Wet van 15 januari 1958, houdende nieuwe regelen omtrent de luchtvaart
- BWB-id
- BWBR0002267
- Type
- Wet
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002267
- ELI
- /eli/nl/wet/1959/luchtvaartwet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1959/luchtvaartwet/2024-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002267&g=2024-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002267&z=2026-06-06&g=2024-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002267/2024-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1959/luchtvaartwet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder a. luchtvaart: het gebruik van luchtvaartuigen; b. artikel 1.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart luchtvaartuig: toestel, bedoeld in; c. vliegtuigen: luchtvaartuigen zwaarder dan lucht en voorzien van een voortstuwingsinrichting; d. exploitant van een luchtvaartterrein: degene, te wiens name ingevolge deze wet een luchtvaartterrein wordt aangewezen; e. vervallen; f. buitenlandse luchtvaartuigen: luchtvaartuigen, ingeschreven in een buitenlands luchtvaartuigregister; g. luchtvaartterreinen: een aangewezen terrein ingericht voor het opstijgen en landen van luchtvaartuigen; h. luchtvaartmaatschappijen: eigenaren van ondernemingen, die geheel of gedeeltelijk hun bedrijf maken van het vervoer van personen, dieren of goederen met luchtvaartuigen; i. verkeersvlucht: een vlucht, die vervoer door een luchtvaartmaatschappij ten doel heeft; j. Onze Minister: voor wat de burgerluchtvaart en de algemene verkeersveiligheid in de lucht betreft: Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat: voor wat de militaire luchtvaart betreft: Onze Minister van Defensie; 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt mede verstaan onder a. gezagvoerder: hij, die een luchtvaartuig alleen bedient; b. bedienen van een luchtvaartuig: het verrichten van handelingen aan boord van een luchtvaartuig ten behoeve van het gebruik van dat luchtvaartuig; c. terreinen: watergebieden; d. bouwwerken: getimmerten, constructiemasten, bovengrondse geleidingen, dijken en kaden. e. luchtwaardigheid: de toelaatbaarheid van het door het luchtvaartuig veroorzaakte geluid. 1971 845 08-12-1971 10724 1971 845 08-12-1971 10724 29-03-1972
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 1992 368 18-06-1992 21993 1992 726 21-12-1992 01-01-1993
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 1999 235 17-06-1999 29-04-1999 26336 2001 466 16-10-2001 09-10-2001 01-10-2001 Datum inwerkingtreding ligt voor datum van uitgifte.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 1999 235 17-06-1999 29-04-1999 26336 2001 466 16-10-2001 09-10-2001 01-10-2001 Datum inwerkingtreding ligt voor datum van uitgifte.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 1999 235 17-06-1999 29-04-1999 26336 2001 466 16-10-2001 09-10-2001 01-10-2001 Datum inwerkingtreding ligt voor datum van uitgifte.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 1999 235 17-06-1999 29-04-1999 26336 2001 466 16-10-2001 09-10-2001 01-10-2001 Datum inwerkingtreding ligt voor datum van uitgifte.
Artikel 8 — Artikel 8 Bevoegdheden; geschiktheid#
Artikel 8 Bevoegdheden; geschiktheid Vervallen 1997 255 26-06-1997 26-03-1997 24513 2000 20 18-01-2000 24-12-1999 24513 19-01-2000 01-10-1999 Werkt terug tot en met 1 oktober 1999.
Artikel 8a — Artikel 8a Vluchtuitvoering; werk- en rusttijden#
Artikel 8a Vluchtuitvoering; werk- en rusttijden Vervallen 1999 235 17-06-1999 29-04-1999 26336 2008 292 18-07-2008 12-07-2008 19-07-2008
Artikel 8b — Artikel 8b Commissie van advies#
Artikel 8b Commissie van advies Vervallen 1997 255 26-06-1997 26-03-1997 24513 2000 20 18-01-2000 24-12-1999 24513 19-01-2000 01-10-1999 Werkt terug tot en met 1 oktober 1999.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Ten aanzien van het in luchtwaardige toestand houden van Nederlandse luchtvaartuigen worden de bewijzen van bevoegdheid afgegeven, geschorst of ingetrokken door Onze Minister en wel, voor wat burgerluchtvaartuigen betreft, naar regelen, gesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. Voorts kan Onze Minister bewijzen van gelijkstelling van buitenlandse bewijzen van bevoegdheid afgeven, schorsen en intrekken, naar regelen, gesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. 1997 255 26-06-1997 26-03-1997 24513 2000 20 18-01-2000 24-12-1999 24513 19-01-2000 01-10-1999 Werkt terug tot en met 1 oktober 1999.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 1997 255 26-06-1997 26-03-1997 24513 2000 20 18-01-2000 24-12-1999 24513 19-01-2000 01-10-1999 Werkt terug tot en met 1 oktober 1999.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 1992 415 02-07-1992 21163 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 1988 595 10-11-1988 16473 1988 595 10-11-1988 16473 01-01-1989
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 1992 368 18-06-1992 21993 1992 726 21-12-1992 01-01-1993
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2009 438 30-10-2009 14-10-2009 01-11-2009 Artikel IX, derde lid, van Stb. 2008/561 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 1999 235 17-06-1999 29-04-1999 26336 2001 466 16-10-2001 09-10-2001 01-10-2001 Datum inwerkingtreding ligt voor datum van uitgifte.
Artikel 16 — Artikel 16 Luchtvervoer#
Artikel 16 Luchtvervoer Voor zover bij internationale overeenkomst niet anders is bepaald mag vervoer met luchtvaartuigen in, naar of uit Nederland, of met Nederland als tussenstation, slechts geschieden door luchtvaartmaatschappijen aan wie daartoe door Onze Minister vergunning is verleend. 1995 250 16-05-1995 26-04-1995 23780 1995 250 16-05-1995 26-04-1995 23780 17-05-1995
Artikel 16a — Artikel 16a#
Artikel 16a 1 artikel 16 Ten aanzien van vergunningen als bedoeld indie vallen onder Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 24 september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap (PbEU L 293), wordt toegepast hetgeen bij of krachtens die verordening is bepaald. 2 Een wijziging van het bepaalde bij of krachtens de verordening, genoemd in het eerste lid, treedt voor de toepassing van het eerste lid in werking met ingang van de dag waarop de betrokken wijzigingsregeling in werking treedt. 3 Aan een vergunning als bedoeld in het eerste lid kunnen voorschriften worden verbonden voor zover deze in overeenstemming zijn met de verordening. 4 Onze Minister kan een vergunning als bedoeld in het eerste lid, met inachtneming van de verordening, schorsen of intrekken. 5 Onze Minister kan een vergunning als bedoeld in het eerste lid, op verzoek van de houder wijzigen. 2011 254 31-05-2011 21-04-2011 32481 2011 254 31-05-2011 21-04-2011 32481 01-06-2011
Artikel 16b — Artikel 16b#
Artikel 16b 1 artikel 16 artikel 16a, eerste lid Een vergunning als bedoeld indie niet valt onder de ingenoemde verordening, wordt verleend voor een bepaalde, daarin genoemde, termijn van ten hoogste vijf jaar. Zij kan door Onze Minister worden verlengd. 2 Aan een vergunning als bedoeld in het eerste lid, kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden. 3 Onze Minister kan een vergunning als bedoeld in het eerste lid, schorsen of intrekken: a. indien de vergunninghouder daarom verzoekt; b. wegens niet-uitoefening van het vervoer; c. wegens uitoefening van het vervoer in strijd met bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften; d. wegens niet-inachtneming van aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen; e. indien ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt. 4 Onze Minister kan een vergunning als bedoeld in het eerste lid, op verzoek van de houder wijzigen. 5 Een vergunning als bedoeld in het eerste lid verliest haar geldigheid zolang en voor zover de vergunninghouder is geplaatst op de communautaire lijst, bedoeld in Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 december 2005 betreffende de vaststelling van een communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod binnen de Gemeenschap is opgelegd en het informeren van luchtreizigers over de identiteit van de exploiterende luchtvaartmaatschappij en tot intrekking van artikel 9 van richtlijn nr. 2004/36/EG. 6 Een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in het eerste lid, of voor een verlenging voor een dergelijke vergunning wordt afgewezen voor zover de aanvraag betrekking heeft op activiteiten waarvoor de aanvrager op de communautaire lijst, bedoeld in het vijfde lid, is geplaatst. 2008 193 10-06-2008 22-05-2008 31232 2008 193 10-06-2008 22-05-2008 31232 11-06-2008
Artikel 16c — Artikel 16c#
Artikel 16c artikel 16 Bij ministeriële regeling kunnen bepaalde soorten van vervoer worden uitgezonderd van de invervatte verplichting. 1994 83 08-11-1993 23254 1994 83 08-11-1993 23254 18-02-1994
Artikel 16d — Artikel 16d#
Artikel 16d 1 artikel 16 Staatscourant Onze Minister kan ontheffing verlenen van de invervatte verplichting. Van de beschikking ter zake wordt mededeling in degedaan. 2 Aan de in het eerste lid bedoelde ontheffingen kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden. 3 Onze Minister kan een ontheffing schorsen of intrekken wegens niet inachtneming van de aan de ontheffing verbonden voorschriften of beperkingen. 1994 83 08-11-1993 23254 1994 83 08-11-1993 23254 18-02-1994
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Het is verboden luchtvaartvertoningen of luchtvaartwedstrijden te houden zonder vergunning van Onze Minister. 2 Het is verboden boven Nederland deel te nemen aan een vertoning of wedstrijd als bedoeld in het eerste lid, waarvoor geen vergunning is verleend. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gegeven waaraan bij het aanvragen van een vergunning tot het houden van een luchtvaartvertoning of een luchtvaartwedstrijd en bij het houden van zodanige vertoning of wedstrijd moet worden voldaan. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, eerste en tweede lid, XVIa, eerste lid, XVII, eerste lid, XVIII, eerste lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, XVIa, eerste lid, XVII, eerste lid, XVIII, eerste lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, XVIa, eerste lid, XVII, eerste lid, XVIII, eerste lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, XVIa, eerste lid, XVII, eerste lid, XVIII, eerste lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, XVIa, eerste lid, XVII, eerste lid, XVIII, eerste lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, XVIa, eerste lid, XVII, eerste lid, XVIII, eerste lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, XVIa, eerste lid, XVII, eerste lid, XVIII, eerste lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 24a — Artikel 24a#
Artikel 24a Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, XVIa, eerste lid, XVII, eerste lid, XVIII, eerste lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 24b — Artikel 24b#
Artikel 24b Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, XVIa, eerste lid, XVII, eerste lid, XVIII, eerste lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, XVIa, eerste lid, XVII, eerste lid, XVIII, eerste lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 25a — Artikel 25a#
Artikel 25a Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, XVIa, eerste lid, XVII, eerste lid, XVIII, eerste lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 25b — Artikel 25b#
Artikel 25b Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, XVIa, eerste lid, XVII, eerste lid, XVIII, eerste lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 25c — Artikel 25c#
Artikel 25c Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, XVIa, eerste lid, XVII, eerste lid, XVIII, eerste lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 25d — Artikel 25d#
Artikel 25d Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, XVIa, eerste lid, XVII, eerste lid, XVIII, eerste lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 25e — Artikel 25e#
