Wet van 9 maart 1962, op de Raad van State
- BWB-id
- BWBR0002367
- Type
- Wet
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2022-05-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002367
- ELI
- /eli/nl/wet/1962/wet-op-de-raad-van-state
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1962/wet-op-de-raad-van-state/2022-05-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002367&g=2022-05-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002367&z=2026-06-06&g=2022-05-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002367/2022-05-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1962/wet-op-de-raad-van-state
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 De Raad van State bestaat, buiten de Koning als voorzitter, uit een vice-president en ten hoogste tien leden. 2 De vermoedelijke opvolger van de Koning heeft, nadat zijn achttiende jaar is vervuld, van rechtswege zitting in de Raad. 3 Bij koninklijk besluit kan ook andere leden van het koninklijk huis wanneer zij meerderjarig zijn, zitting in de Raad worden verleend. 4 De leden van het koninklijk huis die zitting in de Raad hebben, kunnen aan de beraadslagingen deelnemen, doch onthouden zich van stemmen. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010 Artikel XIV, eerste en vijfde lid, van Stb. 2010/175 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De vice-president en de leden worden bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in overeenstemming met Onze Minister van Justitie voor het leven benoemd. Vacatures worden in de Staatscourant gepubliceerd onder opgave van het profiel van de gezochte kandidaat of kandidaten. De Tweede Kamer der Staten-Generaal voert ten minste eenmaal per jaar overleg met de vice-president over de vacatures. 2 Voor de benoeming van de vice-president wordt de Raad gehoord. Voor de benoeming van de leden doet de Raad een aanbeveling. De aanbeveling wordt gedaan gehoord de afdeling of afdelingen van de Raad waarvan het te benoemen lid deel zal uitmaken. 3 De leden worden bij koninklijk besluit benoemd in de Afdeling advisering of de Afdeling bestuursrechtspraak, dan wel in beide afdelingen. Het aantal leden dat in beide afdelingen wordt benoemd, bedraagt ten hoogste 10. De benoeming kan worden gewijzigd, met dien verstande dat een benoeming in de Afdeling bestuursrechtspraak slechts op verzoek van het lid kan worden beëindigd. 4 Een lid kan slechts deelnemen aan de rechtsprekende taak indien: a. hem op grond van het afleggen van een afsluitend examen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs door een universiteit dan wel de Open Universiteit waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, de graad Bachelor op het gebied van het recht en tevens de graad Master op het gebied van het recht is verleend, of b. Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek hij op grond van het met goed gevolg afleggen van het afsluitend examen van een opleiding op het gebied van het recht aan een universiteit dan wel de Open Universiteit waarop debetrekking heeft, het recht om de titel meester te voeren heeft verkregen. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de beroepsvereisten. 5 Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Bij algemene maatregel van bestuur kunnen graden, verleend door een universiteit, de Open Universiteit of een hogeschool als bedoeld in de, of daaraan gelijkwaardige getuigschriften worden aangewezen die voor de toepasselijkheid van het vierde lid, onderdeel a, gelijk worden gesteld aan de in dat onderdeel bedoelde graad Bachelor op het gebied van het recht. 6 In bijzondere gevallen kan van het vierde lid worden afgeweken. 2015 478 11-12-2015 02-12-2015 34272 2016 2 08-01-2016 16-12-2015 18-01-2016
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De vice-president en de leden worden bij koninklijk besluit ontslagen: a. op eigen verzoek, en b. met ingang van de eerste dag van de maand, volgend op die, waarin zij de leeftijd van zeventig jaren hebben bereikt. 