Wet van 24 december 1958, houdende uitvoering van het op 1 maart 1954 te 's-Gravenhage ondertekende verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering
- BWB-id
- BWBR0002306
- Type
- Wet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002306
- ELI
- /eli/nl/wet/1959/uitvoeringswet-rechtsvorderingsverdrag-1954
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1959/uitvoeringswet-rechtsvorderingsverdrag-1954/2025-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002306&g=2025-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002306&z=2026-06-06&g=2025-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002306/2025-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1959/uitvoeringswet-rechtsvorderingsverdrag-1954
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Als de autoriteit, die, overeenkomstig de voorschriften van het verdrag zorg draagt voor de mededeling van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken, afkomstig uit een der Staten, waar het verdrag van kracht is, wordt aangewezen de officier van justitie bij de rechtbank binnen welker rechtsgebied de mededeling verlangd wordt. 2012 313 13-07-2012 12-07-2012 32891 2012 314 13-07-2012 12-07-2012 01-01-2013
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 4 van het verdrag Oordeelt de officier van justitie, dattoepasselijk is, dan zendt hij de stukken onder opgaaf van redenen aan Onze Minister van Justitie, die, zo nodig na overleg met Onze Minister van Buitenlandse Zaken, beslist. 1958 677 24-12-1958 5119 1959 194 08-06-1959 27-06-1959
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 1970 612 24-12-1970 10709 1970 612 24-12-1970 10709 01-01-1971
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 55, eerste lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Om overeenkomstig de voorschriften van het verdrag een gerechtelijk of buitengerechtelijk stuk te doen mededelen in een der Staten, waar het verdrag van kracht is, wordt het exploit gedaan en het afschrift doorgezonden op de wijze, aangegeven bij. 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Behalve de vereisten, bij hetvoor het exploit gesteld, zal daarbij worden vermeld het beroep of de maatschappelijke betrekking der partijen, zomede het adres van degene, aan wie de mededeling wordt verlangd. Tevens wordt daarin vermeld, dat het exploit overeenkomstig het verdrag moet worden medegedeeld, met opgave of verlangd wordt: artikel 3 van het verdrag In elk der laatste drie gevallen is het exploit vergezeld van een vertaling in een der talen, bedoeld bij; wordt bij het exploit een afzonderlijk stuk betekend, dan geldt hetzelfde omtrent dit stuk, zo het niet in een van die talen is gesteld. De vertaling moet voor overeenstemmend verklaard zijn door een beëdigd vertaler in het land van bestemming of door een beëdigd vertaler in Nederland. a. eenvoudige afgifte; b. mededeling in de vorm, die in het land van bestemming is voorgeschreven voor het verrichten van soortgelijke mededelingen; c. b mededeling, als subbedoeld, alléén voor het geval, dat eenvoudige afgifte niet mogelijk is; of d. mededeling in een bijzondere, in het exploit duidelijk aan te geven vorm. 3 Een tweede exemplaar van het exploit, alsmede van de in het voorgaande lid bedoelde stukken en vertalingen zal worden bijgevoegd. 2001 581 18-12-2001 06-12-2001 27824 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 3 van het verdrag Onze Minister van Buitenlandse Zaken zendt de stukken aan de betrokken Nederlandse diplomatieke of consulaire ambtenaar. Is het exploit of het afzonderlijk stuk vergezeld van een vertaling in een der talen, bedoeld bij, dan verzoekt Onze genoemde Minister de diplomatieke of consulaire ambtenaar, zo de vertaling niet voor overeenstemmend is verklaard door een beëdigd vertaler in het land van bestemming, zelf die vertaling voor overeenstemmend te verklaren. 2 De diplomatieke of consulaire ambtenaar doet onverwijld de stukken, na, zo nodig, aan het bij de tweede zinsnede van het eerste lid van dit artikel bedoeld verzoek te hebben voldaan, aan de bevoegde autoriteit toekomen; de diplomatieke ambtenaar doet zulks door tussenkomst van de bevoegde consulaire ambtenaar. derde en het vierde lid van artikel 1 van het verdrag Alles behoudens het bepaalde bij het. 1958 677 24-12-1958 5119 1959 194 08-06-1959 27-06-1959