Artikel 25e Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, XVIa, eerste lid, XVII, eerste lid, XVIII, eerste lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 25f — Artikel 25f#
Artikel 25f Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, XVIa, eerste lid, XVII, eerste lid, XVIII, eerste lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 25g — Artikel 25g#
Artikel 25g Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, XVIa, eerste lid, XVII, eerste lid, XVIII, eerste lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 25h — Artikel 25h#
Artikel 25h Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, XVIa, eerste lid, XVII, eerste lid, XVIII, eerste lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 25i — Artikel 25i#
Artikel 25i Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, XVIa, eerste lid, XVII, eerste lid, XVIII, eerste lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, XVIa, eerste lid, XVII, eerste lid, XVIII, eerste lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 26a — Artikel 26a#
Artikel 26a Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, XVIa, eerste lid, XVII, eerste lid, XVIII, eerste lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 26b — Artikel 26b#
Artikel 26b Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, XVIa, eerste lid, XVII, eerste lid, XVIII, eerste lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 26c — Artikel 26c#
Artikel 26c Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, XVIa, eerste lid, XVII, eerste lid, XVIII, eerste lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 26d — Artikel 26d#
Artikel 26d Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, XVIa, eerste lid, XVII, eerste lid, XVIII, eerste lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, XVIa, eerste lid, XVII, eerste lid, XVIII, eerste lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, XVIII, eerste lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, XVIII, eerste lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, XVII, XVIII, eerste lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 30a — Artikel 30a#
Artikel 30a Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 30b — Artikel 30b#
Artikel 30b Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 30c — Artikel 30c#
Artikel 30c Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 De artikelen IX, tweede lid, en XXII van Stb. 2008/561 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 37a — Artikel 37a#
Artikel 37a 1 Voor de toepassing van deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. EG-verordening 300/2008: Verordening (EG) nr. 300/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2320/2002 (Pb EU 2008, L 97/72) en de uitvoeringsbepalingen daarvan; b. EG-verordening 272/2009: Verordening (EG) nr. 272/2009 van de Commissie van 2 april 2009 ter aanvulling van de in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 300/2008 van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde gemeenschappelijke basisnormen voor de beveiliging van de burgerluchtvaart (Pb EU 2009, L 91/7); c. EU-verordening 1254/2009: Verordening (EU) nr. 1254/2009 van de Commissie van 18 december 2009 tot vaststelling van criteria waaraan lidstaten moeten voldoen om te mogen afwijken van de gemeenschappelijke basisnormen inzake beveiliging van de burgerluchtvaart en om alternatieve beveiligingsmaatregelen te mogen vaststellen (Pb EU 2009, L 338/17); d. EU-verordening 2015/1998: Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2015/1998 van de Commissie van 5 november 2015 tot vaststelling van gedetailleerde maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart (Pb EU 2015, L 299/1). 2 Voor de toepassing van deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. ACC3-luchtvaartmaatschappij: verordening 2015/1998 de luchtvervoersonderneming, bedoeld in punt 6.8.8.1 van EU-; b. bedrijfsmateriaal van een luchtvaartmaatschappij: verordening 300/2008 materiaal als bedoeld in artikel 3, punt 23, van EG-; c. bedrijfspost van een luchtvaartmaatschappij: verordening 300/2008 post als bedoeld in artikel 3, punt 22, van EG-; d. bekende afzender: verordening 300/2008 de natuurlijke persoon of rechtspersoon, bedoeld in artikel 3, punt 27, van EG-; e. beveiligingscontrole: verordening 300/2008 de controle, bedoeld in artikel 3, punt 9, van EG-; f. beveiligingsdoorzoeking: verordening 300/2008 de inspectie, bedoeld in artikel 3, punt 30, van EG-; g. beveiligingsonderzoek: verordening 300/2008 het onderzoek, bedoeld in artikel 3, punt 8, van EG-; h. beveiligingspersoneel: 1°. artikel 3 van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus personen in dienst van een door de exploitant van een luchtvaartterrein met de uitvoering van de beveiliging belaste particuliere beveiligingsorganisatie, waaraan door Onze Minister van Justitie en Veiligheid een vergunning is verleend als bedoeld in, en 2°. de door Onze Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen ambtenaren van politie, ambtenaren van de Koninklijke marechaussee en de ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane; i. communautaire luchtvaartmaatschappij: verordening 300/2008 de luchtvaartmaatschappij, bedoeld in artikel 3, punt 5, van EG-; j. detectieapparatuur: verordening 300/2008 de uitrusting, bedoeld in punt 12 van bijlage I bij EG-, met uitzondering van explosievenspeurhonden; k. entiteit: verordening 300/2008 de natuurlijke persoon of rechtspersoon die gemeenschappelijke basisnormen voor de beveiliging van de burgerluchtvaart toepast, met uitzondering van de exploitant van een luchtvaartterrein of de luchtvaartmaatschappij, als bedoeld in artikel 3, punt 6, van EG-; l. erkend agent: verordening 300/2008 de natuurlijke persoon of rechtspersoon, bedoeld in artikel 3, punt 26, van EG-; m. EU-gegevensbank betreffende de beveiliging van de toeleveringsketen: verordening 2015/1998 de gegevensbank, bedoeld in punt 6.3.1.2 van de bijlage bij EU-; n. handbagage: verordening 300/2008 bagage als bedoeld in artikel 3, punt 19, van EG-; o. luchthavenbenodigdheden: verordening 272/2009 de voorwerpen, bedoeld in artikel 2, punt 1, van EG-; p. luchtvaartmaatschappij: verordening 300/2008 een luchtvervoersonderneming als bedoeld in artikel 3, punt 4, van EG-; q. luchtvaartterrein: een luchtvaartterrein of deel daarvan dat niet uitsluitend voor militaire doeleinden wordt gebruikt, met inbegrip van vliegtuigen, bussen, bagagekarretjes of andere vervoersmiddelen, dan wel wandelgangen of loopbruggen; r. opleidingsinstelling: een onderneming die zich geheel of gedeeltelijk bezig houdt met het geven van opleidingen op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart; s. post: verordening 300/2008 zendingen van correspondentie en andere voorwerpen als bedoeld in artikel 3, punt 24 van EG-; t. ruimbagage: verordening 300/2008 bagage als bedoeld in artikel 3, punt 20, van EG-; u. toegangsbewijs: 1°. verordening 2015/1998 een toegangsbewijs, als bedoeld in punt 1.2.2.2 van de bijlage bij EU-, en 2°. verordening 2015/1998 een voertuigpas, als bedoeld punt 1.2.1.3 van de bijlage bij EU-; v. toegangscontrole: verordening 300/2008 de controle, bedoeld in artikel 3, punt 10, van EG-; w. vaste afzender: verordening 300/2008 de natuurlijke persoon of rechtspersoon, bedoeld in artikel 3, punt 28, van EG-; x. verboden voorwerpen: verordening 300/2008 de voorwerpen, bedoeld in artikel 3, punt 7, van EG-; y. vluchtbenodigdheden: verordening 272/2009 de voorwerpen, bedoeld in artikel 2, punt 2, van EG-. z. vracht: verordening 300/2008 goederen als bedoeld in artikel 3, punt 25, van EG-. 3 artikel 1, eerste lid, onder d Met betrekking tot militaire luchtvaartterreinen waarvan delen uitsluitend ten behoeve van de burgerluchtvaart worden gebruikt, wordt in afwijking van, voor de toepassing van deze afdeling als exploitant van een luchtvaartterrein aangemerkt, de bij koninklijk besluit aan te wijzen rechtspersoon aan wie het medegebruik ten behoeve van de burgerluchtvaart is verleend. 4 Een koninklijk besluit als bedoeld in het derde lid wordt genomen op voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat in overeenstemming met Onze Ministers van Justitie en Veiligheid en van Defensie. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37ab — Artikel 37ab#
Artikel 37ab 1 verordening 300/2008 Onze Minister van Justitie en Veiligheid is belast met de beveiliging van de burgerluchtvaart. Hij is de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 9 van EG-. 2 verordening 300/2008 Onze Minister van Justitie en Veiligheid is belast met het in stand houden van het Nationaal programma voor de beveiliging van de burgerluchtvaart, bedoeld in artikel 10 van EG-. 3 artikelen 37ada 37b 37f 37g 37h 37hb 37hd 37j 37k 37l 37ra 37rf 37rg Exploitanten van luchtvaartterreinen, luchtvaartmaatschappijen en entiteiten zijn gehouden te voldoen aan door Onze Minister van Justitie en Veiligheid of namens deze door de commandant van de Koninklijke marechaussee gegeven aanwijzingen inzake de nakoming van een verplichting die op hen rust ingevolge de,,,,,,,,,,,en, of ingevolge een verplichting die voortvloeit uit een Europese verordening voor zover deze betrekking heeft op de beveiliging van de burgerluchtvaart. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37aba — Artikel 37aba#
Artikel 37aba 1 verordening 300/2008 De exploitant van een luchtvaartterrein houdt een beveiligingsprogramma als bedoeld in artikel 12 van EG-in stand. 2 Het beveiligingsprogramma, bedoeld in het eerste lid, alsmede de wijziging daarvan, behoeft instemming van Onze Minister van Justitie en Veiligheid in overeenstemming met Onze Minister. Het programma wordt op hun verzoek, onder het stellen van een redelijke termijn, aangepast. 3 artikel 16 van de Wet veiligheidsregio’s Met het oog op de afstemming met het crisisplan, bedoeld in, wordt het bestuur van de veiligheidsregio waarin het luchtvaartterrein is gelegen in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze te geven over een ontwerp van een programma als bedoeld in het eerste lid of een wijziging van dat programma. 4 De exploitant van een luchtvaartterrein informeert onverwijld en uit eigen beweging Onze Minister van Justitie en Veiligheid en Onze Minister indien het beveiligingsprogramma niet kan worden uitgevoerd. Hij verstrekt desgevraagd Onze Ministers informatie over de beveiliging van het luchtvaartterrein. 5 Indien een onderdeel van het programma niet kan worden uitgevoerd, kan Onze Minister van Justitie en Veiligheid de exploitant van een luchtvaartterrein een aanwijzing geven die ertoe strekt zo veel mogelijk het oorspronkelijk in het programma aangegeven niveau van beveiliging te benaderen. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Artikel IV van Stb. 2019/179 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 37abb — Artikel 37abb#
