Wet van 20 juli 1961, houdende nieuwe bepalingen ter bewaring van bossen en andere houtopstanden
- BWB-id
- BWBR0002357
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2015-01-01 t/m 2016-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002357
- ELI
- /eli/nl/wet/1962/boswet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1962/boswet/2015-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002357&g=2015-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002357&z=2026-06-06&g=2015-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002357/2015-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1962/boswet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Deze wet verstaat onder: Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken; eigenaar: hij, die krachtens eigendom of een beperkt recht het genot heeft van grond; dunning: velling, welke uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd. 2 Voor de toepassing van deze wet wordt onder herbeplanten mede begrepen herbebossen en wordt onder vellen mede begrepen rooien alsmede het verrichten van handelingen, welke de dood of ernstige beschadiging van houtopstand ten gevolge kunnen hebben. 3 Het periodieke vellen van griend- en hakhout wordt voor de toepassing van deze wet niet onder vellen begrepen. 4 afdeling VII De hierna volgende artikelen van deze wet zijn, behoudens het bepaalde in, niet van toepassing op: a. houtopstanden op erven en in tuinen; b. andere houtopstanden dan op erven en in tuinen binnen een bebouwde kom als bedoeld in het volgende lid; c. wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voorzover bestaande uit populieren of wilgen; d. Italiaanse populier, linde, paardenkastanje en treurwilg; e. vruchtbomen en windschermen om boomgaarden; f. fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaren, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen; g. kweekgoed. 5 Staatscourant De gemeenteraad stelt bij besluit vast, welke voor de toepassing van deze wet de grenzen van de bebouwde kom of kommen der gemeente zijn. Het ontwerp van het door de gemeenteraad te nemen besluit ligt gedurende dertig dagen ter gemeentesecretarie voor een ieder ter inzage. De burgemeester maakt de nederlegging tevoren in de, in één of meer dag- of nieuwsbladen, die in de gemeente verspreid worden, en voorts op de gebruikelijke wijze bekend. 2014 14 17-01-2014 18-12-2013 33773 2014 31 24-01-2014 20-01-2014 25-01-2014
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Hij, die het voornemen heeft om tot vellen of doen vellen van houtopstand, anders dan bij wijze van dunning, over te gaan, is verplicht van dat voornemen ten minste één maand doch niet langer dan één jaar tevoren door toezending van een formulier, dat als aangetekend stuk wordt verzonden, kennis te geven aan Onze Minister alsmede, zo hij niet de eigenaar is van de te ontbloten grond, ook aan deze laatste. Onze Minister stelt het model voor dit formulier vast. Onze Minister zendt onverwijld een bevestiging van de ontvangst van de kennisgeving. 2 De in het vorige lid bedoelde afzender is verplicht het formulier juist en volledig in te vullen en te ondertekenen. 3 Het is verboden te vellen of te doen vellen, anders dan bij wijze van dunning, zonder dat een voorafgaande tijdige kennisgeving als bedoeld in het eerste lid is gedaan. 1997 514 13-11-1997 11-09-1997 24622 1997 678 23-12-1997 15-12-1997 01-01-1998
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De eigenaar van grond, waarop een houtopstand, anders dan bij wijze van dunning, is geveld of op andere wijze tenietgegaan, is verplicht binnen een tijdvak van drie jaren na de velling of het tenietgaan van de houtopstand te herbeplanten volgens regelen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen. 2 De in het vorige lid bedoelde eigenaar is tevens verplicht beplanting die niet is aangeslagen binnen drie jaren na de herbeplanting te vervangen. 3 De in de voorgaande leden bedoelde eigenaar kan aan Onze Minister een verklaring vragen, inhoudende dat de door hem voorgestelde herbeplanting voldoet aan de regelen, krachtens het eerste lid gesteld. 1997 514 13-11-1997 11-09-1997 24622 1997 678 23-12-1997 15-12-1997 01-01-1998
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 3, eerste lid Hij, die de eigendom van grond als bedoeld in, overdraagt of een gebruiksrecht daarop vestigt of overdraagt, is verplicht aan de verkrijger kennis te geven van het bestaan van de verplichting tot herbeplanting en van haar omvang en daarvan uitdrukkelijk in de akte van levering, vereist voor de overdracht of vestiging, te doen blijken. 1989 490 25-10-1989 19077 1991 607 03-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikelen 2 3 Het bepaalde bij deenvindt geen toepassing, indien de grond, waarop de velling zal worden verricht of waarop zich de gevelde of tenietgegane houtopstand bevond, nodig is voor de uitvoering van een werk overeenkomstig het bestemmingsplan. 2 artikelen 2 3 Het bepaalde bij deenvindt voorts geen toepassing ten aanzien van houtopstanden, welke een zelfstandige eenheid vormen, en hetzij geen grotere oppervlakte beslaan dan 10 are, hetzij ingeval van rijbeplanting, gerekend over het totaal aantal rijen, niet meer bomen omvatten dan 20. 2008 180 03-06-2008 22-05-2008 30938 2008 227 26-06-2008 16-06-2008 01-07-2008