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Als de autoriteit, door welke, overeenkomstig de voorschriften van het verdrag, de uitvoering geschiedt van rogatoire commissiën, afkomstig uit de Staten, waar het verdrag van kracht is, wordt aangewezen de rechtbank binnen wier gebied de uitvoering moet geschieden. In geval van een getuigenverhoor of deskundigenonderzoek wordt het verzoek gedaan aan de rechtbank binnen wier gebied de getuigen of deskundigen, of het grootste aantal van hen woonachtig zijn of verblijven. Indien de uitvoering van de rogatoire commissie in verschillende rechtsgebieden dient plaats te vinden, is elk van de rechtbanken van deze rechtsgebieden bevoegd de commissie in haar geheel uit te voeren. 2 De rogatoire commissie kan worden verwezen naar de kantonrechter. De kantonrechter is aan deze verwijzing gebonden. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot het eerste lid nadere regels worden gesteld. 2008 411 23-10-2008 09-10-2008 31286 2008 411 23-10-2008 09-10-2008 31286 01-12-2008
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Oordeelt de rechtbank, aan wie overeenkomstig de voorschriften van het verdrag de rogatoire commissie is toegezonden, dat de uitvoering door een andere rechtbank behoort te geschieden, dan zendt zij de commissie aan deze rechtbank. Deze rechtbank is aan de doorzending gebonden. 2008 411 23-10-2008 09-10-2008 31286 2008 411 23-10-2008 09-10-2008 31286 01-12-2008
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a De rechter die met de uitvoering van de rogatoire commissie is belast kan, indien dit voor een goede uitvoering van de rogatoire commissie nodig wordt geoordeeld, de stukken door een beëdigd vertaler in het Nederlands doen vertalen. 2008 411 23-10-2008 09-10-2008 31286 2008 411 23-10-2008 09-10-2008 31286 01-12-2008
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 2008 411 23-10-2008 09-10-2008 31286 2008 411 23-10-2008 09-10-2008 31286 01-12-2008
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 2008 411 23-10-2008 09-10-2008 31286 2008 411 23-10-2008 09-10-2008 31286 01-12-2008
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 11, derde lid, sub 3°, van het verdrag Oordeelt de rechter, door wie de uitvoering der rogatoire commissie zou behoren te geschieden, dattoepasselijk is, dan zendt hij de commissie onder opgaaf van redenen aan Onze Minister van Justitie, die, zo nodig na overleg met Onze Minister van Buitenlandse Zaken, beslist. 2008 411 23-10-2008 09-10-2008 31286 2008 411 23-10-2008 09-10-2008 31286 01-12-2008
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Rogatoire commissiën, waarvan de toezending niet is geschied overeenkomstig de voorschriften van het verdrag, worden door de autoriteit, die haar heeft ontvangen, onder opgaaf van redenen toegezonden aan Onze Minister van Buitenlandse Zaken. 2 Rogatoire commissiën, die niet voldoen aan de vereisten, in het verdrag gesteld, worden door de rechterlijke autoriteit, die haar heeft ontvangen, onder opgaaf van redenen, teruggezonden langs dezelfde weg als de toezending geschiedde. 1958 677 24-12-1958 5119 1959 194 08-06-1959 27-06-1959
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikelen 171 172 173 178 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering De rechter kan bepalen welke der partijen zorg draagt voor de oproeping uit hoofde van de uitvoering van een rogatoire commissie. Oproepingen die niet door een der partijen worden verricht geschieden door de griffier van de rechtbank. De,,enzijn op het verhoor van getuigen van overeenkomstige toepassing. 2008 411 23-10-2008 09-10-2008 31286 2008 411 23-10-2008 09-10-2008 31286 01-12-2008
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Van de rechterlijke handelingen, ter uitvoering van de rogatoire commissie verricht, wordt proces-verbaal opgemaakt. 1958 677 24-12-1958 5119 1959 194 08-06-1959 27-06-1959
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Alle kosten, op de uitvoering van rogatoire commissiën vallende, komen ten laste van de Staat; hiervan zijn echter uitgezonderd: a. artikel 16, tweede lid, van het verdrag de kosten, ingenoemd; b. artikel 24 van het verdrag in het geval, bedoeld in, de kosten, in het tweede lid van dat artikel genoemd. 1970 612 24-12-1970 10709 1970 612 24-12-1970 10709 01-01-1971
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a vierde afdeling van titel 7 van het Eerste Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Een afwijzende beslissing op grond van artikel 11, tweede lid, en op grond van artikel 11, derde lid, onder 1 en 2, en artikel 14, tweede lid, van het verdrag wordt beschouwd als een beschikking waartegen voor partijen in de hoofdprocedure hoger beroep openstaat overeenkomstig de, met dien verstande dat het hoger beroep de werking niet schorst, tenzij de rechter anders heeft bepaald, en dient te worden ingesteld binnen een termijn van vier weken te rekenen vanaf de dag van de beslissing. 2008 411 23-10-2008 09-10-2008 31286 2008 411 23-10-2008 09-10-2008 31286 01-12-2008