Artikel 37abb 1 verordening 300/2008 De luchtvaartmaatschappij houdt een beveiligingsprogramma als bedoeld in artikel 13 van EG-in stand. 2 Het beveiligingsprogramma van de luchtvaartmaatschappij waarvan de exploitatievergunning in Nederland is verleend door Onze Minister, alsmede de wijziging daarvan, behoeft instemming van Onze Minister van Justitie en Veiligheid, in overeenstemming met Onze Minister. Het programma wordt op hun verzoek, onder het stellen van een redelijke termijn, aangepast. 3 Op verzoek van Onze Minister van Justitie en Veiligheid legt de luchtvaartmaatschappij waarvan de exploitatievergunning niet in Nederland is verleend door Onze Minister een verklaring over waaruit blijkt dat de bevoegde autoriteit van de staat die de exploitatievergunning heeft verleend, heeft ingestemd met het beveiligingsprogramma. Indien de luchtvaartmaatschappij niet beschikt over een verklaring als hiervoor bedoeld, kan Onze Minister van Justitie en Veiligheid verlangen dat de luchtvaartmaatschappij haar beveiligingsprogramma ter instemming voorlegt aan Onze Minister van Justitie en Veiligheid in overeenstemming met Onze Minister. Het programma wordt op hun verzoek, onder het stellen van een redelijke termijn, aangepast. 4 Onze Minister van Justitie en Veiligheid kan verlangen dat de luchtvaartmaatschappij, niet zijnde een communautaire luchtvaartmaatschappij, die een verklaring als bedoeld in het derde lid heeft overgelegd, haar beveiligingsprogramma ter instemming voorlegt aan Onze Minister van Justitie en Veiligheid in overeenstemming met Onze Minister. Het programma wordt op hun verzoek, onder het stellen van een redelijke termijn, aangepast. 5 De luchtvaartmaatschappij informeert onverwijld en uit eigen beweging Onze Minister van Justitie en Veiligheid en Onze Minister, indien het beveiligingsprogramma niet kan worden uitgevoerd. 6 Indien een onderdeel van het beveiligingsprogramma niet kan worden uitgevoerd, kan Onze Minister van Justitie en Veiligheid de luchtvaartmaatschappij een aanwijzing geven die ertoe strekt zo veel mogelijk het oorspronkelijk in het programma aangegeven niveau van beveiliging te benaderen. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Artikel IV van Stb. 2019/179 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 37abc — Artikel 37abc#
Artikel 37abc 1 verordening 300/2008 De entiteit houdt een beveiligingsprogramma als bedoeld in artikel 14 van EG-in stand. 2 Op verzoek van Onze Minister van Justitie en Veiligheid, wordt het beveiligingsprogramma, bedoeld in het eerste lid, alsmede de wijziging daarvan, aan hem ter instemming voorgelegd. Het programma wordt op zijn verzoek, onder het stellen van een redelijke termijn, aangepast. 3 De entiteit informeert Onze Minister van Justitie en Veiligheid onverwijld en uit eigen beweging indien het programma niet kan worden uitgevoerd. 4 Indien een onderdeel van het programma niet kan worden uitgevoerd, kan Onze Minister van Justitie en Veiligheid de entiteit een aanwijzing geven die ertoe strekt zo veel mogelijk het oorspronkelijk in het programma aangegeven niveau van beveiliging te benaderen. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Artikel IV van Stb. 2019/179 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 37abd — Artikel 37abd#
Artikel 37abd artikelen 37aba 37abb 37abc Bij regeling van Onze Minister van Justitie en Veiligheid kunnen regels worden gesteld over de inhoud van de beveiligingsprogramma’s, genoemd in de,en. Deze regels kunnen betrekking hebben op: a. verordening 300/2008 artikel 37ab, tweede lid de methoden en procedures die de exploitant van het luchtvaartterrein, de luchtvaartmaatschappij of de entiteit dient te volgen om te voldoen aan EG-en het programma, bedoeld in, en b. de wijze waarop de exploitant van het luchtvaartterrein, de luchtvaartmaatschappij of de entiteit toezicht houdt op de naleving van deze methoden en procedures. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37ac — Artikel 37ac#
Artikel 37ac 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de uitvoering van de bij deze wet voorgeschreven toegangscontrole, beveiligingsonderzoeken, en andere beveiligingscontroles, alsmede voor de afhandeling van daarbij geconstateerde onregelmatigheden. Toegangscontroles, beveiligingsonderzoeken en andere beveiligingscontroles worden verricht met inachtneming van de door Onze Minister van Justitie en Veiligheid gegeven algemene aanwijzingen. 2 Onze Minister van Justitie en Veiligheid kan naar aanleiding van onvoorziene omstandigheden bijzondere aanwijzingen geven voor de uitvoering van de toegangscontrole, beveiligingsonderzoeken en andere beveiligingscontroles, bedoeld in het eerste lid. In dat geval bepaalt Onze Minister van Justitie en Veiligheid dat de kosten worden vergoed die redelijkerwijs zijn gemaakt om de aanwijzing uit te voeren. 3 verordening 1254/2009 verordening 300/2008 Onze Minister van Justitie en Veiligheid kan met inachtneming van artikel 1 van EU-vrijstelling verlenen van een of meer gemeenschappelijke basisnormen, genoemd in bijlage I bij EG-. De vrijstelling kan onder voorwaarden of beperkingen worden verleend. 4 verordening 2015/1998 verordening 300/2008 Onze Minister van Justitie en Veiligheid kan met inachtneming van punt 1.0.3 van de bijlage bij EU-de exploitant van een luchtvaartterrein tijdelijk ontheffing verlenen van een of meer gemeenschappelijke basisnormen, genoemd in bijlage I bij EG-. De ontheffing kan onder voorwaarden of beperkingen worden verleend. 5 De vrijstelling of ontheffing, bedoeld in het derde of vierde lid, wordt geschorst of ingetrokken, indien: a. de aan de vrijstelling of ontheffing verbonden voorwaarden of beperkingen niet in acht worden genomen; b. de vrijstelling of ontheffing in strijd komt met een Europese verordening voor zover deze betrekking heeft op de beveiliging van de burgerluchtvaart, of; c. het belang van de beveiliging van de burgerluchtvaart dat vordert. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37aca — Artikel 37aca#
Artikel 37aca 1 De ingebruikname van detectieapparatuur ten behoeve van de uitvoering van beveiligingsonderzoek behoeft instemming van Onze Minister van Justitie en Veiligheid. 2 De instemming, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend, indien: a. verordening 300/2008 de detectieapparatuur voldoet aan de vastgelegde specificaties als bedoeld in punt 12 van bijlage I bij EG-en met het oog op het uit te voeren beveiligingsonderzoek redelijkerwijs als passend kan worden beschouwd, en b. artikel 37ac, eerste en tweede lid het beoogde gebruik van de detectieapparatuur niet in strijd komt met de regels en aanwijzingen, bedoeld in. 3 Bij regeling van Onze Minister van Justitie en Veiligheid kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de procedure tot instemming. 4 Onze Minister van Justitie en Veiligheid kan de instemming, bedoeld in het tweede lid, schorsen of intrekken, indien: a. verordening 300/2008 de apparatuur die wordt gebruikt niet langer voldoet aan de vastgelegde specificaties als bedoeld in punt 12 van bijlage I bij EG-of niet langer redelijkerwijs als passend kan worden beschouwd met het oog op het uit te voeren beveiligingsonderzoek, of b. artikel 37ac, eerste lid en tweede lid het gebruik van de detectieapparatuur in strijd komt met de regels of aanwijzingen, bedoeld in. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Artikel V van Stb. 2019/179 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 37acb — Artikel 37acb#
Artikel 37acb 1 De ingebruikname van explosievenspeurhonden ten behoeve van de uitvoering van beveiligingsonderzoek behoeft instemming van Onze Minister van Justitie en Veiligheid. 2 De instemming, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend, indien: a. de explosievenspeurhond en zijn begeleider met succes de relevante opleiding op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart hebben doorlopen, en b. verordening 2015/1998 vastgesteld is dat de explosievenspeurhond en zijn begeleider voldoen aan de bij of krachtens EU-vastgestelde prestatievereisten. 3 De instemming geldt voor een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen termijn. 4 Bij regeling van Onze Minister van kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de procedure tot instemming. 5 Onze Minister van Justitie en Veiligheid kan de exploitant van een luchtvaartterrein, de luchtvaartmaatschappij of de entiteit een aanwijzing geven inzake de inzet van explosievenspeurhonden, indien deze speurhonden, of de inzet daarvan, redelijkerwijs niet als passend kan worden beschouwd met het oog op het uit te voeren beveiligingsonderzoek. 6 Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om instemming met de ingebruikname van explosievenspeurhonden kan Onze Minister van Justitie en Veiligheid een vergoeding van kosten verlangen. De kostenvergoeding is niet hoger dan een bij ministeriële regeling van Onze Minister van Justitie en Veiligheid vast te stellen bedrag. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Artikel VI, derde lid, van Stb. 2019/179 bevat overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 37ad — Artikel 37ad#
Artikel 37ad 1 Onze Minister van Justitie en Veiligheid kan op grond van omstandigheden of inlichtingen vaststellen, dat er voor een luchtvaartterrein dan wel bepaalde daar aanwezige luchtvaartuigen, een bijzonder gevaar bestaat dat zij het object van geweldpleging, aanslagen of bedreiging zullen vormen. Hij geeft hiervan onverwijld kennis aan de exploitant van dat luchtvaartterrein en, in voorkomend geval, aan de luchtvaartmaatschappij van die luchtvaartuigen. 2 Na toepassing van het eerste lid worden geen goederen aan boord van de betrokken luchtvaartuigen gebracht dan na, zonodig stuksgewijs, onderzoek op de aanwezigheid van verboden voorwerpen. 3 Onze Minister van Justitie en Veiligheid kan in andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, luchtvaartuigen aanwijzen waarop het tweede lid van toepassing is. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37ada — Artikel 37ada#
Artikel 37ada 1 Ter beveiliging van de burgerluchtvaart kan Onze Minister van Justitie en Veiligheid vluchten van een luchtvaartmaatschappij aanwijzen waarop ambtenaren van de Koninklijke marechaussee worden ingezet. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld ten aanzien van het bepaalde in het eerste lid. 3 verordening 300/2008 Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ter uitvoering van EG-regels stellen over beveiligingsmaatregelen tijdens de vlucht. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37ae — Artikel 37ae#
Artikel 37ae 1 Indien de naleving van de bij of krachtens deze afdeling gestelde voorschriften of van een verplichting die voortvloeit uit een Europese verordening voor zover deze betrekking heeft op de beveiliging van de burgerluchtvaart, gevaar dreigt te lopen, doet de betrokken exploitant van een luchtvaartterrein, luchtvaartmaatschappij of entiteit daarvan onverwijld mededeling aan de commandant van de Koninklijke marechaussee. 2 Bij wijze van bestuursdwang kan Onze Minister van Justitie en Veiligheid het opstijgen van een luchtvaartuig verbieden en beletten indien er een redelijk vermoeden bestaat dat wegens het niet naleven van de bij of krachtens deze afdeling gestelde voorschriften of van een verplichting die voortvloeit uit een Europese verordening voor zover deze betrekking heeft op de beveiliging van de burgerluchtvaart, de beveiliging van de burgerluchtvaart in gevaar kan komen. 3 Onze Minister van Justitie en Veiligheid kan de bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid, mandateren aan de commandant van de Koninklijke marechaussee. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37af — Artikel 37af#
Artikel 37af Vervallen 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37ag — Artikel 37ag#
Artikel 37ag Vervallen 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37b — Artikel 37b#