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikelen 2 3 Onze Minister kan bij regeling voor door hem daarbij aan te wijzen groepen van gevallen, al dan niet onder voorwaarden, vrijstelling van het bepaalde bij of krachtens deenverlenen. 2 artikelen 2 3 Onze Minister kan in bijzondere gevallen van het bepaalde bij of krachtens deen, al dan niet onder voorwaarden, ontheffing verlenen. 1997 514 13-11-1997 11-09-1997 24622 1997 678 23-12-1997 15-12-1997 01-01-1998
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 1997 710 23-12-1997 17-12-1997 25265 1997 751 29-12-1997 19-12-1997 01-01-1998
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 1997 710 23-12-1997 17-12-1997 25265 1997 751 29-12-1997 19-12-1997 01-01-1998
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 1997 710 23-12-1997 17-12-1997 25265 1997 751 29-12-1997 19-12-1997 01-01-1998
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 1997 63 20-02-1997 06-02-1997 24749 1997 63 20-02-1997 06-02-1997 24749 21-02-1997 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Onze Ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Economische Zaken kunnen ter bewaring van natuur- en landschapsschoon het vellen en doen vellen, anders dan bij wijze van dunning, van bossen en andere houtopstanden telkens voor ten hoogste vijf jaar verbieden. 2 De bekendmaking van een besluit houdende een verbod als bedoeld in het eerste lid, geschiedt door toezending of uitreiking aan de gebruiker van de grond waarop de houtopstand zich bevindt en, indien deze niet de eigenaar van die grond is, tevens aan deze laatste. Van het besluit wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. 3 artikel 5, eerste lid Een verbod als bedoeld in het eerste lid kan niet worden opgelegd in het geval, omschreven in. 4 Indien de in het tweede lid bedoelde gebruiker of eigenaar tengevolge van een verbod, als bedoeld in het eerste lid, schade lijdt, welke redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kennen Onze in het eerste lid genoemde Ministers hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding uit 's Lands kas toe. 2014 14 17-01-2014 18-12-2013 33773 2014 31 24-01-2014 20-01-2014 25-01-2014
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 De aan andere openbare lichamen toekomende bevoegdheden worden ten aanzien van de onderwerpen, waarin deze wet voorziet, slechts beperkt door hetgeen hierna uitdrukkelijk is bepaald. 2 De provinciale staten en de gemeenteraad zijn niet bevoegd regelen te stellen ter bewaring van: a. wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voorzover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot; b. vruchtbomen en windschermen om boomgaarden; c. fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen; d. kweekgoed. 3 artikel 1, vijfde lid 5, tweede lid Voorts zijn de in het vorige lid bedoelde colleges niet bevoegd regelen te stellen ter bewaring van bossen en andere houtopstanden, welke niet gelegen zijn binnen een bebouwde kom als bedoeld in, behoudens ter bewaring van houtopstanden als bedoeld in de artikelen 1, vierde lid, onderdeel a, en. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Indien de gebruiker of eigenaar van een houtopstand tengevolge van een krachtens provinciale of gemeentelijke verordening genomen besluit, houdende een verbod tot vellen van een houtopstand of een weigering tot ontheffing van een verbod tot vellen van een houtopstand, schade lijdt, welke redelijkerwijs niet of niet geheel voor zijn rekening behoort te blijven, kennen de in de provinciale, onderscheidenlijk de gemeentelijke verordening aangewezen organen hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding uit de provinciale, onderscheidenlijk de gemeentekas toe. 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 1994 135 04-02-1994 23196 1994 222 21-03-1994 01-04-1994
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 1997 514 13-11-1997 11-09-1997 24622 1997 678 23-12-1997 15-12-1997 01-01-1998
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1961 256 20-07-1961 5308 1962 193 11-05-1962 01-07-1962
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1961 256 20-07-1961 5308 1962 193 11-05-1962 01-07-1962
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Ingetrokken worden: a. Stb. de Boschwet 1922 (wet van 19 mei 1922,349); b. Stcrt. de Bodemproductiebeschikking 1949 Bosbouw en Houtteelt (184); 2 Wijzigt de Overgangswet Bodemproductie 1950. 1961 256 20-07-1961 5308 1962 193 11-05-1962 01-07-1962
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. 1961 256 20-07-1961 5308 1962 193 11-05-1962 01-07-1962
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Deze wet kan worden aangehaald onder de titel van "Boswet". 1961 256 20-07-1961 5308 1962 193 11-05-1962 01-07-1962