Wet van 30 september 1954, houdende instelling van een productschap voor groenten en fruit
- BWB-id
- BWBR0002148
- Type
- Wet
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1995-07-26
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002148
- ELI
- /eli/nl/wet/1956/instellingswet-productschap-voor-groenten-en-fruit
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1956/instellingswet-productschap-voor-groenten-en-fruit/1995-07-26
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002148&g=1995-07-26
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002148&z=2026-06-06&g=1995-07-26
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002148/1995-07-26
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1956/instellingswet-productschap-voor-groenten-en-fruit
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Er is een Productschap voor Groenten en Fruit. 2 Het productschap heeft zijn zetel te 's-Gravenhage. 1954 446 30-09-1954 3343 1955 473 14-10-1955 01-01-1956
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Het productschap is ingesteld voor de ondernemingen, waarin: de teelt van groenten, landbouwpeulvruchten, welke groen worden geoogst, vroege aardappelen, fruit, noten of kruiden wordt uitgeoefend; groenten, landbouwpeulvruchten, fruit, noten of daaruit verkregen producten, met uitzondering van slaggrondnoten en copra, worden be- of verwerkt; de handel - met uitzondering van de aanvoer-, transito- en driehoekshandel - wordt uitgeoefend in groenten, landbouwpeulvruchten, welke groen zijn geoogst, fruit, noten, of uit deze producten of uit andere dan groen geoogste landbouwpeulvruchten verkregen producten, met uitzondering van slaggrondnoten en copra. 2 Als ondernemingen, bedoeld in het eerste lid, worden mede aangemerkt de veilingen van de in dat lid bedoelde producten. 3 groenten In deze wet worden ondermede verstaan uien, eetbare zwammen, specerijen, specerijgewassen, consumptiespecerijzaden en plantgoed van groenten en aardbeien, met uitzondering van plantsjalotten en plantuitjes. 4 artikelen 3 6 12 handel In deze wet, met uitzondering van de,en, wordt ondermede verstaan de werkzaamheid van tussenpersonen. 1954 446 30-09-1954 3343 1955 473 14-10-1955 01-01-1956
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Het bestuur van het productschap bestaat uit 20 leden. Daarvan worden benoemd: voor de ondernemingen op het gebied van door organisaties van ondernemers door organisaties van werknemers de teelt van groenten en fruit 5 leden 5 leden de groenten en fruit be- en verwerkende industrie 1 lid 1 lid de groothandel en de werkzaamheid van tussenpersonen in groenten en fruit 2 leden 2 leden de detailhandel in groente en fruit 2 leden 2 leden 1973 672 12-12-1973 12617 1973 672 12-12-1973 12617 30-01-1974
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a Het bestuur is bevoegd uit zijn midden voor elk lid van het dagelijks bestuur een plaatsvervanger te benoemen. 1958 664 18-12-1958 5210 1958 664 18-12-1958 5210 07-01-1959
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Het productschap heeft organen, commissies genaamd, voor de behandeling van aangelegenheden betreffende: a. buitenslands verduurzaamde groenten, fruit en uit fruit verkregen producten, b. specerijen, c. consumptiegrondnoten. 1955 30 21-01-1955 3806 1955 473 14-10-1955 01-01-1956
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De leden van de commissies worden benoemd door organisaties van ondernemers en van werknemers, aangewezen door de Sociaal-Economische Raad. Voor aanwijzing komen slechts in aanmerking naar het oordeel van de Raad representatieve organisaties van de betrokken ondernemers en van de betrokken werknemers, welke verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid zijn. 2 De organisaties zijn bevoegd voor elk lid, dat zij benoemen, tevens een plaatsvervanger te benoemen. 3 De Sociaal-Economische Raad bepaalt het aantal leden, dat elke door hem aangewezen organisatie kan benoemen. De voorzitter van het productschap is tevens voorzitter van de commissies. De zittingsperiode van de leden van de commissies valt samen met die van de leden van het bestuur van het productschap. 1976 229 08-04-1976 11416 1976 342 22-06-1976 26-07-1976
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De commissie voor buitenslands verduurzaamde groenten, fruit en uit fruit verkregen producten bestaat uit 11 leden. Daarvan worden benoemd: voor de ondernemingen op het gebied van door organisaties van ondernemers door organisaties van werknemers de invoerhandel in buitenslands verduurzaamde groenten, fruit en uit fruit verkregen producten 3 leden 2 leden de werkzaamheid van tussenpersonen in buitenslands verduurzaamde groenten, fruit en uit fruit verkregen producten 1 lid de groenten en fruit be- en verwerkende industrie 1 lid – de binnenlandse groothandel in buitenslands verduurzaamde groenten, fruit en uit fruit verkregen producten 1 lid 1 lid de detailhandel in buitenslands verduurzaamde groenten, fruiten uit fruit verkregen producten 1 lid 1 lid 2 De commissie voor specerijen bestaat uit 6 leden. Daarvan worden benoemd: voor de ondernemingen op het gebied van door organisaties van ondernemers door organisaties van werknemers de werkzaamheid van tussenpersonen in specerijen 1 lid – de invoer- en de uitvoerhandel in specerijen 2 leden 1 lid de binnenlandse groothandel en de detailhandel in specerijen 1 lid 1 lid 3 De commissie voor consumptiegrondnoten bestaat uit 12 leden. Daarvan worden benoemd: voor de ondernemingen op het gebied van door organisaties van ondernemers door organisaties van werknemers de invoerhandel in consumptiegrondnoten 2 leden 2 leden de werkzaamheid van tussenpersonen in consumptiegrondnoten 1 lid de consumptiegrondnoten be- en verwerkende industrie 3 leden 2 leden de binnenlandse groothandel en de detailhandel in consumptiegrondnoten en daaruit verkregen producten 1 lid 1 lid 1954 446 30-09-1954 3343 1955 473 14-10-1955 01-01-1956
