Wet van 25 mei 1962, houdende instelling van een Bijstandkorps van burgerlijke rijksambtenaren, dat bestemd is voor dienst in Nederlands-Nieuw-Guinea
- BWB-id
- BWBR0002370
- Type
- Wet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2002-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002370
- ELI
- /eli/nl/wet/1962/instellingswet-bijstandkorps-burgerlijke-rijksambtenaren-bes
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1962/instellingswet-bijstandkorps-burgerlijke-rijksambtenaren-bes/2002-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002370&g=2002-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002370&z=2026-06-06&g=2002-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002370/2002-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1962/instellingswet-bijstandkorps-burgerlijke-rijksambtenaren-bes
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder: artikel 2 het Bijstandkorps: het Bijstandkorps bedoeld in; Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; de Gouverneur: de Gouverneur van Nederlands-Nieuw-Guinea; Nederlander: Nederlander in de zin van de wet op het Nederlanderschap en het ingezetenschap. 2 Tenzij het tegendeel blijkt, zijn in deze wet onder leden van het Bijstandkorps gewezen leden van dat korps begrepen. 2001 377 23-08-2001 16-07-2001 27692 2001 377 23-08-2001 16-07-2001 27692 24-08-2001 01-01-2001 Artikel 1 werkt terug tot en met 1 januari 2001. Artikel 23
werkt terug tot en met 1 juli 1996.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Er is een Bijstandkorps van burgerlijke rijksambtenaren, dat bestemd is voor dienst in Nederlands-Nieuw-Guinea. 2 De leden van het Bijstandkorps worden in openbare dienst aangesteld om in Nederlands-Nieuw-Guinea werkzaam te zijn. 3 Zij worden als zodanig met inachtneming van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regelen door Ons of door Onze Minister aangesteld en ontslagen. 1962 196 25-05-1962 6502 1962 360 20-09-1962 25-09-1962
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Alleen Nederlanders kunnen tot lid van het Bijstandkorps worden aangesteld. 2 Wij kunnen in bijzondere gevallen anderen dan Nederlanders tot lid van het Bijstandkorps aanstellen. 1962 196 25-05-1962 6502 1962 360 20-09-1962 25-09-1962
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De leden van het Bijstandkorps worden, tenzij het tot aanstelling bevoegde gezag anders bepaalt, ter beschikking gesteld van het bevoegde gezag van Nederlands-Nieuw-Guinea om, met inachtneming van het bepaalde in de akte van aanstelling tot lid van het Bijstandkorps, te worden aangesteld in de daarvoor in aanmerking komende ambten van Nederlands-Nieuw-Guinea. 2 Ontslag van de leden van het Bijstandkorps als landsdienaar beëindigt niet tevens het lidmaatschap van het Bijstandkorps, tenzij bij algemene maatregel van bestuur anders is bepaald. 1962 196 25-05-1962 6502 1962 360 20-09-1962 25-09-1962
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De rechten en verplichtingen van de leden van het Bijstandkorps worden bepaald: a. door hetgeen bij of krachtens deze wet wordt bepaald; b. artikel 4 door de voorschriften, welke met betrekking tot de inbedoelde ambten zijn vastgesteld. 1962 196 25-05-1962 6502 1962 360 20-09-1962 25-09-1962
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden ten aanzien van de leden van het Bijstandkorps, de Centrale Commissie voor Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken gehoord, voorschriften vastgesteld betreffende: a. aanstelling, schorsing en ontslag; b. bij aanstelling toe te kennen voorlopige wedde; c. uitzending en terbeschikkingstelling en daarmede verband houdende rechten en verplichtingen; d. wedde - waarin een vergoeding voor expatriatie is begrepen - en toelagen; e. aanspraken in geval van ziekte; f. buiten Nederlands-Nieuw-Guinea door te brengen verloven; g. aanspraken in het geval dat de bestemming in Nederlands-Nieuw-Guinea vervalt; h. aanspraken bij ontslag; i. de beperking van cumulatie van aanspraken op wedde, bezoldiging, vergoedingen en andere financiële aanspraken, welke de leden van het Bijstandkorps als zodanig en uit hoofde van het door hen beklede ambt van Nederlands-Nieuw-Guinea hetzij onder gelijke benaming, hetzij onder andere benaming bezitten; j. instelling van een bijzondere commissie van overleg in Nederlands-Nieuw-Guinea. 2 Op gelijke wijze als in het eerste lid is bepaald kunnen ten aanzien van de leden van het Bijstandkorps voorschriften worden vastgesteld betreffende andere onderdelen van de rechtspositie dan die, welke in dat lid zijn genoemd. 1962 196 25-05-1962 6502 1962 360 20-09-1962 25-09-1962
