Wet van 5 december 1962, houdende regeling van het vervoer te land en op de binnenwateren in buitengewone omstandigheden
- BWB-id
- BWBR0002391
- Type
- Wet
- Ministerie
- Algemene Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2005-03-16
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002391
- ELI
- /eli/nl/wet/1963/vervoersnoodwet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1963/vervoersnoodwet/2005-03-16
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002391&g=2005-03-16
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002391&z=2026-06-06&g=2005-03-16
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002391/2005-03-16
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1963/vervoersnoodwet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze wet wordt verstaan onder: a. "Onze Minister": Onze Minister van Verkeer en Waterstaat; b. "vervoermiddelen": 1°. artikel 2, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek vaartuigen, hoe ook genaamd en van welke aard ook, behalve zeeschepen in de zin van; 2°. Wegenverkeerswet 1994 motorrijtuigen in de zin van deen aanhangwagens, bestemd om door zodanige motorrijtuigen te worden voortbewogen; 3°. spoorvoertuigen; c. "houder": hij die als eigenaar of krachtens enige andere rechtstitel gerechtigd is een vervoermiddel te gebruiken. 2 Onder vervoer wordt in deze wet mede verstaan het verplaatsen van vervoermiddelen met behulp van een ander vervoermiddel. 2004 686 28-12-2004 02-12-2004 29514 2005 118 15-03-2005 23-02-2005 16-03-2005
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikelen 7, eerste lid 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden artikelen 8 9 10 12 13 15 17 Onverminderd de, enkunnen, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de,,,,,engezamenlijk of afzonderlijk in werking worden gesteld. 2 Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer gezonden omtrent het voortduren van de werking van de bij dat besluit in werking gestelde bepalingen. 3 Wordt het voorstel van wet door de Staten-Generaal verworpen, dan worden bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, onverwijld buiten werking gesteld. 4 Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, worden bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, buiten werking gesteld, zodra de omstandigheden dit naar Ons oordeel toelaten. 5 Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt op de daarin te bepalen wijze bekendgemaakt. Het treedt in werking terstond na de bekendmaking. 6 Staatsblad Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt in ieder geval geplaatst in het. 2004 686 28-12-2004 02-12-2004 29514 2005 118 15-03-2005 23-02-2005 16-03-2005
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De in deze wet aan Onze Minister toegekende bevoegdheden worden ter zake van de uitvoering van de militaire taak uitgeoefend door Onze Minister en Onze Minister van Defensie gezamenlijk. 2 Indien bij toepassing van het eerste lid geen overeenstemming bestaat omtrent de uitoefening van bevoegdheden ten behoeve van de uitvoering van de militaire taak, beslist Onze Minister van Defensie. 3 artikel 18, eerste lid Indien krachtens, een vergoeding wordt toegekend vanwege de uitoefening van bevoegdheden ter uitvoering van de militaire taak, dan komt deze voor rekening van Onze Minister van Defensie. 2004 686 28-12-2004 02-12-2004 29514 2005 118 15-03-2005 23-02-2005 16-03-2005
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 1997 172 29-04-1997 23-04-1997 01-05-1997 De artikelen 8 tot en met 15 en 17 kunnen volgens artikel 7,
eerste lid en artikel 8, eerste lid van de Coördinatiewet
uitzonderingstoestanden in beperkte en in algemene noodtoestand
in werking worden gesteld.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 2004 686 28-12-2004 02-12-2004 29514 2005 118 15-03-2005 23-02-2005 16-03-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 2004 686 28-12-2004 02-12-2004 29514 2005 118 15-03-2005 23-02-2005 16-03-2005
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 2004 686 28-12-2004 02-12-2004 29514 2005 118 15-03-2005 23-02-2005 16-03-2005
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. Onze Minister kan bepalen, dat houders van vervoermiddelen verplicht zijn zich in door hem te bepalen gevallen en op een door hem te bepalen wijze en plaats al of niet met het vervoermiddel te melden, zonodig onder mededeling van gegevens omtrent het gebruik, dat van het vervoermiddel wordt gemaakt. 1962 571 05-12-1962 5425
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 eerste lid van artikel 10 Met betrekking tot het in hetbedoelde vervoer gelden tussen de vervoerder en hem te wiens behoeve het vervoer plaats vindt de voor soortgelijk vervoer rechtens geldende dan wel gebruikelijke tarieven en voorwaarden; bij gebreke zowel van gebruikelijke als van rechtens geldende tarieven en voorwaarden gelden de door Onze Minister vastgestelde tarieven en voorwaarden. 2 Onze Minister kan bij ministeriële regeling regels stellen ter aanvulling of ter vervanging van de rechtens geldende of gebruikelijke tarieven en voorwaarden. 2004 686 28-12-2004 02-12-2004 29514 2005 118 15-03-2005 23-02-2005 16-03-2005
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. Onze Minister kan bepalen, dat houders van vervoermiddelen verplicht zijn: a. de hun ter beschikking staande vervoermiddelen behoudens door hem verleende ontheffing in behoorlijke staat van onderhoud te houden of te doen houden; b. de hun ter beschikking staande vervoermiddelen naar door hem te geven aanwijzingen te herstellen of te doen herstellen; c. aan de hun ter beschikking staande vervoermiddelen naar door hem te geven aanwijzingen veranderingen aan te brengen of te doen aanbrengen; d. de hun ter beschikking staande vervoermiddelen naar door hem te geven aanwijzingen uit te rusten of te doen uitrusten; e. de hun ter beschikking staande vervoermiddelen naar door hem te geven aanwijzingen te verplaatsen of te doen verplaatsen. 1962 571 05-12-1962 5425 2004 686 28-12-2004 02-12-2004 29514 De wijziging is in werking getreden op 16 maart 2005 (Stb. 2005/118).
