Wet van 30 september 1954, houdende instelling van een productschap voor margarine, vetten en oliën
- BWB-id
- BWBR0002150
- Type
- Wet
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1976-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002150
- ELI
- /eli/nl/wet/1956/instellingswet-productschap-voor-margarine-vetten-en-oli-n
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1956/instellingswet-productschap-voor-margarine-vetten-en-oli-n/1976-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002150&g=1976-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002150&z=2026-06-06&g=1976-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002150/1976-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1956/instellingswet-productschap-voor-margarine-vetten-en-oli-n
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Er is een Productschap voor Margarine, Vetten en Oliën. 2 Het productschap heeft zijn zetel te 's-Gravenhage. 1954 449 30-09-1954 3343 1955 476 14-10-1955 3343 01-01-1956
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Het productschap is ingesteld voor de ondernemingen, waarin: margarine, vetten of oliën worden bereid of bewerkt; margarine, vetten of oliën worden verwerkt tot producten, welke - al dan niet na verdere be- of verwerking - kunnen dienen tot menselijk voedsel; de handel - met uitzondering van de aanvoer-, transito- en driehoekshandel - wordt uitgeoefend in: copra of in het buitenland geteelde oliehoudende zaden, pitten, bonen of noten, met uitzondering van consumptiegrondnoten en cacaobonen, margarine, vetten of oliën - met uitzondering van ongesmolten slachtvet - of daaruit verkregen producten, welke, al dan niet na verdere be- of verwerking, kunnen dienen tot menselijk voedsel. 2 vetten oliën In deze wet worden onderenverstaan plantaardige of dierlijke vetten en oliën, met uitzondering van melkvet en daaruit verkregen producten en cacaoboter, doch met inbegrip van vetzuren. 3 artikel 3 handel In deze wet, met uitzondering van, wordt ondermede verstaan de werkzaamheid van tussenpersonen. 1961 190 30-06-1961 5994 1961 190 30-06-1961 5994 12-07-1961
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Het bestuur van het produktschap bestaat uit 16 leden. Daarvan worden benoemd: voor de ondernemingen op het gebied van door organisaties van ondernemers door organisaties van werknemers de oliefabricage, de olieraffinaderij, de spijsolie- en de hardingsindustrie 2 leden 2 leden de margarine-industrie 1 lid 1 lid de industrie van eetbare vetten 1 lid 1 lid de be- en verwerking van oliën en vetten, anders dan tot voedsel voor de mens, en het destructiebedrijf 2 leden 2 leden de groothandel en de werkzaamheden van tussenpersonen in oliën, vetten, oliezaden en margarine 1 lid 1 lid de detailhandel in margarine, spijsvetten en spijsoliën en de slagerij 1 lid 1 lid 1975 642 05-11-1975 13520 1975 642 05-11-1975 13520 01-01-1976
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Aan het productschap is overgelaten de regeling of nadere regeling van de navolgende onderwerpen: a. aangelegenheden, verband houdende met het economisch verkeer tussen verschillende stadia van voortbrenging en afzet, waaronder, indien of voorzover dit door Ons is bepaald, de prijzen begrepen zijn; b. de registratie van de ondernemingen, waarvoor het productschap is ingesteld; c. het verstrekken van de voor de vervulling van de taak van het productschap nodige gegevens; d. de voor de vervulling van de taak van het productschap nodige inzage van boeken en bescheiden en bezichtiging en opneming van bedrijfsmiddelen en voorraden van ondernemingen. 2 a Als aangelegenheden, bedoeld in het voorgaande lid, onder, worden niet aangemerkt: a. de vestiging, uitbreiding en stillegging van ondernemingen; b. de in- en uitvoer. 3 Verordeningen betreffende de in het eerste lid bedoelde onderwerpen hebben niet betrekking op de aanvoer-, transito- en driehoekshandel. 4 c d Verordeningen betreffende onderwerpen, als bedoeld in het eerste lid, onderen, houden waarborgen in tegen misbruik van de ingevolge die verordeningen te verstrekken gegevens. 1954 449 30-09-1954 3343 1955 476 14-10-1955 3343 01-01-1956
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 93, eerste lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie Stb. Overtredingen van het bepaalde bij of krachtens een op grond van(1950, K 22, sedert gewijzigd) vastgestelde verordening kunnen bij de verordening worden aangewezen als strafbare feiten. 1954 449 30-09-1954 3343 1955 476 14-10-1955 3343 01-01-1956
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 93, eerste lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie Bij een op grond vanvastgestelde verordening kan worden bepaald, dat de bij of krachtens die verordening gestelde regelen mede andere dan de in artikel 102, eerste lid, van genoemde wet bedoelde natuurlijke en rechtspersonen binden, voor zover deze handelingen verrichten, die bedrijfsmatig in de ondernemingen, waarvoor het productschap is ingesteld, plegen te worden verricht. 1954 449 30-09-1954 3343 1955 476 14-10-1955 3343 01-01-1956
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 126, eerste lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie Verordeningen, waarbij krachtenseen heffing wordt opgelegd tot een in die verordeningen vermeld ander doel dan dekking van de huishoudelijke uitgaven van het productschap, behoeven, in afwijking van het derde lid van dat artikel, de goedkeuring van Onze betrokken Ministers; zij worden terstond na vaststelling ter kennisneming aan de Sociaal-Economische Raad toegezonden. 2 Tot instelling van een fonds in het belang der bedrijfsgenoten wordt besloten bij verordening. Zodanige verordening behoeft de goedkeuring van Onze betrokken Ministers. 3 Onze betrokken Ministers kunnen bepalen, dat besluiten tot uitbetalingen ten laste van een fonds in het belang der bedrijfsgenoten hun goedkeuring behoeven. 1954 449 30-09-1954 3343 1955 476 14-10-1955 3343 01-01-1956
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikelen 94 100 104, tweede lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie Voor de toepassing van deze wet en van de,, derde lid, enten aanzien van het productschap worden als Onze betrokken Ministers aangemerkt Onze Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening en, behoudens in bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen, Onze Minister van Economische Zaken. 1954 449 30-09-1954 3343 1955 476 14-10-1955 3343 01-01-1956
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Deze wet kan worden aangehaald als: Instellingswet Productschap voor Margarine, Vetten en Oliën. 1954 449 30-09-1954 3343 1955 476 14-10-1955 3343 01-01-1956
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. 1954 449 30-09-1954 3343 1955 476 14-10-1955 3343 01-01-1956