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 690 23-12-1993 23258 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Onder bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen voorwaarden kunnen leden van het Bijstandkorps worden verplicht tijdelijk buiten Nederlands-Nieuw-Guinea werkzaam te zijn. 1962 196 25-05-1962 6502 1962 360 20-09-1962 25-09-1962
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 6 Leden van het Bijstandkorps, die deel uitmaken van de zittende magistratuur in Nederlands-Nieuw-Guinea, kunnen, zolang zij een zodanige functie bekleden, niet dan op hun eigen verzoek als lid van het Bijstandkorps worden ontslagen noch als zodanig worden geschorst. Zij kunnen gedurende dat tijdvak niet worden verplicht tijdelijk buiten Nederlands-Nieuw-Guinea werkzaam te zijn. Hun kunnen geen voordelen worden onthouden welke de krachtensvastgestelde voorschriften aan vergelijkbare leden van het Bijstandkorps toekennen. 1962 196 25-05-1962 6502 1962 360 20-09-1962 25-09-1962
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 . 960 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 . 960 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 . 960 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 . 960 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 . 960 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Gouvernementsblad Met inachtneming van het overigens in deze wet terzake bepaalde worden aan gewezen leden van het Bijstandkorps, die als lid van dat korps in vaste dienst waren aangesteld, en hun weduwen en wezen, alsmede aan de weduwen en wezen van in vaste dienst aangestelde leden van genoemd korps, pensioenen en uitkeringen toegekend overeenkomstig het bij ordonnantie van 29 december 1958 (No. 83) vastgestelde Pensioenreglement Nederlands-Nieuw-Guinea - verder aan te duiden als "het pensioenreglement" - zoals dat op de dag van inwerkingtreding van deze wet luidt. 2 Voor de toepassing van het eerste lid worden de leden van het Bijstandkorps, die als lid van dat korps in vaste dienst zijn aangesteld, aangemerkt als landsdienaren in de zin van het pensioenreglement. 3 Stb. De leden van het Bijstandkorps zijn als zodanig geen ambtenaar in de zin van de Pensioenwet 1922 (240). 1962 196 25-05-1962 6502 1962 360 20-09-1962 25-09-1962
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De bij of krachtens het pensioenreglement aan de Gouverneur of andere gezaghebbenden in Nederlands-Nieuw-Guinea toegekende bevoegdheden worden uitgeoefend door Onze Minister. 2 artikel 21 Verzoeken om toekenning van pensioen dienen te worden gericht aan Onze Minister onder overlegging van een verklaring dat belanghebbende de pensioenen en uitkeringen krachtens de voor landsdienaren van Nederlands-Nieuw-Guinea geldende pensioenregeling, welke ingevolgegeheel of gedeeltelijk in mindering kunnen worden gebracht, heeft aangevraagd. 1962 196 25-05-1962 6502 1962 360 20-09-1962 25-09-1962
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 15 d het eerste lid van artikel 6 onder Bij de toepassing vanwordt de inbedoelde wedde als bezoldiging aangemerkt met dien verstande, dat voor vaststelling van de pensioengrondslag mede in aanmerking worden genomen de tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet genoten bezoldigingen in de zin van het Pensioenreglement Nederlands-Nieuw-Guinea. 2 Als pensioengrondslag van een gewezen lid van het Bijstandkorps, dat nog niet tot landsdienaar was aangesteld, wordt aangemerkt de wedde, waarop bij aanstelling tot landsdienaar recht zou zijn verkregen. 1962 196 25-05-1962 6502 1962 360 20-09-1962 25-09-1962
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Het ontslag van een lid van het Bijstandkorps, verleend omdat zijn bestemming in Nederlands-Nieuw-Guinea om uitsluitend bij de dienst gelegen redenen vervalt, wordt aangemerkt als een ontslag, bedoeld in artikel 9, vierde lid, van het pensioenreglement. 1962 196 25-05-1962 6502 1962 360 20-09-1962 25-09-1962