Artikel 37b 1 verordening 300/2008 Overeenkomstig punt 1.1 van bijlage I bij EG-, verdeelt de exploitant van een luchtvaartterrein het luchtvaartterrein in: a. een landzijde; b. een luchtzijde; c. om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zones; d. kritieke delen van om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zones. 2 Onze Minister van Justitie en Veiligheid, in overeenstemming met Onze Minister, kan delen van het luchtvaartterrein aanwijzen die in ieder geval tot een van de in het eerste lid bedoelde delen behoren. 3 verordening 300/2008 Overeenkomstig de punten 1.2.1, 1.2.2, 1.2.3, 1.3, 1.4 en 1.5 van bijlage I bij EG-, draagt de exploitant van een luchtvaartterrein ervoor zorg: a. dat personen die toegang hebben tot de in het eerste lid, onder b, c en d bedoelde delen een door hem verstrekt of erkend toegangsbewijs dragen en dit toegangsbewijs op verzoek ter controle voorleggen aan het beveiligingspersoneel; b. dat voertuigen die toegang hebben tot de in het eerste lid, onder b, c en d bedoelde delen voorzien zijn van een door hem verstrekt toegangsbewijs dat op een duidelijk zichtbare plaats in het voertuig aanwezig is; c. dat alle personen en voertuigen die zich begeven in de in het eerste lid, onder b, c en d bedoelde delen aan een toegangscontrole worden onderworpen; d. dat personen anders dan passagiers die zich begeven in de in het eerste lid, onder c, bedoelde deel, alsmede de voorwerpen die zij bij zich dragen, door middel van voortdurende steekproeven aan een beveiligingsonderzoek worden onderworpen; e. dat alle personen anders dan passagiers die zich begeven in het in het eerste lid, onder d, bedoelde deel, alsmede de voorwerpen die zij bij zich dragen, aan een beveiligingsonderzoek worden onderworpen; f. dat alle voertuigen die zich begeven in de in het eerste lid, onder c en d, bedoelde delen worden onderworpen aan een voertuigonderzoek; g. artikel 37a, tweede lid, onderdeel h, sub 1 dat het beveiligingspersoneel, bedoeld in, op onvoorspelbare en op risico gebaseerde wijze patrouilles uitvoert op het luchtvaartterrein. 4 verordening 300/2008 Overeenkomstig punt 1.2.4 van bijlage I bij EG-, dragen de exploitant van een luchtvaartterrein en de luchtvaartmaatschappij ervoor zorg dat personen anders dan passagiers met succes een achtergrondcontrole hebben doorlopen, alvorens hen een toegangsbewijs wordt verstrekt dat onbegeleid toegang biedt tot de delen van het luchtvaarterrein, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c en d. 5 Een ieder die toegang zoekt tot of zich bevindt op de plaatsen, bedoeld in het eerste lid, onder c en d, gedoogt dat vanwege de exploitant van een luchtvaartterrein onderzoek plaatsvindt aan zijn kleding, van voorwerpen die hij bij zich heeft of van het voertuig dat hij gebruikt. 6 De exploitant van een luchtvaartterrein draagt er zorg voor, dat personen die niet voldoen aan het vijfde lid, de verdere toegang tot de in het eerste lid, onder c en d, bedoelde delen van het luchtvaartterrein wordt ontzegd. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37c — Artikel 37c#
Artikel 37c 1 verordening 300/2008 artikel 37b, eerste lid, onder c of d Overeenkomstig punt 9 van bijlage I bij EG-, draagt de exploitant van een luchtvaartterrein ervoor zorg dat luchthavenbenodigdheden die in een deel van het luchtvaartterrein, als bedoeld in, worden binnengebracht, aan een beveiligingsonderzoek door het beveiligingspersoneel of de vereiste beveiligingscontroles zijn onderworpen. 2 Indien bij het beveiligingsonderzoek, bedoeld in het eerste lid, verboden voorwerpen worden aangetroffen, of de uitvoering van het onderzoek in gevaar komt, doet de exploitant van het luchtvaartterrein daarvan onverwijld mededeling aan de commandant van de Koninklijke marechaussee. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37d — Artikel 37d#
Artikel 37d 1 De exploitant van een luchtvaartterrein richt de luchthaven zodanig in, en treft zodanige voorzieningen dat: a. een plaats beschikbaar is voor het afzonderen van een luchtvaartuig; b. het beveiligingspersoneel snel en op eenvoudige wijze de verschillende delen van het luchtvaartterrein kan bereiken en toezicht kan houden op de daar aanwezige personen; c. artikel 37b, eerste lid, onder b, c en d redelijkerwijze wordt voorkomen dat onbevoegden de inbedoelde delen betreden. 2 De exploitant van het luchtvaartterrein beschikt over: a. artikelen 37b, derde lid 37c 37f voldoende en passende detectieapparatuur voor de uitvoering van de beveiligingsonderzoeken, genoemd in de,en. b. een ruimte voor vertrekkende passagiers die zodanig is ingericht dat gecontroleerde passagiers en handbagage zijn afgeschermd en een vermenging met niet gecontroleerde personen en voorwerpen niet mogelijk is; c. een ruimte voor onderzoek van handbagage, ruimbagage en dieren bestemd voor vervoer in een luchtvaartuig; d. een afsluitbare en beveiligde ruimte bestemd voor het bewaren van verdachte handbagage en ruimbagage. 3 Onze Minister van Justitie en Veiligheid kan, in overeenstemming met Onze Minister, nadere regels stellen met betrekking tot de voorzieningen die zijn vereist ter beveiliging van de burgerluchtvaart. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37e — Artikel 37e#
Artikel 37e 1 verordening 300/2008 Overeenkomstig punt 3.1 en 3.2 van bijlage I bij EG-, draagt de luchtvaartmaatschappij ervoor zorg dat een door haar geëxploiteerd luchtvaartuig: a. voor vertrek is onderworpen aan een beveiligingscontrole of een beveiligingsdoorzoeking van vliegtuigen, en b. is beschermd tegen manipulatie en betreding door onbevoegden. 2 verordening 300/2008 Artikel 37ac, vijfde lid Met inachtneming van EG-, kan Onze Minister van Justitie en Veiligheid voor bepaalde vluchten of luchtvaartuigen vrijstelling verlenen van het eerste lid, onder a, indien de dreiging voor deze vluchten of luchtvaartuigen als gevolg van verboden voorwerpen verwaarloosbaar is. Onze Minister van Justitie en Veiligheid geeft in dat geval aanwijzingen over vervangende maatregelen., is van overeenkomstige toepassing. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37f — Artikel 37f#
Artikel 37f 1 verordening 300/2008 Overeenkomstig punten 4.1.1, 4.2.1, 5.1.1 en 5.2 van bijlage I bij EG-, draagt de exploitant van een luchtvaartterrein ervoor zorg dat alle passagiers die aan boord gaan van een luchtvaartuig, alsmede hun handbagage en ruimbagage: a. door het beveiligingspersoneel aan een beveiligingsonderzoek zijn onderworpen, en b. beschermd zijn tegen manipulatie door onbevoegden. 2 De exploitant van een luchtvaartterrein kan de personen die anders dan als passagier aan boord kunnen gaan van een luchtvaartuig door het beveiligingspersoneel doen controleren op hun identiteit. 3 Indien bij het beveiligingsonderzoek verboden voorwerpen worden aangetroffen of de uitvoering van het beveiligingsonderzoek in gevaar komt, doet de exploitant van een luchtvaartterrein daarvan onverwijld mededeling aan de commandant van de Koninklijke marechaussee. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37g — Artikel 37g#
Artikel 37g 1 verordening 300/2008 Overeenkomstig punt 5.3 van bijlage I bij EG-draagt de luchtvaartmaatschappij ervoor zorg dat: a. alle voor vervoer in een door haar geëxploiteerd luchtvaartuig aangeboden ruimbagage wordt geïdentificeerd als zijnde begeleid of onbegeleid, en b. onbegeleide ruimbagage niet wordt vervoerd, tenzij die bagage van de passagier is gescheiden door factoren waarover de passagier geen controle heeft of de bagage aan passende beveiligingscontroles is onderworpen. 2 Artikel 37f, tweede lid , is van overeenkomstige toepassing. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37h — Artikel 37h#
Artikel 37h 1 artikel 37f, eerste lid, onderdeel a Het beveiligingsonderzoek van passagiers en hun handbagage, bedoeld in, omvat: a. een onderzoek met behulp van daartoe bestemde detectieapparatuur van passagiers en handbagage; b. steekproefsgewijs, en indien de detectieapparatuur daartoe aanleiding geeft, een onderzoek van passagiers aan hun kleding en een nader onderzoek van hun handbagage; c. de stelselmatige uitvoering van het onderzoek aan kleding van passagiers en van handbagage in door Onze Minister van Justitie en Veiligheid bij ministeriële regeling te bepalen gevallen; d. een bevraging van de passagiers met het oog op hun betrouwbaarheid in door Onze Minister van Justitie en Veiligheid bij ministeriële regeling te bepalen gevallen. 2 artikel 37f, eerste lid, onderdeel a Het beveiligingsonderzoek van ruimbagage, bedoeld in, omvat in ieder geval: a. een onderzoek met behulp van daartoe bestemde detectieapparatuur of andere technische hulpmiddelen; b. een nader onderzoek naar de inhoud van de bagage indien daartoe aanleiding is. 3 artikel 37b, derde lid, onderdeel d en e Het beveiligingsonderzoek van personen anders dan passagiers en de voorwerpen die zij bij zich dragen, bedoeld in, kan omvatten: a. een nader onderzoek van het toegangsbewijs waarover de betrokkene beschikt; b. een onderzoek met behulp van daartoe bestemde detectieapparatuur; c. een onderzoek, indien daartoe aanleiding is, van meegevoerde voorwerpen en aan de kleding. 4 artikelen 37c, eerste lid 37k 37l, eerste lid Het beveiligingsonderzoek, bedoeld in de,en, omvat in ieder geval een visueel uitwendig beveiligingsonderzoek van de luchthavenbenodigdheden, bedrijfspost, het bedrijfsmateriaal, de vluchtbenodigdheden of hun verpakking. 5 verordening 300/2008 Met inachtneming van EG-, kan Onze Minister van Justitie en Veiligheid, in overeenstemming met Onze Minister, ten aanzien van bepaalde categorieën personen, ruimbagage of handbagage vrijstelling verlenen van een beveiligingsonderzoek als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid. Daarbij kunnen aanwijzingen voor vervangende maatregelen worden gegeven. 6 Onze Minister van Justitie en Veiligheid kan in bijzondere gevallen op de grond, bedoeld in het vijfde lid, ontheffing verlenen van het beveiligingsonderzoek. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Abusievelijk is voor het tweede lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 37ha — Artikel 37ha#
Artikel 37ha 1 Een lid van het beveiligingspersoneel belast met de controle, dat de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijze moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit. 2 artikel 3 van de Wet veiligheidsonderzoeken Een gelijke verplichting bestaat voor degene die anders dan bedoeld in het eerste lid ten behoeve van de beveiliging van de burgerluchtvaart een vertrouwensfunctie als bedoeld invervult. 2013 84 07-03-2013 28-02-2013 33185 2013 108 27-03-2013 22-03-2013 01-04-2013
Artikel 37hb — Artikel 37hb#
Artikel 37hb De exploitant van een luchtvaartterrein doet: a. artikel 37b, derde lid, onder d en e 37f, eerste lid, onder a 37g, eerste lid, onder a personen die weigeren medewerking te verlenen aan het beveiligingsonderzoek, bedoeld in,en, verhinderen enig luchtvaartuig te betreden, hen de verdere toegang tot de in artikel 37b, eerste lid, onder c en d, bedoelde delen ontzeggen en hen daaruit zo nodig te verwijderen; b. artikel 37f 37g, eerste lid, onder a bij het beveiligingsonderzoek, bedoeld inen, aangetroffen verboden voorwerpen, niet dan in overeenstemming met door Onze Minister van Justitie en Veiligheid te stellen regels of te geven aanwijzingen, aan boord van een luchtvaartuig brengen, en; c. de maatregelen als bedoeld in onderdeel a, treffen jegens degene bij wie of in wiens handbagage of ruimbagage verboden voorwerpen worden aangetroffen, indien deze niet overeenkomstig de regels of aanwijzingen als bedoeld in onderdeel b, op verzoek van het beveiligingspersoneel zijn afgegeven. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37hc — Artikel 37hc#
Artikel 37hc De personen die aan boord gaan van een luchtvaartuig, zijn verplicht: a. artikel 37f, eerste lid, onder a zich te onderwerpen aan een beveiligingsonderzoek als bedoeld inen b. artikel 37hb, onderdeel a tot en met c medewerking te verlenen aan de handelingen ter uitvoering van de verplichting, bedoeld in. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37hd — Artikel 37hd#
Artikel 37hd De bepalingen in deze paragraaf laten onverlet dat de exploitant van een luchtvaartterrein op verzoek van een luchtvaartmaatschappij of een buitenlandse overheid een verdergaande controle kan uitvoeren, indien dit in de vervoersovereenkomst tussen de passagier en de luchtvaartmaatschappij wordt bepaald. 2006 24 31-01-2006 22-12-2005 30171 2006 24 31-01-2006 22-12-2005 30171 01-02-2006
Artikel 37i — Artikel 37i#
Artikel 37i Vervallen. 2002 226 21-05-2002 18-04-2002 26607 2002 641 24-12-2002 16-12-2002 01-01-2003
Artikel 37j — Artikel 37j#