2 hoofdstuk 6A van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren De vice-president en de leden worden voorts door de Raad, bij met redenen omkleed besluit, ontslagen, geschorst, of bij ongeschiktheid wegens ziekte met een andere taak belast, en de leden worden door de vice-president, bij met redenen omkleed besluit, berispt overeenkomstig, met dien verstande dat: – in plaats van «procureur-generaal» wordt gelezen: vice-president; – in plaats van «plaatsvervangend procureur-generaal» wordt gelezen: het oudste aanwezige lid, naar rang van benoeming; – in plaats van «bij een gerecht dan wel binnen het gezagsbereik van Onze Minister» wordt gelezen: binnen de Raad dan wel binnen het gezagsbereik van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; – in plaats van «functionele autoriteit» wordt gelezen: vice-president; – artikel 46p, vijfde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren de Raad de mededeling van een beslissing als bedoeld in, doet aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 3 artikelen 46i, vijfde lid 46k, vijfde lid 46l, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren De,, enzijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat wordt gelezen: – in plaats van «de rechterlijke ambtenaar»: de vice-president of het lid; – in plaats van «op voordracht van Onze Minister»: op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; – in plaats van «de Hoge Raad»: de Raad. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot voorzieningen in verband met ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid. 2018 298 07-09-2018 27-06-2018 33861 2018 446 04-12-2018 20-11-2018 01-01-2019
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Slechts Nederlanders kunnen worden benoemd tot vice-president of tot lid. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Onverenigbaar met het ambt van vice-president of lid zijn: a. de openbare betrekkingen, aan welke een vaste beloning of toelage is verbonden; b. het lidmaatschap van publiekrechtelijke colleges, waarvoor de keuze geschiedt bij krachtens wettelijk voorschrift uitgeschreven verkiezingen; c. het ambt of beroep van advocaat, notaris, accountant, belastingconsulent of zaakwaarnemer; d. betrekkingen waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van hun ambt of op de handhaving van hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. 2 Behoudens indien de onverenigbaarheid ook uit een ander wettelijk voorschrift voortvloeit, kan ten aanzien van een lid op diens verzoek van het eerste lid, onderdeel a, bij koninklijk besluit, de Raad van State gehoord, voor een bepaalde tijd ontheffing worden verleend. 3 Gedurende de ontheffing, bedoeld in het tweede lid, is het lid ontheven van de waarneming van zijn ambt. 4 De bezoldiging wordt gedurende de periode van de ontheffing van de waarneming van zijn ambt ingehouden. 5 artikelen 44, vijfde tot en met achtste en tiende lid 44a, eerste tot en met achtste en tiende lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren De betrekkingen die de vice-president en de leden buiten hun ambt vervullen worden door de vice-president openbaar gemaakt. De, enzijn van overeenkomstige toepassing. 2014 458 28-11-2014 19-11-2014 33951 2014 458 28-11-2014 19-11-2014 33951 29-11-2014
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Alvorens hun ambt te aanvaarden leggen de vice-president en de leden in handen van de Koning de volgende eed (verklaring en belofte) af: «Ik zweer (verklaar) dat ik, tot het verkrijgen van mijn aanstelling, middellijk noch onmiddellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, aan iemand iets heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, van niemand enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen, middellijk of onmiddellijk. Ik zweer (beloof) trouw aan de Koning, dat ik het Statuut voor het Koninkrijk en de Grondwet steeds zal helpen onderhouden en mijn ambt met eerlijkheid, nauwgezetheid en onpartijdigheid zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God almachtig!» (Dat verklaar en beloof ik»). 2 Deze eed (verklaring en belofte) kan door de leden ook worden afgelegd in een vergadering van de Raad in handen van de vice-president, daartoe door de Koning gemachtigd. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De vice-president wordt bij verhindering of ontstentenis vervangen door het oudste aanwezige lid, naar rang van benoeming. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a artikelen 35 38 van de Grondwet De Raad is belast met de taken, bij deenaan hem opgedragen. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Er kunnen staatsraden worden benoemd. 2 Zij worden gekozen uit hen, die bekwaamheid of deskundigheid hebben bewezen op het gebied van wetgeving, bestuur of rechtspraak dan wel in aangelegenheden die daaraan raken. 