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Krachtens deze wet wordt slechts pensioen toegekend aan degene, die op de dag, waarop het recht op pensioen ontstaat, Nederlander is. 2 Een krachtens deze wet toegekend pensioen vervalt indien de gepensioneerde niet langer Nederlander is. 3 het tweede lid van artikel 3 In geval van toepassing vankan krachtens deze wet niettemin ook pensioen worden toegekend aan het gewezen lid van het Bijstandkorps, dat op de dag, waarop het recht op pensioen ontstaat, dezelfde nationaliteit bezit als bij zijn aanstelling tot lid van het Bijstandkorps, alsmede aan de nabestaanden van een overleden lid of gewezen lid van het Bijstandkorps, die op die dag dezelfde nationaliteit bezitten als dat lid of gewezen lid bij aanstelling tot lid van het Bijstandkorps bezat. 4 In geval van toepassing van het derde lid vervalt een krachtens deze wet toegekend pensioen, indien de gepensioneerde niet langer de in dat lid bedoelde nationaliteit bezit, tenzij de belanghebbende Nederlander is geworden. 5 Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Ministers van Financiën en van Sociale Zaken en Volksgezondheid in bijzondere gevallen bepalen, dat het recht op toekenning van een pensioen of het recht op een toegekend pensioen gehandhaafd blijft na wijziging in nationaliteit. 6 Voor de toepassing van dit artikel wordt statenloosheid als een vreemde nationaliteit aangemerkt. 1962 196 25-05-1962 6502 1962 360 20-09-1962 25-09-1962
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikel 6 De financiële aanspraken van de leden van het Bijstandkorps, voortvloeiende uit hetgeen krachtenswordt bepaald, alsmede de krachtens deze wet toegekende pensioenen en uitkeringen, komen ten laste van 's Rijks begroting. 1962 196 25-05-1962 6502 1962 360 20-09-1962 25-09-1962
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 15 Op de pensioenen en uitkeringen, toegekend krachtens, wordt in mindering gebracht de tegenwaarde in euro's van de pensioenen en uitkeringen, welke de belanghebbenden ontvangen krachtens de voor landsdienaren van Nederlands-Nieuw-Guinea geldende pensioenregeling. 2 artikel 15 artikel 15 Indien het krachtenstoegekende pensioen over kortere pensioendiensttijd is berekend dan het pensioen, waarop de belanghebbende krachtens de voor landsdienaren van Nederlands-Nieuw-Guinea geldende pensioenregeling recht heeft, wordt slechts in mindering gebracht het gedeelte van het krachtens laatstbedoelde regeling ontvangen pensioen, dat betrekking heeft op het gedeelte van de pensioendiensttijd van dat pensioen, samenvallende met de pensioendiensttijd van het pensioen krachtens. 3 Bij de toepassing van dit artikel worden algemene toeslagen en kortingen op de pensioenen in aanmerking genomen. 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 01-01-2002
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 tweede lid van artikel 16 artikel 15 artikel 21 Indien belanghebbenden geen pensioen of uitkering krachtens de voor landsdienaren van Nederlands-Nieuw-Guinea geldende pensioenregeling ontvangt en door hem geen verklaring werd overgelegd als bedoeld in het, wordt op het pensioen en de uitkering, toegekend krachtens, in mindering gebracht hetgeen in mindering zou zijn gebracht, indien het bepaalde intoepassing had kunnen vinden. 1962 196 25-05-1962 6502 1962 360 20-09-1962 25-09-1962
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 15 Algemene Ouderdomswet Algemene nabestaandenwet Stb. Stb. Op de pensioenen, toegekend krachtens, zijn, bij een gelijktijdige aanspraak op pensioen krachtens deof de, de wetten van 20 december 1956 (616) en 23 september 1959 (340) van overeenkomstige toepassing, met dien verstande: a. Algemene Ouderdomswet dat voor de toepassing van deze wetten de pensioendiensttijd met 8/5 wordt vermenigvuldigd, tot een maximum van 40 jaren, en voor de toepassing van de eerstgenoemde wet vervolgens wordt verminderd met de tijd gedurende welke na 1 januari 1957 geen premie is verschuldigd geweest krachtens de; b. Stb. Stb. Stb. Stb. Stb. Stb. c d artikel 2, eerste lid, onderen, van de Toeslagwet Indonesische pensioenen 1956 dat artikel 3, vierde en vijfde lid, van de wet van 20 december 1956 (616), zomede artikel 14 van de wet van 23 september 1959 (340) buiten toepassing blijven, indien het aldaar bedoelde andere pensioen is een pensioen als bedoeld in de artikelen 1 en 7 van de wet van 20 december 1956 (616), in de artikelen 1 en 24 van de wet van 23 september 1959 (340), of in de artikelen 1 en 8 van de wet van 31 januari 1957 (30), dan wel een pensioen omschreven in(1957, 319). 2 Vervallen. 3 Algemene nabestaandenwet De bepalingen van dit artikel blijven buiten toepassing voor degenen, die op grond van gemoedsbezwaren hun aanspraak op uitkering op grond van deniet geldig maken. 2001 377 23-08-2001 16-07-2001 27692 2001 377 23-08-2001 16-07-2001 27692 24-08-2001 01-07-1996 Artikel 1 werkt terug tot en met 1 januari 2001. Artikel 23
werkt terug tot en met 1 juli 1996.