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Aan het productschap is overgelaten de regeling of nadere regeling van de navolgende onderwerpen: a. aangelegenheden, verband houdende met het economisch verkeer tussen verschillende stadia van voortbrenging en afzet, waaronder, indien of voorzover dit door Ons is bepaald, de prijzen begrepen zijn; b. de registratie van de ondernemingen, waarvoor het productschap is ingesteld; c. het verstrekken van de voor de vervulling van de taak van het productschap nodige gegevens; d. de voor de vervulling van de taak van het productschap nodige inzage van boeken en bescheiden en bezichtiging en opneming van bedrijfsmiddelen en voorraden van ondernemingen. 2 a Als aangelegenheden, bedoeld in het voorgaande lid, onder, worden niet aangemerkt: a. de vestiging, uitbreiding en stillegging van ondernemingen; b. de in- en uitvoer. 3 Verordeningen betreffende de in het eerste lid bedoelde onderwerpen hebben niet betrekking op de aanvoer-, transito- en driehoekshandel. 4 c d Verordeningen betreffende onderwerpen, als bedoeld in het eerste lid, onderen, houden waarborgen in tegen misbruik van de ingevolge die verordeningen te verstrekken gegevens. 1954 446 30-09-1954 3343 1955 473 14-10-1955 01-01-1956
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 4 Een besluit met betrekking tot aangelegenheden, naar het oordeel van het bestuur liggende op het werkgebied van een commissie, als omschreven in, neemt het bestuur slechts op voorstel van die commissie, dan wel nadat deze gelegenheid heeft gehad van advies te dienen. 1954 446 30-09-1954 3343 1955 473 14-10-1955 01-01-1956
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 93, eerste lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie Overtredingen van het bepaalde bij of krachtens een op grond vanvastgestelde verordening kunnen bij de verordening worden aangewezen als strafbare feiten. 1954 446 30-09-1954 3343 1955 473 14-10-1955 01-01-1956
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 93, eerste lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie Bij een op grond vanvastgestelde verordening kan worden bepaald, dat de bij of krachtens die verordening gestelde regelen mede andere dan de in artikel 102, eerste lid, van genoemde wet bedoelde natuurlijke en rechtspersonen binden, voor zover deze handelingen verrichten, die bedrijfsmatig in de ondernemingen, waarvoor het productschap is ingesteld, plegen te worden verricht. 1954 446 30-09-1954 3343 1955 473 14-10-1955 01-01-1956
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 126, eerste lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie Verordeningen, waarbij krachtenseen heffing wordt opgelegd tot een in die verordeningen vermeld ander doel dan dekking van de huishoudelijke uitgaven van het productschap, behoeven, in afwijking van het derde lid van dat artikel, de goedkeuring van Onze betrokken Ministers; zij worden terstond na vaststelling ter kennisneming aan de Sociaal-Economische Raad toegezonden. 2 Tot instelling van een fonds in het belang der bedrijfsgenoten wordt besloten bij verordening. Zodanige verordening behoeft de goedkeuring van Onze betrokken Ministers. 3 Onze betrokken Ministers kunnen bepalen, dat besluiten tot uitbetaling ten laste van een fonds in het belang der bedrijfsgenoten hun goedkeuring behoeven. 1954 446 30-09-1954 3343 1955 473 14-10-1955 01-01-1956
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 3 In afwijking vanbestaat het bestuur van het productschap gedurende de eerste zittingsperiode uit 14 leden, waarvan worden benoemd: voor de ondernemingen op het gebied van door organisaties van ondernemers door organisaties van werknemers de teelt van groenten en fruit 4 leden 3 leden de groenten en fruit be- en verwerkende industrie 1 lid 1 lid de groothandel en de werkzaamheid van tussenpersonen in groenten en fruit 2 leden 1 lid de detailhandel in groenten en fruit 1 lid 1 lid 2 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald, dat het eerste lid van overeenkomstige toepassing is voor volgende zittingsperioden. 1995 355 25-07-1995 10-07-1995 23983 1995 355 25-07-1995 10-07-1995 23983 26-07-1995
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikelen 94 100 104, tweede lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie Voor de toepassing van deze wet en van de,, derde lid, enten aanzien van het productschap worden als Onze betrokken Ministers aangemerkt Onze Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening en, in bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen, Onze Minister van Economische Zaken. 1954 446 30-09-1954 3343 1955 473 14-10-1955 01-01-1956
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Deze wet kan worden aangehaald als: Instellingswet Productschap voor Groenten en Fruit. 1954 446 30-09-1954 3343 1955 473 14-10-1955 01-01-1956
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. 1954 446 30-09-1954 3343 1955 473 14-10-1955 01-01-1956