Wet van 12 december 1962, houdende verzekering van de voedselvoorziening in geval van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden
- BWB-id
- BWBR0002392
- Type
- Wet
- Ministerie
- Algemene Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2015-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002392
- ELI
- /eli/nl/wet/1963/noodwet-voedselvoorziening
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1963/noodwet-voedselvoorziening/2015-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002392&g=2015-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002392&z=2026-06-06&g=2015-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002392/2015-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1963/noodwet-voedselvoorziening
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet wordt verstaan onder: Onze Minister: Onze Minister van Landbouw en Visserij; landbouw: akkerbouw, weidebouw, veehouderij, pluimveehouderij, bijenhouderij, tuinbouw - daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen -, teelt van griendhout en elke andere vorm van bodemcultuur met uitzondering van bosbouw; produkten: a. alle voortbrengselen, welke, al dan niet na bewerking of verwerking, kunnen dienen als voedsel voor mens of dier, alsmede de bij bewerking of verwerking van die voortbrengselen verkregen derivaten en afvallen; b. a de niet reeds onderbegrepen, al dan niet bewerkte of verwerkte voortbrengselen van de landbouw en de visserij, alsmede de bij bewerking of verwerking van die voortbrengselen verkregen derivaten en afvallen. 2 Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet wordt mede verstaan onder: handelaren: tussenpersonen; visserij: mosselteelt, oesterteelt en viskwekerij. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Er is in iedere provincie een voedselcommissaris, die door Ons wordt benoemd en ontslagen. 2 Onze Minister bepaalt het ambtsgebied van de voedselcommissaris, al dan niet in afwijking van het gebied van de desbetreffende provincie. 3 De voedselcommissaris is, tenzij het tegendeel blijkt, onder de bevelen van Onze Minister belast met de uitvoering van de krachtens deze wet vastgestelde regelen. 1962 566 12-12-1962 6597 1962 566 12-12-1962 6597 16-01-1963
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Onze Minister kan in door hem te bepalen gebieden voedselcommissarissen aanwijzen, die in die gebieden belast zijn met de uitvoering van krachtens deze wet vastgestelde regelen. 1962 566 12-12-1962 6597 1962 566 12-12-1962 6597 16-01-1963
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikelen 7, eerste lid, 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden artikelen 6 tot en met 12 Onverminderd deenkunnen, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, voor het gehele land of een gedeelte daarvan degezamenlijk of afzonderlijk in werking worden gesteld. 2 Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen, wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer gezonden omtrent het voortduren van de werking van de bij dat besluit in werking gestelde bepalingen. 3 Wordt het voorstel van wet door de Staten-Generaal verworpen, dan worden bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, onverwijld buiten werking gesteld. 4 Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, worden de bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, buiten werking gesteld, zodra de omstandigheden dit naar Ons oordeel toelaten. 5 Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt op de daarin te bepalen wijze bekendgemaakt. Het treedt in werking terstond na de bekendmaking. 6 Staatsblad Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt in ieder geval geplaatst in het. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 1997 172 29-04-1997 23-04-1997 01-05-1997 De artikelen 6 tot en met 14 kunnen volgens artikel 7, eerste
lid en artikel 8, eerste lid van de Coördinatiewet
uitzonderingstoestanden in beperkte en in algemene noodtoestand
in werking worden gesteld.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 Onze Minister kan regelen vaststellen betreffende een of meer der in het tweede lid van dit artikel genoemde gedragingen. 2 De in het eerste lid bedoelde gedragingen zijn: het telen, kweken, fokken, vangen, broeden, bereiden, vervaardigen, oogsten, voorhanden hebben, in voorraad hebben, bewaren, opslaan, inzamelen, bewerken, verwerken, gebruiken, verbruiken, vervoederen, verpakken, slachten, vervoeren, aanvoeren, veilen, ontvangen, afleveren, te koop aanbieden, kopen en vervreemden van produkten. 3 Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald, in welke gevallen Onze Minister regelen, bedoeld in het eerste lid, ten aanzien van ondernemingen, waarin daarbij aan te wijzen bedrijven op het gebied van industrie, handel en ambacht worden uitgeoefend, niet vaststelt dan in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 Onze Minister kan regelen vaststellen betreffende de prijzen voor produkten. 2 Artikel 6, derde lid , is van overeenkomstige toepassing. 1962 566 12-12-1962 6597 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 De wijziging is in werking getreden op 17 februari 1999 (Stb. 1999/40).