3 De staatsraden worden bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in overeenstemming met Onze Minister van Justitie voor het leven benoemd. Voor zover zij niet met rechtspraak worden belast, kunnen zij voor een bepaalde tijd van ten minste drie jaren worden benoemd. Vacatures worden in de Staatscourant gepubliceerd onder opgave van het profiel van de gezochte kandidaat of kandidaten. De Tweede Kamer der Staten-Generaal voert ten minste eenmaal per jaar overleg met de vice-president over de vacatures. Voor de benoeming doet de Raad een aanbeveling. De aanbeveling wordt gedaan gehoord de afdeling of afdelingen van de Raad waarvan de te benoemen staatsraad deel zal uitmaken. 4 artikelen 2, derde tot en met vijfde lid 3 4 5, eerste lid, aanhef en onder d, en vijfde lid 6 De,,,, enzijn op hen van overeenkomstige toepassing. 2014 458 28-11-2014 19-11-2014 33951 2014 458 28-11-2014 19-11-2014 33951 29-11-2014
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De staatsraden hebben bij de vervulling van hun taak de bevoegdheden van een lid van de Raad. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Er kunnen staatsraden in buitengewone dienst worden benoemd. 2 Een staatsraad in buitengewone dienst neemt slechts deel aan de werkzaamheden van de Raad of van een van zijn afdelingen, voorzover hij daartoe door de vice-president is opgeroepen. 3 artikelen 2, derde tot en met vijfde lid 3 4 5, eerste lid, aanhef en onder d, en vijfde lid 6 8, tweede en derde lid 9 De,,,,,, enzijn van overeenkomstige toepassing. 2014 458 28-11-2014 19-11-2014 33951 2014 458 28-11-2014 19-11-2014 33951 29-11-2014
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Aan de Raad worden toegevoegd een secretaris en het nodige aantal ambtenaren van staat. 2 Zij worden bij koninklijk besluit op voordracht van de Raad benoemd en bij koninklijk besluit, de Raad gehoord, ontslagen. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Voor benoeming tot secretaris of ambtenaar van staat komt in aanmerking degene: Artikel 5, vierde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren is van overeenkomstige toepassing. a. aan wie op grond van het met goed gevolg afleggen van een afsluitend examen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs door een universiteit dan wel de Open Universiteit waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, de graad Bachelor op het gebied van het recht en tevens de graad Master op het gebied van het recht is verleend, of b. Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek die op grond van het met goed gevolg afleggen van het afsluitend examen van een opleiding op het gebied van het recht aan een universiteit dan wel de Open Universiteit waarop debetrekking heeft, het recht om de titel meester te voeren heeft verkregen. 2 Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Bij algemene maatregel van bestuur kunnen graden, verleend door een universiteit, de Open Universiteit of een hogeschool als bedoeld in de, of daaraan gelijkwaardige getuigschriften worden aangewezen die voor de toepasselijkheid van het eerste lid, onderdeel a, gelijk worden gesteld aan de in dat onderdeel bedoelde graad Bachelor op het gebied van het recht. 3 In bijzondere gevallen kan van het eerste lid worden afgeweken. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010 2009 8 13-01-2009 11-12-2008 31227 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De secretaris en de ambtenaren van staat leggen alvorens hun ambt te aanvaarden in een vergadering van de Raad in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: «Ik zweer (verklaar) dat ik, tot het verkrijgen van mijn aanstelling, middellijk noch onmiddellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, aan iemand iets heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, van niemand enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen, middellijk of onmiddellijk. Ik zweer (beloof) dat ik al de plichten, aan mijn ambt verbonden, eerlijk en vlijtig zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God almachtig!» (Dat verklaar en beloof ik»). 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010
Artikel 13a — Artikel 13a#