Artikel 37j 1 verordening 300/2008 Overeenkomstig punt 6.1.1 van bijlage I bij EG-, draagt de luchtvaartmaatschappij ervoor zorg dat alle vracht en post die in een door haar geëxploiteerd luchtvaartuig wordt geladen aan een beveiligingsonderzoek of de vereiste beveiligingscontroles is onderworpen. 2 verordening 300/2008 Overeenkomstig punt 6.2.1 en 6.2.2 van bijlage I bij EG-, draagt de luchtvaartmaatschappij ervoor zorg dat vracht en post die, nadat de vereiste beveiligingscontroles zijn uitgevoerd, niet afdoende is beschermd tegen manipulatie door onbevoegden of tekenen van manipulatie vertoont, aan een beveiligingsonderzoek is onderworpen alvorens in een door haar geëxploiteerd luchtvaartuig te worden geladen. 3 artikel 6.51 van de Wet luchtvaart Onverminderd, worden samengestelde en explosieve en brandgevaarlijke apparaten die niet overeenkomstig bij regeling van Onze Minister van Justitie en Veiligheid vastgestelde veiligheidsvoorschriften worden vervoerd als verboden voorwerpen in vracht- en postzendingen beschouwd. 4 Indien bij het beveiligingsonderzoek, bedoeld in het eerste of tweede lid, verboden voorwerpen worden aangetroffen, of de uitvoering van het beveiligingsonderzoek in gevaar komt, doet de luchtvaartmaatschappij of erkend agent daarvan onverwijld mededeling aan de commandant van de Koninklijke marechaussee. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37k — Artikel 37k#
Artikel 37k 1 verordening 300/2008 Overeenkomstig punt 7 van bijlage I bij EG-, draagt de luchtvaartmaatschappij ervoor zorg dat bedrijfspost en bedrijfsmateriaal die in een door haar geëxploiteerd luchtvaartuig wordt vervoerd aan de vereiste beveiligingscontroles is onderworpen en vervolgens is beschermd tegen manipulatie door onbevoegden tot ze in het luchtvaartuig is geladen. 2 Artikel 37j, vierde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37l — Artikel 37l#
Artikel 37l 1 verordening 300/2008 Overeenkomstig punt 8 van bijlage I bij EG-, draagt de luchtvaartmaatschappij ervoor zorg dat vluchtbenodigdheden die in een door haar geëxploiteerd luchtvaartuig worden vervoerd aan de vereiste beveiligingscontroles zijn onderworpen en vervolgens zijn beschermd tegen manipulatie door onbevoegden tot ze in het luchtvaartuig zijn geladen. 2 Artikel 37j, vierde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37m — Artikel 37m#
Artikel 37m 1 Aan de luchtvaartmaatschappij voor vervoer toevertrouwde brieven worden zonder goedvinden van de afzender of van de geadresseerde slechts geopend indien de rechter-commissaris in de rechtbank van het arrondissement waarbinnen de brief is aangetroffen, daartoe, op verzoek van de luchtvaartmaatschappij, bevel heeft gegeven. 2 Het bevel, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts gegeven indien het vermoeden bestaat dat zich in de brief verboden voorwerpen bevinden. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37n — Artikel 37n#
Artikel 37n 1 verordening 300/2008 artikel 37j, eerste lid Artikel 37ac, vijfde lid Met inachtneming van EG-, kan Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ten aanzien van bepaalde categorieën vracht of post vrijstelling verlenen van het beveiligingsonderzoek, bedoeld in. Onze Minister van Justitie en Veiligheid kan in dat geval aanwijzingen geven over vervangende maatregelen., is van overeenkomstige toepassing. 2 verordening 300/2008 artikel 37j, eerste lid Artikel 37ac, vijfde lid Met inachtneming van EG-, kan Onze Minister van Justitie en Veiligheid in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het beveiligingsonderzoek, bedoeld in., is van overeenkomstige toepassing. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37o — Artikel 37o#
Artikel 37o 1 verordening 300/2008 Overeenkomstig EG-, kan Onze Minister van Justitie en Veiligheid de volgende erkenningen verlenen of intrekken: a. een erkenning als erkend agent; b. een erkenning als bekende afzender; c. een erkenning als erkend leverancier van vluchtbenodigdheden; d. een erkenning als EU-luchtvaartbeveiligingsvalidateur; e. verordening 2015/1998 een andere erkenning die op grond van EU-door de bevoegde autoriteit wordt verleend en ingetrokken. 2 verordening 300/2008 Overeenkomstig EG-, kan Onze Minister van Justitie en Veiligheid een luchtvaartmaatschappij een erkenning verlenen als ACC3-luchtvaartmaatschappij. 3 De erkenningen, genoemd in het eerste en tweede lid, gelden voor een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen termijn. 4 Onze Minister van Justitie en Veiligheid kan de uitoefening van de in het eerste en tweede lid genoemde bevoegdheden mandateren aan de commandant van de Koninklijke marechaussee. 5 Bij regeling van Onze Minister van Justitie en Veiligheid kunnen nadere regels worden gesteld over de verlening van een erkenning, als bedoeld in het eerste lid. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Artikel VI, eerste en tweede lid, van Stb. 2019/179 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 37p — Artikel 37p#
Artikel 37p 1 verordening 300/2008 De Minister van Justitie en Veiligheid is verantwoordelijk voor het in overeenstemming met EG-en op behoorlijke en zorgvuldige wijze bijhouden van de EU-gegevensbank betreffende de beveiliging van de toeleveringsketen. 2 De commandant van de Koninklijke marechaussee verricht onder verantwoordelijkheid van Onze Minister van Justitie en Veiligheid de inschrijving in de gegevensbank, bedoeld in het eerste lid, alsmede de wijziging en doorhaling van inschrijvingen. Onze Minister van Justitie en Veiligheid kan daartoe aanwijzingen geven. 3 Bij regeling van Onze Minister van Justitie en Veiligheid kunnen nadere regels worden gesteld over de inschrijving in de gegevensbank, bedoeld in het eerste lid, en over de doorhaling of wijziging van inschrijvingen. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37q — Artikel 37q#
Artikel 37q 1 artikel 37o, eerste en tweede lid Wet politiegegevens In verband met de taakuitoefening, bedoeld in, kan Onze Minister van Justitie en Veiligheid onderzoek doen naar de betrouwbaarheid van personen werkzaam voor de aanvrager van een erkenning, als bedoeld in artikel 37o, eerste en tweede lid en voor de houder van een erkenning, als bedoeld in artikel 37o, eerste lid. Hij kan daartoe inlichtingen en inzage van zakelijke gegevens en bescheiden vragen alsmede kopieën daarvan maken, alsmede politiegegevens raadplegen overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de. 2 Onze Minister van Justitie en Veiligheid kan de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, mandateren aan de commandant van de Koninklijke marechaussee. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37r — Artikel 37r#
Artikel 37r verordening 2015/1998 De erkend agent, de bekende afzender en de vaste afzender passen ten aanzien van de door hen behandelde vracht of post de in hoofdstuk 6.3.2, 6.4.2, 6.6.1 en 6.6.2 van EU-en in hoofdstuk 6.7 van Uitvoeringsbesluit C(2015) 8005 van de Commissie gespecificeerde beveiligingscontroles toe. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37ra — Artikel 37ra#
Artikel 37ra 1 verordening 300/2008 Overeenkomstig punt 11.1 van bijlage I bij EG-, dragen exploitanten van luchtvaartterreinen, luchtvaartmaatschappijen en entiteiten ervoor zorg dat de volgende personen worden geworven, opgeleid en, in voorkomend geval, gecertificeerd, teneinde te garanderen dat ze geschikt zijn voor hun werkzaamheden en bevoegd zijn om de hen toegewezen taken uit te voeren: a. personen die beveiligingsonderzoeken, toegangscontroles of andere beveiligingscontroles uitvoeren, of verantwoordelijk zijn voor de uitvoering ervan, en b. personen die toegang hebben tot identificeerbare luchtvracht, luchtpost, vluchtbenodigdheden, of luchthavenbenodigdheden. 2 verordening 300/2008 artikel 37a, tweede lid, onder h, sub 2 artikel 37b, eerste lid, onder c en d Overeenkomstig punt 11.2 van bijlage I bij EG-, dragen de exploitant van een luchtvaartterrein en de luchtvaartmaatschappij ervoor zorg dat personen anders dan passagiers, met uitzondering van het beveiligingspersoneel, bedoeld in, een beveiligingsopleiding hebben gevolgd, alvorens hen een toegangsbewijs wordt verstrekt dat onbegeleid toegang biedt tot de delen van het luchtvaarterrein, bedoeld in. 3 De in het eerste en tweede lid bedoelde opleiding op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart omvat een basisopleiding en geregelde herhalingsopleiding. De frequentie van deze herhalingsopleiding wordt bij regeling van Onze Minister van Justitie en Veiligheid vastgesteld. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37rb — Artikel 37rb#
Artikel 37rb Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen eisen worden gesteld aan de organisatie en het bestuur van opleidingsinstellingen. Deze eisen kunnen in ieder geval betrekking hebben op: a. de rechtsvorm van de opleidingsinstelling; b. de bekwaamheid en betrouwbaarheid van het bestuur van de opleidingsinstelling. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37rc — Artikel 37rc#
Artikel 37rc 1 artikel 37ra, eerste en tweede lid Het opleidingsprogramma van een opleiding, als bedoeld in, alsmede de wijziging daarvan, behoeft instemming van Onze Minister van Justitie en Veiligheid. De instemming wordt verleend, indien het opleidingsprogramma aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen voldoet. Deze eisen kunnen betrekking hebben op: a. de inhoud van de opleiding; b. de duur en inrichting van de opleiding; c. de bekwaamheid en betrouwbaarheid van de instructeurs; d. de examens en de rechtsbescherming van de cursisten. 2 artikel 37rb De instemming wordt geweigerd, indien de opleidingsinstelling niet voldoet aan de eisen, bedoeld in. 3 De instemming wordt geschorst of ingetrokken, indien: a. het opleidingsprogramma niet langer voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste lid; b. artikel 37rb de opleidingsinstelling niet langer voldoet aan de eisen, bedoeld in. 4 Bij regeling van Onze Minister van Justitie en Veiligheid kunnen regels worden gesteld over de procedure tot instemming met het opleidingsprogramma. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Artikel VII van Stb. 2019/179 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 37rd — Artikel 37rd#
Artikel 37rd 1 verordening 300/2008 Beveiligingstaken die op grond van EG-slechts mogen worden uitgevoerd door gecertificeerd personeel, worden uitgevoerd door personen ten aanzien waarvan door Onze Minister van Justitie en Veiligheid is vastgesteld dat zij voldoen aan de eisen van bekwaamheid die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze taken. 2 De krachtens het eerste lid verleende erkenning geldt voor een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen termijn. 3 Onze Minister van Justitie en Veiligheid kan de uitoefening van de in het eerste en tweede lid bedoelde bevoegdheden mandateren aan de commandant van de Koninklijke marechaussee. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de bekwaamheid die noodzakelijk is voor de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde beveiligingstaken en de wijze waarop deze bekwaamheid wordt vastgesteld. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37re — Artikel 37re#
Artikel 37re 1 verordening 300/2008 Opleidingen die op grond van EG-slechts mogen worden verzorgd door gecertificeerde instructeurs, worden gegeven door personen ten aanzien waarvan door Onze Minister van Justitie en Veiligheid is vastgesteld dat zij beschikken over de bekwaamheid en betrouwbaarheid die noodzakelijk is om de desbetreffende opleiding te kunnen verzorgen. 2 Onze Minister van Justitie en Veiligheid kan de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid mandateren aan de commandant van de Koninklijke marechaussee. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent: a. de bekwaamheid en betrouwbaarheid die noodzakelijk is voor het geven van de opleidingen, bedoeld in het eerste lid, en de wijze waarop deze bekwaamheid en betrouwbaarheid wordt vastgesteld; b. de geldigheidsduur van de krachtens het eerste lid verleende erkenning. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37rf — Artikel 37rf#