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Indien, overeenkomstig de voorschriften van het verdrag, door de Nederlandse rechter een rogatoire commissie wordt opgedragen aan de bevoegde autoriteit van een der Staten, waar het verdrag van kracht is, zendt de rechter de stukken aan Onze Minister van Buitenlandse Zaken. 2 Indien de rogatoire commissie vergezeld is van een door een beëdigd vertaler vervaardigde vertaling in een van de talen, bedoeld in artikel 10 van het verdrag, kan de rechter bepalen welke der partijen zorg draagt voor en de kosten betaalt van deze vertaling. 2008 411 23-10-2008 09-10-2008 31286 2008 411 23-10-2008 09-10-2008 31286 01-12-2008
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikelen 237 289 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Omtrent de vergoedingen en kosten waarvan door de betrokken aangezochte Staat terugbetaling wordt verzocht, wordt door de rechter overeenkomstig deenuitspraak gedaan, voorzover deze artikelen daarvoor een vergoeding plegen in te sluiten. 2 artikel 187 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikelen 191, derde lid 244, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering De griffier betaalt de in het voorgaande lid bedoelde kosten en vergoedingen aan de aangezochte Staat en brengt deze, voorzover zij in een veroordeling in de proceskosten plegen te worden begrepen, in rekening bij de eiser of verzoeker, tenzij de rechter daartoe in verband met de omstandigheden van het geding de verweerder, de eiser en verweerder gezamenlijk, een of meer andere belanghebbenden of dezen met de verzoeker gezamenlijk heeft aangewezen. Met betrekking tot de terugbetaling van de vergoeding voor deskundigen zijn de derde tot en met vijfde volzin vanvan overeenkomstige toepassing. In de in deze zinnen bedoelde gevallen zijn de, envan overeenkomstige toepassing. 2024 62 22-03-2024 06-03-2024 35498 2024 72 27-03-2024 25-03-2024 01-01-2025 Artikel XIIa van Stb. 2024/62 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 De rechter stelt bij zijn vonnis de dag vast, waarop de zaak weer ter rolle zal worden opgeroepen. 2023 41 10-02-2023 25-01-2023 36212 2023 97 27-03-2023 20-03-2023 01-05-2023
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 De processen-verbaal van de uitvoering der rogatoire commissiën hebben gelijke kracht als die van de Nederlandse rechter. 2 Andere stukken betreffende de uitvoering van een handeling van instructie of een andere gerechtelijke handeling hebben een gelijke kracht als Nederlandse stukken met betrekking tot eenzelfde handeling. 2008 411 23-10-2008 09-10-2008 31286 2008 411 23-10-2008 09-10-2008 31286 01-12-2008
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 19, derde lid, van het verdrag Als de autoriteit, die overeenkomstig, bevoegd is tot afgifte der verklaring, dat de uitspraak ten aanzien der veroordeling in de kosten kracht van gewijsde zaak verkregen heeft, wordt aangewezen de voorzieningenrechter of kantonrechter die de veroordeling in de kosten heeft uitgesproken. 2 De in het voorgaande lid bedoelde verklaring wordt door die voorzieningenrechter of die kantonrechter gegeven op verzoek van de partij, die de uitvoerbaarverklaring verlangt, na vertoon van een expeditie der uitspraak. 2001 584 18-12-2001 06-12-2001 27878 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 De partij, die de uitvoerbaarverklaring in een der Staten waar het verdrag van kracht is, verlangt, zendt aan Onze Minister van Justitie: 1°. artikel 18, eerste lid, van het verdrag een rekest, houdende verzoek, als bedoeld in, gericht tot de bevoegde autoriteit van de Staat, waar de uitvoerbaarverklaring verlangd wordt; 2°. een expeditie van de uitspraak; 3°. artikel 19 een verklaring, ingevolgedezer wet afgegeven, dat de uitspraak ten aanzien der veroordeling in de kosten kracht van gewijsde zaak heeft verkregen. 2 artikel 19, tweede lid, sub 3°, van het verdrag De stukken in het voorgaande lid, sub 1° en 3° genoemd, zijn ieder vergezeld van een vertaling in een der talen, bedoeld in; van de uitspraak wordt een zodanige vertaling nopens het gedeelte, dat de beslissing bevat, overgelegd. De vertalingen moeten voor overeenstemmend verklaard zijn door een beëdigd vertaler in het land, waar de uitvoerbaarverklaring verlangd wordt, of door een beëdigd vertaler in Nederland. 1958 677 24-12-1958 5119 1959 194 08-06-1959 27-06-1959
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 20 artikel 18 van het verdrag artikel 19, derde lid, van het verdrag artikel 19, tweede lid, sub 3°, van het verdrag Onze Minister van Justitie zendt de stukken, indezer wet genoemd, langs de weg, invermeld, aan de bevoegde autoriteit van de Staat waar de uitvoerbaarverklaring verlangd wordt, onder bijvoeging van een bevestiging, overeenkomstig, en een vertaling daarvan in een der talen, in. Deze vertaling is voor overeenstemmend verklaard door een beëdigd vertaler in het land, waar de uitvoerbaarverklaring verlangd wordt, of door een beëdigd vertaler in Nederland. 2 artikel 20 Indien niet voldaan is aanvan deze wet, weigert hij de doorzending der stukken, echter niet, dan na getracht te hebben de naleving van dat artikel zoveel mogelijk te bevorderen. 1958 677 24-12-1958 5119 1959 194 08-06-1959 27-06-1959
