrijfsgenoten hun goedkeuring behoeven. 1954 530 24-11-1954 3441 1955 479 14-10-1955 01-01-1956
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikelen 94 100 104, tweede lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie Voor de toepassing van deze wet en van de,, derde lid, enten aanzien van het productschap worden als Onze betrokken Ministers aangemerkt Onze Minister van Economische Zaken en, in bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen, Onze Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening. 1954 530 24-11-1954 3441 1955 479 14-10-1955 01-01-1956
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Deze wet kan worden aangehaald als: Instellingswet Productschap voor Bier. 1954 530 24-11-1954 3441 1955 479 14-10-1955 01-01-1956
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. 1954 530 24-11-1954 3441 1955 479 14-10-1955 01-01-1956