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. Onze Minister kan aan een beheerder van infrastructuur die open staat voor het verkeer te land, onderscheidenlijk op binnenwater aanwijzingen geven betreffende het beheer, alsmede andere met betrekking tot het verkeer over die infrastructuur toegekende taken en bevoegdheden. Daarbij kan van de op die infrastructuur en die taken en bevoegdheden betrekking hebbende wetgeving worden afgeweken. 1962 571 05-12-1962 5425 2003 264 30-06-2003 23-04-2003 27482 De wijziging is in werking getreden op 1 januari 2005 (Stb. 2004/741). 2004 686 28-12-2004 02-12-2004 29514 De wijziging is in werking getreden op 16 maart 2005 (Stb. 2005/118).
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 hoofdstuk IV Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens dit hoofdstuk enzijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren. 2 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 3 artikelen 5:17 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht Zo nodig oefent de toezichthouder de in deengenoemde bevoegdheden uit met behulp van de sterke arm. 4 hoofdstuk IV Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de krachtens dit hoofdstuk enopgelegde verplichtingen. 2004 686 28-12-2004 02-12-2004 29514 2005 118 15-03-2005 23-02-2005 16-03-2005
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 De beheerders of onderhoudsplichtigen van waterstaatswerken zijn verplicht de werken en voorzieningen uit te voeren en na de uitvoering te onderhouden, welke nodig zijn in het belang van een doelmatig vervoer van personen of goederen. 2 Indien en voor zover de beheerders of onderhoudsplichtigen niet krachtens een andere wettelijke bepaling tot uitvoering van de in het eerste lid bedoelde werken of voorzieningen gehouden zijn, komen de kosten dan wel het overeenkomstig deel daarvan voor rekening van het Rijk. 3 paragraaf 12 van de Waterstaatswet 1900 In geval van tenuitvoerlegging van een bevel tot uitvoering van een werk of voorziening krachtensgeschiedt het verhaal van de kosten daarvan met inachtneming van het vorige lid. De voor rekening van het Rijk komende kosten worden, indien de tenuitvoerlegging door Gedeputeerde Staten is geschied, aan de provincie vergoed. 1962 571 05-12-1962 5425
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Onze Minister kan bepalen, dat houders van vervoermiddelen verplicht zijn: 1°. die vervoermiddelen naar door Onze Minister te stellen regelen in daartoe door hem bestemde registers te doen inschrijven; 2°. omtrent die vervoermiddelen de gegevens te verstrekken, welke door hem voor de uitvoering van deze wet van hen worden verlangd; 3°. zorg te dragen, dat die vervoermiddelen op door Onze Minister te bepalen wijze door hem vastgestelde bijzondere kenmerken voeren. 2004 686 28-12-2004 02-12-2004 29514 2005 118 15-03-2005 23-02-2005 16-03-2005
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. Onze Minister kan bepalen, dat: slechts mag geschieden krachtens een door hem verleende vergunning. a. het op enigerlei wijze in eigendom, in gebruik of ter beschikking overdragen van vervoermiddelen; b. het buiten Nederland brengen van vervoermiddelen; c. het slopen of op andere wijze onbruikbaar maken van vervoermiddelen; d. het aanbrengen van veranderingen aan vervoermiddelen; e. het gebruiken van vervoermiddelen als opslagplaats; f. het doen verrichten van handelingen, als bedoeld onder a, b, c, d of e, 1962 571 05-12-1962 5425 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 De wijziging is in werking getreden op 1 mei 1997 (Stb. 1997/172). 2004 686 28-12-2004 02-12-2004 29514 De wijziging is in werking getreden op 16 maart 2005 (Stb. 2005/118).