Artikel 13a 1 Ten aanzien van de secretaris en de aan de Raad toegevoegde ambtenaren gelden de voor alle ambtenaren geldende arbeidsvoorwaarden die zijn opgenomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn. 2 Op verzoek van de Raad van State kunnen in de collectieve arbeidsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, andere arbeidsvoorwaarden voor de secretaris en de aan de Raad toegevoegde ambtenaren worden opgenomen. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Op voorstel van de vice-president regelt de Raad zijn werkzaamheden alsmede voor zover nodig de overige aangelegenheden welke op het college betrekking hebben en niet uitsluitend de Afdeling advisering of de Afdeling bestuursrechtspraak aangaan. 2 De regeling wordt in de Staatscourant bekendgemaakt. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 De Raad beslist bij meerderheid van stemmen. 2 Indien de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter der vergadering. 3 De Raad beslist niet, indien minder dan de helft van het aantal leden aanwezig is, waaruit de Raad, de vice-president inbegrepen, op dat moment bestaat. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 De vice-president, de leden, de staatsraden en de staatsraden in buitengewone dienst nemen geheimhouding in acht, voorzover: a. de aard van de aangelegenheid daartoe noopt; b. Onze Minister wie het aangaat dit nodig acht, of c. de meerderheid van degenen die aan de beraadslaging deelnemen daartoe besluit. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010
Artikel 16a — Artikel 16a#
Artikel 16a 1 De Raad kent een Afdeling advisering. 2 De Afdeling advisering bestaat uit: a. de vice-president en b. de leden, de staatsraden en de staatsraden in buitengewone dienst die in de Afdeling advisering zijn benoemd. 3 artikel 1, tweede en derde lid De leden van het koninklijk huis, bedoeld in, hebben zitting in de Afdeling advisering. Artikel 1, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. 4 Artikel 7 De vice-president is voorzitter van de Afdeling advisering.is van overeenkomstige toepassing. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Wij horen de Afdeling advisering over: a. de voorstellen van wet door Ons aan de Staten-Generaal te doen; b. de ontwerpen van algemene maatregelen van bestuur; c. de voorstellen tot goedkeuring van een verdrag of van het voornemen tot opzegging van een verdrag. 2 Wij horen de Afdeling advisering voorts in de gevallen waarin een wet dit voorschrijft en over alle aangelegenheden waaromtrent Wij het nodig oordelen. 3 Wij brengen bij de Afdeling advisering ter overweging de ontwerpen van krachtens enige wet te nemen koninklijke besluiten tot vernietiging. 4 De voorstellen, ontwerpen en besluiten vermelden dat de Afdeling advisering van de Raad van State is gehoord. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 De Tweede Kamer der Staten-Generaal hoort de Afdeling advisering over de bij haar door een of meer leden aanhangig gemaakte voorstellen van wet, voordat zij deze in behandeling neemt. 2 In de gevallen waarin de Tweede Kamer der Staten-Generaal zulks nodig oordeelt, hoort zij de Afdeling advisering voorts omtrent de in het eerste lid bedoelde voorstellen, nadat deze in behandeling zijn genomen. 3 Wij horen de Afdeling advisering niet over de bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal door een of meer leden aanhangig gemaakte voorstellen van wet, voordat zij door de Staten-Generaal zijn aangenomen. 4 Het eerste, het tweede en het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de Staten-Generaal in verenigde vergadering. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Het horen van de Afdeling advisering kan achterwege blijven over: a. voorstellen van wet tot wijziging van de begroting van het Rijk; b. voorstellen van wet tot goedkeuring van een verdrag of van het voornemen tot opzegging van een verdrag, indien dit verdrag of dit voornemen eerder ter stilzwijgende goedkeuring aan de Staten-Generaal was voorgelegd. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 136 van de Grondwet De Afdeling advisering stelt het ontwerp op van een koninklijk besluit als bedoeld in. 2 Binnen zes maanden nadat het ontwerp is opgesteld kan Onze Minister wie het aangaat, de Afdeling advisering gemotiveerd verzoeken haar ontwerp in nadere overweging te nemen. Indien het koninklijk besluit afwijkt van het ontwerp of het nader ontwerp wordt het in het Staatsblad geplaatst met het ontwerp, bedoeld in het eerste lid en indien daarvan sprake is, het nader ontwerp. Indien niet binnen zes maanden een verzoek als bedoeld in de eerste volzin is gedaan luidt het koninklijk besluit overeenkomstig het ontwerp. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 De Afdeling advisering adviseert Ons voorts indien zij dit nodig acht. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010
Artikel 21a — Artikel 21a#
Artikel 21a De Afdeling advisering dient op verzoek Onze Ministers dan wel een van beide kamers der Staten-Generaal van voorlichting in aangelegenheden van wetgeving en bestuur. 2021 499 27-10-2021 25-10-2021 33328 2021 499 27-10-2021 25-10-2021 33328 01-05-2022