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 artikel 6, tweede lid Onze Minister kan regelen vaststellen betreffende het betalen van een geldsom ter zake van een of meer der in, genoemde gedragingen. 2 Onze Minister kan in door hem te bepalen gevallen of groepen van gevallen tot gehele of gedeeltelijke restitutie overgaan van hetgeen ingevolge het bepaalde krachtens het eerste lid is betaald. 1962 566 12-12-1962 6597 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 De wijziging is in werking getreden op 17 februari 1999 (Stb. 1999/40).
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 Onze Minister kan regelen vaststellen, betreffende het bereiden, vervaardigen, voorhanden hebben, in voorraad hebben, bewaren, opslaan, bewerken, verwerken, gebruiken, verbruiken, vervoeren, ontvangen, afleveren, te koop aanbieden, kopen, huren, verhuren en vervreemden van: a. grondstoffen, hulpstoffen en verpakkingsmateriaal voor produkten; b. fust, machines, werktuigen en gereedschappen - alsmede onderdelen daarvan -, welke worden gebezigd bij het telen, kweken, fokken, vangen, winnen, broeden, bereiden, vervaardigen, oogsten, bewaren, opslaan, bewerken, verwerken, verpakken of slachten van produkten; c. merken, kentekenen, alsmede stempels en andere werktuigen, waarmede merken en kentekenen kunnen worden vervaardigd of aangebracht, een en ander voorzover krachtens enige bepaling van deze wet regelen zijn vastgesteld betreffende het voorzien zijn van produkten, verpakkingsmateriaal en fust van zodanige merken of kentekenen, dan wel het voorzien zijn van produkten, verpakkingsmateriaal en fust van zodanige merken of kentekenen als vereiste wordt gesteld voor de bevoegdheid tot enige gedraging met betrekking tot die produkten, dat verpakkingsmateriaal en dat fust. 2 Artikel 6, derde lid , is van overeenkomstige toepassing. 1962 566 12-12-1962 6597 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 De wijziging is in werking getreden op 17 februari 1999 (Stb. 1999/40).
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 artikel 9 Onze Minister kan regelen vaststellen betreffende het ter beschikking houden van produkten en van goederen, bedoeld in, voor of het inleveren daarvan bij een door hem aan te wijzen lichaam, orgaan of persoon. 2 Artikel 6, derde lid , is van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 7 Voor de ingeleverde produkten en goederen wordt door Onze Minister de op het tijdstip van het opleggen van de verplichting tot inlevering voor die produkten en goederen krachtensof enig ander wettelijk voorschrift vastgestelde prijs uitbetaald of, bij het ontbreken daarvan, de dan in de betrokken bedrijfstak voor die produkten en goederen gebruikelijke prijs. 4 Onze Minister kent aan degene, die ingevolge dit artikel produkten of goederen ter beschikking houdt en ten gevolge daarvan schade lijdt, welke redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding uit ’s Lands kas toe. 1962 566 12-12-1962 6597 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 De wijziging is in werking getreden op 17 februari 1999 (Stb. 1999/40).
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 artikelen 6-10 Krachtens devastgestelde regelen kunnen onder meer de bepaling inhouden, dat bij of krachtens die regelen gegeven voorschriften niet gelden, indien en voorzover vrijstelling of op aanvraag ontheffing of vergunning is verleend. 2 Aan de vrijstellingen, ontheffingen en vergunningen kunnen voorschriften worden verbonden. Zij kunnen onder beperkingen worden verleend. 3 artikel 8, tweede lid De ontheffingen en vergunningen, zomede de restituties, bedoeld in, kunnen worden ingetrokken, indien de te harer verkrijging verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest. 1962 566 12-12-1962 6597
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 artikel 6, tweede lid artikel 9, eerste lid Onze Minister kan bepalen, dat degenen, die een of meer der in, en, genoemde gedragingen verrichten of plegen te verrichten, verplicht zijn: a. nauwgezet, volledig en naar waarheid aantekening te houden betreffende die gedragingen en daarbij de door Onze Minister of de door hem aangewezen lichamen, organen of personen gegeven voorschriften na te leven; b. boeken en bescheiden betreffende die gedragingen aan de lichamen, organen of personen, die Onze Minister daartoe heeft aangewezen, op eerste vordering te tonen of tegen bewijs van ontvangst af te geven of te zenden. 2 Artikel 6, derde lid , is van overeenkomstige toepassing. 1962 566 12-12-1962 6597 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 De wijziging is in werking getreden op 17 februari 1999 (Stb. 1999/40).
