Wet van 12 juli 1962, tot tijdelijke openstelling van de mogelijkheid van adoptie in afwijking van sommige bepalingen van het Burgerlijk Wetboek
- BWB-id
- BWBR0002378
- Type
- Wet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1971-06-25
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002378
- ELI
- /eli/nl/wet/1962/wet-tijdelijke-openstelling-mogelijkheid-van-adoptie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1962/wet-tijdelijke-openstelling-mogelijkheid-van-adoptie/1971-06-25
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002378&g=1971-06-25
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002378&z=2026-06-06&g=1971-06-25
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002378/1971-06-25
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1962/wet-tijdelijke-openstelling-mogelijkheid-van-adoptie
Artikel I — Artikel I#
Artikel I c, Adoptie van een kind dat voor 1 maart 1956 in het gezin van de adoptanten is opgenomen, kan worden uitgesproken, ofschoon aan de in artikel 228, ondervan Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gestelde voorwaarde niet is voldaan. 1971 397 31-03-1971 1162 1971 397 31-03-1971 1162 25-06-1971
Artikel II — Artikel II#
Artikel II 1 Indien het verzoek daartoe binnen twee jaren na de inwerkingtreding van deze wet door de adoptanten of, een hunner overleden zijnde, door de overblijvende is gedaan, kan adoptie worden uitgesproken van een kind dat op de dag van de uitspraak in eerste aanleg meerderjarig is. 2 Het verzoek kan alleen worden toegewezen, indien de adoptie zowel uit het oogpunt van verbreking van de banden met de ouders als uit dat van bevestiging van de banden met de adoptanten, in het kennelijk belang van het kind is en aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. dat het kind in de adoptie heeft toegestemd; b. dat het kind niet is een afstammeling van een der adoptanten; c. dat het kind in het gezin van de adoptanten is opgenomen voor 1 maart 1956 en gedurende ten minste drie jaren feitelijk door hen tezamen en vervolgens tot zijn meerderjarig worden door ten minste een hunner is verzorgd en opgevoed geworden; d. dat de adoptanten ten minste vijf jaren voor de dag, waarop het kind meerderjarig is geworden, met elkander zijn gehuwd. 3 Tegen toewijzing van het verzoek staat geen ander rechtsmiddel open dan beroep in cassatie in het belang der wet. 4 De adoptie van een kind dat op de dag van de uitspraak in eerste aanleg meerderjarig was, kan niet worden herroepen. 1962 250 12-07-1962 6569 1962 250 12-07-1962 6569 15-08-1962