Wet van 27 september 1961, houdende uitvoering van het op 20 juni 1956 te New York gesloten Verdrag inzake het verhaal in het buitenland van uitkeringen tot onderhoud
- BWB-id
- BWBR0002361
- Type
- Wet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2017-09-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002361
- ELI
- /eli/nl/wet/1962/uitvoeringswet-verdrag-onderhoudsverhaal-in-het-buitenland-1
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1962/uitvoeringswet-verdrag-onderhoudsverhaal-in-het-buitenland-1/2017-09-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002361&g=2017-09-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002361&z=2026-06-06&g=2017-09-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002361/2017-09-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1962/uitvoeringswet-verdrag-onderhoudsverhaal-in-het-buitenland-1
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet wordt onder "het Verdrag" verstaan het op 20 juni 1956 te New York gesloten Verdrag inzake het verhaal in het buitenland van uitkeringen tot onderhoud. 1961 303 27-09-1961 5925 1962 317 14-08-1962 30-08-1962
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Als verzendende instellingen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Verdrag, treedt op het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen. 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 01-01-1997
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Als ontvangende instelling, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Verdrag, treedt op het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen. 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 01-01-1997
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 01-01-1997
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De gemeentebesturen en ambtenaren van de burgerlijke stand verschaffen het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen kosteloos alle inlichtingen en verstrekken hun kosteloos alle afschriften en uittreksels uit hun registers, welke het Bureau van hen vraagt ter uitvoering van de hem bij of krachtens deze wet opgedragen taak. 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 01-01-1997
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De ontvangende instelling is bevoegd om ook zonder uitdrukkelijke volmacht, als bedoeld in artikel 3, derde lid, van het Verdrag, namens de verzoeker op te treden. 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 01-01-1997
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Indien van een beslissing inzake onderhoud, gegeven in een land, dat partij is bij het Verdrag, het exequatur in Nederland wordt verzocht op grond van een andere internationale overeenkomst, kan dit exequatur door de ontvangende instelling, worden gevraagd. 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 01-01-1997
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De ontvangende instelling behoeft, in rechte optredend ter uitvoering van de hun bij of krachtens deze wet opgedragen taak, niet de bijstand van een advocaat, tenzij het een vorderingsprocedure betreft. 2 artikel 79, tweede lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering De verzoeker wordt, onverminderd, geacht woonplaats te hebben gekozen ten kantore van de ontvangende instelling. Alle stukken, voor hem bestemd en zijn onderhoudsaanspraak betreffend, kunnen aldaar worden betekend. 2016 290 21-07-2016 13-07-2016 34212 2017 174 04-05-2017 01-05-2017 01-09-2017 Artikel CIX van Stb. 2016/290 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikelen 6 7 8 9 10 11 a b Stb. Rogatoire commissies in zaken van onderhoud kunnen door een autoriteit van een Staat, voor welke het Verdrag van kracht is, worden opgedragen aan de Nederlandse rechter. Op zodanige rogatoire commissies zijn van overeenkomstige toepassing de,,,,,, laatste lid, 12, 13 en 14, met uitzondering van het bepaalde onderenvan artikel 14, van de wet van 24 december 1958 (677), houdende uitvoering van het op 1 maart 1954 te 's-Gravenhage gesloten Verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering. 2 Rogatoire commissies in zaken van onderhoud kunnen door de Nederlandse rechter worden opgedragen aan een autoriteit van een Staat, voor welke het Verdrag van kracht is, voor zover het recht van die Staat de uitvoering van de rogatoire commissie toelaat. Op zodanige rogatoire commissies zijn van toepassing de artikelen 15, tweede lid, 17 en 18 van de in het eerste lid bedoelde wet. 1961 303 27-09-1961 5925 1962 317 14-08-1962 30-08-1962
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Indien de in het buitenland verblijvende schuldeiser ter zake van onderhoud kosteloos wenst te procederen in Nederland, dient bij zijn daartoe strekkend verzoek een verklaring te worden overgelegd, bevattende zo volledig mogelijke gegevens omtrent zijn ambt, beroep of bedrijf en zijn gezin en omtrent de stand van de inkomsten en het vermogen van hem en zijn gezin. 2 De verklaring dient te zijn afgegeven door de autoriteiten van de gewone verblijfplaats van de schuldeiser of, bij gebreke daarvan, door de autoriteiten van zijn werkelijk verblijf. Zij wordt kosteloos gelegaliseerd door een diplomatieke of consulaire ambtenaar van Nederland. 3 De ontvangende instelling kan, al dan niet op verzoek van de rechter, de verzendende instelling, welke de stukken aan haar heeft toegezonden, verzoeken aanvullende gegevens over te leggen omtrent de inkomsten en het vermogen van de schuldeiser. 1961 303 27-09-1961 5925 1962 317 14-08-1962 30-08-1962
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regelen worden gesteld omtrent de wijze, waarop het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen de in deze wet bedoelde taak zal uitvoeren. 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 01-01-1997
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. 1961 303 27-09-1961 5925 1962 317 14-08-1962 30-08-1962