Wet van 30 september 1954, houdende instelling van een productschap voor siergewassen
- BWB-id
- BWBR0002149
- Type
- Wet
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1976-07-26
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002149
- ELI
- /eli/nl/wet/1956/instellingswet-productschap-voor-siergewassen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1956/instellingswet-productschap-voor-siergewassen/1976-07-26
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002149&g=1976-07-26
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002149&z=2026-06-06&g=1976-07-26
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002149/1976-07-26
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1956/instellingswet-productschap-voor-siergewassen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Er is een Productschap voor Siergewassen. 2 Het productschap heeft zijn zetel te 's-Gravenhage. 1954 447 30-09-1954 3343 1955 474 14-10-1955 01-01-1956
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Het productschap is ingesteld voor de ondernemingen, waarin: siergewassen worden geteeld; de handel - met uitzondering van de aanvoer-, transito- en driehoekshandel - in siergewassen of delen daarvan wordt uitgeoefend; hovenierswerkzaamheden worden verricht. 2 Als ondernemingen, bedoeld in het eerste lid, worden mede aangemerkt veilingen van de in dat lid bedoelde producten. 3 In deze wet wordt verstaan onder siergewassen: 1e. bollen, knollen en wortelstokken van bloemgewassen; 2e. bloemkwekerijproducten, daaronder begrepen voortkwekingsmateriaal met uitzondering van zaden; 3e. boomkwekerijproducten, daaronder begrepen voortkwekingsmateriaal met uitzondering van zaden. 4 In deze wet wordt mede verstaan onder: siergewassen: vruchtbomen - met inbegrip van kleinfruitteeltgewassen -, vruchtboomonderstammen, plantgoed van aardbeien, bos- en haagplantsoen, rozenonderstammen, kerstbomen en in het wild gegroeide producten, welke met het oog op de sierwaarde in het economisch verkeer worden gebracht; handel: de werkzaamheid van tussenpersonen. 1954 447 30-09-1954 3343 1955 474 14-10-1955 01-01-1956
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Het bestuur van het productschap bestaat uit 24 leden. Daarvan worden benoemd: voor de ondernemingen op het gebied van door organisaties van ondernemers door organisaties van werknemers de bloembollenteelt 2 leden 2 leden de bloemkwekerij 2 leden 2 leden de boomkwekerij 2 leden 2 leden de handel in bloembollen 2 leden 2 leden de groothandel in bloemkwekerijproducten 1 lid 1 lid de detailhandel in bloemkwekerijproducten 1 lid 1 lid de handel in boomkwekerijproducten 2 leden 2 leden 1954 447 30-09-1954 3343 1955 474 14-10-1955 01-01-1956
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a Het bestuur is bevoegd uit zijn midden voor elk lid van het dagelijks bestuur een plaatsvervanger te benoemen. 1958 662 18-12-1958 5210 1958 662 18-12-1958 5210 07-01-1959
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Het productschap heeft commissies van bijstand voor aangelegenheden betreffende: a. bollen, knollen en wortelstokken van bloemgewassen; b. bloemkwekerijproducten en hovenierswerkzaamheden; c. boomkwekerijproducten. 2 De commissies dienen elk voor haar werkgebied het bestuur van advies. 1954 447 30-09-1954 3343 1955 474 14-10-1955 01-01-1956
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De leden van de commissies van bijstand worden benoemd door organisaties van ondernemers en van werknemers, aangewezen door de Sociaal-Economische Raad. Voor aanwijzing komen slechts in aanmerking naar het oordeel van de Raad representatieve organisaties van de betrokken ondernemers en van de betrokken werknemers, welke verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid zijn. 2 De organisaties zijn bevoegd voor elk lid, dat zij benoemen, tevens een plaatsvervanger te benoemen. 3 De Sociaal-Economische Raad bepaalt het aantal leden van elke commissie van bijstand, alsmede het aantal leden, dat elke door hem aangewezen organisatie kan benoemen. De voorzitter van het productschap is tevens voorzitter van de commissies van bijstand. De zittingsperiode van de leden van de commissies valt samen met die van de leden van het bestuur van het productschap. 4 In een commissie van bijstand worden door de organisatie van ondernemers en van werknemers, werkzaam op het gebied van de teelt, evenveel leden benoemd als door de organisaties van ondernemers en van werknemers, werkzaam op het gebied van de handel. 5 artikelen 10 77 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie Stb. Deen(1950, K 22, sedert gewijzigd) zijn ten aanzien van de commissies van bijstand van overeenkomstige toepassing. 1976 229 08-04-1976 11416 1976 342 22-06-1976 26-07-1976