Artikel 37rf 1 verordening 300/2008 artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens Indien op grond van EG-is vereist dat een persoon met succes een achtergrondcontrole heeft ondergaan, dient de betrokkene een verklaring omtrent het gedrag, als bedoeld in, te kunnen overleggen, tenzij de betrokkene beschikt over een verklaring waaruit blijkt dat diens betrouwbaarheid en geschiktheid reeds is vastgesteld op basis van een achtergrondcontrole anders dan op grond van artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens die in ieder geval bestaat uit: a. het vaststellen van de identiteit van de betrokkene aan de hand van een geldig identiteitsbewijs, en b. een controle van de justitiële documentatie ten aanzien van de betrokkene over tenminste de afgelopen vijf jaar. 2 De verklaring, bedoeld in het eerste lid, geldt voor een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen termijn. 3 artikel 3 van de Wet veiligheidsonderzoeken artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wet veiligheidsonderzoeken Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing, indien de betrokkene een functie vervult die overeenkomstigis aangewezen als vertrouwensfunctie. In dat geval dient ten behoeve van de betrokkene een verklaring als bedoeld inte zijn afgegeven. 4 verordening 300/2008 De exploitant van een luchtvaartterrein, de luchtvaartmaatschappij en de entiteit dragen ervoor zorg dat personen ten aanzien waarvan op grond van EG-een achtergrondcontrole is vereist, voor aanvang van hun werkzaamheden worden onderworpen aan een controle van hun opleiding en loopbaan in de afgelopen vijf jaar, alsmede eventuele onderbrekingen in deze opleiding en loopbaan. 5 verordening 300/2008 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen, met het oog op de goede uitvoering van EG-, nadere regels worden gesteld omtrent: a. de achtergrondcontrole, bedoeld in het eerste lid, en de periodieke herhaling daarvan; b. de controle van de opleiding en loopbaan, bedoeld in het vierde lid. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37rg — Artikel 37rg#
Artikel 37rg [VERVALLEN] 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37s — Artikel 37s#
Artikel 37s Vervallen 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37t — Artikel 37t#
Artikel 37t 1 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze afdeling, dan wel van verplichtingen die voortvloeien uit een Europese verordening voor zover deze betrekking heeft op de beveiliging van de burgerluchtvaart en voor het toezicht daarop geen andere autoriteit is aangewezen, is belast de commandant van de Koninklijke marechaussee. Onze Minister van Justitie en Veiligheid kan daartoe aanwijzingen geven. 2 verordening 300/2008 Onze Minister van Justitie en Veiligheid is belast met het in stand houden van het nationaal kwaliteitscontroleprogramma, bedoeld in artikel 11 van EG-. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37u — Artikel 37u#
Artikel 37u 1 verordening 300/2008 Onze Minister van Justitie en Veiligheid kan een last onder bestuursdwang opleggen ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze afdeling en van EG-. 2 Onze Minister van Justitie en Veiligheid kan de uitoefening van de in het eerste lid genoemde bevoegdheid mandateren aan de commandant van de Koninklijke marechaussee. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37v — Artikel 37v#
Artikel 37v 1 artikel 37a, tweede lid, onderdeel h, onder 1° Een klacht tegen beveiligingspersoneel als bedoeld in, over een gedraging bij de uitvoering van een taak ingevolge deze afdeling, kan worden ingediend bij de Commandant van de Koninklijke marechaussee. 2 De klacht wordt behandeld door Onze Minister van Justitie. Deze kan hiervoor mandaat verlenen aan de Commandant van de Koninklijke marechaussee. 3 Titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 6, onder i, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties is van overeenkomstige toepassing. De regels vastgesteld krachtensblijven buiten werking. 4 Wet Nationale ombudsman titel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht Voor de toepassing van deenwordt een gedraging als bedoeld in het eerste lid, aangemerkt als een gedraging van Onze Minister van Justitie. 5 artikel 37a, eerste lid, onderdeel h, onder 2° Indien de klacht zich tevens richt tegen beveiligingspersoneel als bedoeld in, en betrekking heeft op hetzelfde feitencomplex, wordt deze behandeld volgens de procedure die geldt voor dat beveiligingspersoneel. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 37w — Artikel 37w#
Artikel 37w 1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. derde land: elke staat of elk grondgebied waarop het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie niet van toepassing is; b. bestemmingsuitwijkhaven: een uitwijkhaven als bedoeld in artikel 2, onderdeel 38, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 923/2012 van de Commissie van 26 september 2012 tot vaststelling van gemeenschappelijke luchtverkeersregels en operationele bepalingen betreffende luchtvaartnavigatiediensten en -procedures en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1035/2011 en Verordeningen (EG) nr. 1265/2007, (EG) nr. 1794/2006, (EG) nr. 730/2006, (EG) nr. 1033/2006 en (EU) nr. 255/2010 (PbEU 2012, L 281); c. risicovlucht: artikel 37x, tweede lid een verkeersvlucht die overeenkomstig, is aangewezen als risicovlucht. 2 Een wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 923/2012 van de Commissie van 26 september 2012 tot vaststelling van gemeenschappelijke luchtverkeersregels en operationele bepalingen betreffende luchtvaartnavigatiediensten en -procedures en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1035/2011 en Verordeningen (EG) nr. 1265/2007, (EG) nr. 1794/2006, (EG) nr. 730/2006, (EG) nr. 1033/2006 en (EU) nr. 255/2010 (PbEU 2012, L 281) gaat voor de toepassing van de Luchtvaartwet gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven. 2018 114 26-04-2018 14-02-2018 34684 2018 155 31-05-2018 17-05-2018 01-07-2018
Artikel 37x — Artikel 37x#
Artikel 37x 1 Het is verboden een risicovlucht te doen landen op een niet overeenkomstig het derde lid aangewezen luchtvaartterrein. 2 artikel 2 3 van de Opiumwet Onze Minister van Justitie en Veiligheid kan in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat verkeersvluchten, afkomstig uit een derde land, aanwijzen als risicovlucht, indien een sterk verhoogd risico bestaat dat vluchten uit dat land gebruikt zullen worden voor het binnen het grondgebied van Nederland brengen van middelen, als bedoeld inen. 3 Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, wijst Onze Minister van Justitie en Veiligheid in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat, in het belang van een doelmatige rechtshandhaving, een of meer luchtvaartterreinen aan die zijn bestemd voor de landing van risicovluchten. 4 Het eerste lid is niet van toepassing, indien het luchtvaartuig waarmee de risicovlucht wordt uitgevoerd, wordt omgeleid naar een bestemmingsuitwijkhaven. 2018 228 20-07-2018 15-06-2018 34887 2018 312 18-09-2018 07-09-2018 19-09-2018
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 Artikel IX, tweede lid, van Stb. 2008/561 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 Artikel IX, tweede lid, van Stb. 2008/561 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 Artikel IX, tweede lid, van Stb. 2008/561 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 Artikel IX, tweede lid, van Stb. 2008/561 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 Artikel IX, tweede lid, van Stb. 2008/561 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 Artikel IX, tweede lid, van Stb. 2008/561 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 Artikel IX, tweede lid, van Stb. 2008/561 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 Artikel IX, tweede lid, van Stb. 2008/561 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 Vervallen 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 Artikel IX, tweede lid, van Stb. 2008/561 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 Artikel IX, tweede lid, van Stb. 2008/561 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 Artikel IX, tweede lid, van Stb. 2008/561 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 Artikel IX, tweede lid, van Stb. 2008/561 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 Artikel IX, tweede lid, van Stb. 2008/561 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 Artikel IX, tweede lid, van Stb. 2008/561 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 Artikel IX, tweede lid, van Stb. 2008/561 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 Artikel IX, tweede lid, van Stb. 2008/561 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2008 562 23-12-2008 18-12-2008 24-12-2008 Artikel IX, tweede lid, van Stb. 2008/561 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 1 artikelen 7, eerste lid 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden artikelen 58 59 60 61 Onverminderd de, enkunnen, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de,,engezamenlijk of afzonderlijk in werking worden gesteld. 2 Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer gezonden omtrent het voortduren van de werking van de bij dat besluit in werking gestelde bepalingen. 3 Wordt het voorstel van wet door de Staten-Generaal verworpen, dan worden bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, onverwijld buiten werking gesteld. 4 Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, worden de bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, buiten werking gesteld, zodra de omstandigheden dit naar Ons oordeel toelaten. 5 Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt op de daarin te bepalen wijze bekendgemaakt. Het treedt in werking terstond na de bekendmaking. 6 Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt in ieder geval geplaatst in het Staatsblad. 2004 686 28-12-2004 02-12-2004 29514 2005 118 15-03-2005 23-02-2005 16-03-2005
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 Onze Minister kan bepalen, dat houders van luchtvaartuigen op daartoe strekkende aanwijzing door Onze Minister verplicht zijn met deze vervoermiddelen het vervoer van bepaalde personen of zaken te bewerkstelligen en de vervoermiddelen daartoe volledig uitgerust op een aangewezen plaats ter beschikking te stellen; deze plaats, alsmede de plaats van bestemming kunnen buiten Nederland zijn gelegen. 2 De aanwijzing wordt zo mogelijk schriftelijk gegeven; een op andere wijze gegeven aanwijzing wordt zo spoedig mogelijk door een schriftelijke aanwijzing gevolgd. Voor de aanvang van het vervoer wordt de vervoerder medegedeeld te wiens behoeve het vervoer plaats vindt. 3 Met betrekking tot het in het eerste lid bedoelde vervoer gelden tussen de vervoerder en hem te wiens behoeve het vervoer plaats vindt de voor soortgelijk vervoer rechtens geldende dan wel gebruikelijke tarieven en voorwaarden; bij gebreke zowel van gebruikelijke als van rechtens geldende tarieven en voorwaarden gelden de door Onze Minister vastgestelde tarieven en voorwaarden. 4 Onze Minister kan bij ministeriële regeling regels stellen ter aanvulling of ter vervanging van de rechtens geldende of gebruikelijke tarieven en voorwaarden. 5 Onze Minister kan aan de houder van luchtvaartuigen aan wie een aanwijzing is gegeven krachtens het eerste lid, een naar billijkheid te bepalen vergoeding toekennen ter zake van buitengewone kosten door betrokkene gemaakt vanwege de naleving van de aanwijzing. 6 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen op voordracht van Onze Ministers van Infrastructuur en Milieu en van Defensie regels worden gesteld ter zake van de toepassing van het vijfde lid.