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 1965 550 25-11-1965 8145 1968 495 26-09-1968 9191 1965 550 25-11-1965 8145 18-10-1968 01-07-1966
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Gouvernementsblad Nederlanders, die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet in dienst van het Gouvernement van Nederlands-Nieuw-Guinea zijn anders dan op arbeidsovereenkomst, en op wie de "Bezoldigingsregeling Landsdienaren Nederlands-Nieuw-Guinea 1957" (No. 24) van toepassing is, worden geacht op dat tijdstip aangesteld te zijn als lid van het Bijstandkorps. 2 artikel 6 De inbedoelde algemene maatregel van bestuur stelt ter uitvoering van het in het eerste lid bepaalde nadere overgangsregelingen vast. 1962 196 25-05-1962 6502 1962 360 20-09-1962 25-09-1962
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 artikel 15 het eerste lid van artikel 25 lid Gouvernementsblad Bij de toepassing vanop gewezen leden van het Bijstandkorps, die krachtens het bepaalde invan dat korps waren en hun weduwen en wezen, alsmede op de weduwen en wezen van leden van het Bijstandkorps, die krachtens evengenoemde bepaling lid van het Bijstandkorps waren, is de ordonnantie van 29 december 1958 (no. 83), zoals die op de dag van inwerkingtreding van deze wet luidt, van overeenkomstige toepassing. 1962 196 25-05-1962 6502 1962 360 20-09-1962 25-09-1962
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 De ten laste van de begroting van Nederlands-Nieuw-Guinea komende pensioenen, welke voor de dag van inwerkingtreding van deze wet zijn toegekend aan hen, die op die dag Nederlander zijn, worden geacht mede krachtens deze wet te zijn toegekend. 2 Op de voet van deze wet worden mede pensioenen toegekend aan gewezen landsdienaren, die voor de dag van inwerkingtreding van deze wet zijn ontslagen met uitzicht op pensioen ten laste van de begroting van Nederlands-Nieuw-Guinea en aan hun weduwen en wezen, indien belanghebbenden op de dag, waarop recht ontstaat op pensioen ten laste van die begroting, Nederlander zijn. 1962 196 25-05-1962 6502 1962 360 20-09-1962 25-09-1962
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 6 Het Rijk vergoedt aan de besturen van instellingen van bijzonder onderwijs de aanspraken van hun personeel, ten behoeve waarvan ten laste van de begroting van Nederlands-Nieuw-Guinea subsidie wordt genoten en dat Nederlander is, welke overeenkomen met die, welke overeenkomstig personeel bij het openbaar onderwijs ontleent of zou ontlenen aan hetgeen krachtenswordt vastgesteld. 2 artikelen 15 tot en met 19 21 tot en met 24 Het in het eerste lid bedoelde personeel in dienst van instellingen van bijzonder onderwijs wordt voor de toepassing van deengeacht lid van het Bijstandkorps te zijn. 3 Op de voet van deze wet worden mede pensioenen toegekend aan voor de dag van inwerkingtreding van deze wet met uitzicht op pensioen ten laste van de begroting van Nederlands-Nieuw-Guinea ontslagen personeel als bedoeld in het eerste lid en aan de weduwen en wezen van dat personeel, indien belanghebbenden op de dag waarop recht ontstaat op pensioen ten laste van die begroting, Nederlander zijn. 1962 196 25-05-1962 6502 1962 360 20-09-1962 25-09-1962
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 het eerste lid van artikel 28 het tweede en het derde lid van artikel 28 Onze Minister en Onze Minister van Financiën kunnen bij gemeenschappelijke beschikking en onder daarbij te stellen voorwaarden aan rechtspersonen een overeenkomstige vergoeding als bedoeld intoekennen ter vergoeding van aanspraken van personeel, waarvan de bezoldiging uit de openbare kas van Nederlands-Nieuw-Guinea wordt bekostigd en hetwelk Nederlander is. Daarbij kan het bepaalde invan overeenkomstige toepassing worden verklaard. 1962 196 25-05-1962 6502 1962 360 20-09-1962 25-09-1962
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Titel II van de Ambtenarenwet 1929 De bepalingen vanvinden overeenkomstige toepassing op de wedde en toelagen, alsmede op de pensioenen, waarop de leden van het Bijstandkorps, dan wel hun weduwen en wezen aanspraak hebben ingevolge het bij en krachtens deze wet bepaalde. 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 690 23-12-1993 23258 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Tegenover de Staat beschikt de gehuwde vrouw zelfstandig over de wedde en toelagen of over het pensioen, aan haar als lid of als gewezen lid van het Bijstandkorps door de Staat verschuldigd. 1962 196 25-05-1962 6502 1962 360 20-09-1962 25-09-1962
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 artikel 27 eerste en derde lid van artikel 28 artikel 29 Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Financiën in bijzondere gevallen het bepaalde in, het, envan toepassing verklaren ten aanzien van anderen dan Nederlanders. 1962 196 25-05-1962 6502 1962 360 20-09-1962 25-09-1962
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Deze wet treedt in werking met ingang van een door Ons te bepalen tijdstip. 1962 196 25-05-1962 6502 1962 360 20-09-1962 25-09-1962