Wet van 11 september 1964, houdende vaststelling van een nieuwe regeling van de bezoldiging van de vice-president van de Raad van State en de staatsraden, alsmede van de president en de overige leden van de Algemene Rekenkamer
- BWB-id
- BWBR0002456
- Type
- Wet
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2008-04-01 t/m 2009-02-12
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002456
- ELI
- /eli/nl/wet/1962/wet-bezoldiging-raad-van-state-en-algemene-rekenkamer
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1962/wet-bezoldiging-raad-van-state-en-algemene-rekenkamer/2008-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002456&g=2008-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002456&z=2026-06-06&g=2008-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002456/2008-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1962/wet-bezoldiging-raad-van-state-en-algemene-rekenkamer
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 De bezoldiging van de vice-president van de Raad van State wordt bepaald op € 10.123,39 per maand. De bezoldiging van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak wordt bepaald op € 9501,91. De bezoldiging van de overige staatsraden wordt bepaald op € 8919,86 per maand. 2 Het genot van de bezoldiging vangt aan met de dag van indiensttreding. De bezoldiging wordt niet langer uitbetaald dan tot en met de dag van het overlijden. 3 Na het overlijden van de vice-president of van een staatsraad wordt een uitkering uitgekeerd op de voet van de bepalingen welke te dien aanzien voor burgerlijke rijksambtenaren zijn of zullen worden vastgesteld. 2007 464 29-11-2007 14-11-2007 2007 464 29-11-2007 14-11-2007 01-04-2008
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 1 Boven en behalve de bezoldiging, genoemd in, ontvangen de vice-president en de staatsraden een uitkering ter zake van veeljarige dienst, een vakantie-uitkering, een eindejaarsuitkering, een vergoeding van verplaatsingskosten en een vergoeding van telefoonkosten op de voet van de bepalingen welke te dien aanzien voor de burgerlijke rijksambtenaren zijn of zullen worden vastgesteld. 2 artikel 1 Boven en behalve de bezoldiging, genoemd in, ontvangen de staatsraden een vergoeding van reis- en verblijfkosten op de voet van de bepalingen welke te dien aanzien voor de burgerlijke rijksambtenaren zijn of zullen worden vastgesteld. 3 Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld betreffende de vergoeding van reis- en verblijfkosten welke de vice-president ontvangt. 4 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld betreffende de vergoeding voor kosten die aan de vervulling van het ambt van vice-president of staatsraad zijn verbonden en die voor eigen rekening komen. 2007 149 26-04-2007 08-03-2007 30903 2007 149 26-04-2007 08-03-2007 30903 27-04-2007
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 4, derde lid, van de Wet op de Raad van State Staatsraden in buitengewone dienst, bedoeld in, ontvangen een bezoldiging die een zodanig deel van de bezoldiging van een staatsraad bedraagt als overeenkomt met de vastgestelde omvang van de te verrichten taak. 2 De overige staatsraden in buitengewone dienst genieten als zodanig geen bezoldiging. Zij ontvangen voor het deelnemen aan de werkzaamheden van de Raad van State of zijn afdelingen een bij algemene maatregel van bestuur te regelen vergoeding. Wanneer zij buiten 's-Gravenhage of één der aangrenzende gemeenten woonachtig zijn, worden bovendien hun reis- en verblijfkosten vergoed op voet van de bepalingen geldende voor de vergoeding van reis- en verblijfkosten voor burgerlijke Rijksambtenaren. 3 artikel 1, tweede en derde lid artikel 2, eerste, tweede en vierde lid artikel 4, derde lid, van de Wet op de Raad van State Het bepaalde in, engeldt mede voor staatsraden in buitengewone dienst, bedoeld in. 2001 121 15-03-2001 22-02-2001 27119 2001 121 15-03-2001 22-02-2001 27119 16-03-2001 01-01-1998
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De bezoldiging van de president van de Algemene Rekenkamer wordt bepaald op € 10.123,39 per maand, die van de overige leden in gewone dienst op € 8919,86 per maand. 2 Het genot van de bezoldiging vangt aan met de dag van indiensttreding. De bezoldiging wordt niet langer uitbetaald dan tot en met de dag van het overlijden. 3 Na het overlijden van de president of van een ander lid in gewone dienst wordt een uitkering uitgekeerd op de voet van de bepalingen welke te dien aanzien voor de burgerlijke rijksambtenaren zijn of zullen worden vastgesteld. 2007 464 29-11-2007 14-11-2007 2007 464 29-11-2007 14-11-2007 01-04-2008
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a 1 artikel 4 Boven en behalve de bezoldiging, genoemd in, ontvangen de president en de overige leden in gewone dienst een uitkering ter zake van veeljarige dienst, een vakantie-uitkering, een eindejaarsuitkering, een vergoeding van verplaatsingskosten en een vergoeding van telefoonkosten op de voet van de bepalingen welke te dien aanzien voor de burgerlijke rijksambtenaren zijn of zullen worden vastgesteld. 2 artikel 4 Boven en behalve de bezoldiging, genoemd in, ontvangen de leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer, met uitzondering van de president, een vergoeding van reis- en verblijfkosten op de voet van de bepalingen welke te dien aanzien voor de burgerlijke rijksambtenaren zijn of zullen worden vastgesteld. 3 Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld betreffende de vergoeding van reis- en verblijfkosten welke de president ontvangt. 4 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld betreffende de vergoeding voor kosten die aan de vervulling van het ambt van president of lid in gewone dienst zijn verbonden en die voor eigen rekening komen. 2007 149 26-04-2007 08-03-2007 30903 2007 149 26-04-2007 08-03-2007 30903 27-04-2007
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De leden in buitengewone dienst genieten als zodanig geen bezoldiging. Zij ontvangen voor het deelnemen aan de werkzaamheden van de Algemene Rekenkamer een bij algemene maatregel van bestuur te regelen vergoeding. Wanneer zij buiten 's-Gravenhage of één der aangrenzende gemeenten woonachtig zijn, worden bovendien hun reis- en verblijfkosten vergoed op de voet van de bepalingen geldende voor de vergoeding van reis- en verblijfkosten voor burgerlijke Rijksambtenaren. 1992 350 24-06-1992 21471 1992 350 24-06-1992 21471 10-07-1992 01-01-1992
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikelen 1, eerste lid 4, eerste lid Indien Wij in de bezoldiging van het burgerlijk rijkspersoneel een wijziging aanbrengen en bepalen, dat die wijziging een algemeen karakter draagt, brengen Wij bij algemene maatregel van bestuur met ingang van de datum, waarop die wijziging ingaat, een overeenkomstige wijziging aan in de bezoldiging van de ingevolge deze wet bezoldigde functionarissen, onder nadere vaststelling, voor zoveel nodig, van de in de, en, genoemde bedragen. 1980 709 17-12-1980 1980 709 17-12-1980 01-01-1981
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Stb. artikelen 2, derde lid 4A, derde lid Het Reisbesluit 1971 (1970, 602) wordt geacht mede ter uitvoering te zijn gegeven van de, en. 1993 217 10-03-1993 22865 1993 217 10-03-1993 22865 23-04-1993 01-01-1992
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 1965 571 10-11-1965 8187 1965 571 10-11-1965 8187 13-01-1965
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 1993 217 10-03-1993 22865 1993 217 10-03-1993 22865 23-04-1993 01-01-1992
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 1993 217 10-03-1993 22865 1993 217 10-03-1993 22865 23-04-1993 01-01-1992
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 1993 217 10-03-1993 22865 1993 217 10-03-1993 22865 23-04-1993 01-01-1992