Wet van 23 september 1964, houdende voorzieningen ter waarborging van de voortzetting van de rechtspleging in geval van oorlog, oorlogsgevaar of daaraan verwante of daarmede verband houdende buitengewone omstandigheden
- BWB-id
- BWBR0002457
- Type
- Wet
- Ministerie
- Algemene Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2013-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002457
- ELI
- /eli/nl/wet/1964/noodwet-rechtspleging
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1964/noodwet-rechtspleging/2013-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002457&g=2013-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002457&z=2026-06-06&g=2013-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002457/2013-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1964/noodwet-rechtspleging
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 artikelen 7, eerste lid, en 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden artikelen 2 14 Onverminderd dekunnen, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, detot en metin werking worden gesteld. 2 Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen, wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer gezonden omtrent het voortduren van de werking van de bij dat besluit in werking gestelde bepalingen. 3 Wordt het voorstel van wet door de Staten-Generaal verworpen, dan worden bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, onverwijld buiten werking gesteld. 4 Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, worden bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, buiten werking gesteld, zodra de omstandigheden dit naar Ons oordeel toelaten. 5 Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt op de daarin te bepalen wijze bekendgemaakt. Het treedt in werking terstond na de bekendmaking. 6 Staatsblad Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt in ieder geval geplaatst in het. 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 1997 172 29-04-1997 23-04-1997 01-05-1997 De artikelen 2 tot en met 14 kunnen volgens artikel 7, eerste
lid en artikel 8, eerste lid van de Coördinatiewet
uitzonderingstoestanden in beperkte en in algemene noodtoestand
in werking worden gesteld. Artikel 17 kan volgens artikel 8,
eerste lid van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden in
algemene noodtoestand in werking gesteld worden.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. artikelen 3 4 13 14 Krachtens de,,enkunnen slechts voorzieningen worden getroffen, indien zij noodzakelijk zijn om ontwrichting van de rechtspleging tegen te gaan, dan wel onmiddellijk dreigende ontwrichting van de rechtspleging te voorkomen. De krachtens deze artikelen getroffen voorzieningen worden ingetrokken, zodra de omstandigheden dit toelaten. 1964 375 23-09-1964 7233
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan het rechtsgebied van een gerechtshof, of rechtbank tijdelijk wijzigen. 2 Het besluit tot die wijziging of de intrekking daarvan vindt geen toepassing ten aanzien van een reeds aanhangige zaak, tenzij het gerecht, waarbij de zaak aanhangig is, anders beslist. 3 Vervallen. 4 Een notaris mag zijn ambtsbediening mede uitoefenen in het arrondissement, waartoe zijn standplaats komt te behoren. 5 Een deurwaarder wordt geacht mede te zijn aangesteld bij het gerecht tot welker rechtsgebied zijn standplaats komt te behoren en dat van gelijke rang is als dat waarbij hij is aangesteld. 6 Politiewet 2012 De wijziging van het rechtsgebied van een gerecht is niet van invloed op krachtens devastgestelde grenzen van de gebieden waarin de regionale eenheden van de politie de politietaak uitvoeren. 1964 375 23-09-1964 7233 2001 584 18-12-2001 06-12-2001 27878 De wijziging is in werking getreden op 1 januari 2002 (Stb. 2001/621). 2008 100 08-04-2008 20-03-2008 30815 2012 316 16-07-2012 12-07-2012 32822 De wijziging is in werking getreden op 1 januari 2013 (Stb. 2012/317).
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan bepalen, dat : a. de bij een rechtbank werkzame rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast tijdelijk kunnen optreden als raadsheer-plaatsvervanger in één of meer door Onze Minister aangewezen gerechtshoven. b. de bij een gerechtshof werkzame rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast tijdelijk kunnen optreden als rechter-plaatsvervanger of kantonrechter-plaatsvervanger bij één of meer door Onze Minister aangewezen rechtbanken. 1964 375 23-09-1964 7233 2001 584 18-12-2001 06-12-2001 27878 De wijziging is in werking getreden op 1 januari 2002 (Stb. 2001/621). 2012 316 16-07-2012 12-07-2012 32822 De wijziging is in werking getreden op 1 januari 2013 (Stb. 2012/317).