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 Onze Minister van Defensie kan ten aanzien van militaire luchtvaartuigen en de leden van hun bemanning, alsmede ten aanzien van militaire luchtvaartterreinen afwijken van het bij of krachtens deze wet bepaalde. 2 tweede tot en met vijfde lid van artikel 58 Onze Minister van Defensie kan, onverminderd de bevoegdheden bij andere wetten verleend, bepalen dat houders van luchtvaartuigen op daartoe strekkende aanwijzing door Onze Minister van Defensie verplicht zijn met deze vervoermiddelen het vervoer van bepaalde personen of zaken te bewerkstelligen en de vervoermiddelen daartoe volledig uitgerust op een aangewezen plaats ter beschikking te stellen; deze plaats, alsmede de plaats van bestemming kunnen buiten Nederland zijn gelegen. Hetzijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor Onze Minister wordt gelezen: Onze Minister van Defensie. 3 tweede tot en met vijfde lid van artikel 58 Onze Minister van Defensie is, onverminderd de bevoegdheden bij andere wetten verleend, bevoegd ten behoeve van de krijgsmacht de terbeschikkingstelling te vorderen van luchtvaartterreinen met bijbehorende gebouwen en inrichtingen alsmede van de zich in die gebouwen en inrichtingen bevindende roerende goederen. Hetzijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor Onze Minister wordt gelezen: Onze Minister van Defensie. 4 Gedurende de tijd, dat ingevolge het tweede en derde lid ten behoeve van de krijgsmacht luchtvaartuigen zijn aangewezen en luchtvaartterreinen ter beschikking zijn gesteld, worden deze beschouwd als militaire luchtvaartuigen en als militaire luchtvaartterreinen.
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 Onze Minister van Defensie is, onverminderd de bevoegdheden bij andere wetten verleend, bevoegd: a. aanwijzingen te geven aan rechthebbenden ten aanzien van luchtvaartterreinen met betrekking tot het beheer en het gebruik van die luchtvaartterreinen; b. aanwijzingen te geven aan rechthebbenden ten aanzien van roerende en onroerende zaken, welke zich op luchtvaartterreinen bevinden, met betrekking tot het beheer en het gebruik van die zaken; c. werken te doen uitvoeren op luchtvaartterreinen; d. voorzieningen te doen uitvoeren aan de zich op luchtvaartterreinen bevindende roerende en onroerende zaken, en e. artikel 2 van de Algemene wet op het binnentreden artikel 3 van de Algemene wet op het binnentreden Artikel 3 van die wet luchtvaartterreinen en de daarbij behorende gebouwen en inrichtingen, met inbegrip van woongedeelten, alsmede fabrieken, werkplaatsen en aanhorigheden, welke dienstbaar zijn aan de luchtvaart, te doen betreden voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is. In afwijking vanis het militaire gezag bevoegd zonder machtiging binnen te treden. Het militaire gezag is bevoegd een machtiging als bedoeld inte geven.is van toepassing. 2 tweede tot en met vijfde lid van artikel 58 Op de maatregelen getroffen krachtens dit artikel zijn hetvan overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor Onze Minister wordt gelezen: Onze Minister van Defensie. 3 zesde lid van artikel 58 Op de maatregelen getroffen krachtens dit artikel is tevens hetvan overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de voordracht geschiedt door Onze Minister van Defensie.
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 Onze Minister van Defensie is bevoegd opdrachten te geven aan personen die in het bezit zijn van een ingevolge deze wet uitgereikt bewijs van bevoegdheid alsmede aan personen, behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën van personeel dat werkzaam is ten behoeve van de luchtvaart. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld betreffende de aard en de duur van de opdrachten alsmede de wijze waarop en de voorwaarden waaronder zij kunnen worden gegeven, zomede betreffende de schadeloosstelling in verband met de verstrekte opdrachten. De rechtspositie van de personen, die een opdracht hebben ontvangen, wordt bij algemene maatregel van bestuur geregeld.
Artikel 61a — Artikel 61a#
Artikel 61a 1 Voordat Onze Minister van Defensie een hem krachtens dit hoofdstuk ten aanzien van burgerluchtvaart toekomende bevoegdheid uitoefent, richt hij een verzoek aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat om aan de behoefte gesteld door Onze Minister van Defensie te voldoen. Onze Minister van Defensie oefent de bevoegdheden krachtens dit hoofdstuk ten aanzien van burgerluchtvaart niet uit dan nadat Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat te kennen heeft gegeven niet te zullen voldoen aan dit verzoek. 2 In dringende omstandigheden kan Onze Minister van Defensie afwijken van het eerste lid. Hij stelt Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat daarvan terstond in kennis. Zodra de omstandigheden dat naar het oordeel van Onze Minister van Defensie en van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat toelaten, wordt aan de door Onze Minister van Defensie gestelde behoefte voldaan door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat. 3 artikel 58, vijfde lid Indien een in deze wet toegekende bevoegdheid door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat wordt uitgeoefend ten behoeve van de uitvoering van de militaire taak, vindt toekenning van een vergoeding krachtens, plaats in overeenstemming met Onze Minister van Defensie. Deze vergoeding komt voor rekening van Onze Minister van Defensie. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 1 artikelen 8 9 14, eerste lid onder c 16 17, eerste lid 30b, zesde lid 31 32 33 34 36 37 38, vijfde lid 74 Hij, die een van de,,,,,,,,,,,,, ofovertreedt, wordt gestraft hetzij met hechtenis van ten hoogste zes maanden en geldboete van de derde categorie, hetzij met één van deze straffen. 2 artikelen 4 14, eerste lid onder a en b 17, tweede lid Met dezelfde straf wordt gestraft de gezagvoerder, die een van de,, of, overtreedt. 3 Overtreding van een voorschrift gegeven bij of krachtens algemene maatregel van bestuur ingevolge deze wet, wordt, voor zover die overtreding uitdrukkelijk als strafbaar feit is aangemerkt, gestraft hetzij met hechtenis van ten hoogste zes maanden en geldboete van de derde categorie, hetzij met één van deze straffen. 4 artikelen 4 8 16 De eigenaar of houder van een luchtvaartuig, die in strijd met een van de,ofde luchtvaart doet of laat uitoefenen, wordt gestraft hetzij met hechtenis van ten hoogste zes maanden en geldboete van de derde categorie, hetzij met één van deze straffen. 1994 601 07-07-1994 22570 1994 601 07-07-1994 22570 17-08-1994
Artikel 62a — Artikel 62a#
Artikel 62a 1 artikel 37b, eerste lid, onder b, c en d Hij die een op grond van, aangewezen deel van een luchtvaartterrein wederrechtelijk binnendringt of wederrechtelijk aldaar verblijft, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. 2 Hij die zich wederrechtelijk toegang verschaft tot een in het eerste lid bedoeld terrein door middel van braak of inklimming, van valse sleutels, van een valse order, een vals kostuum of een valse of niet aan betrokkene toebehorende toegangspas wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie. 3 De in het eerste en tweede lid bepaalde gevangenisstraffen kunnen met een derde worden verhoogd, indien twee of meer verenigde personen het misdrijf plegen. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 artikelen 15 65 Overtreding van een van deofwordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. 1988 77 11-02-1988 19803 1988 172 20-04-1988 30-04-1988
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 1 Bij veroordeling wegens overtreding van: a. artikelen 4 8 17 een van de,, en, b. een voorschrift van een krachtens deze wet vastgestelde algemene maatregel van bestuur, kan de schuldige de bevoegdheid een luchtvaartuig te bedienen voor ten hoogste drie jaren worden ontzegd. 2 Bij toepassing van het bepaalde in het eerste lid verliest een aan de veroordeelde afgegeven bewijs van bevoegdheid of van gelijkstelling zijn geldigheid voor de duur van de ontzegging, zodra de rechterlijke uitspraak, voor wat betreft deze bijkomende straf, voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden. De betrokken ambtenaar van het Openbaar Ministerie brengt dit onverwijld ter kennis van Onze Minister, die daarvan aankondiging doet in de Staatscourant. 1992 368 18-06-1992 21993 1992 726 21-12-1992 01-01-1993
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 Het is degene, die weet, of redelijkerwijze moet weten, dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid een luchtvaartuig te bedienen is ontzegd, verboden, gedurende de tijd, dat hem die bevoegdheid ontzegd is, een luchtvaartuig te bedienen. 1958 47 15-01-1958 4168 1959 344 22-09-1959 22-09-1959 01-10-1959
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 1 artikel 58 Hij, die opzettelijk niet voldoet aan een krachtensgegeven aanwijzing, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie. 2 artikel 59 Hij die opzettelijk in strijd handelt met een ingevolgegegeven aanwijzing of gedane vordering, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie. 3 artikel 60 Hij die opzettelijk in strijd handelt met een ingevolgegegeven aanwijzing, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie. 4 artikel 61 Hij, die opzettelijk een ingevolgegegeven opdracht niet uitvoert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie. 2004 686 28-12-2004 02-12-2004 29514 2005 118 15-03-2005 23-02-2005 16-03-2005
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 1 artikel 58 Hij, die niet voldoet aan een krachtensgegeven aanwijzing, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste één jaar of geldboete van de derde categorie. 2 artikel 59 Hij die in strijd handelt met een ingevolgegegeven aanwijzing of gedane vordering, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste één jaar of geldboete van de derde categorie. 3 artikel 60 Hij, die in strijd handelt met een ingevolgegegeven aanwijzing, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie. 4 artikel 61 Hij, die een ingevolgegegeven opdracht niet uitvoert, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie. 2004 686 28-12-2004 02-12-2004 29514 2005 118 15-03-2005 23-02-2005 16-03-2005
