Wet van 18 juli 1957, houdende oprichting van een stichting ter bevordering van de voorziening in de behoefte van industriële ondernemingen aan risicodragend kapitaal
- BWB-id
- BWBR0002250
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 1994-01-01 t/m 2008-03-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002250
- ELI
- /eli/nl/wet/1957/wet-stichting-industrieel-garantiefonds
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1957/wet-stichting-industrieel-garantiefonds/1994-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002250&g=1994-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002250&z=2026-06-06&g=1994-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002250/1994-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1957/wet-stichting-industrieel-garantiefonds
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Onze Minister van Economische Zaken wordt gemachtigd ten behoeve van de industrialisatie een stichting met een stichtingskapitaal van dertig millioen gulden in het leven te roepen overeenkomstig de bij deze wet gevoegde ontwerp-acte van oprichting. 2 Onze genoemde Minister wordt tevens gemachtigd, ter aanvulling van dit kapitaal, telkens wanneer hij zulks nodig oordeelt, ten laste van het Rijk bedragen tot een totaal van ten hoogste zeventig millioen gulden ter beschikking van de stichting te stellen. Ten minste twee maanden, voordat hij tot het ter beschikking stellen van een bedrag overgaat, brengt hij zijn voornemen daartoe ter kennis van de beide Kamers der Staten-Generaal. 1976 693 15-12-1976 13854 1976 693 15-12-1976 13854 04-01-1977
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De bedragen, welke de stichting over enig jaar moet betalen: artikel 6, eerste lid worden zo mogelijk voldaan uit de geldmiddelen van de stichting, als bedoeld in, van haar statuten. a. in de vorm van vergoedingen, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de statuten der stichting, b. d ter zake van beheerskosten, als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onder, van die statuten, c. in de vorm van aflossingen van door haar bij derden opgenomen geldleningen en ter voldoening van renten en andere kosten ter zake van zodanige geldleningen, 2 Indien deze bedragen over enig jaar niet ten volle overeenkomstig het eerste lid kunnen worden gedekt, wordt het tekort door het Rijk aan de stichting voorgeschoten. 3 artikel 6, tweede lid, onder e Indien over enig jaar de som van de aan de stichting toevloeiende dividendopbrengsten en de bedragen die zij ontvangt als rente en aflossing ter zake van geldleningen, als bedoeld in, van haar statuten, de in het eerste lid bedoelde bedragen overtreft, wordt het batig saldo in de eerste plaats aangewend tot terugbetaling aan het Rijk van de bedragen, die in dat jaar of in voorgaande jaren krachtens het tweede lid aan de stichting zijn voorgeschoten of door het Rijk zijn betaald uit hoofde van voor het nakomen van verplichtingen van de stichting aan derden verstrekte garanties. 1976 693 15-12-1976 13854 1976 693 15-12-1976 13854 04-01-1977
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Het Rijk is tegenover derden niet aansprakelijk voor andere geldelijke verplichtingen van de stichting dan die, voor de nakoming waarvan het garanties heeft verstrekt. 1976 693 15-12-1976 13854 1976 693 15-12-1976 13854 04-01-1977
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Successiewet Stb. De bepalingen van de(1859, 36) zijn ten aanzien van de stichting niet van toepassing. 1957 295 18-07-1957 4173 1957 295 18-07-1957 4173 07-08-1957
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Onze Minister van Economische Zaken verleent goedkeuring tot wijziging van de statuten of tot opheffing van de stichting niet dan na daartoe bij de wet te zijn gemachtigd. 1957 295 18-07-1957 4173 1957 295 18-07-1957 4173 07-08-1957
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Deze wet kan worden aangehaald als: Wet Stichting Industrieel Garantiefonds. 1957 295 18-07-1957 4173 1957 295 18-07-1957 4173 07-08-1957
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Staatsblad Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het, waarin zij wordt geplaatst. 1957 295 18-07-1957 4173 1957 295 18-07-1957 4173 07-08-1957