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie artikel 4 Ieder die voor het leven is benoemd in een gerecht, genoemd in, alsmede iedere kantonrechter-plaatsvervanger, die voldoet aan de vereisten voor benoeming tot kantonrechter, kan, voorzover niet reeds krachtens het vorige artikel daartoe bevoegd, tijdelijk optreden als raadsheer-plaatsvervanger, rechter-plaatsvervanger en kantonrechter-plaatsvervanger bij onderscheidenlijk een gerechtshof, of rechtbank, waarvoor de inomschreven voorziening is getroffen. 2 artikel 4 De personen, in het vorige lid bedoeld, die tijdelijk verblijven in het rechtsgebied van een gerecht, waarvoor de inomschreven voorziening is getroffen, stellen zich, voorzover dit verenigbaar is met andere hun bij of krachtens de wet opgelegde plichten, terstond nadat die voorziening is getroffen of hun verblijf sedertdien aanvangt, voor de duur van hun verblijf ter beschikking van de president van het betrokken gerechtshof of de betrokken rechtbank. Deze verplichting geldt niet voor raadsheren-plaatsvervangers, rechters-plaatsvervangers en kantonrechters-plaatsvervangers; zij doen, tenzij zij wegens hun bij of krachtens de wet opgelegde plichten niet voor rechtspraak beschikbaar zijn, mededeling van hun verblijf aan bedoelde president. 1964 375 23-09-1964 7233 2001 584 18-12-2001 06-12-2001 27878 De wijziging is in werking getreden op 1 januari 2002 (Stb. 2001/621). 2004 215 25-05-2004 13-05-2004 28958 De wijziging is in werking getreden op 1 juli 2004 (Stb. 2004/275). 2006 24 31-01-2006 22-12-2005 30171 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd. De wijziging is in werking getreden op 1 februari 2006 (Stb. 2006/24).
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 artikel 4 Bij een gerecht, waarvoor een inomschreven voorziening is getroffen, kunnen andere ambtenaren en waarnemende ambtenaren van het openbaar ministerie dan die daarmede reeds zijn belast, tijdelijk de dienst van het openbaar ministerie waarnemen. 2 artikel 4, onder a De president van een gerechtshof, waarvoor de in, omschreven voorziening is getroffen, kan raadsheren en raadsheren-plaatsvervangers bij het hof aanwijzen voor de tijdelijke waarneming van de dienst van het openbaar ministerie bij dat hof. 3 artikel 4, onder b De president van een rechtbank waarvoor de in, omschreven voorziening is getroffen, kan rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast bij die rechtbank aanwijzen voor de tijdelijke waarneming van de dienst van het openbaar ministerie bij die rechtbank. 1964 375 23-09-1964 7233 2001 584 18-12-2001 06-12-2001 27878 De wijziging is in werking getreden op 1 januari 2002 (Stb. 2001/621).
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 artikel 4 artikel 14, derde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie De president van een gerechtshof, waarvoor de inomschreven voorziening is getroffen, kan in afwijking van de aanwijzing als bedoeld ingerechtsambtenaren werkzaamheden van de griffier opdragen. 2 artikel 4 artikel 14, derde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie De president van een rechtbank, waarvoor de inomschreven voorziening is getroffen, kan in afwijking van de aanwijzing als bedoeld ingerechtsambtenaren werkzaamheden van de griffier opdragen. 1964 375 23-09-1964 7233 2001 584 18-12-2001 06-12-2001 27878 De wijziging is in werking getreden op 1 januari 2002 (Stb. 2001/621).
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 Vervallen. 2 artikel 4 Iedere notaris, die elders zijn ambtsbediening uitoefent, mag deze mede uitoefenen in het gebied van een gerecht, waarvoor een voorziening, als omschreven in, is getroffen. 3 artikel 4 Iedere elders aangestelde deurwaarder wordt geacht mede te zijn aangesteld bij een gerecht, waarvoor een voorziening, als omschreven in, is getroffen. 1964 375 23-09-1964 7233 2008 100 08-04-2008 20-03-2008 30815 De wijziging is in werking getreden op 1 september 2008 (Stb. 2008/274).