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 De uitvoerbaarverklaring van uitspraken overeenkomstig de voorschriften van het verdrag geschiedt in Nederland door de rechtbank van de woonplaats van degene, tegen wie de uitspraak is gewezen, of, zo van een woonplaats in Nederland niet blijkt, door de rechtbank, door Onze Minister van Justitie aan te wijzen. 2012 313 13-07-2012 12-07-2012 32891 2012 314 13-07-2012 12-07-2012 01-01-2013
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 De rechtbank doet zo spoedig mogelijk uitspraak en zendt onverwijld expeditie van haar beschikking aan Onze Minister van Justitie, die deze langs diplomatieke weg aan de verzoekende partij doet toekomen. 2 Hetzelfde geldt in geval van beroep in cassatie voor de Hoge Raad. 2012 313 13-07-2012 12-07-2012 32891 2012 314 13-07-2012 12-07-2012 01-01-2013
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Beroep in cassatie van de afwijzende beschikking der rechtbank kan worden ingesteld door de verzoekende partij binnen twee maanden na de dag waarop de expeditie van die beschikking aan Onze Minister van Justitie is toegezonden. 2 De instelling van beroep in cassatie geschiedt door een daartoe strekkende schriftelijke mededeling aan Onze Minister van Justitie. Deze mededeling bevat de middelen, waarop het beroep steunt. 3 Onze Minister van Justitie stelt de griffier van de rechtbank, die de beschikking heeft gegeven, in kennis met het ingestelde beroep in cassatie. Tevens doet hij daarvan mededeling aan de Hoge Raad. 4 De griffier van de rechtbank, die de aangevallen beschikking heeft gegeven, doet de overgelegde stukken met een afschrift der afwijzende beschikking aan de Hoge Raad toekomen. 2012 313 13-07-2012 12-07-2012 32891 2012 314 13-07-2012 12-07-2012 01-01-2013
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Beroep in cassatie van de beschikking der rechtbank, waarbij de uitspraak is uitvoerbaar verklaard, kan worden ingesteld binnen veertien dagen na de betekening door een daartoe strekkende schriftelijke verklaring ter griffie van de rechtbank, die de beschikking heeft genomen. 2 De middelen, waarop het beroep steunt, worden in de verklaring opgenomen, of uiteengezet in een nader verzoekschrift, binnen veertien dagen na aantekening van het beroep te richten tot de Hoge Raad. 3 Binnen drie dagen geeft de griffier van de rechtbank, die de aangevallen beschikking heeft genomen, van dit beroep per aangetekende brief kennis aan de partij die het verzoek heeft gedaan, en zendt aan de Hoge Raad de overgelegde stukken met een afschrift van de aangevallen beschikking en van de aantekening van het beroep. 2012 313 13-07-2012 12-07-2012 32891 2012 314 13-07-2012 12-07-2012 01-01-2013
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Voor verzoeken tot uitvoerbaarverklaring van uitspraken overeenkomstig de voorschriften van het verdrag, alsmede voor verzoeken, ingevolge het voorgaande artikel tot de Hoge Raad te richten, wordt de medewerking van een advocaat niet vereist. 2016 290 21-07-2016 13-07-2016 34212 2017 174 04-05-2017 01-05-2017 01-09-2017 Artikel CIX van Stb. 2016/290 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Alle noodzakelijke kosten, ter zake van de uitvoerbaarverklaring van uitspraken overeenkomstig de voorschriften van het verdrag te maken, komen ten laste van de Staat. 1970 612 24-12-1970 10709 1970 612 24-12-1970 10709 01-01-1971
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 artikel 21 van het verdrag Als de autoriteit in Nederland bevoegd om het bewijs van onvermogen af te geven of de verklaring van onvermogen voor zich te doen afleggen, als bedoeld in, met het oog op toelating tot het voorrecht van kosteloze rechtsbijstand in een van de Staten, waar het verdrag van kracht is, wordt aangewezen de burgemeester van de gewone verblijfplaats van de betrokkene of, bij gebreke daarvan, van zijn werkelijk verblijf. 1958 677 24-12-1958 5119 1959 194 08-06-1959 27-06-1959
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Trb. In deze wet wordt onder "het verdrag" verstaan het op 1 maart 1954 te ’s-Gravenhage ondertekende verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering (1954, nr. 40). 1958 677 24-12-1958 5119 1959 194 08-06-1959 27-06-1959
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Deze wet treedt in werking op een nader door Ons te bepalen datum. 1958 677 24-12-1958 5119 1959 194 08-06-1959 27-06-1959