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 artikel 17 In de gevallen, bedoeld in, wordt de aangelegenheid hetzij door Ons, op voordracht van Onze Minister wie het aangaat, hetzij door Onze Minister krachtens koninklijke machtiging, ter overweging aanhangig gemaakt. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Onze Ministers geven aan de Afdeling advisering de inlichtingen, die in verband met de uitoefening van haar taak vereist worden. 2 Het inwinnen door de Afdeling advisering van inlichtingen bij anderen dan Onze Minister, wie het aangaat, geschiedt door tussenkomst van deze. 3 De vice-president kan personen oproepen om aan de Afdeling advisering voorlichting en advies te geven. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 De Afdeling advisering beraadslaagt met Onze Minister, wie het aangaat, indien de Afdeling advisering of de Minister zulks mocht verlangen. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Van de koninklijke besluiten in aangelegenheden, waarover de Afdeling advisering is gehoord, wordt aan deze mededeling gedaan. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Vervallen 2021 499 27-10-2021 25-10-2021 33328 2021 499 27-10-2021 25-10-2021 33328 01-05-2022
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen 2021 499 27-10-2021 25-10-2021 33328 2021 499 27-10-2021 25-10-2021 33328 01-05-2022
Artikel 27a — Artikel 27a#
Artikel 27a 1 Bij de voorbereiding van adviezen en ontwerp-besluiten beraadslaagt de Afdeling advisering met gesloten deuren. 2 De Afdeling advisering beslist bij meerderheid van stemmen. 3 Indien de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter der vergadering. Van die omstandigheid wordt in het advies melding gemaakt. 4 De Afdeling advisering beslist niet, indien minder dan de helft van de leden van de Afdeling advisering aanwezig is. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010
Artikel 27b — Artikel 27b#
Artikel 27b 1 De adviezen zijn met redenen omkleed. 2 Degene die in de vergadering van de Afdeling advisering een van de meerderheid afwijkende mening heeft kenbaar gemaakt, kan een afzonderlijk advies uitbrengen. 3 Dit advies wordt bij het advies van de Afdeling advisering gevoegd. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010
Artikel 27c — Artikel 27c#
Artikel 27c 1 De voorzitter regelt de werkzaamheden van de Afdeling advisering. 2 De regeling wordt in de Staatscourant bekendgemaakt. 2011 4 11-01-2011 13-12-2010 32456 2011 79 22-02-2011 11-02-2011 23-02-2011
Artikel 27d — Artikel 27d#
Artikel 27d 1 Bij de voorbereiding van: a. een advies omtrent de vernietiging van een besluit, of b. artikel 136 van de Grondwet een ontwerp-besluit omtrent een geschil als bedoeld in, kan de Afdeling advisering belanghebbenden, getuigen, deskundigen en tolken oproepen om te worden gehoord. 2 Artikel 45 artikelen 8:24 8:25 8:27 tot en met 8:29 8:31 tot en met 8:36, eerste lid 8:39 8:50 8:61 van de Algemene wet bestuursrecht en de,,,,,enzijn van overeenkomstige toepassing. 3 Een door Onze Minister wie het aangaat aangewezen ambtenaar kan bij de beraadslaging aanwezig zijn om inlichtingen te geven. 2021 499 27-10-2021 25-10-2021 33328 2021 499 27-10-2021 25-10-2021 33328 01-05-2022
Artikel 27e — Artikel 27e#
Artikel 27e De vice-president, de leden, de staatsraden en de staatsraden in buitengewone dienst nemen geen deel aan de beraadslagingen en stemmen niet mee, indien daardoor hun onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Vervallen 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 De Raad kent een Afdeling bestuursrechtspraak. 2 De Afdeling bestuursrechtspraak bestaat uit de leden, de staatsraden en de staatsraden in buitengewone dienst die in de Afdeling bestuursrechtspraak zijn benoemd. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010
Artikel 30a — Artikel 30a#
Artikel 30a 1 artikel 2, vierde lid Bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt uit de leden van de afdeling bestuursrechtspraak die voldoen aan het vereiste, gesteld in, een voorzitter van de afdeling bestuursrechtspraak benoemd. Voor de benoeming doet de Raad een aanbeveling, de afdeling bestuursrechtspraak gehoord. 2 De benoeming geldt voor het leven. Zij kan slechts op verzoek van de voorzitter worden ingetrokken en vervalt in geval van ontslag als lid van de Raad. 3 artikel 2, vierde lid De voorzitter kan worden vervangen door een ander lid van de Afdeling bestuursrechtspraak dat voldoet aan het vereiste, gesteld in. 4 artikel 1, eerste lid De voorzitter is lid van de Raad van State, zo nodig in afwijking van. 5 De voorzitter regelt de werkzaamheden van de Afdeling bestuursrechtspraak. 6 De daartoe door de voorzitter schriftelijk aangewezen ambtenaren verrichten de werkzaamheden die bij of krachtens de wet aan de griffier zijn opgedragen. 2011 4 11-01-2011 13-12-2010 32456 2011 79 22-02-2011 11-02-2011 23-02-2011