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 artikel 4, onder a De president van een gerechtshof, waarvoor de voorziening, omschreven in, is getroffen, kan voor de werkzaamheden van dat hof de tijdelijke voorzieningen treffen, die hij in het belang van een goede rechtspleging noodzakelijk acht. Hij kan daarbij afwijken van het bij of krachtens de wet voor die werkzaamheden bepaalde. In het bijzonder kan hij, indien dit met het oog op het aantal voor rechtspraak beschikbaren onvermijdelijk is, bepalen, dat de zaken van alle of bepaalde meervoudige kamers worden waargenomen door enkelvoudige kamers en kan hij voorts bepalen, dat zittingen uitsluitend of mede worden gehouden op andere plaatsen dan die, waar zich de zetel van het hof bevindt, mits gelegen binnen het rechtsgebied van het hof. 2 artikel 4, onder b Gelijke bevoegdheid als in het vorige lid omschreven, berust bij de president van een rechtbank, waarvoor de voorziening, omschreven in, is getroffen, ten aanzien van die rechtbank, met dien verstande dat zittingen van de rechtbank alleen kunnen worden gehouden binnen het rechtsgebied van de rechtbank. 1964 375 23-09-1964 7233 2001 584 18-12-2001 06-12-2001 27878 De wijziging is in werking getreden op 1 januari 2002 (Stb. 2001/621).
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 artikel 4, onder a artikel 4, onder a artikel 9 van de Wet op de rechterlijke organisatie De president van een gerechtshof, waarvoor de voorziening, omschreven in, is getroffen, wordt bij belet of ontstentenis van degenen, die hem vervangen ingevolge, vervangen door de overige raadsheren, raadsheren-plaatsvervangers, tevens rechter, raadsheren-plaatsvervangers, tevens kantonrechter, of de overige raadsheren-plaatsvervangers in deze volgorde. Binnen de genoemde groepen gaat de oudst benoemde voor; daarbij wordt de voorziening krachtens, als een benoeming aangemerkt. Bij gelijktijdige benoeming gaat de oudste in leeftijd voor. 2 artikel 4, onder b artikel 9 van de Wet op de rechterlijke organisatie De president van een rechtbank, waarvoor de voorziening, omschreven in, is getroffen, wordt bij belet of ontstentenis van degenen, die hem vervangen ingevolge, vervangen door de overige rechters, de rechters-plaatsvervangers, tevens kantonrechters, of de overige rechters-plaatsvervangers in deze volgorde. De tweede en derde volzin van het vorige lid zijn van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 5 Voor de vervanging van de president van een gerechtshof of een rechtbank, bedoeld in dit artikel, komen degenen, die krachtenstijdelijk kunnen optreden, niet in aanmerking. 1964 375 23-09-1964 7233 2001 584 18-12-2001 06-12-2001 27878 De wijziging is in werking getreden op 1 januari 2002 (Stb. 2001/621). 2004 215 25-05-2004 13-05-2004 28958 De wijziging is in werking getreden op 1 juli 2004 (Stb. 2004/275). 2006 24 31-01-2006 22-12-2005 30171 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd. De wijziging is in werking getreden op 1 februari 2006 (Stb. 2006/24).
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. artikel 4 In het rechtsgebied van een gerecht, waarvoor een inomschreven voorziening is getroffen: a. artikelen 58 64 van het Wetboek van Strafvordering zijn de termijnen, genoemd in deen, tijdelijk verdubbeld; b. artikelen 265 398 413 van het Wetboek van Strafvordering kan tijdelijk bij dagvaarding betreffende een strafbaar feit worden volstaan met een korte aanduiding van het feit, dat te laste wordt gelegd, met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse het begaan zou zijn, en kunnen tijdelijk de termijnen, genoemd in de,, onder 1°, en, ook zonder toestemming van de verdachte worden verkort, een en ander voorzover de verdachte daardoor naar het oordeel van de rechter niet in zijn verdediging wordt geschaad; c. is tijdelijk bij door de rechter te verrichten buitengerechtelijke handelingen in burgerlijke zaken procureurstelling niet vereist. 1975 340 26-06-1975 13235
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. artikel 4 artikelen 5 11 Indien Onze Minister van Veiligheid en Justitie een krachtensgetroffen voorziening intrekt, vervallen de ten aanzien van het betrokken gerecht of de betrokken gerechten bij en krachtens de-getroffen voorzieningen behoudens voor aanhangige zaken. Bij een enkelvoudige kamer aanhangige zaken, die bij een meervoudige kamer behoren, worden echter door deze laatste overgenomen. 1964 375 23-09-1964 7233 2012 316 16-07-2012 12-07-2012 32822 De wijziging is in werking getreden op 1 januari 2013 (Stb. 2012/317).