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Aan het productschap is overgelaten de regeling of nadere regeling van de navolgende onderwerpen: a. aangelegenheden, verband houdende met het economisch verkeer tussen verschillende stadia van voortbrenging en afzet, waaronder, indien of voorzover dit door Ons is bepaald, de prijzen begrepen zijn; b. de registratie van de ondernemingen, waarvoor het productschap is ingesteld; c. het verstrekken van de voor de vervulling van de taak van het productschap nodige gegevens; d. de voor de vervulling van de taak van het productschap nodige inzage van boeken en bescheiden en bezichtiging en opneming van bedrijfsmiddelen en voorraden van ondernemingen. 2 a Als aangelegenheden, bedoeld in het voorgaande lid, onder, worden niet aangemerkt: a. de vestiging, uitbreiding en stillegging van ondernemingen; b. de in- en uitvoer. 3 Verordeningen betreffende de in het eerste lid bedoelde onderwerpen hebben niet betrekking op de aanvoer-, transito- en driehoekshandel. 4 c d Verordeningen betreffende onderwerpen, als bedoeld in het eerste lid, onderen, houden waarborgen in tegen misbruik van de ingevolge die verordeningen te verstrekken gegevens. 1954 447 30-09-1954 3343 1955 474 14-10-1955 01-01-1956
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Een verordening met betrekking tot aangelegenheden, naar het oordeel van het bestuur liggende op het werkgebied van een commissie van bijstand, stelt het bestuur - tenzij naar zijn oordeel dringende redenen zich daartegen verzetten - slechts vast op voorstel van die commissie, dan wel nadat deze gelegenheid heeft gehad over het ontwerp der verordening van advies te dienen. 1954 447 30-09-1954 3343 1955 474 14-10-1955 01-01-1956
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 93, eerste lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie Overtredingen van het bepaalde bij of krachtens een op grond vanvastgestelde verordening kunnen bij de verordening worden aangewezen als strafbare feiten. 1954 447 30-09-1954 3343 1955 474 14-10-1955 01-01-1956
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 93, eerste lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie Bij een op grond vanvastgestelde verordening kan worden bepaald, dat de bij of krachtens die verordening gestelde regelen mede andere dan de in artikel 102, eerste lid, van genoemde wet bedoelde natuurlijke en rechtspersonen binden, voor zover deze handelingen verrichten, die bedrijfsmatig in de ondernemingen, waarvoor het productschap is ingesteld, plegen te worden verricht. 1954 447 30-09-1954 3343 1955 474 14-10-1955 01-01-1956
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 126, eerste lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie Verordeningen, waarbij krachtenseen heffing wordt opgelegd tot een in die verordeningen vermeld ander doel dan dekking van de huishoudelijke uitgaven van het productschap, behoeven, in afwijking van het derde lid van dat artikel, de goedkeuring van Onze betrokken Ministers; zij worden terstond na vaststelling ter kennisneming aan de Sociaal-Economische Raad toegezonden. 2 Tot instelling van een fonds in het belang der bedrijfsgenoten wordt besloten bij verordening. Zodanige verordening behoeft de goedkeuring van Onze betrokken Ministers. 3 Onze betrokken Ministers kunnen bepalen, dat besluiten tot uitbetalingen ten laste van een fonds in het belang der bedrijfsgenoten hun goedkeuring behoeven. 1954 447 30-09-1954 3343 1955 474 14-10-1955 01-01-1956
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikelen 94 100 104, tweede lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie Voor de toepassing van deze wet en van de,, derde lid, enten aanzien van het productschap worden als Onze betrokken Ministers aangemerkt Onze Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening en, in bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen, Onze Minister van Economische Zaken. 1954 447 30-09-1954 3343 1955 474 14-10-1955 01-01-1956
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Deze wet kan worden aangehaald als: Instellingswet Productschap voor Siergewassen. 1954 447 30-09-1954 3343 1955 474 14-10-1955 01-01-1956
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. 1954 447 30-09-1954 3343 1955 474 14-10-1955 01-01-1956