Artikel 30b — Artikel 30b#
Artikel 30b 1 2 De Afdeling bestuursrechtspraak neemt kennis van door de rechtbank gestelde prejudiciële vragen. De Afdeling bestuursrechtspraak is belast met de berechting van de bij de wet aan haar opgedragen geschillen. 2020 85 11-03-2020 05-02-2020 35250 2020 184 19-06-2020 27-03-2020 01-07-2020
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Vervallen 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Vervallen 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Vervallen 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Vervallen 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Vervallen 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Vervallen door vernummering. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010 Door Stb. 2010/175 vernummerd tot art. 46.
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Vervallen door vernummering. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010 Door Stb. 2010/175 vernummerd tot art. 47.
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Vervallen door vernummering. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010 Door Stb. 2010/175 vernummerd tot art. 48.
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Vervallen door vernummering. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010 Door Stb. 2010/175 vernummerd tot art. 49.
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Vervallen door vernummering. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010 Door Stb. 2010/175 vernummerd tot art. 51.
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Vervallen door vernummering. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010 Door Stb. 2010/175 vernummerd tot art. 52.
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 De Afdeling bestuursrechtspraak vormt en bezet op voorstel van de voorzitter enkelvoudige, meervoudige en grote kamers. 2 De meervoudige kamers en grote kamers bestaan uit drie onderscheidenlijk vijf leden, van wie een als voorzitter optreedt. 3 artikel 2, vierde lid Leden van de Afdeling bestuursrechtspraak die niet voldoen aan het vereiste, gesteld in, kunnen: a. geen zitting hebben in een enkelvoudige kamer en b. niet de meerderheid vormen van de leden van een meervoudige of grote kamer. 4 Een lid van de Afdeling bestuursrechtspraak dat betrokken is geweest bij de totstandkoming van een advies van de Raad, neemt geen deel aan de behandeling van een geschil over een rechtsvraag waarop dat advies betrekking had. 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 De voorzitter van een meervoudige of grote kamer doet in raadkamer hoofdelijk omvraag. De voorzitter maakt zelf als laatste zijn oordeel kenbaar. 2 Ieder lid is verplicht aan de besluitvorming deel te nemen. 3 Een afwezig lid kan zijn oordeel niet door een van de aanwezige leden doen voordragen of het schriftelijk uitbrengen. 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Het is de leden van de Afdeling bestuursrechtspraak en de ten behoeve van deze afdeling werkzame ambtenaren verboden: a. hetgeen zij als zodanig te weten zijn gekomen verder bekend te maken dan voor de uitoefening van hun functie wordt gevorderd, b. de gevoelens te openbaren die in raadkamer zijn geuit, en c. over een voor hen aanhangige zaak of over een zaak die naar zij weten of redelijkerwijs kunnen vermoeden, voor hen aanhangig zal worden, op enigerlei bijzondere wijze in contact te treden met partijen, gemachtigden of degene die een partij bijstaat. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak stelt een regeling vast voor de behandeling van klachten. 2 Klachten kunnen niet een rechterlijke uitspraak betreffen. 3 Titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 9:1, eerste lid , met uitzondering van de zinsnede «of een ander» in, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder bestuursorgaan wordt verstaan: de Afdeling bestuursrechtspraak. 4 De regeling, bedoeld in het eerste lid, wordt gepubliceerd in de Staatscourant. 