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 artikelen 58 tot en met 61 Hij, die een handeling verricht met het oogmerk de uitoefening van de bevoegdheden vermeld in dete belemmeren, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie. 2004 686 28-12-2004 02-12-2004 29514 2005 118 15-03-2005 23-02-2005 16-03-2005
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 Vervallen 1976 377 23-06-1976 13655 1976 377 23-06-1976 13655 01-09-1976
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 artikelen 62a 63 66 68 De feiten strafbaar gesteld bij de,,enzijn misdrijven. artikelen 62 67 De feiten strafbaar gesteld bij deenzijn overtredingen. 2009 245 18-06-2009 12-06-2009 31386 2009 263 30-06-2009 24-06-2009 01-07-2009
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering Als personen met de opsporing van de bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, behalve de bijaangewezen personen, belast: a. de ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane; b. de door Onze Minister aan te wijzen personen. 1995 554 28-11-1995 02-11-1995 23806 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 artikel 37h Onverminderdis Onze Minister bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 1 Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan: a. ambtenaren aanwijzen, die voor zover het betreft de burgerluchtvaart belast zijn met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde; b. personen aanwijzen, die bevoegd zijn de opstijging van luchtvaartuigen te verbieden en te beletten. 2 De bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid onder a, kan eveneens worden uitgeoefend met betrekking tot militaire luchtvaartterreinen, die krachtens hun aanwijzing of een terzake verleende ontheffing mede door burgerlijke luchtvaartuigen mogen worden gebruikt, en met betrekking tot gedeelten van militaire fabrieken, werkplaatsen en aanhorigheden, waar zich burgerlijke luchtvaartuigen bevinden, mits een en ander geschiedt in overeenstemming met de door de militaire autoriteiten gegeven richtlijnen. 2019 179 16-05-2019 24-04-2019 34501 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 73a — Artikel 73a#
Artikel 73a Vervallen 1997 255 26-06-1997 26-03-1997 24513 1998 28 20-01-1998 24-12-1997 21-01-1998 01-01-1998 Werkt terug tot en met 1 januari 1998.
Artikel 73b — Artikel 73b#
Artikel 73b artikel 73 Ieder is verplicht aan de krachtensaangewezen ambtenaren desgevraagd alle medewerking te verlenen en alle inlichtingen te verstrekken, die zij redelijkerwijs bij de uitvoering van de hun op grond van deze wet opgedragen taak behoeven. 1997 255 26-06-1997 26-03-1997 24513 1998 28 20-01-1998 24-12-1997 21-01-1998 01-01-1998 Werkt terug tot en met 1 januari 1998.
Artikel 73c — Artikel 73c#
Artikel 73c Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2009 438 30-10-2009 14-10-2009 01-11-2009
Artikel 73d — Artikel 73d#
Artikel 73d Vervallen 1997 255 26-06-1997 26-03-1997 24513 1998 28 20-01-1998 24-12-1997 21-01-1998 01-01-1998 Werkt terug tot en met 1 januari 1998.
Artikel 73e — Artikel 73e#
Artikel 73e Vervallen 1997 255 26-06-1997 26-03-1997 24513 1998 28 20-01-1998 24-12-1997 21-01-1998 01-01-1998 Werkt terug tot en met 1 januari 1998.
Artikel 73f — Artikel 73f#
Artikel 73f Vervallen 1997 255 26-06-1997 26-03-1997 24513 1998 28 20-01-1998 24-12-1997 21-01-1998 01-01-1998 Werkt terug tot en met 1 januari 1998.
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 Vervallen 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 artikel 71 Op de eerste vordering van de inbedoelde personen zijn de gezagvoerder en de overige leden van de bemanning van een luchtvaartuig verplicht de bij of krachtens deze wet vereiste bescheiden behoorlijk ter inzage af te geven. 1958 47 15-01-1958 4168 1959 344 22-09-1959 22-09-1959 01-10-1959
Artikel 75a — Artikel 75a#
Artikel 75a Ingeval bij of krachtens deze wet regels worden gesteld ter uitvoering van het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Trb. 1973, 109), kan overtreding van die regels ook als strafbaar feit worden aangemerkt dan wel worden bestraft met een bestuurlijke sanctie indien deze regels in de Engelse taal zijn gesteld en bekend gemaakt. 2013 415 25-10-2013 16-10-2013 33427 2013 475 03-12-2013 25-11-2013 01-01-2014
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften worden gegeven: a. ter uitvoering van de voorafgaande hoofdstukken of indien de in deze hoofdstukken geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van de wet nadere regeling behoeven; b. vervallen; c. vervallen; d. ter beveiliging van militaire belangen; e. artikel 2.24 2.27, aanhef en onder c, van de Omgevingswet ter beperking van de geluidhinder door luchtvaartuigen met uitzondering van de geluidhinder ten gevolge van de uitoefening van de burgerluchtvaart boven gebieden, aangewezen overeenkomstig het bepaalde krachtensin samenhang met; f. vervallen; g. betreffende de opleiding van vliegtuigbestuurders; h. vervallen; i. vervallen; j. vervallen; k. betreffende de regels, die luchtvaartmaatschappijen in acht moeten nemen bij de uitvoering van bepaalde soorten van luchtvervoer in, naar of uit Nederland of met Nederland als tussenstation; l. betreffende de door luchtvaartmaatschappijen toe te passen tarieven en andere vervoersvoorwaarden; m. betreffende de regels, die in acht moeten worden genomen bij de uitvoering van vluchten naar of uit Nederland of met Nederland als tussenstation, waarop géén vervoer plaats vindt, dan wel vluchten welke niet door luchtvaartmaatschappijen worden uitgevoerd. 2 Voorts kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur de vergoedingen worden geregeld, verschuldigd voor: a. het gebruik van ’s lands luchtvaartterreinen; b. werkzaamheden, door de Staat verricht; c. diensten, door de Staat verstrekt. 3 e Indien een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid onder, normen bevat, welke betrekking hebben op aan luchtvaartuigen aan te brengen technische voorzieningen ter zake van een vermindering van de geluidsproduktie tijdens een vlucht, bij opstijging of landing, of tijdens het proefdraaien op het luchtvaartterrein anders dan bij de uitvoering van een vlucht, kan tevens worden bepaald in welke mate deze normen in een aan te geven toekomstige periode zullen worden verzwaard. 4 a, e, k, l m Staatsblad Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid onderenof een wijziging daarvan treedt niet eerder in werking dan twee maanden na datum van uitgifte van hetwaarin deze wordt geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld aan de Staten-Generaal mededeling gedaan. 2020 172 17-06-2020 12-02-2020 34986 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2009 438 30-10-2009 14-10-2009 01-11-2009
Artikel 77a — Artikel 77a#
Artikel 77a Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2009 438 30-10-2009 14-10-2009 01-11-2009
Artikel 77b — Artikel 77b#
Artikel 77b Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2009 438 30-10-2009 14-10-2009 01-11-2009
Artikel 77c — Artikel 77c#
Artikel 77c Vervallen 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2009 438 30-10-2009 14-10-2009 01-11-2009
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1958 47 15-01-1958 4168 1959 344 22-09-1959 22-09-1959 01-10-1959
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1958 47 15-01-1958 4168 1959 344 22-09-1959 22-09-1959 01-10-1959
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 1 Stb. De wet van 30 Juli 1926,249 (Luchtvaartwet), wordt ingetrokken. 2 De op grond dier wet afgegeven bewijzen van inschrijving, van luchtwaardigheid, van geschiktheid en van gelijkstelling blijven, voor zover zij hun geldigheid krachtens de bepalingen dier wet niet hebben verloren, hun geldigheid behouden, totdat bij algemene maatregel van bestuur een nadere regeling te dien aanzien zal zijn getroffen. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 80a — Artikel 80a#
Artikel 80a 1 Hoofdstuk IV afdelingen 3A 5 van deze wet, met uitzondering van deen, is niet van toepassing op de luchthaven Schiphol. 2 hoofdstuk 8 van de Wet luchtvaart Bij toepassing van deze wet op de luchthaven Schiphol moet onder «luchtvaartterrein» en «exploitant van het luchtvaartterrein» verstaan worden: luchthavengebied onderscheidenlijk exploitant van de luchthaven als bedoeld in. 2010 149 07-04-2010 18-03-2010 31857 2010 263 06-07-2010 26-05-2010 07-07-2010
Artikel 80b — Artikel 80b#
Artikel 80b 1 Afdeling 3A van hoofdstuk IV titel 8.3 van de Wet luchtvaart titel 8.4 van die wet titel 10.3 van die wet is van toepassing op burgerluchthavens van regionale betekenis als bedoeld in, burgerluchthavens van nationale betekenis, als bedoeld inen militaire luchthavens waarvan delen uitsluitend ten behoeve van burgerluchtvaart worden gebruikt, als bedoeld in. 2 afdeling 3A van hoofdstuk IV Wet luchtvaart Bij toepassing vanop burgerluchthavens van regionale betekenis, burgerluchthavens van nationale betekenis en militaire luchthavens waarvan delen uitsluitend ten behoeve van burgerluchtvaart worden gebruikt, moet onder «luchtvaartterrein» en «exploitant van het luchtvaartterrein» verstaan worden: luchthaven onderscheidenlijk exploitant van de luchthaven als bedoeld in de. 2008 561 23-12-2008 18-12-2008 30452 2009 438 30-10-2009 14-10-2009 01-11-2009
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 artikel 56 Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip; Wij kunnen Ons voorbehouden een ander tijdstip vast te stellen, waaropin werking treedt. 1958 47 15-01-1958 4168 1959 344 22-09-1959 22-09-1959 01-10-1959
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 Deze wet kan worden aangehaald als "Luchtvaartwet". 1958 47 15-01-1958 4168 1959 344 22-09-1959 22-09-1959 01-10-1959