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan bepalen, dat de rechter in burgerlijke en strafzaken wettelijke voorschriften betreffende termijnen en vormen, indien deze ten gevolge van de buitengewone omstandigheden in redelijkheid niet konden of kunnen worden in acht genomen, buiten beschouwing kan laten. 1964 375 23-09-1964 7233 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 De wijziging is in werking getreden op 1 mei 1997 (Stb. 1997/172). 2012 316 16-07-2012 12-07-2012 32822 De wijziging is in werking getreden op 1 januari 2013 (Stb. 2012/317).
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. artikelen 557-560 van het Wetboek van Strafvordering Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan bepalen, dat de beslissingen in strafzaken van bepaalde gerechtshoven, of rechtbanken, niettegenstaande, ten uitvoer kunnen worden gelegd. Zodra de uitvoering van een beslissing een aanvang heeft genomen, vervallen de gewone rechtsmiddelen.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Krachtens deze wet door Onze Minister van Veiligheid en Justitie te nemen besluiten treden, tenzij daarbij anders is bepaald, in werking met ingang van de dag na die van hun bekendmaking. Zij kunnen bepalen, dat zij onmiddellijk na hun bekendmaking in werking treden. 2012 316 16-07-2012 12-07-2012 32822 2012 317 16-07-2012 12-07-2012 01-01-2013
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Nederlandse Staatscourant Krachtens deze wet door Onze Minister van Veiligheid en Justitie te nemen besluiten worden bekendgemaakt in de. 2 Indien het landsbelang dit naar zijn oordeel noodzakelijk maakt, kan Onze Minister van Veiligheid en Justitie een besluit, als bedoeld in het vorige lid, op andere wijze bekendmaken. 2012 316 16-07-2012 12-07-2012 32822 2012 317 16-07-2012 12-07-2012 01-01-2013
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 artikel 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden Oorlogswet voor Nederland In geval op grond van, bepalingen uit dein werking zijn gesteld, kan Onze Minister van Veiligheid en Justitie verklaren dat in door hem aan te wijzen gedeelten van Nederland de burgerlijke rechter geacht wordt niet in staat te zijn van strafbare feiten kennis te nemen. 2 Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan de in het eerste lid bedoelde verklaring te allen tijde intrekken. 3 artikelen 15 16 Op de in het eerste lid bedoelde verklaring en de in het tweede lid bedoelde intrekking zijn deenvan overeenkomstige toepassing. 4 Wet militaire strafrechtspraak Gedurende de tijd dat de in het eerste lid bedoelde verklaring van kracht is, nemen mobiele rechtbanken ingesteld krachtens de, onverminderd hun rechtsmacht op grond van die wet, kennis van de strafbare feiten door wie ook begaan in het gebied waarop de in het eerste lid bedoelde verklaring betrekking heeft. 1990 372 14-06-1990 17804 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 De wijziging is in werking getreden op 1 mei 1997 (Stb. 1997/172). 2012 316 16-07-2012 12-07-2012 32822 De wijziging is in werking getreden op 1 januari 2013 (Stb. 2012/317).
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Nederlandse Staatscourant Bij algemene maatregel van bestuur worden de autoriteiten aangewezen, die onder daarbij te stellen regelen in enig gebied de bevoegdheden, welke bij deze wet aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie worden toegekend, uitoefenen voor zolang de verbinding tussen dat gebied en Onze Minister is verbroken. Ons besluit wordt mede bekendgemaakt in de. 2012 316 16-07-2012 12-07-2012 32822 2012 317 16-07-2012 12-07-2012 01-01-2013
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1964 375 23-09-1964 7233 1966 204 06-05-1966 01-06-1966
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Deze wet kan worden aangehaald als: Noodwet rechtspleging. 1964 375 23-09-1964 7233 1964 375 23-09-1964 7233 16-10-1964
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikelen 2 14 Staatsblad Met uitzondering van de-treedt deze wet in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het, waarin zij is geplaatst. 2 Artikel 14 artikel 19 Oorlogswet voor Nederland Oorlogswet voor Nederland wordt niet door Ons in werking gesteld, zolang deniet in werking is getreden. In afwijking van het vorige lid treedteerst in werking op het tijdstip, waarop dein werking treedt, indien dit een later tijdstip is dan de dag na de datum van afkondiging van de Noodwet rechtspleging. 1964 375 23-09-1964 7233 1964 375 23-09-1964 7233 16-10-1964