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 1 Tegen de vice-president, de staatsraden en de staatsraden in buitengewone dienst kan noch een rechtsvervolging, noch een rechtsvordering worden ingesteld wegens hetgeen zij tijdens de beraadslaging in de Raad, de Afdeling advisering, de Afdeling bestuursrechtspraak of een kamer van die Afdeling bestuursrechtspraak hebben gezegd, dan wel daaraan schriftelijk hebben overgelegd. 2 Artikel 42 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren is van overeenkomstige toepassing op de leden van de Afdeling bestuursrechtspraak, met dien verstande dat in plaats van «Onze Minister» steeds wordt gelezen: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010 Voorheen art. 47.
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 Deze wet wordt aangehaald als: Wet op de Raad van State. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010 Voorheen art. 48.
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 60a — Artikel 60a#
Artikel 60a Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 60b — Artikel 60b#
Artikel 60b Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 60c — Artikel 60c#
Artikel 60c Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 60d — Artikel 60d#
Artikel 60d Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 60e — Artikel 60e#
Artikel 60e Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 60f — Artikel 60f#
Artikel 60f Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 60g — Artikel 60g#
Artikel 60g Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 60h — Artikel 60h#
Artikel 60h Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 62a — Artikel 62a#
Artikel 62a Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 Vervallen 1993 775 23-12-1993 22609 1993 775 23-12-1993 22609 01-01-1994
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 94 — Artikel 94#
Artikel 94 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 95 — Artikel 95#
Artikel 95 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 96 — Artikel 96#
Artikel 96 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 97 — Artikel 97#
Artikel 97 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 98 — Artikel 98#
Artikel 98 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 99 — Artikel 99#
Artikel 99 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 100 — Artikel 100#
Artikel 100 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 101 — Artikel 101#
Artikel 101 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 102 — Artikel 102#
Artikel 102 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 103 — Artikel 103#
Artikel 103 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 104 — Artikel 104#
Artikel 104 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 105 — Artikel 105#
Artikel 105 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 106 — Artikel 106#
Artikel 106 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 107 — Artikel 107#
Artikel 107 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 108 — Artikel 108#
Artikel 108 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 109 — Artikel 109#
Artikel 109 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 110 — Artikel 110#
Artikel 110 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 111 — Artikel 111#
Artikel 111 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 112 — Artikel 112#
Artikel 112 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 113 — Artikel 113#
Artikel 113 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 114 — Artikel 114#
Artikel 114 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 115 — Artikel 115#
Artikel 115 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 116 — Artikel 116#
Artikel 116 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 117 — Artikel 117#
Artikel 117 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 118 — Artikel 118#
Artikel 118 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 119 — Artikel 119#
Artikel 119 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 120 — Artikel 120#
Artikel 120 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 121 — Artikel 121#
Artikel 121 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 122 — Artikel 122#
Artikel 122 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 123 — Artikel 123#
Artikel 123 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 124 — Artikel 124#
Artikel 124 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 125 — Artikel 125#
Artikel 125 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994