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 10, eerste lid artikel 13 Onze Minister kan aan de houder van vervoermiddelen of aan de beheerder van infrastructuur aan wie een aanwijzing is gegeven krachtens, onderscheidenlijk, een naar billijkheid te bepalen vergoeding toekennen ter zake van buitengewone kosten door betrokkene gemaakt vanwege de naleving van de aanwijzing. 2 hoofdstukken III IV Onze Minister kan aan degene die een verplichting nakomt welke is opgelegd krachtens deen, een naar billijkheid te bepalen vergoeding toekennen ter zake van buitengewone kosten door betrokkene gemaakt vanwege de nakoming van de verplichting. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen op voordracht van Onze Minister regels worden gesteld ter zake van de toepassing van het eerste en tweede lid. 4 Bij algemene maatregel van bestuur regelen Wij de uitkering alsmede de vergoeding wegens genees- en heelkundige behandeling in daarbij te bepalen gevallen terzake van tijdelijke of blijvende vermindering van arbeidsgeschiktheid of overlijden als gevolg van het nakomen of de medewerking aan het nakomen van krachtens deze wet opgelegde verplichtingen, indien en voorzover niet uit anderen hoofde aanspraak op een dergelijke uitkering of vergoeding bestaat. 5 Tegen een beslissing ter zake van een vergoeding of een uitkering als bedoeld in het eerste, tweede of vierde lid kan de belanghebbende in beroep komen bij een door Ons te benoemen commissie. Bij algemene maatregel van bestuur regelen Wij de samenstelling der commissie, alsmede de wijze waarop zij bij behandeling van het beroep te werk gaat. 2004 686 28-12-2004 02-12-2004 29514 2005 118 15-03-2005 23-02-2005 16-03-2005
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 8 9 10, eerste lid 12 13 16 17 Overtreding van het bij of krachtens,,,,,ofbepaalde wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie. 2 Het feit is een overtreding. 2004 686 28-12-2004 02-12-2004 29514 2005 118 15-03-2005 23-02-2005 16-03-2005
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 8 9 10, eerste lid 12 13 17 Opzettelijke overtreding van het bij of krachtens,,,,, ofbepaalde wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren. 2 Het feit is een misdrijf. 3 artikel 7, eerste lid 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderings toestanden Oorlogswet voor Nederland Indien het in het eerste lid bedoelde misdrijf wordt begaan in een gebied, waarvoor, op grond van, of, bepalingen uit dein werking zijn gesteld, kan de straf met een derde worden verhoogd. 2004 686 28-12-2004 02-12-2004 29514 2005 118 15-03-2005 23-02-2005 16-03-2005
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 1976 377 23-06-1976 13655 1976 377 23-06-1976 13655 01-09-1976
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Dit hoofdstuk is van toepassing op de Nederlander die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een bij deze wet strafbaar gesteld feit. 2004 686 28-12-2004 02-12-2004 29514 2005 118 15-03-2005 23-02-2005 16-03-2005
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering artikelen 179 tot en met 182 184 van het Wetboek van Strafrecht Met de opsporing van de bij deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd, belast de daartoe door Onze Minister aangewezen buitengewone opsporingsambtenaren. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in deen, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf. 2 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 artikel 24 Bij het opsporen van een bij deze wet strafbaar gesteld feit hebben de inbedoelde ambtenaren toegang tot elke plaats en zijn zij bevoegd inzage van alle bescheiden te vorderen, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. 1994 573 22-06-1994 22539 1994 683 02-09-1994 01-10-1994
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Vervallen 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikelen 8 tot en met 17 Op voordracht van Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Defensie worden bij algemene maatregel van bestuur de autoriteiten aangewezen die krachtens algemeen mandaat of krachtens mandaat voor een bepaald geval en met inachtneming van de bij die maatregel gestelde regelen, in enig gebied de in deomschreven bevoegdheden uitoefenen namens Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Defensie. 2 Een algemeen mandaat als bedoeld in het eerste lid wordt niet voor onbepaalde tijd gegeven. Zij bevat tenminste de naam of de functie van de mandataris, de bevoegdheid die wordt gemandateerd en de periode waarin het mandaat geldt. 3 Een mandaat voor een bepaald geval als bedoeld in het eerste lid bevat tenminste de naam of de functie van de mandataris, de bevoegdheid die wordt gemandateerd, de periode waarin het mandaat geldt en het geval waarin de bevoegdheid kan worden uitgeoefend. 2004 686 28-12-2004 02-12-2004 29514 2005 118 15-03-2005 23-02-2005 16-03-2005
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 Een bij of krachtens deze wet opgelegde verplichting vervalt van rechtswege voorzover het voldoen hieraan zou meebrengen dat niet kan worden voldaan aan een verplichting die voortvloeit uit de uitoefening van buitengewone bevoegdheden ten behoeve van de uitvoering van de militaire taak. 2 Een bij of krachtens deze wet opgelegde verplichting die niet voortvloeit uit de uitoefening van buitengewone bevoegdheden ten behoeve van de uitvoering van de militaire taak, vervalt eveneens van rechtswege voorzover het voldoen hieraan zou meebrengen dat niet kan worden voldaan aan een verplichting die bij of krachtens deze of een andere wet is opgelegd in het belang van de bestrijding van een ramp, een zwaar ongeval of van een verstoring van de openbare orde of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan. 2004 686 28-12-2004 02-12-2004 29514 2005 118 15-03-2005 23-02-2005 16-03-2005
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Vervallen 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Staatsblad Deze wet kan worden aangehaald als Vervoersnoodwet. Zij treedt in werking met ingang van de dag, na de datum van uitgifte van het, waarin zij is geplaatst. 1962 571 05-12-1962 5425 1962 571 05-12-1962 5425 16-01-1963