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2014/571. 1 Landbouwwet Wet op de bedrijfsorganisatie Onze Minister kan bepalen, dat verordeningen of andere besluiten, door een orgaan van een bedrijfslichaam krachtens deze wet, deof devastgesteld, geheel of gedeeltelijk worden geschorst. Hij kan in verband daarmee nadere regels vaststellen. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2014/571. 1 tweede lid van artikel 4 artikel 88a van de Wet op de Bedrijfsorganisatie Indien het naar het oordeel van het dagelijks bestuur van een bedrijfslichaam in een der gevallen, genoemd in het, niet mogelijk is, dat het bestuur, een commissie uit het midden van het bestuur of een orgaan, bedoeld in, bijeenkomt, oefent het dagelijks bestuur de aan het bestuur, die commissie of dat orgaan toekomende bevoegdheden uit. 2 artikel 88a van de Wet op de Bedrijfsorganisatie Indien het naar het oordeel van de voorzitter van een bedrijfslichaam in zodanig geval niet mogelijk is, dat het dagelijks bestuur bijeenkomt, oefent hij de aan het dagelijks bestuur toekomende bevoegdheden uit. Indien hij in zodanig geval tevens van oordeel is, dat tengevolge van bedoelde omstandigheden het bestuur, een commissie uit het bestuur of een orgaan, bedoeld in, niet kan bijeenkomen, oefent hij ook de aan het bestuur, die commissie of dat orgaan toekomende bevoegdheden uit. 3 Zo spoedig mogelijk legt het dagelijks bestuur, onderscheidenlijk de voorzitter aan het bestuur verantwoording af van hetgeen krachtens de vorige leden is verricht. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Bij algemene maatregel van bestuur worden regelen gesteld betreffende tegemoetkoming in de kosten van de krachtens dit hoofdstuk verleende medewerking. 1962 566 12-12-1962 6597 1962 566 12-12-1962 6597 16-01-1963
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Distributiewet Hamsterwet Vorderingswet Prijzennoodwet Landbouwwet Algemene douanewet artikel 4, tweede lid Bij algemene maatregel van bestuur wijzen Wij de autoriteiten aan, die onder daarbij vast te stellen regelen in enig gebied de bevoegdheden, welke krachtens deze wet, de, de, de, de, deen deaan Onze Minister toekomen, uitoefenen voor zolang in een der in, genoemde gevallen de verbinding tussen dat gebied en Onze Minister verbroken is. Ons besluit wordt mede bekend gemaakt in de Staatscourant. 2008 112 15-04-2008 03-04-2008 30979 2008 287 22-07-2008 05-07-2008 01-08-2008 Artikel XLVII van Stb. 2008/112 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 artikel 8:72, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vanwerkt een vernietiging vanaf het tijdstip, waarop zij wordt uitgesproken. 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikelen 6-12 artikel 6, tweede lid Zolang dein werking zijn, is een ieder verplicht bij het verrichten van gedragingen, genoemd in, ten aanzien van de desbetreffende produkten die zorg aan te wenden, welke onder de met betrekking tot de voedselvoorziening bestaande omstandigheden redelijkerwijze kan worden verwacht. 2 artikel 9, eerste lid Het bepaalde bij het vorige lid is van overeenkomstige toepassing bij het verrichten van gedragingen, in, genoemd. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 6, tweede lid artikel 9, eerste lid Onze Minister kan ten aanzien van degenen, die een of meer der in, en, genoemde gedragingen verrichten of plegen te verrichten, regelen vaststellen betreffende het beantwoorden van vragen en verstrekken van gegevens, welke naar het oordeel van Onze Minister nodig zijn ter voorbereiding of uitvoering van enige krachtens deze wet te nemen of genomen maatregel, aan lichamen, organen of personen, die Onze Minister daartoe heeft aangewezen. 2 Artikel 6, derde lid , is van overeenkomstige toepassing. 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Ieder, die ingevolge het bij of krachtens deze wet bepaalde in het bezit dient te zijn van een of meer bescheiden, is verplicht die bescheiden steeds bij zich te hebben bij gedragingen met betrekking tot welke het bezit van zodanige bescheiden verplicht is gesteld. 2 artikel 2 artikel 3 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister of bij besluit van een inonderscheidenlijkbedoelde voedselcommissaris aangewezen personen. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Het is verboden ter zake van een aanvraag om een ontheffing, vergunning of restitutie, onjuiste of onvolledige gegevens te verstrekken. 1962 566 12-12-1962 6597 1962 566 12-12-1962 6597 16-01-1963
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikel 5 van de Wet op de economische delicten artikelen 6 9 10 In afwijking vanis Onze Minister bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de krachtens de,envastgestelde verplichtingen. 2 artikel 10 Voor de in bezit genomen produkten wordt als schadeloosstelling toegekend een bedrag, gelijk aan de prijs, onderscheidenlijk vergoeding, welke bij inlevering, onderscheidenlijk terbeschikkinghouding ter nakoming van een krachtensopgelegde verplichting zou zijn uitgekeerd, een en ander verminderd met de op de inbezitneming vallende kosten. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 artikel 8 Hetgeen krachtensis verschuldigd, kan door Onze Minister bij dwangbevel worden ingevorderd. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 2000 106 07-03-2000 12-02-2000 26800 XIV 2000 106 07-03-2000 12-02-2000 26800 XIV 08-03-2000 01-01-2000 Werkt terug tot en met 1 januari 2000.
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 Indien in deze wet geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van de wet nadere regeling behoeven, kan deze geschieden bij door Onze Minister vast te stellen regeling. 2 Een gedraging in strijd met een bepaling in zodanige regeling is een strafbaar feit, voorzover uitdrukkelijk als zodanig aangeduid. 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Vervallen 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Krachtens deze wet vastgestelde regelen treden, tenzij daarbij anders is bepaald, in werking met ingang van de dag na die van hun bekendmaking. Zij kunnen bepalen, dat zij onmiddellijk na hun bekendmaking in werking treden. 1962 566 12-12-1962 6597 1962 566 12-12-1962 6597 16-01-1963
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 artikelen 2 3 6 7 8 9 10 12 23 29 Staatscourant Besluiten, door Onze Minister krachtens de,,,,,,,,envastgesteld, worden in debekend gemaakt. 2 Indien het landsbelang dit naar zijn oordeel noodzakelijk maakt, kan Onze Minister een besluit, bedoeld in het eerste lid, op andere wijze bekend maken. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 Een bij of krachtens deze wet opgelegde verplichting vervalt van rechtswege voorzover het voldoen hieraan zou meebrengen dat niet kan worden voldaan aan een verplichting die voortvloeit uit de uitoefening van buitengewone bevoegdheden ten behoeve van de uitvoering van de militaire taak. 2 Een bij of krachtens deze wet opgelegde verplichting die niet voortvloeit uit de uitoefening van buitengewone bevoegdheden ten behoeve van de uitvoering van de militaire taak, vervalt eveneens van rechtswege voorzover het voldoen hieraan zou meebrengen dat niet kan worden voldaan aan een verplichting die bij of krachtens deze of een andere wet is opgelegd in het belang van de bestrijding van een ramp, een zwaar ongeval of van een verstoring van de openbare orde of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan. 2004 686 28-12-2004 02-12-2004 29514 2005 118 15-03-2005 23-02-2005 16-03-2005
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1962 566 12-12-1962 6597 1962 566 12-12-1962 6597 16-01-1963
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 Deze wet kan worden aangehaald als: Noodwet voedselvoorziening. 2 artikelen 6-12 Staatsblad Met uitzondering van detreedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het, waarin zij is geplaatst. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015